Spectaculair!

On 18 januari 2014, in kunst, mode, by Zef Hemel

Gezien in Amsterdam op vrijdag 17 januari 2014:

De laatste jaren zelden zo’n hevige emotie gevoeld bij het zien van moderne architectuur. Vrijdagavond reed ik argeloos over de ringweg A10, komende uit de richting van Den Haag. Daar lag hij, het spiksplinternieuwe hoofdkantoor van G-Star Raw, ontworpen door OMA, het bureau van Rem Koolhaas, in de bocht ter hoogte van de afslag Utrecht. Alle lichten waren aan, de interieurs bleken geplaatst, geen mens was er te zien, alles was hel verlicht. Een stralende doos van een reusachtig formaat doemde op, een hangar met kantoren aan de snelwegzijde helemaal opengewerkt, de gevel van onder tot boven van glas. Doordat het gebouw in de buitenbocht van de snelweg is geplaatst kijk je zo naar binnen en draai je er rakelings langs. Wat een mooie enscenering! Wat een geweldige show! In een flits schoten beelden aan me voorbij van de meest fantastische modernistische kantoorinterieurs van Frank Lloyd Wright en Mies van der Rohe. Dit is de allermooiste snelwegarchitectuur die ik ooit heb gezien, veel mooier en spectaculairder nog dan alles op de Zuidas, even verderop.

Het nieuwe hoofdkantoor van G-Star Raw telt 27.500 vierkante meter; dat is bijna anderhalf maal de Bijenkorf. In de doos is door de architecten weer een enorme glazen doos gehangen – RAW-space – met hangar-achtige deuren, geschikt voor binnen- en buitenevenementen zoals modeshows en workshops. Ook de glazen plint van het gebouw is zo ontworpen dat hij tevens kan dienen als verhoogd podium voor buitenevenementen, maar je kan er ook je auto, via een hellingbaan, stoer parkeren. Alle creatieve afdelingen van het modebedrijf zijn zichtbaar vanachter glas; de ondersteunende functies liggen hieromheen, in een schil uitgevoerd in zwart beton. De doos herinnerde me aan het schitterende prijsvraagontwerp van OMA voor het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) in Rotterdam eind jaren tachtig. Die prijsvraag won Koolhaas helaas niet. Amsterdam krijgt hem nu alsnog: mooier, eenvoudiger, groter, gerijpter, spectaculairder. Pak uw auto! Rij erlangs, bij voorkeur ‘s avonds! Gaat dat zien!

Tagged with:
 

Supermetropool

On 22 januari 2013, in hoogbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Supermodel’ (2013) van Mark Hemel en Barbara Kuit:

Afgelopen week verscheen het boek ‘Supermodel. Making one of the world’s tallest towers’ van mijn broer Mark, die samen met zijn vrouw Barbara Kuit een architectenbureau in Amsterdam heeft, genaamd Information Based Architecture. In 2006 wonnen zij een prijsvraag. Wat heet. Hun boek gaat over het ontwerp en de bouw van de ruim 600 meter hoge tv-toren in Guangzhou, Zuid-China. Van hun boek kreeg ik een exemplaar. De toren bezocht ik eind 2011, kort na de opening. Na de schok van Guangzhou, een 15 miljoen tellende supermetropool in de dichtbevolkte Pearl Delta, was de beklimming van de toren en het uitzicht een stevige extra dreun. En dan het boek. Over het ontwerp- en maakproces van één gebouw lees je niet vaak zo’n uitvoerig en openhartig verslag van de architecten zelf. Die hullen hun succesvolle bouwwerk doorgaans in een mysterieuze mist. Het rijk geïllustreerde boek leest als een spannend avonturenboek. Je zou bijna architectuur gaan studeren.

Het interessantst vond ik overigens niet de wederwaardigheden over het maakproces van een kolossaal gebouw in een ver land, maar de nuchtere feiten en cijfers. Die staan vermeld achterin het boek. Alles hierin lijkt uitvergroot. Zo kostte de toren liefst 180 miljoen euro; het bouwwerk weegt in totaal 211.000 ton; er werkten 150 experts aan het ontwerp, plus 600 ontwerpers en ingenieurs; in totaal hebben 8.000 mensen aan de toren gewerkt; de staalfabriek stond 1500 kilometer van de toren verwijderd; de onderdelen werden per vrachtwagen over de weg aangevoerd. Wablief? Over een afstand van vijftienhonderd kilometer? Dat is, zeg maar, 211.000 ton staal per vrachtwagen van Marseille naar Amsterdam slepen. Alleen een Egyptische farao kan zoiets verzinnen.

Tagged with:
 

Grand design

On 1 mei 2012, in geschiedenis, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Edifice Complex’ (2005) van Deyan Sudjic:

Vandaag is het 1 mei. Ik moet denken aan Josef Stalin. In mijn Moskouse hotelkamer stond een dressoir met op de voorkant het winnende ontwerp van B. Iofan voor het Paleis van de Sovjets uit 1933. Vanuit bed werd ik hierdoor geconfronteerd met het historische gegeven van de eerdere prijsvraag die me sinds de Russische uitnodiging om naar Moskou te komen niet meer had losgelaten. Was deze nieuwe competitie nu een vervolg op die van 1933? Ook de tien architectenteams die door de autoriteiten waren geselecteerd zullen, vermoed ik, aan deze roemruchte prijsvraag hebben teruggedacht toen zij besloten mee te dingen. Niemand minder dan Le Corbusier had zich destijds op het grote plan voor Moskou gestort. Stalin had de prijsvraag uitgeschreven. De stad aan de Moskva was sinds 1918 in inwonertal verdubbeld. Stalin wilde architectuur en stedenbouw gebruiken als propagandamiddel voor zijn totalitaire regime; buitenlandse architecten als Le Corbusier waren maar al te graag bereid zich hiervoor te lenen. Deyan Sudjic duidt deze onweerstaanbare architectonische collaboratie aan als ‘edifice complex’: als een hechte band tussen architect en machthebbers waardoor veelal monsterlijke ‘grand designs’ de geschiedenis van de architectuur zijn gaan teisteren. Het winnende plan voor Moskou uit 1935 was overigens van een Rus, Vladimir Semjonov – een soort art deco piramide met in top een reusachtig beeld van Lenin. Buitenlandse architecten zouden door Stalin uiteindelijk worden buitengesloten.

Het grondgebied van Moskou werd in 1933, net als nu, vergroot met 28.500 hectare. En net als deze keer lagen de in te lijven gronden aan de zuidwestkant van de stad. In datzelfde jaar 1933 werd ook begonnen met de aanleg van de metro; twee jaar later kwam de eerste lijn gereed. Stalin wilde dat de tegenstelling tussen het rijke centrum en de arme buitenwijken werd opgeheven. Overal door de stad zouden daartoe culturele en maatschappelijke gebouwen worden opgericht. In het centrum dacht hij zich het Paleis voor de Sovjets op de plek van de kerk van Christus de Verlosser, pal naast het Kremlin. Het zou door oorlogsomstandigheden nooit gereedkomen. Het profiel van de Tverskaya straat werd verbreed van 18 meter naar 60 meter en omgedoopt in Gorkistraat. De nieuwe straatwanden moesten refereren aan de kunstzinnige canons van de oudheid. Via deze monumentale straat zou men vanaf het Rode Plein in de richting van Leningrad opmarcheren. Aan de Tverskaya Ulitsja stond afgelopen week mijn hotel. Als ik door het raam keek zag ik de triomftochten van Josef Stalin door de straat aan me voorbijtrekken. Sudjic: “Stalin started looking inwards, and backwards, in the 1930s. The past was certainly where his literary tastes were – with Gorky and Pushkin, rather than with Russia’s twentieth-century avant-garde”, om zijn betoog te vervolgen met: “Huge buildings, triumphal axes, and the use of vast quantities of stone deployed in ways that were designed to intimidate pedestrians characterized all of the totalitarian regimes, Marxist, fascist, or nationalist.” En wat deden de architecten? “Rather than not build at all, they were ready to build what the State wanted.” Ook in 1933 was het crisis.

Tagged with:
 

Mad Modernism

On 23 december 2011, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in The Chicago Tapes (1987):

Gevonden in de boekenkast bij het opruimen: The Chicago Tapes, een verslag van een architectenconferentie gehouden in juni 1986 op de Universiteit van Illinois, Chicago. Onderwerp: hoe verder met het modernisme in de architectuur. Deelnemers waren onder anderen Robert Stern, Stanley Tigerman, Cesar Pelli, Leon Krier, Michael Graves, Josef Kleihues, Peter Eisenman, Rem Koolhaas, en nog zo wat beroemdheden. Mooi om te lezen hoe Tigerman in zijn voorwoord zijn eigen stad Chicago typeert: niet alleen het geografische centrum, maar ook “more open and forthcoming than just about anywhere on the East Coast,” en: “without the viciousness endemic to such places as New York, where performance is, more often than not, measured by an exaggerated proportion of agitation and aggravation,” en ook: “an architectural Garden of Eden – the original center of America’s monumental modernist model”, nee zelfs “the last remaining American bastion of modernism.” Uiteraard refereert hij hier aan de werken van Louis Sullivan, Frank Lloyd Wright en Mies van der Rohe. In ieder geval getuigt het van een opmerkelijk staaltje stedentrots, waarin tevens weer die afgunst jegens andere, oudere, leukere steden doorklinkt, een sentiment dat Abram de Swaan ooit zo treffend typeerde als ‘voorstadgevoel’.

Mooi is hoe de Amerikaanse architect Robert Stern vervolgens kwam te spreken over Nederland. Het werk dat hij besprak betrof zijn verbouwing van een 125-jaar oude zilverfabriek in Voorschoten, in opdracht van een bekend modemerk. Stern: “To build in Holland is to confront a reverse cultural context from the American situation where we have very little collective building fabric; in Holland, the collective fabric is among the most consistently maintained that I’ve experienced.” Vervolgens komt hij tot zijn punt: “There is a quality of Dutch modernism which is slightly mad that I both admire and that scares me to death.” Daarmee bedoelt hij de verregaande perfectionering van het modernistische idioom in een omgeving die zelf het modernisme uitstraalt. Stern eindigt zijn bespreking met een bijzondere observatie: “Working in Holland has made me understand the reaction that the generation after the First World War had to the past in a way I could never imagine before. All that fabulously perfect environment, beautifully cared for, can drive you crazy. It lacks vitality. You want to take a sledgehammer to it.” Nederland is te perfectionistisch, te collectief, te keurig, het mist daardoor vitaliteit. Althans, bezien vanuit Chicago, ‘the architectural Garden of Eden’, in 1986. De VINEX-operatie moest toen nog beginnen.

Tagged with:
 

The emperor’s new clothes

On 29 augustus 2011, in cultuur, onderwijs, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘A History of Western Architecture’ (1986) van David Watkin:

Tussen Dresden en Berlijn ligt Dessau. Dessau geniet vooral bekendheid vanwege het  Bauhaus, dat hier tussen 1926 en 1932 was gevestigd. Waarom de legendarische kunstnijverheidsschool destijds uitgerekend naar Dessau verhuisde, is me nog altijd niet duidelijk. Ze was immers in 1919 in het culturele Weimar als staatsschool gesticht en zou in 1933, na nog geen zes jaar in Dessau als stedelijke school te hebben gefunctioneerd, alweer verhuizen naar de metropool Berlijn. Zeker, politieke problemen lagen aan de verhuizing ten grondslag: het radicale programma plag vanaf 1924 bij conservatieven en reactionairen zwaar onder vuur. Maar waarom uitgerekend naar Dessau? Doorgangshuis Dessau was niet groot, ooit was het provinciestadje de hoofdstad van Anhalt, in 1799 kreeg het een van Duitslands grootste theatergebouwen, in de negentiende eeuw door Wagner, Liszt en Paganini gefrequenteerd, maar dan heb je het wel gehad. Destijds telde Dessau amper 70.000 inwoners: geen plek voor een wereldschokkende avant garde die het Bauhaus later bleek te zijn. De inspiratie voor de school kwam evident niet uit Dessau, eerder uit Wenen en Berlijn – zeker twee uur treinen vanuit Dessau. Was het stedelijke bod van een nieuw schoolgebouw dat de architect-directeur definitief over de streep trok? Het is alsof het Berlage Instituut naar Lelystad verhuist omdat het daar nieuwbouw aangeboden krijgt, maar dan wel in combinatie met de plaatselijke LTS.

Eerlijk gezegd maakte ook het schoolgebouw van de grote Walter Gropius geen verpletterende indruk op me. Of eigenlijk zijn het twee gebouwen: het Bauhaus en de ambachtsschool. De gecombineerde gebouwen liggen ver (ruim twee kilometer) buiten het centrum, in een groene vooroorlogse woonwijk. Samen vormen ze een tamelijk levenloos geheel, eerder een fabrieks- dan een scholencomplex. “This radical minimalist architecture was the result of an attempt to reject everything ‘bourgeois’ or ‘impure’, including pinched roofs, columns, ornament, mouldings, symmetry, generosity, and warmth,” schreef de Britse architectuurhistoricus Watkin in 1987. Ik geef Watkin grif gelijk. “The result is leaking flat roofs in constant need of repair; absence of cornices, so that the white plastered walls are always streaked and stained; rusting metal windows; narrow corridors; low rooms; lack of privacy on the one hand, and of splendour on the other; gracelessly exposed mechanical services; and excessive use of glass, causing near-insoluble problems of heat loss and gain.”  Opmerkelijk is wel dat een fietsroute het gelede gebouw doorsnijdt – ooit een autoweg die, naar ik bij Reyner Banham heb gelezen, door Gropius opzettelijk aan het programma was toegevoegd met als doel ‘het moderne verkeer dwars door zijn gebouw’ te geleiden. Het maakte een brugverbinding tussen de twee schoolvolumes noodzakelijk: een gekunstelde ingreep. Ze had de architect-directeur vooral de gelegenheid geboden het programma voor de stedelijke ambachtsschool – een eis van de stad Dessau – ruimtelijk te scheiden van zijn eigen troetelkind. Recht tegenover elkaar, ter weerszijden van de straat, bevinden zich de twee ingangen, in de brugverbinding trof ik de kamer van de directeur. In dat opzicht was de architectuur van de ‘Silver Prince’ weliswaar iets moderner dan het vijftig jaar oudere Rijksmuseum van Cuypers met zijn nog immer omstreden verkeerspoort, maar ook een stuk banaler.

Tagged with:
 

Glimpses

On 12 juli 2011, in ruimtelijke ordening, stedenbouw, by Zef Hemel

Gehoord op 5 juli 2011 bij ARCAM:

Interessante bijeenkomst bij ARCAM, het Amsterdamse architectuurcentrum, afgelopen dinsdagmiddag. Onderwerp: Glimpses 2040 Amsterdam/New York. Voorzitter: Tracy Metz. Eerst spraken David Bragdon en ondergetekende over de nieuwste langetermijnplannen van beide steden. Daarna was het de beurt aan architectuurcritici die de Glimpses van de jonge bureaus tegen het licht hielden. Glimpses zijn architectonische ideeën voor delen van de beide steden rond de thema’s ademen, bewegen, wonen, eten, maken. Telkens mochten de Amsterdamse en New Yorkse bureaus op het commentaar van de critici reageren. Het was net als op een school voor architectuur. Wat de twee plannen betreft – PlaNYC 2030 respectievelijk Structuurvisie Amsterdam 2040 – kon je onbegrip in de zaal merken. Wat moet een architect nu met een plan dat misschien niet eens wordt uitgevoerd? De voordracht van Bragdon gaf nog de meeste houvast. PlaNYC is eigenlijk geen plan, eerder een programma. Zelf noemde hij het een ‘to do-list’: een duur boodschappenlijstje van spullen die de gemeente tussen nu en 2030 wil maken: 1 miljoen bomen planten, trapveldjes aanleggen, energiecentrales ombouwen. PlaNYC gaat elk jaar vergezeld van een praktische voortgangsrapportage. Handig, betrouwbaar. Nee, dan de Amsterdamse structuurvisie! Een toekomstbeeld. Veel te vaag. Veel te soft. Veel te onbetrouwbaar. Wie voor de kosten opdraait is ook allerminst duidelijk. Een mevrouw in de zaal werd zelfs kwaad.

Op het eind werd me pas goed duidelijk dat de meeste mensen in de zaal ruimtelijke planning amper begrijpen. Denken architecten dat planning neerkomt op leuke ontwerpen voor gebouwen of structuren maken, om die vervolgens te realiseren, bij voorkeur met hulp van de gemeente? En als dit niet gebeurt, heeft de planning dan gefaald? De uitleg over de totstandkoming van de Amsterdamse structuurvisie die middag was, zo bezien, misschien wel vergeefs geweest. Al dat praten met mensen, met bewoners, met bestuurders, wat een gedoe. Moet dat allemaal bottom-up? En die ontwerpen dan, ze worden gewoon niet gezien. Zoiets. Ik keek nog eens goed naar de ‘glimpses’. Welke ‘vluchtige blik’ in de verre toekomst gunnen ze ons? Ik vond ze mooi, maar ik zag geen mensen op de panelen. De tentoonstelling toont louter gebouwen, structuren, objecten. Op het eind vroeg Tracy Metz: ‘Hoe worden de Glimpses werkelijkheid?’ Ik dacht, ik zou het werkelijk niet weten. Welkom in de wereld van de architectuur.

Tagged with:
 

Miami Virtue

On 25 januari 2011, in muziek, by Zef Hemel

Gelezen op Archi Choong (weblog) op 29 augustus 2010:

New World Center (exterior)

Afgelopen weekeinde opende het 154 miljoen dollar kostende The New World Symphony in Miami Beach, Florida. Michael Tilson Thomas is de geestelijke vader, de 81-jarige Frank O. Gehry de architect. Gehry had ooit nog als babysit op de kleine Michael gepast. Hun leven lang waren ze elkaar blijven volgen. Nu stonden ze gebroederlijk naast elkaar, in Miami, om op hun NWS te toasten. Daarmee is het de Amerikaanse dirigent Michael Tilson Thomas gelukt een podium en laboratorium voor klassieke muziek van wereldformaat te bouwen in het doorgaans niet erg experimentele en nauwelijks op klassieke muziek georiënteerde Amerika. Jaarlijks auditeren circa 1000 studenten, waarvan er slechts 30 worden toegelaten tot de driejarige muziekopleiding. In totaal studeren er in Miami 90 jonge musici. Sinds 1987 huisde The New World Symphony in het Art Deco Lincoln Theatre – een zaal met ernstige acoustische gebreken; al snel bleek het complex bovendien te krap. Daarop werd er door velen geld ingezameld, zowel publiek als privaat, voor een nieuw onderkomen. Het nieuwe gebouw – a New Landmark – betreft zowel een concertzaal, een muziekbibliotheek als een academie. Miami wil hiermee een global hub worden op het gebied van de klassieke muziek.

Bij het nieuwe gebouw hoort ook een park van 2,5 acre, ontworpen door het Rotterdamse bureau West 8 (kosten 10 miljoen dollar), evenals een  beeldentuin.  ”We selected a firm that is the most creative and has a record of coming up with innovative ideas in very challenging environments all over the world,” aldus juryvoorzitter Robert Wennett. Vanuit het park kan naar voorstellingen worden gekeken die op de buitenwand van het gebouw worden geprojecteerd. Het gebouw zelf is volgepakt met elektronica. Zo is er binnenin niet minder dan 17 mijl glasvezelkabel aangelegd om de musici live te laten samenspelen met collega’s over de hele wereld. Richard Florida twitterde daags erna over de paneldiscussie tijdens de Grand Opening. Kennelijk was hij door de stad Miami gecontracteerd als een van de sprekers. Raden wat hij zei? (Deze week duidde hij Miami in The Atlantic nog aan als ‘bubble city’).

Tagged with:
 

Holyland

On 24 december 2010, in ethiek, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 17 april 2010:

Kerst 2010. In Jeruzalem speelt nog steeds de Holyland-zaak. De zaak betreft een zeer omstreden, peperduur bouwproject in Jerusalem waarbij steekpenningen zijn betaald. Ook oud-premier Olmert wordt verdacht. Toen deze ‘levensgenieter’ nog burgemeester van Jeruzalem was zou hij een kleine 700.000 euro aan handgeld voor Holyland hebben opgestreken. Zijn opvolger, de ultra-orthodoxe joodse burgemeester Uri Lupolianski, zit daarvoor zelfs in de cel: hij zou 600.000 euro hebben ontvangen. Om de bezwaren tegen het megalomane bouwproject af te kopen zou de directie van de bouwonderneming zelfs met miljoenen hebben gestrooid. Daarvoor zit ze nu zelf in de cel. Ondertussen wordt de Heilige Stad geplaagd door een architectonisch monstrum van een toren met vijf appartementencomplexen bovenop een berg, bruut interfererend met het historische stedenbouwkundige gegeven van een Oude Stad met de Tempelberg, omringd door hogere heuvels. We hebben het over de westkant van Jeruzalem. Achthonderd bezwaarschriften waren er in 1996 tegen het plan ingediend. Toen betrof het nog een hotel en woningbouw voor de middenklasse. Uiteindelijk, aldus de Volkskrant, ging het om “luxe-appartementen voor de nouveau riche van de Israelische hightech-industrie en voor Amerikaanse joden die er tijdens de feestdagen knap bij willen zitten in de heilige stad.” De krant citeert Haaretz-columnist Doron Rosemblum: “Lelijkheid is corruptie, corruptie lelijkheid – dat is alles wat je op aarde weet, en alles wat je dient te weten.”

Het deed me denken aan onze autotocht naar Delfzijl, afgelopen maand. Naar aanleiding van het passeren van het hoofdkantoor van de Gasunie – ook wel ‘apenrots’ genaamd – aan de snelweg ter hoogte van de Martinihal, in Groningen Stad, ontspon zich in de auto een gesprek over ‘foute architectuur’. Iemand vroeg me hoe je ‘foute architectuur’ herkent. Tsja, wat is lelijk? Waarop we een lesje architectuur voor beginners startten: te hoog, te opdringerig, te gewild, te duur, te slecht gedetailleerd, te nouveau riche. We kregen er aardigheid in. We wisten ook ineens namen van architecten die ‘foute architectuur’ produceerden en ontwikkelaars die ‘foute architectuur’ ontwikkelden. Ineens schrokken we. Overal in het land bespeurden we ‘foute architectuur’. We keken elkaar aan. Met ‘De Vastgoedfraude’ van Vasco van der Boon en Gerben van der Marel nog vers in het geheugen vroegen we ons af: hoe corrupt zou Nederland eigenlijk zijn? Dat dienen we te weten.

Tagged with:
 

Ole’s mausoleum

On 24 oktober 2010, in cultuur, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 22 september 2010:

Amsterdam kreunt onder de grote ‘prestigeprojecten’, het Stedelijk Museum, de Noord-Zuidlijn en het Rijksmuseum. Vertragingen, kostenoverschrijdingen, dat soort werk. Komende week ben ik in Hamburg. Daar kennen ze ook zo’n prestigeproject. Het is nog in aanbouw: de Elbphilarmonie, op de kop van HafenCity. Begroot op 95 miljoen euro, inmiddels gestegen tot 323 miljoen; men verwacht uiteindelijk uit te komen op zo’n 400 miljoen euro. Jaren vertraging in de oplevering, want het had al geopend moeten zijn. “Pas over ruim twee jaar – aanzienlijk later dan gepland – kunnen hier concerten worden gegeven,” meldde NRC afgelopen maand. Architecten: de Zwitserse Herzog & De Meuron, dezelfde architecten die ook het Vogelnest voor de Olympische Spelen in Beijing tekenden (naar een idee van de Chinese kunstenaar Ai Wei Wei). De journalist van NRC, Joost van der Vaart, oordeelt overigens opvallend mild. “Los daarvan (de financiële problemen, ZH) staat vast dat Hamburg een bijzonder concertgebouw krijgt. Het is met zijn 110 meter een van de hoogste panden van de stad. Door het golvende dak en de gevel van gewelfde blauw-glazen panelen, die herinneren aan de zeilen van een zeilschip, wekt het een maritieme en elegante indruk.” Een miljoenenvretend icoon, zeggen de Hamburgers. De architecten willen er niets van weten. “Symbolen bouw je niet. Die ontstaan in de hoofden van mensen.” Maar de gemeenteraad oordeelt anders: “"Den Architekten war egal, was alles kostet. Sie wollten Weltarchitektur. Und das Bauunternehmen stellte für alle Abweichungen Mehrkostenforderungen." (Frankfurter Rundschau)

De Elbphilarmonie was een ideetje van de Hamburgse projectontwikkelaar Alexander Gerard. Het werd bovenal het project van de inmiddels vertrokken CDU-burgemeester, Ole von Beust. “Die Elbphilharmonie, ein Kunstwerk aus Glas, elegant und trotzig, es sollte das Krönchen werden auf von Beusts Regierungszeit.” Critici noemen de Elbphilarmonie dan ook “Ole’s Mausoleum”. Zijn opvolger, Christoph Ahlhaus, zal het uiteindelijk openen, maar moet eerst de zaak tot een goed politiek einde zien te brengen. Von Beust zal er niet worden begraven. Gelukkig gaat het met de Duitse economie weer goed. Vooral met die van Hamburg. Ik ga het komende week zien.

Tagged with:
 

Based in London

On 11 december 2005, in hoogbouw, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 10 december 2005:

Het Amsterdamse architectenbureau Information Based Architecture bouwt de hoogste toren ter wereld in Guangzhou (Kanton), China. Met zijn 610 meter zal hij in 2010, wanneer hij gereed komt, waarschijnlijk voor korte tijd de ranglijst aanvoeren. Tot het van de troon gestoten wordt door het gebouw dat binnenkort in Dubai in aanbouw wordt genomen. Maar dat zien we dan wel weer.Ondertussen is het maar mooi weer een Amsterdams architectenbureau dat met de eer strijkt, zou je zeggen. Dus met die creatieve industrie in Amsterdam zit het wel goed.

Nee helaas, dat laatste is niet  juist. Wat de krant niet vermeldt is dat Information Based Architecture toegelaten werd tot de besloten prijsvraag dankzij het Britse ingenieursbureau Arup, dat een grote vestiging heeft in Hongkong, en dat de contacten werden gelegd via de Architectural Association School in Londen, waar een van de oprichters van Information Based Architecture, Mark Hemel, les geeft. Beide eigenaren, Mark Hemel en Barbara Kuit, kennen bovendien de Iraanse en in Londen gevestigde architecte Zaha Hadid persoonlijk, en ook dat was een voordeel. Hadid bouwt in hetzelfde Guangzhou een opera, aan de overkant van de rivier. Het netwerk waarin de jonge architecten opereerden was dus niet een Amsterdamse, maar een Londense. En zo’n Londens netwerk reikt nu eenmaal vele malen verder dan een netwerk vanuit Amsterdam. Nee, pas onlangs heeft het bureau zich in Amsterdam gevestigd. Vanwege de menselijke maat en de kindvriendelijkheid van het centrum en vanwege de nabijheid van Schiphol. Want nog steeds vliegt Mark Hemel wekelijks naar Londen en maandelijks naar China. Voor zijn werk.

Tagged with: