Amsterdamse nacht als exportproduct

On 16 februari 2018, in cultuur, by Zef Hemel

Gehoord in CREA te Amsterdam op 5 februari 2018:

Gerelateerde afbeelding

De datum van de verkiezing van de nieuwe nachtburgemeester van Amsterdam,  eind februari, was met zorg gekozen. Vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart verwacht Mirik Milan van de politiek voor het nachtleven de meeste aandacht. Sinds 2012 is hij nachtburgemeester van de hoofdstad. Als hij iets goed kan dan is het praten en lobbyen. In de eerste Amsterdamlezing van 2018 wees de vertrekkende nachtburgemeeser op de concrete resultaten die hij met zijn acties had geboekt. Van de circa tachtig clubs die Amsterdam telt zijn er nu circa 25 lid van de Club van 100. De Club ondersteunt het instituut nachtburgemeester. Doel: de kwaliteit van het uitgaansleven verbeteren. Daarvoor, zei hij, moet de keten van clubs, festivals en mega-evenementen helemaal kloppen. Hij noemde dat de ‘creatieve footprint’. Amsterdam wordt te duur. De prijzen die men tegenwoordig rekent vormen een regelrechte bedreiging. Met de 24-uursvergunningen had hij misschien wel de belangrijkste winst geboekt. Deze vergunningen bieden de stad grote voordelen: mensen staan na sluitingstijd niet meer massaal op straat. Minder kans dus op geschreeuw, vernielingen en herrie. Wel vond hij het jammer dat de vergunningen uitsluitend zijn verstrekt voor locaties buiten het centrum. In het centrum van Amsterdam zou dit ook mogelijk moeten zijn. Overigens bieden de verschillende locaties meer dan muziek en dans alleen. Gedurende een etmaal vinden tal van activiteiten plaats. In New York komt nu ook een nachtburgemeester. Met Bill de Blasio had hij er gesprekken over gevoerd.

Iemand in de zaal merkte op dat steden als New York echt niet zitten te wachten op innovaties uit het ‘dorp Amsterdam’, maar Milan bestreed dat. In zijn termijn had hij een groot aantal metropolen op bezoek gehad en was hij ook op tal van steden in de wereld uitgenodigd geweest. Amsterdam loopt met het organiseren van het nachtleven gewoon voorop. Zo wees hij op het enorme succes van Amsterdam Dance Event en vertelde hij over de Night Mayors Summit die hij in 2016 organiseerde. Uitvoerig stond hij stil bij de gecoördineerde acties rondom het Rembrandtplein. Met betere verlichting, het weren van auto’s ‘s nachts, straatcoaches en een buurtapp is er 25 procent minder geweld en 30 procent minder meldingen van overlast. Alles bij elkaar had 4 ton gekost, waarvan een derde door de horeca-ondernemers was betaald. Verder had hij zich ingespannen om het nachtleven vrouwvriendelijker te maken. Dat vergt nachtportiers die meer op de veiligheid van vrouwelijke bezoekers letten en meer vrouwen in de leiding van de clubs. Wat hij na zijn nachtburgemeesterschap ging doen? Dan gaat hij andere steden adviseren over hoe ze hun ‘creatieve footprint’ kunnen verbeteren. De Amsterdamse nacht wordt een exportproduct.

Tagged with:
 

Gelezen in het Financieele Dagblad van 3 februari 2018:

Afbeeldingsresultaat voor golfbanen nederland kaart

Bron: Groene Ruimte

Drie opmerkelijke berichten in het FD van afgelopen zaterdag. Vastgoedbelegger Wereldhave gaat fors investeren in haar winkelcentra want het gaat daar niet goed. Bijna een vijfde van de huurders is de afgelopen vijf jaar failliet gegaan. Wereldhave bezit vooral middelgrote winkelcentra in de Nederlandse regio’s. Ze gaat investeren in gratis parkeren en gratis en schone toiletten. In dezelfde krant wordt melding gemaakt van de golfsector die de noodklok luidt. Het aantal geregistreerde golfers in Nederland daalde daar vorig jaar met 2.000 spelers tot 380.000. Nog eens 50.000 leden hebben aangegeven hun lidmaatschap de komende twee jaar te willen opzeggen. Het ledenbestand vergrijst snel. Nederland telt circa 250 golfbanen. Brabant heeft de hoogste dichtheid. Wat is het verband? Voor beide gelden heel verschillende motieven, maar wat de twee problemen met elkaar verbindt is de grootstedelijkheid die snel aan populariteit lijkt te winnen. Golfbanen en winkelcentra zijn typisch fenomenen van de suburb. Ze bestaan bij de gratie van automobiliteit. De nieuwe generatie Nederlanders lijkt niet meer buiten te willen wonen. Die zijn steeds stedelijker georiënteerd. Emeritus-hoogleraar De Zeeuw noemt ze ‘stadskabouters’. 

Het derde bericht ging over de zorgen van vakbond FNV over de werkgelegenheid bij banken en bedrijven in de verzekeringssector in de regionale vestigingen. Aanleiding is het besluit van ABN Amro om 300 banen uit haar filiaal in Zwolle over te hevelen, het betreft een callcenter in een glanzende hoge toren aan de snelweg bij de IJssel. FNV Finance ziet een trend van centralisatie. Alle werkgelegenheid gaat richting Amsterdam. Minder werk en winkels en golfsporters dus. Weet u wat de snelst groeiende sport is in Nederland? Yoga. In 2015 spendeerden de Amerikanen meer dan 10 miljard dollar aan yoga. Maar ook Japan wordt overspoeld door nieuwe yoga-studio’s. Nu is Nederland aan de beurt. Yoga is een typisch grootstedelijke sport. Meer dan 80 procent van de beoefenaren is hoogopgeleid en vrouw. Een jonge zakenvriendin uit New York vertelde me onlangs hoe ze haar netwerken bouwt tijdens yoga-oefeningen in een achterafstraatje van Brooklyn. De oudste yoga studio van Nederland zit in de Rivierenbuurt in Amsterdam. In zestig jaar zijn steeds meer studio’s geopend. Tussen 2010 en 2015 is het aantal yoga-beoefenaren in Nederland met liefst 16 procent gegroeid. Veel mensen buiten de Randstad vinden yoga ‘zweverig’. Een wake-up call voor de ‘tuinkabouters’!

Tagged with:
 

Wat is de creatieve footprint van Amsterdam?

On 4 februari 2018, in cultuur, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 15 december 2017:

Afbeeldingsresultaat voor nachtburgemeester amsterdam 2018

Waarom is het nachtleven voor Amsterdam zo belangrijk? Sinds 2012 is Mirik Milan nachtburgemeester van de hoofdstad. Op maandagavond 5 februari 2018 geeft hij de eerste van zes nieuwe Amsterdamlezing in CREA op Roeterseiland Campus; dezelfde maand nog neemt hij afscheid. Twee interviews met hem las ik voorafgaand aan zijn lezing, een in Het Parool en in Folia. Bovendien sprak ik hem ongeveer een maand geleden ter voorbereiding op zijn optreden. Het nachtleven, aldus Milan, is belangrijk omdat het laagdrempelig is en omdat het om jonge mensen gaat. In de nacht wordt volop  geëxperimenteerd. Bij nachtleven gaat het niet alleen om feestjes, er ontstaan netwerken tussen mensen en er wordt creatieve kennis gedeeld. Vanaf 2010 is er 48 miljoen euro uitgegeven aan het broedplaatsenbeleid door de gemeente. Maar na de financiële crisis vond er een ware explosie in de huurprijzen plaats. Het nachtleven ligt zwaar onder vuur. “Er gaan 50.000 woningen bijkomen de komende jaren. De druk op de vrije culturele ruimte gaat alleen maar toenemen.” Milan spreekt van een ‘creatieve footprint’; hij wil een culturele impact assessment. Daarmee wil hij laten zien dat het stedelijke weefsel in hoge mate wordt bepaald door clubs, festivals en nachtleven, meer nog dan door Nationale Opera en Ballet. De stad, vindt hij, ziet dat niet of onvoldoende. Voor die creatieve footprint wil hij aandacht, zeker nu de gemeenteraadsverkiezingen naderen.

De helft van de Amsterdamse jongeren, aldus Milan, heeft een migrantenachtergrond. Als je 16, 17 jaar bent, ga je de stad ontdekken, dat doet iedereen. Het is hèt moment waarop al die milieus samenkomen op één plek in de stad. Maar wat gebeurt er? De ene helft van de jongeren ontdekt zijn favoriete club, maar de andere helft blijkt er niet terecht te kunnen. Vrijwel alle nachtleven in Amsterdam is nog wit, op een paar uitzonderingen na (house, urban, Appelsap). Als je gekleurd bent, kom je gewoon niet binnen. Een portier wijst je af, je gaat niet meer, voor jou zijn er geen alternatieven. Het werkt segregatie in de hand. Veiligheidsbeleid verergert nog deze scheiding. Milan vindt dit ernstig. We realiseren ons onvoldoende dat het voor witte Nederlanders gemakkelijker is om ergens binnen te komen. Hij pleit voor projecten in de stad die segregatie tegengaan. Steeds weer noemt hij Berlijn als voorbeeld. Die Duitse metropool heeft nog ruimte, want is gekrompen van 7 naar 4 miljoen. Voor die vier miljoen inwoners is er een zeer professionele infrastructuur gebouwd rond uitgaan, feesten en het nachtleven. De ‘Clubcommission Berlin’ telt 7 fte en nog eens vele vrijwilligers. Terwijl ik hem spreek wordt hij gebeld en komen er berichtjes binnen. Een homo is weer in elkaar geslagen. Hij leest en belt en schat snel in wat dit voor de stad betekent. Maandagavond vertelt hij meer. Hier kunt u zich aanmelden: http://www.uva.nl/nieuws-agenda/nieuws/amsterdamlezingen/amsterdamlezingen-uva.html

Tagged with:
 

Waar blijft de ecopolis?

On 30 januari 2018, in duurzaamheid, economie, wetenschap, by Zef Hemel

Gehoord in Masterstudio The Circle City van de UvA op 8 januari 2018:

Afbeeldingsresultaat voor masterstudio the circle city

 

Een week lang spraken we op de UvA over een circulaire economie. Welkom in de Masterstudio The Circle City van het Centre for Urban Studies. Zowel de eerste als de laatste spreker was duidelijk hierover, nee, de hele week heerste er grote eenstemmigheid. Een circulaire economie realiseren vereist pure systeemverandering, we kunnen zo’n omwenteling niet realiseren binnen de bestaande economische en politieke verhoudingen. Erik Swyngedouw noemde de huidige politieke hype rond circulariteit zelfs een ‘hysterical fanasy’ en Herbert Girardet vond de brede omarming van circulariteit ronduit verdacht. Alsof wij burgers niet hoeven te veranderen; alsof we gewoon kunnen doorgaan met meer groei en nog meer consumeren. Girardet, van de World Future Council, wees erop dat de prijzen van grondstoffen en energiebronnen gewoon bizar laag zijn. Ze moeten veel zwaarder worden belast. En arbeid verdient juist verlichting. Nu is het omgekeerd. Erik Swyngedouw van de University of Manchester vond dat er een politieke omwenteling nodig is. Er is domweg niet voldoende natuur om onze groeiende honger naar grondstoffen te stillen. Mensen worden van hun land verdreven. Alles wordt te gelde gemaakt. De effecten van onze consumptie zijn in de hele wereld voelbaar. “We need a new political fantasy!” Nee, we mogen niet langer wachten, er zit niets anders op dan the hysterical act te verlaten en the political act te omarmen. 

Het grote gevaar in het master narratief van de circulaire economie zit, aldus Swyngedouw, in het monetariseren van afval. Zodra dit gebeurt ontstaat een perverse prikkel om nóg meer afval te produceren. “If you economize it, you need more waste!” Afval, zei hij, is een commons. En Girardet wees er fijntjes op dat de ecologische voetafdruk van steden als Londen, Hongkong en Amsterdam nu al veel te groot is. Londen gebruikt een grondgebied dat 125 keer groter is dan zijn eigen oppervlak om zich te voeden en te kleden, in totaal 20 miljoen hectare. Dat kan helemaal niet. En geeft Londen iets terug aan de natuur? Nee. Hij vond dat stadsbestuurders doordrongen zouden moeten zijn van de langetermijn-effecten van hun stedelijke economie. Ze zouden keihard moeten oproepen tot minder consumeren en echte green politics moeten introduceren. Politici vond hij maar lui. Ze bewijzen lippendienst aan een duurzame economie. Waar, vroeg hij zich af, blijft het vergezicht van de Ecopolis?

Tagged with:
 

Impossible to ignore

On 26 januari 2018, in afval, by Zef Hemel

Gelezen in The Washington Post van 23 november 2017:

Afbeeldingsresultaat voor kadir van lohuizen washington post waste

Hij gaf me een exemplaar van The Washington Post in handen. Op het omslag: ‘A World of Waste. The mounting problem that’s impossible to ignore’. Een compleet katern van deze Amerikaanse krant blijkt gewijd aan zijn laatste fotoreportage, gemaakt in steden als Jakarta, New York, Tokio, Lagos, Sao Paulo en Amsterdam. Zijn naam: Kadir van Lohuizen, fotograaf. Ik ontmoette Kadir in een kroeg aan de Kloveniersburgwal, vlak bij zijn huis. Was het toeval dat ik een eindje verderop met studenten planologie juist bezig was met een Masterstudio over de Circulaire Stad? Van Lohuizen zal een van mijn sprekers zijn in de nieuwe serie Amsterdamlezingen die begint op 5 februari 2018. Die serie staat in het teken van de toekomst. Kadir zal spreken over afval. Grootstedelijk afval wel te verstaan. De wereld, vertelde hij me, produceert jaarlijks 3,5 miljoen ton afval, dat is tien maal meer dan een eeuw geleden. Elke maand gooit de gemiddelde Amerikaans een hoeveelheid afval weg dat gelijk staat aan zijn eigen lichaamsgewicht. Een gemiddelde Japanner stort iets minder, namelijk twee derde van zijn gewicht, maandelijks wel te verstaan. En een Amsterdammer? Per jaar 370 kilo afval, waarvan 7 kilo plastic en 80 kilo grofvuil.

Lagos, Nigeria, hergebruikt al zijn organische afval, maar dat kun je van New York of Amsterdam niet zeggen. New York is zelfs de stad die het meeste afval produceert. Per jaar wordt daar 33 miljoen ton afval aan de straat gezet; dat is vijftien maal meer dan Lagos. En Tokio? Omdat Tokio geen ruimte meer heeft, wordt daar vrijwel alle afval gerecycled, vertelde Kadir me. In de stad staan 48 verbrandingsinstallaties die alle restafval omzetten in energie en warmte. Daarnaast kent de Japanse hoofdstad nog 12 vuilnisbelten, waarvan de grootste zich bevindt in de baai. De stad kan daar nog 50 jaar haar as storten. Daarna is ook deze vol. Hoe het nu verder moet? Kadir kon het me niet vertellen. Hij moet er nog over nadenken. Maar slechts 29 procent van haar afval scheiden zoals Amsterdam doet is niet duurzaam, laat staan circulair. Op maandagavond 12 februari 2018 om 20.00 uur zal Kadir erover spreken in zijn Amsterdamlezing. Locatie: CREA Roeterseiland Campus. Toegang gratis. Mis het niet. Meld je aan op: http://www.uva.nl/nieuws-agenda/nieuws/amsterdamlezingen/amsterdamlezingen-uva.html

Tagged with:
 

Lobbyen om 950 miljoen

On 25 januari 2018, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in FD van 20 januari 2018:

Bron: ING Economisch Bureau

Interessant ritueel spelletje daar in Den Haag. Het nieuwe kabinet stelt een schamele 950 miljoen beschikbaar om knelpunten in regio’s aan te pakken. Het heeft de Minister van Landbouw aangewezen om het geld te verdelen. Let op, er komen weer Rijkscadeautjes aan. En moet je eens kijken wat iedereen uit de kast trekt! Niet te geloven. Een heuse beauty contest! De regio Eindhoven spant de kroon. De burgemeester van Eindhoven riep het kabinet onmiddellijk op om het geld niet te versnipperen. Eerder al had de regio een nieuw station in de wacht gesleept en de toezegging van het kabinet gekregen dat het een dure hogesnelheidstrein tussen Düsseldorf, Eindhoven en Den Haag zal aanleggen. Nu schoof de regio het trio ASML, Philips en VDL naar voren om een claim op nog eens 170 miljoen euro te leggen. De bedrijven beloven daar 200 miljoen euro tegenover te zetten. Een heel wensenlijstje lag voor. Men had het allemaal al uitgerekend. Zo werkt Nederland. Den Haag moet hebben gesmuld.

Mathijs Bouman, columnist in FD, mengde zich in het lobbyen. Hij kwam zowaar met cijfers. De economie van landelijk Nederland – ‘Nederlandelijk’ – zette hij tegenover die van de vier grote steden. “Ook zonder de G4 is ons land een middelgrote speler in Europa.” Ja, vind je het gek? Heel overig Nederland bij elkaar optellen en tegenover de Randstad afzetten. Dacht je dat al die landelijke regio’s op zichzelf stonden? Die profiteren van alle mainports en grote steden, want ze vormen daarvan feitelijk het achterland. Ze vormen trouwens geen eenheid; de verschillen tussen regio’s zijn groot en worden steeds groter. Daags erna kwam ING met het overzicht over 2017. De Nederlandse economie groeit voorspoedig met liefst 3 procent. Maar de verschillen tussen regio’s zijn groot, voegde de bank daaraan toe. Groningen krimpt, maar Noord-Holland, Utrecht en Flevoland groeien bovengemiddeld: 3,5 tot 4 procent. Over de laatste tien jaar gemeten is Groot-Amsterdam de sterkste groeier, gevolgd door Noord-Brabant. Let wel, het zijn percentages. Altijd maar percentages. Hoe groot zijn de absolute verschillen tussen de economieën van Groot-Amsterdam en de regio Eindhoven? In Nederland mag dat niet worden gezegd. Slecht voor het lobbyen.

Tagged with:
 

Uittocht der uittochten

On 20 januari 2018, in kunst, by Zef Hemel

Gehoord in Kapitein Zeppos in Amsterdam op 12 januari 2018:

Afbeeldingsresultaat voor 8 billion city arne hendriks

Bron: Arne Hendriks/Monnik

Kunstenaar Arne Hendriks was vorige week vrijdag te gast bij de Masterstudio The Circle City van het Centre for Urban Studies van de UvA. Het werd een fascinerende event. Hendriks, die de laatste spreker was, vertelde over FATberg, de 500 kilogram vet die hij sinds deze winter in het IJ laat drijven en die moet uitgroeien tot een groot eiland van door huishoudens afgedankt vet. Na afloop van zijn lezing aten we gezellig een hapje in Kapitein Zeppos. Hendriks vertelde honderduit over zijn stad van 8 miljard mensen die hij samen met het Amsterdamse bureau Monnik ergens in de wereld, liefst in de Atlantische Oceaan, wil bouwen. In ‘8 Billion City’ willen ze de consequenties onderzoeken van zo’n enorme stedelijke agglomeratie, te bouwen in richtjaar 2025. Waar precies moet de stad verrijzen? Hoe groot? Hoe voedt zo’n reuzenstad zichzelf? Welk politiek systeem hoort erbij? In ieder geval, zei hij, hoort er een groot evacuatieplan bij, want mensen vertrekken niet vrijwillig massaal naar één punt. Achterblijven is geen optie. Dan krijg je gedoe. In Friesland had hij samen met studenten zo’n evacuatieplan ontwikkeld en getest. Evacuatie zou een oplossing zijn voor de problematiek van de bevolkingskrimp.

Op 29 oktober 2015 berichtte de Leeuwarder Courant inderdaad droogjes: ‘Kunstenaar onderzoekt evacuatie Friesland’. Samen met studenten van de Academie voor Popcultuur bedacht Hendriks wat er nodig is om alle Friezen in één keer te verhuizen. Hendriks tegenover de krant: “Men kan zich verzetten tegen de braindrain in Friesland, maar men kan ‘de krimp’ ook accepteren: jonge mensen en talenten wonen nu eenmaal liever in de Randstad.” Dus hoe evacueer je 6.5 ton mensen? Studenten spraken met de politie, de brandweer, het leger en de gemeenten. Projectleider Daan Branding dacht aan verzamelplaats Joure en dan met z’n allen met boten vertrekken. Waar naartoe wist hij nog niet. Een soort Ark van Noach idee. Het plan werd gepresenteerd in Leeuwarden tijdens het Media Art Festival eind november 2015. Huis-aan-huisblad Leeuwarden meldde: “Deze week wordt het oude kantoor in De Snackbar verruild voor een nieuw onderkomen in de Oude Slachterij aan de Kleine Hoogstraat waar de laatste voorbereidingen worden getroffen voor de grootste logistieke operatie aller tijden.” Het werd, begreep ik, een daverend slot.

Tagged with:
 

Dalende woningprijzen in Tokio

On 18 januari 2018, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen op Forbes.com van 12 augustus 2016:

newly constructed house data

Afgelopen dinsdagavond hield de Amsterdamse gemeenteraad een hoorzitting over de crisis op de Amsterdamse woningmarkt. Het leek wel alsof alleen Amsterdammers met hoge woningprijzen worstelen. Dat is natuurlijk niet waar. Ook succesvolle Amerikaanse en Aziatische steden dreigen onbetaalbaar te worden. De uitkomst van het gesprek was dan ook teleurstellend. ‘Problemen op woningmarkt te complex voor snelle oplossing,’ kopte Het Parool na afloop. Hoezo complex? In ‘Tokyo’s Affordable Housing Strategy: Build, Build, Build’ schreef Scott Beyer over de aanpak die Tokio volgt om de hoge prijzen op de woningmarkt te bestrijden. Deze aanpak stelde hij tegenover die van Amerikaanse steden als New York, Los Angeles en San Francisco. Ook daar schieten de woningprijzen door het plafond. Hun probleem, aldus Beyer, is dat ze niet voldoende nieuwe woningen bouwen om aan de enorme vraag te kunnen voldoen. Jaarlijks bouwt New York 20.000 nieuwe appartementen, Los Angeles bouwt 23.500 nieuwe woningen en San Francisco – even groot als Amsterdam – een schamele 5.000 woningen. Wat doet de grootste stad op aarde?Alleen al in 2014 bouwde Tokio binnen de gemeentegrenzen 142.417 nieuwe woningen! Sinds 2000 is in het inwonertal van Tokio met 1,6 miljoen gegroeid. Resultaat: stabiele woningprijzen. In de metropoolregio zijn de woningprijzen sinds 2006 zelfs gedaald.

Mensen beschouwen mij als een rechtse journalist, schreef Beyer, maar dat is niet waar. Waarom zou schaarste creëren een linkse en betere oplossing zijn? Iedereen moet beseffen dat Tokio geen grond meer te vergeven heeft. De stad bouwt in de hoogte en verdicht door oude woningen te slopen en nieuwe – grotere – terug te bouwen. De gemiddelde levensduur van een woning in Tokio is slechts 26 jaar. De stad is aan die snelle verandering gewend, ook door de vele aardbevingen en branden die het heeft gekend. Monumentenzorg bestaat hier vrijwel niet. Tokio is daardoor de meest organische stad op aarde. Beyer: “In Minato ward — a desirable 20 sq km slice of central Tokyo — the population is up 66 per cent over the past 20 years, from 145,000 to 241,000, an increase of about 100,000 residents. In the 121 sq km of San Francisco, the population grew by about the same number over 20 years, from 746,000 to 865,000 — a rise of 16 per cent. Yet whereas the price of a home in San Francisco and London has increased 231 per cent and 441 per cent respectively, Minato ward has absorbed its population boom with price rises of just 45 per cent.” Weigeren om te groeien en de verdichten drijft de woningprijzen op. Amsterdam nam in 2017 9.000 nieuwe woningen in aanbouw. Het begin is er. Zo eenvoudig is het.

Tagged with:
 

Arrogant?

On 7 januari 2018, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 6 januari 2017:

De toekomst van de stad

In een groot interview met Lex Boon in Het Parool van afgelopen zaterdag noemde de Rijksbouwmeester Floris Alkemade Amsterdam arrogant. “Ik ga geen steden arrogant noemen, maar ik vrees dat het wel het meest juiste woord is.” Dat er buiten Amsterdam geen ontwikkeling zou zijn, zo zei hij vanaf de achterbank van zijn dienstauto, is niet juist. Zo’n gedachte getuigt van arrogantie. Is Amsterdam arrogant? Ziet de hoofdstad de rest van het land niet staan? Alkemade onderbouwt het niet. Het is eerder dit. Alle grote metropolen worden door hun omgeving als arrogant gezien. In 2013 werd New York door de Amerikanen uitgeroepen tot meest arrogante stad by far (MailOnline 21 augustus 2013). Parijs werd in 2013 uitgeroepen tot hoofdstad van de arrogantie door de Financial Times. De Franse metropool zou te weinig op de buitenwereld  zijn gericht (Atlantico 2 februari 2013). Ook Londen wordt door vrijwel alle Britten als arrogant getypeerd. De Schotse Sunday Herhald vond dat de tien miljoen Londenaren binnen de ringweg M25 in een aparte stadstaat leefden en de rest van het Koninkrijk beschouwden als ‘de provincie’ (15 augustus 2013). SNP-leider Gordon Wilson noemde Londen zelfs een ‘kankergezwel’. In alle gevallen wordt naar de grootstedelijke elite gewezen, de geconcentreerde welvaart en het feit dat de inwoners van grote steden zich als wereldburgers beschouwen, niet als inwoners van het land. En ja hoor: er zou teveel publiek geld naar deze arrogante steden gaan.

De rest van het interview met Alkemade, die de belangrijkste adviseur is van de Nederlandse regering op het gebied van stedenbouw en ruimtelijke ordening, gaat over de snelle groei van Amsterdam en waarom die niet zou deugen. Let op de toon. Alkemade: “Als je twee miljoen inwoners kunt vinden die graag in Amsterdam willen wonen, ga gerust je gang.” Hoe arrogant is dat? En let op de belangrijkste passage in het interview: als Alkemade wordt gewezen op de extreme prijzen die Amsterdammers voor een woning moeten betalen, ziet hij dit als de motor van toenemende segregatie. Amsterdam, met andere woorden, moet vooral níet groeien. Nee, op hulp van het Rijk hoeft de hoofdstad niet te rekenen. “In die zin hebben we het geluk dat we in Nederland niet één grote centralistische metropool hebben zoals Londen of Parijs, waarbij je als je niet in het centrum woont in een tweederangs periferie of banlieu belandt.” Het is een cliché, een populistische argumentatie die zo oud is als er steden zijn. De ruimtelijke ordening in ons land is er groot mee geworden. Conclusie: als het aan Den Haag ligt gaan we toe naar een nieuwe ronde van ruimtelijke deconcentratie. En kijk, zelfsturende auto’s ziet Alkemade als een belofte, dus nog meer blik en asfalt erbij; zelfs de Randstad vindt hij te klein. Zijn visie is niet duurzaam en ook niet profijtelijk. Het is precies waar ik in mijn boek ‘De toekomst van de stad. Een pleidooi voor de metropool’ voor vreesde. De ruimtelijke concentratie die wijlen Dirk Frieling wilde komt er in ieder geval niet.

Tagged with:
 

Nieuwe parken voor Moskou en Amsterdam

On 6 januari 2018, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in The Telegraph van 1 november 2017:

 

Afbeeldingsresultaat voor vrijheidsbeeld kop java

Bron: Het Parool

Afgelopen week werd in Amsterdam de commissie-Kloos ontbonden. In een vraaggesprek van Het Parool met de voorzitter, Maarten Kloos, en de verantwoordelijke wethouder, Eric van der Burg, werd de bestemming van de Kop van het Java-eiland in het Amsterdamse IJ definitief bepaald. Sinds 2007 had de commissie alle voorstellen voor een bestemming van de Kop beoordeeld en van onvoldoende kwaliteit bevonden. Nu wist de wethouder het zeker: de Kop wordt een park, de commissie is niet meer nodig. Het deed me denken aan de jarenlange strijd om de bestemming van het open terrein naast het Rode Plein in Moskou. Ooit was daar de Joodse buurt gevestigd, maar die was door Stalin afgebroken. Hij had er zijn achtste wolkenkrabber willen bouwen, naast de zeven ‘engelen’ die hij op verschillende punten het centrum van Moskou liet markeren. Maar het kwam er door de oorlog niet van. Op de fundamenten bouwde Chroetsjov in de jaren ‘60 het reusachtige Rossya Hotel. In 2006 werd dat foeilelijke gebouw afgebroken. Op dat moment lag er een omstreden voorstel op tafel voor een duur megaproject van de Britse sterarchitect Norman Foster, maar de verantwoordelijke burgemeester Loetsjkov moest het veld ruimen vanwege te nauwe banden met projectontwikkelaars. Zo lag er jarenlang een terrein van 13 hectare braak, pal naast het Kremlin en aan de rivier de Moskou, zonder bestemming.

Toen de nieuwe burgemeester in 2012 de Greater Moscow Competition uitschreef, kwamen de meeste architectenteams met voorstellen voor het braakliggende terrein. Als jurylid herinner ik me vooral ideeën voor metrostations voor nieuwe lijnen onder het centrum, maar ook werd toen al een park als mogelijkheid genoemd. Kort na de competitie, in 2013, besloten de burgemeester en de president van de Russische Federatie gezamenlijk tot de definitieve bestemming: het werd een park. De competitie rond Zaryadye Park werd gewonnen door de makers van de New Yorkse High Line, Diller Scofidio + Renfro. Afgelopen september werd het park feestelijk geopend. Het was direct een megasucces. Al in het eerste weekeinde werd het door liefst 40.000 Moskovieten bezocht. Inmiddels zijn de bezoekerscijfers verdubbeld. Het park is stenig maar mooi. Er zijn 760 bomen geplant afkomstig uit vier Russische klimaatzones. De hangende brug boven de rivier is spectaculair. In april 2018, als het nieuwe Philharmonie gebouw zijn deuren opent, zal het gehele parkontwerp gereed zijn. Het wordt druk in het centrum van Moskou. Java eiland mag wel uitkijken. Maak het maar niet te mooi.

Tagged with: