Profiteren van Barcelona

On 5 november 2017, in politiek, sport, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 1 augustus 2017:

Afbeeldingsresultaat voor barcelona 1992

Terwijl Catalaanse ministers in de gevangenis zijn gezet en de Catalaanse president Carles Puigdemont hals over kop is gevlucht naar Brussel, herlees ik een krantenbericht van afgelopen zomer. Toen – amper drie maanden geleden nog maar – vierde de Catalaanse hoofdstad Barcelona dat zij vijfentwintig jaar geleden de Olympische Spelen organiseerde. De Spelen van 1992 staan nog altijd te boek als de succesvolste aller tijden. “De Spelen van 1992 hebben de Catalanen met trots vervuld. Die hebben voor een blijvende mentaliteitsverandering gezorgd. Alleen als je in jezelf gelooft dan kun je beste ergens in zijn,” aldus voormalig proftennisser Jordi Arrese in NRC Handelsblad van 1 augustus 2017. En volgens Puigdemont zelf kon je gerust spreken van een tijdperk vóór en ná die Zomerspelen. “Barcelona liet zien dat de stad zich kon meten met andere wereldsteden. We plukken daar nu nog de vruchten van.” Opvallend is dat er destijds sprake was van een zeer goede samenwerking tussen de centrale regering in Madrid, het regionale bestuur van Catalonië en de stad Barcelona. Door alle betrokkenen werd ingezien dat dit een historisch evenement zou kunnen zijn. Historisch werd het inderdaad. Dankzij het model-Barcelona.

Wat was het model-Barcelona? De investering van 6,5 miljard euro moest blijvende waarde opleveren voor de Catalaanse stad, dat stond bij iedereen voorop. Voor de stedenbouwkundigen was het een ideale mogelijkheid om de krakkemikkige stad grondig te moderniseren. Vliegveld, ringweg en jachthaven werden gekoppeld aan het idee van een wereldstad aan zee. De stinkende rivieren werden schoon gemaakt en langs de kust verscheen een nieuw strand. De oude structuur van dorpen binnen de stad werd versterkt door de sportaccommodaties in vier verschillende delen aan te leggen, waardoor de hele stad opveerde. Industriestad Barcelona werd omgetoverd in een mondaine badplaats aan zee. Spanje heeft enorm meegeprofiteerd van de Catalaanse Spelen. Het land is sindsdien een kampioen in topsport geworden. Maar de uitstraling van de krachtige metropool Barcelona strekte verder: tal van zwakke regio’s binnen Spanje worden op dit moment met Barcelonees geld op de been gehouden. Dus waarom deze politieke crisis? Arrese heeft gelijk. Het door de financiële crisis geplaagde Spanje gelooft niet meer in zichzelf. Ondertussen dreigt het zelfbewuste Barcelona aan zijn eigen succes ten onder te gaan.

Tagged with:
 

De vorming van een stadstaat

On 20 oktober 2017, in politiek, sport, by Zef Hemel

Gelezen in Vrij Nederland van 27 oktober 2015:

Afbeeldingsresultaat voor map barcelona catalunya

 

Catalonië telt in totaal 7,5 miljoen inwoners. Barcelona is hoofdstad van Catalonië en telt op tot 1,6 miljoen inwoners. Maar het inwonertal van de metropolitane regio als geheel nadert nu al de 6,3 miljoen. Dat staat gelijk aan vrijwel de gehele Catalaanse bevolking. De naderende afscheiding van Catalonië komt dus neer op de vorming van een heuse stadstaat, ze lijkt minder een uiting van regionaal separatisme dan van globalisering en de vorming van een wereldstad waar overigens opvallend veel Andalusische migranten wonen en werken. Barcelona is sinds 1975, na de val van Franco, inderdaad een wereldspeler geworden, misschien wel meer dan Madrid, dat zich nog altijd gedraagt als de hoofdstad van een traditionele natiestaat. Wie Barcelona frequenteert weet ook dat de stad aan de oostkust van het Iberische schiereiland internationaal van steeds grotere betekenis is als handelsmetropool. De neiging tot afscheiding is dus, nog afgezien wat het Spanje van Franco er heeft aangericht en de diepe wonden die dit heeft geslagen, een volstrekt begrijpelijke. Barcelona wordt een soort van Europees Singapore. Gek dat dit nergens in de pers wordt opgemerkt.

Wie herinnert zich niet de Olympische Spelen van Barcelona 1992? Kort na het Franco-regime, in 1985, wisten de Catalanen de Olympische Spelen naar hun hoofdstad te halen, ten koste van de kandidatuur van Amsterdam. De spelen waren een mega-succes en betekenden in de stedenbouwkundige ontwikkeling van de ontluikende metropool een ware renaissance. Vanaf dat moment koos Barcelona voor het wereldtoneel door oude industrieterreinen aan de haven om te toveren in buitengewoon aantrekkelijke woon- en werkgebieden, iets wat Amsterdam langs het IJ sindsdien ook probeert te doen, maar waarvoor het dertig jaar langer heeft moeten uittrekken. Barcelona is dan net ook zo groot als de hele Randstad. Samen met het Australische Sydney wist ze door het organiseren van de Olympische Spelen veel respect in de wereld te winnen. De huidige strubbelingen met Madrid kunnen volgens mij dan ook alleen maar uit deze unieke historische gebeurtenis worden verklaard, die tal van nieuwe internationale initiatieven heeft ontketend en die mijns inzien vooral zijn aan te merken als globalisering. Wat zei de linkse burgemeester Ada Colau na het militaire ingrijpen door de Spaanse regering? Premier Rajoy is een lafaard die moet aftreden. Colau, die na de financiële crisis van 2008 actie voerde tegen huisuitzettingen, staat dicht bij de stedelingen en begrijpt hun diepste gevoel. Ze noemde zich ‘een wereldburger’ die ‘tegen alle grenzen is.’

Tagged with:
 

Wat leveren de Olympische Spelen Parijs op?

On 13 september 2017, in infrastructuur, sport, by Zef Hemel

Gelezen op Citylab.com van 2 augustus 2017:

Gerelateerde afbeelding

 

Vandaag wordt door het IOC officieel bekendgemaakt dat Parijs de Olympische Spelen van 2024 mag gaan organiseren.  Na talrijke pogingen is het de Fransen dan toch gelukt. Honderd jaar eerder organiseerde Parijs ook al een Olympische Spelen, maar dat idee lijkt niet de werkelijke doorslag te hebben gegeven voor de keuze van het IOC. Pas toen concurrent Los Angeles bereid was om vier jaar op te schuiven, naar 2028, lag de weg open voor Parijs. Op Citylab las ik dat de enorme investeringen in het metronetwerk van Parijs sterk in het voordeel van de Fransen hebben gewerkt. De verschrikkelijke congestie in Rio de Janeiro heeft het Internationaal Olympisch Comité doen beseffen dat de spelen niet zonder goed grootstedelijk openbaar vervoer kunnen en dat met de bouw van de Grand Paris Express Parijs straks enorme voordelen geniet. Zoiets moois heeft Los Angeles niet in de aanbieding. En verder beweren de Fransen dat 95 procent van de Olympische infrastructuur al aanwezig is: Stade de France in de noordelijke periferie wordt het Olympische stadion, de overige sportvoorzieningen liggen door de stad verspreid, er komt geen echt Olympisch park.

Daarmee heeft vooral voormalig president Sarkozy de weg geplaveid voor de Franse overwinning. Destijds beloofde hij in het kader van zijn ‘Grand Paris’ een mega-investering in het Parijse metrostelsel, kosten 35 miljard euro. Vier nieuwe lijnen zullen de buitenwijken met elkaar gaan verbinden, maar dat niet alleen. Ook de twee grote vliegvelden, Orly en Charles de Gaulle, zullen op de banlieus worden aangesloten. In banlieu Saint Denis komt het Olympische dorp. Bij Stade de France is al een RER-station, maar dat krijgt door het nieuwe metronetwerk nu ook een directe aansluiting op de twee vliegvelden. Het nieuwe netwerk zal ergens tussen 2020 en 2030 gereed komen, de voor de Spelen essentiële verbindingen vóór 2024. De enorme investeringen vallen overigens buiten het Olympische budget van 6,6 miljard euro. In navolging van Londen belooft Parijs vooral een impuls voor het arme noorden: Seine-Saint-Denis. Daar staat dus al het stadion en komt het Olympische dorp. Het drukke toeristische centrum wordt echter niet ontzien, want overal verspreid liggen de sportvoorzieningen. Sporters en publiek zullen zich dwars door de stad moeten bewegen. Het worden echte metrospelen. Wordt Parijs hier werkelijk beter van? Dat is de vraag die ook Citylab zich stelt.

Tagged with:
 

Olympisch Kaapstad

On 28 augustus 2017, in sport, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in Future Cape Town van 10 augustus 2012:

Afbeeldingsresultaat voor cape town olympic games

Een recent verblijf in Kaapstad deed bij mij de vraag rijzen of een Olympische Spelen in deze stad zou helpen om de vele structurele sociaal-ruimtelijke problemen inclusief de erfenis van de Apartheid te overwinnen: een soort van shock-therapie, weliswaar erg kostbaar maar noodzakelijk om deze bijzondere Afrikaanse megastad weer in balans te brengen. Toen zag ik dat Kaapstad in 1997 een bid heeft uitgebracht voor de Spelen van 2004 dat eigenlijk precies dit tot doel had. Daar is echter niets van terecht gekomen. In een artikel uit 2012 in Future Cape Town wordt, vijftien jaar later, door Rashiq Fataar dezelfde vraag gesteld. Het antwoord: aarzelend positief. “What immediately comes to mind would be the strategic land parcels, like Wingfield, Culemborg and others, which would have been developed for the Olympic Games. Today, 15 years later, both sites remain unused and in a appalling state, while the relevant national government departments and parastatals like Transnet drag their feet.” Niet veel gebeurd dus. Maar sommige sportfaciliteiten en infrastructurele onderdelen van het plan zijn wèl uitgevoerd, ook zonder winnend bod. Dat is winst.

Probleem is alleen dat het bidbood van destijds vooral de opwaardering van de relatief goede (want blanke) gebieden: Wingfield en Culemborg, betrof. Desalniettemin zou anderhalf miljard Rand zijn geïnvesteerd in openbaar vervoer, ook naar het achtergestelde zuidoosten van de metropoolregio als de spelen waren doorgegaan. Dus werd er in 2011 in Kaapstad opnieuw overwogen om een bid uit te brengen, nu voor de Olympische Spelen van 2020. Ik weet niet hoe serieus dit voorstel was, maar ditmaal werd in navolging van Londen voorgesteld om het Olympisch Park in het arme en achtergestelde zuidoosten van de metropool te situeren. Het zou voor een regelrechte omwenteling hebben gezorgd als het was geïmplementeerd. Fataar: “Mega-events are clearly never a solution to all our social and economic challenges, but can we use them as part of a solution and are we willing to learn how?” Studies als de genoemde kunnen helpen om agenda’s te maken en voorstellen te doen omtrent hoe een stad als Kaapstad betere infrastructuur te geven. Maar dan moeten de projecten wel meer zijn dan, zoals de World Cup in 2010, alleen een nieuw stadion in het veilige Greenpoint en een opgeknapt internationaal vliegveld te midden van de townships.

Tagged with:
 

Olympic Tokyo

On 18 januari 2017, in participatie, sociaal, by Zef Hemel

Gelezen in The Guardian van 1 september 2016:

In 2020 worden de Olympische Spelen voor de tweede keer in Tokio gehouden. De eerste keer – ik weet het nog goed – was in 1964, toen Anton Geesink heel verrassend ‘s nachts de finale judo won en ik besloot judo te gaan leren. Destijds stonden de Japanse steden aan de vooravond van een enorme bloeiperiode. Tien jaar later zou het Westen ruw wakker worden geschud door grote Japanse bedrijven en dolf de Europese industrie definitief het onderspit. Tokio was destijds de eerste stad in Azië die van het IOC de Spelen mocht organiseren. Alles leek toen nog jong en nieuw en onbeproefd. Ditmaal is het anders. De Japanse economie doet het al twintig jaar niet meer goed, China is aan een stevige opmars bezig, alles is daar groter, imposanter, nieuwer; de snel vergrijzende Japanse bevolking worstelt met een minderwaardigheidscomplex, zelfs buurland Zuid-Korea presteert beter. De kernramp bij Fukushima in maart 2011, waarbij een kernreactor de vijfendertig miljoen inwoners van Tokio zelfs in gevaar bracht, betekende een gevoelige klap voor het land waar het, aldus architect Kengo Kuma, nog altijd niet overheen is. Kuma vertelde me dat zijn stadion en de Olympische Spelen in het algemeen deze gevoelige imagoschade moeten herstellen en het Westen moeten doen geloven dat Japan opnieuw op het wereldtoneel kan en wil acteren.

Voor Tokio zelf zijn de OS 2020 van belang omdat de stad zijn positie als financieel centrum van Azië dreigt kwijt te raken. Concurrenten als Shanghai en Singapore azen op haar financiële instellingen; ze maken goede kans om de rol van Tokio op het wereldtoneel over te nemen. Tokio is ook geen fraaie stad en sommigen vinden haar zelfs veel te groot. Kengo Kuma moet met zijn stadionontwerp het ongunstige tij doen keren. Zijn schitterende ontwerp sluit aan bij de Japanse traditie, hij bouwt vooral in hout, het stadion komt op de plek van het oude stadion, verrijst dus midden in de stad, maar dan wel als een tempel in het bos. Is zoiets voldoende? Toen las ik  dat het aardbevingsgevoelige Tokio in 2015 door The Economist tot de veiligste stad ter wereld was uitgeroepen, ook omdat direct na de ramp in Fukushima was opgevallen hoe de Japanse bevolking de getroffen regio spontaan te hulp was geschoten. Christian Dimmer van Urban Studies, verbonden aan Tokyo University, schreef daarover: “There is a long tradition of community organisations, non-profits, local governments and neighbourhood associations closely collaborating in disaster risk management and awareness building. Such strong social networks, in turn, have come to be recognised as key to foster community resilience.” Precies hierin schuilt dus een grote mogelijkheid: Tokio kan straks met de OS 2020 de wereld laten zien hoe een reusachtige stad in staat is zichzelf van onderop te organiseren. In deze tumultueuze tijden is dat een belangrijke boodschap aan de hele wereld.

The next best thing

On 22 november 2013, in sport, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 10 september 2013:

Begin september maakte het IOC in Buenos Aires bekend dat Tokio de Olympische Spelen in 2020 mag organiseren. Tokio, met 37 miljoen inwoners de grootste metropool ter wereld, won gemakkelijk van kandidaat-steden Istanbul en Madrid. Wat behelzen eigenlijk de Japanse plannen? Geen grootschalige infrastructuur, zoals bij de Spelen van 1964, toen Japan het unieke en futuristische hogesnelheidstreinennet aanlegde. De voorgenomen investeringen bedragen slechts de helft van die voor ‘Londen 2012’ (namelijk 8 miljard US dollar). Ruim 40 procent van de 37 accommodaties staat er al; veel van de Olympische infrastructuur van 1964 zal opnieuw worden gebruikt. Ruim 85 procent van de olympische evenementen zal binnen een straal van 8 kilometer van het Olympische dorp plaatsvinden. Alles kan dus te voet of met de fiets worden bereikt. Het nieuwe stadion komt op de plek van het oude en zal al tijdens de Wereld Rugby Cup van 2019 in gebruik worden genomen. Alleen het Olympische dorp zal nieuw worden gebouwd in de baai van Tokio. “De sporters hebben hier een prachtig uitzicht op een landschap van water en futuristische hoogbouw,” schreef Kjeld Duits in NRC Handelsblad. En inderdaad, het geheel oogt fraai, als een IJburg eerste en tweede fase.

Toch verwacht de stad een forse impuls in de lokale economie, met tenminste 150.000 extra banen, zelfs na verplaatsing van de oude vismarkt. Er komt weliswaar geen nieuwe metro, maar de beide luchthavens – Haneda en Narita – zullen wel met elkaar worden verbonden. Wat een verschil met de bids van Beijing, Londen en Rio de Janeiro! Daarom schreef The New Yorker: “By rewarding Tokyo’s seemingly restrained plan to host a more modest Olympics, the IOC may be signalling its desire to move away from the kinds of nationalistic, gaudy and transformative Olympic Games represented by Beijing and Sochi, which, combined, have made for a trillion dollars in spending.” Het tijdschrift toonde zich voorstander van vaste locaties voor zomer- en winterspelen. Geen verspillende stedenstrijd meer. De kans daarop achtte het echter niet groot, hoewel het tijdschrift de nieuwe IOC-voorzitter Bach aanhaalt, die steden opgeroepen zou hebben na te denken over meer duurzame bids in de toekomst. “But if we can’t have the twin Olympias, then perhaps Tokyo is the next best thing: a city prepared for the challenges of hosting an international spectacle, and modest enough to shape the Olympics to fit a city rather than reshape a city to fit the Olympics.”

Tagged with:
 

Keynsiaans en Berlagiaans

On 4 september 2013, in duurzaamheid, economie, sport, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 28 juli 2013:

Komkommernieuws was het. Maar wel belangwekkend komkommernieuws. De Olympische Spelen in Londen hebben, zo bleek deze zomer, de Britse hoofdstad meer opgeleverd dan gekost: 9,9 miljard pond tegen 9 miljard pond. En wat misschien nog wel belangrijker is: alle acht stadions hebben nieuwe huurders en worden bespeeld, het mediacomplex heeft een nieuw leven als data-opslaggebouw, de 2800 flats in het Olympische dorp ontvangen deze maand hun nieuwe bewoners, het winkelcentrum van Westfield blijkt een hit, het Olympische park – omgedoopt in Queen Elisabeth Olympic Park – werd deze zomer feestelijk heropend en het station voor de Eurostar-treinen functioneert goed en is elke dag druk en vol. Heel Oost-Londen is dankzij de Olympische Spelen in een paar jaar tijd herschapen in een bruisend stadsdeel, terwijl het nog niet zo lang geleden de armste buurten bevatte van heel Londen, met 2,5 vierkante kilometer industrieel vervuild land. Sebastian Coe, voorzitter van het organiserend comité van de Spelen en tegenwoordig legacy advisor, kon dan ook meer dan tevreden deze zomer de resultaten presenteren tegenover een naar vakantie hunkerende pers.

Al met al duurde de planvorming in Londen niet meer tien jaar. Het resultaat is verbluffend. Niet alleen is de oostkant van Londen qua uitstraling en voorzieningen door de Olympische infrastructuur sterk verbeterd, ook het Britse bedrijfsleven heeft van de Spelen immens geprofiteerd. Zelfs degenen in Londen die bang waren voor een yuppiesville hebben geen gelijk gekregen. Trouwens, het hele Verenigd Koninkrijk is door de Spelen bekend komen te staan als een knap organisator en een professioneel sport- en medialand. Dat de organisatie van het grootste sportevenement ter wereld altijd uitloopt op een financieel fiasco is met de Londense ervaring ook meteen gelogenstraft. Dat brengt me op het volgende. Je zou de kwakkelende economie van Nederland een enorme impuls kunnen geven door de Olympische Spelen naar de hoofdstad te halen. Eindelijk bouwen we dan een echte metropool. In 15 jaar kun je niet alleen een erfenis voorbereiden waarvan volgende generaties als geen ander zullen profiteren, maar kun je ook de zittende bevolking een grote dienst bewijzen door midden in de crisis de economie Keynsiaans en Berlagiaans te stimuleren.

Tagged with:
 

Olympische stedenbouw

On 10 oktober 2012, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gezien in Stockholm op 28 september 2012:

Op roeiafstand van het historische centrum van Stockholm ligt Hammarby Sjöstad. Je kunt er eenvoudig komen door een pontje te nemen vanaf Ostermalm. De overtocht duurt niet langer dan hooguit tien minuten. Hammarby is een stevige woonwijk die vanaf 2001 werd ontwikkeld op een voormalig industrieterrein ten zuidoosten van Sördermalm. Alle grond bleek er vervuild, de meeste fabrieken moesten worden gesloopt voordat de eerste woningen konden worden gebouwd. Rond 2017 zal de wijk zijn voltooid. De dichtheid is er hoog, overigens zonder dat het benauwd wordt. Het water maakt dat alles groen en open oogt. Er rijdt een tram en de parkeernorm is er extreem laag: 0,8 auto’s per woning. De bouw doet sterk denken aan het KNSM-eiland in Amsterdam, dat iets eerder in de tijd werd ontwikkeld. Er wonen op dit moment 11.000 mensen, terwijl er nog eens 10.000 mensen werken.

Hammarby Sjöstad dankt zijn ontstaan aan de mislukte bid van Stockholm voor de Olympische Spelen van 2004. Dat bid werd uiteindelijk gewonnen door Athene. Nadat de Zweden eind jaren ‘90 hun tranen hadden gedroogd, besloten ze het als Olympisch dorp bedoelde plan alsnog uit te voeren. Er werden geen concessies gedaan aan de ambities, de planning werd gehaald, het is de eerste grote binnenstedelijke woonwijk in hoge dichtheid van Stockholm en in Zweden, gebouwd als alternatief voor de new towns die achteraf niet duurzaam bleken en de segregatie binnen Groot Stockholm alleen maar aanwakkerden. Hammarby Sjöstad staat tegenwoordig bekend als een buitengewoon geslaagde wijk. Meer van dergelijke voormalige industrieterreinen rond de oude stad staan op de nominatie om herontwikkeld te worden, zoals Norra Djurgardsstaden. Dat men de Olympische Spelen niet heeft gewonnen, wordt achteraf dus allerminst betreurd. Een bid uitbrengen op de Olympische Spelen is altijd profijtelijk. Het maakt grote steden duurzamer. 

Tagged with:
 

London delivered

On 27 augustus 2012, in sport, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 9 augustus 2012:

Ook zo genoten van de Olympische Spelen? De Britten wel. Alle restjes scepsis verdwenen tijdens de spelen uit Londen, heel Groot Brittannië vierde twee weken lang feest. Engeland eindigde op de derde plaats in de medaillespiegel, na de USA en China. Mooi om te zien hoe de Britse hoofdstad het hele land op sleeptouw nam en heeft laten delen in de feestvreugde door de Olympische Spelen te organiseren. Zelf bivakkeerde ik in Frankrijk, op het platteland. Eenmaal weer thuis las ik een ingezonden brief in NRC Handelsblad van iemand uit Veendam, die vaststelde dat alle Nederlandse medaillewinnaars tot dan van het platteland afkomstig waren: Marianne Vos uit Meeuwen, Ranomi Kromowidjojo uit Sauwerd, Epke Zonderland uit Lemmer en Dorian van Rijsselberghe uit Den Burg. Hij trok er voor zichzelf een opmerkelijke conclusie uit: “de kans dat je op het platteland in een sportieve sfeer en dus in een gezonde leefomgeving opgroeit, is veel groter dan als je wieg in de stad staat.” Zijn conclusie was voorbarig.

Volgens mij zag deze meneer uit Veendam de roeiers en hockeyers over het hoofd. Overigens, waar je wieg staat is niet zo belangrijk. Waar je traint en waar je als sporter groot gemaakt wordt lijkt mij veel relevanter als het om topsport gaat. Volgens mij hebben alle medaillewinnaars in grote steden getraind; immers, daar zijn de beste trainingsfaciliteiten, daar ook is de beste sportkennis en sportbegeleiding, daar is het grote publiek, daar zijn de sponsors. Sterker, alle grote sporters reizen over de wereld om hun krachten te meten in de beste stadions en zwembaden die zich alle in metropolen bevinden. Sport is een typisch grootstedelijk fenomeen. De gezondste leefomgeving is metropolitaan, niet dorps of landelijk. Het idee dat het platteland gezonder is dan de stad is oud en wordt in ons land gevoed door een hardnekkig minderwaardigheidsgevoel van plattelanders dat waarschijnlijk nooit helemaal zal verdwijnen. Is het elders beter? In Frankrijk werden de Franse medaillewinnaars toegezongen in hoofdstad Parijs, in Nederland gebeurde dat in Sauwerd, Lemmer en Den Bosch.

Tagged with:
 

Wel een stad, nog geen magie

On 19 juni 2012, in politiek, sport, by Zef Hemel

Gehoord op 18 juni 2012 in Rotterdam:

Terwijl Nederland nog zijn wonden likt vanwege de uitschakeling in de eerste ronde van het EK voetbal, verzamelt een klein gezelschap liefhebbers zich in het Nederlands Architectuur Instituut om over het onderwerp ‘Olympic Cities’ te spreken. Het Amsterdamse Architectenbureau XML presenteerde daar maandagavond een helder onderzoek naar Olympische kandidatuur van steden elders in de wereld en plaatste daarmee een eventuele Nederlandse kandidatuur voor 2028 in een internationaal perspectief. Het betrof de kandidaturen van Madrid, Istanbul, Doha en Tokio (2020) en Durban en Cape Town in Zuid-Afrika (2024). Nederland bleek de enige te zijn die decentrale spelen voorstelde, alle andere hadden compacte spelen op het oog. Zelfs de straal van 50 kilometer waarbinnen alle onderdelen van de spelen volgens het IOC georganiseerd moeten worden, werd in de Nederlandse modellen genegeerd. Het Nederlandse mantra ‘Je kan het nooit alleen’ had kennelijk tot die energievretende, onhandige en niet te beveiligen spelen geleid. XML noemde het een typisch staaltje Nederlandse ruimtelijke ordening. En zeg nou zelf, de complete spelen passen makkelijk op een oppervlak ter grootte van het Amsterdamse Bos. Buiten Amsterdam hoef je in principe niets te organiseren.

Opvallend was ook de kennelijk heimelijke afspraak dat we alleen maar over de kandidatuur van Nederland mochten spreken. Het land Nederland werd dus vergeleken met steden elders in de wereld. “Het IOC eist een stad, niet een land,” merkte XML nog in de zijlijn op, maar niemand had veel zin om daarop te reageren. De vermoeidheid sloeg al helemaal toe toen XML op het eind weer drie nieuwe modellen voor Nederlandse Spelen introduceerde. Dat mocht dus niet, dat was tegen de afspraak. De treurnis rond de verdeling van de Olympische infrastructuur hadden we net achter de rug en was ons slecht bekomen. Het laatste sprankje hoop verdween toen panellid Sjors de Vries zelfs Europa geen schijn van kans meer toedichtte. Het werd me in Rotterdam volkomen duidelijk. Nederland tobt vooral met zichzelf en is absoluut niet klaar voor de Spelen. Er is geen momentum. De kandidatuur valt alleen te winnen wanneer er een grote stad is die magisch aanvoelt, die een belangrijke boodschap voor de wereld in petto heeft en die gezegend is met charismatische politici die wereldwijd aanspreken: Mandela, Blair, Lula. In Nederland is van dat al geen sprake.

Tagged with: