Qi Gong als ontwikkelstrategie

On 27 juli 2018, in wonen, by Zef Hemel

Gehoord in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam op 23 juni 2018:

image

Eén vraag riep de presentatie van Shu Yamamura zeker op. Yamamura is assistant professor Urban Planning aan Waseda University in Tokio, Japan.  Tijdens het symposium ‘New Tokyo Story’ in Amsterdam sprak hij over ‘Regeneration of Inner City Tokyo’. ‘New Tokyo Story’ ging over recente ruimtelijke trends in wonen, mobiliteit en leven in de grootste megastad ter wereld. Yamamura vertelde over de moeizame stadsvernieuwing in en rond het centrum. Op drie buurten zoomde hij met name in: Arakawa, Yokoyama-cho en Tennoz. Alle zijn zeer verschillend, maar de overeenkomst is dat de bebouwing relatief oud en brandgevaarlijk is, dat ze in aardbevingsgevoelige gebieden liggen en dat ze het allemaal op een of andere wijze weinig dynamiek kennen. Van gentrification is hoegenaamd geen sprake. En dat vond iedereen in de zaal heel gek. Immers, het betreft rustige en veilige woonbuurten dicht bij het stadscentrum. Yamamura legde uit dat ze een zwakke ‘outer energy’ en een zwakke ‘inner energy’ hadden. Bovendien kenden ze tal van drempels die de buurten beletten om vooruit te komen. De mobiliteit was er laag, de bevolking vergrijsd. En grondbezit is in Japan bijna heilig. Hoe hier meer dynamiek in te krijgen? Dat was de grote vraag.

In het geval van Arakawa ging het om een combinatie van sterke sociale verbanden, lage huren en nauwe straatjes. De planologen werkten er aan straatverbredingen en het opkopen van kleine plots om zo een domino-effect teweeg te brengen. Oudere mensen die bereid waren te verhuizen kregen huurwoningen elders aangeboden. Er werd nu tien jaar aan de buurt gewerkt; het bleek een traag proces van tal van kleine verbeteringen. In het geval van Yokoyama-cho ging het om huiseigenaren die slecht in beweging waren te brengen. Hier ontwikkelden de planologen een inspirerend toekomstbeeld voor de buurt. In het geval van Tennoz waren verouderde kantoren het grote probleem. Hierin dynamiek brengen kwam neer op een taai gevecht. Door veel kleine maar opvallende projecten te entameren die tenminste de schijn hadden van stedelijke cosmetica, lukte het om eigenaren van panden te motiveren iets te doen. Nee, het viel niet mee om in de zee van verouderde buurten verbetering te brengen. Yamamura noemde de benadering holistisch. Hij vergeleek het met Qi Gong: allemaal op zichzelf staande oefeningen waarbij men de onderdelen volgens een voorgeschreven patroon langzaam beweegt, en deze bewegingen vele malen herhaalt, alvorens naar een volgende beweging over te stappen. Ondertussen ontwikkelde de Japanse bouwindustrie op grote schaal reusachtige appartementencomplexen dicht bij de metrohaltes en treinstations. Die zijn veilig, duurzaam en ook aantrekkelijk. Ineens begrepen we de geringe dynamiek.

Tagged with:
 

Blijft alleen Tokio over?

On 18 juli 2018, in demografie, by Zef Hemel

Gehoord in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam op 23 juni 2018:

Afbeeldingsresultaat voor new tokyo story

Foto: Lex Banning

Aan de vooravond van ‘New Tokyo Story’, het wetenschappelijke congres in Amsterdam over ruimtelijke trends in de grootste megastad op aarde, raakten we met de Japanse gasten in een levendig gesprek verwikkeld. De sfeer was vrolijk, licht opgewonden zelfs. Let wel, dit speelde op de avond voor het weekeinde van het congres, tijdens een intiem diner bij iemand thuis. We keken uit over het IJmeer, de lucht was helder, de zon ging onder. Er werd veel gelachen, maar het gesprek had een serieuze ondertoon. Er was felle kritiek op de Japanse regering die de hoofdstad ongelimiteerd laat groeien. Hoe moest het dan verder met de rest van het land? Tegelijk was er leedvermaak over de ambities van Chiba aan de oostkant van de baai van Tokio. Daar wordt vooral feestgevierd op het strand en nauwelijks gewerkt. Wat verbeelden ze zich daar wel? Maar waarom alleen inzetten op de hoofdstad? Tokio is nu al onmetelijk groot. Daar woont inmiddels een derde van alle Japanners. Waarop iemand in het gezelschap vaststelde dat Tokio vorig jaar zijn maximale omvang had bereikt. Voor het eerst groeit de megastad niet meer.

Allengs werd duidelijk dat ook de Japanners zich afvragen waar het met het land naar toe moet. Ook zij beschouwen hun land als klein, maar dat is omdat het in het niet valt vergeleken met grote buren als China en Rusland. In werkelijkheid is Japan nog iets groter dan Duitsland, de bevolking met 127 miljoen anderhalf maal die van de oosterburen, de Japanse staatsschuld is gigantisch, de bevolking vergrijst snel, er is a jaren geen sprake meer van economische groei, de leefstijl is niet duurzaam. Een aantal aanwezigen dacht dat uiteindelijk alleen Tokio zal overblijven. De rest van Japan loopt langzaam leeg, lijkt reddeloos verloren. En Tokio zelf? Niemand heeft daar de regie, de megastad is veel te groot voor een burgemeester. Door de bouwindustrie te stimuleren worden in de baai bij het stadscentrum hoge torens gebouwd. Is dat de toekomst? Heus, zo’n vooruitzicht van groei en krimp drukte de stemming allerminst. Als gezegd, er werd die avond veel gelachen. Maar Tokio als ‘Global City’ hoog op de wereldranglijst willen positioneren, zoals de regering doet, dat vonden de aanwezigen ronduit ridicuul.

Tagged with:
 

Tokio wordt als Hongkong

On 16 juli 2018, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gehoord in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam op 23 juni 2018:

Gerelateerde afbeelding

Niemand weet wat de toekomst voor Shibuya, Tokio, in petto heeft. Maar hoog en dicht wordt het zeker. De jonge Japanse historicus Masakazu Ishigure, verbonden aan Tokyo University of Science, vertelde er boeiend over tijdens New Tokyo Story, het symposium van het Centre for Urban Studies van de Universiteit van Amasterdam over wonen, leven en bewegen in Tokio in Pakhuis de Zwijger op zaterdag 23 juni jongstleden. Shibuya behoort tot de top drie van treinstations van de wereld. In 2015 maakten er 3,24 miljoen passagiers dagelijks gebruik van het station (op Amsterdam CS zijn dat er 250.000). Shibuya is eigendom van de Tokyo Group en het geprivatiseerde JR. Het ligt aan de Yamanote Line die in de jaren ‘30 gereed kwam en die de belangrijkste stations van Tokio en alle aanvoerlijnen met elkaar verbindt. Later die dag hoorden we dat de Yamanote Line zo groot is als de binnenring van de Randstad. Bij het gereedkomen werd de ringvormige aarden wal ook wel aangeduid als ‘the Great Wall of China’, want ondoordringbaar was ze in die eerste jaren. Net als de andere grote stations groeide Shibuya dankzij zwarte markten in de directe omgeving, zo vertelde Ishigure het geïnteresseerde publiek. Hij had er onlangs een boek over geschreven.

De geschiedenis van Shibuya vangt aan in 1917 als langs de Oyama-Kaido road een spoorlijn wordt aangelegd. De Yamanote was al eerder gereedgekomen en dateert van 1885. Wanneer in 1927 de Tokyu Toyoko Line op hetzelfde punt aanlandt, is er geen houden meer aan: Shibuya groeit als kool. Er worden plannen gemaakt voor een stationsplein om de drukte in de omgeving in goede banen te leiden. Het Amerikaanse bombardement uit 1945 doet de rest. Na de oorlog dient zich een proces aan dat Ishigure aanduidt als “a process of formation and demolition of black markets’. Langs de aanvoerroutes worden houten stallen gebouwd waar kooplieden op illegale markten handelswaar aanbieden. De spoorwegmaatschappij voegt zich hierbij en bouwt zelf de Daichi Market. Dit heeft tot gevolg dat de illegale markten in de jaren ‘50 het veld moeten ruimen. In 1954 opent de spoorwegmaatschappij het eerste officiële warenhuis tegenover het station. De illegale markten worden nu verplaatst. Ishigure maakte de dynamiek in historische kaarten aanschouwelijk. Hij eindigde zijn presentatie met de actuele verbouwing van het station en de enorme hoogbouwplannen voor de directe stationsomgeving. We vroegen hem wat al die torens konden betekenen. De metrages waren gigantisch, niemand, zei hij, kon deze projectontwikkeling stoppen. Hij schatte dat het station deze gebiedsontwikkeling helemaal niet aankon. En bij de andere stations in het centrum van Tokio is het niet anders. Tokio, althans het centrum, gaat op Hongkong lijken.

Tagged with:
 

Krimpstrategie op z’n Japans

On 9 juli 2018, in demografie, economie, by Zef Hemel

Gehoord in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam op 23 juni 2018:

 

Afbeeldingsresultaat voor zef hemel new tokyo story

Ome City is een stad van circa 130.000 inwoners aan de rand van Tokio, Japan. De stad ligt op vijftig kilometer afstand van het stadscentrum van Tokio, met de trein vanaf Shinjuku duurt de reis amper 50 minuten. Junko Kunihiro vertelde over de sterke bevolkingskrimp van Ome tijdens New Tokyo Story op 23 juni in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam. Terwijl Tokio groeit, krimpen de randen. En hoe. Kunihiro is stadsmanager van Ome City Center Vitalisation Council. Haar taak is de leegstand in het centrum van de industriestad te bestrijden. Die nadert de 55 procent, dus dat valt beslist niet mee. Waar ze vooral mee worstelt is het conservatieve gemeentebestuur en de voortdurende bezuinigingen en besparingen. De situatie verslechtert daardoor keer op keer. De nationale Act on Improvement and Vitalization in City Centers van 1998 was volgens haar belangrijk, al moest Ome wachten op de sluiting van de lokale Hitachi fabriek in 2014 voordat het gemeentebestuur tot actie overging. Na die klap werd eindelijk besloten tot de instelling van een City Center Vitalization Council met een klein uitvoerend apparaat. Kunihiro, die zelf jarenlang bij een Japanse bank in Tokio had gewerkt, besloot om de aanval op de leegstand in te zetten. Hoe, dat moest ze daarna zelf zien uit te vinden.

Kunihiro ontdekte dat zoiets simpels als feitelijke informatie verschaffen over de leegstand al helpt om partijen in beweging te krijgen. In een van de leegstaande panden opende ze daartoe een ‘Vacant Stores Gallery’ waar geïnteresseerde ondernemers konden navragen wat er zoal leeg stond en tegen welke prijs ze dit eventueel konden huren of kopen. Daarnaast begon ze wandelingen en bezichtigingen in het stadscentrum die veel publiek trokken. Persoonlijk contact was belangrijk. Het ging ook om educatie, activisme en leren samenwerken. Al snel begonnen twaalf nieuwe bedrijfjes hun activiteiten in leegstaande panden. Deze uitkomst was veel gunstiger dan ze had verwacht. Na verloop van tijd constateerde ze zelfs een kentering: terwijl 49 panden kwamen leeg te staan, openden er 64 hun deuren. Dit was zeer bemoedigend. Ze liet zien hoe deze kentering zijn weerslag had op de voorspelde leegstand: die werd voortdurend naar beneden bijgesteld. Mensen kregen weer vertrouwen in de toekomst van Ome, er was sprake van ‘synergetische effecten’. Niet dat Ome zal herrijzen, maar de krimp is minder ernstig en de sfeer in de stad is veel positiever. Kunihito vergeleek zichzelf met een renpaard. Ze zei dat ze nooit meer een kantoorbaan bij een zakenbank ambieerde.

Tagged with:
 

Wordt Noord het nieuwe centrum?

On 4 juli 2018, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gehoord in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam op 23 juni 2018:

Afbeeldingsresultaat voor ichizo kobayashi rail

 

‘Wordt Noord het nieuwe centrum als de NoordZuid-lijn straks rijdt?’, was de vraag die de reporter van de Amsterdamse nieuwszender AT5 mij stelde. Dezelfde vraag had ze eerder gesteld aan architect Sjoerd Soeters, de ontwerper van het stedenbouwkundige plan rond de metrohalte Buikslotermeerplein. Zijn antwoord luidde dat er allang een centrum had moeten worden gebouwd. Ik antwoordde ontkennend. Een beginhalte van een metrolijn zal nooit tot een nieuw centrum uitgroeien. Kijk maar naar Gaasperplas, Gein, Westwijk en Isolatorweg: allemaal doodnormale plekken met stuk voor stuk weinig attractiewaarde. Zo’n metrolijn trekt eerder alle verkeer naar het bestaande centrum. Iemand die dit als geen ander begreep was de Japanse bankier en spoorwegondernemer Ichizo Kobayashi (1873-1957). Hidetoshi Ohno, emeritus-hoogleraar Architectuur aan de University of Tokyo vertelde er onlangs over tijdens New Tokyo Story in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. In 1911 ontwikkelde Kobayashi een model voor een ideale stedelijke spoorverbinding. Als directeur van de Minoo Arima Electric Railway Company, later Hankyu geheten, zocht hij naar een optimalisatie van de Hankaku spoorlijn buiten Osaka. Om verkeer in beide richtingen te trekken trok hij de spoorlijn door naar Arima, waar zijn bedrijf een warmwaterbron als zwembad ging exploiteren.

In het model van Kobayashi concentreerden de grote warenhuizen zich in de binnenstad van Osaka, dicht bij het hoofdstation. Aan het andere uiteinde van de lijn ontwikkelde zijn spoorwegbedrijf een grote toeristische attractie. Op de tussenhaltes kwamen suburbane ontwikkelingen op gang die de Minoo Arima Electric Railway Company veelal zelf ging bouwen en exploiteren. Hierdoor kreeg de spoorlijn een ideale voeding en werd zij een commercieel succes. Het model van Kobayashi werd later door andere spoorwegmaatschappijen gekopieerd en zou de basis worden van de stadsontwikkeling van alle grote Japanse steden. Overigens functioneerde het zwembad aan het beginpunt van de spoorlijn aanvankelijk helemaal niet naar tevredenheid. Waarop Kobayashi er plankieren overheen legde en er een muziekhal begon: de Takarazuka Operetta Troupe. Dit operettegezelschap vormde het begin van een compleet amusementspark dat uiteindelijk enorme aantallen dagjesmensen uit Osaka en Kobe zou trekken. Geen regionaal winkelcentrum dus aan het Buikslotermeerplein in Amsterdam. Als Noord iets bijzonders wil en het GVB naar een voeding zoekt voor haar nieuwe metrolijn, dan luidt de les van Kobayashi: laat de winkels aan het centrum, zoek het liever in amusement, begin klein en maak veel fouten.

Tagged with:
 

Tokio tegen de rest

On 2 juli 2018, in demografie, by Zef Hemel

Gehoord in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam op 23 juni 2018:

Afbeeldingsresultaat voor map tama city tokyo

 

Zijn laatste boek, ‘How Can Suburbs Grow Again’, is een regelrechte bestseller in Japan. Atsushi Miura sprak over ‘Gender in Urban and Suburban’  in ‘New Tokyo Story’ vorige week zaterdag in Amsterdam. De Japanse socioloog Miura verdiepte zich in de nieuwe steden en buitenwijken van het naoorlogse Japan. Waarom waren ze ooit zo succesvol en waarom zijn ze dat nu niet meer? De suburbs, stelde hij, dankten hun succes aan de groei van jonge gezinnen tijdens de babyboom direct na de Tweede Wereldoorlog, aan de opkomst van de auto, aan het moedwillige verval van de grote steden en aan de dominantie van ‘The American Dream’. Na de Tweede Wereldoorlog werden de Japanners niet minder dan gebrainwashed door hun overwinnaar: de VS waren beter, moderner, de suburbs waren het beste wat Amerika te bieden had. Aan die Amerikaanse marketingmachine dankte Tokio, net als Nederland, zijn vele ‘new towns’, zoals Tama en Chiba. De uitbundige groei van de buitenwijken en nieuwe steden viel samen met een explosieve bevolkingsgroei. De ‘housewification’ van de Japanse vrouw deed de rest. Echter, al snel kampten de buitenwijken van Tokio en andere Japanse steden met problemen: dat zat hem in de homogeniteit van de bevolking, de afwezigheid van werk, de privatisering van de ruimte, het isolement, de vergrijzing van de bevolking en de functionaliteit. Met name vrouwen voelden zich buitengesloten. Buitenwijken vonden ze saai. Eind jaren negentig beleefde Japan wat de VS al eind jaren zestig hadden meegemaakt: de rebellie van de huisvrouwen.

Sindsdien constateert Miura een sterke trek van overwegend vrouwen naar Tokio. Vrouwen willen werk met kinderen en huishouden combineren. Dat kan alleen in de grote stad. In kaarten en diagrammen liet hij zien hoe name jonge ongehuwde vrouwen voor het oostelijke deel van het centrum kiezen, zo dicht mogelijk bij de kantoorwijken. Daar zijn de oude pakhuizen vervangen door reeksen van woontorens met condominiums. De rijkere, gehuwde vrouwen kunnen zich een grotere afstand permitteren – zij hoeven niet te werken – en wonen in het westelijke deel van de metropool.  Hoe dan ook, sinds 2000 is het in Japan ‘Tokio tegen de rest’, want in de rest van Japan blijven de ouderen en de mannen achter. De conclusie van Atsuhi Miura is dat de buitenwijken en nieuwe steden ingrijpend zullen moeten veranderen. Ze moeten aantrekkelijk worden voor de werkende vrouw. Veel suburbs zullen niet overleven, maar dichtbij de openbaarvervoerknooppunten is een toekomst mogelijk. Hier zouden co-working spaces moeten komen en gemeenschappelijke keukens voor ouderen en jongeren, en vooral een bloeiend nachtleven. Want het allergrootste probleem van de buitenwijken is de overwegende saaiheid. Vrouwen willen geen saai leven. Daarom omarmen zij de metropool. Wat betekent dit voor Almere?, vroeg iemand. Miura vertelde dat hij er die vrijdag juist was geweest. Ook Almere zal een nachtleven moeten programmeren. En thuiswerk voor vrouwen ontwikkelen. Een nieuw gemeenschapsleven verzinnen. En afscheid nemen van de auto.

Tagged with:
 

Toerisme in Tokio

On 30 juni 2018, in economie, toerisme, by Zef Hemel

Gehoord in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam op 23 juni 2018:

Afbeeldingsresultaat voor tourisme tokyo growth

Bron: Japan National Tourist Organization

Shu Yamamura is planoloog, tevens wetenschappelijk onderzoeker aan Waseda University, Tokio. Als een van de zes sprekers tijdens ‘New Tokyo Story’, het seminar over de ruimtelijke dynamiek in megastad Tokio na het tijdperk van de groei gehouden op 23 juni in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam, ging hij in op de zonnige kanten van de recente bouwwoede, maar noemde ook de schaduwzijde. De Japanse bouwindustrie, zei hij, viert op dit moment zijn ‘last party’. De bouwproductie is opgevoerd van 72.000 naar liefst 160.000 nieuwe woningen jaarlijks, ook de productie van kantoortorens is op dit moment ongekend. De slogan van de Japanse regering is ‘bouwen, bouwen, bouwen’. Liefst twintig CBD’s zijn er in de jaren tachtig en negentig in Groot-Tokio ontwikkeld. Met name in het hart van Tokio is hierdoor een ernstig tekort aan infrastructuur ontstaan. Hij vergeleek het stadsdeel Chue in het centrum met Chiba aan de andere zijde van de baai. In Chiba is sprake van snelle leegloop en een gestaag ouder wordende bevolking, in Chue stromen de jongeren toe en schieten de torens met condominiums uit de grond. De baai met zijn kunstmatige eilanden noemde hij het nieuwe oostfront van de metropool.

Al jaren doet Yamamura onderzoek naar met name de ontwikkeling van de kantorenmarkt in Tokio. Sinds de jaren ‘80 groeit die sector explosief. Maar er gebeurt iets merkwaardigs, vertrouwde hij mij toe. De laatste jaren hebben zelfs nieuwe kantoren het moeilijk gekregen. Hun plaats wordt ingenomen door een tomeloze expansie van hotels, die bereid zijn extreem hoge prijzen te betalen. Alle hotels strijken neer in het centrum van Tokio, dat ongeveer zo groot is als de Randstad. Hun snelle groei wordt opgestuwd door de Olympische Spelen van 2020. Het toerisme naar Japan en naar Tokio in het bijzonder groeit de laatste jaren razendsnel: in 2017 bezochten al 28,7 miljoen toeristen Japan, dat is een groei van liefst 19 procent. Tien jaar geleden was dat nog maar 8 miljoen. In 2020 schat men het aantal toeristen op niet minder dan 40 miljoen. De meeste komen uit China en Zuid-Korea. In heel Oost-Azië en de Pacific trouwens groeit het toerisme explosief, met name vanuit China. Op 14 april 2018 berichtte The Economist hier al over (‘China whirl’). Het vraagstuk is urgent. Yamamura begreep er niets van. Hij had ontdekt dat Amsterdam nu hetzelfde overkomt en dat de Nederlandse hoofdstad al maatregelen neemt om het toerisme aan banden te leggen. Daarvan was in Tokio nog geen sprake. Een delegatie van bevoegdheden van de centrale overheid naar regionale autoriteiten leek hem essentieel. De grote steden moeten meer armslag krijgen. Hij vroeg me hoe het daar in Nederland mee stond. Ik verwees hem door naar de Nederlandse regering en naar het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen in Den Haag.

Tagged with:
 

Struggling Tokyo

On 28 juni 2018, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gehoord in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam op 23 juni 2018:

Afbeeldingsresultaat voor hino struggling cities

 

In 2013 maakte de Japanse architect Naohiko Hino een tentoonstelling over ‘Struggling Cities’. Zijn overzicht van de zogenoemde ‘Metabolisten’ reist sindsdien de hele wereld over en is op dit moment te zien in Bangkok, Thailand. Hino sprak in Pakhuis de Zwijger tijdens de conferentie New Tokyo Story afgelopen zaterdag over wonen, leven en mobiliteit in de Japanse megastad in het tijdperk na de groei. Geen van de voorstellen van destijds, vertelde hij, is ooit gerealiseerd, en ze bieden ook geen oplossing voor de vraagstukken waar Tokio anno 2018 voor staat. Vervolgens gaf hij een overzicht van de veranderingen die zich de laatste honderdvijftig jaar in de Japanse hoofdstad hebben voltrokken. Harmonie en orde waren ooit typerend voor het oude Edo, maar chaos is wat het moderne Tokio kenmerkt. Hino zag twee krachten op de stad inwerken: van bovenaf en van onderop. Die van bovenaf gaat over modernisering en verwestersing, die van onderop gaat over weerstand tegen het westen en de goddelijke vrijheid om op je eigen kavel te doen wat je wilt. Rampen als de verwoestende aardbeving van 1923 en de bombardementen van 1945 deden de rest.

Naar verwachting zal Tokio zijn grootste omvang bereiken in 2025. Daarna zal de bevolking langzaam krimpen. Ondertussen wordt er driftig doorgebouwd. Tot 2050 zal Tokio de allergrootste stad op aarde blijven. De private sector krijgt van de regering steeds meer ruimte. De Japanse bouwindustrie is ‘een staat in de staat’ en realiseert aan de lopende band reusachtige projecten vooral in de binnenstad en in de baai, daartoe in staat gesteld door soepele regelgeving. Kortom, het zijn de krachten van bovenaf die domineren. Dankzij het spoorwegennet treedt gelukkig weinig segregatie op in de stad. Dagelijks stappen een half miljoen mensen in de metro of trein. Dit openbaar vervoer houdt de stad leefbaar. Zijn hoop had Hino gevestigd op, wat hij noemde, intuïtieve stedenbouw: dat zijn de krachten van onderop die nog altijd aanwezig zijn en die weerstand bieden aan het geweld van bovenaf. Dit illustreerde hij met talrijke zelfgemaakte foto’s van straatbeelden, doorkijkjes, privésferen. Die zagen er stuk voor stuk fantastisch uit. Op bijna perfecte wijze verbeeldden ze de ingenieuze strijd van inwoners, bouwers, overheden en partijen om de stedelijke ruimte. Toch stonden zijn schitterende foto’s en milde toon van presenteren bijna haaks op zijn sombere boodschap: die van een worstelende metropool.

Tagged with:
 

Big flow and small flow

On 24 juni 2018, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gehoord in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam op 23 juni 2018:

Afbeeldingsresultaat voor shinkansen network map

Hidetoshi Ohno, emeritus-hoogleraar Stedenbouw aan de University of Tokyo, was een van de zes sprekers tijdens ‘New Tokyo Story’ afgelopen zaterdag in Pakhuis de Zwijger. Ohno vertelde dat hij zich de laatste zes jaar was gaan verdiepen in mobiliteit en wat dat met mensen doet, zeg maar, hoe ingrijpend mobiliteit ons dagelijks leven heeft veranderd. Om zijn verhaal duidelijk te maken gebruikte hij het script van de film ‘Tokyo Story’ (1953) van de Japanse cineast Yasujiro Ozu. Vijfenzestig jaar geleden reisden de ouders Hirajama uit hun geboortedorp naar Tokio, waar hun opgroeiende kinderen zich hadden gevestigd.  Het was kort na de Tweede Wereldoorlog, een van de zoons was in de oorlog gesneuveld, de reis per stoomtrein duurde meer dan dertien uur. Veel jonge mensen zouden in die jaren naar de grote steden verhuizen. In 1964, tijdens de Olympische Spelen in Tokio, reed de eerste kogeltrein door Japan, daarna verschrompelden de afstanden. Het netwerk van hogesnelheidstreinen bevoordeelde een beperkt aantal grote steden, Tokio in de eerste plaats. Overal zou de auto lokale gemeenschappen uit elkaar trekken. Aan de hand van zes voorbeelden van Japanse steden verspreid over het grote Aziatische land liet hij zien wat de ingrijpende effecten van de modernisering van mobiliteit op het dagelijkse leven van gewone mensen is geweest.

Ohno sprak over ‘the big flow’ die inderdaad overweldigend is en die op dit moment razendsnel in capaciteit en afstand groeit, maar die ons dagelijks leven ondermijnt. Daar tegenover stelde hij ‘small flows’ van voetpaden en fietspaden, van nabijheid, van lokale gemeenschappen. Steeds grotere bedragen gaan naar de eerste, terwijl in de eenvoudige verkeersruimte binnen dorpen en steden steeds minder wordt geïnvesteerd. Tijdens het diner ‘s avonds vroeg ik hem waarom hij zo laat in zijn carrière uitgerekend mobiliteit als studieveld had gekozen. Hij vertelde me over een ontmoeting met een oudere vrouw in een rolstoel zes jaar geleden, die hij daarna steeds beter had leren kennen. In haar isolement had hij zich verplaatst, dat inderdaad steeds erger was geworden, waarop hij zich had gerealiseerd hoe ondermijnend zoiets op een mensenleven werkt. Elk mens, zei hij, heeft recht op bewegen. Uiteindelijk had hij er een boek over geschreven. Nu de Japanse bevolking vergrijst is het zaak dat we mobiliteit anders gaan zien: kleine stromen, vond hij, moeten beter worden geaccommodeerd. Onze perceptie van bewegen verdient niet minder dan een paradigmashift. Zo kan het niet doorgaan. Ook in Europa is de toekomst aan nabijheid.

Tagged with:
 

New Tokyo Story

On 16 juni 2018, in internationaal, by Zef Hemel

Saturday 23 June 2018, Pakhuis de Zwijger Amsterdam:

Afbeeldingsresultaat voor new tokyo story amsterdam

Genre: Urban Conference

Living cities are constantly transforming. While historically the cause and dynamic of this transformation varies per city, globalization has gradually changed site-specific factors into more common, comparable elements. Every major city in every country is involved in an international competition to attract investment, international companies and young, high-quality human resources, while most mature developed societies face an aging population and rapid urbanization. This global dynamic has become undeniable and is a substantial cause for the physical and social transformation of cities. We are not here to criticize this dynamic. Our concern is to make the best of the situation.

With its extreme concentration of population and economic and political activity and its extreme level of aging, Tokyo forms a fascinating urban laboratory with which to investigate and understand the current trend. In this symposium, we have invited Tokyo-based specialists – academics and practitioners – to give a comprehensive explanation of these symptoms of Tokyo’s transformation and of the ways in which the government, companies, and citizens manage its urban future. Amsterdam, a small global city with 2.5 million inhabitants, can learn by examining Tokyo, the world’s biggest city with 38 million inhabitants, and can draw inspiration for new ways of dealing with practical, local knowledge through holistic intervention in a high-dynamic urban fabric under the pressure of globalization. 

PROGRAMME

History, Framework and Transformation 

9:30 Opening public programme Zef Hemel
University of Amsterdam 

9:45 Struggling Cities Naohiko Hino
Architect, historian 

10:45 Transformation of Terminal stations Masakazu Ishigure
Tokyo University of Science 

11:45 Fiber City: Tokyo 2050 Hidetoshi Ohno
Emeritus Professor Tokyo University 

Next Inner-city Culture and Development

14:00 Forth Stage Consumer Atsuhi Miura
Sociologist, marketing researcher 

15:30 Inner city development cases Shu Yamamura
Waseda University 

16:30 New working relationship 
Authorities, companies, and citizens Junko Kunihiro
Oume city coordinator 

17:30 Closing Moriko Kira
Architect, Amsterdam/Tokyo 

 

INITIATORS AND SPEAKERS 

Zef Hemel (b. 1957) is an urban planner and professor of Urban and Regional Planning at the University of Amsterdam. Since 2014, he is also strategic advisor to the Amsterdam Economic Board. From 2001 to 2004 he was director of the Rotterdam Academy of Architecture and Urban Design. In 2004, he joined the board of Amsterdam’s Urban Planning Department. He published ‘Het toekomstig landschap van de IJsselmeerpolder’ (1994), ‘Creative Cities! (2002), ‘De toekomst van de stad’ (2016), and ‘Dream your own future’ (2017). 
zefhemel.nl | Facebook

Moriko Kira (b. 1965) is an architect, has lived in Amsterdam since 1992 and her office operates both in Europe and Japan. Beside her architectural practice she writes books, essays, and curates exhibitions. She published ‘Finding Architecture’ in 2013. In 2010, she was appointed as a professor at Kobe Design University in Japan. In 2004-2010 she was a member of Amsterdam’s Design Committee.
Morikokira.nl | Facebook

Naohiko Hino (b. 1971) is an architect, Head of Hino Architect’s Office. Beside wide-ranging architectural and urban planning work, he is a leading writer, critic, and historian in Japan. Recent publications include two books on Arata Isozaki, one of Japan’s prominent postwar architects, and ‘Is Urban Design Necessary in Japan’. In 2013, he developed the ‘Struggling Cities: From Japanese Urban Projects in the 1960s’ touring exhibition. 
hino.nu

Masakazu Ishigure (b. 1986) is an urban historian and Assistant Professor at the Department of Architecture at Tokyo University of Science. In 2016 he published ‘Tokyo Rising from the Postwar Black Markets: SHINJUKU, IKEBUKURO, and SHIBUYA after 1945’. In this book, he conducted extensive research on the history of Tokyo railway stations and neighbourhoods. 
Facebook

Hidetoshi Ohno (b. 1949) is Emeritus Professor at the University of Tokyo and the Principal of architectural firm APL design workshop. He has designed numerous architectural works and has been awarded major prizes. He published ‘Fibercity Tokyo 2050’ in 2006, which was welcomed with widespread international debates. The updated publication in 2016 ‘Fiber City, A Vision for Cities in the Age of Shrinkage’ proposes a new theory of urbanism for shrinking cities in the post-industrial era, connecting ‘fiber units’ in the city to redesign the information, transportation, and industrial networks, as well as the landscape. 
APL design workshop | Fibercity 2050

Atsushi Miura (b. 1958) is a sociologist, marketing researcher, and writer. He conducts research on consumer society, family, youth, social class, cities (especially on the transformation of suburbia) and other aspects of modern life. As a futurist, he proposes what he calls ‘social design’. His publications include ‘Lower-Class Society’, ‘Tokyo is Being Shrunk from the Suburbs’, and ‘The Rise of Sharing: Fourth-Stage Consumer Society in Japan’. http://culturestudies.jp 

Shu Yamamura (b. 1980) is an urban planner and researcher. He is an assistant professor of Planning at the Department of Architecture at Waseda University, Tokyo. His research interests lie at the crossroads of interdisciplinary research between urban planning and social sciences. Current research projects and interests relate to creative industry clusters in Tokyo, knowledge-city policies, inner city problems and revitalization, and urban structural transformation of the Tokyo Metro Area. 

Junko Kunihiro (b. 1976) is the town manager of Ome City Center Vitalization Council since 2013. Authorized by local government and Chamber of Commerce and Industry, she organizes the area-management team and plans and operates various projects to solve regional issues and improve the function of the depressed city center. Graduated from Keio University in economics in 1999, she worked in the Bank of Japan, Research, and Statistics Division for 4 years. After she graduated from Tokyo University of Science in an architectural course in 2007, she changed her career to architectural and urban management. In 2010-2012, she worked as a vice president of Chinese local design company in Beijing. 
Facebook | hclab. | Instagram

This event is free to visit with your Festival Pass. Go to our ticket page for more information.

Tagged with: