Twee, drie kilometer lopen is het naar de tofufabriek in Caizhai village. Ook deze fabriek, een ontwerp van architectenbureau DnA uit Peking, is bedoeld als een vorm van architecturale acupunctuur die het afgelegen dorp tot nieuw leven zal wekken. DnA tekende bovendien voor het nieuwe Hakka Indenture Museum, over de Hakka bevolking en cultruu, eveneens in dit bijzondere lintdorp. Het museum staat enigszins verhoogd, als een fort oprijzend boven de verder tamelijk lage bebouwing. Nu nog echter staan we aan het begin van het lint, in de schaduw bij het riviertje, en het is al warm. Van hieruit wandelen we van het ene witte complex naar het andere. Geen straf, want elk gebouwencomplex is weer anders en wonderschoon. De Hakka, een subgroep van de Han Chinezen, zijn hier ooit vanuit het noorden van China neergestreken. Ze spreken hun eigen taal en leven in collectieven binnen zogenoemde tulous: grote gefortificeerde gebouwen met in het hart een ancestral hall. In het museum is even later weinig begrijpelijks over Hakka te vinden, maar de behulpzame conservator heeft thuis een heel archief dat we mogen bekijken. We krijgen thee en beklimmen de trappen in zijn huis. Even later staan we in een ruimte met een schitterende collectie parafernalia. De tofufabriek komt later wel; die staat toch leeg.
Museum en tofufabriek waren bedoeld om toerisme en een nieuwe economie naar het dorp te trekken zonder de identiteit geweld aan te doen. “The projects have led to increased tourism, improved product quality, and new economic opportunities for villagers,” In architectuurtijdschriften wordt na de opening in 2018 alles besproken alsof het ook werkt zoals het op papier bedoeld is. Zelfs Oliver Wainwright van The Guardian wijdde er in 2021 een kritiekloos artikel aan. De vraag is of het in dit geval niet bezijden de waarheid is. Van de voordelen zien wij in elk geval maar weinig terug. Zoals gezegd, de tofufabriek staat leeg en het museum trekt weinig bezoekers. Een vrouw in een van de tulous daarentegen biedt ons rijstwijn aan. Ze blijkt deze zelf te maken. Een glaasje schept ze met een lange lepel vol. Het vocht smaakt heerlijk. Net als de conservator van het museum leeft zij in een andere wereld. Haar gastvrijheid stelt precies die ene vraag: hoe betrek je de mensen uit de dorpen bij projecten van rurale revitalisatie? Die projecten zijn dan goedbedoeld, als ze niet beklijven is het niets gedaan. Voor je het weet regeer je over de hoofden van de mensen. Nog slechts één dorp te gaan, dan loopt summer school ‘It’s the countryside, stupid!’ van de Abe Bonnemaleerstoel aan de TU Delft ten einde. Er is veel geleerd, de tijd van evalueren is bijna aangebroken.
Geef een reactie