Wergea

Plots vliegen ze op, een hele zwerm smienten. Smienten zijn wintergasten, de eenden komen helemaal uit Siberië om hier te overwinteren. Even voorbij het kleine buurtschap Warstiens wandelen we over het Jornapaad. In de verte raast het verkeer over de Haak om Leeuwarden. Die stad rukt op. De zon breekt door, het zal de hele dag droog blijven. Tussen Warstiens en Warten en Wergea liep vroeger een kerkenpad, maar dat is in de vooruitgangswoede verdwenen. In 2021 hebben enkele inwoners boer De Wit gevraagd of ze een onverhard pad over zijn land mochten maken. De boer uit Brabant werkte mee, de bewoners timmerden afsluitbare hekjes en nu loop ik met een paar initiatiefnemers langs het water van de Wartenster Wild in de richting van Warten. Met recht zijn ze trots op hun pad. Het gras is nat maar staat niet te hoog. Dit is provinciaal ‘weidevogelkansgebied’, dus tijdens het broedseizoen is het pad afgesloten. Ook op 1 januari is het een dag lang dicht, want anders wordt het openbaar en dat wil de boer niet. Weidevogels zien we niet; die zijn alweer naar warmere streken gevlogen. We praten over Bloeizone Wergea. Bijna ongemerkt hebben we het asfalt weer bereikt.

Een aantal van mijn wandelgasten is lid van de insectenwerkgroep. De leden komen uit vijf dorpen ten zuiden van Leeuwarden. Ze storen zich aan het raaigras en het boomloze landschap. Zeker als we de kaarsrechte Ald Scroetswei inslaan, beginnen ze te mopperen. Dit productielandschap is dodelijk. Maar veel Friesen, schampert een van hen, zijn tegen bomen in dit open weidegebied en in haar dorp willen mensen geen bomen vanwege de blaadjes. Boeren willen bovendien met hun grote machines over de rechtgetrokken weiden kunnen razen; ook zij verdragen de bomen niet. Maar meidoorns bij de sloten zouden bijdragen aan herstel van de biotoop en koeien zouden er schaduw kunnen vinden. We komen bij een ander pad. Aanleg ervan blijkt het werk van Plaatselijk Belang. Aan de overkant van het water kijk ik op land dat deels is verruigd, er staan veel bosjes. Die boer, zeggen ze, heeft teveel land om er ‘goed’ voor te kunnen zorgen. Het kan dus wel. Ze wijzen op de ecohopen die ze met hulp van de gemeente op verschillende plekken in het landschap hebben opgericht: mengsels van grond, stobben, stronken en boomstammen, hoog opgetast en half vergaan, ideaal voor regenwormen, pissebedden, naaktslakken, kevers, mieren, spinnen, vlinders en vogels. Ik bewonder hun verzet. Tegen de verdrukking in strijden ze voor herstel van het beschadigde ecosysteem.


Posted

in

, ,

by

Tags:

Comments

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *