Profiteren van Barcelona

On 5 november 2017, in politiek, sport, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 1 augustus 2017:

Afbeeldingsresultaat voor barcelona 1992

Terwijl Catalaanse ministers in de gevangenis zijn gezet en de Catalaanse president Carles Puigdemont hals over kop is gevlucht naar Brussel, herlees ik een krantenbericht van afgelopen zomer. Toen – amper drie maanden geleden nog maar – vierde de Catalaanse hoofdstad Barcelona dat zij vijfentwintig jaar geleden de Olympische Spelen organiseerde. De Spelen van 1992 staan nog altijd te boek als de succesvolste aller tijden. “De Spelen van 1992 hebben de Catalanen met trots vervuld. Die hebben voor een blijvende mentaliteitsverandering gezorgd. Alleen als je in jezelf gelooft dan kun je beste ergens in zijn,” aldus voormalig proftennisser Jordi Arrese in NRC Handelsblad van 1 augustus 2017. En volgens Puigdemont zelf kon je gerust spreken van een tijdperk vóór en ná die Zomerspelen. “Barcelona liet zien dat de stad zich kon meten met andere wereldsteden. We plukken daar nu nog de vruchten van.” Opvallend is dat er destijds sprake was van een zeer goede samenwerking tussen de centrale regering in Madrid, het regionale bestuur van Catalonië en de stad Barcelona. Door alle betrokkenen werd ingezien dat dit een historisch evenement zou kunnen zijn. Historisch werd het inderdaad. Dankzij het model-Barcelona.

Wat was het model-Barcelona? De investering van 6,5 miljard euro moest blijvende waarde opleveren voor de Catalaanse stad, dat stond bij iedereen voorop. Voor de stedenbouwkundigen was het een ideale mogelijkheid om de krakkemikkige stad grondig te moderniseren. Vliegveld, ringweg en jachthaven werden gekoppeld aan het idee van een wereldstad aan zee. De stinkende rivieren werden schoon gemaakt en langs de kust verscheen een nieuw strand. De oude structuur van dorpen binnen de stad werd versterkt door de sportaccommodaties in vier verschillende delen aan te leggen, waardoor de hele stad opveerde. Industriestad Barcelona werd omgetoverd in een mondaine badplaats aan zee. Spanje heeft enorm meegeprofiteerd van de Catalaanse Spelen. Het land is sindsdien een kampioen in topsport geworden. Maar de uitstraling van de krachtige metropool Barcelona strekte verder: tal van zwakke regio’s binnen Spanje worden op dit moment met Barcelonees geld op de been gehouden. Dus waarom deze politieke crisis? Arrese heeft gelijk. Het door de financiële crisis geplaagde Spanje gelooft niet meer in zichzelf. Ondertussen dreigt het zelfbewuste Barcelona aan zijn eigen succes ten onder te gaan.

Tagged with:
 

De vorming van een stadstaat

On 20 oktober 2017, in politiek, sport, by Zef Hemel

Gelezen in Vrij Nederland van 27 oktober 2015:

Afbeeldingsresultaat voor map barcelona catalunya

 

Catalonië telt in totaal 7,5 miljoen inwoners. Barcelona is hoofdstad van Catalonië en telt op tot 1,6 miljoen inwoners. Maar het inwonertal van de metropolitane regio als geheel nadert nu al de 6,3 miljoen. Dat staat gelijk aan vrijwel de gehele Catalaanse bevolking. De naderende afscheiding van Catalonië komt dus neer op de vorming van een heuse stadstaat, ze lijkt minder een uiting van regionaal separatisme dan van globalisering en de vorming van een wereldstad waar overigens opvallend veel Andalusische migranten wonen en werken. Barcelona is sinds 1975, na de val van Franco, inderdaad een wereldspeler geworden, misschien wel meer dan Madrid, dat zich nog altijd gedraagt als de hoofdstad van een traditionele natiestaat. Wie Barcelona frequenteert weet ook dat de stad aan de oostkust van het Iberische schiereiland internationaal van steeds grotere betekenis is als handelsmetropool. De neiging tot afscheiding is dus, nog afgezien wat het Spanje van Franco er heeft aangericht en de diepe wonden die dit heeft geslagen, een volstrekt begrijpelijke. Barcelona wordt een soort van Europees Singapore. Gek dat dit nergens in de pers wordt opgemerkt.

Wie herinnert zich niet de Olympische Spelen van Barcelona 1992? Kort na het Franco-regime, in 1985, wisten de Catalanen de Olympische Spelen naar hun hoofdstad te halen, ten koste van de kandidatuur van Amsterdam. De spelen waren een mega-succes en betekenden in de stedenbouwkundige ontwikkeling van de ontluikende metropool een ware renaissance. Vanaf dat moment koos Barcelona voor het wereldtoneel door oude industrieterreinen aan de haven om te toveren in buitengewoon aantrekkelijke woon- en werkgebieden, iets wat Amsterdam langs het IJ sindsdien ook probeert te doen, maar waarvoor het dertig jaar langer heeft moeten uittrekken. Barcelona is dan net ook zo groot als de hele Randstad. Samen met het Australische Sydney wist ze door het organiseren van de Olympische Spelen veel respect in de wereld te winnen. De huidige strubbelingen met Madrid kunnen volgens mij dan ook alleen maar uit deze unieke historische gebeurtenis worden verklaard, die tal van nieuwe internationale initiatieven heeft ontketend en die mijns inzien vooral zijn aan te merken als globalisering. Wat zei de linkse burgemeester Ada Colau na het militaire ingrijpen door de Spaanse regering? Premier Rajoy is een lafaard die moet aftreden. Colau, die na de financiële crisis van 2008 actie voerde tegen huisuitzettingen, staat dicht bij de stedelingen en begrijpt hun diepste gevoel. Ze noemde zich ‘een wereldburger’ die ‘tegen alle grenzen is.’

Tagged with:
 

Normaal

On 9 juli 2014, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Influence of Bike Share Systems on Cycling Behavior’ van Seth Lowe:

Deze week studeerde de Amerikaanse planoloog Seth Lowe af aan de Universiteit van Amsterdam op een studie naar fietsdeelsystemen in een aantal grote steden. Marco te Brömmelstroet was zijn begeleider. De gehanteerde systemen in Parijs, Rome, Melbourne en Barcelona vergeleek Lowe met elkaar. Alle vier ‘bike share systems’ vormen derde generatie-deelsystemen die door GPS-technieken voldoende vandalismebestendig zijn. De oudste zijn die van Parijs en Barcelona (2007), de jongste is die van Melbourne, Australië (2010). In zijn onderzoek richtte hij zich met name op de karakteristieken van de gebruikte fietsen. De steden koos hij om verschillende fietstypen te evalueren. Welk fiets wordt door de meeste gebruikers geprefereerd? Bijna tweehonderd personen in de vier steden interviewde hij, die hij eenvoudig kon bereiken via Facebook en Twitter. Aansluitend interviewde hij nog achttien fietsreparatiewinkels en fietsexperts in de vier steden. Wat bleek? Vrijwel iedereen wil het liefste een gewone stadsfiets van het Nederlandse type. Dat was opmerkelijk, want veel partijen meenden dat deelfietsen ultramodern en juist sportief moeten zijn.

Toch is het logisch. In het algemeen bleek dat gebruikers van de fietsdeelsystemen vooral willen dat fietsen als activiteit in hun eigen stad gewoon, normaal, wordt. Lowe: "that respondents want to seem as ‘normal’ als possible." Sterker, hun diepste verlangen is dat via de fietsdeelsystemen steeds meer mensen, net als zij, zullen gaan fietsen en dat niemand meer opkijkt als ze een fietser tegenkomen in het verkeer. Afwijkend fietsgedrag en uitgesproken fietsuitrusting (helmen) worden daarom ook niet gewaardeerd. Men wil geen subcultuur of sekte lijken. "There was a general consensus that the bikes used in different systems should stand out and be identifiable but in a tasteful way that represents the city." De geïnterviewden in alle vier steden verkozen het type fiets dat gebruikt wordt in Rome boven alle andere. Dat is overigens het fietstype in het slechtst presterende fietsdeelsysteem van alle vier steden, al schijnt Turijn, waar hetzelfde type fiets wordt gebruikt, wèl succesvol te zijn.

Tagged with:
 

Barcelona-Madrid

On 2 maart 2008, in infrastructuur, internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 20 februari 2008:

Amsterdam is twee jaar geleden van plaats vijf op de lijst van concurrerende Europese metropolen gestoten door Barcelona. Vlak achter Amsterdam, op plaats zeven, staat nu Madrid. Ook die is sterk in opkomst. Sinds vorige week rijdt er een hogesnelheidstrein tussen beide Spaanse steden: afstand 628 kilometer, duur twee uur en 38 minuten, prijs: 164 euro voor een enkele reis, amper 40 euro goedkoper dan een vliegticket. Tussen Amsterdam en Brussel rijdt nog altijd geen hogesnelheidstrein. Niet dat Amsterdam rechtstreeks concurreert met Madrid, maar het valt wel gemakkelijk te voorspellen dat Madrid binnenkort Amsterdam ook van de zesde plaats zal stoten. En dat terwijl het huidige college van Amsterdam juist de ambitie heeft uitgesproken om de Nederlandse hoofdstad weer terug te krijgen in de top vijf. Ik denk dat dat lastig gaat worden.

Toegegeven, ook de Spanjaarden hebben vier jaar langer over de bouw van het spoortraject gedaan dan begroot. Bij ons is dat niet anders. En het feit dat de kogeltrein daar nu eindelijk rijdt is vooral te danken aan de Wereldexpo die binnenkort in Zaragoza over een paar maanden zal openen, niet aan de beide steden. Zaragoza ligt aan het traject van de AVE tussen Madrid en Barcelona. Voor het succes van haar Expo is die trein hard nodig. Zelf heeft Zaragoza geen vliegveld en ook is er geen rechtstreekse autosnelweg tussen Zaragoza en de rest van Europa, hoe graag deze Spaanse stad dat ook wil. De Pyreneeën zitten in de weg. Voor haar is er dus eindelijk deze snelle trein gekomen. Barcelona en Madrid hadden niet zoveel haast. Dat klopt ook wel, want Barcelona en Madrid mogen elkaar niet. Het zijn grote rivalen. "De twee steden staan elkaar niet alleen naar het leven als het om voetbal gaat. Zover als de geschiedenis teruggaat, proberen ze elkaar de voet dwars te zetten." De regering zit in Madrid, dus dan weet je het wel.

Het is een mooi voorbeeld van irrationeel gedrag van steden. Ze concurreren verbeten met elkaar, waardoor ze zichzelf benadelen. En de regering van het land helpt maar al te graag een handje. Toch komt uiteindelijk de verbinding toch tot stand. Ik ben benieuwd wanneer de eerste hogesnelheidstrein tussen Amsterdam en Rotterdam gaat rijden. Vreemd trouwens, dat Den Haag, ons regeringscentrum, niet aan het hogesnelheidsspoor ligt. Zou het realiseren daarom zo traag bij ons gaan?

Tagged with:
 

Ildefonso Cerdà

On 11 januari 2008, in geschiedenis, stedenbouw, by Zef Hemel

Gezien in De Zuiderkerk te Amsterdam op vrijdag 11 januari 2008:

Alweer zo’n grote negentiende eeuwse naam. Ildefonso Cerdà. Catalaans wiskundige, architect en civiel ingenieur, opgeleid te Madrid, later werkzaam te Barcelona. Alweer een man die precies op het juiste moment in de geschiedenis gereed was voor het grote stedenbouwkundige werk. In 1858, tijdens een kortdurend progressief Spaans bewind, gaf de in de hoofdstad Madrid gevestigde Spaanse regering ineens toestemming aan het Catalaanse Barcelona om de vestingwallen te slechten en de stad uit te leggen. De jonge Cerdà had juist drie jaar daarvoor zijn omvattende studie met het revolutionaire, industriële grid gereed gemaakt. Die had hij overigens zelf betaald uit een omvangrijke erfenis die hem in 1848 was toegevallen.

De drang om de stad Barcelona uit te leggen was in 1858 gigantisch. De economie groeide explosief doordat de havenstad als geen ander profiteerde van de handel met het jonge Amerika. Overal in de dorpen in de omgeving van de stad ontstond industrie. Maar de stad zelf bleef de vorm houden van een citadel, omgeven door een ruim schootsveld dat op last van de Spanjaarden niet bebouwd mocht worden. Dat leidde tot een onhoudbare situatie, met volksopstanden en rumoer. Op dat moment was de dichtheid in de stad opgelopen tot liefst 700 inwoners per hectare. Vergelijk dat maar eens met Parijs op dat moment: 291 inwoners per hectare. Of Berlijn: 189 inwoners per hectare. Of Londen: 128 inwoners per hectare. Een snelkookpan dus, een mierenhoop! Geen wonder dat het door Cerdà getekende grid van Cerdà een oppervlak besloeg van niet minder dan acht maal de bestaande stad. Dat was helemaal geen uitleg meer! Dat was een metropool, ingetekend rond een provinciestad van amper 300.000 inwoners.Vergelijk dat eens met de Amsterdamse discussie in diezelfde tijd – de moeite die het Samuel Sarphati kostte om over de Singelgracht heen te bouwen. Van Niftiks plan dateerde uit dezelfde tijd als het grid van Cerdà. Ook diens plan was behoorlijk stoutmoedig. Het werd door de Amsterdamse gemeenteraad terzijde gelegd. De burgemeester deed het af als "eene phantasie van een ambtenaar."

Tagged with: