Zoute eeuw

On 28 november 2009, in geschiedenis, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Ideeën’ van Peter Watson (2005):

De Hollandse Gouden Eeuw was het gevolg een verschuiving van het economische kerngebied binnen Europa in noordelijke richting. Tot dan lag de kern van die economie immers rond het Middellandse Zeegebied, eerst in Griekenland, later Italië en Spanje. Volgens Peter Watson, Brits archeoloog en auteur van ‘Ideeën. De geschiedenis van het menselijk denken’, had het deels te maken met de ontdekking van Amerika en de groeiende economische betekenis van de Atlantische Oceaan die daarvan het gevolg was. Engeland en de Lage Landen wisten daar goed van te profiteren.

Tegelijk, geeft hij toe, groeide ook het belang van de Noordzee in de zestiende eeuw. Dat had niets met ontdekken te maken, maar alles met een tamelijk abrupte klimaatverandering. Het zoutgehalte van de Oostzee nam sterk toe, "waardoor de haring naar de Noordzee werd verdreven en de vangsten daar flink opliepen en de visindustrie van de landen rondom die zee groeide." Ik sla er Braudel op na. Die noemt de cijfers van de Amsterdamse haringvangst aan het begin van de zeventiende eeuw ‘ontzagwekkend’. Er voer een hele vloot op de Doggersbank voor de Engelse kust: "Op deze vijftienhonderd haringbuizen vingen zo’n twaalfduizend vissers driehonderdduizend ton vis die door heel Europa werd verkocht. Gezouten en gerookte haring waren de Hollandse ‘goudmijn’." In totaal besloeg ze de helft van de Hollandse handel. De andere helft – vooral die op de Oostzee – werd er bovendien mee opgewekt. De Amsterdamse vismarkt, dat was de Dam.

Watson noemt de opbloei van het noordelijke kerngebied binnen Europa het begin van de natiestaat. Reden: religieuze en dynastieke conflicten werden ingewisseld voor handelsrivaliteiten. Koloniën, gebaseerd op het plantagesysteem en de slavenhandel, leken nu profijtelijk. Het zout, nodig voor de vis, werd ingevoerd vanuit het Caribisch gebied; omgekeerd exporteerde Amsterdam slaven naar de Caraiben. Dit Atlantische systeem kon door steden als Amsterdam alleen niet meer worden onderhouden. Volgens Braudel kwam met de Gouden Eeuw van Amsterdam een einde aan het tijdperk van steden met de structuur en de roeping van een wereldrijk. "Aangezien Europa door het succes uit zijn krachten was gegroeid en op het einde van de achttiende eeuw bijna de hele wereld dreigde te gaan omvatten, moest het overheersende gebied in het centrum in omvang toenemen om het evenwicht met het geheel te herstellen." Regeringscentrum Den Haag nam de macht dus over. Echter, volgens Braudel zat hier het probleem: "De regering in Den Haag stond bekend als zwak en weifelend, hetgeen tot de conclusie zou kunnen leiden dat een onbeduidend politiek apparaat de kapitalistische ondernemingen bevordert, sterker nog, een voorwaarde is voor succes." Daarom namen Engeland en Frankrijk het over. Hun regeringen waren sterker. Londen en Parijs werden groot.

Het was dus dubbel: enerzijds statelijke machtsstructuren om de wereldheerschappij te vestigen en te onderhouden, anderzijds stedelijke vrijheden voor eigendomsrechten en vrijheid voor zakelijke initiatieven van individuen. Vis en handel, ze legden Amsterdam geen windeieren; Spinoza kwam erop af. De Vrijstaat werd, voor de laatste maal, geboren. Maar het succes had al de kiemen in zich van de ondergang.

Tagged with:
 

This is tomorrow

On 26 november 2009, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in Verzamelde Opstellen van Geert Bekaert deel 2 (1966-1970):

Hebben we met de Vrijstaat Amsterdam een parallel universum gecreëerd? Schiepen we hiermee een universum naast het enige reëel bestaande universum, dat van de Amsterdamse planningspraktijk? Ik worstel met die vraag. Bestaat er een verschil tussen droom en werkelijkheid? En zo die bestaat, kun je de reële praktijk wel scheiden van de Vrijstaat? We hebben de Vrijstaat immers vanuit de Dienst Ruimtelijke Ordening ontwikkeld en bemenst; zelfs de suppoosten waren mensen van de DRO. Ik worstel met die vraag nu iedereen aan me vraagt wat ik met de resultaten uit de Vrijstaat ga doen. "Wat zien we ervan terug in de structuurvisie?" Moet ik dan de resultaten uit het parallelle universum terugploegen naar het reële universum van de Amsterdamse planningspraktijk? Ik weet het niet.

Lees in Geert Bekaert’s Verzamelde Opstellen, deel 2, getiteld ‘Los in de ruimte’, het eerste opstel uit 1966, ‘Pop, het wezen van de kunst’. Het werd door Bekaert geschreven naar aanleiding van de bezichtiging van een tentoonstelling over Nieuw Realisme in het Haags Gemeentemuseum, in 1964. De Belgische kunstcriticus verwijst naar het beginpunt van deze kunstbeweging: de tentoonstelling ‘This is tomorrow’ in de White Chapel Art Gallery in augustus 1956 te Londen. "Een dozijn groepen, meestal bestaande uit een schilder, een beeldhouwer en een architect, voor zover deze benamingen nog gelden, gaven in sprekende beelden hun visie op de toekomst weer en indirect ook op de plaats die de kunst daarin zou moeten innemen." Nieuwsgierig lees ik door. Want wat was die visie toentertijd?

"We leven in een conventionele, artificiële wereld, d.w.z. naast onze eigenlijke werkelijkheid. De bestaansreden van de kunst is, deze conventies voortdurend te doorbreken, ze te relativeren en de mens nieuwe beelden te geven die zijn menselijkheid kunnen verklaren, nieuwe vormen en structuren waarin hij zijn menselijkheid kan beleven." Betekenisvol laat hij daarop volgen: "Hier werd de wezenlijke opzet van de nieuwe kunst voor het eerst heel duidelijk geformuleerd."

Was dat niet wat we in de Vrijstaat hebben gedaan? Conventionele planningspraktijken doorbreken, relativeren en de mens nieuwe beelden geven. Opdat wij mensen weer contact krijgen met de ‘eigenlijke werkelijkheid’. Is de staande praktijk van planning in Amsterdam artificieel en gaf de Vrijstaat weer contact met de`eigenlijke werkelijkheid’. Was het kunst?

Tagged with:
 

Luchtfietserij

On 18 november 2009, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in het gastenboek van de Vrijstaat op 18 november 2009:

Vandaag leveren we de sleutel in van de Tolhuistuin bij projectbureau Noordwaarts. Het is het definitieve einde van de Vrijstaat. Gisteren kreeg ik het gastenboek in handen. Ik lees (in volgorde, geanonimiseerd, maar wel volledig):

"Wat een prachtige maquettes, maar ik wil altijd zien waar het is in de stad, en hoe is NU is. Gewoon een stuk Top-kaart ernaast. Dan begrijp ik tenminste of er nieuwe waterkanten of nieuwe bebouwing, of etc. Kan dat er nog bij? Verder zó leuk, al die discussies die de maquettes oproepen. TOP!!"

"Bij een presentatie kwam een stelling: ‘is Amsterdam nog wel vrij?’ Mijn reactie: Amsterdam is in menig opzicht nog niet vrij, maar wel vrij voor mogelijkheden."

"Gefeliciteerd met deze mooie expositie. En wij maken Amsterdam nog mooier, levendiger, gastvrijer, nog bruisender en we blijven met elkaar werken, recreëren en wonen in deze prachtige stad."

"Maar NIET aan het Vliegenbos komen graag, de chemische fabriek mag wel op de schop."

"A combination of left-wing arty farthy and phony ballonery. Congretulations. Carry on!"

"U moet mij geloven wanneer ik zeg dat dit een wonderlijke expositie is. En ook: wonderschoon!"

"Inspirerend!"

"Voor herhaling vatbaar! Geef (jonge) werkloze architecten/stedenbouwers opdrachten. En elke drie maanden een expo."

"Een reizende vrijstaat door de stad. Elke keer op een andere inspirerende plek."

"Ik ben geen incrowd. Ik begrijp niets van de maquettes. Waar is Amsterdam? Wat is het idee? De informatie kan alleen duidelijk zijn voor medewerkers. Maar: fantastisch mooi!"

"Zal wat gekost hebben! Maak het dan ook toegankelijk."

"A thought would be to translate all the projects in English because for a foreigner it is impossible to understand them. Congretulations for the initiative anyway."

"We love Holland architecture. Its innovative, interesting. There is now crowd on the streets. We like bicycles especially. We hope we will come back soon."

"De foto-expositie is bijzonder en de kinderen die de foto’s gemaakt hebben lijken geïnspireerd door licht, schaduw en object, de metropool Amsterdam. Dat Amsterdam mag uitgroeien tot een belangrijk dynamische samenleving. Leve Amsterdam. Leve de (nieuwe) Amsterdammers."

"I loved it! The appeal to imagination is right. These are troubled times where the ethos is of restriction. But ‘freedom’ as your theme is needs to be bottled onto ecologized viability!"

"Een prachtige verzameling van luchtfietserij!"

"Niente mi e troppo per Mia Amsterdam!"

"Interesting and innovative ideas! Thank you!"

"Holland is really an interesting city. They have lots of wonderful stuff things here. By the way, I come from Taiwan."

(wordt vervolgd)

Tagged with:
 

Luchtfietserij II

On 18 november 2009, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in het gastenboek van de Vrijstaat Amsterdam op 18 november 2009:

Nog meer reacties van de 7500 bezoekers van de Vrijstaat Amsterdam:

"De plannen van het Noorderveld zijn zeker bijzonder. Maar vergeet niet dat het Vliegenbos is aangelegd om de vervuilende uitstoot van de chemische fabriek te compenseren. Gaat het Vliegenbos weg? Dan moet ook de fabriek het veld ruimen. (Mooie locatie voor woningbouw….)"

"Awful exhibition!"

"Knibbelend, kietelend, trekkend, drukkend, inspirerend!"

"Great exhibition, with a spectacular view."

"Ik wil op mijn blote voeten lopen in het gras."

"Mooi!"

"Mooi!"

"Zeer inspirerend; DRO laat zien hoe vrije gedachten, gesprekken & beelden tot leven gebracht kunnen worden. De inspiratie gaat mee naar Arnhem."

"Vond het ook inspirerend."

"….was hier. Vond het inspirerend."

"Bureau Rietveld: wat een spannend ontwerp! Wat een mogelijkheden! Wat een uitdaging! Lof!"

"This is a truly marvellous exhibition. I hope that ‘powers that be’ will have the foresight to put some of it into practice! With sincere appreciation,…"

"Een tentoonstelling vol inspirerend ideeën en verrassingen, TOP!"

"Wat hebben jullie toch allemaal ontzettend veel liefde in dit werk gestopt! Een BIG thank."

"Bijzonder project dat op een aantrekkelijke wijze op de verbeelding werkt!"

"beetje armoedige ideeën & lelijke maquettes, sorry (altijd negatief over Amsterdam; komt uir Rotterdam)"

"Inderdaad, het mag hoger bijvoorbeeld."

"Very nice exhibition and great projects…"

"Models very original! Bravo."

"Wonderful models…keep projecting such brilliant ideas. Sometimes the best architecture comes from the dreams!"

"Thanks for this & hope."

"Ville libérée, ville libertaire, ville ouverte, ville publique, ville locale, ville appropriée."

"Goede tentoonstelling met mooie maquettes. Erg herkenbaar, zeker de mooie maquette van de oude binnenstad uit 1724."

"En nu zien wat er van terecht komt. Ik hoop in 2050 (dan 93 jr) nog steeds in deze geweldige stad te wonen."

"PS Wat ik hier elke keer weer lees: vrijheid – niet gereglementeerd – eigen inbreng. Daarvoor is niet alleen vernieuwende architectuur nodig, maar nog meer vernieuwende politiek: weg met regeltjes, vergunningen en wat dies meer zij!"

(wordt vervolgd)

Tagged with:
 

Luchtfietserij

On 18 november 2009, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in het gastenboek van de Vrijstaat Amsterdam op 18 november 2009:

Aat de Vries vertelde me gisteren een mooie anecdote. Een klas schoolkinderen bezocht de Vrijstaat onder leiding van docenten van Kunstkijkuren, de organisatie die schoolkinderen door Amsterdamse musea begeleidt. Zoals gebruikelijk vroegen de docenten aan de kinderen eerst zelf te kijken en onder woorden te brengen wat ze zagen – maquettes zien kinderen immers niet elke dag. Bij de maquette van Rietveld & De Lyon van het Westelijk Havengebied (de Vrijhaven) antwoordde een jongentje: "Dat zware gewicht boven, dat is de hemel, daaronder hangen de sterren en helemaal beneden zie ik Amsterdam." Geweldig. Hier nog meer reacties van de 7500 bezoekers van de Vrijstaat Amsterdam:

"Mocht namens De Kleine Reus (basisschool in Amsterdam, ZH) bouwen. Prima tentoonstelling met zeer mooie maquettes."

"Bijzonder inspirerend, maar ook vaak triest: wie denkt er na over de toegankelijkheid voor iedereen (dus ook ouderen en mensen met een handicap!"

"Heel boeiend, inspirerend, de stad is al geweldig, maar er is nog heel veel mogelijk!"

"Vergeleken met de andere grote wereldsteden vind ik dat de dienst Ruimtelijke Ordening het goed doet in Amsterdam en daar ben ik trots op!"

"Van een nieuwsgierige ouder iemand, 86 jaar, met heel brede belangstelling: is zeer betrokken bij alles wat toekomst is en graag het e.e.a. nog wil meemaken zover het mij gegeven is. Veel succes."

"Heel inspirerend! Vol leven. Nieuwe invalshoeken. Rondom de schat uit ons verleden, gemaakt door Gerrit de Broen, ook nieuw voor mij. Ik hoop dat er stukken van gerealiseerd gaan worden, vooral de waterstad (Bedreigde vrijheid van Karres en Brands, ZH), de plek van het vrije denken, de twee ringen (Vrijstraat van ZUS, ZH) en de stad in de lucht (Vrijhaven van Rietveld & De Lyon, ZH). Bedankt."

"PS En dan, na de voltooiing van de Noord-Zuidlijn breken we het CS af met ons allen en bouwen het station bij de Zuidas!!"

"Wat een gefröbel! Tijd voor een nieuwe Wibaut!"

"’t was smullen!"

Tagged with:
 

Chaotisch, overrompelend

On 9 november 2009, in ethiek, by Zef Hemel

Gehoord in de Tolhuistuin op 8 november 2009:

Aan alles komt een einde. Ook aan de Vrijstaat Amsterdam. Gisteravond verzamelde een gezelschap van zo’n vijftig mensen die alle betrokken waren geweest bij de bouw van de Vrijstaat om afscheid van de maquettes te nemen. Ieder kreeg één minuut om in de microfoon zijn of haar persoonlijke ervaring te vertellen. Hoe was het geweest? Wat is je het meeste bijgebleven? Wat heb je gehoord? De curator vroeg het omdat hij, in navolging van Jane Jacobs, alleen geïnteresseerd was in de realiteit. Die kun je leren kennen door alle persoonlijke ervaringen bij elkaar op te tellen. Eén uur later wisten we het: voor de een was het chaotisch geweest, de ander liet een minuut stilte vallen, weer een ander was het opgevallen hoe sommige mensen hun opvattingen radicaal hadden bijgesteld in de loop van de avond. De curator zelf gebruikte tot driemaal toe het woord ‘overrompelend’. We luisterden naar de aantekeningen van de schoolkinderen. Elke groep had ideeën voor de toekomst genoteerd. Aanvankelijk waren de kinderen huiverig geweest om zomaar iets te bedenken, maar allengs was het makkelijker gegaan en hadden ze elkaar kunnen inspireren. Het resultaat leest als poëzie. Het gaat als volgt:

speeltuin/villa’s/bios/meer fietspaden zebrapaden/grotere kamers/meer recreatiegebieden/meer openbare wc’s/rolstoep/meer ruimte en sportvelden/gekleurde gebouwen/grachten dicht daarop groen/honden uitlaat plekken/automatische stoepen/meer ziekenhuizen/hondenpoep flitspalen/verkrijgen vleugels/flats koepen verbonden/meer auto’s/grond alarm systeem/auto op hout/waterauto’s/gratis openbaar vervoer/meer stranden/geen zwaartekracht/teleportatie machine/stoeldicht regen.

Of deze: Een toren/vliegende auto’s/ondergrondse kamer/robot die het huis schoonmaakt/huis op een eiland/meer speeltuinen/hoge flat met als nooduitgang een glijbaan/communicatiemiddelen/uitschuifbaar huis/uitklapbaar huis.

Of deze: een sportschool buiten/niet naar school maar geld en meer ruimte/meer natuur/pretpark dichtbij/bovengrondse tram/stoeltjeslift/kabelbaan in plaats van pont/vechtarena/plaats voor stress/plaats voor zwervers/geen coffeeshop/speeltuin voor anderen/treintje naar school/glijbaan in school/grachtenzwembad/insecten trainen/groot activiteitengebouw/elk huis geheime ruimte/bij 60 stoppen met werken/legerdistricten/dakspeeltuinen/zwembad/trampoline.

Of deze: een gebouw van 4000 meter/betere treinen, milieu schoner/brug voor centraal station/kunstvelden in plaats van voetbalvelden/Johan Cruyffvelden/bioscopen/activiteiten/kinderactiviteitencentrum/een groot gebouw/virtual reality gebouw/een grote gamehal-speelparadijs/meer ballenbakken/een groot reuzenrad/een monorail/auto’s die kunnen zweven/onderzeehotel, alles gratis/meer groen/grote toren/anti chagrijn hotel/arena voor kleine kinderen waar je kan voetballen/buizen naar centraal station/alles modern.

Veel kinderen hadden meer vrijheid gevraagd, maar wel met cameratoezicht. De bijdrage die mij zeer dierbaar was, was afkomstig van Mila. Ze had een aantal keren gesurveilleerd. Haar was opgevallen dat veel mensen hun eigen verhaal hadden gemaakt bij de maquettes en dit aan elkaar waren gaan vertellen. Echte story telling. Mooier kun je het je niet wensen.

Toen volgde de onvermijdelijke vraag. Wat we met de resultaten gaan doen. Aan ballonnen de lucht in? In de grond begraven onder de bouwput van de Noord/Zuidlijn en hopen dat ooit, wanneer er een Oost/Westlijn wordt gegraven, archeologen de berichten uit de Vrijstaat zullen vinden? Of moeten we een ambtelijke notitie maken voor de gemeenteraad? De curator wist iets beters. Als ieder van de 7000 bezoekers iets met zijn of haar insperende ervaringen gaat doen, dan wordt Amsterdam door al die idealistische interventies een stukje beter. Daarom verklaarde hij op het eind van de avond de Vrijstaat Amsterdam voor geopend. De maquettes konden worden opgeruimd. Er vloeide zowaar champagne!

Tagged with:
 

Kritisch

On 8 november 2009, in filosofie, planningtheorie, by Zef Hemel

Gehoord in de Tolhuistuin op 6 november 2009:

Middelbare scholieren, in ruime aantallen aanwezig, spraken zich vrijdagavond in de Vrijstaat uit over de toekomst van Amsterdam. Het was de laatste avond in het overladen programma. Moderator Walewijn de Vaal had het er knap lastig mee. Zijn bekentenis aan het begin van de avond, namelijk dat hij na acht jaar werken in de praktijk bij zichzelf had bemerkt dat hij bijna niet meer in nieuwe mogelijkheden kon denken terwijl, toen hij met werken begon, hij de wereld wel even zou veranderen, bleek aan dovemansoren gericht. Of juist niet. Want in tegenstelling tot de scholieren van de basisscholen die nog droomden, stelden zij, de jongeren, vooral kritische vragen. Aan dromen en bespiegelingen hadden deze jonge mensen geen behoefte. Ze waren vooral geïnteresseerd in de realiteit. Wat doen de planners, wat komt er op ons af? Sommigen hadden die avond verhalen verwacht over de megaregio AmBrusTwerp, omdat ze met hun leraar aardrijkskunde naar de Tegenlicht-documentaire Amsterdam Makeover 2040 hadden gekeken. Nu waren ze teleurgesteld. Gingen we hier een potje dromen over de Sloterplas! Werden ze wel serieus genomen?

Anderen geloofden niet dat je de stad naar je hand kunt zetten. Het voedselsysteem veranderen? De volkstuinen uit de Amstelscheg gooien? De boeren weer een bestaan bieden? Hoe kan dat nou? En moet je niet eerst de openbare orde veiligstellen voordat je lampionnen in de bomen rond de Sloterplas ging ophangen? En hoe duur was dat verlichtingsplan wel niet? Wie gaat dat betalen? En was al die extra verlichting wel duurzaam? En dan die zelfbouw: moeten er niet veel meer regels worden gesteld? Want wordt het anders niet een grote puinhoop in de stad? En moeten er niet veel meer goedkope woningen worden gebouwd? En waar blijven dan al die parken? Dus wat was dit voor een tentoonstelling? Wat moeten we hiermee als deze plannen toch niet worden gerealiseerd? Eén jongeman wilde zelfs dat er helemaal niets veranderde in de stad. Alles moest zo blijven. De curator antwoordde dat alles nu eenmaal verandert. Panta Rhei. Stadsplanners moeten die eeuwige verandering geleiden, in goede banen proberen te leiden of liever nog: ze hopen de Goede Stad te ontwerpen, maar ze weten dat die stad voortdurend verandert. Het werd me duidelijk. Wie aan het ontdekken is hoe de wereld in elkaar steekt, is even niet geïnteresseerd in het veranderen van diezelfde wereld. Die wil even niet dromen. Dat dromen komt later wel weer.

Er was slechts één jongen van een basisschool aanwezig. Hij was de jongste. Diezelfde vrijdagmorgen had hij met zijn klas de tentoonstelling bezocht. Nu was hij er weer, dit keer samen met zijn vader. Ook hij stelde vragen. Maar zijn vragen getuigden vooral van nieuwsgierigheid. Hij was geïnteresseerd in de mogelijkheden. Bij de maquette van de Sloterplas deed hij het weer. Terwijl de middelbare scholieren korte metten maakten met het hele idee van Luilekkerland, stak hij zijn vinger op. Geduldig wachtte hij op zijn beurt. Toen die gekomen was, vroeg hij: "Betekent dit dat als we deze lichtjes ophangen in de bomen er ook toeristen zullen komen naar Nieuw-West?" Jazeker, antwoordde de curator, dan kan de Sloterplas een soort van Eiffeltoren worden.

Tagged with:
 

Conservatief

On 6 november 2009, in duurzaamheid, politiek, by Zef Hemel

Gehoord in de Tolhuistuin op 5 november 2009:

"Het is vijf voor twaalf. Het is in vele opzichten vijf voor twaalf." Zo begon de wethouder van ruimtelijke ordening en stedenbouw van de gemeente Amsterdam zijn eigen vrije avond in de Vrijstaat. Vanaf de eerste minuut waren we de gevangenen van zijn ruimtelijke dilemma. Maarten van Poelgeest toonde cijfers, kaarten en grafieken die de vollle zaal – vooral bestaande uit ambtenaren – angst moesten inboezemen. "Als we zo doorgaan, gaat het niet goed," voegde hij er dreigend aan toe. Zijn zelfgekozen opponent was Walter de Boer, directeur van Bouwfonds Property Development, een van de grootste ontwikkelaars van Nederland die, zoals hij zelf zei, liefst twintig procent van de woningbouw in Nederland in handen had. "Waar zitten jullie in de Amsterdamse regio?", vroeg Maud van de Wiel, die optrad als moderator. "Overal," antwoordde De Boer. "Wanneer gaan jullie in het Polderweggebied beginnen?", vroeg de wethouder vrolijk uitdagend. Maar daar ging De Boer liever niet op in. Hij vond Maarten van Poelgeest maar lijken op Al Gore. Je zag aan zijn gezicht dat hij met die Gore niet veel ophad. Van Poelgeest wilde echter niets liever dan de degens kruisen met deze woningbouwman die grote aantallen ‘Volkswagen Kevers’ (lees: rijtjeswoningen en twee-onder-eenkappers) in de weilanden neerzet, "omdat de consumenten daar nu eenmaal om vragen." Zelf vond ik Van Poelgeest vooral lijken op Jan Pronk, toen hij nog Minister van Ruimtelijke Ordening was en die had geprobeerd de geesten rijp te maken voor het trekken van rode contouren om alle steden en dorpen. Ook Margreeth de Boer en al die andere ministers van Ruimtelijke Ordening van de babyboom-generatie hadden het vijf voor twaalf gevonden en hadden geprobeerd met doemscenario’s gedragen ruimtelijke agenda’s te maken. Oude politiek die uiteindelijk niet had gewerkt.

Het debat ging vooral over aantallen, hoeveelheden en nog het meeste over geld. Er werd vermenigvuldigd, afgetrokken, maar vooral gedeeld en opgeteld. Er werd intensief gebruik gemaakt van jarenlang rekenwerk van architect Uytenhaak, die ook in de zaal zat en die regelmatig de cijfers moest verduidelijken omdat door de abstractie van de getallen iedereen de weg kwijtraakte. Het ging over woningbouw, dat was duidelijk, het ging niet over werken, slapen, eten, drinken, ontspannen, kortom over mensen en hun leven de stad. Toegegeven, de woningaantallen die Van Poelgeest opvoerde als de bouwopgave voor de komende jaren in de regio waren indrukwekkend: niet 150.000, maar 300.000 tot 2040. "Dat is twintig procent toevoegen aan de bestaande voorraad," aldus de verantwoordelijke wethouder. Wat het geld betreft was er volgens de twee heren op het podium gewoon te weinig en dat verklaarde waarom er niet in de steden werd gebouwd en waarom de woningen in zulke lage dichtheden en ook zo armoedig werden opgeleverd. Ze waren het dus met elkaar eens. Maar de grafieken van ruimteconsumptie die de wethouder vertoonde, maakten juist duidelijk dat al die ruimteconsumptie welvaartsgedreven is. Er is juist héél véél geld. En àl dat geld zorgt ervoor dat dit mooie landje in hoog tempo wordt volgebouwd. Inderdaad, het volbouwen verloopt exponentieel. En Walter de Boer voelde zich daarvoor niet echt verantwoordelijk, sterker, hij bestreed de juistheid van de cijfers.

Op een gegeven moment werd het de zaal te veel. Iemand midden in de menigte intervenieerde. Hij herinnerde de twee heren eraan dat ze in de Vrijstaat waren en vroeg of ze op het podium wat dichter bij elkaar wilden gaan staan en elkaar wilden omhelzen. "Vrijen hoeft niet." Ook andere mensen vroegen nu om een visie van de politicus, en een reactie op de negen maquettes die om de hoek stonden opgesteld. Er kwam weer leven in de zaal. Op het podium voelde het nog wat onwennig. Van Poelgeest, dat zag je, meende dat hij al een visie had gegeven. Maar ineens begreep hij het. Toen verzon hij een nieuwe regel: de wet van Saris. Voortaan mag er alleen nog maar gebouwd worden in een dichtheid lager dan 5 woningen per hectare of hoger dan vijftig woningen per hectare. Het bracht Maud van de Wiel op het idee om nu ook ‘de wetjes van Duco Stadig’ in discussie te brengen. ‘Wetten, nog meer regels??," mompelde mijn buurman. Iedereen wachtte tot de wethouder iets zou zeggen over dat mooie plaatje op het eind van zijn presentatie: een toekomstige wereldbewoner die vanaf een hoog plateau, omringd door fantastische gebouwen, in een gevleugeld luchtschip stapt. Maar het gebeurde niet. Wel kwam er enige ontspanning op de gezichten van de twee heren, en ook ontspanning in de lichamen. Het duel was voorbij. Dat kon je zien. Het gesprek kon eindelijk beginnen. Maar toen was het al vijf voor tien.

Tagged with:
 

Straat-egie

On 30 oktober 2009, in economie, by Zef Hemel

Gehoord in de Tolhuistuin op 29 oktober 2009:

Dick de Kock van The Coffee Company, ooit begonnen aan de Leidsestraat, Fenje Bolt, eigenaresse van Tea Bar op de Haarlemmerdijk, Robert van Leeuwen, eigenaar van café Van Leeuwen aan de Utrechtsestraat en sinds een paar jaar ook van Lola’s Bar in de Kerkstraat, en Nel de Jager, winkelstraatmanager van vele Amsterdamse stadsstraten. De donderdagavond in de Vrijstaat stond in het teken van ‘de kunst van het ondernemen’. Met vier ondernemers in Amsterdam, alle gevestigd aan echte Amsterdamse stadsstraten, sprak de curator op de hem inmiddels bekende wijze. De gesprekken waren even alle aanstekelijk als ongemakkelijk. Aanstekelijk omdat je door al die verhalen zelf een zaak zou willen beginnen. Ongemakkelijk omdat de gemeente er slecht op stond bij de ondernemers. Dus waar te beginnen?

Dick de Kock vertelde over hoe het allemaal begon. Werkzaam in de koffiehandel, was hij ontevreden over het monopolie van Douwe Egberts; hij stoorde zich vooral aan de rode bakstenen van het Roodmerk. Hij wilde meer diversiteit. Zo begon hij een winkel in de Leidsestraat, waar je allerlei soorten koffie kon proeven, uit papieren bekertjes, want een horecavergunning had hij niet. Daarna startte hij een tweede vestiging in de Kalvertoren. Pas daarna ontdekte hij dat hij het helemaal niet moest hebben van die enorme ‘loopstromen’ door de Leidsestraat (50.000 mensen per dag) of de Kalverstraat. Zijn winkel bleek een buurtvoorziening; sommige mensen uit de buurt kwamen wel drie tot vier keer per week, op vaste tijden, bij hem koffie drinken. Toen begreep hij waar zijn derde vestiging moest komen: bij de Albert Cuyp. Zijn hoekpand in de Van der Helststraat werd een groot succes. Zijn hippe imago dankt hij aan deze vestiging. Overigens wilde hij helemaal geen hip imago hebben, nog steeds niet. The Coffee Company is er voor iedereen. Daarom past hij zijn interieur telkens aan aan elke vestiging. Onlangs had hij een vestiging geopend op het Gelderlandplein. Die heeft veel glas en van binnen veel grote leren fauteuils. Maar aan het Waterlooplein is het juist tweedehands meubilair en ruw beton; daar is alle geld gaan zitten in de geluidsinstallatie. Inmiddels zijn er dertig vestigingen van The Coffee Company, elk is weer anders. Het wordt moeilijk om dit vol te houden, zei hij, want hij wil niet dat mensen hem gaan zien als een gewone keten. Veel vestigingen zal hij in Amsterdam dan ook niet meer openen. Nog enkele buurten heeft hij in het vizier. Die buurten kiest hij heel bewust, dat doet hij gewoon te fiets. Zijn criterium is diversiteit. Ook de nabijheid van een enorme trekker wil wel eens helpen – dat verklaart bijvoorbeeld zijn locatie in de Amstelstraat, die anticipeert op de komst van The Bank. Als een buurt voldoende divers is, stapt hij erin. Dan zoekt hij ter plekke de drukste winkelstraat, met veel winkels. En altijd wil hij een hoekpand, want die zie je van veel kanten. Ook de mogelijkheid van een terras is doorslaggevend, dus een voldoende brede stoep is nodig. Zo gaat hij te werk. Dit is zijn ‘straategie’.

Fenje Bolt, die met haar Tea Bar finalist is voor de Retail Jaarprijs van ING, is van huis uit juriste. Ze ontwikkelde een concept voor thee: thee proeven, zelf je thee scheppen. Daarbij liet ze zich inspireren door The Coffee Company. Via Nel de Jager verwierf ze twee jaar geleden een pandje op de Haarlemmerdijk, schuin tegenover de vestiging van Dick. Haar vaste klanten kwamen uit de hele stad en zelfs daarbuiten. Voor nieuwe concepten werkte ze samen met ondernemers op de dijk, met chocolade en koekjes enzovoort. Iemand in de zaal merkte op dat dit vroeger ook veel gebeurde; dan hielpen de winkeliers elkaar om het hoofd boven water te houden. Door de stadsvernieuwing, zei hij, is dit allemaal verloren gegaan. De eenzijdige focus op woningbouw die daar onstond heeft veel ondernemerszin gedood en daarmee levendigheid en activiteit uit stadsstraten gehaald. Veel nieuwe ondernemers werken tegenwoordig ook alleen maar voor zichzelf – dat zijn ‘middenstanders’, zei iemand anders, het zijn geen echte ondernemers. Echte ondernemers, bracht Robert van Leeuwen in, zijn sociale mensen. Zelf was hij daarvan een voorbeeld. Het was niet alleen zijn kleine kroeg in de Utrechtsestraat die hij runde, hij was ook voorzitter van de ondernemersvereniging en waakte als kroegbaas over het wel en wee van zijn deel van de straat. Wel wilde hij helemaal onafhankelijk zijn – ook dat was een eigenschap van een echte ondernemer -, dus de brouwerijen mochten zich niet met zijn bedrijfsvoering bemoeien. Hij werkte dag en nacht en was begaan met zijn buurt, zijn klanten en de inwoners in zijn directe omgeving. Hij gaf zich er helemaal aan over en kon ook niet, zoals Dick, zijn vestiging elders klonen. Nu was hij begonnen met iets heel nieuws – Lola’s Bar in de Kerkstraat – waaraan hij zich weer helemaal overgaf; al vijf à zes jaar liet hij Café Van Leeuwen door iemand anders runnen. Lola’s is gevestigd in een voormalig koetshuis in een rustige woonstraat – niet ideaal voor een bijzondere bar "waar de mooiste vrouwen van Amsterdam komen". Wel is de buurt trefzeker gekozen omdat alleen in een kleine straal rond het Leidsplein dergelijke bijzondere uitgaansgelegenheden kunnen gedijen.

Toen was het woord aan Nel de Jager, ooit begonnen in het stadsvernieuwingswerk. Ze vertelde over haar beginjaren op de Haarlemmerdijk, die tweeëntwintig jaar geleden begonnen. De buurt was verkrot, de verbreding van de sporen had zijn tol geëist, de straat lag en ligt buiten de loopstromen rond het Centraal Station en is niet bepaald een ‘rode loper’. Ze deed het werk er gewoon bij, ze had het zelf verzonnen. Overigens, nog steeds is het Haarlemmerplein niet op orde; de verbetering van de straat is vooral te danken aan de komst van de Westergasfabriek. Nel begon met lege panden die het Grondbedrijf had opgekocht voor de duur van elf maanden over te nemen. Met een bos sleutels wierf ze lokale ondernemers, die ze tijdelijk in de panden van het Grondbedrijf zette. Sommigen bleven en kochten verderop in de straat een definitief onderkomen. Enkele zitten er nog steeds. Zo herstelde zich geleidelijkaan de straat.

De ondernemers vertelden hoe Nel haar werk doet. Wegopbrekingen vecht ze aan, maar even gemakkelijk verjaagt ze junks, veel tijd gaat zitten in het helpen van de ondernemers bij het onderhandelen met de gemeentelijke instanties. Ze is een sociaal werkster, een econoom, een ondernemer, actievoerdster, een Nederlandse Jane Jacobs. Nel zelf wees vooral op het straatbeeld, de verschijningsvorm van de puien en de gevels. Voelt het goed? Komt het behaaglijk over? Zitten er dode stukken in de straat? Voelt men zich veilig? Dichtgespijkerde panden had je vroeger, die liet ze verbieden. Ook rolluiken zijn uit den boze. Afwisseling is nodig, een zo groot mogelijke variatie.

En de gemeente? Of we het echt wilden weten? ja, dat wilden we. Dick vertelde getergd over BIBOB en hoeveel steekkarretjes met papperassen hij om de zoveel tijd naar de Stopera moest rijden. Robert wilde wel even kwijt hoe verschrikkelijk de opbreking van de Utrechtsestraat door DIVV en het stadsdeel werd gecommuniceerd: niet dus, en de werken liepen maar uit zonder dat de gemeente ingreep. "Waarom gooien ze die aannemer er niet uit?" Maar nog erger, waarom sprak men niet fatsoenlijk met de ondernemers? Omdat het ‘Groot Onderhoud’ was? Dick wees erop dat de gemeente van zijn fouten niet leert. Kennen we nog de ellende van de Overtoom? Waarom gebeuren die zaken telkens weer? Fenje, Robert en Dick spraken roerend over de vergunningen en de ellenlange trajecten. Fenje had ambtenaren getroffen die haar weigerden te helpen. Ze had alles zelf uit moeten zoeken. Wat het probleem was? De meeste ambtenaren zijn niet betrokken, het interesseert ze geen fluit. En aan EZ hebben de ondernemers al helemaal niets. Iemand in de zaal rekende even snel uit hoeveel banen er in Amsterdam gecreëerd hadden kunnen worden als de gemeente het midden- en kleinbedrijf wèl had geholpen. Het was genoeg. We braken op. De tijd was al ruim een half uur verstreken. We hadden bijgeleerd. We begrepen iets van de ‘kunst van het ondernemen’ en van de werking van stadsstraten in Amsterdam.

Tagged with:
 

Revolutionair

On 29 oktober 2009, in wonen, by Zef Hemel

Gehoord in de Tolhuistuin op 28 oktober 2009:

Het was een praktische avond. Een echte doe-het-zelf-avond. Maar ook een revolutionaire avond. Arjan Klok, bedenker van de ‘Vrijstad Bijlmair’, ontving drie gasten en sprak met hen over wat niet minder dan als een revolutie in de Amsterdamse woningbouwgeschiedenis moet worden beschouwd: particulier opdrachtgeverschap op een ongekende schaal in Amsterdam Zuidoost. Kan het? Zo ja, hoe doen we het? Daarop kwam de agenda van de avond neer.

De avond begon vrij onschuldig met een relaas over wat er op Steigereiland is gebeurd. Steven Boland, bewoner, werd aan de tand gevoeld over zijn zelfbouwproject aldaar. Boland had zijn droom verwezenlijkt in de vorm van een zelfbouwhuis. Hoewel, droom. Zijn droom had hij uiteindelijk toch niet gerealiseerd. Want, gaf hij toe, na deze eerste prille ervaring zou hij het de volgende keer allemaal toch weer anders doen. Velen in zijn buurt waren dan ook weer een volgende woningbouwproject begonnen, om nu hun èchte droom te verwezenlijken. Overigens waren er ook buren die nooit in hun droomhuis hadden vertoefd, maar het direct, bij oplevering, alweer hebben doorverkocht, als speculatieobject.

Gedetailleerd beschreef Boland het ontwikkelproces, het leren kennen van de buren, het inzicht verwerven in hun plannen en ideeën, het anticiperen op wat de mensen in de omgeving wilden gaan doen, het opzetten van een website waarop de bewoners informatie uitwisselden, het slim ontduiken van gemeentelijke richtlijnen voorzover die er nog waren, het per se niet benaderen van de gemeentelijke instanties uit angst dat er nieuwe richtlijnen zouden komen, kortom, de gezamenlijke zoektocht naar vrijheid in een overgereguleerd woningbouwproces.

Wat een deceptie toen later de openbare ruimte door de gemeente werd ingericht! Er kwamen uniforme muurtjes die het private erf scheidden van de straat. De straat zag er ineens intens burgerlijk uit. Steigereiland veranderde hierdoor toch weer in een doorsnee VINEX-wijk. Weg pionieren, weg illusie van vrijheid.

Daarna begon het vragen stellen. Wilde Boland vooraf weten hoe hoog de buren zouden gaan bouwen? Kon de buurman ook negen etages neerzetten? Was dat een bezwaar? Klok wilde precies weten in hoeverre er nog ontwikkelaars of gemeentelijke instanties nodig waren vanuit het perspectief van de vrijheidszoekers-zelfbouwers. Boland had ze niet nodig, hij deed voorkomen alsof de perceelbezitters er zelf wel uit zouden kunnen komen, met hulp van hun architecten en aannemers; het regelde zichzelf.

Toen verbreedde de discussie zich naar de grotere schaal. Zou die vrijheid voor zelfbouwers ook kunnen op de enorme schaal van Amsterdam Zuidoost? Daarmee zou de agenda zich ook verbreden naar het werken en het ontspannen, het verkeer en de voorzieningen. Kun je een compleet stadsdeel met zelfbouw ontwikkelen, waardoor al deze zaken zichzelf spontaan realiseren? Geen gepland winkelcentrum, maar een winkelstraat die zichzelf vormt; geen bedrijventerrein, maar een mix van wonen en werken? Aanvankelijk leek het allemaal geen bezwaar, die spontane stad zou er komen! Totdat iemand in de zaal zich afvroeg wat er zou gebeuren als "een Iraniër ergens in het gebied een kerncentrale zou willen neerzetten." Gehoon was zijn deel, maar het gesprek draaide hierdoor wel in een andere richting, ook toen bewoners van het aanpalende dorp Duivendrecht aan het woord kwamen. Zij vonden de groeiende maquette van Klok te indifferent. In de nabijheid van Duivendrecht zou toch iets anders moeten komen dan "de kans op hoogbouw?" Er ontspon zich nu een gesprek over hoe de grachtengordel ooit was ontworpen en gedacht. Ook Cerdà’s Barcelona-grid bleek geraffineerder dan velen meenden en helemaal tot in detail vooraf doordacht. Stedenbouw als kunst, niet slechts als parcellering en vervolgens uitgifte van plots in totale vrijheid, maar als denkoefening vooraf, volledige doorgronding, en met beperkte middelen sturing geven aan het ontstaan van de Goede Stad. Het leek wel alsof we met z’n allen de stedenbouw aan het heruitvinden waren.

Iemand in de zaal stelde voor om door middel van het introduceren van iconen in Zuidoost sturing te geven aan het spontane proces. "De Belle van Zuylentoren zou in dit gebied uitstekend passen. Hij zou hier veel reacties uitlokken en het stadsdeel helpen vormgeven." Fer Felder, een andere gast van Klok, vertelde over Vrijburg met zijn rijke programma dat ook aan de buurtbewoners van Steigereiland ten goede was gekomen. Mooie private initiatieven die door een woningbouwcorporatie waren verwezenlijkt. De betekenis ervan werd door Boland beaamd. Jan Rutten, de derde gast, geloofde ook dat branding kon helpen het stadsdeel anders te positioneren. En Fer Felder wees op het erfpachtstelsel van de gemeente. In Zuidoost werd de grond in erfpacht uitgegeven, wat geweldig zou kunnen helpen bij zelfbouw, maar het stelsel was erop gericht om vooraf te bepalen wat er op de kavel precies zou gebeuren. Groei van het programma, daarop lette het niet. Boland onderstreepte dit. Het leidde ertoe, zei hij, dat iedereen het maximale programma op zijn kavel realiseerde, om zo de kosten eruit te halen. Ook vond Felder bestemmingsplannen een sta-in-de-weg. Liever zag hij een heel erg goed en juridisch gefundeerd structuurplan door de gemeente gemaakt, met heel veel vrijheid in de bestemmingsplannen.

Op het eind van de avond leken alle aanwezigen benieuwd of experimenten als deze ook in de toekomst in Amsterdam doorgang zouden vinden. Daarvoor keken ze toch weer naar de gemeente. Die moest het zeggen. "Volgt Amsterdam Adri Duivesteijn?", vroeg Klok uitdagend aan de curator. In de zaal was de stemming duidelijk. Liever zelfbouw in Amsterdam dan in Almere. "Als er ergens een gebied is wat zich leent voor een experiment als dit, dan is het Amstel I, II en III. We staan aan de vooravond van een discussie over het wonen in dit gebied, de kantoren staan leeg, het grid is er flexibel, de infrastructuur ligt er al, de grond is in handen van het Ontwikkelingsbedrijf," zei de curator. Daarmee eindigde de revolutionaire avond.

Tagged with: