Hyper-density als conditie

On 11 december 2017, in innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 23 september 2017:

Gerelateerde afbeelding

China innoveert. En hoe. Op gebied van fintech is China nu al marktleider, want innovaties zijn daar qua investeringen groter dan in de VS. Ook op gebied van Virtual Reality nadert China in rap tempo het niveau van Noord-Amerika. Wat betreft zelfsturende auto’s is China op dit moment nummer twee in de wereld. Wie had gedacht dat men daar in China achterliep heeft het echt mis. In ‘The next wave’ schilderde het Londense zakenblad The Economist onlangs China af als het ultieme innovatieland van de toekomst. Goed opletten dus. De volgende generatie technologische innovaties komt niet meer uit de Verenigde Staten of Europa, maar is Chinees. The Economist gaf voor die onverwachte wending ook een verklaring. Ten eerste de enorme schaalvoordelen van de Chinese thuismarkt – een reusachtig land met een zeer moderne infrastructuur -, die ondernemers daar op een voorsprong zetten. In de tweede plaats de Chinese consumenten die zeer koopbelust zijn, zij zijn het die het liefst het allernieuwste aanschaffen en ook niet terugdeinzen voor de nieuwste technologie. Ten derde de inefficiëntie van de grote Chinese staatsbedrijven, waardoor kleine nieuwkomers al snel een enorme voorsprong krijgen mits ze de consument goed bedienen.

Westerse markten stagneren al jaren. Voor nieuw ondernemerschap is dat allerminst gunstig. Opmerkelijk vond ik bovendien dat Chinese ondernemers nu al op een wereldschaal denken en niet meer alleen op de schaal van hun enorme thuismarkt. Of, zoals een Chinese innovatie-expert in het artikel opmerkt: “They know much more about what is going on in Silicon Valley or Israel than do Europeans.” En ze zijn gewoon sneller, de Chinese ondernemers. Maar want me in het artikel nog het meeste bijbleef was de beschrijving die ene Mr. Lee gaf van de kenmerken van het Chinese innovatieklimaat. Gevraagd naar de moordende snelheid van tal van innovaties sprak hij over China niet alleen in termen van een omvangrijke thuismarkt en een leger jonge en gretige ondernemers, maar vooral van ‘its urban hyper-density’. Doordat de Chinese steden zoveel groter, hoger en compacter zijn dan de Europese en zelfs de Amerikaanse gaat innovatie daar veel sneller. De veel hogere ‘pace of life’ als gevolg van hyperurbanisatie vind je echter terug zelden in de Europese literatuur over innovatie-ecosystemen. Het belang van grootstedelijkheid bagatelliseren is een ernstige vergissing die Europa flink zal bezuren.

Tagged with:
 

Een nieuw Plan Zuid

On 21 juli 2017, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 28 mei 2016:

Afbeeldingsresultaat voor cost of living london

 

Politiek gesteggel over de woonagenda van het huidige College van B&W van Amsterdam. Gaat het wel over de zaak waar het over moet gaan? Daarom nog maar eens de tekst van Charlot Schans van Pakhuis de Zwijger van vorig jaar zoals afgedrukt in Het Parool. Daarin geeft deze jonge programmamaker een helder overzicht van het leven in de 28 hoofdsteden van de Europese Unie: “Eén ding hebben alle Europese hoofdsteden gemeen: de economie en welvaart groeien er harder dan het landelijk gemiddelde. Daarmee is de stad een emancipatiemachine voor inwoners die er zich vestigen. Nieuwkomers komen er relatief gemakkelijk aan een goedbetaalde baan en stijgen zo op de sociaal-economische ladder. Wanneer het succes van de stad echter te groot wordt, kan die in een aantal randvoorwaarden steeds minder goed voorzien. De huizenprijzen en de inkomens van de inwoners stegen de afgelopen jaren niet overal in dezelfde mate. Gaf de gemiddelde Amsterdammeer in 2005 nog 24 procent van het inkomen uit aan huur, in 2015 was dat al ruim 28 procent. De middenklasse dreigt zo in de verdrukking te raken, terwijl deze groep inwoners juist een belangrijke indicator en drijvende kracht is van het succes van de stad.” (…)

“Neem nu een jong middenklassengezin – vader is kok, moeder onderwijzeres, met één schoolgaand kind. De situatie voor tweeverdieners met kind is lang niet in elke Europese hoofdstad gelijk. Londen is verreweg de duurste stad om in te wonen, maar het gemiddelde inkomen van de jonge ouders is doorgaans net genoeg om rond te komen.” Amsterdam, besloot Schans haar artikel, “toont een relatief positief beeld. Het is hier aardig leven – mits het jonge stel over twee betaalde banen en een huis beschikt. Dat laatste blijkt namelijk een struikelblok: slechts tien procent van de Amsterdammers is van mening dat het makkelijk is om een goed huis te vinden. Daarmee behoort de huizenmarkt in onze hoofdstad tot één van de minst toegankelijke van Europa.” Uit de infographic bij het artikel leid ik af dat Amsterdam even duur en ontoegankelijk is als Stockholm. Dublin, Parijs en Londen zijn erger. Niet in inkomen is bij ons het probleem, maar de extreme schaarste op de woningmarkt. In Amsterdam zelf, wel te verstaan. Die is bewust gecreëerd. Daarom trekken jonge gezinnen weg. Naar de provincie. Voegen zich straks in de file. Want het werk blijft achter. We weten dus wat ons te doen staat. Een enorme bouwopgave dus. Amsterdam minstens verdubbelen. Waar blijft de nieuwe Berlage met zijn grootse plan voor het nieuwe Amsterdam-Zuid?  Om een zomerlang over na te denken.

Tagged with:
 

Overal groei

On 22 juni 2017, in migratie, by Zef Hemel

Gehoord in Museum Het Schip in Amsterdam op 18 juni 2017:

Twee bijzondere bijeenkomsten bijgewoond in Amsterdam. De ene ging over bevolkingskrimp op het Europese platteland, de tweede over recente migratie naar Europese steden. De eerste speelde zich af in het Paleis op de Dam en werd bijgewoond door de Koninklijke familie, de tweede – vier dagen later – vond plaats in museum Het Schip in de Spaarndammerbuurt en maakte deel uit van het International Social Housing Festival. Tijdens de eerste werd een terugkeer naar het platteland bepleit, ja er werd zelfs een rurale renaissance in het vooruitzicht gesteld, de tweede pleitte voor een gastvrije stad voor buitenlanders en internationale vluchtelingen omdat de stroom migranten naar steden ook de komende jaren zal aanhouden. Wel gek om die twee bewegingen naast elkaar te zien. Migratie, zo luidde het afgelopen zondagmiddag, hoort nu eenmaal bij stedelijke ontwikkeling en dus is het belangrijk hoe steden die aanhoudende groei opvangen. Terwijl we vier dagen eerder in het geval van de platteland van bevolkingskrimp niet mochten spreken: plattelandsgemeenten waren “in een transitiefase”. Daar in het Paleis werd weliswaar toegegeven dat jongeren het platteland verlaten, maar die zouden terugkeren als de plattelandsgemeenten zich hun lot meer zouden aantrekken. Over buitenlandse migranten hoorde ik niets. Kennelijk zijn we ver voorbij de crisis. Overal ziet men weer groei.

Tijdens het International Social Housing Festival introduceerde Michelle Provoost van het Rotterdamse onderzoeksbureau Crimson die zondag vier steden die bijzondere migratie-geschiedenissen kennen: Prato in Italië, Aarhus in Denemarken. Londen en Wenen. Het voorbeeld van Prato ging over Chinese migranten in de kledingindustrie, Aarhus over de opvang van Syriërs, Londen over migranten uit de hele wereld, Wenen over de invasie uit Oost-Europa en de Balkan. Opvallend was dat elk van de sprekers liet zien dat opvang en integratie vooral in het informele en ongeplande plaatsvinden, niet in de gereguleerde systeemwereld van instanties en overheden. In Londen ging het om oude, vieze hoofdstraten waar migranten de straathandel nieuw leven inblazen, in Prato de vergeten publieke ruimte waar kunstenaars en migranten nieuwe ontmoetingsplekken creëren, in Aarhus de leegstaande openbare gebouwen, in Wenen de private huursector. Vooral Prato was illustratief. De Italiaanse autoriteiten, aldus Massimo Bressan, dachten de Chinese migranten te kunnen exploiteren, maar die bedachten hun eigen strategie. Chinezen kopen daar nu massaal vastgoed op en omzeilen daarmee de programma’s van de autoriteiten. Onmacht en onvermogen om met migratie om te gaan lijken overal groot. Onmacht, aldus Provoost, tekent ook de kabinetsformatie in Nederland, die is vastgelopen op uitgerekend de migratie.

Tagged with:
 

Winnen of verliezen

On 5 september 2016, in economie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 16 juli 2016:

 

Het is opletten geblazen. Wie niet de trends volgt is verloren. In The Economist afgelopen zomer meldde Schumpeter dat ‘de monding van de culturele rivier is verlegd van New York en Los Angeles naar San Francisco’. Dat stelde althans Chris Dixon, CIO van een venture capital-onderneming in Silicon Valley. Van het observeren van wat slimme jonge mensen in het weekend doen heeft hij zijn beroep gemaakt. De bankier werd trendwatcher. Op deze manier denkt hij uit te kunnen maken wat over tien jaar de dominante beweging zal zijn. Veel van zijn observaties hebben betrekking op voedsel en gadgets. Maar dus ook de beweging van de ene stad naar de andere stad. In hetzelfde nummer van het Londense zakenblad wordt door een andere redacteur opgemerkt dat alle grote en succesvolle firma’s in de wereld – Lego, Airbus, Google, Apple, Siemens, Adidas, Amazon – dure nieuwe hoofdkantoren bouwen. Al die kantoren hebben één ding gemeen: met hun architectuur en inrichting willen ze creatieve, jonge techies behagen. Vooral in Europa, waar de beroepsbevolking snel veroudert, is het zaak om jong talent aan zich te binden, dus gebouwen en interieurs moeten frisheid, openheid en innovatie uitstralen.

Veel van die nieuwe hoofdkantoren in Europa bevinden zich overigens op het platteland: Lego bouwt in Jutland, Airbus ontwikkelt buiten Toulouse, Adidas spendeert 500 miljoen euro in de bossen rond Herzogenaurach. Terecht stelt The Economist de vraag of die ruimtelijke strategie houdbaar is. Amazon heeft zich in het hart van Seattle genesteld, Google en Apple bevinden zich in San Francisco Bay Area. “For European firms in out-of-the-way company towns such as Billund or Herzogenaurach, it might be hard to compete, however appealing the minigolf course.” Die waarschuwende woorden las ik ook in een politieke analyse aan de vooravond van de Franse presidentsverkiezingen rond de figuur van Emmanuel Macron, minister van Economische Zaken. Opvallend in het Franse landschap is de scherpe scheiding tussen succesvolle kosmopolitische steden als Parijs, Lyon, Grenoble en Bordeaux, met hun aangename voetgangersgebieden, tech hubs en voedselhallen, en kwijnende industriesteden met hun gokhallen, parkeerterreinen en leegstaande winkelstraten. Politici die, net als CEO’s van topondernemingen, willen blijven groeien, zullen zich op de eerste categorie moeten richten, niet op de tweede. Ze zullen de grote, trendy stad in hun armen moeten sluiten. Doen ze dat niet, dan zullen ze uiteindelijk verliezen.

Tagged with:
 

De omelet is gebakken

On 24 mei 2016, in politiek, by Zef Hemel

Gehoord in de OBA op 23 mei 2016:

Volgens hoogleraar Frank Vandenbroucke (foto: Rob Stevens) is een sterk sociaal beleid op Europees niveau pure noodzaak. Zo’n sociaal beleid kan niet vanuit Brussel bewerkstelligd worden en zeker niet met een Big Bang worden ingevoerd, maar zal op alle niveaus, van steden, regio’s, natiestaten en EU, stap voor stap moeten worden ontwikkeld. Hoe dat precies moet gebeuren is inderdaad een groot democratisch probleem. Toch is het urgent. De ongelijkheid tussen en binnen de lidstaten groeit namelijk snel. Noord en Zuid drijven de laatste tien jaar sterk uit elkaar; de herverdelende kracht van de natiestaten neemt af; de EMU heeft dit alles nog verergerd. In de komende jaren, aldus de nieuwe universiteitshoogleraar aan de UvA, moeten belangrijke stappen in de richting van een breed sociaal pact worden gezet. Tijdens de vierde Amsterdamlezing van dit jaar in het tijdelijke Paleis voor Volksvlijt te Amsterdam riep Vandenbroucke, zelf oud-minister van België en tegenwoordig binnen de UvA bezig met onderzoek naar en debat over de maatschappelijke betekenis van de Europese Unie, met klem op tot actie.

In zijn heldere betoog vergeleek Vandenbroucke de economie van de VS met die van de EU. De eerste blijkt veel beter in staat om schokken in de economie te dempen dan de tweede. In Amerika schiet de federale staat individuele staten direct te hulp als zij door externaliteiten in de problemen komen. Weliswaar zijn de vangnetten in de VS minder riant dan in veel EU-lidstaten, maar de herverzekering door Washington is wel solider en ook onomstreden. Dergelijke solidariteit
mist Vandenbroucke in Europa. Hij sprak zelfs van een ‘Unie van wantrouwen’. Solidariteit alleen binnen de lidstaten noemde hij ‘parochiaal’. Herverzekering van nationale verzekeringen op EU-niveau vond hij niet alleen logisch, maar ook noodzakelijk, dus die zou nu ook hier moeten worden georganiseerd, zij het dan wel op Europese wijze. Was dit, vroeg het publiek hem, wel realistisch gezien de staat waarin Europa op dit moment verkeert? Was hij niet te idealistisch? Of was hij juist een typische Euro-technocraat die koste wat het kost Europa wil doorontwikkelen? Vandenbroucke begreep de zorg maar stelde met klem dat er geen weg terug is. Met de Muntunie heeft Europa een omelet gebakken. Daarvan, voegde hij eraan toe, kan men geen eieren meer maken.

Tagged with:
 

Veiligheidsutopieën

On 11 mei 2016, in openbare ruimte, politiek, by Zef Hemel

Gehoord in de OBA te Amsterdam op 9 mei 2016:

 

Centrale vraagstelling van Marieke de Goede, hoogleraar Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, was: wat gebeurt er als overheden private bedrijven vragen om op te treden als quasi-politie in het bestrijden van misdaad, corruptie en terrorisme? De Goede sprak de derde Amsterdamlezing van dit jaar in het tijdelijke Paleis voor Volksvlijt aan de Oosterdokskade te Amsterdam, een serie lezingen van de Wibautleerstoel over de toekomst van Amsterdam, Europa en de wereld. Haar onderwerp: speculatieve veiligheid in Europa. Ze vertelde over 9/11, de bevindingen van de 9/11 Commission, allerlei nieuwe vormen van terrorisme en de EU-samenwerking die hierdoor een impuls heeft gekregen. In dit nieuwe veiligheidsbeleid wordt veel verantwoordelijkheid gelegd bij bedrijven: banken, vliegmaatschappijen, Twitter, Facebook. Zij moeten de overheid tijdig waarschuwen, wet- en regelgeving dwingt hen om uiterst alert te zijn. De richtlijnen buitelen zelfs over elkaar heen. Bedrijven investeren fors in zoek- en speuracties. Er ontstaat een ingewikkeld landschap, hele complexe regelgeving waarin de publieke ruimte steeds meer wordt afgebakend.

Het veiligheidsbeleid krijgt zelfs speculatieve trekken omdat overheden tegenwoordig voorbereid willen zijn op het onverwachte. Veiligheidsdiensten willen nieuwe vormen van terrorisme als het ware kunnen voorspellen. Vooral 9/11 heeft in dit opzicht veel betekend. Van preventie gaat het naar ‘preemption’, het willen ingrijpen nog voordat het kwaad is geschied. De Goede noemde dit ‘een nieuwe veiligheidsutopie’. Dit nieuwe toekomstgerichte veiligheidsdenken, vertelde ze, zet in op fantasievol omgaan met gegevens, op nieuwe vormen van scenarioplanning en zelfs oefeningen in de realiteit, daarnaast op het onderling verbinden van allerlei databestanden, waardoor alledaagse transacties ineens in de frontlinie komen te liggen. Hoe verhoudt het nastreven van deze utopie zich tot privacywetgeving en tot de vrijheid van meningsuiting van individuele burgers? De EU, vertelde De Goede, heeft op dit laatste altijd de nadruk gelegd, maar ze liet aan de hand van voorbeelden ook zien dat de Europese politici na elk incident verder opschuiven. Bedrijven en banken krijgen hierdoor steeds meer macht. In Groot-Brittannië heeft Barclays zelfs rekeningen ingetrokken van klanten omdat deze bedragen overmaakten naar Somalië. Wat moet je als burger wanneer je bankpas wordt ingetrokken? Kortom, onderzoek naar dit complexe en dynamische veiligheidslandschap is dringend geboden. Graag wilde ze weten of er ook bankiers waren in de zaal. Die waren er niet, helaas.

Tagged with:
 

De reus is ontwaakt

On 26 april 2016, in politiek, wetenschap, by Zef Hemel

Gehoord op 25 april 2016 in de OBA te Amsterdam:

 

De Amsterdamlezing van Rens Vliegenthart, hoogleraar Communicatiewetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam, stond gisteravond in het teken van Europa. Hoe berichten de media over Europa en worden wij burgers door die berichtgeving beïnvloed? Vliegenthart begon met op te merken dat liefst 80 procent van alle Europese wetgeving nog altijd geen enkele media-aandacht krijgt en dat lange tijd Europa überhaupt geen onderwerp was waaraan kranten, tijdschriften of televisie aandacht besteedden. Europa leek op een reus die sliep. Een regelrecht dieptepunt waren de verkiezingen van 1999, toen in Nederland slechts één nieuwsitem rond Europa werd geteld, en nog in 2004 voerde kamerlid Ton Elias campagne met de leuze ‘Europa best belangrijk’. Daarna ontstonden binnen de EU echter politieke conflicten en volgens Vliegenthart trekken conflicten altijd media-aandacht. Sindsdien wordt er levendig over Europa bericht en voeren wij burgers over het onderwerp felle discussie. Europa is daarmee voor ons veel belangrijker geworden. Het Oekraïne-referendum, hoe verwarrend ook, vormt daarvan het voorlopige hoogtepunt en de stemming over de Brexit in juni zal, verwacht hij, nog meer belangstelling genereren. De peilingen lieten dit zien, en ook hoe deze door optredens van politici worden beïnvloed.

Vliegenthart vertelde boeiend over de driehoek politiek-media-burgers en hoe deze voortdurend op elkaar reageert. Het onderzoek op de UvA meet en telt al deze interactie; daarvan gaf hij interessante voorbeelden. Maar mensen in de zaal vonden zo’n driehoek een te eenvoudige voorstelling van zaken. Actiegroepen, NGO’s, lobbyisten, bloggers, sociale media als Twitter en Facebook roeren zich immers ook. Het landschap is veel complexer. Vliegenthart was het hiermee eens en bevestigde dat modern media-onderzoek eigenlijk bestudering van big data vereist. Toch wilde hij benadrukken dat sociale media vooral door politici worden gebruikt en dat journalisten hier rechtstreeks van aftappen. En lobbyisten werken liever in een schemerduister, dus hun werk brengen wetenschappers moeilijk aan het licht. Als voorbeeld noemde hij het gebruik van Twitter door Geert Wilders. Wilders communiceert niet via de media, maar werkt met tweets: Twitter gebruikt hij als een enorme roeptoeter. En Europa? Vliegenthart bleef positief. Europa staat nu volop in de belangstelling. De reus is definitief ontwaakt. Voor een ineenstorting van de Unie was althans hij niet bang.

Tagged with:
 

On the road

On 18 juni 2015, in infrastructuur, technologie, by Zef Hemel

Heard in B.Amsterdam, Amsterdam Slotervaart, on 4 June 2015:

The evaluation of the Highspeed train public tender by the Dutch politicians has ended last week. What a disaster. Big mistakes were made. Market failures. Technical failures. The Dutch state failed. Still missing those fast trains in The Netherlands. More lucky we are on the road. Jelle Vastert, of electric-car manufacturer Tesla, gave a great lecture on the EU Super Charger Programme at the Catch-Up session of the Amsterdam Economic Board on 4 June 2015. Theme: start-up ecosystems. How to develop them successfully. The audience were mostly young people, hackers, students, friends, some fourhundred of them. The corporates were a minority this time. So the discussions were a kind of battle between the corporates and the hackers: beat them! Destroy them! The only alternative seems to be: buy them!, as in the case of Marvia, a start-up that was bought by PostNL. Moderator was Boris Veldhuijzen van Zanten of TheNextWeb. Vastert gave a great show on how his company is developing a network of electric charging stations all over Europe. It was about how advanced the European Union really is.

So where to go with your electric car this summer? Vastert asserted that it would be possible for the first time to drive with your Tesla car from Rome to the North Cape. At an interval of a three-hours drive you would find another charging station. A stop of only twenty minutes is needed to drive to the next station, although for a full charge it takes at least 75 minutes (Super charger works twenty times faster than a regular charger). The use is for free. A year ago there were only 14 Supercharger stations spread across Norway, Germany, Switzerland and The Netherlands. August 2014 there were already 50 stations opened. Every day, Tesla claims, they open one somewhere in Europe. Now you will find them also in the UK, France, Spain, Italy, Austria, Denmark, and Sweden. The Supercharger stations have been planned strategically: between the biggest cities. Why? Because the use of electric cars started in metropolises, not on the countryside. And how lucky Europe is! So many cities. Compare it with Asia, where Tesla is also developing a Supercharger network. Just a coastal road. So what about those highspeed trains?

Tagged with:
 

Agenda Stad

On 17 februari 2015, in bestuur, duurzaamheid, by Zef Hemel

Gehoord bij het Forum voor Stedelijke Vernieuwing  in Amsterdam op 12 februari 2015:

 

Het Breed Beraad van het Forum voor Stedelijke Vernieuwing stond afgelopen week in het teken van de Agenda Stad. Deze agenda wordt in een open proces ontwikkeld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en is bedoeld om in te brengen in een vergelijkbaar Europees traject rond de ontwikkeling van een zogenaamde Urban Agenda van de EU in 2016. Bijna dertig genodigden spraken erover bij Stadgenoot aan de Sarphatistraat (!) in Amsterdam. Ik was gevraagd een inleiding te houden. Gewapend met het bordspel ‘Kolonisten van Catan’ nodigde ik de aanwezigen uit om met elkaar een  nieuw spel te ontwikkelen. ‘Kolonisten’ win je met steden. Om steden te kunnen bouwen moet je eerst dorpen bouwen. Om dorpen te kunnen bouwen heb je handelsroutes nodig. Voor het bouwen van dorpen, handelsroutes en steden heb je grondstoffen nodig. Grondstoffen win je met dobbelstenen. Zo werkt het kapitalisme: uiteindelijk win je het spel met geluk en met steden. Die laatste kosten echter veel grondstoffen, ze eten de dorpen op, ze nestelen zich in handelsroutes. Is er een even spannend alternatief mogelijk? Kunnen we het spel aanpassen zodanig dat het duurzaam wordt?

Dat steden cruciaal zijn in de oplossing van het wereldvraagstuk is iedereen onderhand wel duidelijk. Maar hoe doen we het precies? Door onderscheid te maken tussen steden, stedelijke invloedssferen en wingewesten, was mijn stelling, komen we de nieuwe spelregels op het spoor. Aan het bord zelf hoeven we niet veel te veranderen: dat bestaat uit gemeenten, provincies, naties en unies. Aan de wijze waarop ze in elkaar grijpen des te meer. Nu nog zijn steden druk bezig met zichzelf; zijn stedelijke invloedssferen vooral jaloers op de steden; zijn wingewesten zelfs woedend omdat ze zich door steden uitgebuit voelen. Provincies, naties en unies proberen de woede en jaloezie te temperen met principes van verdelende rechtvaardigheid. Het werkt echter niet. Vier concrete voorbeelden gaf ik van andere, productievere omgangsvormen tussen overheidslagen onderling en de verschillende overheden met de samenleving: Verantwoordelijke hoofdstad, Volksvlijt 2016, De Nieuwe Wibaut, Thinking City. Aan alle vier werk ik in Amsterdam vanuit mijn Wibautleerstoel. Ze zullen, denk ik, leiden tot duurzamer kapitalisme, door Jeremy Rifkin aangeduid als die van de ‘Collaborative Commons’.

Tagged with:
 

Verontrustend

On 20 december 2014, in economie, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Antifragile’ (2014) van Nassim Nicolas Taleb:

 

Ruimtelijke planning wordt door de Amerikaans-Libanese wiskundige Taleb in zijn nieuwste boek, ‘Antifragile’, heel even genoemd. We moeten als lezer dan wel stevig doorlezen, want pas op bladzijde 324 is het zover. Planologen worden daar over één kam geschoren met architecten. Beide beroepsgroepen begrijpen volgens Taleb niets van hun onderwerp: steden, landschappen, gebouwen. Architecten maken hun gevels glad, planners plannen topdown. Zaken die op een natuurlijke wijze groeien, zoals steden, landschappen en gebouwen, hebben juist een fractale kwaliteit. Op elk schaalniveau hebben ze dezelfde configuratie, net zoals een boom bestaat uit een stam, dikke takken, dunne takken, twijgjes. “Like everything alive, all organisms, like lungs, or trees, grow in some form of self-guided but tame randomness.” Steden, landschappen en gebouwen zijn niet anders. Maar moderne architectuur voelt met zijn gladde gevels doods aan en planologen plannen van bovenaf, met vaak noodlottige gevolgen: “topdown is usually irreversible, so mistakes tend to stick, whereas bottom-up is gradual and incremental, with creation and destruction along the way, though presumably with a positive slope.” Planologen zouden beter moeten weten.

Dat de wereld fractaal is, lijkt onomstreden. Het ruimtelijke patroon dat op dit moment op wereldschaal valt waar te nemen, doet zich inderdaad op alle schaalniveaus voor: sinds eind jaren tachtig is dat een van sterke ruimtelijke concentratie. Op wereldschaal concentreert de groei zich in Azië; terwijl Europa zich in de krimpende periferie bevindt. Binnen Europa concentreert de groei zich in de centrale zone München-Zürich-Wenen; terwijl Nederland zich, net als Ierland, Portugal, Spanje, Italië en Griekenland, in de krimpende periferie bevindt. Binnen Nederland concentreert de groei zich in de as Amsterdam-Utrecht; de rest van ons land bevindt zich in de krimpende periferie. Binnen de Amsterdamse regio concentreert de groei zich in Amsterdam; randgemeenten als Almere, Velsen en Beverwijk bevinden zich in de krimpende periferie. Alleen echte metropolen kunnen de periferie weerstaan. Europa telt er maar een (Londen), Nederland geen enkele.

Tagged with: