Olympische tuinbazen

On 9 juni 2018, in geschiedenis, by Zef Hemel

 

Gehoord in het Amstelpark te Amsterdam op 7 juni 2018:

Afbeeldingsresultaat voor olympische spelen amsterdam

 

Erik de Jong is hoogleraar Cultuur, landschap en natuur (Artis-leerstoel) aan de Universiteit van Amsterdam. Afgelopen week sprak hij over de tuinen van Kyoto, Japan, in de Oranjerie van het Amstelpark op een zonovergoten donderdagochtend. Zijn gehoor: de honderdvijftig tuinmannen van Amsterdam, ook wel ‘tuinbazen’ genoemd. Na veertig jaren waren ze herenigd in één afdeling ‘Groen, Flora en Fauna’ van een op te richten dienst ‘Stadswerken’. Ze kwamen bij elkaar om te praten over hun werk in het licht van de toekomst van de stad en de rol daarin van het groen. Ketter & Co, het bureau van kunstenaar Irene Fortuyn, had het dagprogramma samengesteld. In de wandelgangen sprak ik De Jong over Japan, hij vertelde me over de sterke Amerikaanse invloed op de naoorlogse Japanse samenleving, de vreemde mix van westerse en oosterse culturen die dit had opgeleverd, de verspillende wegwerpmaatschappij en de problemen van het plastic afval die hierdoor nergens zo groot zijn als in Japan, de enorme invloed van de kernramp bij Fukushima op de Japanse politieke agenda, en zo kwamen we ook op de Olympische Spelen van 2020 die in hoofdstad Tokio zullen worden gehouden. De historicus De Jong herinnerde aan de geweldige impact die de Spelen in 1964 op de Japanse metropool hebben gehad. Hij hoopte op een soortgelijke impact in 2020, op niet minder dan een ommekeer in het verspillende denken van het snel verouderende Japan. Door de Olympische Spelen, vond De Jong, moest Japan terugkeren naar zijn culturele wortels.

Dit bracht ons bij de impact die de Olympische Spelen van 1928 op Amsterdam moeten hebben gehad. Uiteraard riep De Jong de voltooiing van het plan van H.P. Berlage voor Amsterdam-Zuid in herinnering, maar toen ik het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam van 1934 van Cornelis van Eesteren en Theo van Lohuizen een rechtstreeks uitvloeisel noemde van de Spelen van 1928 keek hij me niet begrijpend aan. De motie van Wibaut waarin om de oprichting van een Stedenbouwkundige Dienst voor Amsterdam was gevraagd, lichtte ik toe, was eind 1927 bij de gemeenteraad ingediend. Al jaren was er door het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw gelobbyd voor zo’n goed geoutilleerde dienst, die in de hoofdstad een uitbreidingsplan moest helpen voorbereiden, maar het was er steeds niet van gekomen. Door het elan en het enorme optimisme als gevolg van de Olympische Spelen echter werd de lokale politiek eindelijk vatbaar voor het idee. Nota bene vanuit de oppositiebanken wist raadslid Wibaut het gemeentebestuur in februari 1928 aan te zetten tot de oprichting van een Afdeling Stadsontwikkeling. Vijf jaar later was het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam gereed: een grandioos toekomstplan voor een uiterst moderne metropool van 960.000 inwoners. Parken en plantsoenen vormden daarvan een belangrijk onderdeel. Al die tuinmannen tot wie De Jong zich daar in het Amstelpark richtte, waren in feite een uitvloeisel van die Spelen van 1928.

Tagged with:
 

Nieuw-Amsterdam

On 7 juni 2018, in bestuur, by Zef Hemel

Gehoord bij BNR Nieuwsradio te Amsterdam op 5 juni 2018:

Afbeeldingsresultaat voor cushman & wakefield nieuw-amsterdam

Bron: Cushman & Wakefield

Begin deze week begon de Provada, de grote vastgoedbeurs in de RAI in Amsterdam. Provada groeit, maar is nog net iets kleiner dan de MIPIM in Cannes. Ze noemt zich de tweede vastgoedbeurs van Europa. Direct op maandag ging er een persbericht uit van Cushman & Wakefield, wereldwijd adviseur in commercieel vastgoed. De kop luidde: ‘Nieuw-Amsterdam’. Die dag zou directeur Jeroen Lokerse een Visie Nieuw-Amsterdam overhandigen aan Jan van Zanen, burgemeester van Utrecht, tevens voorzitter van de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Nieuw-Amsterdam bleek een oproep tot het samenvoegen van de steden in de Randstad tot één grote stad met één bestuur “die een integrale visie op woningbouw, leefbaarheid, duurzaamheid en infrastructuur ontwikkelt en van daaruit richting geeft aan versterking van de internationale positionering van Nederland en de optimale afstemming tussen wonen, werken, verkeersstromen, toerisme, opleiding en infrastructuur.” Het bedrijf hoopte dat Van Zanen het debat hierover zou willen entameren en een onderzoek zou starten naar “mogelijke agglomeratievoordelen van Nieuw-Amsterdam, een stad die bij samenvoeging meer dan 7 miljoen inwoners telt.” Gaat Van Zanen dat werkelijk doen?

Die ochtend nog zat ik, samen met Peter Savelberg, in de uitzending ‘Ask me anything’ van BNR Nieuwsradio om een uur lang over de toekomst van de Randstad te praten. In het programma riep Jörgen Raymann de luisteraars op om vragen aan ons te stellen. Dit keer mochten de luisteraars ook suggesties doen en ideeën leveren voor zo’n Nieuw-Amsterdam. Wat bleek? De suggesties stroomden op Facebook en Twitter binnen, mensen uit het hele land belden. Het onderwerp leeft sterk, het waren uitsluitend mannen die belden, er kwam een vrachtwagenchauffeur aan het woord die vertelde dat hij net over de grens met België en Duitsland echte grote steden als Brussel en Keulen had aangetroffen, soms wel met twee miljoen inwoners, maar dat Nederland zulke grote steden niet kende, wat hij heel merkwaardig vond. Veel mensen gaven aan dolgraag in Amsterdam te willen wonen. Iemand stelde voor om de nieuwe stad ‘John Cruijff City’ te noemen. Maar het mooiste telefoontje kwam uit Tokio, Japan. Dat gebeurde nadat ik in de uitzending de vergelijking met Tokio had gemaakt. De vragensteller zei dat hij al zeker veertien jaar in Tokio woonde en dat hij met een Japanse vrouw was getrouwd. Hij werkte in de financiële sector, waar hij een goed salaris verdiende. Tokio vond hij duur, maar ook leefbaar, iedereen fietste er en gebruikte het openbaar vervoer, er was geen criminaliteit, wel georganiseerde misdaad, de straten waren schoon, maar het was wel allemaal ‘beton’ en de metro puilde uit. Dus begreep hij niet dat Tokio nastrevenswaardig zou zijn. Wel moest hij toegeven dat hij al veertien jaar naar volle tevredenheid in de Japanse megastad woonde en werkte. Daarna verbrak Raymann de verbinding. De vorige uitzending, zei hij me, belde er iemand uit Groenland.

Tagged with:
 

Zo los je het woningvraagstuk op

On 9 mei 2018, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen op de blog van James Gleeson op 19 februari 2018:

world_city_supply_chart

Bron: GLA, Housing in London 2017 Report

Terwijl de bevolking van Japan krimpt, groeide die van Tokio met bijna een miljoen inwoners tussen 2005 en 2015. Het lukt de Japanse megastad heel goed om al die nieuwkomers te huisvesten want woningbouw is hier al jaren politieke topprioriteit. Op zaterdag 23 juni organiseren Moriko Kira en ik een dag over Tokio in Amsterdam. Tijdens New Tokyo Story, onderdeel van WeMakeThe.City, zullen zes Japanse deskundigen verhalen komen vertellen over de nieuwste ruimtelijke trends in de Japanse megastad. Natuurlijk is alles anders in Tokio, maar tegelijk loopt Tokio zeker twintig jaar op Nederland vooruit als het gaat om nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen. In dat kader las ik de blog van James Gleeson met meer dan gewone belangstelling. Met behulp van cijfers van drie Japanse instanties produceerde deze Britse blogger een helder overzicht van de woningmarkt van Tokio, uitgaande van de prefectuur Tokio die 13,5 miljoen inwoners omvat. Tokio zelf is bijna drie keer groter (38 miljoen). En kijk nou toch, de jaarlijkse woningproductie van Tokio is ronduit imposant: gemiddeld 155.000 nieuwe woningen elk jaar over de periode 1993-2015. Over de afgelopen vijftig jaar is de woningvoorraad van de stad gegroeid van 2,51 miljoen woningen naar 7,36 miljoen. Op elke vier nieuwe woningen werd er eentje afgebroken. Ook het aantal huishoudens nam toe, want de huishoudenverdunning zette door, maar de woningvoorraad groeide sneller.

Hoogbouw is sinds kort ook in Tokio aan een snelle opmars bezig, de groei deed zich vooral voor in de categorie appartementen. De gemiddelde woningdichtheid is opgelopen tot 110 woningen per hectare. In Londen is dat 60. Dat houdt in dat Tokio in een razend tempo verdicht, de randen krimpen, er is geen sprake meer van suburbanisatie. Alle groei vindt plaats in bestaand stedelijk gebied, dit is een buitengewoon duurzame ontwikkeling. En denk niet dat dit tot kleinere woningen leidt. Tokio staat bekend om zijn kleine woningen (gemiddeld 64 m2), maar dankzij de enorme woningproductie nam het gemiddelde aantal vierkante meters vloeroppervlak juist toe, de huishoudenverdunning kon hierdoor goed worden opgevangen. Had een inwoner van de megastad in 1963 gemiddeld slechts 15 m2 tot zijn beschikking, in 2013 was dit opgelopen tot 32 m2. Gleeson: “Londoners have a similar amount of space per person on average today, but in stark contrast to Tokyo there has been little or no increase in London in around 20 years.” Kortom, oververhitte woningmarkten in succesvolle steden als Londen en Amsterdam zouden aan Tokio een voorbeeld moeten nemen. Hoe lukt het de Japanse hoofdstad om zoveel woningen te bouwen? Tokio heeft een eenvoudige zoning code (bestemmingsplan/bouwvergunning), die door opeenvolgende regeringen verder is versimpeld. Gleeson noemt dit progressieve politiek.

Tagged with:
 

Tokyo Compression

On 30 maart 2018, in kunst, by Zef Hemel

Gezien in Fotomuseum Den Haag op 18 maart 2018:

Afbeeldingsresultaat voor tokyo compression book michael wolf

Foto’s van de Duitse fotograaf Michael Wolf sierden de voorpublicatie van mijn boek ‘De toekomst van de stad’, afgedrukt in NRC Handelsblad in september 2016. Ruim een week geleden bezocht ik de overzichtstentoonstelling van Wolf in het Fotomuseum in Den Haag. Beeldschone foto’s zag ik, nee het is spectaculair. Wolf (63), ooit begonnen als fotocorrespondent van Stern in de Verenigde Staten,  woont al sinds 1994 in Hongkong. In de dotcom-crisis van 2000-2001 verloor hij zijn baan. Vanaf dat moment begon hij Aziatische megasteden te fotograferen. Van zijn serie ‘Architecture of density’ (2003-2014) hangt een flink aantal reusachtige werken in de Haagse tentoonstelling. Door het enorme formaat ogen de foto’s ronduit indrukwekkend. Wolf laat geen streepje lucht toe, alle beeld is met beton gevuld. Het werk is vooral grafisch, gedetailleerd, heel mooi. De serie wolkenkrabbers in Chicago is loepzuiver, ook heel fraai. Later verhuisde Wolf naar Parijs omdat zijn vrouw niet in Hongkong wilde blijven. Maar Parijs vond hij maar saai, weinig levendig, “net een filmset.” Inmiddels is hij naar het drukke en levendige Hongkong teruggekeerd. Zijn serie ‘100×100’ is ontroerend: honderd portretten van bewoners van sociale woningen van minder dan 10 m2. Als iemand ons eigen tijdsgewricht fotografeert, dan is dat Wolf wel.

Maar het meest bijzondere werk van Wolf is toch zijn serie ‘Tokyo Compression’ uit 2010-2013. Het gaat hier om portretten van tegen de beslagen ruiten gedrukte forensen in de stampvolle metro in de ochtendspits van Tokio. Ik lees dat hij alle foto’s heeft geschoten op Shimo-Kitazawa station, steeds vanaf hetzelfde perron. Zijn camera stelde hij op aan de overzijde, op precies 100 centimeter van de ramen en deuren van de arriverende trein. Wachten op de volgende metro, met de camera in de hand, en dan raak schieten; elke 30 seconden kwam er eentje voorbij. In totaal twintig dagen, van maandag tot en met vrijdag, elke ochtend van 7:30 tot 8:45 stond hij daar op het perron. Daarna ging hij weer naar zijn hotel. Een wagon van de metro in Tokio heeft een maximum capaciteit van 160 personen, maar in de ochtendspits kan hij gemakkelijk het dubbele vervoeren. Anderhalf miljoen mensen gebruiken deze ene lijn, per dag. Van de buitenwijken in het zuidwesten van de Japanse hoofdstad leidt Odakyu over een afstand van 82,5 kilometer naar Shinjuku, het drukste treinstation op aarde: 3,64 miljoen reizigers per dag (op  Amsterdam CS zijn dat 250.000). Toen in 2013 de Odakyu Odawara lijn werd omgelegd moest Wolf zijn serie beëindigen. Zelden zagen wij, westerlingen,Aziaten als ons voorbeeld. Nu zijn zij zowaar de toekomst.

Tagged with:
 

Afval, ons grote probleem

On 22 februari 2018, in afval, by Zef Hemel

Gehoord in CREA, Universiteit van Amsterdam, op 19 februari 2018:

Afbeeldingsresultaat voor wastelands kadir van lohuizen

Hij was wel klaar met leuke rubriekjes en onschuldige foto’s in kranten en magazines. ‘Wastelands’ is een fotografieproject dat hij samen met The Washington Post initieerde. Ook daar, op de redactie, ervoer hij nieuw engagement. Wat te denken van de slogan van The Post: ‘Democracy dies in darkness’? Die was door eigenaar Jeff Bezos al gekozen voor de komst van Trump. Sindsdien is het alleen maar activistischer geworden. De Amsterdamse fotograaf Kadir van Lohuizen vertelde afgelopen maandagavond hoe hij op het idee was gekomen om afval in zes wereldsteden te fotograferen. Op het grote scherm in de zaal projecteerde hij zijn foto’s, films en dronebeelden van vuilnisbelten en verbrandingsinstallaties in Jakarta, New York, Tokio, Sao Paulo, Lagos en Amsterdam. Voor zijn project, zei hij, had hij naar een ‘mondiale balans’ gezocht. Het zag er fantastisch en tegelijk luguber uit. Het idee was ontstaan toen hij in de Stille Zuidzee plastic had zien ronddrijven. Waar komt al dat plastic toch vandaan? Een paar maanden later liet hij zijn drone op boven de grootste vuilnisbelt ter wereld, in de periferie van Lagos. Het Afrikaanse Lagos noemde hij de spannendste en meest apocalyptische stad op aarde. Het afval stonk daar trouwens minder dan in Jakarta. Dat kwam doordat de Afrikanen geen voedsel weggooien. Wat de mensen daar niet zelf eten, voeren ze aan de varkens en kippen. Trouwens, van alle afvalstromen bestaat nauwelijks een overzicht.

Plastic, zei Van Lohuizen, was een onopgelost probleem. Uiteindelijk verdwijnen restanten toch in zee. In Sao Paulo had de overheid geprobeerd om de verstrekking van plastic zakjes te verbieden, maar dat bleek vergeefs. Van de zes steden produceert New York het meeste afval. Daarvan wordt veel geëxporteerd. Vuilnisbelten zijn overvol. Steden gaan hun afval nu verbranden. Tokio is daarin het verst. Meer dan twintig verbrandingsinstallaties telt deze miljoenenstad. Bij elk ervan is een zwembad waar de Japanners is het warme water van de ovens kunnen baden. China is trouwens een netto-ontvanger van afval uit de hele wereld, maar dat draaien de Chinezen langzaam terug. Afvalscheiding zou al helpen, maar elke stad staat daar anders in. In New York zijn het mannen die langs de weg de vuilniszakken nalopen, op zoek naar flessen met statiegeld, maar wat zij doen is illegaal. In Sao Paulo worden zulke mensen juist beloond en in Tokio zijn het de bewoners zelf die alle afval nauwgezet sorteren. Op het niet-scheiden staat daar een hoge boete. Veel vragen kreeg Van Lohuizen uit de zaal over waarom wij van ons afval zo vervreemd zijn geraakt. Niemand is in afval geïnteresseerd. Mensen lijken ook niet meer het gevaar te voelen, wij maken ons er totaal geen zorgen over. Misschien is dat wel ons grootste probleem.

Tagged with:
 

Finding alternative housing policies

On 1 februari 2018, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Running hot and cold’ (2005) van Yosuke Hirayama:

Tokyo Rent Map

Bron: https://tokyocheapo.com/tokyo-interactive-rent-finder-map

Onlangs wees ik hier op de enorme nieuwbouwproductie van woningen in Tokio en bijgevolg de dalende woningprijzen. Nu lees ik dat de Japanse regering de kwakkelende economie bewust stimuleert door met name de bouwindustrie flink aan te jagen. Die is daar traditioneel erg groot. Het gevolg zijn inderdaad dalende woningprijzen, maar zeker niet overal. In ‘Running hot and cold in the urban home-ownership market: the experience of Japan’s major cities’ beschrijft Yosuke Hirayama van Kobe University de plekken binnen Tokio en Osaka waar de waardedaling van het vastgoed aanhoudt en waar deze juist stijgt. Zijn geografie van ‘hot spots’ en ‘cold spots’ is de moeite van het lezen waard. Vooral in de brede randen van Tokio – een megastad zo groot als Nederland – vindt een sterke waardedaling plaats. Maar in het centrum stijgen juist de prijzen. Na het barsten van de bubble-economie in de jaren ‘90 daalden daar eerst de grondprijzen en begonnen de ontwikkelaars op grote schaal flats te bouwen. Alleen al tussen 1987 en 2002 werden in het centrum van Tokio 97 woontorens gebouwd. Sindsdien zijn daar nog 288 nieuwe torens bijgekomen. Het wordt daar alleen maar duurder.

Het traditionele Japanse gezin is op zijn retour, de standaardwoning verdwijnt, zeker in Tokio. Er ontstaat een diversiteit van woonvormen. Het zijn met name alleenstaande jonge vrouwen die zich op de woningmarkt begeven. Als ‘Global City’ trekt Tokio ook veel hoogopgeleiden, expats, miljonairs, vaak mensen met een hoog inkomen. Ook dat drijft de prijzen in het centrum op.  Daar tegenover staan de ‘cold spots’ in de randen en dan met name daar waar laagbouw en appartementen domineren, zeg maar de Japanse variant op VINEX. Veel mensen hadden daar een bescheiden woning gekocht toen Tokio in de hoogconjunctuur extreem duur was en de overheid woningbezit sterk aanmoedigde (‘grootschalig bouwen in de groene randen!’). Nu raken ze hun woning niet meer kwijt. Ondertussen blijft de Japanse regering nieuwbouw aanmoedigen. Dat is niet goed, Tokio bouwt teveel woningen, althans dat vinden sommige experts. Ook Hirayama is van mening dat de prijsdalingen in de periferie mede het gevolg zijn van de bouwwoede in het centrum. “Whatever the economic climate will be, however, if the current housing and urban redevelopment policies are maintained, home-ownership markets and urban spaces will be fragmented even more. It is becoming a critical challenge to find an alternative direction for urban housing beyond the traditional policies.” Ik betwijfel of hij gelijk heeft. Projecteer dit eens op Nederland.

Tagged with:
 

Impossible to ignore

On 26 januari 2018, in afval, by Zef Hemel

Gelezen in The Washington Post van 23 november 2017:

Afbeeldingsresultaat voor kadir van lohuizen washington post waste

Hij gaf me een exemplaar van The Washington Post in handen. Op het omslag: ‘A World of Waste. The mounting problem that’s impossible to ignore’. Een compleet katern van deze Amerikaanse krant blijkt gewijd aan zijn laatste fotoreportage, gemaakt in steden als Jakarta, New York, Tokio, Lagos, Sao Paulo en Amsterdam. Zijn naam: Kadir van Lohuizen, fotograaf. Ik ontmoette Kadir in een kroeg aan de Kloveniersburgwal, vlak bij zijn huis. Was het toeval dat ik een eindje verderop met studenten planologie juist bezig was met een Masterstudio over de Circulaire Stad? Van Lohuizen zal een van mijn sprekers zijn in de nieuwe serie Amsterdamlezingen die begint op 5 februari 2018. Die serie staat in het teken van de toekomst. Kadir zal spreken over afval. Grootstedelijk afval wel te verstaan. De wereld, vertelde hij me, produceert jaarlijks 3,5 miljoen ton afval, dat is tien maal meer dan een eeuw geleden. Elke maand gooit de gemiddelde Amerikaans een hoeveelheid afval weg dat gelijk staat aan zijn eigen lichaamsgewicht. Een gemiddelde Japanner stort iets minder, namelijk twee derde van zijn gewicht, maandelijks wel te verstaan. En een Amsterdammer? Per jaar 370 kilo afval, waarvan 7 kilo plastic en 80 kilo grofvuil.

Lagos, Nigeria, hergebruikt al zijn organische afval, maar dat kun je van New York of Amsterdam niet zeggen. New York is zelfs de stad die het meeste afval produceert. Per jaar wordt daar 33 miljoen ton afval aan de straat gezet; dat is vijftien maal meer dan Lagos. En Tokio? Omdat Tokio geen ruimte meer heeft, wordt daar vrijwel alle afval gerecycled, vertelde Kadir me. In de stad staan 48 verbrandingsinstallaties die alle restafval omzetten in energie en warmte. Daarnaast kent de Japanse hoofdstad nog 12 vuilnisbelten, waarvan de grootste zich bevindt in de baai. De stad kan daar nog 50 jaar haar as storten. Daarna is ook deze vol. Hoe het nu verder moet? Kadir kon het me niet vertellen. Hij moet er nog over nadenken. Maar slechts 29 procent van haar afval scheiden zoals Amsterdam doet is niet duurzaam, laat staan circulair. Op maandagavond 12 februari 2018 om 20.00 uur zal Kadir erover spreken in zijn Amsterdamlezing. Locatie: CREA Roeterseiland Campus. Toegang gratis. Mis het niet. Meld je aan op: http://www.uva.nl/nieuws-agenda/nieuws/amsterdamlezingen/amsterdamlezingen-uva.html

Tagged with:
 

Dalende woningprijzen in Tokio

On 18 januari 2018, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen op Forbes.com van 12 augustus 2016:

newly constructed house data

Afgelopen dinsdagavond hield de Amsterdamse gemeenteraad een hoorzitting over de crisis op de Amsterdamse woningmarkt. Het leek wel alsof alleen Amsterdammers met hoge woningprijzen worstelen. Dat is natuurlijk niet waar. Ook succesvolle Amerikaanse en Aziatische steden dreigen onbetaalbaar te worden. De uitkomst van het gesprek was dan ook teleurstellend. ‘Problemen op woningmarkt te complex voor snelle oplossing,’ kopte Het Parool na afloop. Hoezo complex? In ‘Tokyo’s Affordable Housing Strategy: Build, Build, Build’ schreef Scott Beyer over de aanpak die Tokio volgt om de hoge prijzen op de woningmarkt te bestrijden. Deze aanpak stelde hij tegenover die van Amerikaanse steden als New York, Los Angeles en San Francisco. Ook daar schieten de woningprijzen door het plafond. Hun probleem, aldus Beyer, is dat ze niet voldoende nieuwe woningen bouwen om aan de enorme vraag te kunnen voldoen. Jaarlijks bouwt New York 20.000 nieuwe appartementen, Los Angeles bouwt 23.500 nieuwe woningen en San Francisco – even groot als Amsterdam – een schamele 5.000 woningen. Wat doet de grootste stad op aarde?Alleen al in 2014 bouwde Tokio binnen de gemeentegrenzen 142.417 nieuwe woningen! Sinds 2000 is in het inwonertal van Tokio met 1,6 miljoen gegroeid. Resultaat: stabiele woningprijzen. In de metropoolregio zijn de woningprijzen sinds 2006 zelfs gedaald.

Mensen beschouwen mij als een rechtse journalist, schreef Beyer, maar dat is niet waar. Waarom zou schaarste creëren een linkse en betere oplossing zijn? Iedereen moet beseffen dat Tokio geen grond meer te vergeven heeft. De stad bouwt in de hoogte en verdicht door oude woningen te slopen en nieuwe – grotere – terug te bouwen. De gemiddelde levensduur van een woning in Tokio is slechts 26 jaar. De stad is aan die snelle verandering gewend, ook door de vele aardbevingen en branden die het heeft gekend. Monumentenzorg bestaat hier vrijwel niet. Tokio is daardoor de meest organische stad op aarde. Beyer: “In Minato ward — a desirable 20 sq km slice of central Tokyo — the population is up 66 per cent over the past 20 years, from 145,000 to 241,000, an increase of about 100,000 residents. In the 121 sq km of San Francisco, the population grew by about the same number over 20 years, from 746,000 to 865,000 — a rise of 16 per cent. Yet whereas the price of a home in San Francisco and London has increased 231 per cent and 441 per cent respectively, Minato ward has absorbed its population boom with price rises of just 45 per cent.” Weigeren om te groeien en de verdichten drijft de woningprijzen op. Amsterdam nam in 2017 9.000 nieuwe woningen in aanbouw. Het begin is er. Zo eenvoudig is het.

Tagged with:
 

Kinderloos, vrij

On 18 december 2017, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Tokyo Totem’ (2015) van Monnik:

Afbeeldingsresultaat voor tokyo totem single ladies

Bijzondere gids over Tokio van Monnik. Zeer diverse bijdragen. Relatief veel beeldessays. Niet alles in het boek is even goed geschreven, maar een alternatieve gids voor de grootste, intrigerende stad op aarde is het zeker geworden. Vooral het laatste deel, over Make yourself at Home, vond ik erg geslaagd. Misschien komt het doordat ik ‘Tokyo Ga’ van Wim Wenders had gezien. ‘Tokyo Story’ van Yasujiro Ozu staat namelijk centraal in Anna Berkhof’s ‘Feeling at home in Tokyo’ waarmee dit laatste deel begint. En Ozu is de referentie van Wenders als hij het alledaagse leven in Tokio filmt. “The subway is a hyper-public space, and the home has become a very private space, but in between these two extremes people can be found sharing intimate space in the most unexpected locations. This makes Tokyo, if one dares to look beyond the surface spectacle, a surprisingly comfortable and intimate city where the configuration of the urban fabric actually helps make you feel at home.” Wat zal ik zeggen? De leefbaarheid van Tokio is fantastisch, mede dankzij de aanwezigheid van de konbini, de Japanse gemakswinkel om de hoek. Maar bovenal door de privacy van het eigen huis en de openbaarheid van het openbaar vervoer.

Vooral het essay van Tomoko Kuba over ‘Single Ladies’ vond ik erg interessant. De laatste twintig jaar zijn alleenstaande vrouwen massaal de woningmarkt van Tokio binnengetreden. Dat is in Japan nog altijd iets ongekends. Ze kopen compacte condominiums in en dichtbij het stadscentrum. Vooral Ebisu staat erom bekend dat jonge vrouwen er graag willen wonen, liefst alleen. In de directe nabijheid vind je modehuizen, restaurants, uitgaansgelegenheden. De vrouwen zijn als geen ander op dergelijke voorzieningen gericht. Ook in het oosten van Tokio, rond Ginza en Ochanomizu, hebben veel vrouwen eigen huizen gekocht. Hier zoeken zij de hogere cultuur. Kubo: “The condominiums in central Tokyo were built especially for single women who wish to enjoy this kind of urban life-style.” De vrouwen werken hard, ze willen geen vaste partner, ze zoeken stedelijk vertier en gemak. Kubo constateert dat de verschillen in verwachtingen van mannen en vrouwen ten aanzien van wonen, werken en leven steeds meer uiteen lopen. Hij beschouwt dit als problematisch. De traditionele Japanse cultuur verdraagt dit soort nieuwlichterij eigenlijk niet. Japanse mannen willen nog altijd het liefst dat hun vrouwen thuis blijven en voor de kinderen en de grootouders zorgen. Maar kinderen willen deze jonge vrouwen in Tokio niet meer. Hierdoor komt het dat Tokio, net als andere wereldsteden, in het centrum sterk verdicht.

Tagged with:
 

Mu – emptiness

On 22 november 2017, in film, by Zef Hemel

Gezien tijdens het IDFA in Eye, Amsterdam, op 20 november 2017:

Afbeeldingsresultaat voor tokyo ga trains wim wenders

In 1983 maakte de Duitse cineast Wim Wenders een schitterende dagboekverfilming van zijn korte bezoek aan Tokio. De kleurenfilm werd twee jaar later voor het eerst vertoond tijdens het filmfestival in Cannes. In ‘Tokyo Ga’ bracht hij de Japanse metropool in beeld zoals hij die tijdens de kersenbloesem in het voorjaar had aangetroffen. In Tokio had hij gezocht naar sporen van het werk van de beroemde Japanse cineast Ozu (1903-1963) die volgens hem had geprobeerd het Japanse leven vast te leggen ‘’’zoals het werkelijk was”. Alles – de treinen, de gezinnen, de huizen, de kinderen – bleek in de maalstroom van de moderniteit ingrijpend veranderd. Het is de boodschap van de film: Tokio is een volstrekt artificiële wereld die permanent alles transformeert, vol met mensen die de werkelijkheid niet meer kennen. Het brave joch dat Ozu vijftig jaar eerder in het klaslokaal had gefilmd, is nu een vervelend jongetje in het metrostation dat zich voortdurend opzettelijk op de grond gooit en niet wil luisteren naar zijn moeder. Het traditionele Japanse gezinslezen is vervangen door eenzame mannen die ‘s avond in de Pachinkohal apathisch metalen balletjes in machines gooien of door golfspelers die eindeloos – ook na het avondeten nog – oefenen in het slaan, niet geïnteresseerd in het spel. In 1983 was ik net gearriveerd in Amsterdam. Tokio was toen nog ver weg. Nu zag ik de de film opnieuw tijdens het IDFA in Amsterdam. Buiten regende het. Een sombere film.

Het dieptepunt wordt bereikt als Wenders bij toeval zijn Oostenrijkse collega Werner Herzog ontmoet bovenin de Tokyo Tower. Herzog, keurig in pak gestoken, wijdt opgewonden uit over het verlies van beelden als gevolg van die voortdurende verandering in de kunstmatige metropool. Vol afschuw wijst hij naar de stad beneden hem, die één grote chaos zou zijn. Steeds minder beklijft in deze wereld. Zijn pessimistische betoog wordt in de film kracht bijgezet door een reportage in een werkplaats waar plastic eten voor de etalages van de Japanse eethuizen wordt gefabriceerd. Zelfs het voedsel in de stad is artificieel geworden. Ook door al die beeldschermen in de stad waarop niets meer echt is, tot in de taxi toe, is de realiteit van Ozu verloren gegaan. Het mooiste fragment vond ik die van een eindeloos lange trein die door het donker op een parallel spoor voortraast; coupé na coupé is leeg of verlaten; het duurt en het duurt maar (https://www.youtube.com/watch?v=nXOT9snYNnY). Minimale beelden zijn het van een in de ogen van Wenders te grote kunstmatige metropool. Ach, Europeanen kunnen maar niet aan de grote stad wennen. De film eindigt met een lang interview met de bejaarde cameraman van Ozu, Atsuta geheten, die op het laatst in snikken uitbarst als hij terugdenkt aan zijn overleden leermeester, die voor hem en zijn mensen zoveel had betekend. De tijd van Ozu, dat was nog het echte leven. Maar Ozu is dood.

Tagged with: