Intensiteit gemeten

On 17 juli 2017, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Intensities in Ten Cities’ (2013):

Afbeeldingsresultaat voor jorge almazan tokyo

Mn’M staat voor Measuring the Non-Measurable. In 2011 vond het Mn’M Symposium plaats aan Keio University, Tokio. Wat de twintig wetenschappers uit Azië en Europa, afkomstig uit verschillende disciplines, tijdens dit symposium probeerden níet te meten was de intensiteit van steden. Volgens organisator Darko Radovic is intensiteit een van de belangrijke kwaliteiten van steden. In het geweld van de globalisering met zijn schaalvergroting en generieke stedenbouw mag deze niet verloren gaan. Maar hoe urbane intensiteit te behouden als hij niet goed te meten valt? Vandaar het onderzoek en het congres. Een van de tien steden die werden onderzocht en besproken was Tokio. Het essay van de Spanjaard Jorge Almazán over de intensiteit van metropolitane dorpen in Tokio is goed geschreven en fraai geïllustreerd. Veel mensen zien Tokio als een zeer drukke Aziatische megastad, met grote winkelcentra, complexe ondergrondse structuren, stampvolle treinen, afgeladen stations, een bijna onleefbare situatie. De enorme intensiteit kan niet alleen worden verklaard uit de enorme aantallen mensen, maar vloeit ook voort uit de unieke topologie van stedenbouwkundige elementen die samen de intensiteit van al die stromen genereren.

Veel minder bekend zijn de rustige woonbuurten die overal in Tokio op geringe loopafstand van deze intense stationsomgevingen aan te treffen zijn. Ga maar een eind lopen. Ook die kennen een hoge intensiteit. Wat deze dorpen binnen de hectiek van het immens grote Tokio zo intens maakt, heeft Almazán, die onderzoek doet en lesgeeft aan Keio University,  proberen te vangen in vijf eigenschappen. Ten eerste, zo schrijft hij, is het de krappe ruimte tussen de vrijstaande woningen die doorzichten in alle richtingen mogelijk maakt. Vaak is deze ruimte gevuld met allerlei persoonlijke bezittingen, die op het grensvlak van een eigen terrein en dat van de buren vrijelijk geplaatst zijn – de zogenoemde afuredashi (het overvloeien). Ten tweede het vele, maar bescheiden private groen rond de woningen, meestal planten en zelfs bomen in potten, weldadiger naarmate de ruimte krapper bemeten is. Drie: voorwerpen op straat die buiten de spitsuren herinneren aan menselijke activiteit: fietsen, planten, wasgoed. Vier: onduidelijke overgangen tussen publiek en privaat met ramen en deuren die je het gevoel geven dat je vanuit de huizen wordt aangekeken. Vijf: de lokale winkelstraat – de shotengai – die door elke woonbuurt getrokken is. Alles, schrijft Almazán, krijgt extra intensiteit doordat de straten van Tokio smal zijn en de gevels van de huizen direct aan de straten grenzen. Geen muren dus, ook al benemen schermen, gordijnen, houtwerk en planten je overal het directe zicht. Inderdaad, weldadig. En intens.

Tagged with:
 

Egalitair Tokio

On 26 juni 2017, in hoogbouw, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in The Tokyo Files 2016 van Clark Parker:

 Afbeeldingsresultaat voor vertical gated communities tokyo

Afgelopen woensdag presenteerde de Urban Planning Group van de Universiteit van Amsterdam zijn lopende onderzoeken aan de gemeente. Ook mijn eigen vergelijkende onderzoek naar ‘Smart Communities in Amsterdam+Tokyo’ werd met PhD’s en studenten uit de Research Master besproken. Daar kwam de vraag op of niet ook Tokio veel gated communities kent. Op mijn ontkennende antwoord werd met ongeloof gereageerd. Hoe kan een Aziatische megastad met meer dan 35 miljoen inwoners geen gated communities tellen? In The Tokyo Files geeft Clark Parker een verklaring. Tokio kent overal een relatief hoge dichtheid, alle woningbouw is sterk op metro en trein gericht, de criminaliteit in Tokio is laag, ook de inkomensongelijkheid is er gering. Niet vergeten moet worden dat Tokio uit een zeer omvangrijke middenklasse bestaat die in de naoorlogse periode vanuit het egalitaire Japanse ideaal van de ‘100 miljoen middenklasse’ werd opgekweekt. Dat ideaal kwam neer op een hecht gezinsleven, hard werken, sobere huisvesting, speeltuinen voor kinderen en voor iedereen een fiets.

De belangrijkste reden voor het ontbreken van afgeschermde woongebieden voor de rijken in Tokio schuilt in de Japanse regelgeving. In ‘Vertical Gated Communities in Tokyo’ (2007) schrijft Junko Abe-Kudo, verbonden aan Sugiyama Jogakuen University, dat het Japanse Bouwbesluit geen wegen toestaat die uitsluitend eigendom zijn van en onderhouden worden door bewoners zelf of door gemeenschappen van bewoners. Alle wegen moeten vrij toegankelijk zijn. “Therefore, at present in Japan, we do not have any American style gated communities which are physically isolated from the neighbouring area with gates, fences around estates, and roads possessed communally and privately among the residents.” Gewoon een kwestie van wetgeving dus.  Kan elke stad doen. Het resultaat is een reusachtige, zeer leefbare megastad waar mensen van allerlei slag elkaar dagelijks op straat tegenkomen. Maar waterdicht is het niet. Want wat gebeurt er op dit moment in Tokio? De wens om je als rijke af te zonderen is kennelijk zo sterk dat men de laatste tijd zijn toevlucht zoekt in hoogbouw. Het verklaart deels waarom hoogbouw aan een stevige opmars bezig is in Tokio. Hoogbouw, wel te verstaan, voor de rijken.

Tagged with:
 

Tokio als regenwoud

On 23 juni 2017, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Made in Tokyo’ (2015) van Momoyo Kaijima e.a.:

Afbeeldingsresultaat voor made in tokyo

We maakten kennis in Amsterdam. Na afloop zond hij me een grappig boekje over Tokio. De architect Ben van Berkel van UN Studio reageerde geamuseerd toen ik hem vertelde dat ik Tokio een van de meest intrigerende steden op aarde vond en dat ik er naar onderzoeksprojecten zocht. Hij wenste me veel inspiratie, schreef hij me. In ‘Made in Tokyo’ doen drie Japanse architecten onderzoek naar nieuwe, vreemdsoortige architectuurtypologieën in de Japanse hoofdstad. Het Japanse woord voor zulke gebouwen is da-me (niet goed). Vooral in de meest recente gebouwen ontwaren zij bizarre programma’s zoals ‘rail museum, flying temple, sewage court, karaoke hotel, dispersal terminal, bath tour building, vampire park, coolroom estate, diving tower, horse apartment house, electric passage, cine-bridge, neon building,’ enzovoort. Van elk van de gebouwtypen is een korte beschrijving opgenomen, een getekende weergave, een kleine zwart-wit foto en een kaartuitsnede. Zeker zo interessant als deze bizarre gebouwen vond ik de interpretatie van Tokio als geheel door de drie schrijvers. Vormde de Japanse hoofdstad niet een krankzinnig chaotisch geheel?  “Actually, despite these claims of chaos, Tokyo is interesting in its own way of functioning. It resembles the unstructured forms of the rainforest, within which there is in fact many types of creatures co-existing, whilst each contructing their own world.” Tokio als een van de rijkste stedelijke ecosystemen ter wereld.

Achterin het boekje staat de tekst van een interview van de drie auteurs met Takashi Homma, fotograaf en schrijver van ‘The Narcissistic City Notebook’ (2016). Homma is zijn hele leven al gebiologeerd geweest door steden.  Wat hij van de bizarre gebouwen vond, was de vraag van de drie architecten. Hij vond ze, antwoordde hij, humoristisch, maar ook hard. Maar Tokio, zei hij, is ook hard. En een aantal gebouwen in het boekjes was alweer afgebroken. Niet dat hij dit erg vond. Foto’s wekken vaak nostalgische gevoelens, zeker in sepia afgedrukt, maar daar had Homma geen last van. Als de gebouwen hun functie hebben verloren, kun je ze net zo goed afbreken, vond hij. Hij was meer geïnteresseerd in de toekomst. Welk gebouw inmiddels alweer verdwenen is weet ik niet, maar bijzonder vond ik ‘shooting graveyard’ in Niizuka, Niiza-shi. Het was een Olympische schietbaan uit 1964, aangelegd op de plek van een zeer oude tombe. Op dit moment wordt hij gebruikt door het Japanse zelfverdedigingsleger voor schietoefeningen. Schieten en begraven, een huiveringwekkende combinatie van functies, schrijven de samenstellers. Is dit humoristisch? Wellicht. Het is vooral hard. Da-me.

Tagged with:
 

Een wereld te winnen

On 20 juni 2017, in benchmarks, by Zef Hemel

Gehoord bij Mori Memorial Foundation in Tokio op 23 mei 2017:

Afbeeldingsresultaat voor global power city index mori

Professor Hiroo Ishikawa ontving ons op de veertigste verdieping van het imposante Roppongi Hills. Op de vloer was een reusachtige maquette van het centrum van Tokio nagebouwd. Het gebied reikte van de baai tot aan Shinjuku. Ernaast lag, op dezelfde schaal, het schiereiland Manhattan. In één oogopslag werd duidelijk dat het centrum van New York slechts een fractie vormt van het veelkernige centrum van de Japanse megastad. We spraken over de ‘Global Power City Index 2016’ van de Mori Memorial Foundation. Het Institute for Urban Strategies van deze stichting – spin-off van een van de rijkste ontwikkelaars van Japan – doet al jaren onderzoek naar Global Cities. Men bestudeert 42 steden en doet dat op grondige wijze. Elke stad scoort op 70 indicatoren.In de index van afgelopen jaar staat Johannesburg op de laatste plaats. New York staat op plaats 2, na Londen en vóór Tokio. Tokio is Parijs voorbijgestreefd, die nu op plek vier is beland. Amsterdam staat op plaats 8, net boven Berlijn, maar onder Hong Kong. Die relatief hoge plek op de lijst van wereldsteden heeft de Nederlandse hoofdstad vooral te danken aan de luchthaven. Zonder Schiphol was Amsterdam of Nederland überhaupt niet op de ranglijst geweest.

Naast internationale bereikbaarheid (netwerk, vluchten, landingsbanen, punctualiteit) scoort Amsterdam relatief hoog op culturele aantrekkelijkheid. De uitstekende culturele voorzieningen en de schitterende binnenstad dragen hier uiteraard aan bij. Ook qua stadions, hotels en in mindere mate winkels doet de stad het niet slecht. Maar op alle andere vlakken doet Amsterdam het eigenlijk beduidend minder dan veel andere wereldsteden: onderwijs en onderzoek, economie, leefbaarheid, en zelfs duurzaamheid. Een megastad als Tokio biedt op al deze terreinen beduidend meer, ja zelfs als het om leefbaarheid en duurzaamheid gaat. Stedelijke omvang zegt dus weinig. En juist de Japanse steden (Osaka, Fukuoka, Tokio) scoren hoog op leefbaarheid. De auto heeft er geen ruimte gekregen. In het oog springend vond ik ook het belang van de culinaire infrastructuur in de benchmark van de Mori Memorial Foundation. Lekker eten in uitstekende restaurants, het maakt veel uit en blijkt buitengewoon belangrijk voor de score van een wereldstad. Die culinaire reputatie heeft weer invloed op economie, onderwijs en onderzoek, cultuur en leefbaarheid. En op culinair gebied scoort Amsterdam matig (plaats 28). Een eetcultuur is hier nauwelijks ontwikkeld. In Tokio is dat heel anders. Uitgerekend daarop valt nog een wereld te winnen.

Tagged with:
 

Groen Tokio

On 16 juni 2017, in duurzaamheid, hoogbouw, by Zef Hemel

Gelezen in: ‘Low City, High City’ (1983) van Edward Seidensticker:

Afbeeldingsresultaat voor tokyo streets greenery

Van het totale oppervlak van Tokio – met meer dan 35 miljoen inwoners de grootste stad op aarde – heeft officieel slechts 5 procent de bestemming groen. In Amsterdam is dat meer dan 30 procent, Helsinki zelfs 40 procent. Toch staat Tokio van oudsher bekend als een groene stad, ook onder de Japanse steden. Hoe kan dat? Edward Seidensticker schreef in zijn standaardwerk over Tokio dat nog in 1903 Tokio in reisgidsen werd beschreven als een rustige, semi-rurale en een overwegend groene stad. Niet dat de straten opzettelijk waren beplant of dat er veel parken te vinden waren. Wel viel het bezoekers op hoeveel wilgen langs de waterlopen stonden en hoe rond tempels en schrijnen als kleine oases van verstild groen verkoeling boden. Nee, lange tijd vonden de bestuurders de aanleg van parken ook niet nodig; dat was een westerse inventie die niet paste bij een Japanse stad als Tokio. Vrijwel alle bomen en planten van Tokio stonden en staan in potten of achter muren, direct langs de huizen, afgewend van het drukke straatgewoel. En auto’s mogen in Tokio niet op straat worden geparkeerd, waardoor alle beetjes groen maximaal zichtbaar zijn. Pas in Ginza werden opzettelijk bomen in de straatprofielen geplant. En Ueno werd alleen dankzij een Hollandse arts gevrijwaard van bebouwing. Daar en in Asakusa komen in het voorjaar de Japanners massaal de kersenbloesem bewonderen. Ueno Park is eigenlijk nog het meest klassieke park dat in heel Tokio te vinden is.

Tot zover Seidensticker. In Tokio hoorde ik dat de metropolitane overheid een nieuwe eis heeft gesteld aan alle nieuwe bebouwing. Hoogbouw moeten voortaan van een groen dak worden voorzien. Dit om opwarming en hitte-eilanden te voorkomen. Nu Tokio zo snel verdicht en hoogbouw in het centrum massaal zijn intrede doet, worden bovendien bonussen gegeven aan ontwikkelaars die delen van hun bouwgrond vrijwaren van beton en die in de plaats daarvan kleine groene parkjes in buurten aanleggen. We hebben er een aantal bezocht. Op veel plaatsen in het enorme centrumgebied ziet men nu goed verzorgde parkjes in de buurt van hoogbouw verschijnen. In Roppongi Hills zijn alle daken met groen bekleed. Je zou ook het water in de lage stad terugwensen. Tijdens ons seminar eind mei op Keio University was het Jinnai Hidenobu van Hosei University die zich hiervoor sterk maakte. Water kan de temperatuur van het oververhitte Tokio in de zomer doen dalen. Het was een mooie en sterke bijdrage. Kom echter niet aanzetten met verhalen over een grijs en grauw Tokio met veel te weinig groen. Ook met slechts vijf procent groen kan men een heel aantrekkelijke stad bouwen.

Tagged with:
 

Gelezen in ‘Fiber City Tokyo 2050’ van Hidetoshi Ohno:

Gerelateerde afbeelding

Komende donderdag is er een besloten bijeenkomst over bevolkingskrimp in het Paleis op de Dam in Amsterdam. Interessant. Ik zal er ook zijn. Eerder al schreef ik over de krimpende randen van Tokio. De Japanse bevolking als totaal krimpt al een hele tijd. Nu bereikt de Japanse bevolkingskrimp ook de randen van hoofdstad Tokio. De bevolking in het centrum verjongt, die in de buitenwijken wordt snel ouder.Vanaf 2020 zal zelfs de allergrootste megastad op aarde licht gaan krimpen. De Japanse architect Hidetoshi Ohno heeft daarom vanuit Tokyo University een strategie ontwikkeld om met die bevolkingskrimp in de randen van Tokio duurzaam om te gaan. In ‘Fiber City’ noemt hij vier strategieën die vezels en netwerken als uitgangspunt voor toekomstige ontwikkelingen nemen: straten en netwerken van openbaar vervoer. In plaats van de aandacht te richten op vlakken en volumes, zouden de planners zich meer moeten richten op de leven brengende vezels van de stad en daar het toekomstige leven omheen organiseren. Ouderen zijn sterk afhankelijk van openbaar vervoer en hebben baat bij de nabijheid van stations, water, winkels en vitaal straatleven. Huizen dicht bij stations en winkels kunnen daarom blijven, maar de rest moet worden afgebroken en door groen vervangen. Fiber City accepteert krimp als toekomstbeeld, rekent af met het modernisme en richt de stedelijke ontwikkeling op een steeds ouder wordende bevolking.

Een van de strategieën is om het centrale wegenstelsel binnen de ‘loop’ te vergroenen en geschikt te maken voor wandelen en fietsen in plaats van autoverkeer. Bij ernstige calamiteiten kan dit groene wegenstelsel dienen voor hulpdiensten die bij rampen snel in het centrum moeten acteren. Een tweede strategie richt zich op lelijke en vergeten vezels en wil deze opknappen, schoonpoetsen, tot nieuw leven wekken. Een derde strategie – Groene Vingers – probeert de uitgestrekte suburbane gebieden te reorganiseren door sterke ruimtelijke concentratie rond spoorwegstations na te streven, terwijl woningen op afstand daarvan worden afgebroken en vervangen door vegetatie: het plan streeft hier een stelselmatige vergroening van de randen van Tokio na door middel van nieuwe parken, landbouwgrond en campusontwikkeling. Door hier zes procent van de grond aan het bebouwde oppervlak te onttrekken zal de grondprijs in de rest van de metropool stijgen. Met die opbrengsten kan volgens de planners de vergroening elders worden gefinancierd. Je kunt ervan zeggen wat je wilt, maar zo’n nationale krimpstrategie zouden wij voor heel Nederland – qua oppervlak slechts driemaal Tokio – ook eens moeten ontwikkelen.

Tagged with:
 

Rondje Randstad XXL

On 13 juni 2017, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in De Telegraaf van 7 juni 2017:

Afbeeldingsresultaat voor hyperloop lelystad

Hyperloop One heet het bedrijf. Het wil 6275 kilometer hyperloop aanleggen door heel Europa, te beginnen met Nederland. In Flevoland moet een testbaan voor het ultrasnelle vervoermiddel komen. Demissionair minister van Infrastructuur Mw. Melanie Schultz van Haegen wil al binnen een maand hierover een beslissing nemen. Dat klinkt kordaat, nee visionair. Het onderwerp is ook sexy. Maar lag er niet een testbaan van de magneetzweefbaan bij Lathen net over de grens in Duitsland die eind jaren negentig door Nederlandse politici ook al uitgebreid werd getest? De firma Siemens zou de hele Randstad ermee ontsluiten. Iedereen sprak al over het ‘Rondje Randstad’. Het kwam er niet. Op 22 september 2006 vielen 23 doden waarna de testbaan ijlings werd gesloten. Nooit meer iets van de Maglev gehoord. Ondertussen bouwen de Japanners een snelle Maglev-verbinding tussen Tokio en Nagoya die in 2027 gereed moet zijn. Het tracé loopt dwars door de bergen en voert door eindeloze tunnels. Maximale snelheid: 505 kilometer per uur. De reistijd tussen de twee steden zal worden teruggebracht naar 40 minuten. Kosten: 50 miljard euro.

Gaat Nederland de Japanners overtreffen? En welke steden zou zo’n hyperloop dan moeten verbinden? In een persbericht las ik over Amsterdam, Rotterdam, Eindhoven, Den Bosch, Arnhem en Lelystad als kandidaat-steden. Ergens trof ik ook een kaartje. Een ‘Rondje Randstad’ XXL dus. Maar: hoezo Arnhem? hoezo Lelystad? Veel verkeer tussen deze stadjes is er niet. Arnhem heeft net een duur HSL-station gekregen zonder HSL. Tussen Amsterdam en Rotterdam hebben we al een kostbare hogesnelheidsverbinding. Gaan we die dan beconcurreren? Of gaat Den Haag een hyperloop beloven aan Brabant en moet er een lus via provinciehoofdstad Den Bosch worden getrokken? Dat wordt dan een duur Haags cadeau. Nee, op termijn, las ik, denkt de minister aan een hyperloopverbinding tussen Lelystad en Schiphol. Hiermee zou ‘één luchthaven, verdeeld over twee steden’ worden bereikt. Hyperloop in politiek Den Haag heeft dus niets te maken met de ontwikkeling van Nederlandse steden, maar alles met overstappen op Schiphol. Het is gewoon weer het oude mainportdenken. Ondertussen heeft de Shinkansen tussen Tokio en Nagoya zijn maximale capaciteit bereikt. Die Maglev is daar dringend nodig. Maar ja, Tokio en Nagoya zijn echte metropolen. Moeten wij niet eens echte steden gaan bouwen, met goed openbaar vervoer? Ten slotte de toegift:

Afbeeldingsresultaat voor hyperloop one germany

Afbeeldingsresultaat voor hyperloop one germanyAfbeeldingsresultaat voor hyperloop one germany

Afbeeldingsresultaat voor hyperloop one germanyAfbeeldingsresultaat voor hyperloop one germany

Tagged with:
 

Hoe ongelijk is Tokio? deel II

On 12 juni 2017, in economie, sociaal, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Why inequality is different in Japan’ (2015) van Yuriko Koike:

Income of Japan's Prefectures

Inkomensniveau per provincie in Japan (bron: GeoCurrents 2011)

Wat wilde ik eigenlijk bewijzen met mijn blog over de geringe ongelijkheid van Tokio? Dat was de pertinente vraag die mij via Twitter bereikte. En waarom ik Saskia Sassen daarbij als bron gebruikte. Die bron was immers al vijfentwintig jaar oud. Dat ik de autoriteit van Sassen op dit gebied hoog aansla was kennelijk niet voldoende. Mijn antwoord is eenvoudig. Ik wilde laten zien dat de megastad Tokio minder ongelijk is dan Londen of New York of zelfs ‘de metropool Nederland’. Omvang zegt niets over polarisatie. Zeker, Tokio telt met 461.000 miljonairs de meeste rijken van alle steden op aarde (zie kaart), maar qua miljardairs spannen New York en Londen de kroon. Belangrijker is het ontbreken van criminaliteit en de afwezigheid van achterbuurten of getto’s in Tokio en het straatbeeld dat gedomineerd wordt door een welvarende middenklasse. Tokio oogt verrassend egalitair, welvarend en eerlijk, veel eerlijker en fatsoenlijker dan Nederland. Ik wilde dus weten of mijn indruk klopte. Het eerste boek dat me te binnen schoot was ‘The Global City’ (1991) van Saskia Sassen. Sassen, schreef ik, was gespitst op sociale polarisatie toen zij haar grondige studie naar het fenomeen van de postindustriële wereldstad verrichtte. Maar in Tokio vond ze weinig aanwijzingen. Gelukkig ontdekte ze het probleem van de uitgebuite dagloners. En Japanse vrouwen verdienen minder dan mannen. (En op het Japanse platteland is meer armoede).

Een recente studie is die van Yuriko Koike, lid van het Japanse parlement, geschreven voor het World Economic Forum in 2015. In ‘Why inequality is different in Japan’ legt Koike uit waarom de Japanse samenleving veel minder ongelijk is dan alle andere ontwikkelde landen. Japan kent een zeer hoge inkomstenbelasting voor de rijken (45%) en de belasting op het schenken van erfenissen en vermogens is nog hoger (55%). Dit maakt het moeilijk voor Japanners om vermogen op te bouwen. Binnen drie generaties verliest een Japanse familie weer zijn opgebouwde bezit.  Extreme rijkdom bestaat niet in Japan. Vandaar dat een groeiend aantal rijke Japanners zijn heil zoekt in Singapore of Australië. Trouwens, het tentoonspreiden van rijkdom door bezit en leefstijl past niet in de Japanse cultuur. Zelfs de rijksten leiden een bestaan dat eenvoudig is en voor de buitenwereld niet opvalt. Geen dure jachten, luxueuze villa’s, eigen vliegtuigen, ook miljonairs reizen gewoon met het openbaar vervoer en lunchen met collega’s in een eethuisje om de hoek. Echter, ‘Abenomics’ ligt wel degelijk onder vuur omdat het financieel-economische beleid van premier Abe de grote industriële conglomeraten bevoordeelt door lagere winstbelastingen. Vandaar dat Piketty’s ‘Capital in the Twenty-First Century’ grif over de toonbank gaat in Japanse boekhandels. Tokio is meer egalitair dan Nederland en ook in dat opzicht een voorbeeld voor onze vaderlandse Metropool.

Tagged with:
 

Hoe ongelijk is Tokio?

On 10 juni 2017, in economie, sociaal, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Global City’ (1991) van Saskia Sassen:

Afbeeldingsresultaat voor sanya tokyo slum

Hoe ongelijk is Tokio? Die vraag stelde ik mij na afloop van m’n laatste reis naar Japan. De stad oogt zo welvarend. Ik sloeg Saskia Sassen’s ‘The Global City’ er eens op na. Het boek is weliswaar al 25 jaar oud, maar de gespitstheid op polarisatievraagstukken in steden maakt Sassen tot een bijna tijdloze bron van studie. Postindustriële steden als de drie genoemde, schreef ze, blinken uit in maatschappelijke ongelijkheid, in extreme tegenstellingen tussen rijk en arm. Sassen was een van de eersten die vaststelden dat de middenklasse op zijn retour is en dat dit uitgerekend in wereldsteden scherp te zien is. Hoe zat dat eigenlijk in Tokio? In ‘The Social Order of the Global City’ maakt ze onderscheid tussen werkgelegenheid en inkomen enerzijds en klasse en ruimtelijke polarisatie anderzijds.  In Tokio, schreef ze, verdienden professionals beduidend beter dan elders in Japan, de hoogste salarissen werden betaald in de financiële sector. De verschillen tussen mannen en vrouwen bleken ook groot. Part-time werk – ongewoon in Japan – was bovendien sterk in opmars: in 1983 hadden al 58% van alle in Tokio gevestigde bedrijven deeltijdbanen. Tot zover werk en inkomen.

Wat ruimtelijke polarisatie betreft merkte Sassen op dat de politiek in Tokio altijd sterk gericht is geweest op het in goede banen leiden van het drukke forensenverkeer. Sinds de jaren ‘80 echter raakt de aandacht hier verschoven naar gentrificatieprocessen in centrale delen van de stad. Echter, in Tokio deed dit verschijnsel zich veel minder extreem voor dan in Londen of New York. Ze wijt dat aan de Japanse cultuur, die bescheidenheid in leefstijl voorschrijft en ook aan de overmaat aan eenvoudige woningen. Trouwens, het aandeel huizenbezit neemt af in de totale voorraad en het gemiddelde vloeroppervlak van een Tokiose woning wordt al jaren kleiner. Waarop ze besluit: “The familiar outcomes are increasingly evident in Tokyo as well: the emergence of fashionable residential and commercial districts along with growing poverty, including homelessness, particularly among older residents displaced by gentrification.” Het zijn buurten als Taito, Toshima, Sanya en Kita, net buiten het centrum, die bevolking verliezen en waar de armoede zich concentreert. Dagloners in de bouw waren volgens haar het slechtste af. Die werden door de Japanse maffia (yakusa) regelrecht uitgebuit. Lees haar persoonlijke verslag op bladzijde 298 er maar op na. En toen vond ik Edward Fowler, ‘San’ya Blues’ (1998). “Located near a former outcaste neighborhood, on what was once a public execution ground, San’ya shows a hidden face of Japan and contradicts the common assumption of economic and social homogeneity.” Lezen!

Tagged with:
 

Hoe de randen van Tokio krimpen

On 8 juni 2017, in regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Tokyo’s Urban Growth, Urban Form and Sustainability’ (2010) van Junichiro Okata en Akito Murayama:

Afbeeldingsresultaat voor declining population tokyo

bron: The Asahi Shimbun, January 9, 2012

Afgelopen maand werkbezoek gebracht aan Tokio. Ditmaal om deel te nemen aan een seminar, georganiseerd door Darko Radovic, hoogleraar Architectuur en Stedenbouwkundig Ontwerpen aan Keio University. Radovic had een boeiend programma samengesteld rond twee bijzondere wereldsteden: Amsterdam+Tokio. Beide – hoewel heel verschillend van formaat en karakter – ondervinden de druk van de globalisering en proberen daar lokale antwoorden op te vinden. Sprekers gingen in op die strategische en tactische responsen. Voor Tokio waren dat onder andere Kengo Kuma, Hiroto Kobayashi, Darko Radovic en Jinnai Hidenobu, voor Amsterdam spraken Pieter Klomp, Paul Chorus, Mirjana Milanovic en ikzelf. Voor het gemak vatte ik in mijn lezing Amsterdam op als de Metropool Nederland, waardoor ik een zeer uiteengelegd stedelijk veld van 17 miljoen inwoners kon vergelijken met een compacte, duurzame megastad van 37 miljoen.

Meest opmerkelijke trend in de Aziatische megastad is dat Centraal Tokio sinds 1996 sterk in inwonertal groeit. Dat is decennialang anders geweest. Toen vluchtten gezinnen de stad uit, net als bij ons, naar buiten. Nu is de trend precies omgekeerd. Ditmaal gaat het vooral om eenpersoonshuishoudens die het grootstedelijke centrum opzoeken. Meer dan de helft van de nieuwe woningen betreft hier studio’s en appartementen in nieuwe, dikwijls zeer grote gebouwencomplexen. Het immer rusteloze Tokio verandert opnieuw snel van karakter: overal ziet men ineens torens en schijven verrijzen, terwijl het ‘oude’ Tokio nog werd gekenmerkt door VINEX-achtige structuren van overwegend laagbouw in uitgestrekte buitenwijken. Veel appartementen in het centrum tellen overigens niet meer dan één kamer, mensen schikken hier in, het gemiddelde vloeroppervlak van woningen in Tokio daalt zienderogen. Deze sterke verdichting roept allerlei nieuwe problemen op. Extra capaciteit van het openbaar vervoer is nodig, maar ook mooiere parken en betere fietsvoorzieningen. Ondertussen verdunnen de randen. Daar is de auto aan de winnende hand, die met een nieuwe rondweg door de Japanse staat op haar wenken wordt bediend. In 2020 is de National Capital Region Central Loop Road gereed. In Nederland gebeurt precies hetzelfde: Amsterdam en omgeving groeien en verdichten, terwijl de rest van Nederland verdunt en krimpt. Tokio juicht deze ontwikkeling toe. Bij een ouder wordende bevolking, stelt de stad, past een compacter stedelijk patroon, kleinere woningen, goed openbaar vervoer en uitstekende voorzieningen. Laat de periferie maar krimpen.

Tagged with: