Overal groei

On 22 juni 2017, in migratie, by Zef Hemel

Gehoord in Museum Het Schip in Amsterdam op 18 juni 2017:

Afbeeldingsresultaat voor a city of comings and goings

Twee bijzondere bijeenkomsten bijgewoond in Amsterdam. De ene ging over bevolkingskrimp op het Europese platteland, de tweede over recente migratie naar Europese steden. De eerste speelde zich af in het Paleis op de Dam en werd bijgewoond door de Koninklijke familie, de tweede – vier dagen later – vond plaats in museum Het Schip in de Spaarndammerbuurt en maakte deel uit van het International Social Housing Festival. Tijdens de eerste werd een terugkeer naar het platteland bepleit, ja er werd zelfs een rurale renaissance in het vooruitzicht gesteld, de tweede pleitte voor een gastvrije stad voor buitenlanders en internationale vluchtelingen omdat de stroom migranten naar steden ook de komende jaren zal aanhouden. Wel gek om die twee bewegingen naast elkaar te zien. Migratie, zo luidde het afgelopen zondagmiddag, hoort nu eenmaal bij stedelijke ontwikkeling en dus is het belangrijk hoe steden die aanhoudende groei opvangen. Terwijl we vier dagen eerder in het geval van de platteland van bevolkingskrimp niet mochten spreken: plattelandsgemeenten waren “in een transitiefase”. Daar in het Paleis werd weliswaar toegegeven dat jongeren het platteland verlaten, maar die zouden terugkeren als de plattelandsgemeenten zich hun lot meer zouden aantrekken. Over buitenlandse migranten hoorde ik niets. Kennelijk zijn we ver voorbij de crisis. Overal ziet men weer groei.

Tijdens het International Social Housing Festival introduceerde Michelle Provoost van het Rotterdamse onderzoeksbureau Crimson die zondag vier steden die bijzondere migratie-geschiedenissen kennen: Prato in Italië, Aarhus in Denemarken. Londen en Wenen. Het voorbeeld van Prato ging over Chinese migranten in de kledingindustrie, Aarhus over de opvang van Syriërs, Londen over migranten uit de hele wereld, Wenen over de invasie uit Oost-Europa en de Balkan. Opvallend was dat elk van de sprekers liet zien dat opvang en integratie vooral in het informele en ongeplande plaatsvinden, niet in de gereguleerde systeemwereld van instanties en overheden. In Londen ging het om oude, vieze hoofdstraten waar migranten de straathandel nieuw leven inblazen, in Prato de vergeten publieke ruimte waar kunstenaars en migranten nieuwe ontmoetingsplekken creëren, in Aarhus de leegstaande openbare gebouwen, in Wenen de private huursector. Vooral Prato was illustratief. De Italiaanse autoriteiten, aldus Massimo Bressan, dachten de Chinese migranten te kunnen exploiteren, maar die bedachten hun eigen strategie. Chinezen kopen daar nu massaal vastgoed op en omzeilen daarmee de programma’s van de autoriteiten. Onmacht en onvermogen om met migratie om te gaan lijken overal groot. Onmacht, aldus Provoost, tekent ook de kabinetsformatie in Nederland, die is vastgelopen op uitgerekend de migratie.

Tagged with:
 

Gelezen in ‘Fiber City Tokyo 2050’ van Hidetoshi Ohno:

Gerelateerde afbeelding

Komende donderdag is er een besloten bijeenkomst over bevolkingskrimp in het Paleis op de Dam in Amsterdam. Interessant. Ik zal er ook zijn. Eerder al schreef ik over de krimpende randen van Tokio. De Japanse bevolking als totaal krimpt al een hele tijd. Nu bereikt de Japanse bevolkingskrimp ook de randen van hoofdstad Tokio. De bevolking in het centrum verjongt, die in de buitenwijken wordt snel ouder.Vanaf 2020 zal zelfs de allergrootste megastad op aarde licht gaan krimpen. De Japanse architect Hidetoshi Ohno heeft daarom vanuit Tokyo University een strategie ontwikkeld om met die bevolkingskrimp in de randen van Tokio duurzaam om te gaan. In ‘Fiber City’ noemt hij vier strategieën die vezels en netwerken als uitgangspunt voor toekomstige ontwikkelingen nemen: straten en netwerken van openbaar vervoer. In plaats van de aandacht te richten op vlakken en volumes, zouden de planners zich meer moeten richten op de leven brengende vezels van de stad en daar het toekomstige leven omheen organiseren. Ouderen zijn sterk afhankelijk van openbaar vervoer en hebben baat bij de nabijheid van stations, water, winkels en vitaal straatleven. Huizen dicht bij stations en winkels kunnen daarom blijven, maar de rest moet worden afgebroken en door groen vervangen. Fiber City accepteert krimp als toekomstbeeld, rekent af met het modernisme en richt de stedelijke ontwikkeling op een steeds ouder wordende bevolking.

Een van de strategieën is om het centrale wegenstelsel binnen de ‘loop’ te vergroenen en geschikt te maken voor wandelen en fietsen in plaats van autoverkeer. Bij ernstige calamiteiten kan dit groene wegenstelsel dienen voor hulpdiensten die bij rampen snel in het centrum moeten acteren. Een tweede strategie richt zich op lelijke en vergeten vezels en wil deze opknappen, schoonpoetsen, tot nieuw leven wekken. Een derde strategie – Groene Vingers – probeert de uitgestrekte suburbane gebieden te reorganiseren door sterke ruimtelijke concentratie rond spoorwegstations na te streven, terwijl woningen op afstand daarvan worden afgebroken en vervangen door vegetatie: het plan streeft hier een stelselmatige vergroening van de randen van Tokio na door middel van nieuwe parken, landbouwgrond en campusontwikkeling. Door hier zes procent van de grond aan het bebouwde oppervlak te onttrekken zal de grondprijs in de rest van de metropool stijgen. Met die opbrengsten kan volgens de planners de vergroening elders worden gefinancierd. Je kunt ervan zeggen wat je wilt, maar zo’n nationale krimpstrategie zouden wij voor heel Nederland – qua oppervlak slechts driemaal Tokio – ook eens moeten ontwikkelen.

Tagged with:
 

Hoe de randen van Tokio krimpen

On 8 juni 2017, in regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Tokyo’s Urban Growth, Urban Form and Sustainability’ (2010) van Junichiro Okata en Akito Murayama:

Afbeeldingsresultaat voor declining population tokyo

bron: The Asahi Shimbun, January 9, 2012

Afgelopen maand werkbezoek gebracht aan Tokio. Ditmaal om deel te nemen aan een seminar, georganiseerd door Darko Radovic, hoogleraar Architectuur en Stedenbouwkundig Ontwerpen aan Keio University. Radovic had een boeiend programma samengesteld rond twee bijzondere wereldsteden: Amsterdam+Tokio. Beide – hoewel heel verschillend van formaat en karakter – ondervinden de druk van de globalisering en proberen daar lokale antwoorden op te vinden. Sprekers gingen in op die strategische en tactische responsen. Voor Tokio waren dat onder andere Kengo Kuma, Hiroto Kobayashi, Darko Radovic en Jinnai Hidenobu, voor Amsterdam spraken Pieter Klomp, Paul Chorus, Mirjana Milanovic en ikzelf. Voor het gemak vatte ik in mijn lezing Amsterdam op als de Metropool Nederland, waardoor ik een zeer uiteengelegd stedelijk veld van 17 miljoen inwoners kon vergelijken met een compacte, duurzame megastad van 37 miljoen.

Meest opmerkelijke trend in de Aziatische megastad is dat Centraal Tokio sinds 1996 sterk in inwonertal groeit. Dat is decennialang anders geweest. Toen vluchtten gezinnen de stad uit, net als bij ons, naar buiten. Nu is de trend precies omgekeerd. Ditmaal gaat het vooral om eenpersoonshuishoudens die het grootstedelijke centrum opzoeken. Meer dan de helft van de nieuwe woningen betreft hier studio’s en appartementen in nieuwe, dikwijls zeer grote gebouwencomplexen. Het immer rusteloze Tokio verandert opnieuw snel van karakter: overal ziet men ineens torens en schijven verrijzen, terwijl het ‘oude’ Tokio nog werd gekenmerkt door VINEX-achtige structuren van overwegend laagbouw in uitgestrekte buitenwijken. Veel appartementen in het centrum tellen overigens niet meer dan één kamer, mensen schikken hier in, het gemiddelde vloeroppervlak van woningen in Tokio daalt zienderogen. Deze sterke verdichting roept allerlei nieuwe problemen op. Extra capaciteit van het openbaar vervoer is nodig, maar ook mooiere parken en betere fietsvoorzieningen. Ondertussen verdunnen de randen. Daar is de auto aan de winnende hand, die met een nieuwe rondweg door de Japanse staat op haar wenken wordt bediend. In 2020 is de National Capital Region Central Loop Road gereed. In Nederland gebeurt precies hetzelfde: Amsterdam en omgeving groeien en verdichten, terwijl de rest van Nederland verdunt en krimpt. Tokio juicht deze ontwikkeling toe. Bij een ouder wordende bevolking, stelt de stad, past een compacter stedelijk patroon, kleinere woningen, goed openbaar vervoer en uitstekende voorzieningen. Laat de periferie maar krimpen.

Tagged with:
 

In de steden broeit iets

On 12 november 2016, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Unwinding’ (2013) van George Packer:

Afbeeldingsresultaat voor the unwinding packer

George Packer, journalist bij The New Yorker, schreef drie jaar geleden een boek over dertig jaar Amerikaans verval. Ik las het in één adem uit. Drie Amerikaanse burgers volgde hij op de voet vanaf 1978 tot 2012: de ondernemer Dean Price in Rockingham County, North Carolina; de zwarte ongehuwde moeder Tammy Thomas in Youngstown, Ohio; en de Democratische politicus Jeff Connaughton in Washington DC. Tussendoor maakt hij uitstapjes naar zonnig Tampa, Florida, verlicht Silicon Valley, California, en verdorven Wall Street, New York. Zo ontvouwt zich in meer dan vierhonderd bladzijden een drama van wereldformaat: de keiharde de-industrialisatie, de opmars van het grootbedrijf, de leegloop van het platteland, de financialisering van de economie, de ondergang van de middenklasse, de verarming van de suburbs, de groeiende economische ongelijkheid, het verval van politieke normen, alles uitmondend in de financiële crisis van 2008. Ze noemen het globalisering. Treurigmakend boek. Ik begrijp de woede en frustratie, die zit op het platteland en in de buitenwijken. De mensen daar hielpen Trump en Poetin aan de macht. Het is een regelrechte contrarevolutie.

Het boek deed sterk denken aan ‘Expulsions’ (2014) van de Amerikaanse sociologe Saskia Sassen. Ook dat recente boek schetst een omvattend beeld van verarming, verlies en verdrijving, samenvallend met processen van verrijking onder slechts twintig procent van de westerse bevolking. In Azië komt weliswaar een middenklasse op, maar volgens Sassen zal deze qua omvang uiteindelijk toch relatief beperkt blijven. Ook daar ziet ze vormen van onderdrukking en verlies. Ze wijst op de verwoestende werking die groeiende complexiteit heeft op de planeet aarde en wijst op de militarisering van de staat als dominante reactie. Volgens haar heeft niemand hier meer greep op. Achter ons ligt een periode van maatschappelijk opbouw en groeiende samenhang, voor ons ligt een periode van afbraak, uitstoting en oorlog. Weet u waar me haar boek aan deed denken? Aan ‘Het einde van de rode mens’ (2013) van Svetlana Alexijevitsj. Net als de Sovjet-Unie in 1989 stort het Westen nu in. Zoiets. Toch zien Sassen en ook Packer nog lichtpuntjes. De emancipatie van minderheden in de grote steden zet door, mensen daar komen in verweer, Occupy was een begin, in de steden broeit iets.

Tagged with:
 

Gemiste kans

On 10 november 2016, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De emancipatie van de periferie’ (2016) van Floris Alkemade:

 

Charmant maar flets essay van de rijksbouwmeester, Floris Alkemade. Of eigenlijk is het een gesproken tekst bij plaatjes. Op 1 november lanceerde Alkemade zijn ‘Emancipatie van de periferie’ in Scheveningen tijdens het zogenoemde rijksbouwmeesterscongres. In het verhaal, aldus het bijgeleverde persbericht, “ageert hij tegen de focus van planners op de stadscentra en pleit hij voor het benutten van de dynamiek en ruimte die de periferie biedt.” Hoezo focus van de planners op de stadscentra gericht? Was het maar waar. De focus van VINEX  en post-VINEX is juist op netwerken gericht, op dit moment ontbreekt zelfs elke focus. Het is een oude retorische truc: je afzetten tegen een denkbeeldige vijand. Geen woord over duurzaamheid, want daar is deze nationale bouwmeester niet van. Wel iets over leegstand. Maar denk niet dat dit tot inkeer leidt. Leegstaande woningen zullen verloederen en moeten dus worden gesloopt, maar Alkemade bestemt ze voor werken. Dream on! Opnieuw een pleidooi voor suburbanisatie en ruimtelijke spreiding afkomstig uit Haagse kokers. We komen er maar niet van af. Nee het is nog veel erger. Volgens de Brabander Alkemade heeft de Randstad afgedaan en moeten we het stedelijke veld nog veel groter trekken. Hij spreekt van een uitvergrote Randstad richting zuiden en oosten, precies zoals de bedenkers begin jaren ‘60 hadden voorspeld.

Wanneer hij over de structuur van de nationale verstedelijking schrijft, noteert Alkemade het volgende:  “Binnen deze structuur valt de zelfstandige kracht van Amsterdam op dat als enige echte Nederlandse metropool een uitzonderlijk sterke identiteit en aantrekkingskracht heeft.” Dit rangschikt hij onder “het fenomeen van de ongeremd aantrekkelijke hoofdsteden (…).” Een kaartje van Parijs zet hier de toon. Ja, Parijs! Banlieus! Het leidt volgens hem tot een ‘altijd weer pijnlijke segregatie van kansrijken en kansarmen’. Niet goed dus. Waarop hij de zoveelste lofzang op de polynucleaire structuur van de Nederlandse verstedelijking zingt. Alkemade: “Juist de open structuur biedt condities en een dynamiek die een palet aan gespreide ontwikkelingen mogelijk maakt.” Niet dus, juist een compacte, verdichte structuur biedt gunstige condities voor innovatie, ontwikkeling en bloei. Maar nee hoor, we gaan weer ruimtelijk spreiden. “Op het moment dat het verstedelijkte midden van Nederland in al zijn samenhang onderzocht en ontwikkeld wordt, ontstaat een metropool met ongekende kwaliteiten.” Nee joh, dan ontstaat er een zeer dunbevolkte metropool van bizarre afmetingen en gedomineerd door infrastructuur en verstoken van grootstedelijkheid. Zullen we dit maar beschouwen als een gemiste kans?

Alles begint klein

On 2 november 2016, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 9 september 2016:

 

Charleroi, het Youngstown van Europa, bestaat dit jaar 350 jaar. De kwijnende Waalse stad met nu nog 200.000 inwoners dankt zijn geboorte aan de bouw van een fort waarvan de eerste steen door de Spanjaarden werd gelegd in 1666. In 1871 werd het fort weer afgebroken, maar Charleroi groeide stug door en had het fort allang niet meer nodig. Sterker, vanaf midden negentiend eeuw beleefde Charleroi zijn grootste bloeiperiode. Feitelijk bestaat de stad nu uit een samenraapsel van dorpen die door de opkomende mijnbouw tijdens de Industriële Revolutie uit hun voegen barstten en wanordelijk aaneen zijn gesmolten. In de jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw sloten de meeste mijnen en er kwam weinig voor in de plaats. Sinds 1985 krimpt de bevolking van Charleroi, dus probeert de Waalse regering, gesteund door de EU, de stad met veel overheidssubsidies aan de praat te houden. Het vliegveld is een publiek paradepaardje, waar vooral Ryanair van profiteert, maar ook een dure metro werd aangelegd, die overigens nooit in gebruik is genomen. Schandaal volgde op schandaal. De werkloosheid is er onverminderd hoog (20 procent) en de bevolkingskrimp zet door. Welkom in de Rust Belt van Europa, een problematisch gebied dat loopt van de Britse kolenbekkens via Wallonië naar het Ruhrgebied tot aan het Poolse Silezië, met Rotterdam als vooruitgeschoven post aan de Noordzee.

Afgelopen zomer sloot de vestiging van het Amerikaanse machinebouwer Caterpillar in Charleroi zijn deuren. Ruim tweeduizend mensen verloren hun baan. De kranten stonden er vol mee. De toon was opnieuw opstandig, verontwaardigd en tegelijk neerslachtig. Men wees beteuterd op de opgeknapte benedenstad en de plannen om ook de bovenstad te gaan aanpakken. Er was al veel goeds gedaan. Misschien nog te weinig citymarketing? De analyses noemden alle het ontbreken van een universiteit en dus jonge studenten. Nee, als die er kwamen, dan zou het met Charleroi wel weer goedkomen. Maar geen krant meldde dat de stad de komst van een universiteit in de jaren zestig hautain van de hand had gewezen, waardoor deze uiteindelijk in Louvain-la-Neuve was neergestreken. Opnieuw miljoenen overheidsgeld in Charleroi steken, nu alsnog voor een universiteit? Nee, want dat is precies het probleem: de staat begrijpt steden niet. De stad moet het zelf doen, met zijn eigen inwoners. Een eigen belastinggebied zou al helpen. En verder? Door de inwoners te activeren. Niet met brood en spelen, vliegvelden of citymarketing, maar door mensen bij elkaar te brengen. Alles begint lokaal. Alles begint klein. Alles begint met lokaal ondernemerschap.

Tagged with:
 

Het Oosten tegen het Westen

On 15 september 2016, in economie, by Zef Hemel

Gezien op televisie op maandag 12 september 2016:

Afbeeldingsresultaat voor youngstown ohio eelco bosch van rosenthal

Geniale teevee! Twee documentaires afgelopen week gezien die ik werkelijk niet had willen missen. De eerste aflevering van ‘Droomland Amerika’ over Youngstown, Ohio, bij de VPRO, de tweede ‘Het laatste jaar van FC Twente’ over Enschede, Overijssel, bij de VARA. De ene ging over politiek, de ander over voetbal. Met schitterende rollen van Eelco Bosch van Rosenthal (Youngstown) en Erik Dijkstra (Enschede). De parallellen zijn gemakkelijk te trekken. Youngstown en Enschede zijn beide steden in de Rust Belt: voorheen was hier bloeiende industrie – staal respectievelijk textiel – en verdienden de inwoners een dikke boterham met keihard werken, nu is er alom malaise, de industrie is vertrokken en beide steden krimpen. Met het Twentse voetbal gaat het ook al niet goed, met de Amerikaanse politiek evenmin, want Trump gaat in Youngstown zeker winnen. En wat doet Wilders in Twente? Ik voorspel hem een ruime zege. Je ziet de onmacht, de woede en de frustratie van de mensen die het allemaal overkomt. Hun slachtofferschap reageren ze af op een vermeende vijand. In Enschede is dat ‘het Westen’, lees: de KNVB die FC Twente laat degraderen, in Youngstown is dat ‘de wereld’ die de staalstad liet doodbloeden. Ze lijken niet te begrijpen dat ze in een wingewest wonen, dat speelbal is van wereldmarkten en van megasteden.

Trump landt met zijn Boeing in Ohio en belooft de mensen de terugkeer van de staalindustrie. Dat zijn loze beloften. Het minderwaardigheidscomplex van de aanhangers van FC Twente is al even schrijnend. Hun liedteksten gaan je door merg en been. En dan dat terugverlangen naar het verleden, die romantiek van de vroegere overwinning: FC Twente die landskampioen werd in 2010, Boom Boom Mancini die wereldkampioen boksen werd in de hoogtijdagen van Youngstown. Daarna volgden mismanagement, corruptie en schandalen. Je wil het niet weten. Ondertussen wijt men de malheur aan de ‘globalisering’, de ‘Randstad’, het rijke Westen. De mensen geloven het nog ook. Is het werkelijk? Steden moeten gewoon diverser worden, niet stilstaan, hun economieën moeten rijker en complexer worden. Vertrouwen op die ene kaart – staal, textiel – is niet genoeg; vroeger of later zal die het loodje leggen. Een administratiecentrum van het Pentagon uit Washington verplaatsen naar Youngstown is een politieke wanhoopsdaad en zeker geen oplossing. AZC’s, gevangenissen en kazernes openen zijn dat evenmin. Steden moeten aan de bak. Doen ze dat niet, dan komt uiteindelijk de man met de zeis. Die velt ze, genadeloos. Het is van alle tijden. Goede, grote, complexe steden bouwen, er zit niets anders op.

Tagged with:
 

Grotere steden, meer platteland

On 30 december 2014, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in CBS Webmagazine van 8 december 2014:

Bevolkingsgroei 2012-2025 naar regio


Hoe ziet onze toekomst eruit? Nederland telde op 1 januari 2014 16.829.289 inwoners. De bevolkingsgroei bedroeg in 2013 daarmee 0,3 procent. In de helft van de gemeenten kromp de bevolking, maar vooral in de grote steden nam deze juist toe. Het verschil tussen stad en land wordt dus snel groter. Raad eens in welke gemeente de bevolking het afgelopen jaar relatief het snelste groeide? Niet Amsterdam of Utrecht, maar Diemen, onderdeel van de Amsterdamse agglomeratie. In 2060 verwacht het CBS voor ons land 18,1 miljoen inwoners. Dat betekent dat de Nederlandse bevolking ook de komende dertig jaar zal blijven groeien. Belangrijkste oorzaak: een positief migratiesaldo. Hoe ziet Nederland er in 2060 uit? Als zowel krimp als groei doorzetten, dan zullen er weer echt grote steden ontstaan. Maar ook vormt zich een heus platteland. Alle pogingen uit het verleden om de bevolking vast te houden op het land of te spreiden zullen dan teniet worden gedaan. Sterker, al die naoorlogse bebouwing zal weer moeten worden afgebroken en opgeruimd.

Grote steden dus. Primos houdt rekening met meer dan 1 miljoen Amsterdammers in 2040, meest hoger opgeleiden; Groot-Amsterdam nadert dan de 3,5 miljoen. Hoe groot wordt die andere grote stad, Rotterdam? Ik heb de bevolkingsprognose uit oktober 2012 geraadpleegd. Rotterdam telt op dit moment ruim 616.000 inwoners. Na een daling tussen 2004 en 2008 heeft de Maasstad toch weer de weg omhoog gevonden. De sterkste groei doet zich voor in de binnenstad, waar op dit moment woontorens worden gebouwd. Maar de cijfers worden vooral gunstig beïnvloed door de fusie met Rozenburg in 2010. De demografen verwachten dat Rotterdam de komende jaren verder zal groeien, zij het “minder snel dan in het recente verleden”. Allicht. Wel wordt het saldo van de binnenlandse migratie negatief. Dat betekent dat de groei in Rotterdam vooral door de opname van buitenlanders zal plaatsvinden. In 2030 worden 660.000 Rotterdammers verwacht. Tenzij de gemeente opnieuw besluit tot een fusie met een randgemeente. Amsterdam wordt dus een metropool van hoog opgeleiden, Rotterdam van laag opgeleiden. De contrasten worden in velerlei opzichten groter. Ben benieuwd of de politiek dat aankan. Wanneer zijn er ook alweer verkiezingen voor Provinciale Staten? Gelukkig nieuwjaar!

Tagged with:
 

Verschil of diversiteit?

On 18 december 2014, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gehoord in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam op 15 december 2014:

Distribution des villes selon Christaller

Het werd een volle bak, de pre-startbijeenkomst voor het Jaar van de Ruimte 2015 in Pakhuis de Zwijger, afgelopen maandagavond in Amsterdam. Bijna vierhonderd mensen – meest vakgenoten – luisterden naar zes sprekers die elk in 15 minuten probeerden een toekomstagenda voor Nederland te maken: Reinier de Graaf (intro), Maarten Hajer (productie), Marleen Stikker (netwerken), Marjan Minnesma (kringlopen), Zef Hemel (steden) en Henk Ovink (water). Natasja van den Berg praatte alles aan elkaar. Wat er zoal voorbijkwam? Van alles.Veel verwarring dus, maar ook opwinding. Het jaar 2015 moet immers nog beginnen. Directeur Nationale Ruimtelijke Ordening van het Ministerie van Infrastructuur Hans Tijl sloot de avond af. Zijn departement zal het komend jaar vooral luisteren, zei hij, het land intrekken en als gelijkwaardige partij deelnemen. Geen visievorming meer vanuit Den Haag.

Reinier de Graaf (OMA) sprak in zijn inleiding niet over Nederland, maar over de wereld. Als uitgangspunt nam hij Thomas Piketty’s ‘Capital in the 21st Century’. De bijna honderd jaar die achter ons liggen, zei hij, blijken achteraf beschouwd uitzonderlijke jaren in de menselijke geschiedenis. Nooit waren we zo gelijk. Jaren ook van grootse utopiën. Deze goede jaren liepen af in 1989. Eerst dachten we dat overal democratie zou uitbreken, maar dat bleek niet het geval. Er begon juist een periode van grote politieke turbulentie en groeiende ongelijkheid. Autocratische regimes zijn aan de winnende hand. Echter, de Nederlandse regering van 2030, schatte De Graaf, zal niet anders zijn dan die van 1980. Mooi. Mijn eigen verhaal sloot er naadloos bij aan. Ebenezer Howard’s tuinstedenschema en Walter Christaller’s centraleplaatsentheorie hebben de ruimtelijke inrichting van ons land bijna honderd jaar gedomineerd: ze genereerden – aangestuurd van bovenaf – een ruimtelijk patroon van gelijkheid, regelmaat, hiërarchie, veel infrastructuur en bewust kleingehouden steden. Het resultaat blijkt achteraf niet duurzaam. Howard en Christaller zijn ook passé omdat we de komende jaren te maken krijgen met sterke metropoolvorming versus krimp: groeiende ruimtelijke ongelijkheid dus. Beide feiten vragen om een heel ander soort planning: niet meer centraal gestuurd, maar interactief, lokaal, regionaal, holistisch, improviserend, bovenal menselijk. We zullen verschillen moeten leren waarderen als diversiteit. En complexiteit niet langer afwijzen.

Echte krimp

On 27 augustus 2014, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Last Man in Russia’ (2013) van Oliver Bullough:

The Last Man In Russia by Oliver Bullough

Alcoholisme is de norm in Rusland, aldus de Britse historicus Bullough. Nergens ter wereld wordt zoveel alcohol ingenomen als in het Russische rijk van Vladimir Poetin. De gemiddelde levensverwachting van de Russische man ligt amper boven de zestig jaar. De afgelopen twee decennia is hij met nog eens vier jaar gedaald. De Russische bevolking krimpt sterk. Telde het grootste land ter wereld in 1991 nog 148 miljoen inwoners, in 2010 was haar aantal gedaald tot 142 miljoen. "The Russian nation is shriveling away from within." Drank is de hoofdoorzaak. Waarom drinken de Russen zoveel? Daarover gaat ‘The Last Man in Russia’. Het boek schetst een huiveringwekkend beeld van het naoorlogse Rusland. Mensen zijn er op grote schaal gaan drinken omdat de Russische staat de mensen al honderd jaar niet vertrouwt en er alles aan doet om de mensen ongelukkig te maken.

Een paar recente cijfers. Rond Moskou, in het oude machtscentrum van het Russische rijk dat ooit Napoleon en Hilter weerstond, is het beeld er een van armoede en ontbering. "Thousands of villages are empty. Thousands more are home to a handful of pensioners, and will be empty too within a couple of decades. Some towns have halved in population in twenty years." Voor Rusland als geheel is het beeld nog dramatischer. Van de 153.000 dorpen die het immense land telt, zijn nu 20.000 dorpen verlaten. Nog eens 35.000 dorpen tellen minder dan tien inwoners. De inwonertallen van de steden zijn nog veel sneller gedaald. Sinds 2000 verloren de Russische steden 3,7 miljoen inwoners, dat is meer dan 3 procent. Feitelijk is het moderne, ontwikkelde land dus bezig met een proces van ontstedelijken. Dat is uniek. Ook de bevolking van Frankrijk en Duitsland krimpt, maar die krimp is anders. In Rusland is de oorzaak gelegen in een vroege dood. Door drankmisbruik. Grote uitzondering is Moskou. Alleen Moskou groeit. Daar heeft zich tachtig procent van het Russische kapitaal geconcentreerd. De stad telt nu meer dan 10 miljoen inwoners, de talloze illegale immigranten niet meegerekend. Ze is daarmee veruit de grootste metropool van Oost-Europa. Zal ze verder groeien? Terwijl de rest van het land leegloopt? Hoe loopt dit af? Kan dit goed aflopen? Lezen dit boek!

Tagged with: