Economie van New York City is groter

On 12 juni 2018, in economie, by Zef Hemel

Gelezen op World Economic Forum van 15 februari 2016:

Afbeeldingsresultaat voor this map will change the way you see the us economy

Bron: World Economic Forum

Afgelopen maandag gaf ik in Eindhoven een lezing over ‘Triomf van de stad’ als aftrap voor een nieuwe ronde ‘Fonds on Tour’. Fonds wil in dit geval zeggen: het Fonds Podiumkunsten. Onder andere vertelde ik de aanwezigen over de enorme economische trekkracht van metropoolregio’s in de wereld, die vaak de omvang van landen evenaart, en noemde daarbij een aantal voorbeelden. Terwijl ik mijn cijfers checkte, kwam ik dat ene korte artikel weer tegen van Emma Luxton op World Economic Forum, getiteld ‘This map will change the way you see the US economy’. Het dateert van februari 2016. Te zien is een fantastische animatie van de VS waarin de omvang van stedelijke en agrarische economieën naar de voorgrond dringen als bollende oppervlaktes. Kijk maar: https://www.weforum.org/agenda/2016/02/this-map-will-change-the-way-you-see-the-us-economy/  Strekking: de economie van de metropoolregio New York – groot 1.5 biljoen dollar -  is groter dan elke andere regio in de Verenigde Staten en ook groter dan die van elf landen, waaronder Australië en Zuid-Korea. De economieën van San Francisco en Los Angeles zijn samen even groot als die van New York. In het algemeen leveren de grootste steden aan de Oostkust en de Westkust van de VS de grootste bijdrage aan de economie van het hele continent. Een soortgelijke kaart is te vinden op Allthatsinteresting.com: de helft van de economie van de VS wordt verdiend in slechts een handjevol steden.

Zo’n kaartje zou ik ook wel eens van Nederland willen maken. Nu weet ik zeker dat het Nederlandse platteland beter presteert of, omgekeerd, dat de grote steden in Nederland als het aankomt op economische trekkracht minder dramatisch naar de voorgrond zullen dringen dan in de Verenigde Staten. Dat heeft in de eerste plaats te maken met de geringe omvang van onze grote steden – wij kennen geen New York of Los Angeles –, en, daarmee samenhangend, het ontbreken van voldoende agglomeratiekracht. Veel armoede zit bovendien vast in onze grote steden, die wij decennia hebben verwaarloosd. Tegelijkertijd subsidiëren wij het platteland via Europese landbouwsubsidies en moedigen wij suburbanisatie aan met fiscale woonwerktoeslagen, het bieden van ov-jaarkaarten, de instelling van regionale fondsen, de spreiding van overheidsinvesteringen, de bouw van achterlandverbindingen, en ook door massieve investeringen in railinfrastructuur. Gevolg: logistiek en agrifood zijn bij ons veruit de grootste economische sectoren. Met onze zeventien miljoen inwoners zouden we de economie van New York (met slechts 12 miljoen inwoners) gemakkelijk naar de kroon moeten kunnen steken. Maar dat doen we niet. Onze nationale economie is niet groter dan die van Los Angeles. 

Schiphol alleen is niet genoeg

On 30 april 2018, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 15 maart 2018:

Afbeeldingsresultaat voor global city hypothesis

Morgen vlieg ik naar Londen, de stad die nog steeds baalt omdat ze de komst van het hoofdkantoor van Unilever is misgelopen. Zou het werkelijk? ‘Een klap voor de Britten, een opsteker voor Rotterdam’, kopte de Volkskrant op 15 maart 2018. Inmiddels weten we beter. Door de dividendbelasting te verlagen om hoofdkantoren als die van Unilever en Shell in ons land vast te houden, is de Nederlandse regering op dit moment verwikkeld in een vervelend politiek debat met de kamer. Dat nationale debat gaat over memo’s. Mijn probleem is niet zozeer dat Rotterdam een bedrag van 1,4 miljard euro van het kabinet cadeau heeft gekregen zonder dat dit gepaard is gegaan met één extra baan, maar wel dat opnieuw níet is gekozen voor agglomeratiekracht. Hoofdkantoren van internationale bedrijven hou je namelijk niet vast met fiscale maatregelen. Die vestigen zich in wereldsteden. De trek naar zogenoemde ‘Global Cities’ is al decennia gaande en Londen is een mondiale winnaar, ondanks Brexit. Het grote probleem met Nederland is dat het geen wereldstad bezit. Unilever zit in Rotterdam en Koninklijke Shell is gevestigd in Den Haag. Andere Nederlandse hoofdkantoren bevinden zich op de Zuidas in Amsterdam. Alleen wie in de Randstad gelooft ziet hierin een metropolitane opzet. Nederland mist de agglomeratiekracht die nodig is om hoofdkantoren van multinationals goed te kunnen bedienen. Dat is het werkelijke probleem.

In 1986 lanceerde de Amerikaanse planoloog John Friedmann de World City Hypothesis. Hierin stelde hij dat door de economische en financiële globalisering steden steeds belangrijker worden, meer dan natiestaten. In mondiale netwerken gevat oefent nog slechts een tiental steden controle uit over kapitaal- en informatiestromen, deels ook over goederen- en mensenstromen. Binnen deze zogenoemde wereldsteden vormen hooggespecialiseerde intermediaire functies van accountancy, advocatuur en banking de spil in een netwerk van mondiale knooppunten. De nieuwe coördinatiecentra bevinden zich in Londen, New York en Tokio, schreef Saskia Sassen begin jaren ‘90. Nederland wil graag hoofdkantoren vasthouden, maar mist een grootstedelijk centrum als Londen en verliest dus hoofdkantoren. Dit keer dreigen Unilever en Shell ons land te verlaten. De volgende keer zijn het KLM en Philips. De regering denkt met fiscale maatregelen iets tegen deze afkalving te kunnen doen. Op den duur zal het niet werken. Nederland verzuimt om een echte metropool te bouwen. Schiphol en Randstad zijn niet genoeg. Verdere ruimtelijke concentratie is nodig. Amsterdam heeft potentie. Ondertussen groeit Londen onverminderd verder. Ik ga het zien.

Pleidooi voor een wereldregering

On 5 april 2018, in economie, sociaal, by Zef Hemel

Gehoord in CREA Amsterdam op 3 april 2018:

Afbeeldingsresultaat voor don kalb

Bron: CUNY, The Gaduate Center

Zijn onderzoek naar kapitalisme en mondiale ongelijkheid wordt op dit moment gefinancierd met petrodollars uit Noorwegen, net zoals zijn eerdere onderzoek aan de Central European University in Boedapest werd betaald door de Hongaars-Amerikaanse zakenman George Soros. De antropoloog Don Kalb vertelde er boeiend over tijdens de laatste Amsterdamlezing van 2018 die alle in het teken stonden van de toekomst. Voor hem waren de recente politiek-economische verwikkelingen in Hongarije en Polen geen afwijking, maar de voorbode van wat ons te wachten staat. Naarmate het kapitalisme dieper doorwerkt in de samenleving gaat het aanvankelijke gevoel van nostalgie over in een ernstig vermoeden van diefstal en corruptie. Het eindigt in xenofobie. Rechtse partijen weten dit sentiment onder brede lagen van de bevolking slim uit te spelen. Heel precies schetste hij hoe dit in zijn werk was gegaan in het Hongarije van Victor Orbán. Na de Val van de Muur was daar liefst een kwart van de banen verloren gegaan. Die banen zijn nooit meer teruggekeerd, want het post-Maoïstische China voegde zich bij het kapitalisme en concurreerde Oost-Europa er gemakkelijk uit. Intellectuelen in Oost-Europa, aldus Kalb, hadden geen idee wat kapitalisme betekent. Ze huurden nota bene Jefffrey Sachs in, wisten zij veel. De moordende concurrentie heeft hun regeringen een uiterst fragiele belastingbasis bezorgd. Sinds de financiële crisis van 2008 zijn de overheidsschulden enorm opgelopen. Armoede treft grote delen van Oost- en Zuid-Europa. Mensen spreken van diefstal.

De rechts-populistische revolutie die zich in Centraal- en Oost-Europa voltrok, voltrekt zich nu ook in het Westen: boze Amerikanen hebben Donald Trump de overwinning bezorgd, de Britten splitsen zich af, de Duitsers en Nederlanders wanen zich winnaars in een felle concurrentiestrijd tussen landen, premier Rutte heeft een Baltisch-Ierse coalitie gevormd van belastingparadijzen en predikte in Berlijn puur nationalisme, de belastingdruk blijft maar dalen, er komen steeds meer verliezers, nationalisme viert hoogtij, rechts-populistische partijen profiteren, Europa valt uit elkaar, het is een race naar de bodem. Volgens Kalb bevinden we ons in een tijd van grote bifurcatie. Aan de ene kant zijn er degenen die verder willen op de weg van moordende concurrentie, aan de andere kant roeren zich de nazaten van de opstand van 2011. Grote bewondering had Kalb voor iemand als Rutger Bregman die met zijn idee van een basisinkomen de race naar de bodem probeert te stoppen. Stevige belastingen op kapitaal, een expanderende sociale huursector, een vitale democratie en veel meer nadruk op gelijkheid zijn dringend nodig om overeind te blijven. Zoiets kan niet van onderop gebeuren, meende hij. Dit vergt internationale wilskracht en coördinatie. Zo pleitte hij voor een wereldregering. Niet een slappe VN, maar een krachtige wereldgemeenschap die tweehonderd jaar na de geboorte van Karl Marx vanuit zijn hoofdkwartier in New York of waar dan ook een einde maakt aan deze slopende en mensonterende mondiale ratrace vol verliezers. Dat was helemaal aan het slot van zijn vlammende betoog. De volle zaal was onder de indruk.

Tagged with:
 

Gelezen in ‘Groei en krimp’ (2016) van De Groot, Marlet, Teulings en Vermeulen:

Afbeeldingsresultaat voor groei en krimp parool teulings

Bron: Groei en krimp/Het Parool

Coen Teulings is mijn een na laatste gast in de nieuwe reeks Amsterdamlezingen die alle gaan over de toekomst. Teulings is econoom en universiteitshoogleraar aan de Universiteit Utrecht. In het verleden was hij directeur van het Centraal Planbureau, het CPB. In die laatste hoedanigheid schreef hij, samen met Henri de Groot, Gerard Marlet en Wouter Vermeulen, de publicatie ‘Stad en land’ (2010). Daarin vroegen de auteurs zich af hoe het toch komt dat mensen sinds eind jaren tachtig weer massaal naar steden trekken. En waarom is de ene stad populairder dan de andere? Steden worden steeds meer consumptiesteden in plaats van productiesteden. De rol van voorzieningen, ontdekten zij, is cruciaal en drukt zich uit in hogere grondprijzen, maar ook in hogere lonen. De grondprijzen van sommige steden stijgen sterk, vooral die van Amsterdam. Prijsverschillen zijn de afgelopen twintig jaar meer dan verdubbeld. Amsterdam is zowel productie- als consumptiestad. De prijs van de grond in het centrum van Amsterdam is inmiddels tweehonderd maal hoger dan in Oost-Groningen. Anders gezegd, door het maatschappelijk gewenste pakket publieke voorzieningen aan te bieden kan een stad mensen aan zich binden en de grondwaarde doen stijgen. Dat is wat Amsterdam zo goed doet en waarom ze door andere steden wordt benijd.

Twee jaar geleden publiceerden dezelfde auteurs een tweede studie, met als titel ‘Groei en krimp’ (2016). Daarin vroegen zij zich af waar we in Nederland zouden moeten bouwen en waar vooral niet. Die publicatie kreeg, ten onrechte, veel minder aandacht in de pers dan de eerste. Toch liggen beide in elkaars verlengde. Ik citeer: “Het proces van groei en krimp is een nieuwe fase ingegaan: een fase die gepaard zal gaan met scherpere tegenstellingen in regionale ontwikkeling.” Volgens de auteurs is er maar één optie voor de overheid: ‘go with the flow.’ “Bouw daar waar er vraag naar is.” Daartoe berekenden ze de marktwaarde van alle opstallen in heel Nederland. Is die marktwaarde hoger dan de bouwkosten, dan is het verstandig om te bouwen, anders niet. Met behulp van meer dan één miljoen huizentransacties over de afgelopen twintig jaar berekenden ze de meerwaarde tot op postcodeniveau. En wat bleek? Ongeveer de helft van alle woningen in Nederland is op de juiste plek gebouwd. De andere helft niet. Daarmee zijn veel kosten gemaakt, die nooit meer zullen worden terugverdiend. En veel woningen blijken in een veel lagere dichtheid te zijn gebouwd dan economisch gerechtvaardigd. De belangen van projectontwikkelaars, concluderen zij, lopen niet parallel met de economische belangen. Waar zou je in en rond Amsterdam moeten bouwen en in welke dichtheid? Teulings in Het Parool van 5 maart 2017: overal rond Amsterdam, maar niet in Almere. Op maandag 26 maart 2018 spreekt Teulings zijn Amsterdamlezing.

Tagged with:
 

A safe bet

On 23 februari 2018, in landschap, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 2 december 2017:

Afbeeldingsresultaat voor wadland wijers

Bron: Eo Wijersstichting

Wat zal er in de toekomst gebeuren met het Nederlandse platteland? Veel mensen vinden dat er teveel aandacht is voor de steden. Als onze steden groter worden, zal dat niet ten koste gaan van het landelijk gebied? Waar blijven al die mensen en wat komt ervoor in de plaats? In The Economist las ik een interessant artikel over de snelle opmars van bosbouw in Europa. “Trees are spreading in almost every European country.” Vooral in Ierland, Spanje, Frankrijk en Italië groeit het aandeel bos stevig tot flink. Maar ook in Nederland is sprake van gestage, zij het bescheiden groei. Zelfs in Australië groeit op dit moment het aandeel bomen. Hoe dat komt? Deels wordt dit veroorzaakt door verdere intensivering van de voedselproductie, deels door het feit dat veel landbouwgrond ooit woeste grond is geweest en in de twintigste eeuw in werkverschaffing werd ontgonnen, maar als landbouwgrond eigenlijk nooit veel heeft voorgesteld. Daarnaast stimuleren overheden bosbouw, zeker nu zij op zoek zijn naar condities die vanwege klimaatverandering water kunnen vasthouden en die kunnen fungeren als effectieve carbon sinks. Al jaren subsidieert de Europese Unie de aanplant van nieuw bos.

Wat concludeert The Economist na een rondgang door Europa? Ook al zullen plattelandsbewoners het niet toejuichen, de opmars van bos is niet te stoppen. “Nobody yet knows how, but it is a safe bet that subsidies will tilt towards greenhouse-gas mitigation, which will probably mean more money for carbon-absorbing forests and less for methane-belching livestock.” Grote delen van Nederland zullen weer bebost raken, dat lijkt zeker. Dat de wolf sinds kort terug is in Duitsland en Nederland is al een teken. In 2015 werd de eerste gespot in Drenthe, onlangs dwaalde een beest drie weken lang door Oost-Nederland, op dit moment loopt er een in de buurt van Nunspeet. Ik herinner me gesprekken met stedenbouwkundige Teun Koolhaas, die in de jaren negentig al vaststelde dat het Nederlandse platteland zijn openheid snel verloor. Overal verscheen bos, overal werden bomen geplant, klaagde hij. Tien jaar later volgde het winnende ontwerp voor het noorden des lands van de Eo Wijersprijsvraag, ‘Wadland’, van Edzo Bindels, Enno Zuidema, Henk Hartzema en Arjan Klok. Deze ontwerpers toverden een miljoen hectare vruchtbare grond om in een grote ruigte. Op dit moment worden door de NAM miljarden geïnvesteerd in het onderheien van woningen in het Oldambt en de Veenkoloniën. Dikke kans dat het ooit bos zal worden.

Tagged with:
 

Gelezen in het Financieele Dagblad van 3 februari 2018:

Afbeeldingsresultaat voor golfbanen nederland kaart

Bron: Groene Ruimte

Drie opmerkelijke berichten in het FD van afgelopen zaterdag. Vastgoedbelegger Wereldhave gaat fors investeren in haar winkelcentra want het gaat daar niet goed. Bijna een vijfde van de huurders is de afgelopen vijf jaar failliet gegaan. Wereldhave bezit vooral middelgrote winkelcentra in de Nederlandse regio’s. Ze gaat investeren in gratis parkeren en gratis en schone toiletten. In dezelfde krant wordt melding gemaakt van de golfsector die de noodklok luidt. Het aantal geregistreerde golfers in Nederland daalde daar vorig jaar met 2.000 spelers tot 380.000. Nog eens 50.000 leden hebben aangegeven hun lidmaatschap de komende twee jaar te willen opzeggen. Het ledenbestand vergrijst snel. Nederland telt circa 250 golfbanen. Brabant heeft de hoogste dichtheid. Wat is het verband? Voor beide gelden heel verschillende motieven, maar wat de twee problemen met elkaar verbindt is de grootstedelijkheid die snel aan populariteit lijkt te winnen. Golfbanen en winkelcentra zijn typisch fenomenen van de suburb. Ze bestaan bij de gratie van automobiliteit. De nieuwe generatie Nederlanders lijkt niet meer buiten te willen wonen. Die zijn steeds stedelijker georiënteerd. Emeritus-hoogleraar De Zeeuw noemt ze ‘stadskabouters’. 

Het derde bericht ging over de zorgen van vakbond FNV over de werkgelegenheid bij banken en bedrijven in de verzekeringssector in de regionale vestigingen. Aanleiding is het besluit van ABN Amro om 300 banen uit haar filiaal in Zwolle over te hevelen, het betreft een callcenter in een glanzende hoge toren aan de snelweg bij de IJssel. FNV Finance ziet een trend van centralisatie. Alle werkgelegenheid gaat richting Amsterdam. Minder werk en winkels en golfsporters dus. Weet u wat de snelst groeiende sport is in Nederland? Yoga. In 2015 spendeerden de Amerikanen meer dan 10 miljard dollar aan yoga. Maar ook Japan wordt overspoeld door nieuwe yoga-studio’s. Nu is Nederland aan de beurt. Yoga is een typisch grootstedelijke sport. Meer dan 80 procent van de beoefenaren is hoogopgeleid en vrouw. Een jonge zakenvriendin uit New York vertelde me onlangs hoe ze haar netwerken bouwt tijdens yoga-oefeningen in een achterafstraatje van Brooklyn. De oudste yoga studio van Nederland zit in de Rivierenbuurt in Amsterdam. In zestig jaar zijn steeds meer studio’s geopend. Tussen 2010 en 2015 is het aantal yoga-beoefenaren in Nederland met liefst 16 procent gegroeid. Veel mensen buiten de Randstad vinden yoga ‘zweverig’. Een wake-up call voor de ‘tuinkabouters’!

Tagged with:
 

Arrogant?

On 7 januari 2018, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 6 januari 2017:

De toekomst van de stad

In een groot interview met Lex Boon in Het Parool van afgelopen zaterdag noemde de Rijksbouwmeester Floris Alkemade Amsterdam arrogant. “Ik ga geen steden arrogant noemen, maar ik vrees dat het wel het meest juiste woord is.” Dat er buiten Amsterdam geen ontwikkeling zou zijn, zo zei hij vanaf de achterbank van zijn dienstauto, is niet juist. Zo’n gedachte getuigt van arrogantie. Is Amsterdam arrogant? Ziet de hoofdstad de rest van het land niet staan? Alkemade onderbouwt het niet. Het is eerder dit. Alle grote metropolen worden door hun omgeving als arrogant gezien. In 2013 werd New York door de Amerikanen uitgeroepen tot meest arrogante stad by far (MailOnline 21 augustus 2013). Parijs werd in 2013 uitgeroepen tot hoofdstad van de arrogantie door de Financial Times. De Franse metropool zou te weinig op de buitenwereld  zijn gericht (Atlantico 2 februari 2013). Ook Londen wordt door vrijwel alle Britten als arrogant getypeerd. De Schotse Sunday Herhald vond dat de tien miljoen Londenaren binnen de ringweg M25 in een aparte stadstaat leefden en de rest van het Koninkrijk beschouwden als ‘de provincie’ (15 augustus 2013). SNP-leider Gordon Wilson noemde Londen zelfs een ‘kankergezwel’. In alle gevallen wordt naar de grootstedelijke elite gewezen, de geconcentreerde welvaart en het feit dat de inwoners van grote steden zich als wereldburgers beschouwen, niet als inwoners van het land. En ja hoor: er zou teveel publiek geld naar deze arrogante steden gaan.

De rest van het interview met Alkemade, die de belangrijkste adviseur is van de Nederlandse regering op het gebied van stedenbouw en ruimtelijke ordening, gaat over de snelle groei van Amsterdam en waarom die niet zou deugen. Let op de toon. Alkemade: “Als je twee miljoen inwoners kunt vinden die graag in Amsterdam willen wonen, ga gerust je gang.” Hoe arrogant is dat? En let op de belangrijkste passage in het interview: als Alkemade wordt gewezen op de extreme prijzen die Amsterdammers voor een woning moeten betalen, ziet hij dit als de motor van toenemende segregatie. Amsterdam, met andere woorden, moet vooral níet groeien. Nee, op hulp van het Rijk hoeft de hoofdstad niet te rekenen. “In die zin hebben we het geluk dat we in Nederland niet één grote centralistische metropool hebben zoals Londen of Parijs, waarbij je als je niet in het centrum woont in een tweederangs periferie of banlieu belandt.” Het is een cliché, een populistische argumentatie die zo oud is als er steden zijn. De ruimtelijke ordening in ons land is er groot mee geworden. Conclusie: als het aan Den Haag ligt gaan we toe naar een nieuwe ronde van ruimtelijke deconcentratie. En kijk, zelfsturende auto’s ziet Alkemade als een belofte, dus nog meer blik en asfalt erbij; zelfs de Randstad vindt hij te klein. Zijn visie is niet duurzaam en ook niet profijtelijk. Het is precies waar ik in mijn boek ‘De toekomst van de stad. Een pleidooi voor de metropool’ voor vreesde. De ruimtelijke concentratie die wijlen Dirk Frieling wilde komt er in ieder geval niet.

Tagged with:
 

Een schepje er bovenop

On 20 december 2017, in vastgoed, by Zef Hemel

Gehoord in Delft (of eigenlijk thuis op de bank) op 15 december 2017:

Afbeeldingsresultaat voor kaart friso de zeeuw voodoo

 

Afgelopen vrijdag nam Friso de Zeeuw afscheid als praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft. Helaas was ik verhinderd te komen, ik moest bij de buren spreken over wat er nog over is van het Groene Hart. Daags erna hoorde ik zijn uittreerede alsnog op internet, ondersteund door dia’s en geluidseffecten. Grote hilariteit in de zaal. De Zeeuw, die de hoogleraarspositie twaalf jaar combineerde met een directiepositie bij Bouwfonds, heeft nooit verbloemd dat hij conservatief is; aan innovaties of nieuwe trends heeft hij een broertje dood. Zijn benadering van gebiedsontwikkeling vond ik daardoor altijd weinig verrassend. In ‘Gebiedsontwikkeling zonder voodoo’ was zijn hoofdboodschap weer dezelfde: de wijze waarop de vastgoedsector Nederland na de financiële crisis ontwikkelt wijkt niet af van die in het tijdperk daarvóór, en ‘wonen is een stabiele enclave in een snel veranderende wereld’. Alle pogingen om de sector van buiten te veranderen zijn volgens hem gestrand en waren, achteraf gezien, eerder ‘babbelboxen’ of ‘nepnieuws’ dan reële nieuwe trends. Mensen willen gewoon een huis met een tuin. Wel zijn de ‘cowboys’ van het toneel verdwenen. De aanwezigen werd te verstaan gegeven dat de nette jongens van het vastgoed gewoon doorgaan waar ze gebleven zijn: met nog meer VINEX-wijken Nederland volbouwen.

Weinig verrassend dus. Toch zat er in zijn college een nieuw inzicht verborgen. Het gebeurde op het moment dat De Zeeuw er ‘een schepje bovenop’ deed en Zwarte Piet in Dokkum liet arriveren. Volgens hem was hier niet sprake van verweer van de provincie tegen de Randstad. Amsterdam behoort ook niet tot de Randstad. De hoofdstad noemde hij ‘losgezongen van de rest van het land’. “Amsterdam maakt deel uit van een internationaal stedelijk netwerk.” Vervolgens tekende hij niet de hele metropoolregio, maar alleen de stad Amsterdam. Waarna hij zijn veel grotere ‘rompertje’ inkleurde als alternatief voor de Randstad en de aandacht vestigde op de randen: de Brabantse stedenrij, de as Zwolle-Apeldoorn-Nijmegen en de zone Alkmaar-Hoorn-Enkhuizen. Deze randen noemde hij kansrijk maar ze werden, met uitzondering van Eindhoven, niet als zodanig erkend. Dit vond hij schandelijk. Over bevolkingskrimp geen woord. Ook over klimaatverandering deed hij het zwijgen. Wel klimaatadaptatie, dus zorgen voor droge voeten. En we regelen een energietransitie. Aan het openbaar vervoer moeten we meer aandacht besteden. Maar de busdienst tussen Monnickendam en Amsterdam is goed genoeg. Zo kwam er een einde aan het bij vlagen geestig afscheidscollege, het nationale gezelschapsspel werd nog één keer gespeeld, alles was zuinig, afgemeten, met koffie en cake geserveerd en een borrel na afloop. Nee, in Delft weten ze het nu ook: Amsterdam wijkt af, is een aparte agenda, en de Randstad bestaat niet meer.

Tagged with:
 

De noodzaak van andere steden

On 15 december 2017, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De sociale staat van Nederland 2017’ van het SCP:

Afbeeldingsresultaat voor scp de sociale staat van nederland 2017

Over hoe het met de Nederlandse bevolking gaat. Ik las het nieuwste SCP-rapport met meer dan gewone belangstelling. Eigenlijk, maak ik op uit de tekst, gaat het met ons best goed. De kwaliteit van de woonomgeving, van natuur en milieu, is bij ons behoorlijk op orde, ook anderszins zijn we erop vooruit gegaan. We leven langer, verdienen meer, zijn hoger opgeleid, blijven langer gezond, hebben minder last van criminaliteit. Maar de houdbaarheid van onze manier van leven is allerminst vanzelfsprekend. Dit, en zorgen over de solidariteit zijn volgens de opstellers van het rapport de vraagstukken van de toekomst. Althans dat las ik in de inleiding. In de kranten las ik over die vraagstukken van de toekomst echter vrijwel niets. ‘Nederlander is gelukkig’, kopte Het Parool zelfgenoegzaam. En NRC Handelsblad vond vooral ‘Nederland milder over migranten’. Wel zag de krant het verschil tussen hoogopgeleiden en kansarmen groter worden. Zo’n vijf procent van de bevolking is echt ongelukkig. Geluk, geluk, geluk. De obsessie met geluk is, ook nu weer, opvallend. In Europa doen we goed, maar de Denen zijn gelukkiger.

Wat mij opviel en ook verontrustte in het rapport was paragraaf 12.8. Onder de kop ‘Maar erg duurzaam is het nog niet’ gebruikten de onderzoekers de ecologische voetafdruk als maatstaf voor de houdbaarheid van onze manier van leven. Deze voetafdruk geeft een beeld van de hoeveelheid ruimte die nodig is als iedereen op aarde zou leven zoals wij. Wat blijkt? De ecologische voetafdruk van Nederland komt neer op drieënhalf wereldbollen. Vijfentwintig jaar geleden waren dat er nog drie. Hoezo, ‘maar erg duurzaam is het nog niet’? De makers van het rapport wijzen graag op de licht gunstige wending in de afgelopen jaren, maar ik vrees dat dit vooral de invloed van de financiële crisis is. Over de afgelopen jaren, dus na de recessie, helaas nog geen gegevens. Ik schreef het al in mijn boek ‘De toekomst van de stad. Een pleidooi voor de metropool’: “Volgens het World Happiness Report (2015) van John Helliwell en Jeffrey Sachs van the Earth Institute van Columbia University behoren de Nederlanders inderdaad tot de gelukkigste mensen op deze wereld. (…) De prijs is in elk geval hoog.” Mijn conclusie was en is nog steeds dat we in dit land heel andere steden moeten bouwen.

Meer asfalt, meer files

On 8 december 2017, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 8 december 2017:

Afbeeldingsresultaat voor filerecord belgie

Niemand heeft meer asfalt gestort dan VVD-minister Schultz van Haegen. Er waren ook nog nooit zoveel files. Twee berichten hierover. De eerste van Bleijenberg, Van Essen en Van Wee, de tweede van Jonathan Holslag. Eerst Holslag. In het Belgische blad Knack verscheen van deze Brusselse hoogleraar Internationale politiek een artikel over het verkeersinfarct in België. Ook bij onze zuiderburen wordt al jaren fors geïnvesteerd in de aanleg van nieuwe en bredere autosnelwegen, maar helpen doet het niet. Integendeel. Alles staat muurvast. Afgelopen week werd bij onze zuiderburen het record gebroken van 1600 kilometer file. Holslag: “We investeren steeds meer in vervoer en krijgen er steeds minder mobiliteit voor terug, om nog maar te zwijgen over levenskwaliteit.” Alleen als de Belgische subsidie op bedrijfswagens wordt afgeschaft kan er volgens Holslag verbetering komen. Maar dan is er, geeft hij toe, altijd nog de lintbebouwing en het feit dat in de middelgrote steden de werkgelegenheid erodeert, waardoor steeds meer mensen voor hun werk naar Brussel en Antwerpen moeten rijden. Hij concludeert terecht dat dit de formulering van een omvangrijke ruimtelijke verdichtingsopgave vergt. Stop met programma’s om snelwegen nog verder te verbreden en vergroot de grote steden. Wonen en werken moeten dichter bij elkaar, zeker in België.

Dan Bleijenberg, van Essen en Van Wee. Hun verhaal verscheen in De Volkskrant op 8 december 2017. De kop boven hun artikel luidde ‘Nederlander reist niet meer maar minder met de auto’. Aanleiding: een filerecord van 894 kilometer. Wat blijkt? Het aantal autokilometer dat de Nederlander gemiddeld in de auto aflegt, daalt al meer dan tien jaar. Ook in 2016 heeft de Nederlandse automobilist gemiddeld iets minder kilometers afgelegd dan het jaar daarvoor. Toch groeit nog steeds het autoverkeer, sinds 2005 met 7 procent. Maar die groei is veel geringer dan in de zestig jaar daarvoor en heeft te maken met het feit dat de bevolking nog groeit en dat het aantal inzittenden blijft afnemen. Nee, we reizen minder omdat we meer vliegen en omdat steeds meer mensen naar de grote steden trekken. Inwoners van verstedelijkte gemeenten leggen gemiddeld 40 procent minder kilometers in een auto af dan andere Nederlanders. Die trend zet door. De prognose van de rijksoverheid, concluderen zij, is te hoog en het programma van snelwegverbredingen veel te omvangrijk. In Den Haag begrijpen ze het niet. Kabinet, zet al uw kaarten op de grote steden. Transport en Logistiek Nederland zal u eeuwig dankbaar zijn.

Tagged with: