image

Bron: HOH Architecten

Burgemeester Halsema wil een toekomstvisie op de Amsterdamse binnenstad. Aanleiding zijn de verwikkelingen op de Wallen. Volgens de burgemeester kan met maatregelen voor de korte termijn slechts de ergste overlast worden bestreden. Middellange termijn maatregelen moeten passen in een breder perspectief. Daartoe heeft zij Zef Hemel, bezetter van de Wibautleerstoel aan de Universiteit van Amsterdam, gevraagd een wervend en tegelijk realistisch toekomstbeeld te ontwikkelen voor de hele historische binnenstad van Amsterdam.

Zef Hemel zal tot aan de zomer van 2019 met zoveel mogelijk mensen spreken. Als eerste oefening heeft hij zijn studenten gevraagd om ruim veertig portretten van willekeurige personen in de binnenstad te maken: mensen die de studenten toevallig aantroffen in achttien verschillende buurten in de acht vierkante kilometer begrensd door de Singelgracht werden door hen geïnterviewd. Begin maart vonden de gesprekken plaats. Samen geven de portretten een getrouw beeld van het alledaagse leven in de binnenstad anno 2019: ervaringen, angsten, klachten, belevenissen, noties, maar ook ideeën en verlangens van zeer uiteenlopende mensen.

Van 17 mei tot 17 juni 2019 zal Hemel in de Oude Kerk verblijven. Daar, op Oudekerksplein nummer 25, wil hij nog eens naar tachtig mensen luisteren: bewoners, ondernemers, functionarissen, bezoekers. Allen zijn door hem persoonlijk uitgenodigd. Ook mensen die de binnenstad mijden zal hij om hun visie vragen. Deze gesprekken zijn vertrouwelijk.

Vrij toegankelijk voor het publiek zijn in totaal twaalf publieksavonden die Hemel in de Sebastiaanskapel van de Oude Kerk tussen 17 mei en 17 juni organiseert. Voor elke avond heeft hij twee bijzondere sprekers uitgenodigd. Elke avond staat een ander thema centraal. Amsterdammers zijn van harte uitgenodigd om te komen luisteren. Aanmelden is niet nodig. Maar vol is vol.

Door al deze gesprekken en interviews hoopt Hemel zich een beeld te vormen van wat er aan de hand is in de binnenstad, wat zich daar ontwikkelt en wat zich misschien aan het oog onttrekt. Als een detective zal hij het recente verleden proberen te reconstrueren. Ook wil hij weten hoe uiteenlopende mensen vanuit heel verschillende perspectieven naar de binnenstad kijken. Het gaat hem om persoonlijke verhalen. Details zijn voor hem even belangrijk als grote lijnen. Hiermee probeert hij te ontdekken hoe de toekomst zich misschien óók kan ontvouwen. Die ligt immers niet vast.

Begin september zal Hemel de door hem (en velen) ontwikkelde toekomstvisie aan de burgemeester voorleggen en daarna, op ieders uitnodiging, aan de stad. Zo wil hij de weg vrijmaken voor een toekomst die door veel mensen wordt gewenst en tegelijk voor mogelijk wordt gehouden.

Tip: het kan fris zijn in de kerk, trek dus warme kleren aan.

 

Maandag 20 mei 20 – 21.30 uur

Over grootstedelijkheid en kleinschaligheid

Wat maakt de historische binnenstad van Amsterdam zo bijzonder? Wat betekent het een hart te zijn van een echte wereldstad? Is er wel sprake van grootstedelijkheid? Zo ja, waar hebben we het dan over? Waar moeten we vooral zuinig op zijn? En wat moet beslist anders? Over wonen, uitgaan, winkelen en werken in de mooiste binnenstad van de wereld.

Gasten: Ronald Ockhuysen en Sjoerd Soeters

Ronald Ockhuysen is sinds 2015 hoofdredacteur van Het Parool. Onder zijn leiding werd de Amsterdamse krant grootstedelijk, in 2017 èn in 2018 zelfs uitgeroepen tot ‘World’s best designed newspaper’. Ockhuysen studeerde Culturele studies aan de Universiteit van Amsterdam.

Sjoerd Soeters is architect en eigenaar van PPHP te Amsterdam. Soeters is niet alleen de ontwerper van o.a. Java-eiland, het nieuwe winkelcentrum van Zaanstad en Mariënburg, het nieuwe winkelhart van Nijmegen, maar ook opiniemaker als het gaat om stedelijke (ruimtelijke) kwaliteit.

 

Dinsdag 21 mei 20 – 21.30 uur

Over veiligheid, gedrag, gedragsverandering

Hoe werkt drugstoerisme? Hoe kunnen jongeren de verleiding weerstaan? Hoe wapenen bewoners van de binnenstad zich tegen overlast en geweld en hoe passen mensen zich aan? Heeft wonen überhaupt nog een toekomst in de binnenstad? Kunnen conflicten ook energie geven? En hoe kan de gemeente hiervan gebruik maken? Over kleine en grote strategieën die werken.

Gasten: Erik Heijdelberg en Nanke Verloo

Erik Heijdelberg is sinds 2013 voorzitter van de Raad van Bestuur van de William Schrikker Groep die jeugdzorg aanbiedt in heel Nederland (o.a. voor jeugdbescherming en jeugdreclassering). In 2009 werd hij verkozen tot ‘Overheidsmanager van het jaar’.

Nanke Verloo is universitair docent Urban Planning aan de Universiteit van Amsterdam en doet etnografisch onderzoek rond conflicten in steden. Voor haar proefschrift ontving ze in 2015 de Van Poeljeprijs van de Vereniging voor Bestuurskunde.

 

Donderdag 23 mei 20 – 21.30 uur

Over wandelen, verplaatsen op wielen, openbaar vervoer

Welke rol speelt mobiliteit in de centrumfunctie van de binnenstad? Welk effect heeft de Noord-Zuidlijn op de toekomstige ontwikkelingen? Is een autoluwe binnenstad mogelijk? Hoe ziet die er uit? En is het openbaar vervoer op zo’n toekomstbeeld berekend? Hoeveel fietsen kan de binnenstad aan? En taxi’s? En hoe staat het met de kades en bruggen? Over de mogelijkheden van rijden, glijden, verblijven en flaneren.

Gasten: Alexandra van Huffelen en Katelijne Boerma

Alexandra van Huffelen is algemeen directeur bij het GVB Amsterdam en oud-wethouder van Duurzaamheid, Binnenstad en Buitenruimte in Rotterdam. Ze wil de Amsterdamse trams, bussen en metro’s klaar maken voor de toekomst.

Katelijne Boerma is docent Sport, Management en Ondernemen aan de Hogeschool van Amsterdam. Sinds 2017 is ze fietsburgemeester van Amsterdam. Haar missie is dat elk Amsterdams kind zich kan ontwikkelen tot een competente fietser.

 

Maandag 27 mei 20 – 21.30 uur

Over digitalisering, algoritmes, camera’s

Welke invloed hebben digitale middelen – schermen, oordopjes, interfaces – op ons verplaatsingsgedrag? Gaan algoritmes ons dagelijks leven bepalen? Gaan ze niet alleen onze bankrekening, maar ook ons reis- en winkelgedrag sturen? En hoe worden we daarbij gevolgd: door camera’s en sensoren? Wordt het veiliger, beter, overzichtelijker? Of juist drukker, chaotischer, anoniemer?

Gasten: Martijn de Waal en Ger Baron

Martijn de Waal is lector Play & Civic Media aan de Hogeschool van Amsterdam. Daarnaast is hij oprichter van The Mobile City, een onafhankelijke groep die onderzoek doet naar mobiele media en stedelijk ontwerp. Zijn stelling is dat media architectuur de waarde van publieke ruimtes voor verblijf en ontmoeting kan verbeteren.

Ger Baron is sinds 2014 Chief Technology Officer van de gemeente Amsterdam. Met een klein team probeert hij antwoord te vinden op de vraag wat Amsterdam moet doen met de technologische innovaties die op haar afkomen.

 

Dinsdag 28 mei 20 – 21.30 uur

Over jongerencultuur, de binnenstad en de Bijlmer, het Hembrugterrein

Hoe programmeren de Melkweg, Paradiso en andere culturele instellingen voor jongeren? Komen jongeren uit de Bijlmer of uit Nieuw-West nog wel in de binnenstad? En als die binnenstad almaar duurder wordt, komt er dan überhaupt iemand nog voor cultuur? Zijn er niet veel alternatieven? Dus wat willen jongeren en wat is de toekomst van cultuur in de binnenstad?

Gasten: Angelo Bromet en Kim Tuin

Angelo Bromet is sinds 2018 programmeur Performing Arts & Talentontwikkeling bij De Melkweg. Hij was onder andere oprichter van Dutch Soil Bookings en werkte als jongerenbegeleider in Amsterdam Zuidoost, waar hij onder andere productieleider bij NoLIMIT was. Angelo is een expert op gebied van urban- en jongerencultuur.

Kim Tuin is sinds 2018 artistiek leider van Het Hem, het nieuwe culturele centrum in de oude kogelfabriek op het Hembrugterrein. In 2015 trad ze aan als directeur van stichting NDSM-werf. In het verleden was ze directeur van Club Trouw aan de Wibautstraat. Ze vindt dat musea hun nek moeten uitsteken.

 

Maandag 3 juni 20 – 21.30 uur

Over nachtleven, uitgaanscultuur, vrije experimenteerruimte

Het Amsterdamse nachtleven is wereldberoemd: veelzijdig, kosmopolitisch, slaapt nooit. Wat is er precies zo goed aan? Maar ook, wat schort eraan? Hoe is de situatie op het Rembrandtplein, het Leidseplein, de Wallen? Bestaat er zoiets als clubtoerisme? Welke invloed hebben de 24-uursvergunningen binnen en buiten het centrum? Is er nog wel voldoende vrije experimenteerruimte in de binnenstad? Hoe kunnen we dat regelen?

Gasten: Shamiro van der Geld en Isis van der Wel

Shamiro van der Geld is in 2018 gekozen tot nachtburgemeester van Amsterdam. Hij is geboren en getogen in de Kadijkenbuurt en heeft gewerkt als televisiepresentator, acteur, theatermaker en organiseert feesten zoals LAPA en Cantina. Als nachtburgemeester is hij een belangrijke gesprekspartner voor de gemeente als het gaat om kwesties rond het nachtleven.

Isis van der Wel, bekend onder de artiestennaam DJ Isis, is een Nederlandse dj en producer. Ze is een pionier in de dancescene en een pleitbezorger van vrije experimentele ruimte in de stad. Ze staat aan de wieg van het 24-uursvergunningenbeleid van de gemeente.

 

Dinsdag 4 juni 20 – 21.30 uur

Over onderwijs, kennis, verdieping, stilte

Onderwijs en wetenschap spelen vanouds een belangrijke rol in de binnenstad. De Universiteit van Amsterdam is een regelrechte smaakmaker, de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten met zijn Academie van Bouwkunst, Conservatorium, Academie voor Theater en Dans, Nederlandse Filmacademie voedt de grootstedelijke culturele infrastructuur. De universiteit bouwt op dit moment twee campussen. Die rond het Binnengasthuisterrein zal worden gedomineerd door de nieuwe Universiteitsbibliotheek. Wat gaat dit betekenen? Wat zijn de kansen? Hoe kunnen we deze belangrijke functie behouden en versterken?

Gasten: Maria Heijne en Madeleine Maaskant

Maria Heijne is sinds 2013 directeur van de Universiteits Bibiotheek van de Universiteit van Amsterdam en HvA. In het verleden was ze onder andere directeur van de bibliotheek van de Technische Universiteit Delft, en daarmee de eerste vrouwelijke UB-baas in Nederland. Aan het Singel bereidt ze de verhuizing voor van de UB naar het Binnengasthuisterrein. Ze denkt na over de verhouding tussen de fysieke bibliotheek en de digitale.

Madeleine Maaskant is sinds 2015 directeur van de Academie van Bouwkunst aan het Waterlooplein. Ze studeerde bouwkunde aan de TU Delft. Madeleine is tevens voorzitter van Stichting Archprix en Archiprix International, het samenwerkingsverband van onderwijsinstellingen op het gebied van architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur.

 

Woensdag 5 juni 20 – 21.30 uur

Over winkelen, ondernemen, eten, drinken

De binnenstad is ondenkbaar zonder winkels. Al vierhonderd jaar bepalen de winkels van de Kalverstraat en Nieuwendijk het beeld van kopende en verkopende Amsterdammers. Binnenstadbewoners koesteren hun winkels om de hoek. Maar wat doet toerisme met de winkelvoorzieningen? En hoe beïnvloedt internet ons winkelgedrag? Is er sprake van een opmars van de horeca? En waar komen al die ketens vandaan? Komen mensen straks nog wel naar het centrum om te winkelen?

Gasten: Tony Wijntuin en Cees Holtkamp

Tony Wijntuin is oprichter en eigenaar van WYNE Strategy & Innovation. Sinds 2009 adviseert hij gemeenten en ondernemers over de toekomst van winkelgebieden. Tony is onder andere juryvoorzitter van de NRW Marketing Awards 2019 van de Nederlandse Raad voor Winkelcentra.

Cees Holtkamp is banketbakker en voormalig eigenaar van Patisserie Holtkamp, de legendarische winkel aan de Vijzelgracht die hij in 1969 begon met zijn vrouw en die nu al 16 jaar gerund wordt door zijn dochter Angela en schoonzoon Nico. Holtkamp’s garnalenkroket werd in 1996 en 1998 uitgeroepen tot beste garnalenkroket van Nederland. De koninklijke familie is vaste klant.

 

Vrijdag 7 juni 20 – 21.30 uur

Over de ‘zwarte geschiedenis’ van de binnenstad

Nu de stad groeit en verandert, is het belangrijk dat wij elkaar nieuwe verhalen vertellen. Dat we herinneringen verzamelen en onze geschiedenis verrijken. Bij haar aantreden vroeg burgemeester Halsema zich af wat het wezen is van Amsterdam. Wat is de zwarte geschiedenis van Amsterdam? Volgens haar is dat de belofte van vrijheid. De belofte dat je hier in Amsterdam je geluk kan najagen, dat je je lot in eigen hand kan nemen. Een avond over nieuwe verhalen over de stad.

Gasten: Brian Elstak en Gijs Schunselaar

Brian Elstak is beeldend kunstenaar, illustrator en hiphop liefhebber. Hij tekent, filmt, schrijft en brengt kinderprentenboeken uit. Met TROBI won hij in 2018 een zilveren penseel. Hij is een verhalenverteller pur sang en illustreerde onder andere de campagne ‘Heden van het slavernijverleden’ in het Tropenmuseum te Amsterdam. Elstak woont in Zaanstad.

Gijs Schunselaar is directeur van Museum Van Loon aan de Keizersgracht in Amsterdam. Hij heeft een achtergrond in business en cultuur. In Museum Van Loon opent op 5 oktober een tentoonstelling over de Amsterdam-Surinaamse plantage-economie. Deze vertelt o.a. de familiegeschiedenissen van voormalige slaafgemaakten. De geschiedenis van ‘de ander’ beschouwt Schunselaar als ‘onze gezamenlijke geschiedenis’.

 

Dinsdag 11 juni 20 – 21.30 uur

Over vastgoed, dynamiek, veranderende functies

Door het enorme succes van Amsterdam en de binnenstad in het bijzonder stijgen de vastgoedprijzen. Beleggers kopen panden, misschien wel straten op. Steeds meer bekende winkels en geliefde voorzieningen lijken het loodje te leggen. Straten en buurten veranderen snel van karakter. Is hier iets aan te doen? Kunnen we het gebruik van panden nog wel bepalen? Brengen prijsstijgingen ons ook voordelen? Laten we kansen liggen?

Gasten: Lesley Bamberger en André van Stigt

Lesley Bamberger is eigenaar van Kroonenberg Groep, een vastgoedbedrijf in Amsterdam met een portefeuille van circa 2,4 miljard euro. Zijn Kroonenberg Groep is onder andere eigenaar van de Kalvertoren, het voormalige hoofdkantoor van de KAS Bank aan de Nieuwezijds Voorburgwal en het winkelcentrum Gelderlandplein. In 2013 was hij winnaar van de Vastgoedmarkt Award. Reden: zijn vaste koers.

André van Stigt is architect-directeur van Buro van Stigt. Als geen ander heeft zijn architectenbureau de afgelopen dertig jaar een stempel gedrukt op de transformatie van Amsterdam. Veel monumentale gebouwen kregen door zijn toedoen een nieuwe bestemming. In 2009 ontving Van Stigt de Gouden Piet Kranenberg Ring, in 2014 ontving hij de IJ-Prijs en in 2016 de Cultuur Business Award.

 

Donderdag 13 juni 20 – 21.30 uur

Over de binnenstad van buiten

Niet iedereen is nog langer op de Amsterdamse binnenstad gericht. De metropoolregio groeit snel en in alle richtingen. Steeds meer regionale centra in de regio doen van zich spreken. De bevolking in de buitenwijken en buurgemeenten verandert van samenstelling en karakter. Hoe kijken mensen van buiten naar de Amsterdamse binnenstad? Welke positie zien zij voor de historische binnenstad als mogelijkheid? Een blik op de binnenstad vanuit het provinciehuis in Haarlem en achter de Sloterplas.

Gasten: Yassine Boussaid en Joke Geldhof

Yassine Boussaid is vanaf februari dit jaar de nieuwe directeur van Theater de Meervaart in Osdorp. Boussaid groeide op in Osdorp, studeerde politicologie en geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en werkte bij de afdeling Kunst en cultuur van de gemeente. In 2014 maakte hij de overstap naar de Meervaart, waar hij onder meer het Ud Festival organiseerde. Programmering, bezoek en organisatie wil hij nóg diverser maken.

Joke Geldhof is sinds 2011 lid van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland voor D66, de laatste jaren verantwoordelijk voor financiën, ruimtelijke ordening en wonen. Als gedeputeerde is ze een pleitbezorger van binnenstedelijk bouwen. Geldhof studeerde af aan de HTS Confectie Industrie. Haar vader kwam van de Westelijke Eilanden, haar moeder van Kattenburg. Zelf woont ze in Amsterdam Nieuw-West.

 

Vrijdag 14 juni 20 – 21.30 uur

Over gastvrijheid, vreemdelingenverkeer, toerisme

Hoeveel toeristen kan de binnenstad verdragen? Gaan we Venetië en Barcelona achterna? Kunnen we het beeld van Amsterdam als de stad van ‘seks, drugs en rock & roll’ enerzijds en van vrijheid en tolerantie anderzijds nog wel overeind houden? Wat doen we met Airbnb? Hoe staat het met de spreekwoordelijke gastvrijheid van de gemiddelde Amsterdammer? Een gesprek over overtoerisme en het behoud van een prettig leefklimaat.

Gasten: Roberto Payer en Koen Vollaers

Roberto Payer is general manager van Hilton Amsterdam en sinds 2014 ook van Waldorf Astoria aan Herengracht 542-556. Payer, geboren in Italië, begon zijn loopbaan in 1969 bij Hilton. In 2015 kreeg hij de eervolle onderscheiding EMEA GM Of the Year van Hilton Worldwide. In 2016 werd hij genomineerd voor de Best of the Best Hotelier of the Year, in Las Vegas. Inmiddels woont hij al vijftig jaar in Amsterdam.

Koen Vollaers is horecaondernemer, eigenaar van café Bern op de Nieuwmarkt, oprichter van Pacific West op het Westergasterrein, tegenwoordig samen met Agniet Helmens eigenaar van Pension Homeland en brouwerij Homeland Brewery op het Marineterrein. Vollaers was ook een van de breinen achter restaurant As, restaurant 11 in Post CS en Club Trouw op de Wibautstraat. Van jongs af aan organiseert hij happenings en feesten, waaronder de jaarlijks Aprilfeesten op de Nieuwmarkt.

Tagged with:
 

De binnenstad moet ademen

On 5 mei 2019, in muziek, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 4 mei 2019:

Bron: Stichting De Oude Kerk Amsterdam

Twee componisten uit New York komen volgend weekeinde naar Amsterdam. Beide zullen uit eigen werk spelen op het pas gerestaureerde orgel in de Oude Kerk in de oude binnenstad. De ene heet Philip Glass (82), de ander Nicolas Jaar (29). Van de laatste las ik dit weekeinde een groot interview in Het Parool, opgetekend door Edo Dijksterhuis. Daarin vertelt de Chileens-Amerikaanse muzikant gedetailleerd over zijn werkwijze. Vorig jaar oktober verbleef hij als ‘artist in residence’ een week lang in de Oude Kerk. Werken bij hem bestond uit luisteren. Jaar luisterde naar de kerk, het orgel en het rumoer buiten, vooral ‘s nachts. Zijn verkenningen noemt hij ‘akoestische testen’. Met name het geluid uit de vierduizend pijpen van het achttiende eeuwse Vater Müllerorgel ving hij op met zijn microfoon “om het via een luidspreker op de grond weer de ruimte in te kaatsen en het later weer op te vangen zodat een feedbackloop ontstond.” Toen hij voldoende voeling had sloeg hij aan het improviseren. Na twee uur kwam iets bruikbaars terug. “Daar klonk een thema in C-mineur, iets levends. De rest van de tijd heb ik gebruikt om dat thema verder uit te werken.” Het bleek ‘Just my Imagination’ van The Temptations te zijn. Later zette hij het thema om in C-majeur. “Wat daarvoor dik en een beetje duister had geklonken, werd hoopvol en optimistisch. Het was alsof ik in gesprek was met de ruimte.”

Jaar reisde terug naar New York met meer dan honderd uur geluidsopnamen. Thuis dikte hij het materiaal in tot twintig minuten muziek. Verbluffend. Zijn werkwijze lijkt sprekend op de mijne. Ik ga vanaf 17 mei, daags na het concert van Jaar, een maand lang luisteren in diezelfde Oude Kerk. Dat doe ik om een toekomstvisie voor de Amsterdamse binnenstad te maken. Ruim honderd verschillende mensen heb ik uitgenodigd. Ik ga een maand lang luisteren. Hun stemmen zal ik opvangen om deze in ruim tien publieksbijeenkomsten via de wanden en de grond de kerkruimte in te kaatsen. Zo hoop ik op een feedbackloop. En wanneer ik eenmaal voldoende voeling heb met het onderwerp sla ik aan het improviseren. Door naar al het gezegde te luisteren, zoek ik naar een thema, in C-majeur, want het verhaal mag niet dik en duister klinken, maar hoopvol en optimistisch. Alle materiaal neem ik vervolgens mee naar huis, om in te dikken tot een toekomstverhaal van twintig minuten. Daarna kom ik terug om het verhaal te vertellen. Net als Jaar heb ik een tijd terug besloten om niet meer met managers en agenten te werken. Ik doe alles zelf. Jaar: “Ik prijs me gelukkig met de veel intiemere en directe manier waarop ik met mensen, locaties en instrumenten kan omgaan.” Laatste overeenkomst: vlak voor vertrek opende de Amerikaan alle schuiven zodat de lucht door de pijpen van het orgel liep. “De moeder moet ademen en wij moeten een stapje terug doen en luisteren.” Zo is het. De binnenstad moet ademen en wij doen een stapje terug.

Tagged with:
 

Great Leap Forward

On 29 april 2019, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Real Urbanism’ (2019) van Ton Schaap:

Gerelateerde afbeelding

We arriveerden in Londen met de boot. Het draagvleugelschip meerde af vlak naast Charing Cross station. Onze wandeling voerde door Victoria Embankment Gardens, tot voorbij Somerset House. Ik wist, dit was ooit bedding van de Theems. Hier speelde in de hete zomer van 1858 ‘The Great Stink’ zich af: een extreem lage waterstand gecombineerd met zeer warm zomerweer veroorzaakten een verstikkende damp in de metropool doordat alle fecaliën van de drie miljoen inwoners op de droogvallende oevers van de rivier  bleven liggen en gingen rotten in de brandende zon. In het even verderop gelegen Houses of Parliament moesten de ramen worden gesloten. Men vreesde een uitbraak van de cholera. De overlast was het gevolg van een besluit uit 1847 om alle toiletten van Londen aan te sluiten op het nieuwe riool dat rechtstreeks loosde op de rivier. Arme rivier. Architectuurhistoricus Aart Oxenaar schrijft er beeldend over in ‘Real Urbanism. Decisive Interventions’, het boek dat onlangs verscheen bij het afscheid van stedenbouwkundige Ton Schaap bij de Amsterdamse Academie van Bouwkunst. Het gaat over ‘beslissende stedenbouwkundige interventies’ in Londen, Parijs, New York, Barcelona, Sint Petersburg, Amsterdam, Rotterdam. Het hoofdstuk over Londen werd geschreven door Oxenaar. De fotografie is van Theo Baart. Oxenaar wijdde zes bladzijden aan de werken van Joseph Bazalgette: de ‘Thames Embankment’. Baart fotografeerde het monument ter nagedachtenis aan de grote ingenieur.

Wat schreef Oxenaar? Het negentiende eeuwse Londen ontbeerde kades, de straten en stegen in de directe omgeving liepen direct af richting de Theems en stonden regelmatig onder water. ‘The Great Stink’ van 1858 was aanleiding om hierin verandering te brengen. Ingenieur Bazalgette werd met de opdracht belast. Hij ontwierp een rioolbuis evenwijdig aan de rivier, waarop hij een ondergrondse spoorweg projecteerde, alles verstopt in de rivierbedding, waardoor de rivier danig versmalde. Over het geheel legde hij een nieuwe straat die, evenwijdig aan Strand, Westminster met de City verbond. Om de werken te bekostigen werden aanpalende kavels op profijtelijke wijze uitgegeven voor nieuwe bebouwing. Hier verrezen belangrijke overheidsgebouwen. Johan Vuillamy ontwierp de parken op de tunnelbuizen die parlementslid W.H.Smith bij motie in het Lagerhuis afdwong. Ook verplaatste Vuillamy de historische York Gate, een zeventiende eeuwse waterpoort voor de deuren van York House. In zijn bijdrage benadrukt Oxenaar het zakelijke, ambtelijke en anonieme teamwerk van ingenieur Bazalgette en zijn staf. Hij noemt ‘London’s Great Leap Forward’. Da’s mooi bedacht. Londenkenner Peter Ackroyd echter las in de werken grote haast en zelfs paniek. “All the great works of the city seem to be in one sense improvised and haphazard.” (London. The Biography, 2000). Dat zou je niet zeggen als je er anno 2019 langs loopt. Maar een ‘Great Leap Forward’?

Tagged with:
 

Florentijns overtoerisme

On 17 april 2019, in toerisme, by Zef Hemel

Gelezen op Citylab van 6 september 2018:

Gerelateerde afbeelding

Afgelopen jaar groeide het toerisme naar Amsterdam opnieuw met 7 procent. Meer dan 8 miljoen nationale en internationale gasten ontving de hoofdstad in 2018, met de dagjesmensen erbij gaat het om meer dan 17 miljoen; een derde van alle hotelaccommodatie in Nederland bevindt zich in Amsterdam. Maar dat is niet alles. In 2017 kwamen er 187 zeecruiseschepen naar de stad plus bijna tweeduizend riviercruises. En dan was er nog Airbnb. Vergelijk het met Florence, een wereldberoemde cultuurstad van slechts 350.000 inwoners, die net als Amsterdam op de Unescolijst van het werelderfgoed staat. Daar kwamen in 2017 ruim 10 miljoen internationale toeristen op af, in totaal ging het om 16 miljoen gasten. Dat zijn cijfers die vergelijkbaar zijn met die van Amsterdam. Velen bezochten de binnenstad van Florence voor slechts enkele uren. Sinds september 2018 is daar in een viertal straten een verbod van kracht op eten in de buitenlucht. De straten zijn namelijk zo volgepakt met toeristen dat mensen niet alleen worden gemaand om door te lopen, maar ook niet meer uit de vuist mogen eten. Het verbod geldt tussen 12 en 3 respectievelijk 6 en 10 uur ‘s avonds. Toeristen die toch een ijsje of broodje eten op straat riskeren een boete van 450 euro. 

Er zijn schattingen die uitgaan van 100.000 Florentijnen die het jaarlijks voor gezien houden en die de stad uitvluchten vanwege de drukte en de stijgende woningprijzen. Alleen al tussen 1 oktober  2017 en 30 juni 2018 verklaarden 478 bewoners gedwongen te zijn door huiseigenaren om hun woning te verlaten. Meer dan een vijfde van alle woningen in de binnenstad wordt inmiddels verhuurd aan gasten, een op de vijf woningen in de binnenstad in ‘in handen van’ Airbnb. De stad heeft de toeristenbelasting verhoogd van 1,50 euro naar 3 euro per nacht. Is dit voldoende? Nee, het lijkt er niet op. En wat doet de Uffizi Galerie, het Rijksmuseum van Florence? Daar vormen zich steeds langere rijen wachtenden bij de kaartverkoop. Het wereldberoemde museum werkt met een nieuwe prijsstrategie. In het hoogseizoen ontvangt het dagelijks zeker 9.000 tot 10.000 bezoekers. Wie tegenwoordig op de bonnefooi komt voor een paar uurtjes staat niet alleen uren te wachten, maar betaalt de hoofdprijs: 20 euro. Jaarpassen en driedagentickets zijn stukken voordeliger. Dagjesmensen worden hiermee zoveel mogelijk geweerd. Ik denk dat door dit soort noodzakelijke maatregelen nòg meer ‘verkeerde’, goedkope toeristen op straat zullen belanden. Is dit alles vergelijkbaar met Amsterdam? Er is één groot verschil. De Amsterdamse binnenstad is groter: 8 km2, die van Florence slechts 3,5 km2.

Tagged with:
 

Low Carbon Cities in Japan

On 6 april 2019, in demografie, duurzaamheid, by Zef Hemel

Gehoord op de UvA te Amsterdam op 29 maart 2019:

Afbeeldingsresultaat voor selected regions for the future environmental city concept japan

 

In Japan vergrijst en krimpt de bevolking, dat is genoegzaam bekend. De Japanse regering promoot daarom sinds enkele jaren een actieve ‘Compact City Policy’. Dit ruimtelijke beleid moet door de prefecturen worden uitgevoerd. Lichtend voorbeeld is Toyama in de noordelijke Chubu regio. Daar is in 2005 een begin gemaakt met ruimtelijke concentratie van de verstedelijking. Kensuke Katayama van Nagasaki University zocht me afgelopen week op. Hij wilde meer over de compacte stad-strategie van Amsterdam en omgeving weten. Hij was, vertelde hij me, op doorreis naar Kopenhagen en Berlijn. Voor Japan zijn deze drie Europese hoofdsteden belangrijk studiemateriaal. De eerste vraag die hij me stelde was: hoe krijg je oudere mensen uit de provincie bereid om naar de grote steden te trekken? Jonge Japanners trekken naar Tokio en Osaka, maar de ouderen blijven dikwijls achter, ze worden humeurig, vereenzamen en sterven vaak onopgemerkt. In de meeste prefecturen staat op dit moment tenminste tien procent van de woningen leeg, in sommige is dit al opgelopen tot meer dan twintig procent. Kun je de ouderen niet bewegen om hun boedel op te pakken, hun huizen sluiten en als iedereen vertrokken is de dorpen en stadjes afbreken? Brandgevaar door aardbevingen en tsunami’s maakt ontruiming van hele streken in Japan in de toekomst urgent.

Een van de kwesties die in Japan spelen rond de vergrijzing en bevolkingskrimp is de locatie van ziekenhuizen en zorginstellingen. Die zijn overwegend in de middelgrote provinciesteden gesitueerd. Deze instellingen volgden destijds de dominante trek naar buiten. Hun ligging  blijkt nu verkeerd. Ze moeten naar de centrumsteden en hoofdsteden, ook omdat de verkeersemissies te hoog zijn en de nieuwe energiesystemen om ruimtelijke concentratie vragen. Als concept blijkt de compacte stad de minste uitstoot van CO2 met zich te brengen. Dit betekent dat de Japanse samenleving afscheid moet nemen van de auto en overschakelen op openbaar vervoer. Het Japanse ministerie van grond, infrastructuur, transport en toerisme steunt deze nieuwe richting in het ruimtelijke beleid. Gemeenschappelijk doel van alle Japanse overheden de komende decennia is om de ‘low carbon city’ te realiseren in een beperkt aantal grote steden. Dus, vroeg de heer Katayama me, hoe doet Amsterdam dat nu eigenlijk? Ik vertelde hem over de compacte stad-strategie die sinds 1985 tot concentratie van de Amsterdamse bevolking heeft geleid. Uitzondering daarop is Almere. Voorts verwees ik hem naar de komende ‘Nationale Omgevingsvisie’ van de regering Rutte die op 16 april aanstaande wordt gepresenteerd. Daarin zal de concentratie van de bevolking in de grote steden in het westen definitief zijn beslag krijgen en de geordende krimp van de provincies netjes worden geregeld. De Nederlandse minister van Binnenlandse Zaken noemt dit ‘De Grote Verbouwing’.

Tagged with:
 

Laat Emmen een dorp blijven

On 3 april 2019, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in De nieuwe keizer (2019) van Ties Dams:

Afbeeldingsresultaat voor ties dams de nieuwe keizer

Was het toeval? Afgelopen week verzorgde burgemeester Halsema de Kohnstammlezing in Amsterdam. Ze sprak over kennis en vaardigheden die nodig zijn voor goed burgerschap. Het onderwijs speelt daarin een belangrijke rol. De afgeladen zaal herinnerde ze aan Joop den Uyl en diens streven naar ‘spreiding van kennis, macht en inkomen’. De zondag erna sprak ikzelf in Emmen, Drenthe, dat is mijn geboorteplaats, de plek waar ik opgroeide. In de mij zo vertrouwde plaatselijke bibliotheek zocht ik naar historische argumenten waarom de naoorlogse industriekern Emmen maar geen stad wil worden en het ook niet zou moeten nastreven. Ik liet zien hoe in de jaren zestig de regering een omvattend ruimtelijk-economisch programma ontvouwde om het Nederlandse platteland definitief op te stoten in de vaart der volkeren. Tientallen groeikernen in het noorden, zuiden en oosten zouden industrie uit het westen toebedeeld krijgen, de landerijen zouden worden herverkaveld, hun hoofdkernen met autosnelwegen ontsloten, de nieuwe IJsselmeerpolders als modelplatteland ontworpen, de grote steden afgebroken, hun bevolking gedwongen ‘over te lopen naar groeikernen’ en hun industriekader en ambtenarij eerlijk verdeeld over de provincies. Die enorme staatsoperatie bereikte niet toevallig zijn euforisch hoogtepunt tijdens Den Uyl’s regeerperiode. Kennis, macht en inkomen zouden uitvloeien over het hele land. In economisch opzicht leidde ze tot een lange crisis. Maar Emmen en, o ironie, ook ikzelf zijn van die spreidingsoperatie de resultante.

Het toeval wilde dat ik die zondag in de trein op weg naar Emmen ‘De nieuwe keizer’ las, het boek van Ties Dams over Xi Jinping. Dams beschrijft hoe de jeugd van de latere Chinese leider samenvalt met de Culturele Revolutie van Mao Zedong. Net als vele anderen belandt de jonge Xi in de gevangenis. Maar op 22 december 1968 wordt hij daar ontslagen. Mao beveelt studenten en scholieren de steden te verlaten “om op het platteland over het leven van de boerenbevolking te leren.” Hij wil de verweekte stadsjeugd hardhandig laten kennismaken met het China van de rijstvelden. “We hebben twee handen, dus laten we niet blijven luieren in de stad!” Binnen enkele maanden zijn de grote steden leeggestroomd; 17 miljoen jongeren worden tussen 1968 en 1979 naar het platteland gestuurd. Xi vertrekt naar het noorden en wordt ondergebracht in een grot; hij slaat er waterputten. Ik moest denken aan mijn lezing van die middag en ook aan het kabinet Den Uyl, dat van 1973 tot 1978 regeerde. Spreiding van kennis, macht en inkomen maakte dat bestuurders uit het hele land naar Emmen trokken om het woonerf te zien. Emmen beleefde zijn ‘finest hour’. In diezelfde tijd namen krakers bezit van de ontruimde woningen in Amsterdam. Niemand gaf een stuiver om de hoofdstad. Hoe anders is het nu. Was het Mao’s culturele revolutie die naar Nederland overwaaide?

Tagged with:
 

Stemmen tegen de toekomst

On 18 maart 2019, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Oog voor het onzichtbare’ (1994) van Guido Wallagh:

Bron: Spoorkees.nl

Het eerste naoorlogse plan voor de Amsterdamse binnenstad dateert van 1955. Het document telde slechts 18 bladzijden, maar werd direct een hit. Het opperde de gedachte van een heus stadsspoor, had regionale trekken. Guido Wallagh schrijft erover in zijn proefschrift, getiteld ‘Oog voor het onzichtbare’, uit 1994. Wallagh schetst de discussie die na 1955 op gang kwam over het toekomstige Groot-Amsterdam. Het stadsspoor – de Oostlijn en de latere Noord-Zuidlijn – was in die verhitte discussie over de binnenstad de grote constante. Wallagh: “Men beschouwt vanaf het eind van de jaren vijftig het stadsspoor als de bindende factor van een stad in ontwikkeling.” Die stad wordt regionaal, een echte miljoenenstad, zo was in de jaren vijftig de verwachting. Het stadsspoor zou ruim tien jaar later terugkeren in het Voorontwerp van de tweede nota over de Amsterdamse binnenstad, 1968. Maar in plaats van een centrale rol te spelen in het politieke debat, verdwijnt ze stilletjes naar de achtergrond. Het tumult rond de metroaanleg is op dat moment te groot. Het denken over de Amsterdamse binnenstad wordt daarna nog lang beheerst door de opmars van de auto en de noodzaak iets aan de drukte in het stadscentrum te doen. De aanleg van metro wordt weliswaar unaniem aanvaard in de Amsterdamse gemeenteraad, maar het gevecht met de bevolking en de Haagse politiek zal nog decennia voortduren. Pas in 2018 komt het gewenste stadsspoor gereed.

Vooral dat voorontwerp van de tweede nota over de Amsterdamse binnenstad houdt me bezig. Anders dan het plan uit 1955 is het dik, omvangrijk, met uitstekend onderzoek onderbouwd, rijk geïllustreerd. Het mocht allemaal niet baten, want de bevolking slikte het niet. De metrorellen breken daarna uit, eerst in 1970, later escalerend en uitmondend in de Nieuwmarktrellen van 1975. De metro komt er, later, met veel moeite toch, en ook de Noord/Zuidlijn. En wie de zestig jaar overziet, moet zelfs concluderen dat de regionale stad met de groeikernen en nevencentra er is gekomen. En hoe! Wat wethouder Joop den Uyl in 1960 voorstelde, is anno 2019 dus min of meer werkelijkheid geworden. De grote vraag is nu of al die politieke strijd over zoveel jaren werkelijk de moeite waard is geweest. Den Uyls agglomeratiegedachte kwam te vroeg, dat is, achteraf gesproken, wel zeker. En nog steeds zijn er mensen die zich verzetten tegen de gedachte van grootstedelijkheid. Eind jaren ‘70 heetten ze ‘kleinschaligen’. Onverminderd houden ze vol dat Amsterdam niet mag groeien. Uitbreiding van het metronet willen ze niet, verdere verdichting laat staan nieuwe uitleg is uit den boze, ze leven binnen de gemeentegrens. Komende woensdag zullen ze opnieuw massaal tegen de toekomst stemmen. Blij dat de Noord/Zuidlijn eindelijk rijdt.

Tagged with:
 

Leren van Rotterdam

On 16 maart 2019, in infrastructuur, regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Woekeren met ruimte’ (2010) van Noud Köper:

Afbeeldingsresultaat voor woekeren met ruimte köper

Waarom lukte het Rotterdam wel om een brug over de rivier te krijgen en waarom krijgt Amsterdam zo’n brug niet? Tien jaar geleden schreef Noud Köper een interessant boek over de Nederlandse ruimtelijke ordening. Köper is politicoloog, in zijn boek geeft hij “een kijkje in de keuken van de moeizame besluitvorming, de machtsspelletjes en de belangentegenstellingen” in de Nederlandse planning sinds eind jaren ‘80. Het eerste hoofdstuk gaat over de Rotterdamse Kop van Zuid. Leerzame stof. De uit Amsterdam afkomstige Riek Bakker begreep al vroeg dat je een plan moet ‘verkopen’. Uit hetzelfde Amsterdam haalde ze Teun Koolhaas en vroeg hem de toekomstige Kop van Zuid op onweerstaanbare wijze te tekenen. Van het geheel maakte ze een mooie maquette en een flitsende diashow. Hiermee ging ze de boer op, eerst vanuit haar woonkamer op het Eendrachtsplein, later op locatie, in de buurten op Zuid. De brug echter bleek een ‘heikel punt’. De weerstand zat vooral intern. De Willemsbrug had voldoende capaciteit, de metro verbond al noord met zuid, er was druk scheepvaartverkeer. Hoe kreeg ze haar collega’s toch mee in haar plan? Ditmaal vroeg ze de Amsterdamse Ben van Berkel een oogverblindende brug te ontwerpen. Met deze ‘Zwaan’ wist ze de gemeentepolitiek in te palmen. Ze ging bovenlangs, zoals dat in ambtelijke termen heet. De ‘Zwaan’ bleek echter 40 miljoen gulden duurder dan begroot.

Slikte de Rotterdamse gemeenteraad de brug, die nu zoveel duurder uitviel? En keerde het Rijk zich niet tegen de plannen? En de Rotterdamse haven dan? Köper meldt in zijn boek dat de burgemeester (Bram Peper) ‘goede relaties’ had met Den Haag. Hij en wethouder Joop Linthorst trokken naar de Minister van Verkeer en Waterstaat, Hanja Maij-Weggen, om erover te praten. Wat hadden de slimme Rotterdammers gedaan? Een week voor het bezoek hadden ze ‘een prachtig model’ van de brug bij haar op de kamer laten zetten. “Dan kon ze er een beetje aan wennen.” Binnen een uur was het gepiept. Verkeer en Waterstaat had geen bezwaar tegen de brug en de gemeente Rotterdam kreeg zelfs de ontbrekende 40 miljoen als rijksbijdrage cadeau. Later bleek dat premier Lubbers – ook een Rotterdammer – de brug te duur vond, waarop de minister het bombardement op Rotterdam in herinnering riep. De brug, had ze gezegd, diende als een landmark, een cadeau aan de stad die in de oorlog het zo zwaar te verduren had gehad. In 1993 werd met de bouw begonnen, twee jaar later was hij gereed. Hoe noem je zo’n strategie? Verleiden, inpalmen, verkopen. Riek leverde een duidelijk motief: de brug gaat de kloof tussen zuid en noord definitief dichten. Dat laatste is niet gebeurd. Nu moet een duur stadion alsnog uitkomst gaan bieden. De kloof dichten, dat gaat Amsterdam wel lukken. Zonder stadion of brug.

Tagged with:
 

Hoe Amsterdam de Olympische Spelen kreeg

On 10 maart 2019, in sport, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Amsterdam 1928’ (2008) van Paul Arnoldussen:

Afbeeldingsresultaat voor paul arnoldussen olympische spelen amsterdam 1928

Het begon allemaal in maart 1911 met een diner in Amsterdam. Die avond stelde het Nederlandse IOC-lid Van Tuyll voor om de hoofdstad te kandideren voor de Spelen van 1920. Aanwezig waren sportbestuurders uit heel Nederland. Aan tafel zat ook de voorzitter van het IOC, baron De Coubertin. Die vertelde dat de kansen van Amsterdam behoorlijk hoog moesten worden ingeschat. Het werd aanleiding voor de sportbestuurders om het NOC op te richten. In 1908 waren de Spelen in Londen gehouden, die van 1912 zouden plaatsvinden in Stockholm. Een jaar later later zou Berlijn de Spelen van 1916 toegewezen krijgen, maar de Eerste Wereldoorlog gooide vervolgens roet in het eten. Pas in 1919, na alle oorlogsgeweld, kwam het IOC weer bijeen. Daar kandideerde Van Tuyll Amsterdam prompt voor de Spelen van 1924. Dit alles valt te lezen in de boeiende geschiedenis van de Olympische Spelen van Amsterdam 1928, geschreven door de journalist Paul Arnoldussen. Ik kocht het boekje onlangs in de ramsj. Zo ook las ik dat De Coubertin zelf die de Spelen van 1924 aan zijn geboortestad Parijs toewees, om 30 jaar Olympische Spelen te vieren. Dat besluit viel in Lausanne, in 1921. Maar Amsterdam, liet de Franse voorzitter bij diezelfde gelegenheid weten, kon wat hem betreft die van 1928 krijgen. Dit ‘dubbelbesluit’ heette later de coup van De Coubertin. Arnoldussen beschrijft heel precies hoe de besluitvorming vervolgens in Nederland plaatsvond.

Het NOC treuzelde daarna lang, zo lang zelfs dat Chicago zich al snel opwierp als alternatief. De Amerikanen boden fors geld, terwijl in Nederland nog geen gulden was opgehaald. In 1924, dus vier jaar voor het evenement, begon het NOC zelfs een campagne voor Spelen in Den Haag, dus niet in Amsterdam. De hoofdredacteur van het NOC-orgaan bleek een grondige hekel aan Amsterdam te hebben. Het argument was: in Den Haag hebben alle sportbonden hun zetel, het Haagse bedrijfsleven wil grif betalen, wat was er mooier dan een stadion op het Malieveld. Wat stak hierachter? Hij en anderen vonden het gemeentebestuur van Amsterdam te links, te socialistisch. In 1925 weigerde ook de Tweede Kamer geld voor Spelen in Amsterdam te reserveren. In Parijs was het ‘teveel kermis’, als Nederland het deed, dan moest het ‘sober’ en ‘eenvoudig’. Minister Colijn van Financiën kreeg zijn eigen ARP-achterban niet mee. De antirevolutionairen verklaarden zich tegen ‘heidense feesten’. Alle christelijke partijen vreesden trouwens voor schending van de zondagsrust. Toen bleef er voor de sportbonden niets anders over dan om zelf geld op te halen bij hun leden. Hun ‘Comité 1928’ ging langs de deuren. En Amsterdam zelf kwam over de brug met een kwart miljoen. Net op tijd was er de benodigde anderhalf miljoen gulden ingezameld. Herkenbaar? Nou en of.

Tagged with:
 

Een ode aan Ed van Thijn

On 10 februari 2019, in bestuur, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Jongens, maak het maar mooi’ (2016) van Max van den Berg:

Afbeeldingsresultaat voor max van den berg jongens

De problemen in de Amsterdamse binnenstad zijn groot. Binnen de Singelgracht wordt bijna niet meer gewoond, sommige delen zijn tot regelrechte no-go areas verworden. Drugshandel, criminaliteit, verkrotting en ernstige vervuiling bedreigen de centrumfunctie van de historische kern van de hoofdstad van het land. Amsterdam schaamt zich. Vooruitlopend op de gemeenteraadsverkiezingen van 1982 richt burgemeester Ed van Thijn een Adviesgroep Binnenstad in met vertegenwoordigers uit bedrijfsleven, universiteit, kunst- en cultuursector, vakbonden en bewonersorganisaties. Zij schrijven een rapport. Na de verkiezingen wordt binnen het nieuwe college de burgemeester aangewezen als bestuurlijk coördinator van een ‘Aanpak voor de binnenstad’. Van Thijn vraagt Max van den Berg, eerder directielid van de Dienst Ruimtelijk Ordening maar inmiddels werkzaam op het stadhuis, om de rol op zich te nemen van ambtelijk coördinator. Onder zijn aanvoering wordt een klein team op het stadhuis geformeerd dat steeds met de burgemeester overlegt. Daarnaast komt er een Werkgroep Binnenstad, waarin 35 vertegenwoordigers van de meest betrokken diensten zitting nemen. Bovendien laat Van den Berg zich adviseren door een werkgroep Juridisch Beheer die helpt “af en toe totaal verknoopte formele situaties te ontwarren en in beweging te brengen.” Opvallend is de informele sfeer; met de burgemeester wordt veel gelachen. Coördinator Van den Berg weet zich omringd door een “enthousiaste groep, zonder macht, maar met de wil problemen op te lossen en tot daden te komen, wat bijna steeds lukt.” Is er een visie op de toekomst van de binnenstad? Nee, er zijn alleen actievoorstellen. De binnenstad moet worden gered.

Aan het woord is Van den Berg, die in 2015 terugblikte op zijn ambtelijke carrière in Amsterdam en daar een boek over publiceerde. Centraal in de strategie die de burgemeester en hij na 1982 ontwikkelen, staat ‘herstel van vertrouwen’. Daarvoor is ‘openheid’ een eerste vereiste, en ook ‘flexibiliteit’. “Ons doel is simpel: Verbeter het imago van Amsterdam en maak de binnenstad mooi en schoon.” Wat opvalt in de aanpak die uiteindelijk gekozen wordt is de nadruk op het wonen: het stegenplan, het wonen-boven-winkels-plan, het gatenplan, het herstelplan voor de Zeedijk, de voltooiing van de stadsvernieuwing op de Eilanden, in de Jordaan, de Nieuwmarktbuurt. In 1981 wonen er nog maar 53.000 mensen in de Amsterdamse binnenstad. Vier jaar later zijn dat er weer 57.000; ondertussen staan er plannen gereed die het totaal zullen brengen op 60.000. Maar dat niet alleen. Vanaf 1985 worden de inspanningen ook gericht op hoger onderwijs in de binnenstad met drie clusters van liefst 39 hbo-instellingen en een universiteit. En ook cultuur, kunst en toerisme krijgen een impuls, met initiatieven voor tal van nieuwe accommodaties. Het werd in die vroege jaren ‘80 allemaal bedacht en in werking gezet. Dertig jaar later wonen er meer dan 86.000 Amsterdammers in de binnenstad; hun aantal neemt verder toe, tot 91.500 in 2040. Bijna evenveel jongeren studeren er.  Het bedrijfsleven floreert. Het aantal toeristen groeit explosief. De binnenstad, inmiddels bijna te mooi, dreigt te bezwijken onder haar enorme succes. In 2018 werd ze door Elsevier Weekblad uitgeroepen tot beste binnenstad van Nederland. Tegelijk broeit het en gist het. Het wordt te druk. De prijzen gaan sky high. Amsterdammers keren zich af. Anno 2019 moet de binnenstad opnieuw worden gered.

Tagged with: