Unpardonable perversity

On 13 december 2019, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Vital Little Plans’ (2016) van Samuel Zipp en Nathan Storring:

Afbeeldingsresultaat voor vital little plans

Samuel Zipp en Nathan Storring verzamelden een groot aantal lezingen en interviews van de Amerikaanse stedenonderzoeker Jane Jacobs na haar overlijden in 2006, en maakten er een bundel van: ‘Vital Little Plans. The Short Stories of Jane Jacobs’ (2016). Hun boek kocht ik twee jaar geleden. Een goudmijn. Helemaal op het eind van hun bloemlezing van verhalen voegden zij een fascinerende tekst toe die de opening blijkt te zijn tot een lesboek van Jacobs over economie, uit 2004. De titel luidt ‘Uncovering the Economy: A New Hypothesis’. Dat boek is nooit verschenen. De tekst bevat alles wat Jacobs na jarenlange studie naar steden en hoe steden groeien op het spoor was gekomen, namelijk: steden maken de economie; steden kun je niet over één kam scheren; sommige steden groeien explosief, waarna ze weer jarenlang stagneren, andere steden groeien juist niet. Zelfs in Nederland, waar de groei van steden door Haagse ministeries wordt getemperd en gereguleerd en fysieke groei zoveel mogelijk rechtvaardig over het land wordt verdeeld, exploderen bepaalde stedelijke economieën. Nu gebeurt dat in Amsterdam. Lezen dus die tekst. Die maakt veel duidelijk.

Groei-explosies van steden worden zelden verwelkomd door mensen die leefbaarheid en gemeentefinanciën vooropstellen, aldus Jacobs. Hun onrust, verontwaardiging, nee woede, zijn eenvoudig te begrijpen. Economische expansie verloopt totaal ongepland, deze bedreigt regelrecht het omringende landschap, belast de aanwezige infrastructuur, drijft de vastgoedprijzen op, verjaagt mensen uit buurten, zet lokale overheden onder druk. “They insult trust in order and offend authority of all kinds; perhaps that is their most unpardonable perversity.” Maar even snel als de groei komt, kan ze weer wegebben. Jacobs verbaast zich erover dat planologen en stedenbouwkundigen dit maar niet willen begrijpen. Iedere expert die ze sprak wilde er gewoon niets van weten. Ze bleven maar uitleggen wat ze goed deden, ze rechtvaardigden hun rationele gedrag en ze produceerden overzichtswerken van hun mooie plannen en projecten, vissend naar complimentjes. Het is ook irrationeel. “People who kid themselves are not trustworthy guides through the complicated mazes of reality.” Nee, een stad is een uiterst gevaarlijk fenomeen. Stedelijke groei verloopt niet volgens plan. Ze verloopt expolsief. Mensen reageren in paniek. De politiek grijpt in. De regering spreidt en verdeelt. Jammer voor planologen. Arme stad.

Tagged with:
 

Door het tunneltje naar de binnenstad

On 11 december 2019, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Het plan Amsterdam-Zuid van Berlage’ (1977) van Francis Fraenkel:

Afbeeldingsresultaat voor fraenkel zuid berlage

Afgelopen dinsdag een lezing gehouden tijdens de End of the Year-borrel van Hello Zuidas, de netwerkclub van Zuidas-partners, in The Circle aan het Gustav Mahlerplein. De lezing ging over toerisme en de Zuidas in relatie tot ‘De nieuwe historische binnenstad’. Het denken over toerisme, vertelde ik de leden, is in Amsterdam al zeker 150 jaar oud. Feitelijk nam het een aanvang met de oplevering van het Rijksmuseum in 1885. Drie jaar later kwam het Centraal Station gereed. Architect Cuypers ontwierp niet alleen de beide gebouwen, maar tekende ook een toeristische wandeling van station naar museum, dwars door de Amsterdamse binnenstad. Toeristen die per stoomtrein arriveerden, moesten via een geënsceneerde route langs hoogtepunten uit de nationale Gouden Eeuw naar Rembrandt’s Nachtwacht worden geleid. Twee wereldtentoonstellingen op het Museumplein – in 1883 en in 1895, dus vlak voor en vlak na de oplevering – werden uitdrukkelijk aan het fenomeen van het vreemdelingenverkeer gewijd. Tegenwoordig lopen miljoenen internationale vakantiegangers dezelfde, door Cuypers in 1885 geconcipieerde route. Daar doen ze in totaal drie dagen over. In die zin is toerisme uiterst conservatief. Maar met het gereedkomen van station Zuid in 2028 zal alles op slag veranderen. Vanaf dat moment zullen toeristen uit de hele wereld niet meer op CS, maar op de Zuidas arriveren. Hoe komen zij straks bij de Nachtwacht? Welke route gaat de nieuwe Pierre Cuypers hiervoor tekenen?

Had H.P. Berlage hierover niet al nagedacht toen hij zijn tweede plan Zuid in 1915 aanbood aan het Amsterdamse gemeentebestuur? Dat plan ging immers uit van een tweede centraal station in Zuid, net op het grondgebied van de zuidelijke buurgemeente. In het proefschrift van Francis Fraenkel uit 1976 las ik dat Berlage het nieuwe station als ‘scharnierpunt’ opvatte voor zijn nieuwe, monumentale stad. “Met dit station, het ‘portaal van de stad’, als centrum spiegelt zich het oude Amsterdam geheel in het nieuwe.” Want: “Zoals de oude stad zich halfcirkelvormig om het station uitstrekt, zo doet dat ook de nieuwe stad.” Het gaat verder, het historische Amsterdam beoordeelde Berlage als schilderachtig. Zijn nieuwe stad moest juist monumentaal worden. In zijn plan liggen beide daarom met de ruggen naar elkaar toe. In die zin fungeert het Rijksmuseum als scharnier, eerder dan het geprojecteerde station Zuid. De functie van tentoonstellingsterrein (Museumplein, het toenmalige IJsclubterrein) situeerde Berlage waar nu het Amstelpark is. De toerist kwam binnen op het statige station Zuid en liep of reed vervolgens via de vijftig meter brede monumentale Minerva-as in de richting van de te bouwen Academie voor Beeldende Kunsten (nu Hilton Hotel), stak daar ergens door naar het Museumplein. Door het tunneltje onder het Rijksmuseum betrad hij, vanuit de moderne stad komend, een pittoresk Hollands ensemble van grachten en grachtenpanden: de Amsterdamse historische binnenstad. In 2028 is het eindelijk zover. Hoe vooruitziend.

Tagged with:
 

Nederland is geen New York

On 9 december 2019, in infrastructuur, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Enorm veel keuze & ongelofelijk nabij’ (2019):

Afbeeldingsresultaat voor enorm veel keuze ongelooflijk nabij

Het College van Rijksadviseurs schreef een advies over het bereikbaarheidsprogramma van de metropoolregio Amsterdam. Het heet ‘Enorm veel keuze & ongelofelijk nabij’, een kennelijke verwijzing naar ‘Extreem Luid & Ongelooflijk Dichtbij’ (2005), een roman van Jonathan Safran Foer. Aan twee ministeries die moeten beslissen over zware investeringsprogramma’s in en rond Amsterdam: Infrastructuur & Waterstaat respectievelijk Binnenlandse Zaken, is het advies gericht. Ik las het met grote interesse. Twee kanttekeningen. Allereerst de stelling dat Nederland op te vatten zou zijn als één metropolitane regio, vergelijkbaar met New York. Die boude stelling doet denken aan Nederlandse planologen uit de jaren ‘60 die de zogenoemde ‘Randstad Holland’ op één lijn durfden stellen met Londen of Moskou. Of met pionier Theo van Lohuizen die in 1924 tijdens het Internationale Stedebouw Congres in Amsterdam het Westen des Lands opblies door hoefijzervormige invloedssferen rond de steden op kaart te zetten en die urbane velden te spiegelen aan echte metropolen. Heus, Nederland is géén metropolitane regio, het is geen aaneengesloten stedelijk gebied, het mist een Manhattan of een Brooklyn, en Brabant is geen Staten Island. Grootstedelijkheid kent ons land niet. Nederland is een diffuus stedelijk veld, bijeengehouden door rijkswegen. De economie van New York is zo groot als die van Australië, die van Nederland reikt niet verder dan halverwege.

Wel goed gezien is de noodzaak van een nieuwe airportmetrolijn die Schiphol rechtstreeks met het metronetwerk van de hoofdstad verbindt. “Dit station is geen onderdeel van het treinstation Schiphol en voorkomt daarmee een hoop verwarring, stress, ongemakken en vertragingen. Fijn voor de internationale reiziger en beter voor de Nederlandse forens.” Zo’n oplossing snijdt inderdaad meer hout dan een uitbreiding van de krakkemikkige Schipholtunnel. Daarnaast pleiten de adviseurs voor een stadsregionaal OV-systeem als ruggengraat van de regio, bestaande uit een S-bahn achtig netwerk van sprinters, metro en lightrail in hoge frequentie. En misschien wel het belangrijkste: ze adviseren het uitdijen van de metropoolregio niet langer te stimuleren. Ter onderbouwing citeren ze good old Lewis Mumford: “Building more roads to prevent congestion is like a fat man loosening his belt to prevent obesity.” Omdat de werkgelegenheid zich veel sterker in Amsterdam ontwikkelt dan in de regio ligt het voor de hand om ook de regionale woningbouwprogramma’s sterker op Amsterdam te richten. Het economische zwaartepunt verschuift naar de Zuidas. Verdere verdichting helpt om ruimtelijke obesitas tegen te gaan. Maar dat laatste adviseren de adviseurs niet. Ze geven aan werkgelegenheid regionaal te willen spreiden. Dat klinkt rechtvaardig, maar het verzet zich tegen grootstedelijkheid en bovendien gaat het ze niet lukken. Nederland is geen New York, maar Amsterdam mag wel wat grootstedelijker.

Parlement der onzichtbaren

On 29 november 2019, in bestuur, filosofie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 8 november 2019:

Afbeeldingsresultaat voor rosanvallon parlement des invisibles

 

In 2014 tuigde de Franse filosoof Pierre Rosanvallon een project op dat hij ‘Raconter la vie’ noemde. Burgers werd gevraagd over hun alledaagse leven te vertellen. Op die manier wilde de hoogleraar aan het Collège de France tot een ‘narratieve democratie’ proberen te komen. Over zijn methode schreef hij een manifest: ‘Le parlement des invisibles’. Toen ik het las moest ik aan mijn werk in de Amsterdamse Oude Kerk, afgelopen voorjaar, denken. Daar heb ik met tachtig burgers gesproken die ieder mij hun levensverhaal vertelden, en eerder al namen mijn studenten narratieve interviews af met vierenveertig willekeurige burgers in achttien verschillende buurten in de binnenstad. Conclusie van Rosanvallon na al die verhalen: ‘Een indruk verlaten te zijn brengt veel Fransen tot wanhoop.” In de Oude Kerk bekroop mij hetzelfde gevoel. Ik duidde het aan als vervreemding. “Onder vervreemding wordt een onprettig gevoel verstaan, een geestelijke afstand die mensen voelen tot hun omgeving.” Rosanvallon’s narratieve democratie is bedoeld om de bestaande representatieve democratie te vervangen. Die werkt niet meer. Met autoriteit spreken helpt in ieder geval niet. Rosanvallon hoopt op experimenten met burgerjury’s. Mijn voorstel om de binnenstad in achttien buurten te verdelen waarbij in elke buurt bewoners, ondernemers, pandeigenaren onder leiding van een gekozen supervisor over de vorderingen spreken vertoont daarmee overeenkomsten. Met een jaarlijkse oploop in de Oude Kerk om telkens de balans op te maken. Ook een parlement der onzichtbaren.

Rosanvallon voorspelde de gele hesjes. Onlangs werd hij door correspondent Peter Vermaas in NRC Handelsblad daarover geïnterviewd. In ‘Macron is totaal in de war’ schetst de filosoof de chaos waarin het Elysee sindsdien verkeert. Aanleiding is de verschijning van ‘De democratie denken’, de Nederlandse vertaling van zijn nieuwste boek. Kern: wereldwijd zijn steeds meer mensen teleurgesteld in de democratie. Burgers voelen zich niet gehoord. Ze hechten steeds minder aan verkiezingen en wantrouwen de politiek. Oorzaak: “De samenleving laat zich niet meer definiëren door sociale omstandigheden die bepalen wat voor beroep je hebt of hoeveel je verdient, maar eerder door structurerende sociale situaties met een meer individuele relatie tot het bestaan.” Denk daarbij aan eenzaamheid, een grote afstand moeten afleggen naar je werk, geen betaalbare woning kunnen vinden, een echtscheiding meemaken of lijden aan een verwoestende ziekte. Rosanvallon spreekt van fragmentatie en toenemende complexiteit. Op de achtergrond speelt de teloorgang van het technologisch optimisme en het verlies van de aantrekkelijkheid van de grote sociaaldemocratische planningsconcepten van na de Tweede Wereldoorlog. De politiek met zijn doelrationeel handelen werkt niet meer. Ik ben benieuwd naar hoe het afloopt met de Amsterdamse binnenstad.

Tagged with:
 

Van Hove’s visionaire site

On 27 november 2019, in kunst, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 29 augustus 2019:

Afbeeldingsresultaat voor acropolis agora plattegrond

Nadat ik hem had verteld over de essentie van ‘Een nieuwe historische binnenstad’, begon hij opgewonden te spreken over Ivo van Hove. Zijn ogen vlamden en hij veerde op. Hij is een liefhebber van toneel. De Vlaamse toneelregisseur, zei hij, had afgelopen zomer in Paradiso gesproken over de essentiële rol van de kunstenaar in de samenleving. Daarin had hij ook naar de Griekse agora verwezen. En die agora, dat is uitgerekend het hart van mijn toekomstvisie. Eenmaal thuisgekomen zocht ik de tekst van de op 25 augustus uitgesproken korte voordracht op. Die stond afgedrukt in de Volkskrant van 29 augustus. Van Hove, die een maand later de Johannes Vermeerprijs zou krijgen in de Haagse Ridderzaal, had zijn gehoor voorgehouden dat de kunstenaar universele verhalen vertelt die tot de verbeelding spreken. “Zij uiten wat veel mensen voelen maar zelf niet kunnen articuleren. Dat is waarom we niet zonder kunst kunnen.” Mensen hebben zulke verhalen nodig om hun bestaan betekenis te geven en ook om een gevoel van gezamenlijkheid te ontwikkelen. Maar de verteller van het nieuwe verhaal wordt dikwijls gehaat, net als Prometheus. Want wie nieuwe paden bewandelt maakt zich doorgaans allerminst geliefd.

En de agora? Een bezoek aan Athene, had Van Hove gezegd, is ondenkbaar zonder de Akropolis op te wandelen. “De tocht begint met het Dionysos-theater. Verderop het muziektheater Odeon en een plek waar wetenschappelijk onderzoek werd verricht. Hogerop het tempeltje van Nikè, gewijd aan oorlogsoverwinningen. Als je naar beneden kijkt, zie je de Agora, waar men discussieerde over de samenleving van toen. Vlak ernaast de Areopagus, voor rechtspraak. Bovenop staat het Parthenon. Athene is gebouwd rondom deze visionaire site.” Dat bedoelde hij dus. Zo’n visionaire site is ook de Amsterdamse binnenstad, maar die dreigt zijn verbindende rol te verliezen. Burgers keren hem de rug toe. Ze vinden het te druk, er zijn teveel toeristen, ze voelen zich eenzaam of ze verliezen eenvoudig de belangstelling. Het centrum van Amsterdam wordt daardoor een hoofdzakelijk economische ruimte. Van Hove haalde de agora aan omdat de politiek het bestaansrecht van kunst ter discussie stelt. De oorzaak daarvoor zoekt hij in de ‘calculerende welvaartspolitiek’. Ik denk dat hij gelijk heeft, maar het is niet alleen de politiek. Ik denk aan ver doorgevoerd individualisme dat het bestaan en de erkenning van het gedeelde centrum ondergraaft.  Hoe gaan we die te lijf? Daarover zou ik Van Hove wel eens willen spreken.

Tagged with:
 

Vitaal nachtleven redt Amsterdam

On 24 november 2019, in benchmarks, by Zef Hemel

Gelezen in de ‘GPCI 2019’ van de Mori Foundation:

Gerelateerde afbeelding

Daar is ie weer: de Global Power City Index van de Mori Foundation in Japan, de jaarlijkse index van bijna vijftig wereldsteden gemeten naar hun vitaliteit en kracht. Ik ben er dol op. Zelf noemen de Japanners datgene wat ze jaarlijks zo nauwkeurig proberen te meten ‘magnetisme’ van steden, oftewel het vermogen van steden om creatieve bedrijven en talent aan te trekken. Voor het achtste achtereenvolgende jaar staat Londen bovenaan, gevolgd door New York en Tokio. Echter, Londen heeft ingeboet aan kracht, terwijl Parijs iets omhoog neigt en de positie van Tokio lijkt te bedreigen. Waardoor het komt dat Londen slechter presteert kunnen de samenstellers niet precies zeggen. Het kan de Brexit zijn. Toch behoudt de Britse hoofdstad zijn toppositie, al was het maar omdat ze op het culturele front nog altijd uitmuntend presteert. Parijs echter toont in veel opzichten grotere dynamiek, wat volgens de makers verband houdt met de voorbereiding van de Olympische Spelen van 2024. Dat doet Parijs veel beter dan Tokio 2020. Maar megastad Tokio presteert op alle indicatoren onverminderd uitstekend, dus de Franse hoofdstad zal haar niet makkelijk kunnen passeren. Op plaats 6 staat opnieuw Amsterdam, dat is vlak achter Singapore. Nieuwkomers zijn Melbourne, Helsinki, Dublin en Tel Aviv. De eerste komt zelfs binnen op plaats 11.

Amsterdam scoort hoog op leefbaarheid, inclusiviteit en connectiviteit, maar ook op niveau van haar universiteiten. Qua topuniversiteiten maakt Amsterdam zelfs deel uit van een jaloersmakende beste vijf: 1. Londen, 2. Hongkong, 3. Boston, 4. Los Angeles, 5. Amsterdam. Bovendien behoort de Nederlandse hoofdstad tot de sterkste economische groeiers, binnen Europa staat ze zelfs op plaats vier, na Dublin, Londen en Stockholm. Veel slechter scoort Amsterdam op duurzaamheid; de inspanningen op het gebied van het klimaat beoordelen de Japanse onderzoekers als mager vergeleken bij veel andere steden, met name die in Scandinavië. Verrassend is de nieuwste indicator die in 2019 voor het eerst aan de index is toegevoegd: de kwaliteit van het nachtleven. Schrik niet: Amsterdam staat daar op plaats 3, na Londen en Bangkok. De stad heeft kennelijk een geweldige reputatie opgebouwd als ‘partystad’. Laatste constatering: alle steden halen dit jaar een lagere overall score. Dat geldt ook voor Parijs en Amsterdam. De wereldeconomie stokt. Steden zijn haar motoren. Iets gaat helemaal niet goed.

Tagged with:
 

Operatie Bypass

On 20 november 2019, in openbare ruimte, by Zef Hemel

Gelezen in ‘In Between’ (2019) van Hans Ibelings en Kirsten Hannema:

Afbeeldingsresultaat voor operatie bypass van milligen bielke

Bron: dvmb.nl

Afgelopen vrijdag ontving Donna van Milligen Bielke uit handen van burgemeester Aboutaleb de Maaskantprijs voor jonge architecten. Bij die gelegenheid verscheen ook ‘In Between’, een mooie, eenvoudige publicatie over het prille oeuvre van de Amsterdamse architecte. In het boekwerk stelt Van Milligen Bielke dat de functie van een gebouw minder belangrijk is dan de dialoog die het aangaat met de directe omgeving. Juist de afbakening van de openbare ruimte door middel van wanden geeft aan de stad structuur en karakter en biedt haar inwoners een publieke ruimte. Als voorbeeld van haar benadering kan ‘Boogie Woogie’ (2012) dienen. Hiermee studeerde ze af aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam. Op de plaats van de Stopera ontwierp ze een alternatief stadhuis-operacomplex. Dat bestaat uit een reusachtig carré met tamelijk hoge, uniforme gevels die het hele Vlooienburg omsluit. Daarbinnen paste ze het programma, in een veelheid van blokken, licht gedraaid, als een speelse Victory Boogie Woogie rond vierkante publieke en semipublieke ruimten. Het is alsof Herman Hertzberger of een andere structuralist aan het werk is geweest. Hier meldt zich de vertegenwoordiger van een nieuwe generatie architecten die binnenstedelijke opgaven en daarbinnen nieuw te vormen openbare ruimten eindelijk weer op de voorgrond plaatst.

Dezelfde strategie paste ze toe bij ‘Operation Bypass’ (2015). Voor de tentoonstelling ‘Volksvlijt 2056’ over de toekomstige economie van Groot-Amsterdam in de OBA (2016) ontwierp ze samen met Steven Broekhof een reeks van doorbraken in de zeventiende eeuwse grachtengordel die de snel groeiende toeristenstroom moet accommoderen. De nieuwe straatwanden en verbrede bruggen tekende ze goudkleurig; de volumes steken iets uit boven de historische bebouwing. De toevoeging, schrijft ze, kan zowel de bewoners als de toeristen ten goede komen. “Operation Bypass creates new streets which will provide a better flow.” Haar ingreep is verfrissend, dapper, maar het is ook een provocatie. Voor het maken van de toekomstvisie van de Amsterdamse binnenstad dit voorjaar heb ik opnieuw met interesse naar haar ingreep gekeken. Haar bypasses zijn ook bedoeld om het Wallengebied te omzeilen. Maar net als de Stopera gaat Amsterdam de Negen Straatjes niet afbreken. Wel zou het fantastisch zijn als Van Milligen Bielke haar bijzondere ontwerpbenadering eens toepaste op het plan Berlage in Zuid, om de toeristenstroom van het Museumplein via publieke ruimten en wanden richting het nieuw te bouwen station op de Zuidas te geleiden.

Tagged with:
 

Hou je vast, Amsterdam!

On 12 november 2019, in benchmarks, vastgoed, by Zef Hemel

Gelezen op Worldatlas van 25 oktober 2019:

 

Afbeeldingsresultaat voor cbre ranking cities

Bron: CBRE

De stad met het duurste vastgoed in de wereld is nog altijd Hongkong, op de voet gevolgd door Londen. In Hongkong heeft een gemiddelde werknemer 22 jaar nodig om een woning van 60 vierkante meter te kopen. In Londen duurt dat gemiddeld 15 jaar.  Parijs staat op plek 3 en Singapore op 4. Amsterdam is gestegen van 10 naar 7. Dat is een verontrustende trend. Daarmee is Amsterdam duurder geworden dan Vancouver, München en Sydney. In Amsterdam duurt het nu gemiddeld 10 jaar voordat iemand zich de koop van een woning van 60 vierkante meter kan veroorloven. Dat meldt althans World Atlas op haar website (25 oktober 2019). In de ranking van CBRE komt Amsterdam echter niet voor in de top tien. Ook daar domineert Hongkong, gevolgd door Singapore, Shanghai en Vancouver. Londen staat daar op 8, Parijs op 10. Maar deze laatste ranking zet de woonkosten niet af tegen het gemiddelde inkomen ter plaatse. In de Real Estate Outlook 2019 spreekt CBRE wel van verhoogde activiteit van beleggers op de Nederlandse vastgoedmarkt. Ook buiten Amsterdam wordt steeds meer geïnvesteerd, zelfs in middelgrote steden. Probleem bij ons is te weinig aanbod.

Let op Singapore. Daar dreigde het wonen simpelweg te duur te worden voor haar inwoners. De regering moest stevig ingrijpen in de plaatselijke vastgoedmarkt. Onder andere besloot ze de woningbouwproductie flink op te voeren; tegelijk legde ze restricties op aan de bewoning van het vastgoed. Sindsdien stijgen de koop- en huurprijzen daar nauwelijks meer. Nee, volgens CBRE’s ‘Global Living 2019’ behoort Amsterdam niet tot de duurste woningmarkten ter wereld. Maar de koopprijzen zijn wel opvallend sterk gestegen na 2015 en daarmee veel te hoog. Een bubbel dreigt, zeker sinds de stikstofcrisis. Op de UBS Global Real estate Bubble Index staat de Nederlandse hoofdstad nu op plaats 3, na München en Toronto. Waardoor dit komt? UBS: “The city owes these developments to its strong regional economy and rapidly loosening financing conditions amid a wave of speculative buying.” Amsterdam deelt de derde plaats met Hongkong. Sinds juni gaan de mensen in die laatste stad de straat op om te protesteren. Prijsdaling is daar gaande. Zo kan het dus ook. Het wordt een harde val met deze plattelandsregering. Hou je vast, Amsterdam!

Tagged with:
 

First Mountain City

On 6 november 2019, in boeken, ethiek, by Zef Hemel

Gehoord in de Protestantse Diaconie te Amsterdam op 9 oktober 2019:

Afbeeldingsresultaat voor second mountain brooks

Een maand geleden ontmoette ik hem. Hij had me via Linkedin uitgenodigd. Uiteindelijk kwam het ervan, op de dag voor de presentatie van de toekomstvisie voor de Amsterdamse binnenstad in de Beurs van Berlage. We spraken elkaar in de Protestantse Diaconie aan de Nieuwe Herengracht, want Tim is stadspredikant. Het regende pijpenstelen. Natuurlijk ging het over de binnenstad, over mijn verblijf in de Oude Kerk dit voorjaar en over mijn bevindingen, maar we hadden het ook over mijn boek, dat hij afgelopen zomer had gelezen. Tim Vreugdenhil vertelde over David Brooks, de columnist van de New York Times. In ‘The Second Mountain’ beschrijft Brooks het gebrek aan commitment in onze hedendaagse samenleving. Het individualisme is te ver doorgeschoten. Dat gold ook voor hemzelf. Alles draait tegenwoordig om carrière, spullen, toffe dingen, aanzien, macht, geld. In zijn boek gebruikt hij het beeld van de twee bergen. We zien allemaal die ene berg en op de top aangekomen denken dat we er zijn, maar dat valt danig tegen. We zijn vergeten dat er nog een tweede berg bestaat. Geluk zoeken we naarstig, maar echte vervulling vinden we niet. Onze tevredenheid duurt maar kort. Steeds hongeren we naar meer. We beklimmen alleen de eerste berg. We zijn niet minder dan onze ziel kwijtgeraakt.

Twee bergen. Mooie metafoor. De eerste berg draait om jezelf, de tweede om anderen. Het goede leven is niet gericht op pleziertjes, maar op diepe relaties met de mensen om je heen. Hyperindividualisme, sinds 2010 sterk aangejaagd door sociale media, verdooft je diepste verlangens, alles lijkt opwindend maar valt uiteindelijk tegen, het leven blijkt oppervlakkig, wantrouwen is het gevolg. Je wordt apathisch, pessimistisch, boos. Wantrouwen is een teken dat je de tweede berg niet herkent. “First mountain people are divided, alienated and insufficient,” schreef The New York Times in een boekbespreking. Tweedebergmensen leven daarentegen vanuit liefde voor anderen, zij zijn gecommitteerd, ze geven liever dan dat ze nemen, ze voelen een aanhoudende kracht. Niks geluk, maar ‘joy’, vervulling. “To live with joy is to live with wonder, gratitute and hope.” Wie de tweede berg beklimt heeft een doel, die stapt in een groter verhaal, die zoekt betekenis, is vervuld van een diep verlangen, weet zich deel van een bezielend verband. De predikant zei me dat hij Amsterdam een typische ‘First Mountain City’ vindt. Zijn analyse spoort met mijn bevinding die ik in ‘Een nieuwe historische binnenstad’ als vervreemding heb getypeerd: een geestelijke afstand die mensen voelen ten opzichte van hun omgeving. Vervreemding groeit snel, het wantrouwen is groot. De opgave: de historische binnenstad terugwinnen als tweede berg.

Tagged with:
 

Een tweede stadscentrum

On 25 oktober 2019, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Schiphollijn op dood spoor?’ (1977) van de initiatiefgroep:

Afbeeldingsresultaat voor schiphollijn museumplein

Een bewoner had mijn toekomstvisie voor de Amsterdamse binnenstad gelezen. Wij maakten een afspraak. In de kroeg drukte hij me een oranje rapportje in handen. Ik moest het beslist lezen. Mijn toekomstvisie had hem doen denken aan die gestencilde brochure van veertig jaar geleden. Een actiegroep van bewoners had zich tegen het voornemen van de rijksoverheid gekeerd om de aan te leggen Schiphollijn te laten eindigen op het Museumplein. (Ook toen weer lag het Rijk dwars). In 1977 schreef de initiatiefgroep een rapport waarin de nadelen van de Museumpleinoptie breed werden uitgemeten: cityvorming rond het Museumplein verdringt de woonbestemming en leidt tot het zogenoemde ‘Manhattan-effect’. Nee het was erger, het zou de trek uit de stad van wonen en werken continueren, want Amsterdam verloor al jaren inwoners. “Amsterdam blijft uit elkaar vallen. De Museumpleinlijn werkt als een injektienaald die het leven uit Amsterdam wegzuigt.” Daartegenover stelden de bewoners de aanleg van een spoorwegruit om Amsterdam met een station op het ringdijktracé aan de zuidzijde van de stad, zeg maar de huidige locatie van station Zuid. Zij zagen alleen maar voordelen. Bewoners waren niet alleen maar tegen, hier waren ze pleitbezorgers.

Het grootste voordeel van een station Zuid aan een Schiphollijn die onderdeel uitmaakte van een ringlijn over een spoordijk rond de stad was niet alleen dat daar tussen Buitenveldert en Zuid nog veel grond braak lag en dat cityvorming op deze manier de bestaande stad niet zou schaden, ontwikkeling van centrumfuncties bij een eventueel station Zuid zou een ruimtelijke structuur opleveren die leidde tot een tweede centrumgebied, want het centrum van Amsterdam zou hierdoor gesplitst worden. “In de oude binnenstad blijft plaats voor winkels en kleinschalige bedrijvigheid, langs de spoorwegruit kunnen grootschalige kantoor- en bedrijfsfuncties worden geconcentreerd.” Ze meende zelfs dat de grondopbrengsten rond station Zuid konden worden aangewend voor het behoud van sociaal-culturele functies in de historische binnenstad ten behoeve van de bewoners. (Aanleiding was de affaire Bouwes op het Leidseplein, waarbij de gemeente vanwege de hoge grondkosten niet bereid was om aan het alternatieve programma van de bewonersgroepen mee te betalen.) Kijk nou, twee centrumgebieden die elkaar aanvullen. Grootschalige centrumfuncties in Zuid. Een historische binnenstad voor kleinschalige bedrijvigheid. Bewoners die het al in 1977 hadden bedacht. Dat is pas visionair.

Tagged with: