Stedelijke crisis?

On 30 augustus 2017, in economie, by Zef Hemel

Gelezen op Citylab van 21 april 2017:

Afbeeldingsresultaat voor the new urban crisis richard

Weinigen zal het zijn ontgaan dat de Amerikaanse stedenonderzoeker Richard Florida met een nieuw boek op de markt is verschenen. In ‘The New Urban Crisis’ laat hij ons weten dat de huidige situatie in de Amerikaanse steden ernstig is en dat zijn hoopvol gestemde voorspellingen uit 2002, toen hij zijn ‘The Rise of the Creative Class’ publiceerde, niet zijn uitgekomen. Integendeel. Er is sprake van niet minder dan een crisis. De rijken hebben bezit genomen van de steden en wie in de buitenwijken woont blijkt flink verarmd. Veel sceptici wrijven zich nu in hun handen. Die hype van destijds hebben ze nooit vertrouwd. Florida was in hun ogen een verderfelijke neoliberaal die sprookjes vertelde over grote succesvolle ‘creatieve steden’. Dus las ik met meer dan gewone belangstelling een gesprek op Citylab, opgetekend door Richard Florida zelf, waarin deze van gedachten wisselt met de Amerikaanse econoom Edward Glaeser over de toestand in de Amerikaanse steden. Is er werkelijk sprake van een crisis? Hebben Florida en anderen zich vergist? In ‘Two Takes on the Fate of Future Cities’ staat de groeiende ongelijkheid tussen Amerikanen in en buiten de grote steden centraal. Eerst spreekt Florida, daarna Glaeser. De schaduw van de figuur van Donald Trump hangt dreigend boven hun gesprek.

Glaeser, auteur van ‘Triumph of the City’ (2011), weigert om met Florida boete te doen. Hij geeft toe dat er sprake is van een crisis, maar het betreft volgens hem geen stedelijke crisis, eerder een politieke en economische. Wel is hij geschrokken van de woede van de Amerikaanse middenklasse. De werkloosheid onder mannen tussen 25 en 54 jaar is dan ook groot. In Kentucky bijvoorbeeld zijn drie op de tien mannen werkloos. En het wordt niet beter. Toch denkt hij dat juist steden voor dit ernstige probleem een oplossing kunnen bieden. Meer investeren in het platteland of in kleinere steden helpt niet, dat is weggegooid geld. Vervolgens wijst hij op de grote verschillen tussen steden, tussen een Scranton en een New York. Willen we meer welvaart, dan zullen we New York als voorbeeld moeten nemen, niet Scranton. Wel baren de snel stijgende grond- en vastgoedprijzen in de eerste hem zorgen. Zijn conclusie blijft onverminderd dat de dichtheid er fors moet worden verhoogd. Van goedkope woningen bouwen met veel subsidie in hele dure steden is hij geen voorstander. Eerder denkt hij aan belastingvoordelen. Verder moet ongelijkheid bestreden met beter onderwijs, niet met beton en stenen. Terwijl Florida een slag van 180 graden maakt, blijft Glaeser gewoon vasthouden aan zijn uitgangspunten. Lees ‘Triumph of the City’. Daar word je nog steeds wijzer van.

Tagged with:
 

Hoe ongelijk is Tokio? deel II

On 12 juni 2017, in economie, sociaal, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Why inequality is different in Japan’ (2015) van Yuriko Koike:

Income of Japan's Prefectures

Inkomensniveau per provincie in Japan (bron: GeoCurrents 2011)

Wat wilde ik eigenlijk bewijzen met mijn blog over de geringe ongelijkheid van Tokio? Dat was de pertinente vraag die mij via Twitter bereikte. En waarom ik Saskia Sassen daarbij als bron gebruikte. Die bron was immers al vijfentwintig jaar oud. Dat ik de autoriteit van Sassen op dit gebied hoog aansla was kennelijk niet voldoende. Mijn antwoord is eenvoudig. Ik wilde laten zien dat de megastad Tokio minder ongelijk is dan Londen of New York of zelfs ‘de metropool Nederland’. Omvang zegt niets over polarisatie. Zeker, Tokio telt met 461.000 miljonairs de meeste rijken van alle steden op aarde (zie kaart), maar qua miljardairs spannen New York en Londen de kroon. Belangrijker is het ontbreken van criminaliteit en de afwezigheid van achterbuurten of getto’s in Tokio en het straatbeeld dat gedomineerd wordt door een welvarende middenklasse. Tokio oogt verrassend egalitair, welvarend en eerlijk, veel eerlijker en fatsoenlijker dan Nederland. Ik wilde dus weten of mijn indruk klopte. Het eerste boek dat me te binnen schoot was ‘The Global City’ (1991) van Saskia Sassen. Sassen, schreef ik, was gespitst op sociale polarisatie toen zij haar grondige studie naar het fenomeen van de postindustriële wereldstad verrichtte. Maar in Tokio vond ze weinig aanwijzingen. Gelukkig ontdekte ze het probleem van de uitgebuite dagloners. En Japanse vrouwen verdienen minder dan mannen. (En op het Japanse platteland is meer armoede).

Een recente studie is die van Yuriko Koike, lid van het Japanse parlement, geschreven voor het World Economic Forum in 2015. In ‘Why inequality is different in Japan’ legt Koike uit waarom de Japanse samenleving veel minder ongelijk is dan alle andere ontwikkelde landen. Japan kent een zeer hoge inkomstenbelasting voor de rijken (45%) en de belasting op het schenken van erfenissen en vermogens is nog hoger (55%). Dit maakt het moeilijk voor Japanners om vermogen op te bouwen. Binnen drie generaties verliest een Japanse familie weer zijn opgebouwde bezit.  Extreme rijkdom bestaat niet in Japan. Vandaar dat een groeiend aantal rijke Japanners zijn heil zoekt in Singapore of Australië. Trouwens, het tentoonspreiden van rijkdom door bezit en leefstijl past niet in de Japanse cultuur. Zelfs de rijksten leiden een bestaan dat eenvoudig is en voor de buitenwereld niet opvalt. Geen dure jachten, luxueuze villa’s, eigen vliegtuigen, ook miljonairs reizen gewoon met het openbaar vervoer en lunchen met collega’s in een eethuisje om de hoek. Echter, ‘Abenomics’ ligt wel degelijk onder vuur omdat het financieel-economische beleid van premier Abe de grote industriële conglomeraten bevoordeelt door lagere winstbelastingen. Vandaar dat Piketty’s ‘Capital in the Twenty-First Century’ grif over de toonbank gaat in Japanse boekhandels. Tokio is meer egalitair dan Nederland en ook in dat opzicht een voorbeeld voor onze vaderlandse Metropool.

Tagged with:
 

Winner takes all

On 17 juni 2015, in bestuur, economie, politiek, by Zef Hemel

Read in The Economist of 12 June 2016:

 

In the UK, just like in many other countries, regional inequality is growing fast. London is the big winner, cities in the North are the big losers. As Richard Florida already forecasted years ago, the world is getting pretty spiky. The principle is simple: ‘success breeds success’. The winner takes all. This feels uncomfortable, to say the least. But in ‘Time for a civic surge’ The Economist writes about “the best opportunities for Engeland’s regional cities for a renaissance in decades” – opportunities they must not waste.  The Economist: “Britain is absurdly top-heavy: whereas half a dozen German cities have economies three-quarters the size of Berlin’s, no English city’s economy is even a quarter the size of London’s.” But can you do anything about it? How to stop London being successful? This is what governments always do: embracing distributive justice by relegating public money from successful cities to struggling cities in the hope markets will follow. Also London-based The Economist thinks the other cities in the UK should grab their chance now. George Osborne, the chancellor in the Cameron administration, has offered to cede billions of pounds of public spending to clusters of cities that agree to join together and be run by an elected mayor. So do it! I’m afraid more countries will follow his model.

Will it work? Surely not. Jane Jacobs was clear about it. In ‘Cities and the Wealth of Nations’ (1985) she dismantled all existing economic theory and argued that a nation is an inadequate unit of analysis for understanding economic life. Differences between cities – some rich and some poor – in one country simply cannot be balanced by redistribution. The point is, countries and also economists, she stressed, do not understand how cities work. Only local production can create wealth, wealth cannot be bought or acquired by loans or grants. The Economist also hesitates, but the magazine only points at some practical objections. It thinks the conditions under which the British government will redistribute taxpayers money will be too troublesome for many cities. They will not collaborate. The editors also point out the danger of incompetence and corruption. They’re right. Nevertheless, “This deal offers a chance to claw back power, make savings and reshape English governance.” I don’t think so. It will only harm the British economy. Trouble is on the road again.

UvA in mondiaal perspectief

On 23 april 2015, in onderwijs, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 28 maart 2015:

 

Hoe de opstand op de Universiteit van Amsterdam te begrijpen? Onder de kop ‘Excellence v equity’ publiceerde het Londense zakenblad The Economist onlangs een Special Report over universiteiten. Preciezer, het tijdschrift beschreef de mondiale opmars van het Amerikaanse model van hoger onderwijs. Dat model houdt in: moderne research-gedreven universiteiten die vooral privaat worden gefinancierd en waar excellentie onder een beperkt aantal studenten wordt nagestreefd. Vooral in landen waar het genieten van hoger onderwijs een verzadigingspunt heeft bereikt en waar de overheid tot voor kort voor de kosten opdraaide, wordt naar het Amerikaanse model gegrepen. Zo ook Nederland. Tegelijk stelde het tijdschrift vast dat dit gebeurt uitgerekend op het moment dat Amerika met zijn eigen model worstelt vanwege de grote nadelen. Het waarschuwde ook voor de prijs die het de samenleving kost: beperkte toegang, grote ongelijkheid, sterk oplopende kosten. In de OESO stegen de kosten van hoger onderwijs van 1,3% van het Bruto Nationaal Product in 2000 naar 1,6% in 2011. In Amerika zijn de kosten nog veel hoger. Waarom dan doorgaan op deze weg?

Overal in de wereld veranderen arbeidsmarkten ingrijpend, verstedelijking en demografie jagen de snelle groei van het hoger onderwijs aan. In China bijvoorbeeld groeiden de studentenaantallen van 1 miljoen naar 7 miljoen tussen 1998 en 2010. In haar grote, snel groeiende steden produceert het enorme land nu meer afgestudeerden dan de VS en India samen. In 2020 zal 40 procent van de Chinese jeugd zijn afgestudeerd aan een van haar universiteiten. “When people go to live in cities, universities become more accessible so more people attend them.” Vooral in politiek instabiele landen met veel opgroeiende jeugd in zich vormende megasteden wordt hoger onderwijs, net als dienstplicht, door regimes gebruikt om werkloosheid te verbergen en jonge mensen koest te houden. Kwaliteit telt dan minder. Elders ligt de nadruk op politiek gewenste ontwikkeling. In Quatar bijvoorbeeld is Education City een verzameling van acht buitenlandse universiteiten in imposante nieuwe gebouwen in de buitenwijken van hoofdstad Doha, waar jongeren vooral leren wat de regering nuttig vindt voor de ontwikkeling van het land. Kazachstan en Korea volgen hetzelfde model. Ondertussen woedt er een mondiale strijd om talent. Dat is een lucratieve markt waarop ook steden acteren en die best wat mag kosten. In het buitenland studeren kost trouwens meer dan in eigen land. Dit alles leidt tot een globale onderwijsmarkt, waarop vooral private universiteiten acteren. De recente opstand op de Universiteit van Amsterdam staat dus allerminst op zichzelf.

Tagged with: