Gehoord in het Stadsdeelkantoor van Amsterdam-Oost op 30 juni 2017:

Afbeeldingsresultaat voor paul smith holywood

Foto: Paul Smith in Hollywood

Afgelopen vrijdag presenteerden acht studententeams van de Universiteit van Amsterdam hun ruimtelijke analyses en daarvan afgeleide planologische interventies in Amsterdam-Oost in aanwezigheid van twee stadsdeelbestuurders en de ambtelijk opdrachtgever. Die laatsten vormden de jury die het werk moest beoordelen. De eindpresentaties vonden plaats in de raadszaal van Oost. Dat gaf iets feestelijks. De vraagstukken waarvoor ze in een maand tijd interventies moesten verzinnen hadden betrekking op kantorenleegstand aan de Mr. Treublaan, ouderenhuisvesting in de Indische buurt, fietsdrukte op de Weesperzijde, wonen op bedrijventerrein Overamstel, toekomst voor de tijdelijke broedplaats Lolalik in de Bijlmerbajes, reconstructie van het Flevopark, overgewicht in de Transvaalbuurt, toekomst van volkstuincomplex Amstelglorie. Het atelier had plaatsgevonden Lolalik in de Bijlmerbajes, waar op dit moment volop wordt gebouwd. Net als de acht vraagstukken bleken de door hun aangedragen interventies buitengewoon divers.

Voor de leegstaande kantoortoren aan de Amstel suggereerden ze een kleurrijke Instagram-actie naar het voorbeeld van Paul Smith’s Pink Boutique in Hollywood, die voor de belegger een uitweg moest bieden uit een impasse die al jaren voortduurde. Voor de ouderenhuisvesting bedachten ze collectieve eettafels die ouderen uit hun isolement zouden moeten halen. Voor het probleem van de fietsdrukte bedachten ze een verrijking van de zogenoemde Knowledge Mile met buurtvereniging Weesperzijde en de Fietsersbond om van de Wibautstraat een fietsbypass te maken. Voor de ontwikkeling van wonen èn werken op Overamstel stelden ze een tijdelijke community voor op een van de kavels die zwaar vervuild is en die onlangs door een actieve ontwikkelaar is aangekocht. Voor Lolalik bedachten ze een BajesFest waarmee eenheid in het verbrokkelde gebied tussen Weespertrekvaart en Duivendrechtse vaart zou worden gesmeed.  Voor de reconstructie van het Flevopark kwamen ze met een verduidelijkende bewegwijzering die gebruikers zou attenderen op voorgestelde veranderingen. Voor het probleem van overgewicht stelden de studenten straatdiners voor in het stille westelijke deel van de wijk om betrokkenheid van afzijdige bewoners uit te lokken, en een voetbaltoernooi in het veel actievere oostelijke deel. Voor Amstelglorie riepen de studenten gemeente en volkstuinvereniging op om aan de hand van scenario’s een open gesprek over de toekomst van Amstelkwartier te voeren. Bijzonder was het om te ervaren wat dertig studenten in amper een maand tijd aan planologische interventies kunnen verzinnen. In plaats van lastige besluiten te forceren ontwikkelden ze verrassende interventies die door middel van crowdsourcing nieuwe toekomsten kunnen genereren.

Tagged with:
 

Waarom doen we het?

On 9 december 2016, in infrastructuur, regionale planning, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in Rooilijn nr. 5, 2016:

Gerelateerde afbeelding

Het laatste themanummer van dit jaar van het Amsterdamse planologentijdschrift Rooilijn is gewijd aan ‘Het institutionele perspectief’ van de ruimtelijke planning. Aanleiding is het afscheid van Willem Salet als hoogleraar Stedelijke en Regionale Planning aan de Universiteit van Amsterdam. De socioloog Salet bezette de leerstoel van 1995 tot 2017 en richtte die vooral op de context van planning, op “een veel bredere institutionele reflectie over de condities die bepalen wat planning vermag.” Daarmee nam hij afstand van de praktijk, Salet plaatste zich zelfs met opzet buiten het vakgebied. Op het eind van het nummer wordt de vertrekkende hoogleraar geïnterviewd door Els Beukers. Beukers vraagt hem naar de beoefening van het vak door de gemiddelde planoloog. Die opereert, antwoordt Salet, hoofdzakelijk pragmatisch en probeert voortdurend maatschappelijke problemen op te lossen. Maar daar hoort wel een institutionele verantwoording bij. De planoloog moet zich voortdurend afvragen wat hij eigenlijk doet en waarom hij dat doet. Problemen oplossen? Zal best. Maar wat geeft hem het recht om te doen wat hij doet? “Dat legitimeren houdt me wel enorm bezig en dat geef ik ook aan studenten mee. Waarom doen we wat we doen?

Vervolgens vraagt Beukers hoe het institutionele denken in de planologie helpt om de ruimtelijke dynamiek te begrijpen. De stad, antwoordt Salet, wordt institutioneel nog altijd veel te eng gedefinieerd. Als voorbeeld noemt hij de Noord/Zuidlijn in Amsterdam. Die is volgens hem een antwoord op de problemen van 1970. Het woon-werkverkeer is inmiddels sterk regionaal, dus de Noord/Zuidlijn is allang niet meer de juiste oplossing: voor Salet een teken dat de Amsterdamse regio zich institutioneel niet goed heeft georganiseerd. Randstadrail in de Zuidvleugel beoordeelt hij in dat opzicht veel gunstiger. Ik las het met stijgende verbazing. De eerste plannen voor een metrostelsel in Amsterdam dateren van 1960. Qua schaal was het afgeleid van die van metropolen als Londen en Parijs. Amsterdam koos voor de maat en schaal van Stockholm. Nog steeds is deze goed gekozen. Immers, het stadscentrum van Amsterdam is extreem druk, metronetwerken zijn erg duur, ze dienen compact te zijn en hebben elke 800 meter een halte, ze ontsluiten alleen die stadsdelen die voldoende dichtheid hebben en veel bezoekers ontvangen. Randstadrail is een treinstelsel voor een uit de hand gelopen suburbane ontwikkeling, noodzakelijk voor het woon-werkverkeer, vergelijkbaar met de Zuidtangent tussen Haarlem, Schiphol en Amsterdam Zuidoost, niet met de Noord/Zuidlijn. Nee, in institutioneel opzicht is er met de Metropoolregio Amsterdam weinig mis. Wel heeft Amsterdam dringend behoefte aan meer metro. Het stadscentrum slibt dicht.