The real blind spot

On 13 mei 2016, in landschap, regionale planning, by Zef Hemel

Read in ‘Blind spot’ (2016) of Vereniging Deltametropool:

 

Got a free copy of ‘Blind spot’, a Dutch glossy on metropolitan landscapes. Huge pictures, huge maps, huge volume. The well designed publication “aims to illustrate the quality of a metropolitan landscape contributing to the economic success of the region by analyzing and drawing comparison from ten international case studies”: Rhein-Ruhr, London, Toronto, Rio de Janeiro, San Francisco, Paris, Johannesburg, Milan, Taipei and Deltametropolis. Deltametropolis is a summation of cities and villages in the Netherlands, totalling a number of 10 million inhabitants, which makes a territory more than double the size of the former Randstad area. That means half of the country is included, half is excluded. The authors claim the one half is a metropolis. Which it is not, of course, because it is more countryside than city, a chaotic suburban landscape filled with highways, airports, railway tracks, shopping malls, green houses, factory outlet centers, golf courses, stables, office parks. Still, the promotors think it is green and it should be protected. That’s why they are lobbying with the help of this new glossy, comparing their work with those of colleagues in London, Paris and Rio. “Do we use the metropolitan landscape to our economic advantage and do we invest enough in its development and conservation?” Apparently they want more investments in landscape designing and engineering, so they are lobbying for themselves, hoping for a strong client. And yes, Dutch landscape architects were hard hit by the financial crisis.

Distressing is how these architects and government institutions systematically misinterpret cities and governance issues of metropolitan regions. “Despite several attempts since the 1950s, the ‘Randstad’ metropolitan region in the west of the Netherlands has never produced a single metropolitan government. The rural and equalitarian spirit of Dutch politics, with preference towards several smaller independent cities as opposed to a single cosmopolitan center of power and culture, largely explains the lack of an overarching governing body.” Apparently they lack a planning background. I mean, which of the ten metropolitan regions mentioned in this glossy has an overarching governing body? Zero. Why? Because they develop themselves bottom-up. Why exaggerating the Dutch metropolis? It simply does not exist. Why asking for a strong government? Central government in the Netherlands is already too strong. The whole atmosphere of the glossy gives off an odor of strong centralized authoritarianism: a romantic yearning for large scale design interventions, big money, state power, top-down planning. Nothing learned from the crisis. That’s the real blind spot.

Tagged with:
 

Snelwegsociologie

On 26 augustus 2010, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 21 augustus 2010:

Afgelopen weekeinde keerde ik met auto en gezin terug naar Nederland. We reden via Parijs, Lille en Antwerpen. Parijs was een beproeving; om door de metropool te komen hadden we bijna twee uur nodig. Antwerpen ging beter. Daarna Breda. Toen Utrecht. Tot zover niets bijzonders. Na Utrecht begon het feest. We bereidden ons voor op files naar de hoofdstad. Er was immers Sail Amsterdam. Niets van dat al. We zagen leeg asfalt, tientallen meters breed. Tussen Utrecht en Amsterdam ligt sinds vorige week een plak asfalt van een breedte die ik in heel Europa, Parijs incluis, nog niet heb gezien: kilometers lang 2 x 5 rijstroken. Het was hilarisch. Thuisgekomen lees ik in de Volkskrant dat journalist Tijs van den Boomen, tevens snelwegsocioloog, opgetogen is. “Het is natuurlijk een monster van een weg. Vijf rijstroken, plus vluchtstroken links en rechts. Maar kijk goed: op hele stukken is geen vangrail, niet in het midden en niet aan de zijkant. De slootjes lopen door tot aan de weg. Daardoor is het een heel dunne plaat asfalt geworden, met een maximale breedte maar met een minimale impact op het landschap.”

Had ik niet goed gekeken? Ik had helemaal geen landschap meer gezien, laat staan slootjes, ook al reed ik met mijn twintig jaar oude Volvo helemaal in de rechterbaan. Ik zag alleen maar asfalt. En links zag ik vooral hoogspanningsleidingen boven het asfalt uitkomen. Even, heel even, toonde zich het landschap. Ter hoogte van Vinkeveen werd de snelweg opgetild. Socioloog Van den Boomen had het ook opgemerkt. In de Volkskrant wordt hij als volgt geciteerd: “En dan dat viaduct bij Vinkeveen, waar je opeens zo majestueus wordt opgetild boven het landschap.” Wat je dan ziet, zegt hij er niet bij. Heel in de verte zag ik Amsterdam liggen. Minder hoog rees de hoogbouw van ‘s lands hoofdstad dan die van ‘s lands tweede stad, maar de impact was verbluffend. Van de Boomen zwijgt er verder over, maar de krant citeert, heel fraai, de Limburgse minstreel Gé Reinders. Die schreef al in 1995, nog lang voordat al dat asfalt was gestort: “Schitterende weg, de A2. Onnederlands bijna. (…) Volg deze weg 362 kilometer. Kijk, dan ga je ergens naartoe. Dat kennen wij niet, behalve op de A2, een beetje dan. De magie van het eindpunt draagt daar ook aan bij: Amsterdam, symbool van de vrijheid.” Mooi niet? Dàt is pas snelwegsociologie.

Tagged with: