We verlaten station Delfzijl West en wandelen naar de rand van de stad, naar de wierde van Blessum. Het is zomers en het voelt nu al warm. Jos Arts is hoogleraar Planologie in Groningen, Alfred Kazemier directeur Stadsontwikkeling van Groningen. Ze willen me de stad uit hun jeugd laten zien. Beiden zijn opgegroeid in Delfzijl. Ze hebben goede herinneringen. Tegenover het stationnetje stuiten we op naoorlogse flats die zullen worden afgebroken. Daarna drive in-woningen die ook al op de nominatie staan om plaats te maken. Nog steeds zijn we vol verwachting, zelfs opgetogen. Als we naar Uitwierde lopen staan we voor de sportvelden waar Alfred ooit heeft gespeeld. Ze zijn van de aardbodem verdwenen, er is klaver ingezaaid. Verderop drie torenflats die zijn afgebroken. Er staan nu villa’s. Later passeren we De Wending, het wijkwinkelcentrum dat honderd meter is verplaatst. Daarna het verdwenen zwembad, naast het verdwenen verkeerspark, later de verdwenen kleuterschool, de verdwenen lagere school, de verdwenen middelbare school. In plaats van gebouwen kijken we in groene veldjes, bosjes, leegtes. Zelfs het streekziekenhuis is weggevaagd, opgelost, van de aardbodem verdwenen. Werkelijk niets uit de jeugd van de beide wandelgasten kunnen we bekijken, aanraken. Voelen ze zich nog wel met Delfzijl verbonden?
Als we via een omtrekkende beweging de historische binnenstad in lopen, komen we uit bij De Molenberg, het theater- en congrescentrum aan de Oude Schans. Het ontmoetingscentrum dateert uit 1976 en werd gebouwd op de plek van de voormalige gereformeerde kerk waar tot 1973 culturele evenementen plaatsvonden. Hier was ook de bibliotheek die Kazemier en Arts in hun jeugd bezochten. Het pand staat leeg. De wanden zijn beplakt met posters die duidelijk maken dat ook dit complex zal worden afgebroken. Er komt een nieuw stadhuis van een nieuwe fusiegemeente en een nieuw theater. Alfred laat me het ontwerp zien, van een Noorse architect. Ik schrik. Een reusachtig wit orgel verrijst straks aan het pleintje tegenover het kleine kerkje. Aan de waterkant aan de achterzijde over de dijk komt een grote parkeerplaats. Ik lees: “Wat dit project volgens de gemeente bijzonder maakt, is de ‘diepgaande verkenning van de identiteit van Delfzijl en de regio Eemsdelta’. Dat wil zeggen: de ontwerpers verdiepten zich in het landschap, het ritme van stad en platteland, de geschiedenis van de zee en de strijd met het water. Dat gevoel van verbondenheid met verleden en toekomst wil de gemeente laten terugkomen in het ontwerp.” We zuchten diep en lopen verder.
Geef een reactie