Waar blijft de ecopolis?

On 30 januari 2018, in duurzaamheid, economie, wetenschap, by Zef Hemel

Gehoord in Masterstudio The Circle City van de UvA op 8 januari 2018:

Afbeeldingsresultaat voor masterstudio the circle city

 

Een week lang spraken we op de UvA over een circulaire economie. Welkom in de Masterstudio The Circle City van het Centre for Urban Studies. Zowel de eerste als de laatste spreker was duidelijk hierover, nee, de hele week heerste er grote eenstemmigheid. Een circulaire economie realiseren vereist pure systeemverandering, we kunnen zo’n omwenteling niet realiseren binnen de bestaande economische en politieke verhoudingen. Erik Swyngedouw noemde de huidige politieke hype rond circulariteit zelfs een ‘hysterical fanasy’ en Herbert Girardet vond de brede omarming van circulariteit ronduit verdacht. Alsof wij burgers niet hoeven te veranderen; alsof we gewoon kunnen doorgaan met meer groei en nog meer consumeren. Girardet, van de World Future Council, wees erop dat de prijzen van grondstoffen en energiebronnen gewoon bizar laag zijn. Ze moeten veel zwaarder worden belast. En arbeid verdient juist verlichting. Nu is het omgekeerd. Erik Swyngedouw van de University of Manchester vond dat er een politieke omwenteling nodig is. Er is domweg niet voldoende natuur om onze groeiende honger naar grondstoffen te stillen. Mensen worden van hun land verdreven. Alles wordt te gelde gemaakt. De effecten van onze consumptie zijn in de hele wereld voelbaar. “We need a new political fantasy!” Nee, we mogen niet langer wachten, er zit niets anders op dan the hysterical act te verlaten en the political act te omarmen. 

Het grote gevaar in het master narratief van de circulaire economie zit, aldus Swyngedouw, in het monetariseren van afval. Zodra dit gebeurt ontstaat een perverse prikkel om nóg meer afval te produceren. “If you economize it, you need more waste!” Afval, zei hij, is een commons. En Girardet wees er fijntjes op dat de ecologische voetafdruk van steden als Londen, Hongkong en Amsterdam nu al veel te groot is. Londen gebruikt een grondgebied dat 125 keer groter is dan zijn eigen oppervlak om zich te voeden en te kleden, in totaal 20 miljoen hectare. Dat kan helemaal niet. En geeft Londen iets terug aan de natuur? Nee. Hij vond dat stadsbestuurders doordrongen zouden moeten zijn van de langetermijn-effecten van hun stedelijke economie. Ze zouden keihard moeten oproepen tot minder consumeren en echte green politics moeten introduceren. Politici vond hij maar lui. Ze bewijzen lippendienst aan een duurzame economie. Waar, vroeg hij zich af, blijft het vergezicht van de Ecopolis?

Tagged with:
 

Niet exploderen, maar imploderen

On 8 juli 2016, in duurzaamheid, kunst, by Zef Hemel

Voorgedragen op het Marineterrein, Amsterdam, op 7 juli 2016:

TOFUD van Frank Havermans, op dit moment te zien in Cityscapes Gallery in Amsterdam, deed me aanvankelijk denken aan de PROUNs (‘pro-oon’) van El Lissitzky. Vooral zijn tweede serie uit 1923 betrof schitterende composities van geometrische vormen die de toekomst als ‘volstrekt nieuw’ wilden uitdrukken. Een soort van tijd-ruimte explosies waarbij alle geometrische vormen met verschillende snelheden vrij in de ruimte zweven. De PROUNs waren verbeeldingen van het utopische, een dynamisch communistisch universum. Ze waren een van de inspiratiebronnen van het Modernisme. Ook Havermans’ werk is ruimtelijk. Wie echter goed kijkt ziet geen explosie, maar implosie. Alle vormen trekken naar elkaar toe, klitten zelfs aan elkaar. TOFUD is allesbehalve PROUN. Havermans’ begrip van circulariteit is geavanceerder dan dat van de Modernisten.

De eerste denkfout van het Modernisme was tabula rasa. Dit was ook de essentie van Plan Voisin van Le Corbusier, 1925: alles moest tegen de vlakte, de stad zou opnieuw worden opgetrokken. De architect streefde een complete herordening van Parijs na, nu scherp begrensd, leesbaar, transparant. Alle elementen werden opengewerkt, zwevend in de ruimte, spottend met de zwaartekracht, helder stralend, zonder decoratie, de stad als een abstract explosie van volumes, lijnen en vlakken die zich gemakkelijk van bovenaf liet componeren, in een eindeloze variatie.‘Le Corbu’ meende ook dat de toekomst wetenschappelijk kon worden voorbereid. Begin jaren zestig wordt dit idee van de stad als berekenbare machine op de spits gedreven door futuroloog Richard Buckminster Fuller. Diens Dome over Manhattan uit 1960 getuigde van de opvatting dat de aarde een ruimteschip is, en de stad een gesloten systeem dat computers geheel konden beheersen door middel van kunstmatige klimaatbehandeling. Afbreken hoefde niet eens; gewoon een geodetische dome eroverheen. In ‘Operating Manual for Spaceship Earth’ (1969) ergerde ‘Bucky’ zich aan de politiek, de zouteloze compromissen. Zijn opvattingen over democratie stonden niet ver af van die van Le Corbusier, maar waren mijlenver verwijderd van het circulaire denken. Nee, het Modernisme heeft weinig circulairs voortgebracht. De architecten koersten op beheersing, controle en expansie. Havermans toont iets anders: chaos, gelaagdheid, groei, ruimtelijke implosie. Alleen rommelige, chaotische, informele, volgestouwde, onbestuurbare, van onderop georganiseerde metropolen zijn circulair.

Tagged with: