Singapore en de klimaatverandering

On 29 november 2018, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gelezen in de Straitstimes van 28 mei 2017:

Afbeeldingsresultaat voor climate change coastline singapore

Bron: Wild shores of Singapore

Tijdens het regeringsbanket op 22 november 2018 in Den Haag ter ere van het staatsbezoek van de president van Singapore aan Nederland kwam ook het onderwerp ‘circulaire economie’ aan de orde. Van Nederlandse zijde sprak staatssecretaris Stientje van Veldhoven over de ambities om in 2050 de hele nationale economie circulair te maken. Dit is nodig om te overleven. Aansluitend volgde een uiteenzetting van Singaporese zijde. Iemand aan tafel stelde de beide bewindslieden de vraag hoe men dacht over de zandwinning. Zand wordt stilaan een zeer schaarse grondstof en is de komende decennia juist hard nodig voor de bouw en voor de bescherming van zowel de Nederlandse als de Singaporese kust vanwege de zeespiegelstijging. Zandsuppleties van 7 tot 12 miljoen m3 jaarlijks moeten de Nederlandse kust op orde houden. Het meeste zand – fijn, hoekig – wordt uit de rivieren gewonnen, maar de winning is zo omvangrijk dat rivieren niet tijdig meer nieuw zand kunnen aanmaken waardoor minder zand de zee bereikt. Dit vormt een regelrechte bedreiging van de kust. Hoe zit dat eigenlijk in Singapore? Na afloop van het gesprek zocht ik het uit.

Miljoenenstad Singapore ligt op een lage zuidpunt van het eiland Maleisië. Zeventig procent van haar kustlijn wordt beschermd door kunstmatige dammen en rotsachtige hellingen. Het grootste deel van de stad ligt 15 meter boven zeeniveau, maar circa 30 procent komt niet hoger dan vijf meter. In 2010 werd de zandige kust van East Coast Park opgehoogd met grote, met zand gevulde zakken om erosie tegen te gaan. Voor verdere landaanwinning werden de eisen aangescherpt: niet drie, maar tenminste vier meter boven de zeespiegel. Ook de kustroute in Changi werd opgehoogd met een kleine meter. Op dit moment worden discussies gevoerd over nieuwe landaanwinningen en of niet amfibisch bouwen verstandiger en goedkoper is. Sterker, een natuurlijker kustverdediging zou zijn grootschalige aanplant van mangrovebossen zijn. “Utilising mangroves is not only less costly, if the process is done carefully, they are still able to be effective in protecting shorelines to keep up with rising sea levels, which hard methods such as sea walls are not able to adapt to.” De gemiddelde temperatuur loopt op, regenval neemt jaarlijks toe – van 2192 mm in 1980 tot 2727 mm in 2014 -, en cyclonen doen zich vaker voor als gevolg van de klimaatverandering. In 2015 leidde de opwarming al tot massale vissterfte voor de kust van de stadstaat. Ik weet voldoende. Nederland en Singapore hebben een grote zorg gemeen.

Het geheim van Singapore

On 27 november 2018, in economie, sociaal, wonen, by Zef Hemel

Gehoord in de Trêveszaal te Den Haag op 22 november 2018:

Afbeeldingsresultaat voor map singapore public housing hdb

Bron: SRX Property

Het regeringsdiner tijdens het bezoek van de president van Singapore aan Nederland vond plaats in de chique Trêveszaal op het Binnenhof in Den Haag. Minister-president Rutte zat voor. Als een van de genodigden luisterde ik toe. Eerst wees de premier op de langjarige betrokkenheid van de Nederlander Albert Winsemius bij de opbouw van de stadstaat Singapore. Daarna kon het gesprek beginnen. Onderwerpen waren onderwijs en innovatie, sociale inclusie en circulaire economie. Bij elk van de drie onderwerpen vertelde een Nederlandse bewindspersoon over het staande beleid, waarna zijn Singaporese collega het stokje overnam. Zo konden alle aanwezigen getuige zijn van een boeiende vergelijking tussen stadstaat Singapore en Nederland op elk van de drie onderwerpen. Vooral sociale inclusie vond ik interessant. Minister Koolmees vertelde het Nederlandse verhaal. Van Singaporese kant was het de president zelf, mevrouw Halimah Yacob, die intervenieerde. Zij wees op het recht van een dak boven het hoofd als uitgangspunt voor integratie. Elke inwoner van Singapore, zei zij, krijgt een betaalbare woning toegewezen van de regering. Dit verklaart het extreem hoge aandeel sociale woningbouw in Singapore: meer dan 80 procent van alle woningen wordt beheerd door de Housing and Development Board. Vanaf 1999 worden er door HDB ook op grote schaal woningen voor de middelklasse gebouwd. Het wonen in Singapore is extreem duur, maar door deze krachtige bemoeienis van de staat blijft wonen voor alle Singaporezen betaalbaar.

Van Nederlandse zijde werd hier niet op gereageerd. Misschien was het omdat de minister van wonen ontbrak. Dat het nota bene Albert Winsemius zelf was die Singapore destijds aanzette tot grootschalige sociale woningbouw, het werd aan tafel niet opgemerkt. Winsemius wist dat betaalbare huisvesting buitenlandse bedrijven naar Singapore zou lokken. Het heeft gewerkt en het werkt nog steeds. Dat wonen in de grote steden, Amsterdam voorop, op dit moment voor de meeste mensen onbetaalbaar wordt, is puur slecht voor de Nederlandse economie en ook slecht voor de ‘squeezed middle class’ die populistische begint te stemmen. Het vraagt om een sterk interveniërende overheid als het om wonen gaat. Maar dat gebeurt in Nederland gek genoeg niet. Er wordt nog steeds vertrouwd op de markt. VINEX was een marktgerichte benadering na de bruteringsoperatie van kabinet Lubbers II. Vanaf toen werden Nederlanders aangemoedigd om een eigen woning te kopen. Tijdens de financiële crisis van 2008 bleek hoe gevaarlijk dit was. In navolging van Singapore zouden wij hier óók een Housing and Development Board moeten instellen, die op grote schaal betaalbare woningen gaat bouwen in hoge dichtheid, te beginnen in en rond Amsterdam. Zou bovendien helpen bij het onderwerp in kwestie, te weten sociale inclusie. Hoogste tijd voor een Singaporese Winsemius die onze regering gaat adviseren.

Tagged with:
 

Sea of Tranquility

On 28 september 2018, in kunst, by Zef Hemel

Gezien in het Scheepvaartmuseum te Amsterdam op 26 september 2018:

Afbeeldingsresultaat voor sea of tranquility hans op de beeck

Op de bovenste verdieping van het Amsterdamse scheepvaartmuseum is nog tot 9 juni 2019 een tentoonstelling te zien over een imaginair cruiseschip. In ‘Sea of Tranquility’ neemt de Belgische kunstenaar Hans op de Beeck de bezoeker mee op een duistere reis op een niet bestaand cruiseschip dat met gemak 3.000 passagiers kan vervoeren, plus nog eens 1.000 bemanningsleden. Waarom duister? Alle zalen zijn donker geschilderd en hoewel de uitgestalde beelden, kostuums, maquettes, tekeningen, serviezen en stukken interieur smetteloos zijn uitgevoerd oogt het geheel toch vreugdeloos en zelfs gloomy. Het schip zelf is hybride: de voorzijde oogt als een oorlogsschip, de achterzijde als een feestboot. Er is geen sprake van een scheepsramp of ongeval. Alles lijkt onder controle, de reis zelf is absoluut veilig, de bediening is tot in de puntjes verzorgd. Maar dat is het hem nu juist.Op het eind is in een filmzaal een documentaire van een half uur uit 2010 te zien die het werkelijke verhaal vertelt van het leven aan boord van het schip. Echt gezellig wil het maar niet worden, ook al ontbreekt het de gasten aan niets. Alle leven lijkt uit het schip gezogen. Zelfs de muziek en de dansers wekken geen emotie op. Terwijl het varende machtig imposant oogt, zijn de mensen aan boord diep ongelukkig.

In een interview vertelt Op de Beeck over zijn denkbeeldige schip in termen van een reusachtig vaartuig dat op een uit de hand gelopen shopping mall lijkt, een wereld van perfecte consumptie. Deze perfecte genotswereld stelt hij tegenover de rommeligheid van de stad. Echte steden zijn chaotisch, zitten vol conflicten, zijn allesbehalve perfect. Maar juist daardóór zijn steden levendig. Op de Beeck in een interview: “Het gaat telkens om het op een bijzondere manier moduleren van banaliteiten. Op die wijze probeer ik iets te zeggen over hoe we het leven ensceneren, onze omgeving trachten te temmen en te vermenselijken en hoe we onbeholpen met elkaar en onze sterfelijkheid omgaan.” (kunstblog ‘Gesprekken met hedendaagse kunstenaars, 26 april 2012). Het is de gebrekkigheid die mensen gelukkig maakt. Ik sprak erover met mijn jongste broer, die tegenwoordig in Singapore woont en die bij me op bezoek was en mee was gegaan naar het museum voor een lunch. Op mijn vraag waarom hij Amsterdam zo aantrekkelijk vond, antwoordde hij: “Ook al is het openbaar vervoer hier veel slechter dan in Singapore, toch vind ik Amsterdam levendiger, de stad zit vol mooie, aantrekkelijke mensen, de huizen staan schots en scheef en zijn onderling sterk verschillend, maar die imperfectie voelt juist fijn.” Hij heeft gelijk. Toen ik het museum verliet lachte de stad me toe.

Tagged with:
 

Niet willen groeien

On 17 januari 2018, in energie, water, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Triumph of the City’ (2011) van Edward Glaeser:

Afbeeldingsresultaat voor city growth global south

 

De opbloei van Singapore was niet mogelijk geweest zonder de airco. De stichter van de stadstaat Lee Kwan Yew schreef in 1965 airconditioning zelfs voor in alle overheidskantoren om zo een efficiënte overheidsbureaucratie te kweken. Lees hierover Katy Lee in Vox van 23 maart 2015 (‘Singapore’s founding father thought air conditioning was the secret to his country’s success’). In Dubai ervoer ik onlangs hetzelfde. Inwoners van deze moderne woestijnstad verkeren uitsluitend in gekoelde ruimtes zonder ook maar één moment de hitte buiten te hoeven verduren. Zelfs auto’s fungeren hier als gekoelde cellen, meer nog dan als transportmiddel. Zonder airco zouden zulke megasteden nooit van de grond zijn gekomen, hun economieën niet zo succesvol zijn geweest. Dit is ook wat de econoom Edward Glaeser schreef over de Amerikaanse steden in de zuidelijke staten in zijn ‘Triumph of the City’. Glaeser: “The rise of the American Sunbelt in the postwar period owes much to the availability of cheap, cool air.” Airco is een regelrechte doorbraak, vergelijkbaar met de introductie van de lift eind negentiende eeuw. Maar het betekent wel een enorme aanslag op het energieverbruik op aarde, ook nog eens precies op de plaatsen waar water vaak uiterst schaars is. Stel dat alle Afrikaanse en Indiase steden de komende decennia uitgroeien tot succesvolle megasteden door massaal gebruik van airconditioning, wat betekent dit dan voor het totale energie- en waterverbruik?

Wanneer Glaeser een schatting probeert te maken van alle CO2-uitstoot door huishoudens, dan telt hij alle emissies bij elkaar op die verband houden met autorijden, elektriciteitsverbruik, verwarming en koeling, en voegt daar openbaar vervoer aan toe. Het hoeft niet te verbazen, schrijft hij, dat steden beduidend groener zijn dan buitenwijken of het platteland. Maar de verschillen tussen metropolitane gebieden zijn nog groter. “Coastal California is by far the greenest part of the country. The Deep South is by far the brownest.” De kloof tussen het warme zuiden en het gematigde noorden van de VS is zelfs dramatisch. En New York blijkt een van de groenste steden, ook door zijn enorme omvang en dichtheid. Airconditioning is hier de onderscheidende factor. Eigenlijk, concludeert Glaeser, zouden metropolen in de gematigde zone veel sneller moeten groeien dan die in de hete, droge Sunbelt. Dat ze dat niet doen wijt hij aan het restrictieve ruimtelijke beleid in de eerste. Steden in de gematigde zone willen niet groeien en ook niet verdichten, ze koesteren het platteland, wijzen migranten af, kiezen liever voor spreiding. Afwijzing van stedelijke groei beschouwen ze zelfs als duurzaam. Wat een misvatting. En zo groeien uitgerekend de woestijnsteden, waar airco aan een snelle opmars bezig is en waar drinkwater uitgeput raakt.

Tagged with:
 

Stadstaat NL

On 6 januari 2015, in bestuur, by Zef Hemel

Gelezen in FD van 20 december 2014:

 

FD interviewde Jeroen van der Veer, oud-topman van Shell. Het gesprek ging over Nederland, over onze toekomst, over robotisering, over het gevaar van de klimaatverandering, over de economische crisis, over globalisering. Zijn we er klaar voor? Wat moeten we doen? Van der Veer: "We zouden eigenlijk een wat strengere overheid moeten hebben die het land meer als een stadstaat regeert. We zitten nog te veel vast aan het oude CDA-denken: dat we heel veel platteland hebben in Nederland. Onzin natuurlijk. 60% van de bevolking woont al in steden. We hebben net zoveel inwoners als groter New York." Vervolgens klaagt Van der Veer over het grote aantal volksvertegenwoordigers in raden, staten en kamers. Vijfduizend in Nederland tegenover vijfhonderd in New York. Dat kan dus minder. Elke gemeente zijn eigen beleid? Nonsens. Singapore is zijn voorbeeld. Ziedaar het nieuwe denken over Nederland, opgevat als een stadstaat. Centraliseren en sterker regeren vanuit Den Haag dus.

En dat terwijl precies het omgekeerde moet gebeuren. Minder vanuit Den Haag, meer vanuit de steden, van onderop dus. Antifragiel noemt Taleb dat. Dat houdt in: sneller reageren op groeiende onzekerheid, meer experimenteren, veel fouten maken maar kleinere, grotere betrokkenheid, minder streng, juist zachter, menselijker, lokaler, dichter bij de realiteit, meer als Zwitserland. Waarom pleit Van der Veer juist voor het omgekeerde? Geen idee. Nogmaals, kennelijk is Singapore zijn grote voorbeeld. Bij hem minder democratie dus, meer autocratie, geen civil society, maar het grote bedrijfsleven. Waakt u voor Den Haag, kijk uit voor de stadstaat, let op Koninklijke Shell. Al heeft Van der Veer natuurlijk wel een punt. We moeten meer vanuit steden denken, niet vanuit Den Haag. Geen centralisatie dus, maar structurele decentralisatie. En Nederland is niet één stad. Daarvoor is alles te gefragmenteerd. Dat betekent allerminst dat de provincie straks regeert. We moeten naar de maat van de global city-region. Wat houdt dat in?

Tagged with:
 

Haven paaien

On 13 november 2014, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 1 oktober 2014:

Misleidende kop: ‘Zonder haven geen Singapore’. Het artikel van de hand van correspondent Melle Garschagen in NRC Handelsblad ging over de nieuwste havenplannen van de met ruimte woekerende stadstaat ten zuiden van Maleisië. Aan het schiereiland Tuas van Singapore zal een vier vingerige containerhaven worden toegevoegd door opspuiting, de eerste vinger daarvan, ter waarde van 596 miljoen euro, werd afgelopen zomer succesvol aanbesteed. Voor alle duidelijkheid: het betreft hier een verplaatsing van de bestaande terminals. Alleen door een nieuwe, volkomen gerobotiseerde haventerminal elders te bouwen kan de haven van Singapore overleven. In Maleisië en Indonesië zitten de concurrenten die azen op de markt van containeroverslag. Op de plaats van de bestaande havenarealen zal vanaf 2027 een nieuwe stad verrijzen. Werkgelegenheid schept de nieuwe containerhaven ook niet – het betekent eerder banenverlies -, maar de nieuw te bouwen stad op de plaats van de huidige haven schept wèl heel veel nieuwe banen! En appartementen!

Zo doe je dat dus. Stad bouwen door haven te verplaatsen. De transformatie vindt overigens onder druk van de 5,5 miljoen Singaporesen plaats. Want die willen banen en appartementen zo dicht mogelijk bij de stad. Ze gingen zelfs massaal de straat op, wat in Singapore hoogst ongebruikelijk is. De stad dreigt volgens de inwoners onleefbaar te worden. Garschagen: "De regering van Lee beseft dat ze banen moet creëren en ruimte maken voor appartementen om aan de macht te blijven." De bestaande haven omtoveren in een nieuw stuk stad en de havenbaronnen paaien met een nieuwe haven, dat is dus haar strategie. Dus om nou te beweren dat de haven essentieel is voor het voortbestaan van Singapore lijkt me onzin. De stad is, anders dan bijvoorbeeld Rotterdam, sterk ontwikkeld over de volle breedte van het economische spectrum. Vladan Babovic van de National University of Singapore komt in het artikel aan het woord en stelt dat ‘zonder het een al het andere wegvalt’, maar dat is twijfelachtig. Deze dichtbevolkte stadsstaat zou heel goed zonder zeehaven kunnen. Juist doordat haar economie zo divers is, is ze veerkrachtig. Net zoals Los Angeles zonder haven kan, kan ook Singapore zonder.

Tagged with:
 

Niet meer in te lopen

On 28 maart 2013, in wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 30 december 2012:

Zie je wel? Hoe groter de stad, hoe hoger het tempo van leven. De Amerikaanse psycholoog Marc Bornstein van Princeton University en zijn team deden al in 1994 onderzoek naar de samenhang tussen loopsnelheid en bevolkingsomvang in 25 steden in zes verschillende landen. Wetenschapsjournalist Dirk Vlasblom berichtte er laatst over in NRC Handelsblad. Hoe groter de stad, hoe sneller de mensen bewegen. In 1979 publiceerden Bornstein e.a. erover in de ‘International Journal of Psychology’’. Het verband bleek zeer sterk. Later herhaalde de Britse psycholoog Richard Wiseman van de University of Hertfordshire precies hetzelfde onderzoek. In tien jaar tijd bleken de stedelingen zelfs tien procent sneller te zijn gaan lopen. Singapore stond nu bovenaan de lijst. Voetgangers liepen er gemiddeld 6,24 kilometer per uur, zelfs 30 procent sneller dan begin jaren negentig. In Guangzhou, China (13 miljoen inwoners) waren de inwoners 20 procent sneller gaan lopen: 6,02 kilometer per uur. Vergelijk dit met een relatief kleine stad als Manama, Bahrein (150.000 inwoners): 3,72 kilometer per uur. In Utrecht liepen inwoners gemiddeld 5,45 kilometer per uur.

Conclusie: het looptempo volgt de mondiale trend van economische groei, welstand, gezondheid en vooral omvang van steden. Hoe groter de stad, hoe hoger het looptempo. In 1994 lag het tempo in de top drie steden tweemaal hoger dan in de langzaamste drie. Toen nog betrof het Duitse, Zwitserse en Ierse steden. Nu, anno 2013, zijn de Europese steden ruimschoots gepasseerd door metropolen in China, Latijns Amerika en Indonesië. Daar ligt het tempo van leven inmiddels veel hoger dan bij ons. Nederlandse steden lopen letterlijk achter; ze zijn eenvoudig veel te klein. De werkelijke achterhoede wordt echter gevormd door steden in het Midden-Oosten. Zo traag als Jeddah en Isfahan zijn Amsterdam en Rotterdam nog net niet.

Tagged with:
 

Supercities

On 8 juni 2012, in regionale planning, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gehoord op 26 mei 2012 in Moskou:

Speciale gast tijdens de derde ronde van de Moscow Competition was Alfonso Vegara, voorzitter van de Fundacion Metropoli uit Spanje. Zijn Spaanse stichting met Amerikaanse trekjes bestaat tien jaar; twintig steden in de wereld zijn inmiddels aangesloten. Er wordt samengewerkt met de plaatselijke universiteiten. Vegara aasde duidelijk ook op samenwerking met Moskou. Aangekondigd was dat hij zou spreken over ‘Intelligence Landscape’, maar hij sprak over ‘A World of Cities’. Daarmee bedoelde hij geen gewone steden, maar ‘Supercities’. Hij telde er liefst tien in de USA. Het ging, zei hij, om een nieuwe schaal van concurreren, een nieuwe schaal van samenwerken. Als voorbeeld noemde hij de samenwerking tussen Boston, New York en Washington; in Europa vertelde hij over de samenwerking tussen Lissabon, Madrid, Barcelona, Marseille en Milaan, aangeduid als de ‘Euro Diagonal’. De burgemeesters van de steden waren de trekkers. Zij concurreerden met het dichtbevolkte ‘Pentagon’ van Londen, Amsterdam, Brussel, Ruhrgebied en Parijs. Het betrof grensoverschrijdende samenwerking tussen steden op het gebied van luchthavens, zeehavens, internationale economie en handel.

Vegara’s grote voorbeeld was Singapore. Als het gaat om strategisch opereren van steden spant deze Aziatische stad de kroon. De stadstaat Singapore – 75 procent van het grondgebied van Moskou – is, zei hij, overwegend groen; zelf wil ze niet meer in inwonertal groeien. Daarom werkt de stad nauw samen met Malakka, Kuala Lumpur en Penang. Ze wil vooral hoogwaardig talent aantrekken op het gebied van biotechnologie, media, chemie en geneeskunde. In plaats van op bedrijven of evenementen richt ze zich op onderzoek en stedelijke kwaliteit. De komende dertig jaar investeert Singapore liefst 350 miljard dollar in vernieuwende stedelijke concepten. De stad wil stedelijke prototypes ontwikkelen, om die vervolgens te exporteren naar steden in Indonesië, Brazilië en China. Zo telt Singapore al vijf zustersteden in China. Vegara sprak van een nieuwe schaal van denken, van steden als ecosystemen van innovatie, van het opereren van steden vanuit vele agentschappen in plaats van door top-down aangestuurde diensten, van het werken met specifieke instituten voor specifieke projecten, van partnerschappen met steden over de hele wereld gericht op kennisuitwisseling. Mijn gedachten dwaalden af naar het Europese ‘Pentagon’. Hoe strategisch werkt dit eigenlijk samen?

Tagged with:
 

No feedback

On 23 december 2010, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in Cities and the wealth of nations (1984) van Jane Jacobs:

Terwijl Europa worstelt met zijn euro en het de vraag is of de eenheidsmunt blijft bestaan, revalueerde de stadsstaat Singapore zijn Singaporese dollar. Dat betekent dat die Singaporese dollar sindsdien in waarde is gestegen. De economische groei van de stadsstaat bedroeg het eerste kwartaal van 2010 liefst 13,1 procent. “In veel verschillende sectoren is de economische activiteit nu groter dan tijdens de piek vóór de crisis,” schreef de Monetary Authority of Singapore (MAS). De revaluatie moet oververhitting tegengaan. De stadsstaat is sterk van de export afhankelijk, vooral naar het Westen. Het nieuws roept de vraag op of ook niet het exportafhankelijke Nederland beter af was geweest zijn wanneer het zijn gulden had bewaard. Onder de huidige condities zou ook die gulden allang zijn gerevalueerd.

Als Britse kroonkolonie gold Singapore tot diep in de twintigste eeuw als economisch achterlijk. Ze zou misschien wel achterlijk zijn gebleven als ze in 1963, na de onafhankelijkheid, deel was blijven uitmaken van Maleisië. Haar exporten waren toen nog overwegend agrarisch; er werd tin en rubber gewonnen. In 1965 echter stootte het moederland de stadsstaat af, omdat het weinig moest hebben van de overwegend Chinese bevolking. Sindsdien beschikt het over een eigen munteenheid, die de conditie van haar eigen stedelijke economie perfect weerspiegelt. Singapore moest sindsdien zijn eigen importen financieren en ook zijn eigen exporten genereren. Dat deed en doet ze wonderwel. De eigen munteenheid zorgt voor een voortdurende feedback en de economie van Singapore is sindsdien zeer veelzijdig geworden en buitengewoon succesvol. Voor Jane Jacobs was Singapore een treffende illustratie van haar stelling dat stedelijke economieën het beste af zijn wanneer ze hun eigen munteenheid voeren. Meestal is dit echter niet het geval. “Whichever city in a nation happens to be contributing most heavily to the international export trade is apt to be the city whose needs are best served by the national currency.” Dat schreef ze in 1984, zestien jaar voor de invoering van de euro. Hoe zou ze die euro hebben gekwalificeerd? Als het om Europa gaat, profiteren de Duitse steden op dit moment het meest van de euromunt, de andere steden veel minder. Doordat de euro 12 procent in waarde daalde ten opzichte van de dollar, kon de Duitse industriële export even flink profiteren. Met één munteenheid binnen Europa is het moeilijk voor de meeste steden om adequaat te reageren. De kans is groot dat een paar steden binnen Europa op termijn zogenaamd ‘olifant-steden’ worden, en de andere passief en steeds provincialer, net zoals dat binnen natie-staten lange tijd het geval was (Londen, Parijs, Wenen). Voor de Nederlandse steden dreigt de impasse. Ze worden nauwelijks aangespoord importen te vervangen en nieuwe exporten te genereren. Ze krijgen niet de juiste feedback. Met de gulden zouden ze beter af zijn geweest.

Tagged with:
 

Climate Street

On 12 november 2010, in stedenbouw, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 6 november 2010:

Boeiende bijlage van The Economist over de wereld van de ICT. In ‘It’s a smart world’ komen ook steden aan bod. Wat betekent de toenemende intelligentie via de nieuwste elektronica voor de ontwikkeling van steden en hoe gaan steden met al die nieuwe mogelijkheden om? Het eerste voorbeeld dat genoemd wordt is – hoe kan het ook anders – Singapore. De stadstaat op het zuidelijke puntje van Maleisië, bewoond door de rijkste mensen ter wereld, kampt met een enorm ruimtegebrek. Dat lost ze op met behulp van elektronische regelsystemen. “Singapore proves that necessity is the mother of invention,” aldus de directeur van Accenture Singapore. De stad wil een ‘levend laboratorium’ worden voor intelligente elektronica op allerlei gebied: watermanagement, verkeersregulering, groene gebouwen, groene energiesystemen en beheer van de stad. Nieuwe systemen worden in de stad getest, waarna de bedrijven ze kunnen exporteren. “There is a strong demand for making cities smarter, not just in China and other rapidly urbanizing countries but throughout the Western world. Resources like water, space, energy and clean air are scarce in urban areas, which makes them the natural place to start saving.” Mooi toch? Naast Singapore noemt The Economist ook Masdar, in Abu Dhabi, een stad van 40.000 inwoners die op dit moment wordt gebouwd op een kunstmatig platform waaronder alle electronica kan worden weggestopt. De stad – een soort van printplaat – moet een etalage van groene technologieën worden (zie afbeelding). Vervolgens komt Songdo aan de beurt, de nieuwe stad bij Seoul, Zuid-Korea. Gebouwd op aanplempingen in de baai wordt ze straks het duurste stukje stad ter wereld. Kosten: 35 miljard dollar. Er komen 65.000 mensen te wonen. Deze smart new town wordt binnenkort helemaal volgestopt met elektronica.

Uiteindelijk komt in het artikel ook de bestaande stad aan de orde. Dan wordt Amsterdam, “Netherlands biggest city”, ten tonele gevoerd. Zonder masterplan ontwikkelt de stad publiek-privaat allerlei toepassingen in het stedelijk gebied, waaronder een zogenaamde ‘’Climate Street’. Of is het Happy Street? Nee, dit keer is het serieus, want in deze Amsterdamse Climate Street willen de winkeliers hun energieverbruik fors reduceren. Bedoeld wordt waarschijnlijk de Utrechtse Straat. Binnenkort is ze een wereldberoemde straat.

Tagged with: