De kunst van het verdwijnen

On 3 december 2017, in kunst, by Zef Hemel

Gezien in het Rijksmuseum op 30 november 2017:

Afbeeldingsresultaat voor matthijs maris londen

Matthijs Maris, Vanished illusions.

Eind negentiende eeuw werd Matthijs Maris (1839-1917) beschouwd als een van de beroemdste schilders van Nederland. Hij woonde er echter niet. Het Rijksmuseum wijdt aan zijn merkwaardige oeuvre een tentoonstelling, die nog is te zien tot en met 7 januari 2018. Afgelopen donderdag bezocht ik de zalen. Maris verhuisde in 1869 op dertig jarige leeftijd naar Parijs en trok in 1877 door naar Londen, waar hij in 1917 eenzaam stierf. Slechts een enkele keer bezocht hij zijn familie in Nederland. Vrijwel zijn gehele oeuvre kwam tot stand in de twee buitenlandse grote steden. Liefst veertig jaar leefde en werkte hij in Londen, in Parijs woonde hij acht jaar. Zijn bijzondere leven deed me denken aan Karl Marx (1818-1883). Hoewel iets ouder, verhuisde ook tijdgenoot Marx al vroeg naar Parijs, om later door te verhuizen naar Londen, alwaar hij in 1883 in eenzaamheid stierf. Zonder Londen was Das Kapital niet denkbaar geweest. Datzelfde geldt voor het schilderij ‘Vanished Illusions’. Maris was, net als Marx, een revolutionair. In 1870 vocht hij zelfs mee tijdens de Parijs Commune aan de kant van de opstandelingen. Kort daarvoor had Marx zijn Das Kapital gepubliceerd.

Maris verhuisde naar het buitenland en dan met name naar de grote stad vanwege de lokale kunstmarkt, die hij overigens haatte. In geld was hij niet geïnteresseerd. Ook niet in vooruitgang trouwens. Maar een kunsthandelaar uit Londen wist hem te overtuigen. Hij moest toch leven. Die afkeer van geld en dat armoedige bestaan in de beide metropolen, eigenlijk had hij dat ook met Marx gemeen. Maris vond zelfs dat mensen teveel voor zijn schilderijen betaalden. Hij ontbeerde echter een Friedrich Engels die hem in zijn levensonderhoud onderhield. Veel geld had hij niet nodig. Hij bleef ongetrouwd, tenminste ik las niets over een vrouw of kinderen. En zijn werk? Geen beelden van een modern Parijs, en ook niet van het industriële Londen. Wel boeiend en steeds raadselachtiger. Zijn laatste periode in Londen intrigeert het meest. De feeërieke middeleeuwse taferelen en dromerige meisjes maken plaats voor abstracte denkbeelden, dromen en herinneringen. Alles wordt vaag en onscherp. Verdwenen is de realiteit. De realiteit van de industriële stad. Carel Peters noemde hem in Vrij Nederland een modernist met een oude ziel en Bram de Klerck zag in hem een revolutionair en een compromisloze dromer (NRC Handelsblad 12 oktober 2017). Ik begreep het pas toen ik ‘Vanished Illusions’ zag waaraan hij jaren had gewerkt en dat op zijn schildersezel stond toen hij in 1917 overleed. De wereld stond in brand. Vijandige zeppelins vlogen over Londen. Hij werkte aan een vrouw, voorover liggend op de trappen van een altaar, bijna vallend. Maris haatte de moderniteit. Hij bleek een vernieuwer.

Tagged with:
 

Amsterdam as an object of desire

On 1 december 2017, in vastgoed, by Zef Hemel

Gehoord in De Balie te Amsterdam op 29 november 2017:

Afbeeldingsresultaat voor foreign investment london saskia sassen

Bron: Saskia Sassen

De Amerikaanse sociologe Saskia Sassen was te gast in Amsterdam. Woensdagavond sprak ze in De Balie over ‘de logica van onttrekkingen’. Lees: het onttrekken van vastgoed aan de markt door huisuitzettingen, opzettelijke leegstand, het opkopen en doorverkopen van gebouwen en de opmars van zogenoemde ‘vulture funds’. De bedragen die ze noemde waren ronduit duizelingwekkend. Elke nul in deze astronomische bedragen, zei ze, was reëel. Het is iets nieuws en ongekends. Op 24 november 2015 had ze er al over geschreven in de Britse krant The Guardian. In ‘Who owns our cities and why this urban takeover should concern us all’ sloeg ze alarm over het feit dat steden als New York en Londen op dit moment door financiële instellingen worden opgekocht en leeggezogen. Nu kregen we alle cijfers. Wat wordt aangeduid als ‘foreign investments’ blijken helemaal geen productieve investeringen te zijn. En de schuldenlast groeit snel. Machtige partijen onttrekken productiemiddelen aan de maatschappij, maken megawinsten en roven haar feitelijk leeg. Regeringen maken dit mogelijk. Ze voorziet de-urbanisatie als dit proces niet snel tot staan wordt gebracht. Ook aan Amsterdam gaat dit proces niet voorbij. De hoofdstad noemde ze ‘an object of desire’.

Voor ons stedelingen, zei Sassen, zit er niets anders op dan een proces van ‘re-localization’ te beginnen. We moeten de economie van onze buurten en wijken weer helemaal opnieuw opbouwen met lokaal ondernemerschap, met onze eigen productiemiddelen, met specifieke lokale kennis die we actief in onze wijken laten circuleren. Geld moeten we zo weinig mogelijk lenen en platforms alleen gebruiken als we er zeggenschap over hebben. Alleen zo kunnen we weer ècht productief worden en kunnen steden een nieuwe middenklasse creëren. Juist de middengroepen vallen op dit moment weg. Dit is vooral zichtbaar in Amerikaanse steden. Daar is dertig procent van de stedelingen rijk tot zeer rijk, maar zeventig procent is afgedaald tot de onderklasse. Tijdens het diner voorafgaand aan de lezing vertelde ze me hoe ze deze ‘nieuwe economie’ op het spoor was gekomen. Door met schoonmakers en portiers ’s nachts de leegstaande kantoren op Manhattan te beklimmen, had ze allerlei nieuwe bedrijfjes ontdekt die ‘diensten’ ontwikkelden die niets meer met de echte economie te maken hebben. Sommige van die intermediaire bedrijfjes zijn inmiddels groot en oppermachtig. Toen was Manhattan nog spotgoedkoop. Inmiddels is New York onbetaalbaar en staan de meeste nieuwe woontorens leeg. Leeg omdat ze dan meer waard blijken te zijn dan bewoond.

Tagged with:
 

Snorfietshoofdstad Amsterdam

On 17 november 2017, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 2 oktober 2017:

 

Afbeeldingsresultaat voor aantal snorfietsen amsterdam

Bron: gemeente Amsterdam

Wie na de zomer weer de fiets pakte in Amsterdam om naar zijn werk te gaan moet het hebben gemerkt. Er is geen doorkomen meer aan. Gelukkig heeft de gemeente een flink aantal kruispunten aangepast om de steeds dikker wordende rijen wachtende fietsers te kunnen opvangen. Dat helpt. Op sommige plekken werden zelfs de verkeerslichten verwijderd. Ook dat scheelt. Verkeerslichten zijn gemaakt voor auto’s, maar voor fietsers zijn ze helemaal niet nodig. Op het Muntplein, waar geen auto’s meer mogen rijden, hebben fietsers nu eindelijk de ruimte. Zonder verkeerslichten mogen ze er ineens doorrijden, de voetgangers op de zebrapaden elegant ontwijkend. Het is een bijna komisch gezicht. Ook het geluidsniveau is op deze kruisingen flink verbeterd, net als de luchtkwaliteit.  De The Guardian wijdde er eind september een artikel aan. In ‘What happens if you turn off the traffic lights?’ interviewde de Britse krant  de Amsterdamse projectleider Iris van der Horst, die vertelde hoe alle betrokkenen eerst uiterst nerveus waren geweest toen de gemeente een proef wilde doen op Alexanderplein in Oost door de verkeerslichten daar uit te schakelen, bang als iedereen was voor ongelukken. Het hele proces van voorbereiding heeft meer dan acht maanden gekost. Maar twee weken na de uitschakeling stroomde alle verkeer soepel over het plein. “This pilot showed that less regulation can lead to responsible and alert road users,” vertelde de wethouder aan de Engelse journalist. Inmiddels worden bijna tachtig procent van alle ritten in het Amsterdamse stadscentrum op de fiets gemaakt.

Echter, alles dreigt om zeep te worden geholpen door de snelle toename van het aantal snorscooters. Op dit moment rijden er al meer dan 37.000 opgevoerde scooters op de Amsterdamse fietspaden. Tien jaar geleden waren dat er nog maar 8.000. Hun aantal is in korte tijd dus meer dan vervijfvoudigd. Het Parool schreef zelfs over een ‘groei-explosie’. En die snelle groei zet door. Alle extra ruimte die de gemeente op de fietspaden heeft gecreëerd wordt onmiddellijk opgesoupeerd door ronkende scooters. Een fietser die een kruising wil oversteken wordt nu vaak geconfronteerd met wel drie opgevoerde snorfietsen die van alle kanten tegelijk hem of haar belagen. Ingehaald worden op het fietspad door zo’n luidruchtige snorfiets was tot voor kort nog een licht ongemak, tegenwoordig wordt een fietser door een hele stroom scooters hinderlijk gepasseerd. Het is niet alleen gevaarlijk, het huilen staat een Amsterdamse fietser nader. In Het Parool las ik dat uit onderzoek door het wetenschappelijk instituut voor verkeersveiligheid SWOV blijkt dat driekwart van de snorfietsongevallen op het fietspad niet zou zijn gebeurd als de snorfiets op de rijweg zou hebben gereden. In landen als België, Duitsland, Denemarken, Zweden en Zwitserland bestaat een helmplicht voor snorfietsers die het snorgebruik flink dempt. In Den Haag echter weigert men in het verkeersreglement iets te veranderen. Per 1 januari 2018 wordt er in Amsterdam een milieuzone voor snor- en bromfietsen van kracht. Reden: uitstoot van kankerverwekkende stoffen. ‘Less regulation that can lead to responsible and alert road users’ ? Soms moet men keihard ingrijpen.

Tagged with:
 

Amsterdam nadert wereldtop

On 3 november 2017, in benchmarks, by Zef Hemel

Gelezen in Global Power City Index 2017 van de Mori Foundation:

 

Op de wereldranglijst van steden met de meeste aantrekkingskracht op talent en ondernemingen is volgens het Institute for Urban Strategies van de Japanse Mori Foundation Amsterdam dit jaar één plaats gestegen, namelijk van 8 naar 7. De Nederlandse hoofdstad is daarmee Hong Kong gepasseerd. Ook vorig jaar was Amsterdam al een plaats opgeklommen. Ze staat nu vlak achter het Koreaanse Seoul. Koploper is onverminderd Londen, gevolgd door New York en Parijs. Let ook op de snelle stijger Sydney, die in één klap is gestegen van plaats 14 naar plaats 10. Het is de tiende keer dat de schatrijke stichting van vastgoedeigenaar en ontwikkelaar Mori uit Tokio de uitgebreide monitor van wereldsteden presenteert, dit keer in een speciale editie. De parameters van de Mori Foundation zijn zeer divers; in totaal 44 steden werden doorgelicht op criteria van economie, research & development, culturele interactie, leefbaarheid, omgevingskwaliteit en toegankelijkheid. Dit jaar zijn Dubai en Buenos Aires aan de lijst toegevoegd. Dubai maakte een spectaculaire entree: op plaats 11. De top-vijf is al negen jaar ongewijzigd, al groeit de afstand tussen Londen en New York. Het goede nieuws is dat Amsterdam die wereldtop snel nadert. Alleen Seoul en Singapore moet ze nog passeren.

De stijging dankt Amsterdam met name aan een nieuwe indicator die de stichting dit jaar heeft geïntroduceerd: ICT readiness. Maar het is vooral op het gebied van leefbaarheid dat Amsterdam nog altijd zeer hoog scoort, evenals op dat van bereikbaarheid (Schiphol). Ook cultuur en omgevingskwaliteit zijn uitstekend. Amsterdam zou vooral op de economische indicatoren en op research & development aanmerkelijk beter moeten scoren om de absolute wereldtop te bereiken. Maar daarvoor is de stad te klein en heeft ze te weinig universiteiten en onderzoeksinstellingen. Allemaal flauwekul, die benchmarks? Ik denk het niet. In Azië nemen ze deze heel serieus en voor investeerders en bedrijven geven de uitkomsten een houvast en soms een bevestiging van wat ze al vermoeden. Het telefoonboek met gegevens over alle indicatoren per stad dat wordt bijgeleverd is bovendien buitengewoon solide en indrukwekkend. Nee, daar in Tokio wordt uitstekend onderzoek naar wereldsteden gedaan. 

Tagged with:
 

300.000 woningen erbij

On 30 oktober 2017, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 13 oktober 2017:

Afbeeldingsresultaat voor krapte op huizenmarkt houdt nog aan nrc

 

Veel woningprijzen zijn gedaald, niet gestegen, aldus NRC Handelsblad van vrijdag 13 oktober 2017. Alleen in Amsterdam en Utrecht stegen de prijzen nog, in Amsterdam zelf ongezond fors. Johan Konijn, hoogleraar woningmarkt aan de Universiteit van Amsterdam, zei het zo: “We hebben in de crisis op onze handen gezeten. Terwijl er tot 2025 jaarlijks 80.000 nieuwe huizen nodig zijn, kwamen er de afgelopen jaren tussen de 45.000 en 55.000 woningen bij.” Amsterdam, zal hij bedoelen. Het tekort rond Amsterdam – de noordelijke Randstad – is na de bouwstop van het vorige college van B en W van Amsterdam namelijk zelfs zo groot, dan tot in de wijde omgeving van de hoofdstad de prijzen nu dramatisch stijgen; tot aan Den Haag is die prijsstijging voelbaar. Ook Eindhoven en Groningen kampen met een tekort, maar daar dalen de prijzen juist in de directe omgeving. In Noord-Drenthe blijven de prijzen stabiel. Niet al te ernstig dus. En tussen Utrecht en Eindhoven treden zelfs prijsdalingen op tot meer dan 10 procent, dus van die zogenoemde as Amsterdam-Utrecht-Eindhoven klopt niet veel. Breda doet het qua woningmarkt trouwens beter dan Eindhoven. Nee, de geografie van de Nederlandse woningmarkt is duidelijk: Amsterdam is oververhit, de rest profiteert mee of kan de krimp niet keren.

Regionalisering van het woonbeleid, aldus NRC Handelsblad, wordt bevorderd door de nieuwe Omgevingswet die gemeenten de ruimte geeft een eigen strategie te bepalen. “Het kabinet lijkt zich ook te realiseren dat de woningmarkt functioneert op verschillende snelheden,” aldus de krant. Is dat zo? Gaat Amsterdam zijn inzet op de koop- en huurwoningmarkt straks verdubbelen zodra die nieuwe wet  door het parlement is geloodst?  En waar gaan al die woningen dan gebouwd worden? Op 28 september 2017 zag ik in Het Parool een kaartje van de Metropoolregio Amsterdam waar nog ruimte zou zijn voor de bouw van 300.000 nieuwe woningen. De grootste locaties bevinden zich achter Nieuw-Vennep en bovenin Almere. Dat levert veel extra autoverkeer op, want openbaar vervoer gaat dit kabinet niet regelen. Toegegeven, alles beter dan woningen bijbouwen achter Amersfoort, Alkmaar en Bodegraven. Daar schiet Amsterdam niets mee op. Ik hoop op de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken, die ook ruimtelijke ordening in haar portefeuille heeft, dat zij Amsterdam en buurgemeenten zal bewegen om de woningbouw te verdubbelen, in hogere dichtheden, tegen de metro aan.

Tagged with:
 

Dromen najagen

On 23 oktober 2017, in boeken, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Ondanks de zwaartekracht’ (2017) van Suzanna Jansen:

Afbeeldingsresultaat voor ondanks de zwaartekracht

Suzanna Jansen schreef een mooi boek over twee mensen die in het machinetijdperk aan een nieuwe wereld bouwden, Steffa Wine en Cornelis van Eesteren, de eerste balletdanseres, de tweede stedenbouwkundige. Beider levens komen samen in woonwijk Slotermeer in Amsterdam, de geboortegrond van Suzanna Jansen. Steffa opende er een balletschool, Cornelis werd van het geheel de ontwerper – de man van de strenge rechte lijnen. “Wat gebeurt er als je je dromen najaagt?” Van Eesteren, die ik in 1982 persoonlijk leerde kennen en die ik drie jaar lang regelmatig opzocht in zijn bungalow in Buitenveldert om over zijn levenswerk te praten, verdiende al langer een biografie. Nu is er eentje. Nu ja, een halve. In het boek komt Van Eesteren naar voren als een ernstige man. Een harde werker. Een tobber ook, die instort en maandenlang met ernstige rugklachten bed moet houden nadat hij het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam heeft voltooid en kort voordat de tentoonstelling van CIAM in het Stedelijke Museum over de functionele stad zal worden geopend. “Hij nam zichzelf heel serieus,” typeerde vriendin Titia Frieling hem. Hij wilde, schreef Jansen, niet minder dan ‘de aarde organiseren’, te beginnen met de Sloterdijkermeerpolder. En dan die ongerijmdheid: tot z’n 33ste woonde hij nog bij zijn ouders in Den Haag, ondertussen reisde hij de Europese avant-garde achterna, af en toe zijn Zwitserse geliefde in de armen sluitend.

Geloven in je eigen dromen, het jezelf absoluut niet makkelijk maken.  Suzanna Jansen vindt het prachtig en neemt het tot uitgangspunt van haar boek. Ik lees vooral over een van zichzelf overtuigde, ernstige en erg veel van zichzelf vergende man. Want opnieuw, halverwege de jaren vijftig, krijgt Van Eesteren last van hoge bloeddruk, oppervlakkige ademhaling, hartpijnen en slapeloosheid. Er komt steeds meer kritiek op zijn werk, zijn leidinggevende positie in Amsterdam moet hij opgeven. Zijn aandacht verlegt hij naar de IJsselmeerpolders, waar hij in 1959 de opdracht krijgt Lelystad te ontwerpen. Maar na vijf jaar ruzie volgt zijn oneervol ontslag. Men gelooft niet in zijn ontwerp. “Ineens was Cor uitgerangeerd. Zo snel kon het gaan.” Maar het ergste moest toen nog volgen. In 1974 overleed zijn vrouw in een hotel in Luzern. Hartinfarct. Van Eesteren was er niet bij. “Cor moest verder zonder Fritz, nog bijna veertien jaar.” Ergens halverwege die veertien jaar ontmoette ik hem. Onderuit gezakt zijn werkkamer in Buitenveldert vertelde hij me over het stroomdal van de Rijn. Achter hem een portret van zijn Fritz.  Zij, geboren aan de oevers van de Bodensee, en hij, een kind uit Kinderdijk. Zijn ontwerp van Amsterdam en de IJsselmeerpolders, vertelde hij me, pasten in dat grote geheel. Zo begon ook ik te dromen.

Tagged with:
 

Meeprofiteren van Amsterdam

On 18 oktober 2017, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Vertrouwen in de toekomst’ (2017):

Afbeeldingsresultaat voor bruisende binnensteden vno ncw

Jawel, Breda wordt twee keer genoemd in het nieuwe regeerakkoord. En Eindhoven ook. En Den Haag en Rotterdam. Maar Amsterdam niet, kopte Het Parool op 11 oktober. Alleen de Amsterdamse zeehaven wordt even genoemd als mogelijke locatie voor de opslag van koolstofdioxide. En Schiphol natuurlijk weer uitgebreid. Maar het Ministerie van Binnenlandse zaken mag zijn City Deals continueren, dat dan weer wel. Ook Hans de Boer, voorzitter van VNO-NCW, vond het jammer dat zijn lobby voor ‘Bruisende binnensteden’ de tekst van het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ niet had gehaald. De Boer sprak afgelopen week tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van de Raad van Advies van het Forum voor Stedelijke Vernieuwing in Den Haag. ‘Bruisende binnensteden’ maakt deel uit van het door de werkgevers opgezette NL Next Level programma. Met NL Next Level willen de werkgevers de 200 x 300 kilometer die Nederland telt ‘nog een beetje beter’ maken. ‘Bruisende binnensteden’ was binnen het programma bedoeld om de middelgrote steden in Nederland te laten meeprofiteren van het enorme succes van Amsterdam. In Amsterdam, zei De Boer, “loopt het de mensen over de voeten.” Maar elders staan veel winkel- en kantoorpanden leeg. Veel investeringen heb je niet nodig om die veertig tot vijftig middelgrote steden ook wat dynamiek te gunnen.

Nee, de trekkracht zit bij de steden zelf. Zij moeten het doen. Een aantal steden was goed bezig en “Amsterdam doet het bijna te goed”. De Boer vond echter dat de meeste steden teveel met zichzelf bezig zijn. Hun marktpropositie is niet onderscheidend genoeg. Er zijn voldoende initiatieven, maar ze zijn allemaal lokaal georiënteerd. Hij pleitte voor meer regie door het Rijk. Als voorbeeld noemde hij de Holland City campagne van het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen. Zo’n Van Gogh-route door Nederland vond hij buitengewoon geinig en innovatief. “Als we dat met elkaar een beetje swingend doen, dan kan iedereen een graantje meepikken,” vond hij. Zo’n gezamenlijke aanpak noemde hij zelfs ‘typisch Gouden Eeuw’. Nee, veel geld was daarvoor echt niet nodig. Maar hij begreep de coalitie wel: financieel wilden deze vier partijen ‘geen rare fratsen’ en dus is het investeringsvolume beperkt. Gelukkig komt er een NL Invest. Die gaat vanaf volgend jaar in projecten met een gunstige business case investeren. Als voorbeeld noemde De Boer een energie-eiland bij de Doggersbank. Alleen die BTW-verhoging van 6 naar 9 procent, die vond hij ook niet handig. Daar had de nieuwe regering toch tenminste ‘Bruisende binnensteden’ tegenover moeten zetten. Het is echter niet gebeurd. Gefascineerd zat ik te luisteren. Niet eerder hoorde ik zo duidelijk uitleggen wat de insteek wordt van het komende kabinet.

Tagged with:
 

Negatief over flats

On 6 oktober 2017, in boeken, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De betonnen droom’ (2016) van Daan Dekker:

Afbeeldingsresultaat voor daan dekker de betonnen droom

Er gaat zeker een prachtig verhaal schuil achter de Bijlmer en zijn bouwmeester, Siegfried Nassuth. Daan Dekker, auteur van ‘De betonnen droom’, groeide op in een doorzonwoning in Bunnik, maar raakte in de ban van de Amsterdamse Bijlmermeer nadat hij anderhalf had gewoond in een flat in Sao Paulo. Zo leerde hij de geschiedenis van Siegfried Nassuth kennen, de stedenbouwkundige van de Bijlmer. En zo groeide zijn achting voor de  beginselen van de Bijlmerplanning en voor de persoon die deze tegen alle verdrukking had uitgedragen. Ik heb het boek met veel plezier gelezen. Dekker schrijft prettig en is eerlijk over het feit dat hij in de hoogbouw ‘een positieve woonervaring’ heeft gehad. “Waarom dacht ik, en met mij vele Nederlanders, zo negatief over flats? Wat wist ik eigenlijk van Nederlandse hoogbouwwijken? Hoe vaak was ik er geweest’?” Critici van het plan voor de Amsterdamse Sluisbuurt op Zeeburgereiland mogen het zich aantrekken. Laat ze tenminste dit onderhoudende boek van Daan Dekker tot zich nemen.

Hoe kon het zo misgaan met de Bijlmer? Dekker beschrijft het fraai, tot in de fijnste details. Hoe de Nederlandse regering het de gemeente Amsterdam tien jaar lang onmogelijk maakte om de Bijlmer te bouwen. Hoe in 1971 de film ‘Blue Movie’ heel Nederland de flat Hoogoord voorschotelde als ‘een kooi vol seksmaniakken’, een ‘parenclub in hoogbouw’ en het stigma was geboren. Hoe die andere flat Gliphoeve eerst nog een fantastische flat was met Surinaamse feesten en hoe alles er kon, maar ook hoe chaos heerste in de flat en autoriteiten overbewoning vaststelden. Hoe de bewoners al vanaf 1973 protesteerden tegen de hoge huren en tegen de kosten van de peperdure parkeergarages. Hoe in 1974 honderd woningen in Gliphoeve werden gekraakt. Hoe in 1980 de geldkraan werd dichtgedraaid en hoe dit de situatie in de flat alleen maar verergerde. Hoe de Ghanese gemeenschap in de Bijlmer na 1983 snel groeide. Hoe in 1984 burgemeester Van Thijn begon de Zeedijk schoon te vegen, waarop steeds meer dealers op de metro stapten richting Ganzenhoef. Hoe hierdoor de Gliphoevefeestjes geïnfecteerd raakten met karrenvrachten drugs.  Hoe in 1992 een Israëlische Boeing zijn neus boorde in een Bijlmerflat. En wat dacht Nassuth, de geestelijke vader, al die tijd? “Langzaam maar zeker was Siegfried de grip op zijn magnum opus kwijtgeraakt.” Dat was al in de zomer van 1965. “Het betekende het begin van de afkalving die sluipenderwijs verliep.” De afloop kennen we.

Tagged with:
 

Twin airports

On 29 september 2017, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gehoord van Jaap de Wit en anderen op 1 september 2017:

Afbeeldingsresultaat voor groei schiphol 2017

 

Ter voorbereiding van de Cornelis Lely lezing op 20 september 2017 in de statenzaal van het provinciehuis van Flevoland sprak ik onder andere met Jaap de Wit, emeritus-hoogleraar Luchtvaarteconomie aan de Universiteit van Amsterdam. Van hem wilde ik weten of de verplaatsing van Schiphol naar de Flevopolders überhaupt een optie was. De Wit was duidelijk. De komende jaren wordt het sappelen voor Schiphol. Er komt een generatie stillere vliegtuigen aan, maar daarop wachten is voor de luchthaven geen optie. De grens van 500.000 vliegbewegingen per jaar is nu al bereikt. De luchthaven is erg snel gegroeid. De afgelopen jaren heeft bovendien op grote schaal een hamsteren van slots (slot hoarding) plaatsgevonden onder andere door KLM. Hierdoor is een enorme krapte ontstaan op de luchthaven. De optie van Lelystad is een lastige. Europese regelgeving verhindert selectieve groei van Schiphol en Lelystad; onderscheid tussen zakelijk en niet-zakelijk vliegverkeer is moeilijk te maken; alleen slot trading is een mogelijkheid. En zeker, voegde hij eraan toe, Schiphol raakt steeds meer ingeklemd tussen de bebouwing. Hij noemde dat encroaching. Encroaching maakt de verdere groei van Schiphol op termijn ronduit kwestieus.

De Wit was het met me eens dat het lot van Lelystad Airport die van ondergeschikte zou zijn en dat Schiphol altijd de winnaar zou blijven. Lelystad was een typisch voorbeeld van een secondary airport. Daarbij verwees hij naar het werk van Richard de Neufville, hoogleraar aan MIT. Het vliegveld op de grootste afstand van de metropool, stelt deze, legt het steevast af tegen de stadsluchthaven. Neem Tokio. Het moderne Narita verliest van het oude Haneda, dat dicht bij de stad in de baai ligt. Sinds 2010 vliegt Emirates op Haneda en onlangs besloot ook Delta Airlines voor Haneda te kiezen. “Narita was a key hub for Delta (and Northwest Airlines before it) but has lost prominence as the airline shifts more attention to point-to-point flights. The airline had said earlier this year that it might end Narita flights if more Haneda routes were allowed.” Dat was in 2016. Lelystad zou er baat bij hebben als Schiphol verplaatst werd naar de Flevopolders. Dan kon ze verder groeien. Ook voor Amsterdam zou het goed zijn. En het tangentiële banenstelsel kan worden ingeruild voor een stelsel van twee parallelle of hooguit drie banen. Mijn lezing stond in verkorte vorm afgedrukt in NRC Handelsblad van 21 september jongstleden: ttps://www.nrc.nl/nieuws/2017/09/20/verplaats-schiphol-naar-de-flevopolder-13096542-a1574178.

Tagged with:
 

Canadese huizenbubbel lek geprikt

On 4 september 2017, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 27 mei 2017:

 

 

Een klein berichtje in de Volkskrant was het, meer niet. De huizengekte in Toronto, Canada, blijkt te zijn omgeslagen in een crisis. Huiseigenaren proberen in paniek hun pas verworven vastgoed kwijt te raken nu een einde is gekomen aan de krankzinnige waardestijging, afgelopen jaar liefst 33 procent. Aanleiding: een nieuwe belastingmaatregel (15 procent) die de regering van Ontario voor buitenlandse kopers van vastgoed in de oververhitte woningmarkt van de hoofdstad afkondigde. Vooral vanuit Azië werden op grote schaal laagbouwwoningen opgekocht. In en rond de stad werd gevochten om grond, maar Toronto hanteert een Green Belt-politiek die het aanbod van bouwgrond ernstig belemmert. In het centrum verrezen overal woontorens. Het bleek niet genoeg. De vraag bleef vooral gericht op de laagbouwwoningen. Het gevolg was dat Toronto onbetaalbaar dreigde te worden voor grote groepen inwoners. Midden 2016 bleek meer dan 90 procent van de laagbouw van Toronto meer dan 1 miljoen dollar te kosten. Er was onmiskenbaar sprake van een housing bubble. Met de maatregel hoopte Ontario de woningmarkt te stabiliseren. Maar men had niet verwacht dat hij zo snel zou inklappen. Toch liggen de huizenprijzen nog steeds ruim 5 procent boven de waarde van afgelopen jaar. Je zou kunnen zeggen dat de lokale woningmarkt is genormaliseerd.

In Amsterdam stegen de huizenprijzen afgelopen jaar met liefst 21 procent. Dat is weliswaar minder dan in Toronto, maar toch ruim voldoende om te kunnen spreken van een ernstige situatie. Ook in de hoofdstad dreigen veel woningen voor grote groepen onbetaalbaar te worden. Michiel Couzy en Ton Damen beschreven in Het Parool van 13 juli 2017 hoe dat werkt: omdat er veel geld te verdienen valt, steken rijke particulieren en beleggers hun kapitaal in Amsterdamse bakstenen, met als gevolg dat de prijzen verder stijgen. “Het is een duizelingwekkend rendement, waaraan bijvoorbeeld de aandelenbeurs een puntje kan zuigen.” Niemand heeft nog opgemerkt dat Amsterdam, net als Toronto, een restrictief ruimtelijk beleid voert waardoor bouwgrond hier bijna niet beschikbaar is. Rond de stad is bouwen simpelweg verboden. Een groot deel grenst aan het zogenoemde Groene Hart. Veel groen behoort tot de veelgeroemde scheggen. Ook de bouwhoogte is in een groot deel van de stad gelimiteerd. Het opspuiten van wat eilanden bij IJburg is het enige dat resteert. Geen wonder dat de woningprijzen uit de pan rijzen. Als Amsterdam niet wil expanderen, dan is een belastingmaatregel als de Canadese ook bij ons het enige alternatief.

Tagged with: