Bonuscultuur

On 18 juli 2017, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in De Architect van 2 mei 2016:

Afbeeldingsresultaat voor bijlmerbajes rijksvastgoed

In NRC Handelsblad las ik dat de bonuscultuur in het bedrijfsleven terug is. Alsof er geen financiële crisis is geweest. Het deed me denken aan de gebiedsontwikkeling van de Bijlmerbajes. Afgelopen week het Atelier Gebiedsontwikkeling afgesloten. Bijna veertig studenten planologie van de UvA werkten vier weken lang in de voormalige Bijlmerbajes aan acht ruimtelijke vraagstukken die spelen in Amsterdam-Oost. Een ervan had betrekking op de toekomst van Lolalik, de tijdelijke broedplaats in de gevangenis die op 1 juni 2016 kwam leeg te staan en die daarna door het Rijksvastgoedbedrijf te koop is gezet. De studenten hadden alle plannen bestudeerd, niet alleen voor het gevangenisterrein, maar ook voor de omgeving. Amstelkwartier wordt een omvangrijk nieuw stadsdeel met woningen in het duurdere segment van de koopmarkt, waar de bajeskavel deel van gaat uitmaken. Vijf consortia zijn in de race voor de ontwikkeling van het gevangenisterrein. Tot 1 juni kregen zij de tijd om hun plannen bij het Rijk in te dienen. Die wil 60 miljoen euro cashen voor de 7,5 hectare. Maximaal 135.000 m2 vloeroppervlak kan worden ontwikkeld. De gemeente eist 1.000 m2 broedplaats terug en een openbare ruimte die aansluit bij de rest van de stad. Het moet een duurzame stadswijk worden. Op 1 september 2017 wordt de winnaar bekendgemaakt.

Voor de studenten was de casus niet gemakkelijk. Alles lijkt hier vooraf dichtgetimmerd. Door de gekozen werkwijze kunnen partijen in het gebied alleen maar afwachten tot de winnaar bekend wordt gemaakt. Terwijl architecten in het grootste geheim masterplannen maken, is er voor burgers geen mogelijkheid om tussentijds te interveniëren. Bovendien wordt realisatie door de besloten vraagprijs en de eisen vooraf extreem duur gemaakt. Ze vroegen zich af waarom zo’n omvangrijke, kostbare en ambitieuze gebiedsontwikkeling uiteindelijk wordt gekoppeld aan slechts één commerciële partij. Zo ontwikkel je toch geen levendig stuk stad? Levendigheid krijg je door de dichtheid op te voeren en vooral door veel verschillende partijen met elk zijn of haar eigen ideeën toe te laten tot de plannenmakerij. Straks met één partij onderhandelen is bovendien vragen om moeilijkheden. Kennelijk hebben gemeente en Rijk van de crisis niets geleerd. Als alternatief ontwikkelden de studenten BajesFest: een reeks van open workshops rond de toekomst van het hele gebied tussen Amstel en Gooiseweg waar alle geïnteresseerde partijen, waaronder Lolalik, hun stem kunnen laten horen. En de gevangenis zelf, die had natuurlijk door de gemeente gekocht en vervolgens in zes of acht stukken uitgegeven moeten worden.

Tagged with:
 

Brussels lof

On 12 september 2016, in stadsvernieuwing, by Zef Hemel

Gezien in Brussel op 7 en 8 september 2016:

Afbeeldingsresultaat voor thurn en taxis

Werkbezoek gebracht aan Brussel met het bestuur van het Forum voor Stedelijke Vernieuwing. We werden rondgeleid door Joris Sleebus van Bruksel Binnenste Buiten. In Brussel was ik lang niet meer geweest. Meest opvallend was het autoverkeer dat alle straten van de 1,2 miljoen inwoners tellende hoofdstad bijna permanent blokkeert. Oorzaak: gebrekkig openbaar vervoer. Bijgevolg is de luchtkwaliteit boven Brussel bijna net zo slecht als die boven Parijs. Kennelijk is de gewestelijke overheid niet in staat om de burgers goed publiek vervoer te bieden. Echter, dit weerhoudt de vele expats er niet van om zich in Brussel te vestigen. Sinds 1992 is Brussel officieel de hoofdstad van Europa, waardoor hun aantal explosief is gegroeid, althans in de oostelijke bovenstad. Tien procent van de bevolking is bovendien Frans: dat zijn rijke Parijzenaars die de laatste jaren gevlucht zijn voor de hoge belastingtarieven in Frankrijk. Ze waren toch al gewend om in een stad met een slechte luchtkwaliteit te leven. In de westelijke benedenstad – de oude, laaggelegen industriestad langs het kanaal en de spoorwegen – is sprake van een heel andere toestroom van vreemdelingen: in Anderlecht, Molenbeek en Schaarbeek leven Turken, Marokkanen en Afrikanen dicht op elkaar. Wie spreekt er hier Frans, en wie Vlaams? In Brussel leeft iedereen voor zichzelf. Zelden zag ik zo’n gesegregeerde stad in Europa.

Centraal in de benedenstad, aan de westkant van het kanaal, vindt op dit moment een zeer grootschalige gebiedsontwikkeling plaats. Thurn en Taxix betreft de ingrijpende reconstructie van een verlaten negentiende eeuws intermodaal overslagterrein van het NMVB dat in 2001 werd verkocht aan een grote ontwikkelaar. Het is een paradepaardje want de ambities zijn enorm, kosten noch moeite worden gespaard. Het Koninklijk Pakhuis is al verbouwd, het opende in 2008 zijn deuren voor trendy bedrijven en oogt zeer chique. De omvang en ambities evenaren gemakkelijk de gebiedsontwikkeling op ‘Het eilandje’ in Antwerpen of de transformatie op de Kop van Zuid in Rotterdam. Hoe dit nieuwe kwartier in de Brusselse benedenstad zich verhoudt tot de omringende arme wijken is echter de vraag. Wie haar in zijn bolide nadert passeert slagbomen en hekken; extreem rijk steekt hier extreem arm de ogen uit. Ook al wordt Thurn en Taxix een zeer duurzaam woon- en werkgebied met alle goede bedoelingen, het zal de confrontatie tussen rijk en arm verhevigen. Het gebied kon de komende jaren wel eens de opstand van de onderklasse flink dichterbij brengen. Investeren in het Brusselse openbaar vervoer was voor iedereen – arm èn rijk – beter geweest.