Finding alternative housing policies

On 1 februari 2018, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Running hot and cold’ (2005) van Yosuke Hirayama:

Tokyo Rent Map

Bron: https://tokyocheapo.com/tokyo-interactive-rent-finder-map

Onlangs wees ik hier op de enorme nieuwbouwproductie van woningen in Tokio en bijgevolg de dalende woningprijzen. Nu lees ik dat de Japanse regering de kwakkelende economie bewust stimuleert door met name de bouwindustrie flink aan te jagen. Die is daar traditioneel erg groot. Het gevolg zijn inderdaad dalende woningprijzen, maar zeker niet overal. In ‘Running hot and cold in the urban home-ownership market: the experience of Japan’s major cities’ beschrijft Yosuke Hirayama van Kobe University de plekken binnen Tokio en Osaka waar de waardedaling van het vastgoed aanhoudt en waar deze juist stijgt. Zijn geografie van ‘hot spots’ en ‘cold spots’ is de moeite van het lezen waard. Vooral in de brede randen van Tokio – een megastad zo groot als Nederland – vindt een sterke waardedaling plaats. Maar in het centrum stijgen juist de prijzen. Na het barsten van de bubble-economie in de jaren ‘90 daalden daar eerst de grondprijzen en begonnen de ontwikkelaars op grote schaal flats te bouwen. Alleen al tussen 1987 en 2002 werden in het centrum van Tokio 97 woontorens gebouwd. Sindsdien zijn daar nog 288 nieuwe torens bijgekomen. Het wordt daar alleen maar duurder.

Het traditionele Japanse gezin is op zijn retour, de standaardwoning verdwijnt, zeker in Tokio. Er ontstaat een diversiteit van woonvormen. Het zijn met name alleenstaande jonge vrouwen die zich op de woningmarkt begeven. Als ‘Global City’ trekt Tokio ook veel hoogopgeleiden, expats, miljonairs, vaak mensen met een hoog inkomen. Ook dat drijft de prijzen in het centrum op.  Daar tegenover staan de ‘cold spots’ in de randen en dan met name daar waar laagbouw en appartementen domineren, zeg maar de Japanse variant op VINEX. Veel mensen hadden daar een bescheiden woning gekocht toen Tokio in de hoogconjunctuur extreem duur was en de overheid woningbezit sterk aanmoedigde (‘grootschalig bouwen in de groene randen!’). Nu raken ze hun woning niet meer kwijt. Ondertussen blijft de Japanse regering nieuwbouw aanmoedigen. Dat is niet goed, Tokio bouwt teveel woningen, althans dat vinden sommige experts. Ook Hirayama is van mening dat de prijsdalingen in de periferie mede het gevolg zijn van de bouwwoede in het centrum. “Whatever the economic climate will be, however, if the current housing and urban redevelopment policies are maintained, home-ownership markets and urban spaces will be fragmented even more. It is becoming a critical challenge to find an alternative direction for urban housing beyond the traditional policies.” Ik betwijfel of hij gelijk heeft. Projecteer dit eens op Nederland.

Tagged with:
 

Impossible to ignore

On 26 januari 2018, in afval, by Zef Hemel

Gelezen in The Washington Post van 23 november 2017:

Afbeeldingsresultaat voor kadir van lohuizen washington post waste

Hij gaf me een exemplaar van The Washington Post in handen. Op het omslag: ‘A World of Waste. The mounting problem that’s impossible to ignore’. Een compleet katern van deze Amerikaanse krant blijkt gewijd aan zijn laatste fotoreportage, gemaakt in steden als Jakarta, New York, Tokio, Lagos, Sao Paulo en Amsterdam. Zijn naam: Kadir van Lohuizen, fotograaf. Ik ontmoette Kadir in een kroeg aan de Kloveniersburgwal, vlak bij zijn huis. Was het toeval dat ik een eindje verderop met studenten planologie juist bezig was met een Masterstudio over de Circulaire Stad? Van Lohuizen zal een van mijn sprekers zijn in de nieuwe serie Amsterdamlezingen die begint op 5 februari 2018. Die serie staat in het teken van de toekomst. Kadir zal spreken over afval. Grootstedelijk afval wel te verstaan. De wereld, vertelde hij me, produceert jaarlijks 3,5 miljoen ton afval, dat is tien maal meer dan een eeuw geleden. Elke maand gooit de gemiddelde Amerikaans een hoeveelheid afval weg dat gelijk staat aan zijn eigen lichaamsgewicht. Een gemiddelde Japanner stort iets minder, namelijk twee derde van zijn gewicht, maandelijks wel te verstaan. En een Amsterdammer? Per jaar 370 kilo afval, waarvan 7 kilo plastic en 80 kilo grofvuil.

Lagos, Nigeria, hergebruikt al zijn organische afval, maar dat kun je van New York of Amsterdam niet zeggen. New York is zelfs de stad die het meeste afval produceert. Per jaar wordt daar 33 miljoen ton afval aan de straat gezet; dat is vijftien maal meer dan Lagos. En Tokio? Omdat Tokio geen ruimte meer heeft, wordt daar vrijwel alle afval gerecycled, vertelde Kadir me. In de stad staan 48 verbrandingsinstallaties die alle restafval omzetten in energie en warmte. Daarnaast kent de Japanse hoofdstad nog 12 vuilnisbelten, waarvan de grootste zich bevindt in de baai. De stad kan daar nog 50 jaar haar as storten. Daarna is ook deze vol. Hoe het nu verder moet? Kadir kon het me niet vertellen. Hij moet er nog over nadenken. Maar slechts 29 procent van haar afval scheiden zoals Amsterdam doet is niet duurzaam, laat staan circulair. Op maandagavond 12 februari 2018 om 20.00 uur zal Kadir erover spreken in zijn Amsterdamlezing. Locatie: CREA Roeterseiland Campus. Toegang gratis. Mis het niet. Meld je aan op: http://www.uva.nl/nieuws-agenda/nieuws/amsterdamlezingen/amsterdamlezingen-uva.html

Tagged with:
 

Dalende woningprijzen in Tokio

On 18 januari 2018, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen op Forbes.com van 12 augustus 2016:

newly constructed house data

Afgelopen dinsdagavond hield de Amsterdamse gemeenteraad een hoorzitting over de crisis op de Amsterdamse woningmarkt. Het leek wel alsof alleen Amsterdammers met hoge woningprijzen worstelen. Dat is natuurlijk niet waar. Ook succesvolle Amerikaanse en Aziatische steden dreigen onbetaalbaar te worden. De uitkomst van het gesprek was dan ook teleurstellend. ‘Problemen op woningmarkt te complex voor snelle oplossing,’ kopte Het Parool na afloop. Hoezo complex? In ‘Tokyo’s Affordable Housing Strategy: Build, Build, Build’ schreef Scott Beyer over de aanpak die Tokio volgt om de hoge prijzen op de woningmarkt te bestrijden. Deze aanpak stelde hij tegenover die van Amerikaanse steden als New York, Los Angeles en San Francisco. Ook daar schieten de woningprijzen door het plafond. Hun probleem, aldus Beyer, is dat ze niet voldoende nieuwe woningen bouwen om aan de enorme vraag te kunnen voldoen. Jaarlijks bouwt New York 20.000 nieuwe appartementen, Los Angeles bouwt 23.500 nieuwe woningen en San Francisco – even groot als Amsterdam – een schamele 5.000 woningen. Wat doet de grootste stad op aarde?Alleen al in 2014 bouwde Tokio binnen de gemeentegrenzen 142.417 nieuwe woningen! Sinds 2000 is in het inwonertal van Tokio met 1,6 miljoen gegroeid. Resultaat: stabiele woningprijzen. In de metropoolregio zijn de woningprijzen sinds 2006 zelfs gedaald.

Mensen beschouwen mij als een rechtse journalist, schreef Beyer, maar dat is niet waar. Waarom zou schaarste creëren een linkse en betere oplossing zijn? Iedereen moet beseffen dat Tokio geen grond meer te vergeven heeft. De stad bouwt in de hoogte en verdicht door oude woningen te slopen en nieuwe – grotere – terug te bouwen. De gemiddelde levensduur van een woning in Tokio is slechts 26 jaar. De stad is aan die snelle verandering gewend, ook door de vele aardbevingen en branden die het heeft gekend. Monumentenzorg bestaat hier vrijwel niet. Tokio is daardoor de meest organische stad op aarde. Beyer: “In Minato ward — a desirable 20 sq km slice of central Tokyo — the population is up 66 per cent over the past 20 years, from 145,000 to 241,000, an increase of about 100,000 residents. In the 121 sq km of San Francisco, the population grew by about the same number over 20 years, from 746,000 to 865,000 — a rise of 16 per cent. Yet whereas the price of a home in San Francisco and London has increased 231 per cent and 441 per cent respectively, Minato ward has absorbed its population boom with price rises of just 45 per cent.” Weigeren om te groeien en de verdichten drijft de woningprijzen op. Amsterdam nam in 2017 9.000 nieuwe woningen in aanbouw. Het begin is er. Zo eenvoudig is het.

Tagged with:
 

Kinderloos, vrij

On 18 december 2017, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Tokyo Totem’ (2015) van Monnik:

Afbeeldingsresultaat voor tokyo totem single ladies

Bijzondere gids over Tokio van Monnik. Zeer diverse bijdragen. Relatief veel beeldessays. Niet alles in het boek is even goed geschreven, maar een alternatieve gids voor de grootste, intrigerende stad op aarde is het zeker geworden. Vooral het laatste deel, over Make yourself at Home, vond ik erg geslaagd. Misschien komt het doordat ik ‘Tokyo Ga’ van Wim Wenders had gezien. ‘Tokyo Story’ van Yasujiro Ozu staat namelijk centraal in Anna Berkhof’s ‘Feeling at home in Tokyo’ waarmee dit laatste deel begint. En Ozu is de referentie van Wenders als hij het alledaagse leven in Tokio filmt. “The subway is a hyper-public space, and the home has become a very private space, but in between these two extremes people can be found sharing intimate space in the most unexpected locations. This makes Tokyo, if one dares to look beyond the surface spectacle, a surprisingly comfortable and intimate city where the configuration of the urban fabric actually helps make you feel at home.” Wat zal ik zeggen? De leefbaarheid van Tokio is fantastisch, mede dankzij de aanwezigheid van de konbini, de Japanse gemakswinkel om de hoek. Maar bovenal door de privacy van het eigen huis en de openbaarheid van het openbaar vervoer.

Vooral het essay van Tomoko Kuba over ‘Single Ladies’ vond ik erg interessant. De laatste twintig jaar zijn alleenstaande vrouwen massaal de woningmarkt van Tokio binnengetreden. Dat is in Japan nog altijd iets ongekends. Ze kopen compacte condominiums in en dichtbij het stadscentrum. Vooral Ebisu staat erom bekend dat jonge vrouwen er graag willen wonen, liefst alleen. In de directe nabijheid vind je modehuizen, restaurants, uitgaansgelegenheden. De vrouwen zijn als geen ander op dergelijke voorzieningen gericht. Ook in het oosten van Tokio, rond Ginza en Ochanomizu, hebben veel vrouwen eigen huizen gekocht. Hier zoeken zij de hogere cultuur. Kubo: “The condominiums in central Tokyo were built especially for single women who wish to enjoy this kind of urban life-style.” De vrouwen werken hard, ze willen geen vaste partner, ze zoeken stedelijk vertier en gemak. Kubo constateert dat de verschillen in verwachtingen van mannen en vrouwen ten aanzien van wonen, werken en leven steeds meer uiteen lopen. Hij beschouwt dit als problematisch. De traditionele Japanse cultuur verdraagt dit soort nieuwlichterij eigenlijk niet. Japanse mannen willen nog altijd het liefst dat hun vrouwen thuis blijven en voor de kinderen en de grootouders zorgen. Maar kinderen willen deze jonge vrouwen in Tokio niet meer. Hierdoor komt het dat Tokio, net als andere wereldsteden, in het centrum sterk verdicht.

Tagged with:
 

Mu – emptiness

On 22 november 2017, in film, by Zef Hemel

Gezien tijdens het IDFA in Eye, Amsterdam, op 20 november 2017:

Afbeeldingsresultaat voor tokyo ga trains wim wenders

In 1983 maakte de Duitse cineast Wim Wenders een schitterende dagboekverfilming van zijn korte bezoek aan Tokio. De kleurenfilm werd twee jaar later voor het eerst vertoond tijdens het filmfestival in Cannes. In ‘Tokyo Ga’ bracht hij de Japanse metropool in beeld zoals hij die tijdens de kersenbloesem in het voorjaar had aangetroffen. In Tokio had hij gezocht naar sporen van het werk van de beroemde Japanse cineast Ozu (1903-1963) die volgens hem had geprobeerd het Japanse leven vast te leggen ‘’’zoals het werkelijk was”. Alles – de treinen, de gezinnen, de huizen, de kinderen – bleek in de maalstroom van de moderniteit ingrijpend veranderd. Het is de boodschap van de film: Tokio is een volstrekt artificiële wereld die permanent alles transformeert, vol met mensen die de werkelijkheid niet meer kennen. Het brave joch dat Ozu vijftig jaar eerder in het klaslokaal had gefilmd, is nu een vervelend jongetje in het metrostation dat zich voortdurend opzettelijk op de grond gooit en niet wil luisteren naar zijn moeder. Het traditionele Japanse gezinslezen is vervangen door eenzame mannen die ‘s avond in de Pachinkohal apathisch metalen balletjes in machines gooien of door golfspelers die eindeloos – ook na het avondeten nog – oefenen in het slaan, niet geïnteresseerd in het spel. In 1983 was ik net gearriveerd in Amsterdam. Tokio was toen nog ver weg. Nu zag ik de de film opnieuw tijdens het IDFA in Amsterdam. Buiten regende het. Een sombere film.

Het dieptepunt wordt bereikt als Wenders bij toeval zijn Oostenrijkse collega Werner Herzog ontmoet bovenin de Tokyo Tower. Herzog, keurig in pak gestoken, wijdt opgewonden uit over het verlies van beelden als gevolg van die voortdurende verandering in de kunstmatige metropool. Vol afschuw wijst hij naar de stad beneden hem, die één grote chaos zou zijn. Steeds minder beklijft in deze wereld. Zijn pessimistische betoog wordt in de film kracht bijgezet door een reportage in een werkplaats waar plastic eten voor de etalages van de Japanse eethuizen wordt gefabriceerd. Zelfs het voedsel in de stad is artificieel geworden. Ook door al die beeldschermen in de stad waarop niets meer echt is, tot in de taxi toe, is de realiteit van Ozu verloren gegaan. Het mooiste fragment vond ik die van een eindeloos lange trein die door het donker op een parallel spoor voortraast; coupé na coupé is leeg of verlaten; het duurt en het duurt maar (https://www.youtube.com/watch?v=nXOT9snYNnY). Minimale beelden zijn het van een in de ogen van Wenders te grote kunstmatige metropool. Ach, Europeanen kunnen maar niet aan de grote stad wennen. De film eindigt met een lang interview met de bejaarde cameraman van Ozu, Atsuta geheten, die op het laatst in snikken uitbarst als hij terugdenkt aan zijn overleden leermeester, die voor hem en zijn mensen zoveel had betekend. De tijd van Ozu, dat was nog het echte leven. Maar Ozu is dood.

Tagged with:
 

Twin airports

On 29 september 2017, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gehoord van Jaap de Wit en anderen op 1 september 2017:

Afbeeldingsresultaat voor groei schiphol 2017

 

Ter voorbereiding van de Cornelis Lely lezing op 20 september 2017 in de statenzaal van het provinciehuis van Flevoland sprak ik onder andere met Jaap de Wit, emeritus-hoogleraar Luchtvaarteconomie aan de Universiteit van Amsterdam. Van hem wilde ik weten of de verplaatsing van Schiphol naar de Flevopolders überhaupt een optie was. De Wit was duidelijk. De komende jaren wordt het sappelen voor Schiphol. Er komt een generatie stillere vliegtuigen aan, maar daarop wachten is voor de luchthaven geen optie. De grens van 500.000 vliegbewegingen per jaar is nu al bereikt. De luchthaven is erg snel gegroeid. De afgelopen jaren heeft bovendien op grote schaal een hamsteren van slots (slot hoarding) plaatsgevonden onder andere door KLM. Hierdoor is een enorme krapte ontstaan op de luchthaven. De optie van Lelystad is een lastige. Europese regelgeving verhindert selectieve groei van Schiphol en Lelystad; onderscheid tussen zakelijk en niet-zakelijk vliegverkeer is moeilijk te maken; alleen slot trading is een mogelijkheid. En zeker, voegde hij eraan toe, Schiphol raakt steeds meer ingeklemd tussen de bebouwing. Hij noemde dat encroaching. Encroaching maakt de verdere groei van Schiphol op termijn ronduit kwestieus.

De Wit was het met me eens dat het lot van Lelystad Airport die van ondergeschikte zou zijn en dat Schiphol altijd de winnaar zou blijven. Lelystad was een typisch voorbeeld van een secondary airport. Daarbij verwees hij naar het werk van Richard de Neufville, hoogleraar aan MIT. Het vliegveld op de grootste afstand van de metropool, stelt deze, legt het steevast af tegen de stadsluchthaven. Neem Tokio. Het moderne Narita verliest van het oude Haneda, dat dicht bij de stad in de baai ligt. Sinds 2010 vliegt Emirates op Haneda en onlangs besloot ook Delta Airlines voor Haneda te kiezen. “Narita was a key hub for Delta (and Northwest Airlines before it) but has lost prominence as the airline shifts more attention to point-to-point flights. The airline had said earlier this year that it might end Narita flights if more Haneda routes were allowed.” Dat was in 2016. Lelystad zou er baat bij hebben als Schiphol verplaatst werd naar de Flevopolders. Dan kon ze verder groeien. Ook voor Amsterdam zou het goed zijn. En het tangentiële banenstelsel kan worden ingeruild voor een stelsel van twee parallelle of hooguit drie banen. Mijn lezing stond in verkorte vorm afgedrukt in NRC Handelsblad van 21 september jongstleden: ttps://www.nrc.nl/nieuws/2017/09/20/verplaats-schiphol-naar-de-flevopolder-13096542-a1574178.

Tagged with:
 

Geen Tokio

On 8 september 2017, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 6 september 2017:

 

Begin deze week kreeg ik een klein briefje in de handen gedrukt in de trein. Ik was op weg naar Utrecht. Vanaf deze woensdag, stond er te lezen, zou de NS tot eind december elke woensdag gaan proefrijden op het traject Amsterdam-Eindhoven met extra treinen. In plaats van vier nu zes treinen per uur in beide richtingen. Ik begreep het: het spoorboekloos rijden komt er eindelijk aan. Iedereen herinnert zich vast nog de toestanden rond Utrecht CS: eindeloze werkzaamheden aan het spoor en aanzienlijke vertragingen omdat de wissels werden verwijderd. Spoorboekloos rijden moet vooral Brabant dichter bij de Randstad brengen. Dus mag het wel iets kosten. Hoeveel? Natuurlijk is er eerst een Maatschappelijke Kosten-Baten Analyse (MKBA) gemaakt voordat de Tweede Kamer erover besliste. De geraamde kosten varieerden van 2,3 tot 2,9 miljard euro. Van de verwachte baten was ik niet heel erg onder de indruk. Veel hing af van de hoogte van de investeringskosten. Maurits van Witsen, hoogleraar Openbaarvervoerkunde en Spoorwegkunde aan de TU Delft, was er, herinner ik me, destijds faliekant tegen. Voor dat geld kon je veel zinniger dingen doen. Ik ben benieuwd naar het eindresultaat.

In Tokio hoorde ik dat de NS daar veel op bezoek is geweest om zich in het spoorboekloos rijden te verdiepen. Het gekozen systeem met de reductie van wissels schijnt in ieder geval te zijn afgeleid van het Japanse systeem waarbij treinen in zeer hoge frequentie over vaste trajecten binnen de immense metropool heen en weer rijden. Wie ooit in Tokio is geweest weet hoe geweldig en efficiënt dit uitgekiende systeem functioneert. Elke twee minuten komt er een trein; treinen zitten berstensvol, met de auto wordt er in Tokio nauwelijks gereden. Echter, Nederland is geen Tokio en een trein is geen metro en in de Randstad domineert nog altijd de auto. Volgens mij zit hier een ernstige denkfout. Den Haag probeert van de trein geforceerd een metro te maken, ook om Brabant te vriend te houden, en denkt zich Nederland als één metropool, maar dat zal ze niet lukken. Een metropool als Tokio wordt Nederland nooit; eerder worden we een immens Houston, een reusachtig uitgestrekt Washington DC of een Dallas: allemaal zeer uiteengelegde Amerikaanse autosteden, maar dan met op een paar trajecten spoorboekloos rijdende treinen. Dat wel. Het is ons voorland.

Tagged with:
 

Intensiteit gemeten

On 17 juli 2017, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Intensities in Ten Cities’ (2013):

 

Mn’M staat voor Measuring the Non-Measurable. In 2011 vond het Mn’M Symposium plaats aan Keio University, Tokio. Wat de twintig wetenschappers uit Azië en Europa, afkomstig uit verschillende disciplines, tijdens dit symposium probeerden níet te meten was de intensiteit van steden. Volgens organisator Darko Radovic is intensiteit een van de belangrijke kwaliteiten van steden. In het geweld van de globalisering met zijn schaalvergroting en generieke stedenbouw mag deze niet verloren gaan. Maar hoe urbane intensiteit te behouden als hij niet goed te meten valt? Vandaar het onderzoek en het congres. Een van de tien steden die werden onderzocht en besproken was Tokio. Het essay van de Spanjaard Jorge Almazán over de intensiteit van metropolitane dorpen in Tokio is goed geschreven en fraai geïllustreerd. Veel mensen zien Tokio als een zeer drukke Aziatische megastad, met grote winkelcentra, complexe ondergrondse structuren, stampvolle treinen, afgeladen stations, een bijna onleefbare situatie. De enorme intensiteit kan niet alleen worden verklaard uit de enorme aantallen mensen, maar vloeit ook voort uit de unieke topologie van stedenbouwkundige elementen die samen de intensiteit van al die stromen genereren.

Veel minder bekend zijn de rustige woonbuurten die overal in Tokio op geringe loopafstand van deze intense stationsomgevingen aan te treffen zijn. Ga maar een eind lopen. Ook die kennen een hoge intensiteit. Wat deze dorpen binnen de hectiek van het immens grote Tokio zo intens maakt, heeft Almazán, die onderzoek doet en lesgeeft aan Keio University,  proberen te vangen in vijf eigenschappen. Ten eerste, zo schrijft hij, is het de krappe ruimte tussen de vrijstaande woningen die doorzichten in alle richtingen mogelijk maakt. Vaak is deze ruimte gevuld met allerlei persoonlijke bezittingen, die op het grensvlak van een eigen terrein en dat van de buren vrijelijk geplaatst zijn – de zogenoemde afuredashi (het overvloeien). Ten tweede het vele, maar bescheiden private groen rond de woningen, meestal planten en zelfs bomen in potten, weldadiger naarmate de ruimte krapper bemeten is. Drie: voorwerpen op straat die buiten de spitsuren herinneren aan menselijke activiteit: fietsen, planten, wasgoed. Vier: onduidelijke overgangen tussen publiek en privaat met ramen en deuren die je het gevoel geven dat je vanuit de huizen wordt aangekeken. Vijf: de lokale winkelstraat – de shotengai – die door elke woonbuurt getrokken is. Alles, schrijft Almazán, krijgt extra intensiteit doordat de straten van Tokio smal zijn en de gevels van de huizen direct aan de straten grenzen. Geen muren dus, ook al benemen schermen, gordijnen, houtwerk en planten je overal het directe zicht. Inderdaad, weldadig. En intens.

Tagged with:
 

Egalitair Tokio

On 26 juni 2017, in hoogbouw, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in The Tokyo Files 2016 van Clark Parker:

 

Afgelopen woensdag presenteerde de Urban Planning Group van de Universiteit van Amsterdam zijn lopende onderzoeken aan de gemeente. Ook mijn eigen vergelijkende onderzoek naar ‘Smart Communities in Amsterdam+Tokyo’ werd met PhD’s en studenten uit de Research Master besproken. Daar kwam de vraag op of niet ook Tokio veel gated communities kent. Op mijn ontkennende antwoord werd met ongeloof gereageerd. Hoe kan een Aziatische megastad met meer dan 35 miljoen inwoners geen gated communities tellen? In The Tokyo Files geeft Clark Parker een verklaring. Tokio kent overal een relatief hoge dichtheid, alle woningbouw is sterk op metro en trein gericht, de criminaliteit in Tokio is laag, ook de inkomensongelijkheid is er gering. Niet vergeten moet worden dat Tokio uit een zeer omvangrijke middenklasse bestaat die in de naoorlogse periode vanuit het egalitaire Japanse ideaal van de ‘100 miljoen middenklasse’ werd opgekweekt. Dat ideaal kwam neer op een hecht gezinsleven, hard werken, sobere huisvesting, speeltuinen voor kinderen en voor iedereen een fiets.

De belangrijkste reden voor het ontbreken van afgeschermde woongebieden voor de rijken in Tokio schuilt in de Japanse regelgeving. In ‘Vertical Gated Communities in Tokyo’ (2007) schrijft Junko Abe-Kudo, verbonden aan Sugiyama Jogakuen University, dat het Japanse Bouwbesluit geen wegen toestaat die uitsluitend eigendom zijn van en onderhouden worden door bewoners zelf of door gemeenschappen van bewoners. Alle wegen moeten vrij toegankelijk zijn. “Therefore, at present in Japan, we do not have any American style gated communities which are physically isolated from the neighbouring area with gates, fences around estates, and roads possessed communally and privately among the residents.” Gewoon een kwestie van wetgeving dus.  Kan elke stad doen. Het resultaat is een reusachtige, zeer leefbare megastad waar mensen van allerlei slag elkaar dagelijks op straat tegenkomen. Maar waterdicht is het niet. Want wat gebeurt er op dit moment in Tokio? De wens om je als rijke af te zonderen is kennelijk zo sterk dat men de laatste tijd zijn toevlucht zoekt in hoogbouw. Het verklaart deels waarom hoogbouw aan een stevige opmars bezig is in Tokio. Hoogbouw, wel te verstaan, voor de rijken.

Tagged with:
 

Tokio als regenwoud

On 23 juni 2017, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Made in Tokyo’ (2015) van Momoyo Kaijima e.a.:

Afbeeldingsresultaat voor made in tokyo

We maakten kennis in Amsterdam. Na afloop zond hij me een grappig boekje over Tokio. De architect Ben van Berkel van UN Studio reageerde geamuseerd toen ik hem vertelde dat ik Tokio een van de meest intrigerende steden op aarde vond en dat ik er naar onderzoeksprojecten zocht. Hij wenste me veel inspiratie, schreef hij me. In ‘Made in Tokyo’ doen drie Japanse architecten onderzoek naar nieuwe, vreemdsoortige architectuurtypologieën in de Japanse hoofdstad. Het Japanse woord voor zulke gebouwen is da-me (niet goed). Vooral in de meest recente gebouwen ontwaren zij bizarre programma’s zoals ‘rail museum, flying temple, sewage court, karaoke hotel, dispersal terminal, bath tour building, vampire park, coolroom estate, diving tower, horse apartment house, electric passage, cine-bridge, neon building,’ enzovoort. Van elk van de gebouwtypen is een korte beschrijving opgenomen, een getekende weergave, een kleine zwart-wit foto en een kaartuitsnede. Zeker zo interessant als deze bizarre gebouwen vond ik de interpretatie van Tokio als geheel door de drie schrijvers. Vormde de Japanse hoofdstad niet een krankzinnig chaotisch geheel?  “Actually, despite these claims of chaos, Tokyo is interesting in its own way of functioning. It resembles the unstructured forms of the rainforest, within which there is in fact many types of creatures co-existing, whilst each contructing their own world.” Tokio als een van de rijkste stedelijke ecosystemen ter wereld.

Achterin het boekje staat de tekst van een interview van de drie auteurs met Takashi Homma, fotograaf en schrijver van ‘The Narcissistic City Notebook’ (2016). Homma is zijn hele leven al gebiologeerd geweest door steden.  Wat hij van de bizarre gebouwen vond, was de vraag van de drie architecten. Hij vond ze, antwoordde hij, humoristisch, maar ook hard. Maar Tokio, zei hij, is ook hard. En een aantal gebouwen in het boekjes was alweer afgebroken. Niet dat hij dit erg vond. Foto’s wekken vaak nostalgische gevoelens, zeker in sepia afgedrukt, maar daar had Homma geen last van. Als de gebouwen hun functie hebben verloren, kun je ze net zo goed afbreken, vond hij. Hij was meer geïnteresseerd in de toekomst. Welk gebouw inmiddels alweer verdwenen is weet ik niet, maar bijzonder vond ik ‘shooting graveyard’ in Niizuka, Niiza-shi. Het was een Olympische schietbaan uit 1964, aangelegd op de plek van een zeer oude tombe. Op dit moment wordt hij gebruikt door het Japanse zelfverdedigingsleger voor schietoefeningen. Schieten en begraven, een huiveringwekkende combinatie van functies, schrijven de samenstellers. Is dit humoristisch? Wellicht. Het is vooral hard. Da-me.

Tagged with: