Verslaafd aan olie

On 14 juli 2017, in infrastructuur, innovatie, by Zef Hemel

Gehoord bij ShareNL, Amsterdam, op 4 juli 2017:

Afbeeldingsresultaat voor autodelen

Bron: KpW 2012

MAAS staat voor ‘Mobility As A Service’. MAAS gaat over een transitie in mobiliteit, waarbij de consument  niet meer investeert in eigen transportmiddelen, maar mobiliteit inkoopt via een provider. Dus geen auto meer voor de deur, maar gewoon een ritje inkopen. MAAS gaat over delen en is duurzaam en wordt sterk aangedreven door digitale platforms. Nooit eerder is het zo gemakkelijk geweest om alle vormen van mobiliteit aan elkaar te koppelen en als één dienst door middel van een app aan te bieden aan burgers die willen bewegen en de persoonlijke keuze willen maken. Niet dat het al veel gebeurt. MAAS veronderstelt het delen van alle data rond vervoer. Tot nog toe bedient ieder bedrijf zijn eigen klanten. Ondertussen blijven de meesten van ons verstokte autorijders. Afgelopen week was er de vierde MAAS Meet-Up, georganiseerd door de https://www.amsterdameconomicboard.com/. Dit keer ging het over de gebruiker zelf. Drie sprekers gaven hun beeld van de gebruikers van mobiliteit. Gebruikers van autodeelsystemen wel te verstaan. Hoe denken zij en wat willen zij eigenlijk? Wanneer nemen ze afscheid van het autobezit? Richard Hoving, business connector van de Board voor mobiliteit, modereerde.

Ananda Groag van ShareNL meende dat mensen van nature graag willen bewegen, op elk moment, vanaf elke plek. Congestie houdt ze echter tegen. Deelsystemen kunnen helpen mits ze door werkgevers en overheden met kracht worden ondersteund. Pas als autobezit echt onaantrekkelijker wordt gemaakt, zullen mensen MAAS omarmen. Nicole Stofberg van de UvA veronderstelde dat mensen eerst vertrouwen moeten hebben in de deelsystemen voordat ze zullen overstappen. Autodelen is echt anders dan autohuren. Zien mensen wel het verschil? Ze wees op de verrassende omslag bij bewoners die nooit hun woning wilden delen, maar die nu massaal in Airbnb zijn gestapt. Karina Tiekstra van MyWheels gaf inzicht in haar klanten. Die zitten vooral in de grote steden. Autodelen noemde ze iets typisch grootstedelijks, maar, voegde ze eraan toe, ook kleinere steden als Culemborg kennen communities die auto’s delen. Om grote aantallen ging het echter niet. Iemand in de zaal wist zeker dat we hier te maken hebben met een ernstige vorm van verslaving: autorijden. Zelf denk ik dat Tiekstra gelijk heeft: het delen van voorzieningen is grootstedelijk. Dat autodelen in Nederland niet marcheert komt doordat onze steden relatief klein zijn. Echte congestie kennen we niet.Wij leven in een suburbaan reservaat, vergelijkbaar met de ergste Amerikaanse autosteden. Dat Rotterdam en Den Haag nauwelijks autodelen kennen geeft aan dat de uiteengelegde Zuidvleugel stelselmatig voorrang heeft gegeven aan de auto. Het is de gespreide ruimtelijke configuratie die ons verslaafd heeft gemaakt.

Tagged with:
 

Rondje Randstad XXL

On 13 juni 2017, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in De Telegraaf van 7 juni 2017:

Afbeeldingsresultaat voor hyperloop lelystad

Hyperloop One heet het bedrijf. Het wil 6275 kilometer hyperloop aanleggen door heel Europa, te beginnen met Nederland. In Flevoland moet een testbaan voor het ultrasnelle vervoermiddel komen. Demissionair minister van Infrastructuur Mw. Melanie Schultz van Haegen wil al binnen een maand hierover een beslissing nemen. Dat klinkt kordaat, nee visionair. Het onderwerp is ook sexy. Maar lag er niet een testbaan van de magneetzweefbaan bij Lathen net over de grens in Duitsland die eind jaren negentig door Nederlandse politici ook al uitgebreid werd getest? De firma Siemens zou de hele Randstad ermee ontsluiten. Iedereen sprak al over het ‘Rondje Randstad’. Het kwam er niet. Op 22 september 2006 vielen 23 doden waarna de testbaan ijlings werd gesloten. Nooit meer iets van de Maglev gehoord. Ondertussen bouwen de Japanners een snelle Maglev-verbinding tussen Tokio en Nagoya die in 2027 gereed moet zijn. Het tracé loopt dwars door de bergen en voert door eindeloze tunnels. Maximale snelheid: 505 kilometer per uur. De reistijd tussen de twee steden zal worden teruggebracht naar 40 minuten. Kosten: 50 miljard euro.

Gaat Nederland de Japanners overtreffen? En welke steden zou zo’n hyperloop dan moeten verbinden? In een persbericht las ik over Amsterdam, Rotterdam, Eindhoven, Den Bosch, Arnhem en Lelystad als kandidaat-steden. Ergens trof ik ook een kaartje. Een ‘Rondje Randstad’ XXL dus. Maar: hoezo Arnhem? hoezo Lelystad? Veel verkeer tussen deze stadjes is er niet. Arnhem heeft net een duur HSL-station gekregen zonder HSL. Tussen Amsterdam en Rotterdam hebben we al een kostbare hogesnelheidsverbinding. Gaan we die dan beconcurreren? Of gaat Den Haag een hyperloop beloven aan Brabant en moet er een lus via provinciehoofdstad Den Bosch worden getrokken? Dat wordt dan een duur Haags cadeau. Nee, op termijn, las ik, denkt de minister aan een hyperloopverbinding tussen Lelystad en Schiphol. Hiermee zou ‘één luchthaven, verdeeld over twee steden’ worden bereikt. Hyperloop in politiek Den Haag heeft dus niets te maken met de ontwikkeling van Nederlandse steden, maar alles met overstappen op Schiphol. Het is gewoon weer het oude mainportdenken. Ondertussen heeft de Shinkansen tussen Tokio en Nagoya zijn maximale capaciteit bereikt. Die Maglev is daar dringend nodig. Maar ja, Tokio en Nagoya zijn echte metropolen. Moeten wij niet eens echte steden gaan bouwen, met goed openbaar vervoer? Ten slotte de toegift:

Afbeeldingsresultaat voor hyperloop one germany

Afbeeldingsresultaat voor hyperloop one germanyAfbeeldingsresultaat voor hyperloop one germany

Afbeeldingsresultaat voor hyperloop one germanyAfbeeldingsresultaat voor hyperloop one germany

Tagged with:
 

Arrogant Amsterdam

On 23 maart 2017, in economie, politiek, by Zef Hemel

Gehoord in CREA, Amsterdam, op 21 maart 2017:

Afbeeldingsresultaat voor napoleon in amsterdam

Slechts kort was Amsterdam de hoofdstad van Nederland. Het idee was Frans, niet Hollands. In het keizerrijk van Napoleon I bestonden feitelijk drie hoofdsteden: Rome, Parijs en Amsterdam. Amsterdam telde destijds liefst 200.000 inwoners en was veel groter dan Berlijn. Ook de latere koning Willem I kon in 1814 niet om Amsterdam heen. Aarzelend wees hij de stad aan het IJ aan als hoofdstad van zijn prille monarchie. Maar Brussel wilde dat niet accepteren. Nog steeds is Amsterdam niet een echte hoofdstad. In de grondwetswijziging van 1983 werd ze weliswaar aangewezen als de plek voor de inhuldiging van de nieuwe koning, maar dat is het dan ook. Dat stelde historicus Remieg Aerts in de vierde Amsterdamlezing van dit jaar. Ook de inwoners van Amsterdam zelf, voegde de nieuwe hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de UvA er fijntjes aan toe, voelen zich geen trotse Nederlanders. Amsterdam is altijd een echte havenstad geweest die meer gericht was op de wereld. Het IJ was haar werkelijke gezicht. Met haar directe omgeving of achterland wilde ze liever niets te maken hebben. Omgekeerd voelen de Nederlanders weinig warme gevoelens voor Amsterdam. Ze hebben die Amsterdammers altijd arrogant gevonden.

Aerts wees op de grote invloed van Schiphol en de internetknoop in de Watergraafsmeer op de Amsterdamse economie in de laatste decennia. De stad heeft zich na 1970 rigoureus omgedraaid naar het zuiden. De Zuidas is nu haar werkgebied. Opnieuw is ze veel sterker dan de rest van Nederland internationaal georiënteerd. Nieuwe clusters rond creatieve industrie en het moderne zakenleven weet ze aan zich te binden; omgekeerd heeft haar internationale aantrekkingskracht een zelfversterkend effect. Amsterdam heeft daardoor, opnieuw, een unieke positie binnen Nederland veroverd, en dat in vrijwel elk opzicht. Opnieuw negeert ze de rest van Nederland. Aerts duidde haar nieuwe economie aan als innovatief, experimenteel, hedonistisch, post-materialistisch, grootstedelijk, geglobaliseerd. Een werkstad is ze allang niet meer. Iedereen wil er naartoe, “gewoon om er te zijn”. Terwijl Rotterdam en Den Haag verarmen en de randen van Nederland vergrijzen en krimpen, kookt Amsterdam over. Ook politiek wijkt de stad met Denk, GroenLinks en Partij voor de Dieren steeds scherper af. Haar grootste bedreiging is een vastlopende woningmarkt met veel te hoge prijzen. Maar om Amsterdam nu snel in omvang te verdubbelen vond Aerts een brug te ver. Aerts, die zelf in Arnhem woont, meent dat de meeste Nederlanders toch liever buiten willen wonen. Trouwens, door te verdubbelen zou Amsterdam de rest van Nederland leegzuigen. Iemand in de zaal wierp tegen dat een ‘Global City’ als Amsterdam zich van zulke motieven toch niets aantrekt en dat hij wel begreep dat een hoogleraar Vaderlandse geschiedenis zoiets beweerde. Het was de meest arrogante opmerking van de avond.

Tagged with:
 

Some Orange in a Dark Blue Sea

On 17 maart 2017, in politiek, by Zef Hemel

Read on Twitter, by @JossedeVoogd:

Last week, there were national elections for Dutch parliament. The social-democrats of Mr. Asscher got a fatal blow, the liberal-conservative party of Prime-Minister Rutte stayed the biggest, the Green party of the young Mr. Klaver was rather successful, but the leftist parties in general continued to shrink, while Dutch populism is on the rise. Mr. Wilders’s PVV became the second biggest party, so you might conclude that he is the real winner. And Mr. Rutte’s party, the VVD, which showed a nasty populist face in the campaign, became a lot weaker and lost more than twenty percent of its votes. After the murder on Rotterdam-based Mr. Pim Fortuyn in 2002, the Low Countries have changed in a most dramatic way. Even the PvdA of Mr. Asscher became ‘patriotic’. Some were hoping for a young Trudeau in the Netherlands. Their hope evaporated. This country got a near-Trump victory. Geographer Josse de Voogd produced a great map that shows the new Dutch political landscape in a most horrible way, as if most of the Netherlands got flooded.

In the political geography of the Netherlands, more and more Amsterdam is becoming an orange, leftist island in a deep blue sea of nationalism and ultra-right wing conservatism. The Green party of Mr. Klaver, which has its base in the capital city, was able to attract more than a million mainly young voters and was the only party that really could mobilize people by organizing mass-meetings in Amsterdam Southeast. The liberal party of Mr. Pechtold – D66 is also an Amsterdam invention – followed. But look at the other big cities, Rotterdam and The Hague, and see how its inhabitants voted: the populist party became almost the biggest; for Mr. Rutte, Rotterdam was a narrow escape. While Amsterdam voted left-liberal, Rotterdam and The Hague were dominated by the right wing-populist parties. The Rust Belt in the Netherlands seems to be growing fast, due to decades of planned suburbanization, because Zeeland, Limburg, Groningen and Drenthe all are following the Rotterdam voting now. Amsterdam and Utrecht are the exception. This fuels the aggression in the rest of the Netherlands. They think Amsterdam is arrogant, a ‘bubble’. It is not. Amsterdam is a Global City. It is the rest of the country that is having an ever bigger problem.

Tagged with:
 

Amsterdam en de rest

On 12 januari 2017, in ethiek, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 11 januari 2017:

Afbeeldingsresultaat voor josse de voogd het parool

percentage hoogopgeleiden (blauw: hoog). Bron: CBS, Compendium voor de leefomgeving.

Opmerkelijke opinie van geograaf Josse de Voogd in de Amsterdamse krant Het Parool van 11 januari 2017. De Voogd is een Nijmeegse geograaf die naar Amsterdam is getrokken, althans hij is daar medewerker van de Universiteit van Amsterdam, net als ik verbonden aan de afdeling Geografie, Planologie en Ontwikkelingsstudies. De Voogd, die eerder schreef over de ‘witte kloof’’, stelt vast dat de verschillen tussen Amsterdam en de rest van Nederland groeien, economisch, maar ook mentaal. En de trek van vooral hoogopgeleiden naar Amsterdam houdt aan, met als gevolg dat het wonen in die stad steeds duurder wordt, ook omdat er te weinig wordt gebouwd. Amsterdammers leveren daarom in op vierkante meters. Maar dat is het punt niet. Volgens De Voogd begrijpen ‘elitaire Amsterdammers’ de gewone Nederlanders niet meer, en doordat ze goedgebekt zijn en de media gemakkelijk bereiken domineren ze het maatschappelijke debat. Ze hebben niet in de gaten dat de rest van het land heel anders denkt dan zij. Amsterdammers leven in een cocon. Hij vindt het tijd worden dat ze dimmen.

Wat de aanhoudende trek naar Amsterdam betreft heeft De Voogd gelijk. Ook is het correct dat het vooral hoogopgeleiden zijn die al jaren voor de hoofdstad kiezen. De Voogd is er zelf een voorbeeld van, hoewel hij inmiddels niet meer in Amsterdam woont. Zelf koos ik in 1981 voor de bestemming Amsterdam. Betekent dit dat ik in een cocon leef en dat ik de rest van Nederland niet meer begrijp en dat ik nu moeten dimmen? Ik denk het niet. Intellectuelen dienen het voortouw te nemen in het maatschappelijk debat, ook als ze bij elkaar op een kluitje wonen; dat is hun natuurlijke rol. Amsterdammers geven ook graag hun mening – denk aan Bas Heine, Paul Scheffer, Ewald Engelen. Trouwens, uitgerekend hoogopgeleiden hebben donders goed in de gaten dat er een ‘tweedeling’ groeit, sterker, daar schrijven ze al jaren vlammende opiniestukken over. De burgemeester van Amsterdam, Eberhard van der Laan, sprak bij zijn aantreden in 2010 over Amsterdam als ‘verantwoordelijke hoofdstad’. Zelf schreef ik onlangs een boek, getiteld ‘De toekomst van de stad’, waarin ik het toenemende contrast tussen Amsterdam en de rest in het licht plaats van aanhoudende metropoolvorming. Dimmen is wel het laatste wat Amsterdammers moeten doen. Nee hoor, het vraagstuk moet in alle openheid worden besproken.

Tagged with:
 

Spreiden, een Nederlandse ziekte

On 3 januari 2017, in cultuur, toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 31 december 2016:

Kijk nou, daar heb je het weer. Spreiding. Een niet uit te roeien neiging in dit land. Ditmaal het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC Holland Marketing). Omdat het museumbezoek zich ruimtelijk steeds meer concentreert in de grote steden (20 van de 30 miljoen museumbezoekers kiest voor de musea in de grote steden in de Randstad) ontwikkelt het NBTC ‘verhaallijnen’ die provinciesteden in Nederland inhoudelijk aan Randstedelijke locaties moeten koppelen. Helemaal aan top: Amsterdam (lees: de binnenstad) met 14,3 miljoen jaarlijkse museumbezoekers, dat is de helft van het totale bezoek aan Nederland. Teveel in Amsterdam dus. Het moet minder. De eerste verhaallijn, ‘Van Gogh’, dateert van 2015. Hiermee probeert het Bureau de 2,1 miljoen bezoekers van het Van Goghmuseum in Amsterdam te verleiden ook Gelderland (Otterloo) en Brabant (Zundert en Nuenen) te bezoeken. Andere verhaallijnen zijn ‘Nederland Waterland’, ‘De Gouden Eeuw’, ‘Mondrian to Dutch Design’ en ‘Kastelen en landhuizen’. Regionale musea moeten zo meeprofiteren van de Amsterdamse groei. Iedereen moet, kortom, in de auto of in de trein. De directeur van de Museumvereniging zegt het zo: “Er zijn twee redenen om toeristen meer te spreiden over het land: je haalt de druk weg van plekken die je zou moeten ontlasten en, tweede reden, in krimpgebieden komt extra activiteit.

Alles wordt eraan gedaan om te voorkomen dat er een ruimtelijke concentratie ontstaat. Opzettelijke spreiding moet ervoor zorgen dat alles wordt verdund. Lukt het niet via een ‘rechtvaardige’ verdeling van de overheidssubsidies over de twaalf provincies, dan gaat het wel via nationale ‘verhaallijnen’. De gedachte om musea organisch in een grootstedelijke setting te laten bloeien krijgt domweg in ons land geen kans. Het argument dat het ergens te druk wordt is hier al snel voldoende om alles uit de kast te halen om het platteland te bevoordelen. Hoezo te druk? Drukte hoort nu eenmaal bij grote steden. En het moet gezegd, eindelijk doen onze grote steden het weer goed. Decennialang werden ze verwaarloosd en aan hun lot overgelaten. Nu ze zich hebben hersteld ontstaat er eindelijk weer echte drukte op straat en dus ook drukte voor de kassa’s van de musea. Drukte heeft een intrinsieke kwaliteit. Door drukte ontstaat er druk om gedurfder uit te pakken en beter te presteren. Drukte leidt tot meer kwaliteit en tot minder autokilometers. Vandaar dat de beste musea ter wereld zich in grote steden bevinden. Gaat u  naar een museum in Utica als u in New York bent? Jammer voor de provinciesteden. Weet u wat ik denk? Door nationale instanties als het NBTC wordt Nederland steeds meer opgevat als één grote stad: Holland City. Maar Nederland is helemaal geen stad, moet dat ook niet worden. Spreiden is een Nederlandse ziekte. Niet grootstedelijk en ook niet duurzaam.

Tagged with:
 

Een andere agenda

On 18 december 2016, in duurzaamheid, migratie, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen op US Global Investors op 18 mei 2011:

Emerging Europe's Middle and Affluent Class Equal to that of China

 

Afgelopen week een lezing gegeven aan schoolleiders van Haagse VWO-scholen. Wat volgde was een boeiend, drie uur durend gesprek dat zich vooral richtte op onze Europese perceptie van globalisering versus een Aziatische. Boodschap: ons West-Europese superioriteitsgevoel staat ons in de weg om de nieuwe werkelijkheid onder ogen te zien. Dat is er een van een snel groeiende middenklasse in Azië, Oost-Europa en Zuid-Amerika dankzij massieve urbanisatie. Ik schreef er al over in NRC Handelsblad eind september 2016. Dus terwijl in het Westen de gesuburbaniseerde middenklasse relatief slinkt, groeit deze elders in de wereld, maar dan ècht urbaan, onstuimig. Het wonder doet zich nota bene voor in onze voormalige koloniën. We kijken nog steeds neer op de megasteden met hun sloppenwijken in China, India, Turkije en Indonesië. Nog steeds beseffen wij niet dat juist daar een omvangrijke middenklasse groeit. In China omvat deze nu al 149 miljoen zielen. In Rusland gaat het om 70 miljoen mensen. In 1989 was er in deze landen nog bijna geen middenklasse. In 2025, zo schat McKinsey Global Institute, zullen er meer kinderen in middenklasse-gezinnen geboren worden in China, Latijns Amerika en Zuid-Azië dan in Europa en de VS bij elkaar.

De vraag die de rectoren bezighield was wat wij in Nederland zouden moeten doen. Ik antwoordde: alsnog een metropool ontwikkelen. Maar Londen dan, wierpen zij tegen? Die stad is te duur, dat  is toch afschuwelijk? Nee, uitgerekend Londen ontwikkelt een nieuwe multiculturele middenklasse. Toen ik vertelde dat de Nederlandse regering, samen met de provincies, in feite van het hele land één grote, sterk verdunde stad wil maken, keek iedereen mij glazig aan. Maar toen ik liet zien dat dit tot de minst duurzame metropool op aarde zal leiden, met bovendien maar weinig agglomeratievoordelen en vrijwel geen mogelijkheden voor integratie en de vorming van een nieuwe middenklasse, terwijl bijvoorbeeld de Japanse megasteden de aarde veel minder belasten en de Indiase megasteden minderheden kansen op vooruitgang bieden, begon er iets te dagen. Aziatische verstedelijkingsmodellen worden, ondanks buitenlandse handelsmissies naar het Verre Oosten, in Europa niet geaccepteerd. Men aanvaardt wel de schaalvergroting, maar niet de dichtheid. Men wil wel groeien, maar zonder migranten. Men verkiest suburbs boven hoogbouw. Men bouwt liever aan bestaande spoorlijnen dan aan metro in onze grote steden. Productiviteitsgroei kan de krimpende middenklasse nooit compenseren.  We hebben, concludeerden de rectoren, inderdaad een andere agenda nodig.

Tagged with:
 

Ruimte genoeg

On 5 december 2016, in economie, infrastructuur, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 28 november 2016:

Afbeeldingsresultaat voor trump infrastructure investment

Was het een grap? Vorige week maandag kopte Het Parool: “Minister Schultz: ‘Heel veel ruimte voor meer asfalt’.” De Minister van Infrastructuur, Melanie Schultz van Haegen (VVD) werd door de Amsterdamse krant aan de tand gevoeld over de files. Ze groeien weer, en hoe. Vooral rond de hoofdstad is de situatie hopeloos. En wat zegt de minister? “De wegen zijn op onze landkaarten breed ingetekend. Maar maak eens een helikoptervlucht en je zult zien dat er nog heel veel ruimte is voor meer asfalt.” Maar, vraagt de journalist, bent u niet bezig met een onmogelijke missie? De minister: “Ga eens naar een grote stad in een ander land: Iran, China of Indonesië. Nergens verloopt het verkeer zo soepel als hier. We kunnen files oplossen, juist omdat we geen enorme metropolen hebben en relatief veel, goed onderhouden wegen.” Laat het tot u doordringen: in plaats van een metropool te bouwen kiest deze minister van Infrastructuur en Ruimtelijke Ordening voor meer asfalt tussen de steden. Volgens haar is er ruimte genoeg. Ruimte genoeg voor wegen, niet voor grotere steden. Natuurlijk is het verkiezingsretoriek, dat begrijp ik ook wel. Het zou grappig zijn geweest als het niet ernstig was. Om de files de baas te worden en beter openbaar vervoer te krijgen moeten we juist een metropool bouwen. Maar dat is kennelijk niet de agenda van Den Haag zo vlak voor de verkiezingen en na ‘Het jaar van de ruimte’.

De provocatie van de minister kan ook anders gelezen worden. De recente verkiezingen in de Verenigde Staten analyserend beseffen politici overal ter wereld dat hun kiezers meer infrastructuur willen. Donald Trump werd ermee gekozen. Trump kopieerde Xi Jinping. Diens ‘Chinese droom’ omvat, naast honderd nieuwe vliegvelden en nog meer hogesnelheidstreinen, de bouw van een Nieuwe Zijderoute naar Europa en Afrika. Poetin wil hetzelfde in Rusland. Erdogan in Turkije belooft grote binnenlandse infrastructurele werken om de stukgelopen economie weer aan de praat te krijgen. Theresa May wil overhaast een knoop doorhakken en een derde landingsbaan op Heathrow aanleggen. Het Chinese model van het staatskapitalisme met zijn nadruk op mega-infrastructuur is bezig aan een snelle opmars in de wereld. Met het succes van Trump in het achterhoofd lijkt de vertrekkende Nederlandse minister van Infrastructuur nu ook mee te willen blazen in het koor van sterke wereldleiders. Nog meer asfalt belooft ze om de financiële crisis het hoofd te bieden. Welkom in de grote depressie van de jaren dertig. Sterke staten beloofden ons toen veel banen door nieuwe infrastructuur aan te leggen en het hele land te ontsluiten. Om dat allemaal te betalen molken ze de steden uit. We kwamen terecht in een wereldoorlog. Teveel infrastructuur werkt niet. Je moet juist grote steden bouwen. Staten begrijpen steden niet.

Tagged with:
 

March of Folly

On 19 november 2016, in infrastructuur, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gehoord in Den Bosch op 10 november 2016:

Afbeeldingsresultaat voor verstedelijking nederland

De uitnodiging kwam van VVAO Tilburg-Den Bosch, de Vereniging van vrouwen met hogere opleiding in Brabant. Ik zou spreken over ‘De toekomst van de stad’, mijn nieuwste boek. De reis ging van Amsterdam naar Den Bosch. De trein naar het zuiden zat die avond afgeladen vol. Maar de snelweg bood geen alternatief, want ook daar zat alle verkeer muurvast. Het weer was guur, nou ja het regende. Niet veel aan de hand dus, zou je zeggen. Maar met 900 kilometer file (dat is een file over een lengte van Amsterdam naar Zürich) bevond ik mij in de drukste avondspits van het jaar. Vanaf het Bossche station kreeg ik een lift met de auto naar kasteel Maurick in Vught. Ook aan de achterkant van het station stonden al lange files. Welkom in de Nederlandse polder. Geen betere aanleiding om die avond mijn betoog af te steken over de noodzaak van een metropool. Ik toonde de verstedelijkingskaart van Nederland waarop het leek alsof een fragmentatiebom in de twintigste eeuw een denkbeeldige metropool uiteen had doen spatten. Overal lagen brokjes stad verspreid over het land. Direct stuitte ik op verzet. Dat we een ernstige fout maken door wonen en werken ruimtelijk te spreiden, provincie bij provincie, alles in een extreem lage dichtheid, en daar maar aan vast te houden, wilde er bij de hoogopgeleide dames niet in. Dat inzicht groeide pas later die avond.

De dagen erna las ik de kranten. Opnieuw pleitten lezers voor nog meer asfalt, nog snellere treinen, zelfs weer voor de invoering van rekeningrijden. In De Volkskrant stelde een lezer voor om het spreidingsbeleid van de rijksoverheid te hervatten. Volgens deze meneer waren de grote steden de oorzaak van alle ellende: ‘Grote steden, grote files’ stond er boven zijn ingezonden brief. Nee meneer, het is andersom. Juist door het ontbréken van grote steden kampen wij met het ernstigste verkeersinfarct op aarde. En het wordt de komende jaren nog veel erger. Want de regering wil onze treinen door het land laten rijden alsof ze metro zijn en spendeert daartoe miljarden aan nieuwe wissels en perronverleningen; ze koerst bovenal op verdere wegverbredingen die het fileleed op termijn alleen nog maar zullen verergeren. Net als u begrijpt Den Haag niet dat Nederland behoefte heeft aan één grote stad. In plaats daarvan stimuleert ze verdere ruimtelijke spreiding, ook richting Brabant, en zet ze volop in op mega-infrastructuur. Het geheel duidt ze aan als Deltametropool. Wat een misvatting. Barbara Tuchman noemde zo’n collectieve actie richting afgrond een ‘March of Folly’. De wereld heeft er volgens haar verscheidene gekend. Zo’n mars kan alleen worden gestopt door oorlog of, in dit geval, door bevolkingskrimp.

Gemiste kans

On 10 november 2016, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De emancipatie van de periferie’ (2016) van Floris Alkemade:

 

Charmant maar flets essay van de rijksbouwmeester, Floris Alkemade. Of eigenlijk is het een gesproken tekst bij plaatjes. Op 1 november lanceerde Alkemade zijn ‘Emancipatie van de periferie’ in Scheveningen tijdens het zogenoemde rijksbouwmeesterscongres. In het verhaal, aldus het bijgeleverde persbericht, “ageert hij tegen de focus van planners op de stadscentra en pleit hij voor het benutten van de dynamiek en ruimte die de periferie biedt.” Hoezo focus van de planners op de stadscentra gericht? Was het maar waar. De focus van VINEX  en post-VINEX is juist op netwerken gericht, op dit moment ontbreekt zelfs elke focus. Het is een oude retorische truc: je afzetten tegen een denkbeeldige vijand. Geen woord over duurzaamheid, want daar is deze nationale bouwmeester niet van. Wel iets over leegstand. Maar denk niet dat dit tot inkeer leidt. Leegstaande woningen zullen verloederen en moeten dus worden gesloopt, maar Alkemade bestemt ze voor werken. Dream on! Opnieuw een pleidooi voor suburbanisatie en ruimtelijke spreiding afkomstig uit Haagse kokers. We komen er maar niet van af. Nee het is nog veel erger. Volgens de Brabander Alkemade heeft de Randstad afgedaan en moeten we het stedelijke veld nog veel groter trekken. Hij spreekt van een uitvergrote Randstad richting zuiden en oosten, precies zoals de bedenkers begin jaren ‘60 hadden voorspeld.

Wanneer hij over de structuur van de nationale verstedelijking schrijft, noteert Alkemade het volgende:  “Binnen deze structuur valt de zelfstandige kracht van Amsterdam op dat als enige echte Nederlandse metropool een uitzonderlijk sterke identiteit en aantrekkingskracht heeft.” Dit rangschikt hij onder “het fenomeen van de ongeremd aantrekkelijke hoofdsteden (…).” Een kaartje van Parijs zet hier de toon. Ja, Parijs! Banlieus! Het leidt volgens hem tot een ‘altijd weer pijnlijke segregatie van kansrijken en kansarmen’. Niet goed dus. Waarop hij de zoveelste lofzang op de polynucleaire structuur van de Nederlandse verstedelijking zingt. Alkemade: “Juist de open structuur biedt condities en een dynamiek die een palet aan gespreide ontwikkelingen mogelijk maakt.” Niet dus, juist een compacte, verdichte structuur biedt gunstige condities voor innovatie, ontwikkeling en bloei. Maar nee hoor, we gaan weer ruimtelijk spreiden. “Op het moment dat het verstedelijkte midden van Nederland in al zijn samenhang onderzocht en ontwikkeld wordt, ontstaat een metropool met ongekende kwaliteiten.” Nee joh, dan ontstaat er een zeer dunbevolkte metropool van bizarre afmetingen en gedomineerd door infrastructuur en verstoken van grootstedelijkheid. Zullen we dit maar beschouwen als een gemiste kans?