Mensen blij maken

On 17 november 2011, in sport, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 3 september 2011:

Drie interviews met drie vooraanstaande Britten over de komende Olympische Spelen in Londen: een met Sebastian Coe, voorzitter van ‘London 2012’, in NRC Handelsblad, een interview met Michael Payne, oud-directeur marketing van het IOC, in De Volkskrant van 15 september, en een interview met Iain Sinclair, tegendraads chroniqueur van Londen, in NRC Handelsblad van 29 augustus 2011. Twee zijn positief, een negatief. Moet Amsterdam of Rotterdam zich ook kandidaat stellen? Coe is ronduit positief. “Het wordt historisch omdat is aangetoond dat een stad, en in zekere zin ook een land, erdoor verandert. Kijk naar Sydney en Barcelona, dat zijn nadien bruisende, toeristische steden geworden.” Coe durft zelfs te beweren dat de Olympische Spelen in Moskou (1980) de ontmanteling van de Sovjet Unie hebben ingeluid. Altijd doen dus. Payne schat de kansen van de Nederlandse steden zelfs aanzienlijk:“Het IOC is als een groot bedrijf. Dat boort nieuwe markten aan. Maar ze weten ook dat ze hun thuismarkt moeten blijven bedienen.” Eisen dat de Spelen in 2028 naar Nederland komen, acht hij echter niet verstandig. “Zo werkt het niet, met alle externe krachten die rond de toekenning van de Spelen actief zijn.” Alleen Sinclair is negatief: “Ik kan me niet voorstellen dat Nederland zich ooit aan iets ter grootte van de Olympische Spelen zou wagen,” zegt hij. Over Londen: “hun idee is om geld in de buurt, de gemeenschap te blijven steken. Moet je toch kijken. Het is nu al een ramp. Dit is de reclame! De Nederlanders mogen verheugd vaststellen dat dit een volstrekt apocalyptische ramp is en denken: ‘Nou, maar goed dat we dit allemaal hebben voorkomen!” Volgens Sinclair is een interessante, complexe geschiedenis van rauwe landschappen, bloeiende bedrijfjes en veelsoortige gemeenschappen in Londen door de OS volledig weggevaagd.

Op het eind van het interview geeft Sebastian Coe de Amsterdammers nog een goede raad. Denk goed na over hoe je de Spelen – 52 wereldkampioenschappen met 12.500 deelnemers en 800.000 bezoekers in twee weken – wilt organiseren en vooral waarom je ze wilt organiseren. Zijn advies deed me denken aan een recente ingezonden brief van Eric Bartels, bedrijfsstrateeg, waarin deze Philips vergeleek met Apple. De toegevoegde waarde van Apple is vele malen groter dan die van Philips. “Bij Philips staan al jarenlang hoe-mensen aan het roer. Procedure-mensen, apparatsjiks, managers, corporate climbers.” Bij Apple echter worden producten alleen maar ontwikkeld vanuit een eigen waarom, “vanuit een bepaald idee hoe mensen blij gemaakt kunnen worden.” Onredelijkheid is nodig. Aan middelmaat heb je niets. De vraag ligt dus voor: hoe kan Amsterdam de wereld blij maken met de Olympische Spelen? Dat lijkt me een goede brainstorm waard.

Tagged with:
 

Olympic legacy

On 13 september 2011, in sport, by Zef Hemel

Gelezen in The Guardian London2012blog van 16 augustus 2011:

Afgelopen week haalde de wethouder sportzaken van Amsterdam, Eric van der Burg, het nieuws met zijn mededeling dat hij nu toch eindelijk een beslissing van het kabinet verwacht inzake de stad die zich kandidaat mag stellen voor de Olympische Spelen van 2028. Amsterdam wil het graag. Op zichzelf is dat al opmerkelijk. Het jaar 2028 was immers gekozen omdat honderd jaar eerder, in 1928, de Spelen óók in Amsterdam plaatsvonden. Desondanks lijkt het kabinet een besluit opnieuw voor zich uit te schuiven, dit keer tot vlak vóór de Spelen van Londen, dus tot juni 2012. Nog negen maanden extra geduld, kortom. Het kabinet Rutte kan niet zo snel tot zijn beslissing komen. Een slechte start, zou je zeggen.

In de verlengde pauze richten wij onze aandacht dan maar op Londen. Daar staat de teller inmiddels op 12 miljard pond. Hoe staat het met de voorbereiding van de Spelen die over negen maanden zullen losbarsten? Het Britse dagblad The Guardian heeft er een speciale weblog aan gewijd. Vorige maand werd daar teruggeblikt op de zomerse rellen. U weet wel, de jonge mannen die winkels plunderden in de arme buurten van de stad. Ook de buurten rond het Olympic Park kregen het flink te verduren. De vraag werd toen gesteld in hoeverre de bouw van het Park werkelijk helpt in het bestrijden van de plaatselijke werkloosheid. De stadsbestuur had inzake dit onderwerp nogal hoge verwachtingen gewekt. Nu blijkt dat van de 10.000 bouwvakkers circa een kwart afkomstig is uit de vijf arme buurten die grenzen het Olympisch gebied. Daar weer een kwart van was werkloos geweest voordat aan de bouw van de stadions en het Olympisch dorp was begonnen. Uiteindelijk gaat het dus om 1500 mensen die dankzij de Olympische Spelen aan werk zijn geholpen. Valt het tegen? 12 miljard voor 1500 man? Wel als door de autoriteiten vooraf meer was beloofd. “One of the problems with the Games as a regeneration project is that its very nature makes the sensibly measured management expectations unlikely, perhaps impossible. The spending of vast sums of public money guarantees vast quantities of hostile questioning, which in turn produces vast amounts of upbeat assertion about the wisdom of the investment and the wealth of future benefits it will bring.” Hoe meer eerst was beloofd, hoe genadelozer het publiek achteraf met zijn bestuurders afrekent. “It’s a no-win situation, perhaps inherent in grand urban improvement schemes of all kinds.” Precies, zo is het. Als ik bestuurder was zou ik vooraf voorzichtig zijn, maar voor het organiseren zeker niet terugdeinzen. Voor een metropool als Londen zijn de Olympische Spelen altijd de moeite waard.

Tagged with:
 

Olympische schuld

On 23 juni 2011, in sport, by Zef Hemel

Gehoord in Rotterdam op 22 juni 2011:

Gisteren gesproken op het Nationaal Congres over Olympische Sportaccommodaties in Rotterdam. Aanwezig was de fine fleur van de Nederlandse gemeenten op het gebied van sportvoorzieningen, hun raadgevers en architecten. Titel van mijn lezing: ‘Olympische Polis: sport als stedenvormende kracht.’ Het ging over de rol die sport speelt in de moderne grootstad en hoe Amsterdam daarmee omgaat. Maar eerst vertelde ik over ons bezoek aan Londen. Die Londense ervaringen de afgelopen maanden interesseerden het publiek wel. Je wordt er ook enthousiast van. Mijn opmerking dat de aanvankelijk begrote kosten van de Spelen in Londen 2012, groot tweeënhalf miljard euro, waren overschreden met bijna zeven miljard, leidde echter tot grote opschudding. Dacht men dan werkelijk dat het organiseren van de Spelen zo weinig zou kosten? In Londen begrepen ze het wel. In de zaal circuleerde een bedrag van ruim vier miljard euro dat men kennelijk als redelijk beschouwde. Getuigt dat van goed koopmanschap?

Wat kostten die andere Olympische Zomerspelen? Een rijtje. Athene (2004) was net even een miljard duurder dan Londen: 10 miljard euro. Dat was dan wel het dubbele van wat er was begroot. Het tekort op de Griekse begroting steeg hierdoor tot boven de 4 procent, hetgeen de Europese Commissie ertoe bracht een reprimande aan de Griekse regering te geven (toen al!). Er resteert nog altijd een schuld van 7,2 miljard die de Grieken hun geldschieters moeten terugbetalen. De stand van zaken van de Helleense staatsbegroting is iedereen genoegzaam bekend. Atlanta bleef met een schuld zitten van 609 miljoen dollar en Sydney moet nog altijd bloeden voor 700 miljoen. (Die bedragen zijn vergelijkbaar met de extra kosten voor Amsterdam voor de Noord-Zuidlijn). Alleen Los Angeles (1984) kwam met winst uit de Olympische Spelen tevoorschijn. Maar dat hield verband met de uitzendrechten, die de stad grotendeels zelf opstreek. Die truc is sindsdien niet meer mogelijk, want het IOC eist die inkomstenbron tegenwoordig voor zich op. Overigens kostten de Olympische Spelen in Sydney in totaal 4 miljard euro. Dat rekensommetje klopt aardig met wat men in de zaal in Rotterdam aanvaardbaar achtte. Weerhoudt dat ons ervan om een stad in Nederland in 2019 te kandideren? Het is wachten op een uitspraak van de Nederlandse regering. Die heeft echter even geen tijd. Ze is bijeen om te bepalen of ze de Olympische schuld van Athene zal kwijtschelden.

Tagged with:
 

Duur, mooi en onmogelijk

On 11 april 2011, in sport, by Zef Hemel

Gehoord in Londen op 7 april 2011:

 

De kostenoverschrijdingen bij de Olympische Spelen in Londen 2012 zijn aanzienlijk. Wat heet, van de oorspronkelijk geraamde kosten van tweeënhalf miljard pond staat de teller nu op ruim negen miljard pond. Verreweg het grootste deel wordt opgebracht door de stad Londen zelf. Er is echter niemand in Londen die mort. Iedereen begrijpt dat je de kosten van een dergelijk uniek evenement niet nauwkeurig vooraf kunt ramen en dat er tijdens de bid bewust krap is begroot. Anders was je de Spelen zeker misgelopen. Londen wil het bovendien helemaal goed doen. Het evenement terugbrengen naar een soort basisniveau is gewoon niet aan de orde. Integendeel, naast het Olympische Park met zijn stadions, Olympisch dorp en vele sportvoorzieningen heeft de stad allerlei side programmes ontwikkeld voor de omliggende buurten, de scholen, lokale werkgelegenheid, marketing, handelsmissies, social engineering, noem maar op. In Londen beseffen ze terdege dat de Spelen een eenmalige kans zijn om de Britse metropool aan de wereld te tonen en dat die kans ten volle moet worden benut. Het is nu of nooit. Doel: investeringen uit de hele wereld naar de stad trekken.

Tijdens ons werkbezoek afgelopen week  raakten we onder de indruk van de enorme inzet van alle Londenaren om de Olympische Spelen tot een succes te maken. De organisatie van een dergelijk mega-evenement binnen de hectische metropool is, zeker in Londen, buitengewoon ingewikkeld, maar de focus is voor iedereen helder: de Spelen in 2012 moeten op tijd gereed zijn. Dat men voor het arme Oost-Londen heeft gekozen als locatie van de Spelen voelt ook goed. Er is daar nog veel ruimte, er kan nog behoorlijk worden verdicht en de infrastructuur is er uitmuntend, zeker als alle nieuwe metrolijnen en station Stratford International op tijd gereed zijn. Die infrastructuur is uiterst belangrijk omdat men er rekening mee houdt dat erg veel mensen uit de omgeving naar de Spelen zullen komen. Hoeveel precies is niet te voorspellen, maar Londen ligt buitengewoon gunstig in een zwaar verstedelijkte regio van zeker 120 miljoen inwoners. Er is echter één ding wat de Londenaren niet begrijpen. Dat is waarom volgend jaar de leden van het IOC hun intrek zullen nemen in het dure Mayfair. Straks zullen de sportbonzen in hun bolides dwars door Londen moeten reizen, van het rijke westen naar het arme oosten, over speciaal voor hen vrijgehouden autobanen. In het drukke Londense verkeer is dat bijna een onmogelijke, nee onethische opgave.

Tagged with:
 

Dirk Frieling (1937-2011)

On 9 april 2011, in ruimtelijke ordening, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in Nieuw Nederland 2050 (1987):

 

Dirk Frieling is niet meer. Donderdagavond kregen we een SMS-je van de altijd goed geïnformeerde Jaap Modder, die ons het droeve nieuws meldde. We zaten in een taxi in Londen, op weg naar ons eetadres. In Londen bezochten we de in aanbouw zijnde Olympische Spelen, gereed voorjaar 2012. We waren op dat moment juist in een roes. Nu vielen we ineens stil. Die avond zouden we dineren met een spin-in-het-web, een hele bijzonder dame. We zouden het hebben over metropoolvorming en wat de OS daarin zullen betekenen. Londen telt op dit moment ruim acht miljoen inwoners. Het is een uiterst competitieve, hectische metropool – een estuarium-metropool zogezegd, een unieke  negentiende  eeuwse wereldstad die aanvankelijk moeizaam tot nieuw leven is gewekt, maar die nu door grote ijver van velen heel snel groeit. De Olympische Spelen gebruikt de stad om – geloof het of niet – weer in zichzelf te geloven en ook praktisch om stevig ruimtelijk te verdichten. Aan de verlopen oostkant van de metropool moeten in korte tijd veel, heel veel mensen gaan wonen en werken. De Olympische Spelen ziet men als een krachtig vehikel om daartoe de investeringen aan te trekken.

Frielings grootste daad was Het Metropolitane Debat. Hij startte het debat omstreeks 1995. Heel voorzichtig begon hij toen het gesprek over metropoolvorming in de Hollandse delta. Hij kende zijn pappenheimers. In 1987 omschreef hij de Nederlanders als voorzichtige burgers, nuchtere mensen, “zonder aanvechting tot groots en meeslepend leven.” Praktische mensen ook, uiterst spaarzaam. Maar wel in goeden doen, want juist door hun spaarzaamheid waren ze op het eind van de twintigste eeuw welvarend geworden, goed doorvoed en dik tevreden. En aangezien de Nederlandse bevolking nauwelijks meer groeit en de economische groei ook op termijn bescheiden zal zijn, namen zulke spaarzame burgers geen initiatieven meer. Aldus Frieling in 1987. Zeker, Frieling zelf – in Nederlands-Indië geboren – wàs een Nederlander, maar wat je ook van hem zeggen kon, voorzichtig, praktisch, nuchter,  spaarzaam en initiatiefloos was hij niet. Hij zat juist boordevol initiatief. Net als zijn leermeester Cornelis van Eesteren zag hij de situatie in dit nuchtere land onder ogen en aanvaardde hij voluit de Nederlandse praktijk. Geen vlucht naar het buitenland voor hem, geen innerlijk verzet. Frieling begon het gesprek over metropoolvorming in de drassige delta, maar wist dat Nederlanders er niets van moeten hebben. Geen Olympische Spelen in dit kleine landje. Geen Londen hier, geen Moskou, geen Parijs, allemaal veel te groots en meeslepend. Hoe zal ik het zeggen? Nederland was voor de grote Dirk Frieling eigenlijk veel te klein.

Olympische ‘legacy’

On 7 februari 2011, in sport, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 19 juli 2010:

Binnenkort start voor de tiende keer de tweejaarlijkse Masterclass Stedenbouw, georganiseerd door de Amsterdamse DRO. Ditmaal betreft het de legacy van de Olympische Spelen in Londen 2012. Stedenbouwkundige Anna Vos is de master. Haar programma omvat niet alleen een analyse van de verwachte legacy van de spelen komend jaar in Londen, maar ook die van andere Europese Olympische steden uit het recente verleden. Op haar lijstje staat, naast Helsinki (1952) en München (1972), het Franse Genoble. In 1968 werden daar de Olympische winterspelen georganiseerd. Het Olympische dorp, Villeneuve genaamd, kwam afgelopen zomer negatief in het nieuws. Het bleek, veertig jaar na dato, in een probleemwijk te zijn veranderd, vergelijkbaar met de ergste banlieus van Parijs. Nadat de 27-jarige inwoner, Karim Boudouda, een casino had overvallen was hij in een wilde achtervolging door de straten van Grenoble door de politie gedood. Uit woede hadden jongeren daarop zestig auto’s in brand gestoken en had de politie met scherp terug geschoten. De incidenten voedden de vrees bij de Franse autoriteiten dat de grootschalige rellen in de Parijse voorsteden van 2005 zich vijf jaar later in Grenoble zouden herhalen.

Sinds 2005 investeert de Franse overheid jaarlijks 3 miljard euro in de verbetering van de leefomstandigheden in de 751 Franse stadsbuurten die als problematisch te boek staan. Ze zijn verspreid over zo’n veertig steden. Grenoble is daarvan één. Toevallig betreft het precies de legacy van de Olympische Spelen. Villeneuve is een modernistische woonwijk van overwegend hoogbouw, ontworpen door Prix de Rome-winnaar Henri Bernard, door Le Monde in 2009 uitgeroepen tot le symbole décrépi du socialisme municipal. Volgens Yazid Sabeg, ruim twee jaar geleden door president Sarkozy benoemd tot projectminister voor verscheidenheid en gelijke kansen, is veranderen moeilijk. “Frankrijk is een conservatief land, waar alles wat men zou wensen op de samenleving wordt geprojecteerd: gelijkheid, solidariteit, vrijheid. De werkelijkheid is anders.” In het interview dat de Volkskrant kort vóór de rellen in Grenoble met hem voerde, repte hij niet van stedenbouwkundige problemen. Hoogstens wilde hij kwijt dat rijke gemeenten niet willen delen met armlastige als het om huisvesting van allochtonen gaat. Opmerkingen over stedenbouw liet hij liever over aan zijn collega, Fadela Amara, Franse minister van Stedelijke Ontwikkeling. Maar die lag afgelopen zomer politiek onder vuur vanwege de uitzetting van de Roma uit Frankrijk. Ben benieuwd hoe de Masterclass straks de legacy ‘Villeneuve’ ondergaat.

Tagged with:
 

Olympische schoonmaak

On 25 juli 2010, in duurzaamheid, internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 8 juni 2010:

Twee maanden geleden werd het Braziliaanse Rio de Janeiro getroffen door extreem noodweer. Hele stukken favella, meest tegen de steile berghellingen gebouwd, sloegen weg. Er vielen 230 doden in de stad. Ruim dertig van hen woonden in één favella nabij het centrum: Morro dos Prazeres. Diezelfde sloppenwijk werd ook getroffen door aardverschuivingen in de jaren 70, 80 en 90. De favella is nu tenslotte toegevoegd aan een lijst van tientallen sloppenwijken die de burgemeester wil amoveren. Het WK voetbal in 2014 komt eraan, en twee jaar later de Olympische Spelen. De mensen moeten verhuizen, maar ze hebben zo’n donkerbruin vermoeden dat er dure appartementen zullen worden teruggebouwd. Morro dos Prazeres ligt erg gunstig en biedt een fraai uitzicht over de baai. Echter, in de jaren 60 en 70 zijn al eens ongeveer 300.000 bewoners van favelas verplaatst en dat bleek achteraf geen succes. “Alle nieuwe buurten van destijds zijn favelas geworden.” Doordat de overheid niet in de favelas optreedt anders dan met incidenteel keihard politieoptreden, zijn de buurtgewoners sterk op elkaar aangewezen. De onderlinge banden zijn zeer hecht. Iedereen helpt elkaar. De mogelijkheid om uit de favela te ontsnappen is heel klein. Het stigma is zo groot dat je lastig werk vindt buiten de favela. Haal dat maar eens uit elkaar. Van de 6 miljoen inwoners van Rio woont een derde in sloppenwijken. Ze wonen dicht bij hun werk. Openbaar vervoer is er erbarmelijk. Als het je al lukt om de mensen elders in appartementjes te krijgen, dan moet je ook het openbaar vervoer sterk verbeteren. Enzovoort.

Eind maart, vlak voordat het noodweer losbarstte, stond er een indrukwekkende reportage in Het Parool afgedrukt van Albert de Lange die aan dit alles mooi diepgang gaf. Het ging ook over de favelas van Rio. De Lange bezocht Nanko van Buuren. Met zijn organisatie Ibiss brengt deze Nederlander sociaal-medische zorg in de sloppenwijken. Aan jonge jongens die opgroeien in de legers van de drugsbazen bijvoorbeeld. Het is Ibiss gelukt in totaal 1400 van die jongens los te weken. Van Buuren wil ze een hospitality-training aanbieden met het oog op het WK en de OS. Dat is een andere benadering dan de overheid. Om een indruk van de omvang te geven: alleen in al Villa Cruzeiro hebben vierhonderd drugsbazen zo’n 3500 soldaten rondlopen met de AK47 als kleinste wapen. Vorig jaar vielen er 32.000 doden door geweld in Rio. “Het politiegeweld is ongekend, er zijn ook veel Brazilianen die de harde aanpak als enige oplossing zien, naar er bestaat sowieso de neiging om de dingen met kogels op te lossen.” Het wordt, zegt hij, “nog een ongelooflijke klus om de veiligheid te waarborgen rond het WK en vooral de Olympische Spelen. Daar spelen overigens niet alleen de gewapende bendes een rol in, ook de door en door corrupte politie.” Toch gelooft Van Buuren dat Brazilië op weg is een democratie te worden. Het vruchtbaarheidscijfer van vrouwen is in twaalf jaar gedaald van 3,8 naar 1,9. Ook de trek naar de grote stad is verminderd. De favelas groeien niet meer.

Tagged with:
 

Extravagant

On 26 april 2010, in stedenbouw, by Zef Hemel
Gehoord op Bakkum op 25 april 2010:
Afgelopen weekeinde sprak ik mijn broer en schoonzus, beiden architect. Met hun Amsterdamse bureau Information Based Architecture (IBA) hebben ze destijds, in een samenwerking met ARUP London, de prijsvraag gewonnen voor de nieuwe TV-toren in Guangzhou, China. Nu, zes jaar later, is de toren zo goed als gereed. Hoogte: 600 meter.
Mark vertelde hoe aan de overzijde van de rivier een tijdelijk stadion voor de Spelen wordt gebouwd. Vanuit het stadion kijk je straks voortdurend op de toren. Missen kan je hem niet. Dit najaar worden de Asian Games gehouden in de Zuid-Chinese metropool en dan wordt de toren officieel geopend. Ik vertelde hem over de toren die de Indiase kunstenaar Amish Kapur wil bouwen in Londen voor de Olympische Spelen in 2012. Ook dat betreft een samenwerking met ARUP in Londen en komt pal naast het stadion te staan.
Als je de twee torens met elkaar vergelijkt, ontstaat er een komische situatie. Waar de toren van IBA getordeerd naar de hemel reikt, als was het een elegante vaas, daar kronkelt de toren van Kapur dwaas naar boven en weer naar beneden, als een wild dier of buitenaards monster.
 
Het roept de vraag op waarom steden zulke vreemde torens willen bouwen. Gustave Eiffel is er ooit mee begonnen, ik weet het. Die Eiffeltoren in Parijs was een dwaasheid, maar hij staat er nog steeds. Wereldtentoonstellingen en Olympische Spelen vragen kennelijk om dit soort vreemdsoortige creaties. Maar waarom willen steden dergelijke krankzinnige evenementen organiseren? Wat zei Peter Sloterdijk ook alweer over de stad tijdens die gedenkwaardige bijeenkomst van het Forum voor Stedelijke Vernieuwing in Amsterdam? De stad is een oord van verspilling en extravagantie. Zonder spilzucht is ze geen echte stad.
 
Tagged with:
 

Water Games

On 7 oktober 2009, in sport, by Zef Hemel

Gehoord in de Tolhuistuin op 6 oktober 2009:

De prijswinnaars van de ontwerpwedstrijd, studenten van de opleiding Sportmarketing van de Hogeschool van Amsterdam, waren gisteravond dolblij. Champagne spoot over hun zondagse kleren. Zij wonnen een driedaagse treinreis naar Londen. Hun inzending was een marketingplan voor de Olympische Spelen in 2028 in Amsterdam – de World Water Games. Ten overstaan van ruim honderd studenten en vele docenten van heel verschillende beroepsopleidingen in Amsterdam presenteerden zij hun ideeën met verve. De jury was onder de indruk: "Dit verhaal klopt aan bijna alle kanten. Ze hebben echt vanuit hun expertise – marketing – een sterk punt van Nederland – water – en een belangrijk maatschappelijk thema – sport – gepakt. Heel concreet hebben zij plannen ontwikkeld om draagvlak in de samenleving te verkrijgen. De minilympics en de paralympics voorafgaand aan de ‘gewone’ Spelen zijn creatieve voorstellen. Ook goed is hun idee om de grachtengordel van Amsterdam te kopiëren op een Olympische eiland voor de kust van Almere." De tweede prijs ging naar twee studenten van de Gerrit Rietveld Academie voor hun concept om Amsterdamse stadsstraten veel spannender te ‘programmeren’. En de derde prijs was voor studenten van de Amsterdamse Academie van Bouwkunst, die de stadsranden van de Amsterdamse agglomeratie transformeerden in interessante rommelzones, waar veel te doen is en te beleven.

Al met al was de oogst aan plannen indrukwekkend. Zo hadden studenten van de ROC van Amsterdam een duurzaam gebouw ontworpen in de Buiksloterham en daarmee vrijwel elk aspect van duurzaamheid betrokken. Een andere groep studenten van de Hogeschool van Amsterdam, afdeling Management, economie en recht, had een nieuw concept voor een snelle metroverbinding tussen Amsterdam en Almere ontwikkeld. En studenten van de Master Metropolitan Studies van de Universiteit van Amsterdam hadden een ‘Northwestern Passageway’ van IJmuiden naar het IJmeer getrokken, die de regionale planvorming, gekenmerkt door governance-structuren, behulpzaam kon zijn. Enzovoort. Mooi. Boeiend. Interessant.

Stel dat al deze 270 studenten na het afronden van hun opleiding in Amsterdam blijven wonen en vervolgens vanuit hun werk iets met (en voor) de stad gaan doen. Dat zou wat zijn. Dat zou veel verder gaan dan deze geweldig leuke avond in de Tolhuistuin, waar overigens veel te lachen viel. 

Tagged with:
 

Aan zee

On 17 augustus 2009, in cultuur, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 24 juli 2009:

In de Volkskrant maakt minister Plasterk zich zorgen over het vele geld dat Nederlandse steden spenderen aan de kandidaatstelling voor de titel ‘Culturele Hoofdstad van Europa’ in 2018. Brabantstad, Den Haag, Utrecht, Friesland, Almere, Hanzesteden onder aanvoering van Zwolle en ook de combinatie Arnhem/Nijmegen strijden alle om de titel. "In Brabant hebben we het voordeel dat de steden nog een menselijke maat hebben, maar het nadeel is dat de voorzieningen zich nog niet op het niveau van een grote metropool bevinden,’ aldus Peter Rijntjes, kwartiermaker te Noord-Brabant. Let vooral op de woordjes ‘nog niet’. En wat zegt Wim van Krimpen, kwartiermaker voor Den Haag? "Met een grotere popscene dan die van Rotterdam, met een wereldberoemd dansgezelschap, met zijn hofcultuur en met de zee vlakbij zou Den Haag veel succesvoller kunnen en moeten zijn in zijn marketing."

De vergelijking met de woelingen rond de kandidaatstelling van Nederland voor de Olympische Spelen van 2028 dringt zich op. Maar ook met al die pogingen tot citymarketing en citybranding. Ze valt te karakteriseren als ordinaire ‘stedenstrijd’. Maar de Nederlandse variant van deze Europese wedijver is wel heel bijzonder. Het gaat bij ons namelijk vrijwel niet om steden, maar om hele provincies die zich als stad kandidaat stellen, net zoals de Olympische Spelen door Nederland als geheel lijken te worden georganiseerd, wat helemaal niet kan omdat alleen steden zich kunnen kandideren. Europa noch het IOC zal dat Nederlandse particuliere gedrag begrijpen. Maar meneer Van der Kolk, toeristische topman van de Hanzesteden, weet te melden dat Marseille ook de Provence aanroept. "Als die stad het niet alleen kan, wie dan wel?" Inderdaad, dan kan Hattem het ook. Iedereen in Nederland weet dat de steden voor kandidaatstelling te klein zijn. En de provincies hebben teveel geld. Het roept de vraag op: vanwaar die provinciaalse stedenstrijd? Ik weet maar één verklaring: op Utrecht na groeien deze steden niet meer, nee ze krimpen.

Tagged with: