Up with the People

On 20 januari 2017, in bestuur, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Japan Restored’ (2015) van Clyde Prestowitz:

Afbeeldingsresultaat voor japan restored clyde prestowitz

Op de terugvlucht van Tokio naar Amsterdam las ik ‘Japan Restored’ van Clyde Prestowitz. Prestowitz is oprichter van de Economic Strategy Institute in Washington DC en adviseert regeringen, vakbonden en multinationals over concurrentiekracht en globalisering. In ‘Japan Restored’ geeft hij zijn visie op de toekomst van Japan en schetst hij hoe deze derde economie van de wereld uit de hardnekkige crisis kan komen waarin deze nu al meer dan twintig jaar verkeert. Zijn stelling: Abenomics is niet genoeg. Abenomics, een economische politiek die vernoemd is naar de Japanse premier Shinzo Abe, staat voor 1. geldcreatie op grote schaal, 2. fiscale stimulansen en massieve infrastructuur-investeringen, 3. deregulering met name van de Japanse landbouwsector. Door al deze maatregelen zou het inflatiecijfer rond de 2 procent uit moeten komen en de Japanse productie substantieel moeten groeien. Prestowitz betwijfelt echter of dergelijke economische maatregelen voldoende zullen zijn. Helemaal op het eind van zijn boek doet hij uit de doeken wat dan wel nodig is om Japan uit het slop te trekken. Dat hoofdstuk heet: ‘Up with the People, Down with the Bureaucrats’. Het gaat over nieuwe vormen van governance.

Tijdens de snelle modernisatie van Japan in de tweede helft van de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw heeft Japan voor een Frans besturingsmodel gekozen met een sterke hiërarchische en bureaucratische inslag – een centralistisch staatsmodel dat na de Tweede Wereldoorlog door de Amerikaanse bezetter nog werd versterkt en waarin vrijwel alle beleid vanuit hoofdstad Tokio werd bepaald. Volgens Prestowitz moet het land daar zo snel mogelijk vanaf. Dat gebeurt inmiddels ook. Een Japanse staatscommissie adviseerde onlangs om de steden meer bevoegdheden te geven en vooral meer fiscale en budgettaire ruimte te bieden. Sterker, het land heeft onlangs een complete decentralisatie doorgevoerd. Prestowitz noemt het voorbeeld van Osaka, dat de decentralisatie als het ware heeft afgedwongen door zich niet langer iets van hoofdstad Tokio aan te trekken en dat al sterk van onderop wordt bestuurd, waar innovatie sterk wordt aangewakkerd, waardoor Osaka een stad is geworden die steeds meer de trekken krijgt van een noordelijk Singapore. Met Osaka als gids, verspreidde het virus van decentralisatie zich over heel Japan. Het resultaat is een ingrijpende staatkundige herziening waarbij de 47 provincies onlangs zijn omgevormd tot 15 kantons met elk een eigen gouverneur, eigen fiscaal regime en eigen wetgeving. De angst dat sommige regio’s hierdoor rijker zullen worden dan andere hield de politiek aanvankelijk tegen, maar, aldus Prestowitz, uiteindelijk werd decentralisatie toch geaccepteerd. Het alternatief is namelijk voortdurende stagnatie. Interessant dus, ook voor ons.

Tagged with:
 

East Asia’s rapid urban growth

On 8 juni 2016, in bestuur, duurzaamheid, by Zef Hemel

Read in East Asia’s Changing Urban Landscape (2016) of the World Bank:

 

Should be front page news: with its 42 million inhabitants, Pearl River Delta is the largest city in the world, larger even than Tokyo. Urbanisation in East Asia in general is growing very fast. According to the World Bank the total urban population of the region increased from 579 million in 2000 to 778 million in 2010, an average annual growth rate of 3.0 percent. Much of this growth was driven by China, which has the largest urban population in the region (and the world), 477 million urban inhabitants in 2010, more than the urban population of the rest of the region combined. And more urbanisation is expected to come. The good news is: density in these Asian megacities is high, and it is increasing in general. Urban areas in East Asian cities are now 1,5 as dense as the average for the world’s urban areas, twice as dense as European cities, and even 50 times denser than (sub)urban areas in the USA. So these cities are far more sustainable than European and American cities.  “The pace, scale, and form of East Asia’s urbanization will have long-lasting effects on the region’s social, economic, and environmental future. As urbanization rapidly transforms the face of East Asia and the lives of its citizens, urban policy makers and planners have an important role to play in ensuring that urban expansion, and the economic growth it brings, is efficient, sustainable, and inclusive.” Sure.

The World Bank thinks metropolitan governance is key. Of course, the bank is right. But the chapter on governance in the report is rather one sided. The bank thinks consolidation is needed, with special bodies to provide specific services in these metropolitan areas. “Overcoming issues related to metropolitan fragmentation requires considering tradeoffs between localized and centralized administrative authority. Cities must adopt flexible approaches that adapt to urban growth and evolve to meet the changing needs of citizens.” Sounds great, but when it comes to giving examples the bank tends to prefer centralized authority, more than adaptation and flexibility. No examples of  bottom-up approaches, new forms of collaboration, open and inclusive planning, localized authority, building a civil society. Instead, annexation, and dissolving lower tiers of government is what the bank is promoting. We know these arrangements are no real help. We can do far better. This, I told my students last week. They were excited.

Tagged with:
 

Metropolitan governance issues

On 16 mei 2016, in bestuur, participatie, by Zef Hemel

Read in Brookings.com of 29 April 2016:

foto: Lex Banning

This week, some ninety students Urban Studies at the University of Amsterdam will finalize their course on Cities in Transition by passing their exams. Six weeks long they have studied urban transitions in Moscow, Istanbul, Seoul, Toronto, and Amsterdam, all related to globalisation ànd regionalisation. They read papers of Allen Scott, Saskia Sassen, Peter Hall, Engin Isin, Michael Porter, Thomas Courchene, Ian Buruma, and John Friedmann. They discovered that many cities outperform countries. Last week lecture and workshops were on governance issues. How can the global city-regions of the future be governed and how will metropolitan planning look like if city-regions will be connected in global urban networks? We discussed this issue in the temporary People’s Industry Palace (Volksvlijt 2056) in the Public Library of Amsterdam. Wonder if they also read Kemal Dervis and Bruce Katz. In their article on the website of the Brookings Institution, the two – Dervis the vice-president and director of Global Economy and Development, Katz the cross-disciplinary Centennial Scholar at the Brookings Institution –, claim that governing cities will be the central challenge facing nearly all countries over the next century.

Dervis and Katz think a fundamentally stronger understanding of how governance relationships are structured and function is necessary. “This is critical at a time when inequality among cities – even within the same country – is growing at a rate just as worrying as inequality within a particular urban economy.” Brookings Institution will start a research on how urban and metropolitan governance nowadays works in a comparative context. “We will try to learn from those that have been most successfull and understand the underlying reasons for success as well as the remaining challenges.” My students know this, they have prepared themselves. End of the week they can reflect on how the key powers and responsibilities are distributed in different nations and cities among different levels of government and how difficult it is for city governments to deal with fiscal constraints and debt burdens. Their comparative research on governance issues in five global cities ended in Volksvlijt 2056, Amsterdam. The exhibition annex program illustrates how thousands of citizens can get involved in these governing issues and help generate a kind of collective intelligence on a regional scale, only in twelve weeks time.

Tagged with:
 

Stadstaat NL

On 6 januari 2015, in bestuur, by Zef Hemel

Gelezen in FD van 20 december 2014:

 

FD interviewde Jeroen van der Veer, oud-topman van Shell. Het gesprek ging over Nederland, over onze toekomst, over robotisering, over het gevaar van de klimaatverandering, over de economische crisis, over globalisering. Zijn we er klaar voor? Wat moeten we doen? Van der Veer: "We zouden eigenlijk een wat strengere overheid moeten hebben die het land meer als een stadstaat regeert. We zitten nog te veel vast aan het oude CDA-denken: dat we heel veel platteland hebben in Nederland. Onzin natuurlijk. 60% van de bevolking woont al in steden. We hebben net zoveel inwoners als groter New York." Vervolgens klaagt Van der Veer over het grote aantal volksvertegenwoordigers in raden, staten en kamers. Vijfduizend in Nederland tegenover vijfhonderd in New York. Dat kan dus minder. Elke gemeente zijn eigen beleid? Nonsens. Singapore is zijn voorbeeld. Ziedaar het nieuwe denken over Nederland, opgevat als een stadstaat. Centraliseren en sterker regeren vanuit Den Haag dus.

En dat terwijl precies het omgekeerde moet gebeuren. Minder vanuit Den Haag, meer vanuit de steden, van onderop dus. Antifragiel noemt Taleb dat. Dat houdt in: sneller reageren op groeiende onzekerheid, meer experimenteren, veel fouten maken maar kleinere, grotere betrokkenheid, minder streng, juist zachter, menselijker, lokaler, dichter bij de realiteit, meer als Zwitserland. Waarom pleit Van der Veer juist voor het omgekeerde? Geen idee. Nogmaals, kennelijk is Singapore zijn grote voorbeeld. Bij hem minder democratie dus, meer autocratie, geen civil society, maar het grote bedrijfsleven. Waakt u voor Den Haag, kijk uit voor de stadstaat, let op Koninklijke Shell. Al heeft Van der Veer natuurlijk wel een punt. We moeten meer vanuit steden denken, niet vanuit Den Haag. Geen centralisatie dus, maar structurele decentralisatie. En Nederland is niet één stad. Daarvoor is alles te gefragmenteerd. Dat betekent allerminst dat de provincie straks regeert. We moeten naar de maat van de global city-region. Wat houdt dat in?

Tagged with:
 

Regionale governance

On 21 oktober 2014, in bestuur, regionale planning, by Zef Hemel

Gehoord in Brussel op woensdag 8 oktober 2014:

Maakt regionale samenwerking iets uit? Een van de sprekers op het recente METREX-congres in Brussel, Rudiger Ahrend van de Organisation of Economic Cooperation and Development (OECD), had ruim tweehonderd grootstedelijke regio’s op hun samenwerkingsmodellen geanalyseerd. Vijfendertig procent van de bestudeerde regio’s kende alleen een informele samenwerking, 17 procent een intergemeentelijke, 9 procent een supra-gemeentelijke, niet meer dan 5 procent (Azië) een metropolitane samenwerking. Vierendertig procent van de bestudeerde regio’s kende überhaupt geen samenwerking. Waar van samenwerking sprake is, blijkt deze vooral plaats te vinden op terreinen van regionale economische ontwikkeling, regionaal transport en ruimtelijke ordening. Twee derde van de regionale samenwerkingsverbanden heeft betrekking op alle drie de terreinen. Lager scoorden waterbeleid en afvalbeleid, dan cultuur, ten slotte gezondheidszorg. En? Maakt het wat uit?

De OECD constateerde hogere economische productiviteit, minder suburbanisatie en grotere tevredenheid van burgers waar sprake is van goede regionale samenwerking. Hoe beter en formeler deze is geregeld, hoe beter ook de prestaties. Fragmentatie van de governance blijkt in alle opzichten slecht voor een gebied. Overleg is weliswaar ingewikkeld en vergt veel tijd, maar het loont. Hoe efficiënter dat overleg, hoe gunstiger dit weer is. Bij verdubbeling van het aantal betrokken gemeenten verliest de grootstedelijke regio liefst circa 6 procent aan productiviteit. Ahrend benadrukte dat het hier niet alleen om economische prestaties gaat. Het belang van governance op metropolitane schaal doet zich gelden op elk maatschappelijk terrein. En toen, helemaal op het eind, kwamen zijn belangrijkste lessen. Rivaliteit tussen gemeenten en steden, aldus Ahrend, werkt ongunstig; van bovenaf  samenwerking opleggen creëert lege hulzen; de bereidheid daartoe kan alleen van onderop groeien; ze vereist bovenal inspirerend leiderschap.

Tagged with:
 

Public-Private-People

On 16 oktober 2014, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gehoord in One Whitehall Place, Londen, op 15 oktober 2014:

Annex D: Toronto Waterfront Region

Het congres Cities 2014 van Marketforce en Ernst & Young in Londen bracht afgelopen woensdag steden uit het hele Verenigd Koninkrijk bij elkaar. Opvallend veel bestuurders waren aanwezig. Hun bijdragen vielen op door hun grote inhoudelijkheid. Je kunt het een mooi voorbeeld noemen van Benjamin Barber’s droom: “if mayors ruled the world.” Steden willen van elkaar leren. De burgemeester van Newham, Robin Wales, vertelde over de legacy van de Olympische Spelen 2012 in zijn gemeente, de burgemeester van Bristol, George Ferguson, maakte indruk met zijn verhaal over lokale duurzaamheid en de burgemeester van Stoke-on-Trent pleitte voor een tussenstop op de nieuwe hogesnelheidslijn HS2 tussen Manchester en Birmingham. Centraal stond het idee van Smart Cities en veel bijdragen gingen over nieuwe vormen van governance waarin publiek-privaat nauw samenwerken met burgers aan stedelijke smart grids. De gedachte dat grotere betrokkenheid van de bevolking nodig en ook nuttig is kwam vooral naar voren in de mooie bijdrage van Tom Shakhli uit Lambeth, Zuid-Londen. Zijn verhaal over ‘Made in Lambeth’ ging over hoe een vaste groep van vierhonderd burgers voortdurend door de gemeente wordt geconsulteerd, “using online communities to do good for nothing.” Boodschap: het werkt.

Meeste indruk op de aanwezigen maakte de bijdrage over Toronto Waterfront. De Canadees William Hutchison van het Centre for Smart City Innovation van Ernst & Young vertelde over twintig jaar zorgvuldige planning langs de stedelijke oevers van de Don. Het betreft hier een transformatie van oude industrieterreinen op land dat voor 70 procent in bezit is van de gemeente, een vastgoedinvestering ter waarde van liefst 34 miljard Canadese dollar. In 1999 begonnen, toen nog bedoeld voor de Olympische Spelen 2008, leek het project in 2011 vast te lopen door verzet van de even eerder aangetreden rechtse burgemeester Rob Ford. Die wilde de publieke planners van Toronto Waterfront eruit gooien en het plan verder geheel door marktpartijen laten ontwikkelen. Terwijl aan de basis van het megaplan juist uitgebreide publieke consultatie ligt, een gevoelige samenwerking tussen stad, provincie en ministeries, en parken, pieren, infrastructuur en openbare ruimtes (o.a. van West8) juist de kern van het plan uitmaken. In 2013 werd het project daarom geëvalueerd. Uitslag: positief. Op dit moment speelt de omstreden komst van een vliegveld in het waterfront, en de bouw van een casino. En afgelopen zomer ontstond er heibel over parasols die waren geplaatst op Sugar Beach en die elk liefst 12.000 dollar zouden hebben gekost. Ai, de burgers! En dat terwijl Toronto Waterfront op dit moment 1,65 miljard dollar extra vraagt om het karwei af te maken. Eind oktober zijn er in Toronto verkiezingen.

Tagged with:
 

Scooters en slaven

On 22 april 2014, in filosofie, politiek, by Zef Hemel

Gehoord in de Beurs van Berlage op 18 april 2014:

De G8, de wereldtop van filosofen, vond afgelopen vrijdag in Amsterdam plaats. Het was geweldig. Vier van de acht filosofen hoorde ik er spreken over de toestand in de wereld: Peter Sloterdijk, Huub Dijstelbloem, Benjamin Barber en John Gray. Niet een was er optimistisch. De wereld staat er slecht voor. (Is het ooit anders geweest?) Wat vooral opviel was dat geen van de vier geloofde in politiek, althans in wat nationale regeringen zoal doen. Dijstelbloem wees erop dat regeringsleiders ‘onderaan bungelen’ als het gaat om instituties waar mensen vertrouwen in hebben. Barber, auteur van ‘If Majors Ruled The World’, gaf voorbeelden van regeringsleiders die ronduit domme dingen doen, elkaar tegenspreken, niet luisteren, niet samenwerken, en waarvan we het dus niet moeten hebben. En John Gray liet zien hoe nota bene de Amerikaanse regering ‘waterboarding’ en andere martelpraktijken weer legitimeerde, terwijl iedereen dacht dat marteling van mensen uit de boze was. Ook slavenhandel en andere barbaristische praktijken, lichtte hij toe, worden veelvuldig door regeringen toegestaan of actief bedreven. Het bracht hem tot de pessimistische stelling dat vooruitgang een mythe is.

De meest optimistische toon sloeg Benjamin Barber aan. In regeringen geloofde hij dus niet. Ook niet in de EU of de Verenigde Naties. Wel meende hij dat steden de wereld kunnen redden. Sterker, dat doen ze al. De politiek in steden is namelijk een fundamenteel andere dan in natie-staten: minder ideologisch, meer maatwerk, meer gericht op het oplossen van concrete problemen. Ook spelen steden, anders dan natie-staten, geen zero-sum game; van samenwerking worden ze sterker, dit gaat niet ten koste van de ander. Daarom zouden steden ook veel meer armslag moeten krijgen, meer eigen regelgeving ontwikkelen, over meer eigen middelen beschikken. Zo gaan, liet Barber zien, steden veel intelligenter om met het mondiale vraagstuk van de migratie. Ze ontwikkelen hun eigen beleid ten aanzien van nieuwkomers en hij voorzag dat steden met bijvoorbeeld ‘stadsvisa’ de toestroom zelf gaan reguleren. Ander voorbeeld: de wijze waarop steden het CO2-vraagstuk aanpakken. Los Angeles wist haar uitstoot bijvoorbeeld te halveren door de eigen zeehaven duurzamer te maken. Die was daar de grote boosdoener. Zoiets, aldus Barber, zou Rotterdam ook moeten doen. Het was allemaal hele praktische filosofie. Hoe lang zal het duren voordat een stad als Amsterdam scooters mag weren van het fietspad?

Tagged with:
 

Fixing a sewer

On 11 oktober 2013, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in The Atlantic Cities’ van 13 juni 2012:

Vorig jaar verscheen van de hand van de Amerikaanse politicoloog Benjamin Barber een opmerkelijk boek over hoe deze wereld beter kan worden bestuurd. Antwoord: niet door staten, wel door steden. Preciezer, niet door regeringen, maar door burgemeesters. In ‘If Mayors Ruled the World’ betoogt Barber dat regeringen tegenwoordig disfunctioneren, hetgeen getuige wat er op dit moment in Washington gebeurt hoogst actueel blijkt te zijn. Steden daarentegen worden volgens Barber overwegend partijloos en pragmatisch bestuurd. Burgemeester La Guardia van New York zei het ooit zo: “There is no Democratic or Republican way of fixing a sewer.” Stedelijke politiek gaat niet over macro-economie of oorlogen voeren. Ze gaat over alledaagse dingen, over hoe mensen samen kunnen leven. Democratie begon ooit in steden. Goede governance tref je er veelvuldig aan. Effectief leiderschap wordt bij uitstek in steden aangetroffen. Steden leren ook sneller van elkaar en zijn ook beter in staat om samen te werken dan landen. Met een parlement van burgemeesters – een ‘audiament’- denkt Barber de wereld veel beter te kunnen besturen.

Vreemd? In een interview met Richard Florida in The Atlantic Cities verwoordde Barber het vorig jaar aldus: “There are literally hundreds of networks already linked up in which a great deal of transnational cooperation already is taking place. When I speak of an ‘audiament’ I mean to remind us that parliaments too often focus on talking at people, whereas democracy requires that we listen to one another and seek common ground. The key to the arts of democracy is how we listen to one another, not how we talk. For what we are seeking is common action that is voluntary, and this calls for mutual understanding – that is, listening.” Anders gezegd, de mondiale netwerken van steden fungeren nu al als horizontale, democratische governance-structuren. Daar is meer dialoog dan in de nationale parlementen. En deze netwerken groeien als kool. Met de ‘Shutdown’ in de Verenigde Staten lijkt men zijn voorstel daar nu ineens buitengewoon serieus te nemen. Deze week sprak Barber in New York voor het Citylab van burgemeester Bloomberg, in aanwezigheid van 300 vertegenwoordigers van Amerikaanse steden. Time Magazine riep Bloomberg bij die gelegenheid al uit tot de nieuwe wereldleider.

Tagged with:
 

Governance

On 23 september 2013, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Sturen op samenhang’ (2013) van de Rli:

Belangwekkend advies van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur over Schiphol. Preciezer, het advies gaat over de gewenste governance-structuur rondom de nationale luchthaven. De Raad adviseert deze veel meer in de regio te leggen en minder bij de rijksoverheid – lees: het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Internationaal worden er volgens de raad namelijk enorme kansen gemist. De metropolitane regio Schiphol/Amsterdam weet onvoldoende aansluiting te maken met de dynamiek in metropolitane gebieden elders in de wereld. De Amsterdamse regio telt weliswaar 2,4 miljoen inwoners, maar een aansluiting tussen het vestigingsmilieu rond de luchthaven en het beleid ten aanzien van de luchthaven is volstrekt onvoldoende, omdat de regio geen zeggingskracht heeft over Schiphol. Alles wordt nog steeds in Den Haag beslist. “De raad constateert dat er verbetering van de regionale governance kan bijdragen aan het verzilveren van kansen en aan het verbeteren van de economische concurrentiepositie van de regio en dus van Nederland. Er is een groot economisch belang, Nederland verkeert in een economische crisis. Daarnaast staat de leefbaarheid van de regio onder druk.”

Een hele opluchting is het te lezen, dat ook de raad vindt dat de complexiteit en dynamiek in de metropolitane regio Schiphol/Amsterdam niet alleen een gegeven is, maar ook een kwaliteit. “Vitale regio’s ontwikkelen zich juist door en dankzij dynamiek. Het is niet verstandig om de dynamiek van de regio te willen vangen in bestuurlijke structuuraanpassingen.” In plaats daarvan lijkt het de raad veel verstandiger om de regio in staat te stellen ‘flexibele samenwerkingsarrangementen te organiseren.” Zij acht het essentieel dat de krachten en visies regionaal worden gebundeld. Hier nog een verhelderd en verstandig citaat: “De deuren binnen het huis moeten openstaan om constructieve samenwerking tussen overheden mogelijk te maken. In de beeldspraak van het huis pleit de raad voor verbetering van het trappenhuis, zodat het gemakkelijker wordt voor overheden om met elkaar in contact te komen en met elkaar samen te werken. Overheden moeten wel meer oog en oor hebben voor geluiden uit de samenleving en initiatief nemen tot en anticiperen op arrangementen met niet-overheidspartijen.” Een veel flexibeler vorm van governance is noodzakelijk, maar de rijksoverheid kan deze niet bieden. “Dit betekent dat het Rijk zal moeten leren loslaten.”

Tagged with: