Sociale crisis

On 15 februari 2013, in economie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 9 februari 2013:

Schrijver Arnon Grunberg reisde naar Thessaloniki, Griekenland. In NRC Handelsblad verscheen van zijn hand een reportage. Na Athene is Thessaloniki de grootste stad van het Zuid-Europese land; in totaal telt hij zo’n 800.000 inwoners. Vooral door zijn nieuwe burgemeester, Yannis Boutaris, is de Noord-Griekse stad veel in het nieuws en gaat diens verhaal over de stad de hele wereld over; Der Spiegel en The New York Times wijdden uitgebreide artikelen aan Boutaris. Of eigenlijk is het de financiële crisis, die Griekenland het hardste raakt, de werkelijke aanleiding. Voor westerse financiers is de aanpak van Boutaris namelijk een dankbare afleiding. Zo kun je dus óók met de crisis omgaan: niet anderen verwijten, maar zelf iets doen, samen met de hele bevolking. De stad versus het land.  Thessaloniki versus hoofdstad Athene. Boutaris werkt aan niet minder dan een civil society.

Volgens Boutaris is weliswaar sprake van een economische crisis, maar die is over vijf jaar wel weer voorbij. De echte crisis is volgens hem een sociale: die begon met het einde van de Griekse dictatuur. De relatie van de Grieken met hun eigen Staat is problematisch. Door de Duitse bezetting, de dictatuur die volgde en de burgeroorlog plaatsen de burgers zich boven de wet. Grieken willen geen belasting betalen. Maar er is meer. “Er heeft een enorme trek van het platteland naar de stad plaatsgevonden. In heel Griekenland. Op Seoul na is in geen enkel land de bevolking verhoudingsgewijs zo geconcentreerd als in Athene. Maar de mensen zijn geen stedelingen geworden.” Daarom wijst Boutaris zijn burgers voortdurend op de geschiedenis van hun stad en doet hij ook uitgebreide archeologische opgravingen – om te bewijzen dat coëxistentie hoort bij Thessaloniki. Door de burgers verantwoordelijk te maken voor de stadsreiniging en de stad Berlijn te vragen hierbij te helpen, slaat hij twee vliegen in één klap. Het is trouwens opmerkelijk dat Boutaris naar Duitse steden reist om zijn Duitse collega’s te spreken. Zo probeert hij het Duitse denken over Griekenland te beïnvloeden. En zo vliegt hij ook naar Ankara en Istanbul om toenadering te zoeken tot de Turkse buren. Wat het vijf miljoen tellende Athene – laat staan de elf miljoen tellende Griekse staat – niet lukt, dat doet het kleine broertje in Centraal-Macedonië.

Tagged with:
 

Heldere boodschap

On 17 oktober 2011, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Germania’ (2010) van Simon Winder:

De Britse auteur Simon Winder is als geen ander in staat om architectuur in verband te brengen met het tijdperk waarin ze werd ontworpen en gebouwd. Ik heb het over zijn zeer leesbare overzichtswerk ‘Germania’. In zijn beschrijving van het Wilhelminische Duitsland – de vijftig jaar die voorafgingen aan het rampjaar 1914 – bijvoorbeeld stuit hij op monsterachtige monumenten en gebouwen, en zijn oordeel laat dan niets te raden over: “The only thing that saves these buildings is that they stand as monuments to failure – the civilization that built them was destroyed.” Het geldt voor het Völkerschlachtdenkmal in Leipzig met zijn ‘immens, humourless, Aztec gloom’ , maar ook voor de kathedraal van Berlijn, het Berlijnse Schloss evenals het Weense Neu Burg. Zelfs het Hamburgse stadhuis moet het bij Winder ontgelden: “There is something very similar in such awful mistakes as the Hamburg or Hannover town halls – buildings so huge and nasty that they appear only to have been put there (let alone remade after war damage) to confound later generations.” Het Hamburgse stadhuis? Het stadhuis van de Freistaat Hamburg?

Te groot, te protserig, te lelijk is het Hamburgse stadhuis inderdaad. Maar ergens in het gerestaureerde laat-negentiende eeuwse, in Noordduitse neorenaissance opgetrokken raadhuis stuit de overdonderde bezoeker op een hele mooie kamer, de zogenaamde Turmsaal. In deze knusse, intieme, bijna ronde kamer op de tweede verdieping, gesitueerd onder de reusachtige toren, valt het oog van de bezoeker, juist voordat hij de Kaisersaal betreedt, op vier bijzondere wandschilderingen. Ze stellen de vier ‘vrije steden’ in de wereld voor: Athene, Rome, Venetië en Amsterdam. Amsterdam wordt er gerepresenteerd door het raadhuis van Jacob van Campen, met de god Mercurius ter linkerzijde en met een hoorn des overvloeds waaruit goudstukken rollen. Ineens begreep ik het. Niet aan de Duitse keizer Wilhelm spiegelde Hamburg zich, maar aan deze vier vrije steden. Keizer Wilhelm, die Hamburg in 1895 bezocht ter gelegenheid van de opening van het Nord-Ost Kanal, moest door deze schitterende kamer om zijn eigen Kaisersaal te kunnen betreden. Eerst stond hij oog in oog met Rome, daarna Venetië; hij zal zich hebben omgedraaid, waarna zijn ogen vielen op Athene en ….. Amsterdam. Tien jaar later verklaarde de Duitse keizer de wereld de oorlog. Uiteindelijk stierf hij in Nederland, in het dorpje Doorn.

Tagged with:
 

Dog Days

On 12 mei 2010, in economie, by Zef Hemel
Gelezen in Het Parool van 8 mei 2010:
Terwijl in het centrum van Athene de ruiten van de banken werden ingegooid, het parlementsgebouw werd bestormd en de politie met traangas en schokgranaten de woede van de bevolking probeerde te beteugelen, vierde de bevolking van Istanbul feest op het Taksimplein. Voor het eerst sinds 1977, toen de militairen een bloedbad aanrichtten op het plein, mocht er op die eerste mei weer worden gedemonstreerd. Het werd een groot volksfeest. Even eerder, op 24 april, was het ook al toegestaan om de massamoord op de Armeniërs op datzelfde Taksimplein te herdenken. Ook dat verliep waardig, aldus René ter Steege in Het Parool. "Turkije, volgens een journalist van Milliyet verkerend in een ‘post-moderne burgeroorlog, had de tweede krachtproef van normalisering binnen een week goed doorstaan."
Griekenland en Turkije, twee buurlanden, ze verkeren op dit moment in zo’n verschillende conditie. Terwijl de Grieken ten onder dreigen te gaan aan de schuldenlast, groeit de economie van Turkije, met name die van Istanbul, onstuimig.
 
Ik was er afgelopen week, op het Taksimplein. Het is het Museumplein van Istanbul. Het was er vredig. Midden op het plein zag ik een straathond liggen in de zon. Hij wreef in zijn ogen. Alonso Ayala uit Carracas, Venezuela, met wie ik er rondstruinde, herkende het beeld meteen, zei hij. De straathond zie je overal in de Zuid-Amerikaanse metropolen. Agressief zijn ze niet, integendeel. Waar je ze ziet liggen, is het veilig.
 
Tagged with: