Praagse lente

On 23 april 2018, in toerisme, by Zef Hemel

Gezien in Praag op 16 en 17 april 2018:

Afbeeldingsresultaat voor European Cities Marketing tourism prague

Bron: European Cities Marketing

Het toerisme in Praag voelde als een plaag. Pas half april was het, maar de zon stak al fel in mijn gezicht. ’s Middags om drie uur op een doordeweekse dag was er op de Karelsbrug geen doorkomen meer aan. Ik was in de Tsjechische hoofdstad op uitnodiging van de Nederlandse ambassade om te spreken over nieuwe vormen van stedelijke planning. Praag legt de laatste hand aan een nieuw masterplan, vandaar. Aan het plan is liefst tien jaar gewerkt. Nu is het woord aan de bevolking. Voorafgaand aan de lezing in het nieuwe architectuurcentrum CAMP stak ik de rivier over. De lange middeleeuwse brug leek op een gruwelijke kermis. Praag wordt keihard getroffen door het wereldtoerisme. In 2016 kwamen er ruim 7 miljoen toeristen naar de Tsjechische hoofdstad, waarvan 6 miljoen buitenlanders, de meesten uit Duitsland. Een groei van 7 procent. Nieuw is toerisme uit China, Japan en Zuid-Korea. Afgelopen jaar groeide het aantal toeristen verder, tot liefst 15,8 miljoen, maar dat aantal gold heel Tsjechië. Daarvan kwamen 10 miljoen uit het buitenland. Voor Praag zelf betekende het een groei van 11 procent. De regering probeert de toeristen te verleiden om ook andere steden in Tsjechië te bezoeken, maar dat is allerminst eenvoudig. Volgens de minister is het probleem van het massatoerisme in Praag nog lang niet zo erg als in Barcelona of Venetië. Echter met zijn 16,7 miljoen overnachtingen in 2016 overtrof ze steden als Wenen en Amsterdam. Praag staat in de top vijf van toeristensteden in Europa.

Sinds drie jaar zijn er rechtstreekse vluchten tussen China en de Tsjechische hoofdstad. Dat verklaart de onstuimige groei van toeristen uit China, in 2017 met liefst 25 procent. Op een lokale tram zag ik Quatar Airways groot adverteren. Ook het Midden-Oosten wordt een serieuze speler. Los van zulke nieuwe herkomstgebieden wordt de groei veroorzaakt doordat mensen steeds langer vakantie nemen. Bestonden stedentrips tot voor kort uit gemiddeld twee overnachtingen, tegenwoordig zijn dat er vier. Maar de belangrijkste boosdoener is het internet. Ook Praag worstelt met Airbnb en Booking.com. Sinds 2007 zijn reisbureaus vervangen door do-it-yourself arrangementen, al zag ik nog steeds opvallend veel grote groepen door de straten sjokken. Praag probeert de toeristenstroom te spreiden, maar dat lukt niet erg. De voormalige communistische stad is een sterspeler geworden, de revenuen stromen de arme gemeente binnen, de lokale bevolking – decennialang geïsoleerd achter het IJzeren Gordijn – maakt kennis met de rest van de wereld. Toerisme heeft ook voordelen. Iemand stelde niettemin voor om de grens voor buitenlanders snel opnieuw weer te sluiten. Ikzelf zou entree heffen op de Karelsbrug en de directe omgeving van de beide bruggenhoofden onderwerpen aan een streng regime. Disneyficatie met methoden van Disney bestrijden. Als je de inwoners van Praag raadpleegt zou je op deze en op meer maatregelen kunnen komen. Een stad, vertelde ik die avond in CAMP, zit vol met goede ideeën. Een kwestie van heel veel mensen laten spreken (‘cheap talks’), en al het besprokene aggregeren en de meest genoemde voorstellen serieus beproeven. In ieder geval niet wachten op dat trage masterplan.

Tagged with:
 

Amsterdamlezing 2018 #4

On 20 februari 2018, in economie, sociaal, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 8 mei 1917:

 Afbeeldingsresultaat voor don kalb expanding class philips

Op maandagavond 5 maart 2018 spreekt marxistisch antropoloog Don Kalb (1959) de vierde Amsterdamlezing van 2018. Op 8 mei vorig jaar las ik in NRC Handelsblad een interview met hem waarin hij de integratie van Oost-Europa in de Europese Unie mislukt noemde. Kalb: “Als je gebieden met een verouderde industrie integreert in de Europese markt, dan leven ze niet op, maar storten ze in eerste instantie in. Iedere sociale wetenschapper weet dat. En dat is ook gebeurd. De toetreding in 2004 kwam te laat en was niet genereus genoeg.” Dit is volgens hem de oorzaak van de opkomst van neo-nationalisme in de perifere regio’s in het oosten. En dat ziet er niet goed uit. Lonen zijn er laag, vakbonden worden aan banden gelegd, er wordt gestreden om het aantrekken van westers kapitaal, belastingtarieven zijn daardoor laag, er is een sterke her-industrialisatie gaande, maar daarvoor moet op grote schaal geld worden geleend. Het resultaat is dat de bevolking zich afzet tegen de Europese Unie èn tegen de ‘uitvreters’ in eigen land, de niet-werkenden. Don Kalb is Brabander, maar woont in Antwerpen. In het verleden bezette hij een leerstoel aan de Central European University in Boedapest. Sinds kort is hij hoogleraar aan de Universiteit van Bergen, Noorwegen. In Noorwegen doet hij onderzoek naar nieuwe klasse-ongelijkheid in China, op het zuidelijk halfrond en in Europa.

Volgens Kalb is er wat ongelijkheid betreft een sterke onderlinge relatie tussen die continenten. Macht, arbeid, geschiedenis en klasse hebben zijn bijzondere interesse. Zelf groeide hij op in Eindhoven in de tijd dat Philips daar dominant was. De stad in het zuiden groeide in die tijd razendsnel, met een tegenstrijdige mix van high-tech, zelfvoorzienende boeren, gelovige arbeiders, armoede en een informele economie. Hij schreef er zijn proefschrift over. In ‘Expanding class’ liet hij zien hoe het Philipsconcern groot werd dankzij familisme, het waren vaders die hun dochters meenamen naar de fabriek. Jonge, ongeschoolde vrouwen werden op deze wijze geëxploiteerd. Tot 1920 was circa 70 procent van de arbeidskrachten van Philips vrouw. Tegenover een Noorse krant verklaarde hij op 25 november 2016: “We have reached a very important moment in capitalist history. The beast is not working, investment is zero, capital is worth nothing, and labour is worth ever less. That has not happened before.” De mondiale Gini-coëfficient (die ongelijkheid meet) heeft een niveau bereikt van 0,7. Dat is ongekend hoog. Dat kan zo niet doorgaan. Kalb: “My project is going to contribute to the ways we allow and enable ourselves to think about capitalism, how to help civilise it, possibly to end it and transform it into something else.” Op 5 maart 2018 spreekt hij uitgebreid, in CREA, aanvang 20.00 uur. De lezing is gratis. Meld u aan: http://www.uva.nl/nieuws-agenda/nieuws/amsterdamlezingen/amsterdamlezingen-uva.html

Tagged with:
 

Hyper-density als conditie

On 11 december 2017, in innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 23 september 2017:

Gerelateerde afbeelding

China innoveert. En hoe. Op gebied van fintech is China nu al marktleider, want innovaties zijn daar qua investeringen groter dan in de VS. Ook op gebied van Virtual Reality nadert China in rap tempo het niveau van Noord-Amerika. Wat betreft zelfsturende auto’s is China op dit moment nummer twee in de wereld. Wie had gedacht dat men daar in China achterliep heeft het echt mis. In ‘The next wave’ schilderde het Londense zakenblad The Economist onlangs China af als het ultieme innovatieland van de toekomst. Goed opletten dus. De volgende generatie technologische innovaties komt niet meer uit de Verenigde Staten of Europa, maar is Chinees. The Economist gaf voor die onverwachte wending ook een verklaring. Ten eerste de enorme schaalvoordelen van de Chinese thuismarkt – een reusachtig land met een zeer moderne infrastructuur -, die ondernemers daar op een voorsprong zetten. In de tweede plaats de Chinese consumenten die zeer koopbelust zijn, zij zijn het die het liefst het allernieuwste aanschaffen en ook niet terugdeinzen voor de nieuwste technologie. Ten derde de inefficiëntie van de grote Chinese staatsbedrijven, waardoor kleine nieuwkomers al snel een enorme voorsprong krijgen mits ze de consument goed bedienen.

Westerse markten stagneren al jaren. Voor nieuw ondernemerschap is dat allerminst gunstig. Opmerkelijk vond ik bovendien dat Chinese ondernemers nu al op een wereldschaal denken en niet meer alleen op de schaal van hun enorme thuismarkt. Of, zoals een Chinese innovatie-expert in het artikel opmerkt: “They know much more about what is going on in Silicon Valley or Israel than do Europeans.” En ze zijn gewoon sneller, de Chinese ondernemers. Maar want me in het artikel nog het meeste bijbleef was de beschrijving die ene Mr. Lee gaf van de kenmerken van het Chinese innovatieklimaat. Gevraagd naar de moordende snelheid van tal van innovaties sprak hij over China niet alleen in termen van een omvangrijke thuismarkt en een leger jonge en gretige ondernemers, maar vooral van ‘its urban hyper-density’. Doordat de Chinese steden zoveel groter, hoger en compacter zijn dan de Europese en zelfs de Amerikaanse gaat innovatie daar veel sneller. De veel hogere ‘pace of life’ als gevolg van hyperurbanisatie vind je echter terug zelden in de Europese literatuur over innovatie-ecosystemen. Het belang van grootstedelijkheid bagatelliseren is een ernstige vergissing die Europa flink zal bezuren.

Tagged with:
 

Een nieuw Plan Zuid

On 21 juli 2017, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 28 mei 2016:

Afbeeldingsresultaat voor cost of living london

 

Politiek gesteggel over de woonagenda van het huidige College van B&W van Amsterdam. Gaat het wel over de zaak waar het over moet gaan? Daarom nog maar eens de tekst van Charlot Schans van Pakhuis de Zwijger van vorig jaar zoals afgedrukt in Het Parool. Daarin geeft deze jonge programmamaker een helder overzicht van het leven in de 28 hoofdsteden van de Europese Unie: “Eén ding hebben alle Europese hoofdsteden gemeen: de economie en welvaart groeien er harder dan het landelijk gemiddelde. Daarmee is de stad een emancipatiemachine voor inwoners die er zich vestigen. Nieuwkomers komen er relatief gemakkelijk aan een goedbetaalde baan en stijgen zo op de sociaal-economische ladder. Wanneer het succes van de stad echter te groot wordt, kan die in een aantal randvoorwaarden steeds minder goed voorzien. De huizenprijzen en de inkomens van de inwoners stegen de afgelopen jaren niet overal in dezelfde mate. Gaf de gemiddelde Amsterdammeer in 2005 nog 24 procent van het inkomen uit aan huur, in 2015 was dat al ruim 28 procent. De middenklasse dreigt zo in de verdrukking te raken, terwijl deze groep inwoners juist een belangrijke indicator en drijvende kracht is van het succes van de stad.” (…)

“Neem nu een jong middenklassengezin – vader is kok, moeder onderwijzeres, met één schoolgaand kind. De situatie voor tweeverdieners met kind is lang niet in elke Europese hoofdstad gelijk. Londen is verreweg de duurste stad om in te wonen, maar het gemiddelde inkomen van de jonge ouders is doorgaans net genoeg om rond te komen.” Amsterdam, besloot Schans haar artikel, “toont een relatief positief beeld. Het is hier aardig leven – mits het jonge stel over twee betaalde banen en een huis beschikt. Dat laatste blijkt namelijk een struikelblok: slechts tien procent van de Amsterdammers is van mening dat het makkelijk is om een goed huis te vinden. Daarmee behoort de huizenmarkt in onze hoofdstad tot één van de minst toegankelijke van Europa.” Uit de infographic bij het artikel leid ik af dat Amsterdam even duur en ontoegankelijk is als Stockholm. Dublin, Parijs en Londen zijn erger. Niet in inkomen is bij ons het probleem, maar de extreme schaarste op de woningmarkt. In Amsterdam zelf, wel te verstaan. Die is bewust gecreëerd. Daarom trekken jonge gezinnen weg. Naar de provincie. Voegen zich straks in de file. Want het werk blijft achter. We weten dus wat ons te doen staat. Een enorme bouwopgave dus. Amsterdam minstens verdubbelen. Waar blijft de nieuwe Berlage met zijn grootse plan voor het nieuwe Amsterdam-Zuid?  Om een zomerlang over na te denken.

Tagged with:
 

Overal groei

On 22 juni 2017, in migratie, by Zef Hemel

Gehoord in Museum Het Schip in Amsterdam op 18 juni 2017:

Twee bijzondere bijeenkomsten bijgewoond in Amsterdam. De ene ging over bevolkingskrimp op het Europese platteland, de tweede over recente migratie naar Europese steden. De eerste speelde zich af in het Paleis op de Dam en werd bijgewoond door de Koninklijke familie, de tweede – vier dagen later – vond plaats in museum Het Schip in de Spaarndammerbuurt en maakte deel uit van het International Social Housing Festival. Tijdens de eerste werd een terugkeer naar het platteland bepleit, ja er werd zelfs een rurale renaissance in het vooruitzicht gesteld, de tweede pleitte voor een gastvrije stad voor buitenlanders en internationale vluchtelingen omdat de stroom migranten naar steden ook de komende jaren zal aanhouden. Wel gek om die twee bewegingen naast elkaar te zien. Migratie, zo luidde het afgelopen zondagmiddag, hoort nu eenmaal bij stedelijke ontwikkeling en dus is het belangrijk hoe steden die aanhoudende groei opvangen. Terwijl we vier dagen eerder in het geval van de platteland van bevolkingskrimp niet mochten spreken: plattelandsgemeenten waren “in een transitiefase”. Daar in het Paleis werd weliswaar toegegeven dat jongeren het platteland verlaten, maar die zouden terugkeren als de plattelandsgemeenten zich hun lot meer zouden aantrekken. Over buitenlandse migranten hoorde ik niets. Kennelijk zijn we ver voorbij de crisis. Overal ziet men weer groei.

Tijdens het International Social Housing Festival introduceerde Michelle Provoost van het Rotterdamse onderzoeksbureau Crimson die zondag vier steden die bijzondere migratie-geschiedenissen kennen: Prato in Italië, Aarhus in Denemarken. Londen en Wenen. Het voorbeeld van Prato ging over Chinese migranten in de kledingindustrie, Aarhus over de opvang van Syriërs, Londen over migranten uit de hele wereld, Wenen over de invasie uit Oost-Europa en de Balkan. Opvallend was dat elk van de sprekers liet zien dat opvang en integratie vooral in het informele en ongeplande plaatsvinden, niet in de gereguleerde systeemwereld van instanties en overheden. In Londen ging het om oude, vieze hoofdstraten waar migranten de straathandel nieuw leven inblazen, in Prato de vergeten publieke ruimte waar kunstenaars en migranten nieuwe ontmoetingsplekken creëren, in Aarhus de leegstaande openbare gebouwen, in Wenen de private huursector. Vooral Prato was illustratief. De Italiaanse autoriteiten, aldus Massimo Bressan, dachten de Chinese migranten te kunnen exploiteren, maar die bedachten hun eigen strategie. Chinezen kopen daar nu massaal vastgoed op en omzeilen daarmee de programma’s van de autoriteiten. Onmacht en onvermogen om met migratie om te gaan lijken overal groot. Onmacht, aldus Provoost, tekent ook de kabinetsformatie in Nederland, die is vastgelopen op uitgerekend de migratie.

Tagged with:
 

Winnen of verliezen

On 5 september 2016, in economie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 16 juli 2016:

 

Het is opletten geblazen. Wie niet de trends volgt is verloren. In The Economist afgelopen zomer meldde Schumpeter dat ‘de monding van de culturele rivier is verlegd van New York en Los Angeles naar San Francisco’. Dat stelde althans Chris Dixon, CIO van een venture capital-onderneming in Silicon Valley. Van het observeren van wat slimme jonge mensen in het weekend doen heeft hij zijn beroep gemaakt. De bankier werd trendwatcher. Op deze manier denkt hij uit te kunnen maken wat over tien jaar de dominante beweging zal zijn. Veel van zijn observaties hebben betrekking op voedsel en gadgets. Maar dus ook de beweging van de ene stad naar de andere stad. In hetzelfde nummer van het Londense zakenblad wordt door een andere redacteur opgemerkt dat alle grote en succesvolle firma’s in de wereld – Lego, Airbus, Google, Apple, Siemens, Adidas, Amazon – dure nieuwe hoofdkantoren bouwen. Al die kantoren hebben één ding gemeen: met hun architectuur en inrichting willen ze creatieve, jonge techies behagen. Vooral in Europa, waar de beroepsbevolking snel veroudert, is het zaak om jong talent aan zich te binden, dus gebouwen en interieurs moeten frisheid, openheid en innovatie uitstralen.

Veel van die nieuwe hoofdkantoren in Europa bevinden zich overigens op het platteland: Lego bouwt in Jutland, Airbus ontwikkelt buiten Toulouse, Adidas spendeert 500 miljoen euro in de bossen rond Herzogenaurach. Terecht stelt The Economist de vraag of die ruimtelijke strategie houdbaar is. Amazon heeft zich in het hart van Seattle genesteld, Google en Apple bevinden zich in San Francisco Bay Area. “For European firms in out-of-the-way company towns such as Billund or Herzogenaurach, it might be hard to compete, however appealing the minigolf course.” Die waarschuwende woorden las ik ook in een politieke analyse aan de vooravond van de Franse presidentsverkiezingen rond de figuur van Emmanuel Macron, minister van Economische Zaken. Opvallend in het Franse landschap is de scherpe scheiding tussen succesvolle kosmopolitische steden als Parijs, Lyon, Grenoble en Bordeaux, met hun aangename voetgangersgebieden, tech hubs en voedselhallen, en kwijnende industriesteden met hun gokhallen, parkeerterreinen en leegstaande winkelstraten. Politici die, net als CEO’s van topondernemingen, willen blijven groeien, zullen zich op de eerste categorie moeten richten, niet op de tweede. Ze zullen de grote, trendy stad in hun armen moeten sluiten. Doen ze dat niet, dan zullen ze uiteindelijk verliezen.

Tagged with:
 

De omelet is gebakken

On 24 mei 2016, in politiek, by Zef Hemel

Gehoord in de OBA op 23 mei 2016:

Volgens hoogleraar Frank Vandenbroucke (foto: Rob Stevens) is een sterk sociaal beleid op Europees niveau pure noodzaak. Zo’n sociaal beleid kan niet vanuit Brussel bewerkstelligd worden en zeker niet met een Big Bang worden ingevoerd, maar zal op alle niveaus, van steden, regio’s, natiestaten en EU, stap voor stap moeten worden ontwikkeld. Hoe dat precies moet gebeuren is inderdaad een groot democratisch probleem. Toch is het urgent. De ongelijkheid tussen en binnen de lidstaten groeit namelijk snel. Noord en Zuid drijven de laatste tien jaar sterk uit elkaar; de herverdelende kracht van de natiestaten neemt af; de EMU heeft dit alles nog verergerd. In de komende jaren, aldus de nieuwe universiteitshoogleraar aan de UvA, moeten belangrijke stappen in de richting van een breed sociaal pact worden gezet. Tijdens de vierde Amsterdamlezing van dit jaar in het tijdelijke Paleis voor Volksvlijt te Amsterdam riep Vandenbroucke, zelf oud-minister van België en tegenwoordig binnen de UvA bezig met onderzoek naar en debat over de maatschappelijke betekenis van de Europese Unie, met klem op tot actie.

In zijn heldere betoog vergeleek Vandenbroucke de economie van de VS met die van de EU. De eerste blijkt veel beter in staat om schokken in de economie te dempen dan de tweede. In Amerika schiet de federale staat individuele staten direct te hulp als zij door externaliteiten in de problemen komen. Weliswaar zijn de vangnetten in de VS minder riant dan in veel EU-lidstaten, maar de herverzekering door Washington is wel solider en ook onomstreden. Dergelijke solidariteit
mist Vandenbroucke in Europa. Hij sprak zelfs van een ‘Unie van wantrouwen’. Solidariteit alleen binnen de lidstaten noemde hij ‘parochiaal’. Herverzekering van nationale verzekeringen op EU-niveau vond hij niet alleen logisch, maar ook noodzakelijk, dus die zou nu ook hier moeten worden georganiseerd, zij het dan wel op Europese wijze. Was dit, vroeg het publiek hem, wel realistisch gezien de staat waarin Europa op dit moment verkeert? Was hij niet te idealistisch? Of was hij juist een typische Euro-technocraat die koste wat het kost Europa wil doorontwikkelen? Vandenbroucke begreep de zorg maar stelde met klem dat er geen weg terug is. Met de Muntunie heeft Europa een omelet gebakken. Daarvan, voegde hij eraan toe, kan men geen eieren meer maken.

Tagged with:
 

Veiligheidsutopieën

On 11 mei 2016, in openbare ruimte, politiek, by Zef Hemel

Gehoord in de OBA te Amsterdam op 9 mei 2016:

 

Centrale vraagstelling van Marieke de Goede, hoogleraar Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, was: wat gebeurt er als overheden private bedrijven vragen om op te treden als quasi-politie in het bestrijden van misdaad, corruptie en terrorisme? De Goede sprak de derde Amsterdamlezing van dit jaar in het tijdelijke Paleis voor Volksvlijt aan de Oosterdokskade te Amsterdam, een serie lezingen van de Wibautleerstoel over de toekomst van Amsterdam, Europa en de wereld. Haar onderwerp: speculatieve veiligheid in Europa. Ze vertelde over 9/11, de bevindingen van de 9/11 Commission, allerlei nieuwe vormen van terrorisme en de EU-samenwerking die hierdoor een impuls heeft gekregen. In dit nieuwe veiligheidsbeleid wordt veel verantwoordelijkheid gelegd bij bedrijven: banken, vliegmaatschappijen, Twitter, Facebook. Zij moeten de overheid tijdig waarschuwen, wet- en regelgeving dwingt hen om uiterst alert te zijn. De richtlijnen buitelen zelfs over elkaar heen. Bedrijven investeren fors in zoek- en speuracties. Er ontstaat een ingewikkeld landschap, hele complexe regelgeving waarin de publieke ruimte steeds meer wordt afgebakend.

Het veiligheidsbeleid krijgt zelfs speculatieve trekken omdat overheden tegenwoordig voorbereid willen zijn op het onverwachte. Veiligheidsdiensten willen nieuwe vormen van terrorisme als het ware kunnen voorspellen. Vooral 9/11 heeft in dit opzicht veel betekend. Van preventie gaat het naar ‘preemption’, het willen ingrijpen nog voordat het kwaad is geschied. De Goede noemde dit ‘een nieuwe veiligheidsutopie’. Dit nieuwe toekomstgerichte veiligheidsdenken, vertelde ze, zet in op fantasievol omgaan met gegevens, op nieuwe vormen van scenarioplanning en zelfs oefeningen in de realiteit, daarnaast op het onderling verbinden van allerlei databestanden, waardoor alledaagse transacties ineens in de frontlinie komen te liggen. Hoe verhoudt het nastreven van deze utopie zich tot privacywetgeving en tot de vrijheid van meningsuiting van individuele burgers? De EU, vertelde De Goede, heeft op dit laatste altijd de nadruk gelegd, maar ze liet aan de hand van voorbeelden ook zien dat de Europese politici na elk incident verder opschuiven. Bedrijven en banken krijgen hierdoor steeds meer macht. In Groot-Brittannië heeft Barclays zelfs rekeningen ingetrokken van klanten omdat deze bedragen overmaakten naar Somalië. Wat moet je als burger wanneer je bankpas wordt ingetrokken? Kortom, onderzoek naar dit complexe en dynamische veiligheidslandschap is dringend geboden. Graag wilde ze weten of er ook bankiers waren in de zaal. Die waren er niet, helaas.

Tagged with:
 

De reus is ontwaakt

On 26 april 2016, in politiek, wetenschap, by Zef Hemel

Gehoord op 25 april 2016 in de OBA te Amsterdam:

 

De Amsterdamlezing van Rens Vliegenthart, hoogleraar Communicatiewetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam, stond gisteravond in het teken van Europa. Hoe berichten de media over Europa en worden wij burgers door die berichtgeving beïnvloed? Vliegenthart begon met op te merken dat liefst 80 procent van alle Europese wetgeving nog altijd geen enkele media-aandacht krijgt en dat lange tijd Europa überhaupt geen onderwerp was waaraan kranten, tijdschriften of televisie aandacht besteedden. Europa leek op een reus die sliep. Een regelrecht dieptepunt waren de verkiezingen van 1999, toen in Nederland slechts één nieuwsitem rond Europa werd geteld, en nog in 2004 voerde kamerlid Ton Elias campagne met de leuze ‘Europa best belangrijk’. Daarna ontstonden binnen de EU echter politieke conflicten en volgens Vliegenthart trekken conflicten altijd media-aandacht. Sindsdien wordt er levendig over Europa bericht en voeren wij burgers over het onderwerp felle discussie. Europa is daarmee voor ons veel belangrijker geworden. Het Oekraïne-referendum, hoe verwarrend ook, vormt daarvan het voorlopige hoogtepunt en de stemming over de Brexit in juni zal, verwacht hij, nog meer belangstelling genereren. De peilingen lieten dit zien, en ook hoe deze door optredens van politici worden beïnvloed.

Vliegenthart vertelde boeiend over de driehoek politiek-media-burgers en hoe deze voortdurend op elkaar reageert. Het onderzoek op de UvA meet en telt al deze interactie; daarvan gaf hij interessante voorbeelden. Maar mensen in de zaal vonden zo’n driehoek een te eenvoudige voorstelling van zaken. Actiegroepen, NGO’s, lobbyisten, bloggers, sociale media als Twitter en Facebook roeren zich immers ook. Het landschap is veel complexer. Vliegenthart was het hiermee eens en bevestigde dat modern media-onderzoek eigenlijk bestudering van big data vereist. Toch wilde hij benadrukken dat sociale media vooral door politici worden gebruikt en dat journalisten hier rechtstreeks van aftappen. En lobbyisten werken liever in een schemerduister, dus hun werk brengen wetenschappers moeilijk aan het licht. Als voorbeeld noemde hij het gebruik van Twitter door Geert Wilders. Wilders communiceert niet via de media, maar werkt met tweets: Twitter gebruikt hij als een enorme roeptoeter. En Europa? Vliegenthart bleef positief. Europa staat nu volop in de belangstelling. De reus is definitief ontwaakt. Voor een ineenstorting van de Unie was althans hij niet bang.

Tagged with:
 

On the road

On 18 juni 2015, in infrastructuur, technologie, by Zef Hemel

Heard in B.Amsterdam, Amsterdam Slotervaart, on 4 June 2015:

The evaluation of the Highspeed train public tender by the Dutch politicians has ended last week. What a disaster. Big mistakes were made. Market failures. Technical failures. The Dutch state failed. Still missing those fast trains in The Netherlands. More lucky we are on the road. Jelle Vastert, of electric-car manufacturer Tesla, gave a great lecture on the EU Super Charger Programme at the Catch-Up session of the Amsterdam Economic Board on 4 June 2015. Theme: start-up ecosystems. How to develop them successfully. The audience were mostly young people, hackers, students, friends, some fourhundred of them. The corporates were a minority this time. So the discussions were a kind of battle between the corporates and the hackers: beat them! Destroy them! The only alternative seems to be: buy them!, as in the case of Marvia, a start-up that was bought by PostNL. Moderator was Boris Veldhuijzen van Zanten of TheNextWeb. Vastert gave a great show on how his company is developing a network of electric charging stations all over Europe. It was about how advanced the European Union really is.

So where to go with your electric car this summer? Vastert asserted that it would be possible for the first time to drive with your Tesla car from Rome to the North Cape. At an interval of a three-hours drive you would find another charging station. A stop of only twenty minutes is needed to drive to the next station, although for a full charge it takes at least 75 minutes (Super charger works twenty times faster than a regular charger). The use is for free. A year ago there were only 14 Supercharger stations spread across Norway, Germany, Switzerland and The Netherlands. August 2014 there were already 50 stations opened. Every day, Tesla claims, they open one somewhere in Europe. Now you will find them also in the UK, France, Spain, Italy, Austria, Denmark, and Sweden. The Supercharger stations have been planned strategically: between the biggest cities. Why? Because the use of electric cars started in metropolises, not on the countryside. And how lucky Europe is! So many cities. Compare it with Asia, where Tesla is also developing a Supercharger network. Just a coastal road. So what about those highspeed trains?

Tagged with: