‘Go with the flow’

On 13 april 2018, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Thank You for Being Late’ (2016) van Thomas Friedman:

Afbeeldingsresultaat voor thank you for being late friedman

Een veel te dik maar wel razend interessant boek schreef de Amerikaanse journalist Thomas Friedman. In ‘Thank You for Being Late’ neemt hij de tijd en de aandacht om te onderzoeken wat er met de wereld op dit moment aan de hand is. Drie krachten veranderen onze wereld ingrijpend: technologische innovaties, economische globalisering en klimaatverandering. In alle drie zit een venijnige versnelling: de Wet van Moore. Drie pijlers onder de huidige welvaartstaat: dat ieder mens in principe tot de middenklasse kan toetreden; dat migranten overal welkom zijn; dat de kansen op het platteland niet minder zijn dan in de stad – worden hierdoor ruw weggeslagen. “So, unless you have a really dynamic local leadership, or a close to a university, increasingly the only way to hold on to the American Dream is by living in a globally connected, multicultural, lifelong-learning-rich, urban context.” Er is geen ontkomen aan, iedereen zal zich de komende decennia moeten aanpassen. Tegenstand bieden, boos zijn of je verzetten helpt niet. ‘Go with the flow’ is de kunst die wij allen moeten leren. Alleen samenlevingen die voldoende open zijn en die permanent willen leren, zullen de ingrijpende versnellingen kunnen bijbenen. Ook Friedman komt uit bij Moeder Natuur die ons leert hoe we ons het beste kunnen aanpassen. Vijf ‘killer apps’ noemt hij die de natuur ons biedt en die we in onze alledaagse, veel te starre politiek moeten incorporeren.

De eerste ‘killer app’ is die van het tijdig onderkennen dat vreemde machten economisch en militair superieur kunnen zijn en dat je je daaraan tijdig dient aan te passen; 2. het vermogen om diversiteit en complexiteit te aanvaarden; 3. het vermogen om het eigenaarschap over de toekomst te accepteren en niet de rol van slachtoffer te spelen; 4. het vermogen om de juiste balans te vinden tussen top-down en bottom-up, 5. het vermogen om politiek te benaderen met een mind-set die tegelijk ondernemend, hybride, heterodox en niet-dogmatisch is. Cultuur, aldus Friedman, speelt in het nabootsen van deze vijf biologische killer-apps een belangrijke rol. Want uiteindelijk is het niet de politiek, maar de cultuur die mensen drijft. Leiding geven door te verrassen met uitspraken die openheid en complexiteit propageren biedt het meeste zicht op succes. Denk aan Nelson Mandela. Hij maakte Zuid-Afrika sterker door mensen op te roepen tot verdraagzaamheid, niet door het nemen van stoere besluiten. Alles draait om vertrouwen. Lokale gemeenschappen die zelf verantwoordelijkheid nemen zullen het de komende jaren moeten doen.

Tagged with:
 

Minder slim, minder vrij

On 7 maart 2018, in technologie, by Zef Hemel

Gehoord in CREA, Roeterseiland Campus, Amsterdam op 26 feburari 2018:

Afbeeldingsresultaat voor max welling

Bron: Max Welling, UvA

Of mensen zullen mee-evolueren met machines wist hij niet. Slimmer worden mensen zeker niet, eerder dommer. Tenzij onze hersenen door implantaten of DNA-technologie worden opgewaardeerd, wat zeer goed mogelijk is. Tijdens de derde Amsterdamlezing van 2018 sprak Max Welling over algoritmes en intelligente machines die ons leven ingrijpend zullen veranderen. Welling is natuurkundige en hoogleraar Machine Learning and Artificial Intelligence aan de Universiteit van Amsterdam. De toekomst die hij schetste was er een waarin machines met mensen interacteren. Beide vergroeien met elkaar. Hij verwachtte hiervan de komende jaren opzienbarende resultaten in de gezondheidszorg, het openbaar vervoer, mobiliteit, onderwijs, wetenschap en ook in onze steden, ook al verloopt alles bijna ongemerkt. Veel van wat wij doen zal uiteindelijk veel sneller, beter en efficiënter door machines kunnen worden gedaan. We zullen op een andere manier zin aan ons leven moeten geven. Erg vond hij dit niet. Maar het blijft wel gek te moeten vaststellen dat machines slimmer zullen zijn dan wijzelf. Maar robots die de macht overnemen? Nee, dat geloofde hij stellig niet. Dat zal nog heel lang duren.

Welling schetste een beeld van de toekomst waarin de hoeveelheid data exponentieel groeit en ook de snelheid van computers elke twee jaar zal verdubbelen als gevolg van de wet van Moore. Tegelijk groeit de intelligentie van algoritmes. Computer science, data science, AI, machine learning, deep learning, al deze kennisvelden ontwikkelen zich razendsnel en versterken elkaar onderling. Iemand in de zaal vroeg of algoritmes ook met elkaar kunnen wedijveren. Zou de beste ooit boven komen drijven? Groeit er superieur algoritme dat alle andere algoritmes overneemt? Welling sloot zo’n evolutie niet uit. De wijze waarop algoritmes – AlphaGoZero en AlphaZero – met elkaar het spelletje Go speelden was daarvan misschien een voorproefje. Risico’s zag hij zeker. Die lagen volgens hem vooral op ethisch vlak. Als Amazon straks verzekeringen gaat aanbieden en jou via Alexa op basis van jouw persoonlijke gegevens een aanbod doet, wat dan? Onze vrijheid, dacht hij, wordt hoe dan ook geringer. Mooi was het filmpje dat hij liet zien van een robot die leerde pannenkoeken bakken. Het zag er stuntelig uit. Eenvoudig is het opgooien van een pannenkoek ook niet. Maar na vijftig keer gooien bleef de koek keurig in de pan. Het was een voorbeeld van reinforced learning. Heeft een machine zoiets eenmaal geleerd, dan blijft dit altijd bewaard en kan het over de hele wereld worden verspreid. Zo gaat onze vooruitgang steeds sneller.

Tagged with:
 

Amsterdamlezing 2018 #3

On 24 februari 2018, in technologie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 24 november 2017:

Afbeeldingsresultaat voor max welling deep learning

Max Welling, vijftig jaar oud, is hoogleraar Machine Learning en Kunstmatige Intelligentie aan de Universiteit van Amsterdam. Welling is mede-oprichter van Scyfer, een scuccesvolle spin off van de Universiteit van Amsterdam en gevestigd op Amsterdam Science Park. Scyfer, nog maar vier jaar oud, werd vorig jaar tegen een onbekend bedrag opgekocht door de Amerikaanse chipproducent Qualcomm. Het jonge bedrijf maakt chips intelligent, het doet aan deep learning. Met zijn algoritmes zoekt het in grote hoeveelheden data naar patronen. Op dit moment richt het zich vooral op spraakherkenning. Qualcomm probeerde tevens de Nederlandse chipmachinebouwer NXP te kopen, waar het 47 miljard dollar voor wilde betalen. NXP levert vooral aan de autoindustrie. En Qualcomm verwierf de Amsterdamse AI-startup Euvision Tech; samen met de Universiteit van Amsterdam richtte deze in 2015 het onderzoekslab QUVA Lab op, waar onderzoek gedaan wordt naar cutting edge machine learning technieken. Ook dat bevindt zich op Amsterdam Science Park. Als we het over de toekomst hebben, kun je niet om Max Welling en Amsterdam Science Park heen.

Innovatie gaat steeds sneller, data is de brandstof en kunstmatige intelligentie is de motor. Op 24 november 2017 gaf Welling, die ook les geeft in Californië en Canada, een interview aan NRC Handelsblad. Lerende algoritmes stonden daarin centraal. Over Scyfer vertelde hij: “Kunstmatige intelligentie breidt zich uit naar de ‘randen van het netwerk’: nu zit de rekenkracht voor machine learning nog vooral in de cloud, de grote computernetwerken. We willen chips ontwikkelen die algoritmes soepeltjes kunnen draaien op een telefoon of in een auto.” Welling sprak van de mogelijkheid om data te anonimiseren door het toevoegen van ruis. Daarmee zou kunnen worden voorkomen dat bedrijven of overheden in bezit van privacygevoelige data elk individu op de voet kunnen volgen. Op de UvA wordt hiernaar onderzoek gedaan. En hij sprak over hoe algoritmes proefondervindelijk kunnen leren te plannen en beslissingen te nemen. “Computers moeten leren vooruitkijken als mensen.” Dat heet reinforcement learning. Op maandagavond 26 februari 2018 vertelt hij er meer over in de derde Amsterdamlezing van 2018. Meld je aan, op: http://www.uva.nl/nieuws-agenda/nieuws/amsterdamlezingen/amsterdamlezingen-uva.html Het is gratis.

Tagged with:
 

Wel de melk, niet de koeien

On 5 januari 2017, in economie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 22 oktober 2016:

 

Een Special Report van het Londense zakenblad The Economist ging eind oktober 2016 over het Rusland onder president Poetin. In de kerstvakantie eindelijk tijd gevonden om het te lezen. Wat de Russische economie betreft wordt daarin Innopolis opgevoerd, de nieuwe stad onder de rook van Kazan, 820 kilometer oostelijk van Moskou, goed voor 155.000 inwoners, als illustratie van wat de heer Poetin zoal beweegt. Innopolis is het project van zijn voorganger, president Dmitry Medvedev, en werd op de tekentafel bedacht door Liu Thai Ker, hoofdarchitect van Singapore. De nieuwe stad, inmiddels twee jaar oud, moest net als Skolkovo bij Moskou – een ander project van Medvedev – een ware technopolis worden, een stedelijke hub van creativiteit en innovatie in een snel globaliserende wereld. Medvedev begreep dat Rusland niet achter kon blijven in de technologische ratrace en gebruikte het middel van een Free Economic Zone om in de buurt van Kazan (1 miljoen inwoners), aan de overkant van de rivier de Wolga, hoogwaardige grootstedelijke condities te scheppen die nodig zijn om talent aan zich te binden. Dat talent komt er nu echter niet. Zijn opvolger, Mr. Poetin, wil wel de melk, maar niet de koeien, aldus The Economist. Anders gezegd, het klimaat voor ondernemerschap is door de regering Poetin nooit gerealiseerd. Integendeel. Er staan alleen maar gebouwen.

In het algemeen vaart president Poetin een heel andere koers dan zijn voorganger. Hij probeert economische groei te bevorderen door geld te steken in het militair-industrieel complex en in grootschalige infrastructuur. Dat is een klassiek recept van natiestaten waarover The Economist het volgende schrijft: “the cost of these projects could outweight their benefits. And in the absence of a thriving private sector, those new roads and bridges may not do much.” Jane Jacobs noemde dat ‘transactions of decline’. De onstuimige groei van Moskou, Kazan en Sint Petersburg is voorbij. Zij hebben het nakijken. De nieuwe middenklasse die met die grootstedelijke groei de afgelopen decennia werd gevormd, heeft, met andere woorden, geen plek meer in het huidige autoritaire model van het Kremlin, dat overwegend gericht is op overheidsmiddelen steken in zinloze overheidsprojecten. Het regime van president Poetin is anti-stedelijk. Vanaf 2014 regeert weer de provincie. Het is een recept voor achteruitgang en verlies. Wat er met de plannen voor Innopolis gaat gebeuren is nu niet duidelijk. Het is wachten op betere tijden.

Tagged with:
 

European Knowledge Hub

On 22 september 2016, in wetenschap, by Zef Hemel

Read in  ‘Mapping Research and Innovation’ (2015) of Elsevier/Urban Innovation Network:

 

Last year, scientific publisher Elsevier and the Urban Innovation Network (UIN) published a comparative study of research output of eleven comparative European university cities, amongst them Amsterdam. The other cities were Barcelona, Berlin, Brussels, Copenhagen, Dublin, Hamburg, Madrid, Manchester, Stockholm and Vienna. In ‘Mapping Research and Innovation’ (2015) the researchers distinguished four dimensions of research strength: relative volume, relative usage, relative impact and research excellence. Excellence was measured by a city’s relative share of the most impactful research – “that which is among the top decile worldwide in terms of citations within a given subject area. We call these star articles.” Overall conclusion: Amsterdam has a strong claim to being one of the top knowledge cities in Europe. Its research output per capita is second only to Copenhagen, but the relative impact of its research is the highest. The researchers discovered that Amsterdam has a very strong position in medicin, in volume and impact. “It is nearly twice the world average in relative volume, given the city’s size and overall research output.” Orange (picture) means its impact is also quite high, “more than twice that of the world average.” Winners are oncology, radiology, nuclear medicine and imaging.

Striking is Amsterdam’s output in computer science, which nearly doubled over the past decade. In terms of publications per capita, Amsterdam’s output in computer science is now second among the eleven cities. “These growth trends suggest that Amsterdam is growing a world-class base of computer science researchers, which can both help train the next generation of tech workers and attract the most promising tech companies.” What about social sciences? Psychology has a very strong position, but only in volume, the other social sciences are performing above average, but their impact is rather low. In terms of publications per 1000 residents, the researchers found growth in all eleven cities. But the absolute winners are Amsterdam en Copenhagen, with Vienna and Stockholm following at a distance. How important is this? Elsevier: “Universities creat jobs and demand for real estate space, attract and retain talent, stimulate investment beyond their walls. (…) But, the central role played by universities in the innovation ecosystem is not well understood and an untapped resource.” Exploring a city’s innovation ecosystem is a valuable way of seeing the future with greater clarity.

Tagged with:
 

The soft side

On 25 juni 2015, in innovatie, by Zef Hemel

Read in ‘The Regional Knowledge Economy’ (2009) of Otto Raspe:

 

The discussion on agglomeration economies, innovation clusters and regional economic growth is a difficult one. Why? Well, because it all has become very political. So what does science tell us? In ‘The knowledge economy and urban economic growth’ (2009), Otto Raspe – a regional economist working for the National Planning Bureau for the Built Environment in The Hague – tried to relate R&D, innovation and knowlegde workers to regional economic growth in the Netherlands. His paper was published in European Planning Studies. “This paper does not open the entire black box of agglomeration economies – but contributes to the discussion by determining different kinds of localized knowledge densities within economic growth clusters.” Governments and institutions, Raspe points, always focuss on R&D as sources of growth, because this input factor can be stimulated by subsidies. But there are more spatial knowledge indicators: knowledge workers (ICT-sensitivity, educational level, creative economy, communicative skills) and innovation (technological and non-technological). R&D in the Netherlands differs from the rest: south and east are in front of R&D-employment specialization.

But in terms of innovation and knowlegde workers, the highly  urbanized Northern part of the Randstad area – Amsterdam and Utrecht – is leading. ‘The rural regions and the regions in the national periphery of the Netherlands are lagging behind in intensity of this employment.” Most spatially concentrated are the knowlegde workers. Also in terms of innovation, “municipalities in the Randstad region, larger cities and central areas of urban agglomerations still come to the fore as the foci of innovative activities.” Then he concludes: “High R&D-levels are not a sufficient growth condition for economic growth in urban clusters – the knowlegde workers and innovation dimensions are significantly better linked to localized economic growth in the Netherlands.” The ‘soft’ side seems to be far more important than the ‘hard’ technological side. But governments always stress R&D. They love technology. Better focus on industrial and distribution activities (which they already do) and on localized clusters of producer services in big cities (which they do not). Although not opening the black box of agglomeration economies fully, Raspe did a great job. Now let’s wait for new government policies.

Tagged with:
 

On the road

On 18 juni 2015, in infrastructuur, technologie, by Zef Hemel

Heard in B.Amsterdam, Amsterdam Slotervaart, on 4 June 2015:

The evaluation of the Highspeed train public tender by the Dutch politicians has ended last week. What a disaster. Big mistakes were made. Market failures. Technical failures. The Dutch state failed. Still missing those fast trains in The Netherlands. More lucky we are on the road. Jelle Vastert, of electric-car manufacturer Tesla, gave a great lecture on the EU Super Charger Programme at the Catch-Up session of the Amsterdam Economic Board on 4 June 2015. Theme: start-up ecosystems. How to develop them successfully. The audience were mostly young people, hackers, students, friends, some fourhundred of them. The corporates were a minority this time. So the discussions were a kind of battle between the corporates and the hackers: beat them! Destroy them! The only alternative seems to be: buy them!, as in the case of Marvia, a start-up that was bought by PostNL. Moderator was Boris Veldhuijzen van Zanten of TheNextWeb. Vastert gave a great show on how his company is developing a network of electric charging stations all over Europe. It was about how advanced the European Union really is.

So where to go with your electric car this summer? Vastert asserted that it would be possible for the first time to drive with your Tesla car from Rome to the North Cape. At an interval of a three-hours drive you would find another charging station. A stop of only twenty minutes is needed to drive to the next station, although for a full charge it takes at least 75 minutes (Super charger works twenty times faster than a regular charger). The use is for free. A year ago there were only 14 Supercharger stations spread across Norway, Germany, Switzerland and The Netherlands. August 2014 there were already 50 stations opened. Every day, Tesla claims, they open one somewhere in Europe. Now you will find them also in the UK, France, Spain, Italy, Austria, Denmark, and Sweden. The Supercharger stations have been planned strategically: between the biggest cities. Why? Because the use of electric cars started in metropolises, not on the countryside. And how lucky Europe is! So many cities. Compare it with Asia, where Tesla is also developing a Supercharger network. Just a coastal road. So what about those highspeed trains?

Tagged with:
 

Big mistake

On 15 juni 2015, in technologie, wetenschap, by Zef Hemel

Read in ‘Red Plenty’ (2010) of Francis Spufford:

What’s wrong with Russian society? Also with the West? Only after reading ‘Red Plenty’ of the British writer Francis Spufford I really understood. It’s the withering of social sciences. Spufford’s book, which I can recommend everybody, is a lively, dramatised history of the postwar years of the USSR, partly facts, partly dramatized. In part III he explains what happened with universities and science after Stalin took over. In 1930 the Soviet emperor abolished all universities in the country. Research and education were split up. Research moved to secret science cities, education, taught in Moscow, Leningrad and the other soviet cities, was from that moment on mainly focussed on technology. The curriculum became ‘fiercely utilitarian’. No liberal arts anymore. No social sciences. “Philosophy died, anthropology died, sociology died, law and economics withered: the Party regarded ‘social sciences’ as its own private technology, to be taught to cadres within the Party itself, and dispensed to college students in the form of compulsory courses in Marxism-Leninism.” Poor country. But wait.

The result we still can feel. More than we think, Russian society is still soviet based, due to a lack of social researchers, which means: thinking “of culture as something operating top-down, an enlightenment spread to the many by the educated few: and what was the Bolshevic mission but an elite’s twentieth-century effort to raise lumpish Russia high?” The spirit is one of engineering a society. “It has always been prone to believing in panaceas, in ideas that could solve every problem all at once; and what was Bolshevism but the ultimate key to open all locks, the last and best and greatest system of human knowledge?” So after reading and rereading this great book, I not only understood the enduring problems in Russia, but also the coming problems in het West. More and more we, in Europe and the US, are also thinking technology is key. Engineers are our new magicians.  Humanities and social sciences wither. Research wins, education loses. We think we can find solutions top-down for everything. We are becoming fiercely utilitarian. ‘Comrades, let’s optimise!’ It is a big mistake.

Tagged with:
 

Hypertrophic castles?

On 29 mei 2015, in technologie, by Zef Hemel

Read in The Economist of 23 May 2015:

Last week’s Special Report of the London based business weekly The Economist was on India. How is the new president Modi doing? The man from Gujarat who won the elections in this 1,3 billion people’s republic in 2014 promised to turn his vast country into a modern society. "Ten years is all that is needed." So how will his ‘Indian Century’ look like? Among the first things Modi did was abolishing Delhi’s Planning Commission. It produced "rigid national schemes in fields such as education, rural jobs and urban renewal which required the states that implemented them to put up significant funds." The Economist agrees on that: "The states felt disempowered." Instead there is now a thinktank, Niti Aayog, that will do. The Aayog has been mandated to serve as a policy think-tank for the central as well as state governments and has Prime Minister as its Chairperson. The process has been dubbed ‘competitive federalism’. State governments have now 42% of central tax receipts.

The other new thing in the domain of planning is Mr. Modi starts building new cities. The Economist: "Apart from a few pampered places such as New Delhi, (Indian) politicians were mostly indifferent to cities." Half of the population of India is now living in cities, but politicians still think villages and small towns are better living environments for people. So Mr. Modi said he wants to build 100 smart cities. The first, GIFT City, is now rising on 358 hectares of semi-desert near Ahmedabad. "By 2024 there should be 110 towers, a metro, 25.000 appartments, hospitals, hotels and an artificial lake." States are bidding for central funds (this year 945 million dollar). Andhra Pradesh claims it will build the biggest smart city in Hyderabad. Vijayawada will house no less than 22 million people. The Economist thinks the prospects would be better if municipal corporations were stronger and if existing cities would profit. They do not. All this ‘100 smart cities’ ambition might be only political. In The Guardian (7 May 2015) it was even suggested that we are dealing with ‘hypertrophic castles in the sky’, neoliberal Special Economic Zones that might turn into ‘social apartheid cities’. Indian government, the newspaper wrote, would do better to foster democracy and rule of law. Why not combine both?

Tagged with:
 

Elektronisch trekpaard

On 21 mei 2015, in economie, energie, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 11 maart 2015:

Alweer bijna vergeten. Op 27 maart 2015 legde een stroomstoring een groot deel van Noord-Holland plat. De oorzaak was een probleem in een hoogspanningsstation van Tennet in Diemen. Verkeerslichten werkten niet meer, mensen zaten vast in de lift, treinen vielen uit, vliegtuigen bleven aan de grond, geldverkeer was onmogelijk, ziekenhuizen schakelden over op noodstroomvoorzieningen; datzelfde gold voor de radio en televisie-studio’s in Hilversum en …. datacenters. Een miljoen huishoudens in en rond Amsterdam had urenlang geen stroom. Nog maar kort daarvoor, op 11 maart, had het Parool een bericht over de snelle toename van het stroomverbruik in uitgerekend deze regio geplaatst. Dat kwam, aldus de krant, met name door de vele nieuwe datacenters en ICT-bedrijven die zich op dit moment  in en rond de hoofdstad vestigen. Tussen 2010 en 2013 was sprake van een groei van liefst 15,8 procent. 

De gegevens waren opmerkelijk. Dit is wat ik las: de totale ICT-branche in Nederland verbruikte in 2013 in totaal 2,7 miljoen kilowattuur aan stroom – evenveel als het verbruik van 900.000 huishoudens. Bijna de helft daarvan (43%) werd verbruikt in de provincie Noord-Holland. Ter vergelijking: in Zuid-Holland is dit aandeel slechts 12,7 procent. In Rotterdam, Den Haag en Utrecht daalde het nota bene, in Den Haag zelfs met een vijfde. Brabant werd niet genoemd. Van alle stroom die Noord-Holland verbruikt gaat nu al 9,4 procent naar de ICT-sector. Het verschil met de rest van Nederland wordt snel groter. Aan de cijfers van het veranderende stroomverbruik zie je dat de Amsterdamse regio binnen Nederland steeds meer als het economische trekpaard fungeert en hier en daar zelfs de trekken krijgt van een Silicon Valley. De grote gangmaker is de Amsterdam Internet Exchange, een van de belangrijkste internetknooppunten ter wereld. In dit licht bezien is de kwetsbaarheid van de stroomvoorziening zoals op die 27ste maart 2015 een majeur punt van aandacht. Nu nog glasvezel. En, vanwege de opslingering, een grotere maatvoering van de stad.

Tagged with: