Gebakken luchtstad

On 19 april 2011, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in Aerotropolis (2011) van John Kasarda:

Transportation is destiny”, beweert de Amerikaan John Kasarda in zijn recent verschenen boek Aerotropolis (2011). Daarom wil hij ons doen geloven dat vliegvelden in de eenentwintigste eeuw belangrijker zijn dan steden. Vliegvelden vormen niet alleen de steden die ze bedienen, ze wòrden steden op zichzelf. Kasarda zou het gemeentebestuur van het krimpende Detroit er van hebben overtuigd dat ze het beste een groot vliegveld kan bouwen. Ik hoop het niet. En Los Angeles is voor hem het bewijs dat een stad aan positie verliest als het geen mainport in de nabijheid heeft. Huh? Hoe kan je nu een uiterst succesvolle metropool van vijftien miljoen inwoners aanpraten dat ze kansen heeft gemist omdat ze geen mainport heeft? Ze is toch zelf het levende bewijs van het tegendeel. Steden hoeven helemaal geen hele grote vliegvelden te hebben om succesvol te zijn. Liever niet zelfs. Die van LA is groot genoeg.

In ‘Triumph of the City’ (2011) wijdt de Amerikaanse econoom Ed Glaeser slechts één passage aan vliegvelden in relatie tot steden. Deze nuchtere passage gaat als volgt: “Many suburban communities have grown up arount airports, like Chicago’s O’Hare. This pattern is, in a way, no different from the earlier tendency of people and companies to locate near wharfs and rail yards.” Glaeser beschrijft hier The Woodlands, een suburbaan gebied op dertig mijl afstand van het centrum van Houston. Wat blijkt? Een deel van de inwoners van The Woodlands gebruikt bijna dagelijks het nabije vliegveld. Ze pendelen als het ware door de lucht. Vergelijk het met Hoofddorp. Het zal best. Om daar nu, zoals Kasarda doet, een heel boek aan te wijden en de oude steden meteen maar dood te verklaren, is natuurlijk overdreven. Ik ben alleen bang dat het gemeentebestuur van Detroit het dwaze advies zal volgen om de slinkende stad nieuw leven in te blazen met een flinke stoot kerosine en een mega-investering in landingsbanen. Arm Detroit. Arme belastingbetaler. Arm milieu.

Tagged with:
 

Compacte luchthaven

On 5 november 2010, in duurzaamheid, infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in Earth Island Journal, augustus 2001:

Jim Starry is een Amerikaanse uitvinder. Zijn PR-agent in Nederland, Freed Schmitter, ontmoette ik bij toeval in de Zuiderkerk. Schmitter was gestuit op de Vrijstaat en dacht daar het idee van Starry kwijt te kunnen. Ineens herkende hij mij. Even dacht ik in een roman van Paul Auster te zijn beland. Starry, vertelde Schmitter, heeft een concept ontwikkeld voor vliegvelden dat tot enorme reducties aan brandstofverbruik kan leiden. Hij overhandigde me zijn kaartje en een copie van een artikel uit de Earth Island Journal. Van dat tijdschrift had ik nog nooit gehoord. Wist u dat een Boeing 747 gemiddeld meer dan 500 gallons brandstof verbruikt tijdens het taxiën? Dat is evenveel als het brandstofverbruik van een auto in een jaar tijd. Een duizendtal ritjes van taxiënde vliegtuigen – heel normaal voor een dagje Schiphol – komt neer op een verbruik van 12 miljoen gallons kerosine – dat is evenveel als wat 200.000 auto’s per dag verbruiken. De uitlaatgassen van vliegtuigen produceren per eenheid 14 keer meer schadelijke stoffen dan een gewone benzinemotor. "At many airports, levels of carbon monoxide, hydrocarbons and nitrogen oxides are at least 10 times higher than in surrounding cities." Slechts vier procent van al die verbrande brandstof wordt daadwerkelijk gebruikt voor beweging. De rest is geluid en stank. Vindt u het gek dat steden zich met de vliegvelden in hun omgeving bemoeien?

De oplossing van Starry is even eenvoudig als effectief: breng een helling aan in de start- en landingsbanen. Aan het begin van de baan kan de hellingsgraad 1 procent zijn, maar die loopt dan op naar 4 procent. Zo wordt het vliegtuig bij landing afgeremd en krijgt hij vaart met behulp van de zwaartekracht bij het opstijgen. Onder de opgelichte banen kunnen parkeergarages en vertrek- en aankomsthallen worden gebouwd, waardoor een compacte setting onstaat die afstanden doet verschrompelen. Starry schat dat zijn luchthaven slechts een derde van het huidige landoppervlak nodig heeft en zeker 300 miljoen gallons kerosine per dag kan besparen. Wie regelmatig vanaf Schiphol vliegt en de zogenaamde ‘milieubaan’ (ook wel ‘vijfde baan’ of ‘polderbaan’) gebruikt, weet hoelang hij al taxiënd onderweg is en kan makkelijk een schatting maken van het enorme energiegebruik. Het ruimtegebruik van het huidige Schiphol en de impact van de luchthaven op Amsterdam en omgeving laat ik hier verder onbesproken. Die zijn, gegeven de mainportstatus, gigantisch. Interessante man, die Starry.

Tagged with: