Vanuit Heerenveen wandel ik vandaag naar Katlijk. Ik ben gevraagd daar een lezing te geven bij het afscheid van twee wethouders. Titel van mijn betoog: ‘Heerenveen is geen Assen.’ De vergelijking gaat natuurlijk mank. Ik vergelijk de twee steden in Noord-Nederland omdat ze strategisch liggen en beide snel groeien. Met ruim 30.000 inwoners is Heerenveen niet groot. Assen telt ruim 67.000 inwoners, is dus dubbel zo omvangrijk. Nee, het gaat me om de groeicijfers. ‘Heerenveen groeit’ heet de strategie die B&W hebben vastgesteld in 2024, ze willen tot 2050 2.500 nieuwe woningen bouwen. Assen bouwt alleen al de komende vijf jaar ruim 1.000 woningen. Waarom al die groei? Waarom alles opofferen aan economische expansie? Ik gebruik het afstudeerwerk van een van mijn Delftse studenten om hier vraagtekens bij te zetten. Haar ontwerp gaat over Assen, maar zou evengoed over Heerenveen kunnen gaan. Sterker, Heerenveen zou enorme baat hebben bij een strategie die niet vertrekt vanuit groei, maar van bestaande kwaliteiten. Ondertussen ben ik al bij Mildam.
Hoe werkt zo’n alternatieve strategie? De student verdiepte zich in de geschiedenis van Assen, maakte een tijdlijn, inventariseerde alle bouwwerken, zocht naar bestaande kwaliteiten. Haar uitgangspunt was niet maken maar vinden, haar gevoel was dat alles er eigenlijk al is. Hoogstens herschikte ze hier en daar functies, storende zaken werden door haar verwijderd, aan het bestaande gaf ze nieuwe betekenis. Haar vondsten verwerkte ze in twee mooie wandelingen, de ene door het stadscentrum, de andere door een naoorlogse buitenwijk. Tijdens die wandelingen wilde ze de Assenaren in haar verwondering laten delen. In Heerenveen is het werk van Louis le Roy (1924-2012) van dezelfde geest doortrokken. Ook Heerenveen zou het bestaande moeten koesteren en niet moeten willen groeien maar eerder ontspannen. Het Ruimtelijk Arrangement Rijk-Regio (mei 2025) biedt daar trouwens aanleiding toe: in Friesland gaat het de komende jaren om “het versterken van bestaande structuren en het opvangen van de autonome bevolkingsontwikkeling voorop. De opgave is hierdoor meer kwalitatief van aard, gericht op behoud en versterking van een prettige, gezonde en leefbare omgeving.” Heus, Heerenveen kan beter uit de tredmolen stappen.

Geef een reactie