Nieuw-Amsterdam

On 7 juni 2018, in bestuur, by Zef Hemel

Gehoord bij BNR Nieuwsradio te Amsterdam op 5 juni 2018:

Afbeeldingsresultaat voor cushman & wakefield nieuw-amsterdam

Bron: Cushman & Wakefield

Begin deze week begon de Provada, de grote vastgoedbeurs in de RAI in Amsterdam. Provada groeit, maar is nog net iets kleiner dan de MIPIM in Cannes. Ze noemt zich de tweede vastgoedbeurs van Europa. Direct op maandag ging er een persbericht uit van Cushman & Wakefield, wereldwijd adviseur in commercieel vastgoed. De kop luidde: ‘Nieuw-Amsterdam’. Die dag zou directeur Jeroen Lokerse een Visie Nieuw-Amsterdam overhandigen aan Jan van Zanen, burgemeester van Utrecht, tevens voorzitter van de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Nieuw-Amsterdam bleek een oproep tot het samenvoegen van de steden in de Randstad tot één grote stad met één bestuur “die een integrale visie op woningbouw, leefbaarheid, duurzaamheid en infrastructuur ontwikkelt en van daaruit richting geeft aan versterking van de internationale positionering van Nederland en de optimale afstemming tussen wonen, werken, verkeersstromen, toerisme, opleiding en infrastructuur.” Het bedrijf hoopte dat Van Zanen het debat hierover zou willen entameren en een onderzoek zou starten naar “mogelijke agglomeratievoordelen van Nieuw-Amsterdam, een stad die bij samenvoeging meer dan 7 miljoen inwoners telt.” Gaat Van Zanen dat werkelijk doen?

Die ochtend nog zat ik, samen met Peter Savelberg, in de uitzending ‘Ask me anything’ van BNR Nieuwsradio om een uur lang over de toekomst van de Randstad te praten. In het programma riep Jörgen Raymann de luisteraars op om vragen aan ons te stellen. Dit keer mochten de luisteraars ook suggesties doen en ideeën leveren voor zo’n Nieuw-Amsterdam. Wat bleek? De suggesties stroomden op Facebook en Twitter binnen, mensen uit het hele land belden. Het onderwerp leeft sterk, het waren uitsluitend mannen die belden, er kwam een vrachtwagenchauffeur aan het woord die vertelde dat hij net over de grens met België en Duitsland echte grote steden als Brussel en Keulen had aangetroffen, soms wel met twee miljoen inwoners, maar dat Nederland zulke grote steden niet kende, wat hij heel merkwaardig vond. Veel mensen gaven aan dolgraag in Amsterdam te willen wonen. Iemand stelde voor om de nieuwe stad ‘John Cruijff City’ te noemen. Maar het mooiste telefoontje kwam uit Tokio, Japan. Dat gebeurde nadat ik in de uitzending de vergelijking met Tokio had gemaakt. De vragensteller zei dat hij al zeker veertien jaar in Tokio woonde en dat hij met een Japanse vrouw was getrouwd. Hij werkte in de financiële sector, waar hij een goed salaris verdiende. Tokio vond hij duur, maar ook leefbaar, iedereen fietste er en gebruikte het openbaar vervoer, er was geen criminaliteit, wel georganiseerde misdaad, de straten waren schoon, maar het was wel allemaal ‘beton’ en de metro puilde uit. Dus begreep hij niet dat Tokio nastrevenswaardig zou zijn. Wel moest hij toegeven dat hij al veertien jaar naar volle tevredenheid in de Japanse megastad woonde en werkte. Daarna verbrak Raymann de verbinding. De vorige uitzending, zei hij me, belde er iemand uit Groenland.

Tagged with:
 

Visieloos

On 5 maart 2015, in bestuur, politiek, regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Amsterdam van verzorgingsstad naar participatiestad’ (2014) van Bob Kassenaar:

Kreeg onlangs een exemplaar van het boek van Bob Kassenaar in handen. Deze trouwe en gepokt en gemazelde ambtenaar van de bestuursdienst van de gemeente Amsterdam ging in 2014 met pensioen. Aansluitend schreef hij een dik boek over veertig jaar werken bij de gemeente, helemaal vanuit het perspectief van het stadhuis. Centraal thema: hoe te komen tot een lerende organisatie. Mooi onderwerp. Goed geschreven ook. Een lerende organisatie lijkt ook mij buitengewoon belangrijk. Maar bij een veelkoppige gemeentelijke organisatie is dat heel moeilijk omdat er elke vier jaar nieuwe bazen aantreden die telkens weer het wiel willen uitvinden. En al die bazen hebben hun eigen diensten die ze maar wat graag tegen elkaar in stelling brengen. Kassenaar verbijt zich dan ook voortdurend. Meerjarige strategie of regie laat staan lessen leren uit gemaakte fouten, het is, stelt hij, gewoon onmogelijk in gemeenteland.

In hoofdstuk 3.4 wijdt hij uit over de opgave van ‘samenhang en structuur’. Volgens Bob heeft de gemeente op dit terrein een slechte reputatie en heeft ze ook in al die jaren niets geleerd. Wat is het probleem? ‘Groupthink’ ligt hier voortdurend op de loer. Er is volgens hem ook geen ‘countervailing power’ in de ruimtelijke sector. Planningsoptimisme is het gevolg. Planningsoptimisme wordt hier gevoed door een dominante projectenstructuur en door de grote invloed van marktpartijen. En toen, in 2004, kwam er tot overmaat van ramp ook nog Zef Hemel bij de gemeente Amsterdam werken, die visionair bleek te zijn (blz 221). “Volgens die visie komen alle projecten die nu op stapel staan, in de toekomst tot volle bloei.” Alle projecten? Over wat voor visie hebben we het dan? Bob vond het in ieder geval verschrikkelijk. Zijn conclusie: “Het organiseren van tegenkracht in Amsterdam is even cultuurvreemd als het werken met alternatieven.” Werkelijk? Mijn tienjarige ervaring heeft mij juist geleerd dat alle diensten en stadsdelen in Amsterdam elkaar voortdurend tegenwerken: de countervailing power blijkt uitstekend te zijn georganiseerd. Een gedeelde visie zou partijen juist bij elkaar hebben gebracht. O ja, en leren is niet hetzelfde als regie voeren vanuit het stadhuis.

Tagged with:
 

Radicaal, incrementeel

On 30 januari 2015, in bestuur, duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De energieke samenleving’ (2011) van Maarten Hajer:

 

In Den Haag spreken ze al jaren over een nieuwe sturingsfilosofie. Een van de aardigste boekjes die de afgelopen jaren daarover zijn verschenen, is ‘De energieke samenleving’ (2011). Auteur: Maarten Hajer, in het dagelijks leven directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving te Den Haag. Het boekje gaat over een schone economie en hoe deze te bereiken. Hiertoe is een nieuwe planning nodig, aldus Hajer. Die nieuwe planning begint in de stad. En de kern van die andere, nieuwe planning is: gebruik maken van de creativiteit en het leervermogen in de stedelijke samenleving. Dat is een samenleving van mondige burgers met, aldus Hajer, “een ongekende reactiesnelheid, leervermogen en creativiteit.” Dus niet meer een overheid die lastige burgers corrigeert, maar een overheid die goed luistert en de samenleving mobiliseert. ”De vraag in dit rapport is, kortom, hoe de overheid de kracht van de energieke samenleving kan laten werken op de weg naar duurzaamheid.”

Hajer stelt dat het dikwijls blijkt te gaan om heel lokale belangen die gewone mensen vaak beter begrijpen dan hogere overheden en die op zichzelf weer vrij eenvoudig te koppelen zijn aan mondiale vraagstukken zoals voedselveiligheid en klimaatverandering. Begin dus lokaal, is zijn devies. Van onderop kunnen vervolgens weer nieuwe beelden ontstaan met regionale identiteiten, passend in een groter geheel. Wat Hajer in het boekje voorstelt is een vorm van ‘radicaal incrementalisme’ waarbij het Rijk duidelijke doelen stelt, zijn bevoegdheden decentraliseert , zijn data met iedereen deelt en verder vooral partijen ondersteunt en helpt. Hajer: “Met een duidelijke stellingname kan de overheid veel energie mobiliseren wanneer zij zich erop richt de grote publieke uitdagingen te koppelen aan de directe leefomgeving van de burger.” Midden in die omslag zitten we nu. Er moet nog veel meer worden gedecentraliseerd, geluisterd en geholpen. Ziedaar ook de nieuwe Agenda Stad van het Nederlandse kabinet. Alleen, datzelfde moeten de steden doen: duidelijke doelen stellen, decentraliseren, luisteren en helpen. Over een week begint in Amsterdam aflevering 4 van De Nieuwe Wibaut, de praktijkleergang met een nieuwe sturingsfilosofie voor gemeenteambtenaren. Radicaal, incrementeel.

Tagged with:
 

Steden besturen zichzelf

On 26 januari 2015, in bestuur, by Zef Hemel

Gehoord in de Stadstimmertuin te Amsterdam op 14 januari 2015:

Op initiatief van Hugo Fernandes Mendes, Chief Science Officer van de gemeente Amsterdam, sprak Henk de Jong, oud-gemeentesecretaris van Amsterdam, onlangs ten overstaan van ruim honderd Amsterdamse ambtenaren over ‘Wie (be)stuurt de stad?’ De lezing was een beknopte versie van zijn Van Slingelandtlezing van 9 oktober 2014, gehouden voor de Vereniging voor Bestuurskunde te Den Haag. Zef Hemel was gevraagd te reageren. De stelling van De Jong kwam hierop neer: steden kunnen de grote vraagstukken van deze tijd niet zelf oplossen; daarvoor hebben ze de hogere overheden nodig. In Benjamin Barber’s stelling dat burgemeesters in staat zijn de wereld te redden (‘If Mayors Ruled The World’) geloofde hij niet. Bestuurskundige De Jong adstrueerde zijn stelling met voorbeelden uit New York, waar hij de afgelopen twee jaar consultant was geweest. De slagkracht van de gemeentelijke instellingen in deze machtige metropool bleek danig tegen te vallen; zonder de hulp van de staten New York en New Jersey en de federale overheid in Washington waren ze tot weinig in staat. Veel hybride organisaties en privaat initiatief liggen er aan de basis van projecten. Een private organisatie als Regional Plan Association (RPA) maakt bijvoorbeeld langetermijnplannen voor de agglomeratie. In de richting van de huidige gemeentesecretaris Arjan van Gils: “Als Amsterdam een RPA had gehad, konden we de Dienst Stadsontwikkeling nu mooi opheffen!”

Hemel draaide de redenering om: hogere overheden zijn niet in staat om de grote problemen van dit moment op te lossen. Daarvoor hebben ze de steden nodig. Het mislukken van het Kyoto-protocol (1997) vormde voor hem het bewijs. De machtsblokken in de wereld speelden het destijds hard; China deed niet mee, terwijl het systeem van emissierechten de rijke landen bevoordeelde. In ‘Seeing like a State’ (1998) heeft James Scott, hoogleraar Politieke wetenschappen aan Yale, trouwens al laten zien waarom staten oplossingen niet naderbij kùnnen brengen. Hogere overheden simplificeren, standaardiseren en schakelen gelijk; ze werken met abstracte kennis en missen daardoor de specifieke lokale kennis die nodig is voor het oplossen van complexe vraagstukken. Steden kunnen dat wel. Hun impact op de omgeving – de stedelijke invloedssfeer – is bovendien groot, op hun wingewesten, waar zij hun grondstoffen, voedsel, water, energie en arbeidskrachten van betrekken, is die impact zo mogelijk nog groter. De slagkracht van burgemeesters schuilt niet in hun bevoegdheden en taken, die inderdaad beperkt zijn, maar in het duiden en richting wijzen. Steden besturen zichzelf, van onderop.

Tagged with:
 

Een soort Zwitserland

On 5 december 2014, in bestuur, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Antifragile’ (2013) van Nassim Nicolas Taleb:

IMG_0525.JPG

De natie-staat maakt fragiel, terwijl de stad-staat juist antifragiel maakt. Dat stelt de Libanees-Amerikaanse wiskundige Taleb in zijn nieuwste boek, ‘Antifragile’. Hij geeft daarom de voorkeur aan de laatste. De staat, schrijft hij, lijkt veilig en stabiel, maar is het niet. Zij reageert traag op dynamiek, staat ver af van concrete gebeurtenissen, denkt abstract en is te groot. De stadstaat, kleiner, concreter, alledaagser en platter, is wendbaarder en creëert voortdurend nieuwe opties. Zo’n lokaal georiënteerd politiek systeem is daardoor beter bestand tegen Zwarte Zwanen. Zwitserland is voor Taleb het bewijs. De naam van de president van deze Alpenstaat is onbekend, er is geen regering, de macht berust bij de vele kantons en de steden, maar Zwitserland is wel een rijk land en een veilige haven voor velen. Voltaire en zelfs Lenin woonden er lange tijd.

Geen regering? Zwitserland kent geen grote centrale regering, de kantons zijn bijna soevereine mini-staatjes, verenigd in een confederatie, de onderlinge verschillen zijn groot. Taleb: “Note for now that this is the last major country that is not a nation-state, but rather a collection of small municipalities left to their own devices.” Heel prettig voelt dit overigens niet, en het Zwitserse klimaat, aldus Taleb, is verre van intellectueel, maar het decentrale regime beschermt het land wel tegen de romantiek van utopieën en andere grote ideeën. Alles is dicht bij de grond, dicht bij de burgers, de lokale ophef gaat over kleine alledaagse dingen, de dictatuur komt er van onderop. Spannend en vernieuwend is het allemaal niet, eerder saai. De koekoeksklok is de grootste Zwitserse vinding, aldus Taleb (en zelfs deze, voegt hij eraan toe, is niet in Zwitserland uitgevonden). Echter, de politieke constellatie van het Alpiene stedenverband waarborgt, nogmaals, wèl de grootste stabiliteit. Zwitserland doorstaat roerige tijden met gemak, wordt er zelfs elke keer beter van. Het voorbeeld deed me denken aan de Hollandse Republiek uit de Gouden Eeuw. Waar is die gebleven?

Tagged with:
 

Stadsambassade

On 24 november 2014, in bestuur, economie, innovatie, by Zef Hemel

Gehoord in La Defense, Parijs op 20 en 21 november 2014:

Door de ambassades van Nederland in Parijs en die van Frankrijk in Den Haag was er afgelopen week een grote tweedaagse conferentie over de toekomst van de stad belegd in Parijs, in het CNIT. Het Nuffic in Den Haag had bovendien ruim dertig jonge getalenteerde studenten en PhD’s uit verschillende universiteitssteden in de twee landen uitgenodigd om deel te nemen. Deze jonge mensen kwamen uit Lille, Lyon, Marseille, Bordeaux, Parijs, Eindhoven, Nijmegen, Enschede, Utrecht, Leiden, Amsterdam. In werkelijkheid bleken veel studenten en afgestudeerden afkomstig uit Italië, Pakistan, Palestina, Marokko, Canada, China enzovoort, want zo zit de wereld tegenwoordig in elkaar. Een pre-conferentie op de donderdagochtend maakte de gemoederen onder de jonge talenten los. Wat die grootstedelijke toekomst betreft, die bleek vooral ‘smart‘. Want het Smart City-spook waart rond, ook door Europa.

De aanleiding: in januari had de Franse president Hollande een bezoek gebracht aan ons land. Korte tijd later was premier Manuel Valls in zijn voetspoor getreden. In Amsterdam hadden ze afgesproken om de inhoudelijke samenwerking tussen de twee landen te intensiveren. De conferentie was er het resultaat van, met de beide ambassades fungerend als een soort ‘stadsambassade’. Wat er uit kwam? In zes workshops wisselden de steden hun ervaringen bij het implementeren van slimme technologieën uit, Parijs en Amsterdam voorop. De beide keynote sprekers Dirk-Jan van den Berg, voorzitter van het College van Bestuur van de TU Delft (over AMS), en Remy Dorval, directeur van Fabrique de la Cité, noemden de toekomst van onze steden als het belangrijkste onderwerp op de actuele beleidsagenda. Natiestaten, aldus de twee, zullen de steden alle ruimte moeten geven om de wereld te redden, want de eerste is allang niet meer het handelende niveau. En in de steden, voegden de deelnemers daaraan toe, zijn het de burgers die daar een beslissende invloed moeten krijgen. Niemand die dit tegensprak.

Tagged with:
 

Beter bestuur

On 22 oktober 2014, in bestuur, participatie, by Zef Hemel

Gehoord in Brussel op dinsdag 7 oktober 2014:

>Circa dertig bestuurders uit de Amsterdamse metropoolregio togen naar Brussel voor deelname aan de Open Days van de Europese Unie. Zij kwamen niet alleen. Tijdens de Open Days reizen namelijk jaarlijks vertegenwoordigers uit vrijwel alle regio’s en steden van de lidstaten af naar de hoofdstad van de EU voor deelname aan een afwisselend interactief programma. De straten van Brussel waren de afgelopen week dan ook gevuld met veelal keurig geklede heren en dames met badges, op zoek naar restaurant, hotel of congrescentrum. Jaarlijks luistert de Commissie vijf dagen lang naar de honderden steden en hun bestuurlijke vertegenwoordigers over ervaringen en experimenten met nieuw lokaal beleid. Het is het resultaat van een nieuwe koers die de Weense Eurocommissaris Johannes Hahn tien jaar geleden heeft ingezet. En hij niet alleen. Ook commissaris Neelie Kroes en anderen luisteren tegenwoordig naar wat er in de verschillende stedelijke regio’s speelt. Het moet ook wel. Met regeringsleiders komen ze er niet meer uit. En van bovenaf Europees beleid opleggen werkt niet meer. De burgers komen hiertegen in opstand en stemmen met hun voeten. Er verandert ook te veel in de wereld. Innovatie binnen Europa vraagt om bottomup-processen. Er waait, kortom, een frisse wind door de EU.

Tijdens de ontmoetingen met ambtenaren van zowel DG regio, DG Innovatie als het kabinet van commissaris Croes viel op hoe ingrijpend veranderd de houding en de werkwijze zijn. De Brusselse ambtenaren laten zich niet meer voorstaan op hun bureaucratische efficientie, hun toon is veel zachter geworden, begrijpender, empatischer, de betrekkingen zijn horizontaler. Hard beleid maken in Brussel, de verantwoordelijkheid voor de implementatie bij de regeringen leggen en het toezicht op naleving weer vanuit de hoofdstad van de EU regelen, ze geloven er zelf niet meer in. Armoede, duurzaamheid, veiligheid, ze vergen aanpassingen van de systemen. Om complexe continentale systemen te veranderen moet juist van onderop worden gewerkt, en niet meer vanuit het lobbycircuit in dat ene machtscentrum. Zoals een van de ambtenaren het zei, Brussel wordt een ‘bibliotheek’ van de Europese Gemeenschap, waar alle kennis, visies, best practices en ervaringen worden gedeeld. Ze wordt open, publiek, transparant, horizontaal. Ik moet het Den Haag nog zien doen.

Tagged with:
 

Urban Commons

On 18 september 2014, in participatie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Rebel cities’ (2012) van David Harvey:

Hoofdstuk 3 van ‘Rebel Cities’ van de Amerikaanse links-radicale geograaf David Harvey vind ik het interessantste hoofdstuk in een verder boos en verbolgen boek dat verscheen kort na de Occupy-beweging. Het gaat over ‘the creation of the urban commons’. Is het nog mogelijk, vraagt Harvey zich hardop af, iets gezamenlijks te ondernemen in de grote stad na de enorme golf van privatiseringen, buitensluitingen, bewakingen en overheidscontroles? Kleine burgerinitiatieven ziet hij nog wel, maar waar zijn de grote gebleven, die bijvoorbeeld in staat zijn de klimaatverandering te keren? En vele zijn trouwens niet werkelijk open. En wat nog erger is, neoliberale politiek bevordert juist decentralisatie en autonomie, uitgerekend om grotere ongelijkheid te bevorderen.

Radicale decentralisatie ziet Harvey nog steeds als een middel om weer ‘commons’ te organiseren. Staatsinterventie wijst hij resoluut af. Steden moeten het zelf doen. Maar kunnen die zichzelf organiseren zonder dat ze concurreren en er grotere ongelijkheid ontstaat? Hier refereert Harvey aan Murray Bookchin. Het blijkt te gaan om een boek uit 1992, getiteld ‘Urbanization Without Cities’. Bookchin ziet de oplossing in netwerken van steden, ‘a confederal network of municipal assemblies’. Deze lossen hun problemen gezamenlijk op. "Power thus flows from the bottom up instead of from the top down, and in confederations, the flow of power from the bottom up diminishes with the scope of the federal council ranging territorially from localities and regions to ever-broader territorial areas." Harvey vindt het een werkbare gedachte. Hij zou wel eens gelijk kunnen krijgen. Volgende week vergadert de Amerikaanse filosoof Benjamin Barber in de Amsterdamse Stopera met vijftig burgemeesters, waaronder de Amsterdamse, in een ‘Global Parliament of Mayors’. Ben benieuwd wat ze gaan bespreken.

Tagged with:
 

Eerst water, dan bestuur

On 15 april 2014, in bestuur, by Zef Hemel

Gelezen in Rawabi Home winter 2014:

Afgelopen week een delegatie van het gemeentebestuur van de Palestijnse nederzetting Rawabi ontvangen. Rawabi is in Nederland vooral bekend van de Tegenlicht-uitzending van 22 juli 2013. De eerste nieuwe Palestijnse stad wordt gebouwd op een afstand vijftien kilometer ten noorden van Ramallah, de hoofdstad van de Palestijnse staat op de Westelijke Jordaanoever. Er zullen hier naar verwachting 300.000 mensen wonen en werken. Het geheel wordt gefinancierd met privaat kapitaal, het merendeel afkomstig uit Quatar, een derde komt van Bashar Masri, een schatrijke Palestijns-Amerikaanse zakenman. In het Engelstalige magazine ‘Rawabi Home’ lees ik dat premier Rutte, op bezoek in Palestijns gebied, een MOU heeft ondertekend met het gemeentebestuur van Rawabi. “The (Dutch) Prime Minister concluded the visit with words of praise, noting that the aspirations of all Palestinians are embodied in the city of Rawabi.” Elders in het nummer lees ik dat de bouw van de nieuwe stad vertraagd is door gebrek aan water. Oorspronkelijk zouden de eerste Palestijnen hun nieuwe woningen midden 2014 betrekken, maar die datum is uitgesteld. Een deel van de pijpleiding die het benodigde water toelevert aan de stad loopt over over door Israel bezet gebied. De Israelische autoriteiten hebben voor die pijpleiding nog altijd geen toestemming gegeven. De 600.000 Israelische kolonisten, lees ik in The Guardian, verbruiken zes maal zoveel water als de 2,7 miljoen Palestijnen.

Rawabi moet duurzaam worden. Zo is er veel aandacht voor de energievoorziening van de nieuwe stad. Maar ook gebruikte Harvard Business School de nieuwe stad als case study in haar programma voor een macro-economische analyse van de jonge Palestijnse staat, de tekortkomingen van de bouwsector in een toestand van bezetting en vooral de noden van de Palestijnse middenklasse. Die woningbehoefte schat Harvard op 300.000 woningen.  De PMHC – de Palestijnse woningbouwcorporatie – hoopt de woningcrisis in Palestijns gebied te bestrijden door betaalbare woningen aan te bieden en hypotheken te verstrekken. Dat alles staat ver af van de Intifadah. In ons gesprek hadden we het over regionale planning, want de omliggende dorpen mogen geen schade lijden van de ontwikkeling. Vooral was de vraag welke vorm van governance voor stad en regio de meest geschikte is. Een bestuursvorm die duurzaamheid op alle fronten garandeert. Dat was wel een vreemde gewaarwording. Als je in oorlogscondities moet plannen en zelfs nog over geen water beschikt, hoe wil je dan het bestuur gaan regelen? Eerst water, dan bestuur.

Tagged with:
 

Publieke waarden

On 25 maart 2014, in bestuur, participatie, by Zef Hemel

Gehoord in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam op 10 maart 2014:

Een idioot was in de antieke Griekse samenleving een burger die zich niet inliet met publieke waarden. Tegenwoordig lijken de meeste burgers wel ‘idioot’. In de programmering van De Nieuwe Wibaut, de gemeentelijke praktijkleergang voor opener manier van werken, sprak Albert Jan Kruiter van het Instituut voor Publieke Waarden. Kruiter betoogde dat de overheid de afgelopen decennia erg centralistisch en bureaucratisch is geworden en dat burgers daardoor van de publieke waarden zijn vervreemd. Vroeger was alles nog heel lokaal. Tegenwoordig zijn gemeenten groot. Ze behandelen burgers als ‘klanten’; dienstverlening staat bij hen voorop. Gemeenten zijn ook steeds efficiënter gaan werken en burgers zijn van de weeromstuit meer gaan eisen. ‘Ik wil dit en dat en ook nog snel’. Als reactie ging het bestuur onredelijke politieke wensen formuleren, die door niemand werden bestreden.  Integendeel, de nadruk kwam nog meer op de uitvoering te liggen, effecten werden nauwgezet gemeten, instrumenten werden toegevoegd, de ambtenaren moesten gaan ‘toveren’. Daardoor ging het gevoel voor publieke waarden bij de burgers totaal verloren. En niemand die zich nog afvroeg: wat kunnen de burgers eigenlijk zelf?

Kruiter maakte een onderscheid tussen overheid, burgers en markt. De markt, zei hij, is goed in efficiency, de overheid in legitimiteit en de burgers in betrokkenheid. Alle drie de waarden moeten worden meegewogen. Duurzaamheid en veiligheid kunnen daar nog aan worden toegevoegd. “En iedereen,” voegde hij eraan toe, “moet er ook lol in hebben.” Echter, de gemeente is het verlengstuk – de uitvoeringsorganisatie – van de staat geworden, niet een ontwikkelorganisatie met een eigen observatievermogen. Eigenlijk zou de gemeente alles moeten terug slingeren naar boven, maar dat is lastig in een top-down gerichte organisatie die de gemeente is. En het gevaarlijkste van deze toestand is, aldus Kruiter, dat het alle macht aan zich trekkende Rijk de burger straks gaat zien als een verlengstuk van haarzelf, ten behoeve van het realiseren van haar eigen beleidsdoelstellingen, onder de dekmantel van de ‘participatiesamenleving’. Hij noemde dat ronduit gevaarlijk. Dat is, zei hij, het einde van de democratie.

Tagged with: