Utrecht

De Van Eesteren-Fluck & Van Lohuizenstichting bestaat 50 jaar. Sinds 1975 beijvert deze stichting zich voor het bevorderen van het planologische en stedenbouwkundige denken in Nederland. Om het jubileum te vieren heeft het bestuur tien teams gevraagd zich in Utrecht een dag lang te buigen over tien vraagstukken met betrekking tot Nederland in 2075. Een van die vraagstukken betreft het landschap van Noord-Nederland in 2075. Waar moeten we naar streven, en hoe doen we dat? Aan het eind van de middag zoek ik het team op dat dit vraagstuk ter hand heeft genomen en vraag hen naar het resultaat. Noord-Nederland, zeggen ze, wordt een communistische proeftuin van ecosysteemdiensten. Wablief? Alle grond zal worden onteigend en een Rijksdienst voor Ecosysteemdiensten gaat het land opnieuw inrichten, heel radicaal.

Alles zal natuur worden. Dat betekent niet minder dan het einde van het Nederlandse cultuurlandschap. Het economische denken, zeggen ze, is veel te dominant geworden, het landschap is daardoor naar de mallebiezen. Er moet radicaal worden ingegrepen. Ook de steden zullen uiteenspatten, want ook daar zal de natuur gaan overheersen. Nee geen parkstad: niet wild en ongetemd, maar wel groen. Is er dan nog wel sprake van landbouw? Ze denken van wel. Zeker in Noord-Nederland zal nog altijd landbouw worden bedreven, maar die is niet meer voor de export. In een aquarium hebben ze hun concept verbeeld, dat was althans de opdracht. Overal hebben ze mos gedrapeerd; paarse legosteentjes in het groen verbeelden de uiteengespatte steden. Op sommige plekken gaan mensen hun eigen optrekje bouwen, daar leven ze zelfvoorzienend; delen van Nederland komen onder water te staan. Ook daar komt natuur. Hun ingreep komt van bovenaf, ze geloven niet in burgerinitiatieven. Helaas, geen tijd meer voor vragen. Bij de uitgang ontvang ik een speldje: ‘De toekomst gezien. Gezien de toekomst’.


Posted

in

,

by

Tags:

Comments

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *