Vorige maand studeerde ze bij me af als stedenbouwkundige in Delft, op de energietransitie in Groningen. ‘Beyond Spatial Blindness’ doopte ze haar werk. Transitiedenken, schrijft Eva Egelmeers, is arm aan ruimtelijk denken. Mensen realiseren zich niet wat het voor hen betekent om over te schakelen naar duurzame energiebronnen. De winning van steenkool, olie en gas is grotendeels onzichtbaar, die van schone energie gebeurt juist in het volle zicht. Windmolenparken, zonnevelden, waterstoffabrieken, batterijopslag, buisleidingen, hoogspanningsmasten, hoeveel van wat is er eigenlijk nodig? En waar komt wat allemaal precies terecht? Drie scenario’s maakte ze, een decentrale waarin de Groningse dorpen zelf beslissen, eentje waarin Den Haag beslist en eentje waarin Europa alle knopen doorhakt. Niet alleen berekende ze de hectares die voor productie, opslag, omzetting en distributie in elk scenario tot 2050 op land en op zee noodzakelijk zijn, ook probeerde ze al die hectares in het bijzondere Groningse landschap in te passen. De verbeelding ervan op kaarten en panorama’s testte ze op drie manieren. Ongelooflijk veel rekenwerk heeft ze verricht, maar ook als ontwerper geëxcelleerd in verbeeldingskracht. Zijn onze ogen nu geopend?
Wetenschapshistoricus Jean-Baptiste Fressoz gaat verder. In More and More and More (2024) laat hij aan de hand van historische voorbeelden zien dat nieuwe energiebronnen de oude helemaal niet vervangen. Sterker, nieuwe, ‘schonere’ bronnen leiden juist tot een toename van de vraag naar ‘oude’ en ‘vervuilende’ energie. Hij spreekt van een symbiose. Neem steenkool. Die verving niet hout; er bleek voor de delving van steenkool juist méér houtkap nodig. Zelfs in 2024 stookte de wereld meer steenkool dan ooit tevoren. Ook de winning van aardolie heeft niet tot minder steenkolenproductie geleid. Vergeet ‘peak oil’. Voor olie is namelijk onwaarschijnlijk veel staal nodig (pijpleidingen, olietankers, opslag in terminals). Zo zal het ook gaan in de huidige transitie, noodzakelijk geacht om de klimaatdoelen van Parijs te halen. Dus stelt hij de vraag die ik ook aan Eva stel: wat gaat Groningen straks doen met al die groene energie? Zal de transitie niet juist tot een toename van de verbranding van fossiele brandstoffen leiden? En hoeveel extra hectares zijn daarvoor noodzakelijk? Net als Fressoz denk ik dat transitiedenken afleidt van de vraag waarom we zoveel energie verbruiken en of dat niet veel en veel minder moet. Stop met dromen. Kijk het monster in de ogen.

Geef een reactie