In Alblasserdam stappen we aan land. Even later spuit de waterbus alweer de Noord op, zijn weg haastig naar Dordrecht vervolgend. Het weer is grijs, er valt zelfs lichte regen. Over de natte dijk wandelen we hoog langs de rivier naar het dorpje Kinderdijk. Rechts passeren we het Huis van Zessen, een vroeg ontwerp van Cornelis van Eesteren, gemaakt in 1923 in Parijs. Het kleurenschema van deur en kozijnen is van de hand van Theo van Doesburg. We duiken een zijweg in en bekijken het hoekige huis van achteren over het water van het diepe wiel. Sinds de opening van de museumwoning was ik er niet meer geweest. Hierna nemen we het voetpad langs de woningen, want op de dijk wordt veel te hard en gevaarlijk gefietst. Verderop in Kinderdijk maakt men zich op voor de Molenmarkt. Bij een uitspanning lunchen we in een ouderwets café; men draait er Hollandse muziek. Aan een tafeltje wordt Duits gesproken. Bij een steiger slaan we rechtsaf, de diepe polder in. Ik val stil. Voor me een landschap dat ik tot nu gemist heb en niet snel meer zal vergeten.
Zeldzaam monumentaal staan ze daar, negentien molens aan het brede binnenwater van de Alblasserwaard. Twee molengangen vormen ze, alle daterend van 1738 of 1740. Hun extreme hoogte is wat ze zo monumentaal maakt, acht zijn er met riet bedekt, acht zijn er van baksteen, van twee draaien de wieken. Met de auto kun je hier niet komen, ook touringcars zien we niet. Toeristen komen hier met een pontje en lopen vervolgens de polder in, naar de molens. Niet dat ze de hele rij afgaan, daarvoor is de afstand te groot of het tijdschema van de touringcarbedrijven te krap. Ineens herinner ik me de ingelijste zwart-wit foto van de molens in de woning in Buitenveldert waar Van Eesteren op het eind van zijn leven woonde. Ik kon het toen niet rijmen met de schitterende Mondriaan op de andere wand. Nu begrijp ik het. Dit zijn de Hollandse piramides van Gizeh. Blij en dankbaar dat ik dit heb gezien. Nog eenmaal kijk ik om. Achter de molens zie ik de Rotterdamse skyline opdoemen. Ik voel me als de vrouw van Lot. Verschrikt lopen we verder, over grasland langs de hoge boezem terug naar de randen van Alblasserdam. Tot mijn opluchting breekt de zon door.

Geef een reactie