Zie ons gaan, achter het station en langs de bedrijven bereiken we de oevers van de Delftse Schie. Even later lopen we langs het brede water in de richting van Rotterdam, keurig twee aan twee. Voorbij Tanthof maken we een korte slinger door het vijfentwintig jaar oude Abtwoudse Bos. De spoorlijn Rotterdam-Delft klieft er dwars doorheen; met een enorm kabaal jaagt een trein naar het noorden. Geschrokken vervolgen we het jaagpad in zuidelijke richting, tot bij de fietsbrug, waar we het water oversteken. Even verderop verdwijnen we in een tunneltje onder de A13, waarna we over het dijkje langs een grote manege en begeleid door het Berkelse Zweth naar molen De Valk in de verte kuieren. Eenmaal verlost van het denderende autoverkeer,.horen we naast ons opnieuw autoverkeer aanzwellen, men raast daar in hoge snelheid over de pas geopende A16. Daar achter landt juist een vliegtuig op Den Haag/Rotterdam Airport. Daar weer achter kijken we op de skyline van Rotterdam. We zijn nu in het hart van Midden-Delfland, een open veenweidegebied tussen twee grote steden dat dankzij de Reconstructiewet Midden-Delfland uit 1977 gespaard is gebleven. Was die wet er niet geweest, dan waren de twee hier aan elkaar gegroeid. In 2005 liep de wet echter af, juist op het moment dat de regering-Balkenende de nationale ruimtelijke ordening afschafte. Gelukkig heeft de provincie ingegrepen.
Voorbij molen De Valk klimmen we over een hek. Nu betreden we een breed dijklichaam dat ons langs de rand van een diepe polder voert. Over drie weken wordt dit onverharde pad afgesloten; want tegen die tijd verwachten de natuurbeheerders de eerste weidevogels. Het waterpeil in de polder lijkt al voor ze te zijn opgezet. Even denken we dat alles goed zal komen. Rechts van ons echter het nieuwe distributiecentrum van Picnic. Iemand begint over bodemdaling; door diepe ontwatering zakt de bodem hier jaarlijks liefst een centimeter. Als we bij de grens van Berkel en Rodenrijs aankomen, lees ik dat de polder in kwestie bij zware regenbuien uit noodzaak ook als waterberging wordt gebruikt. Het heet hier ‘groen-blauwe slinger’. Een ratelende metro passeert ons rakelings. Verderop is een station; ervoor, tegen het talud, worden nog meer nieuwe woningen gebouwd in een lage dichtheid. Het voelt echter overvol en overal heerst lawaai. Iemand merkt op dat je van hieruit in no time in het centrum van Rotterdam kan zijn. Het zal best. Ik hoef niet naar de Coolsingel. Geef mij maar vogels, ik heb liever rust. Als ik kon, zou ik in één klap al die snelwegen, landingsbanen en spoorlijnen uit deze veel te krappe bufferzone doen verdwijnen.

Geef een reactie