Parlement der onzichtbaren

On 29 november 2019, in bestuur, filosofie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 8 november 2019:

Afbeeldingsresultaat voor rosanvallon parlement des invisibles

 

In 2014 tuigde de Franse filosoof Pierre Rosanvallon een project op dat hij ‘Raconter la vie’ noemde. Burgers werd gevraagd over hun alledaagse leven te vertellen. Op die manier wilde de hoogleraar aan het Collège de France tot een ‘narratieve democratie’ proberen te komen. Over zijn methode schreef hij een manifest: ‘Le parlement des invisibles’. Toen ik het las moest ik aan mijn werk in de Amsterdamse Oude Kerk, afgelopen voorjaar, denken. Daar heb ik met tachtig burgers gesproken die ieder mij hun levensverhaal vertelden, en eerder al namen mijn studenten narratieve interviews af met vierenveertig willekeurige burgers in achttien verschillende buurten in de binnenstad. Conclusie van Rosanvallon na al die verhalen: ‘Een indruk verlaten te zijn brengt veel Fransen tot wanhoop.” In de Oude Kerk bekroop mij hetzelfde gevoel. Ik duidde het aan als vervreemding. “Onder vervreemding wordt een onprettig gevoel verstaan, een geestelijke afstand die mensen voelen tot hun omgeving.” Rosanvallon’s narratieve democratie is bedoeld om de bestaande representatieve democratie te vervangen. Die werkt niet meer. Met autoriteit spreken helpt in ieder geval niet. Rosanvallon hoopt op experimenten met burgerjury’s. Mijn voorstel om de binnenstad in achttien buurten te verdelen waarbij in elke buurt bewoners, ondernemers, pandeigenaren onder leiding van een gekozen supervisor over de vorderingen spreken vertoont daarmee overeenkomsten. Met een jaarlijkse oploop in de Oude Kerk om telkens de balans op te maken. Ook een parlement der onzichtbaren.

Rosanvallon voorspelde de gele hesjes. Onlangs werd hij door correspondent Peter Vermaas in NRC Handelsblad daarover geïnterviewd. In ‘Macron is totaal in de war’ schetst de filosoof de chaos waarin het Elysee sindsdien verkeert. Aanleiding is de verschijning van ‘De democratie denken’, de Nederlandse vertaling van zijn nieuwste boek. Kern: wereldwijd zijn steeds meer mensen teleurgesteld in de democratie. Burgers voelen zich niet gehoord. Ze hechten steeds minder aan verkiezingen en wantrouwen de politiek. Oorzaak: “De samenleving laat zich niet meer definiëren door sociale omstandigheden die bepalen wat voor beroep je hebt of hoeveel je verdient, maar eerder door structurerende sociale situaties met een meer individuele relatie tot het bestaan.” Denk daarbij aan eenzaamheid, een grote afstand moeten afleggen naar je werk, geen betaalbare woning kunnen vinden, een echtscheiding meemaken of lijden aan een verwoestende ziekte. Rosanvallon spreekt van fragmentatie en toenemende complexiteit. Op de achtergrond speelt de teloorgang van het technologisch optimisme en het verlies van de aantrekkelijkheid van de grote sociaaldemocratische planningsconcepten van na de Tweede Wereldoorlog. De politiek met zijn doelrationeel handelen werkt niet meer. Ik ben benieuwd naar hoe het afloopt met de Amsterdamse binnenstad.

Tagged with:
 

Van Hove’s visionaire site

On 27 november 2019, in kunst, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 29 augustus 2019:

Afbeeldingsresultaat voor acropolis agora plattegrond

Nadat ik hem had verteld over de essentie van ‘Een nieuwe historische binnenstad’, begon hij opgewonden te spreken over Ivo van Hove. Zijn ogen vlamden en hij veerde op. Hij is een liefhebber van toneel. De Vlaamse toneelregisseur, zei hij, had afgelopen zomer in Paradiso gesproken over de essentiële rol van de kunstenaar in de samenleving. Daarin had hij ook naar de Griekse agora verwezen. En die agora, dat is uitgerekend het hart van mijn toekomstvisie. Eenmaal thuisgekomen zocht ik de tekst van de op 25 augustus uitgesproken korte voordracht op. Die stond afgedrukt in de Volkskrant van 29 augustus. Van Hove, die een maand later de Johannes Vermeerprijs zou krijgen in de Haagse Ridderzaal, had zijn gehoor voorgehouden dat de kunstenaar universele verhalen vertelt die tot de verbeelding spreken. “Zij uiten wat veel mensen voelen maar zelf niet kunnen articuleren. Dat is waarom we niet zonder kunst kunnen.” Mensen hebben zulke verhalen nodig om hun bestaan betekenis te geven en ook om een gevoel van gezamenlijkheid te ontwikkelen. Maar de verteller van het nieuwe verhaal wordt dikwijls gehaat, net als Prometheus. Want wie nieuwe paden bewandelt maakt zich doorgaans allerminst geliefd.

En de agora? Een bezoek aan Athene, had Van Hove gezegd, is ondenkbaar zonder de Akropolis op te wandelen. “De tocht begint met het Dionysos-theater. Verderop het muziektheater Odeon en een plek waar wetenschappelijk onderzoek werd verricht. Hogerop het tempeltje van Nikè, gewijd aan oorlogsoverwinningen. Als je naar beneden kijkt, zie je de Agora, waar men discussieerde over de samenleving van toen. Vlak ernaast de Areopagus, voor rechtspraak. Bovenop staat het Parthenon. Athene is gebouwd rondom deze visionaire site.” Dat bedoelde hij dus. Zo’n visionaire site is ook de Amsterdamse binnenstad, maar die dreigt zijn verbindende rol te verliezen. Burgers keren hem de rug toe. Ze vinden het te druk, er zijn teveel toeristen, ze voelen zich eenzaam of ze verliezen eenvoudig de belangstelling. Het centrum van Amsterdam wordt daardoor een hoofdzakelijk economische ruimte. Van Hove haalde de agora aan omdat de politiek het bestaansrecht van kunst ter discussie stelt. De oorzaak daarvoor zoekt hij in de ‘calculerende welvaartspolitiek’. Ik denk dat hij gelijk heeft, maar het is niet alleen de politiek. Ik denk aan ver doorgevoerd individualisme dat het bestaan en de erkenning van het gedeelde centrum ondergraaft.  Hoe gaan we die te lijf? Daarover zou ik Van Hove wel eens willen spreken.

Tagged with:
 

Vitaal nachtleven redt Amsterdam

On 24 november 2019, in benchmarks, by Zef Hemel

Gelezen in de ‘GPCI 2019’ van de Mori Foundation:

Gerelateerde afbeelding

Daar is ie weer: de Global Power City Index van de Mori Foundation in Japan, de jaarlijkse index van bijna vijftig wereldsteden gemeten naar hun vitaliteit en kracht. Ik ben er dol op. Zelf noemen de Japanners datgene wat ze jaarlijks zo nauwkeurig proberen te meten ‘magnetisme’ van steden, oftewel het vermogen van steden om creatieve bedrijven en talent aan te trekken. Voor het achtste achtereenvolgende jaar staat Londen bovenaan, gevolgd door New York en Tokio. Echter, Londen heeft ingeboet aan kracht, terwijl Parijs iets omhoog neigt en de positie van Tokio lijkt te bedreigen. Waardoor het komt dat Londen slechter presteert kunnen de samenstellers niet precies zeggen. Het kan de Brexit zijn. Toch behoudt de Britse hoofdstad zijn toppositie, al was het maar omdat ze op het culturele front nog altijd uitmuntend presteert. Parijs echter toont in veel opzichten grotere dynamiek, wat volgens de makers verband houdt met de voorbereiding van de Olympische Spelen van 2024. Dat doet Parijs veel beter dan Tokio 2020. Maar megastad Tokio presteert op alle indicatoren onverminderd uitstekend, dus de Franse hoofdstad zal haar niet makkelijk kunnen passeren. Op plaats 6 staat opnieuw Amsterdam, dat is vlak achter Singapore. Nieuwkomers zijn Melbourne, Helsinki, Dublin en Tel Aviv. De eerste komt zelfs binnen op plaats 11.

Amsterdam scoort hoog op leefbaarheid, inclusiviteit en connectiviteit, maar ook op niveau van haar universiteiten. Qua topuniversiteiten maakt Amsterdam zelfs deel uit van een jaloersmakende beste vijf: 1. Londen, 2. Hongkong, 3. Boston, 4. Los Angeles, 5. Amsterdam. Bovendien behoort de Nederlandse hoofdstad tot de sterkste economische groeiers, binnen Europa staat ze zelfs op plaats vier, na Dublin, Londen en Stockholm. Veel slechter scoort Amsterdam op duurzaamheid; de inspanningen op het gebied van het klimaat beoordelen de Japanse onderzoekers als mager vergeleken bij veel andere steden, met name die in Scandinavië. Verrassend is de nieuwste indicator die in 2019 voor het eerst aan de index is toegevoegd: de kwaliteit van het nachtleven. Schrik niet: Amsterdam staat daar op plaats 3, na Londen en Bangkok. De stad heeft kennelijk een geweldige reputatie opgebouwd als ‘partystad’. Laatste constatering: alle steden halen dit jaar een lagere overall score. Dat geldt ook voor Parijs en Amsterdam. De wereldeconomie stokt. Steden zijn haar motoren. Iets gaat helemaal niet goed.

Tagged with:
 

Operatie Bypass

On 20 november 2019, in openbare ruimte, by Zef Hemel

Gelezen in ‘In Between’ (2019) van Hans Ibelings en Kirsten Hannema:

Afbeeldingsresultaat voor operatie bypass van milligen bielke

Bron: dvmb.nl

Afgelopen vrijdag ontving Donna van Milligen Bielke uit handen van burgemeester Aboutaleb de Maaskantprijs voor jonge architecten. Bij die gelegenheid verscheen ook ‘In Between’, een mooie, eenvoudige publicatie over het prille oeuvre van de Amsterdamse architecte. In het boekwerk stelt Van Milligen Bielke dat de functie van een gebouw minder belangrijk is dan de dialoog die het aangaat met de directe omgeving. Juist de afbakening van de openbare ruimte door middel van wanden geeft aan de stad structuur en karakter en biedt haar inwoners een publieke ruimte. Als voorbeeld van haar benadering kan ‘Boogie Woogie’ (2012) dienen. Hiermee studeerde ze af aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam. Op de plaats van de Stopera ontwierp ze een alternatief stadhuis-operacomplex. Dat bestaat uit een reusachtig carré met tamelijk hoge, uniforme gevels die het hele Vlooienburg omsluit. Daarbinnen paste ze het programma, in een veelheid van blokken, licht gedraaid, als een speelse Victory Boogie Woogie rond vierkante publieke en semipublieke ruimten. Het is alsof Herman Hertzberger of een andere structuralist aan het werk is geweest. Hier meldt zich de vertegenwoordiger van een nieuwe generatie architecten die binnenstedelijke opgaven en daarbinnen nieuw te vormen openbare ruimten eindelijk weer op de voorgrond plaatst.

Dezelfde strategie paste ze toe bij ‘Operation Bypass’ (2015). Voor de tentoonstelling ‘Volksvlijt 2056’ over de toekomstige economie van Groot-Amsterdam in de OBA (2016) ontwierp ze samen met Steven Broekhof een reeks van doorbraken in de zeventiende eeuwse grachtengordel die de snel groeiende toeristenstroom moet accommoderen. De nieuwe straatwanden en verbrede bruggen tekende ze goudkleurig; de volumes steken iets uit boven de historische bebouwing. De toevoeging, schrijft ze, kan zowel de bewoners als de toeristen ten goede komen. “Operation Bypass creates new streets which will provide a better flow.” Haar ingreep is verfrissend, dapper, maar het is ook een provocatie. Voor het maken van de toekomstvisie van de Amsterdamse binnenstad dit voorjaar heb ik opnieuw met interesse naar haar ingreep gekeken. Haar bypasses zijn ook bedoeld om het Wallengebied te omzeilen. Maar net als de Stopera gaat Amsterdam de Negen Straatjes niet afbreken. Wel zou het fantastisch zijn als Van Milligen Bielke haar bijzondere ontwerpbenadering eens toepaste op het plan Berlage in Zuid, om de toeristenstroom van het Museumplein via publieke ruimten en wanden richting het nieuw te bouwen station op de Zuidas te geleiden.

Tagged with:
 

Hou je vast, Amsterdam!

On 12 november 2019, in benchmarks, vastgoed, by Zef Hemel

Gelezen op Worldatlas van 25 oktober 2019:

 

Afbeeldingsresultaat voor cbre ranking cities

Bron: CBRE

De stad met het duurste vastgoed in de wereld is nog altijd Hongkong, op de voet gevolgd door Londen. In Hongkong heeft een gemiddelde werknemer 22 jaar nodig om een woning van 60 vierkante meter te kopen. In Londen duurt dat gemiddeld 15 jaar.  Parijs staat op plek 3 en Singapore op 4. Amsterdam is gestegen van 10 naar 7. Dat is een verontrustende trend. Daarmee is Amsterdam duurder geworden dan Vancouver, München en Sydney. In Amsterdam duurt het nu gemiddeld 10 jaar voordat iemand zich de koop van een woning van 60 vierkante meter kan veroorloven. Dat meldt althans World Atlas op haar website (25 oktober 2019). In de ranking van CBRE komt Amsterdam echter niet voor in de top tien. Ook daar domineert Hongkong, gevolgd door Singapore, Shanghai en Vancouver. Londen staat daar op 8, Parijs op 10. Maar deze laatste ranking zet de woonkosten niet af tegen het gemiddelde inkomen ter plaatse. In de Real Estate Outlook 2019 spreekt CBRE wel van verhoogde activiteit van beleggers op de Nederlandse vastgoedmarkt. Ook buiten Amsterdam wordt steeds meer geïnvesteerd, zelfs in middelgrote steden. Probleem bij ons is te weinig aanbod.

Let op Singapore. Daar dreigde het wonen simpelweg te duur te worden voor haar inwoners. De regering moest stevig ingrijpen in de plaatselijke vastgoedmarkt. Onder andere besloot ze de woningbouwproductie flink op te voeren; tegelijk legde ze restricties op aan de bewoning van het vastgoed. Sindsdien stijgen de koop- en huurprijzen daar nauwelijks meer. Nee, volgens CBRE’s ‘Global Living 2019’ behoort Amsterdam niet tot de duurste woningmarkten ter wereld. Maar de koopprijzen zijn wel opvallend sterk gestegen na 2015 en daarmee veel te hoog. Een bubbel dreigt, zeker sinds de stikstofcrisis. Op de UBS Global Real estate Bubble Index staat de Nederlandse hoofdstad nu op plaats 3, na München en Toronto. Waardoor dit komt? UBS: “The city owes these developments to its strong regional economy and rapidly loosening financing conditions amid a wave of speculative buying.” Amsterdam deelt de derde plaats met Hongkong. Sinds juni gaan de mensen in die laatste stad de straat op om te protesteren. Prijsdaling is daar gaande. Zo kan het dus ook. Het wordt een harde val met deze plattelandsregering. Hou je vast, Amsterdam!

Tagged with:
 

First Mountain City

On 6 november 2019, in boeken, ethiek, by Zef Hemel

Gehoord in de Protestantse Diaconie te Amsterdam op 9 oktober 2019:

Afbeeldingsresultaat voor second mountain brooks

Een maand geleden ontmoette ik hem. Hij had me via Linkedin uitgenodigd. Uiteindelijk kwam het ervan, op de dag voor de presentatie van de toekomstvisie voor de Amsterdamse binnenstad in de Beurs van Berlage. We spraken elkaar in de Protestantse Diaconie aan de Nieuwe Herengracht, want Tim is stadspredikant. Het regende pijpenstelen. Natuurlijk ging het over de binnenstad, over mijn verblijf in de Oude Kerk dit voorjaar en over mijn bevindingen, maar we hadden het ook over mijn boek, dat hij afgelopen zomer had gelezen. Tim Vreugdenhil vertelde over David Brooks, de columnist van de New York Times. In ‘The Second Mountain’ beschrijft Brooks het gebrek aan commitment in onze hedendaagse samenleving. Het individualisme is te ver doorgeschoten. Dat gold ook voor hemzelf. Alles draait tegenwoordig om carrière, spullen, toffe dingen, aanzien, macht, geld. In zijn boek gebruikt hij het beeld van de twee bergen. We zien allemaal die ene berg en op de top aangekomen denken dat we er zijn, maar dat valt danig tegen. We zijn vergeten dat er nog een tweede berg bestaat. Geluk zoeken we naarstig, maar echte vervulling vinden we niet. Onze tevredenheid duurt maar kort. Steeds hongeren we naar meer. We beklimmen alleen de eerste berg. We zijn niet minder dan onze ziel kwijtgeraakt.

Twee bergen. Mooie metafoor. De eerste berg draait om jezelf, de tweede om anderen. Het goede leven is niet gericht op pleziertjes, maar op diepe relaties met de mensen om je heen. Hyperindividualisme, sinds 2010 sterk aangejaagd door sociale media, verdooft je diepste verlangens, alles lijkt opwindend maar valt uiteindelijk tegen, het leven blijkt oppervlakkig, wantrouwen is het gevolg. Je wordt apathisch, pessimistisch, boos. Wantrouwen is een teken dat je de tweede berg niet herkent. “First mountain people are divided, alienated and insufficient,” schreef The New York Times in een boekbespreking. Tweedebergmensen leven daarentegen vanuit liefde voor anderen, zij zijn gecommitteerd, ze geven liever dan dat ze nemen, ze voelen een aanhoudende kracht. Niks geluk, maar ‘joy’, vervulling. “To live with joy is to live with wonder, gratitute and hope.” Wie de tweede berg beklimt heeft een doel, die stapt in een groter verhaal, die zoekt betekenis, is vervuld van een diep verlangen, weet zich deel van een bezielend verband. De predikant zei me dat hij Amsterdam een typische ‘First Mountain City’ vindt. Zijn analyse spoort met mijn bevinding die ik in ‘Een nieuwe historische binnenstad’ als vervreemding heb getypeerd: een geestelijke afstand die mensen voelen ten opzichte van hun omgeving. Vervreemding groeit snel, het wantrouwen is groot. De opgave: de historische binnenstad terugwinnen als tweede berg.

Tagged with:
 

Een tweede stadscentrum

On 25 oktober 2019, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Schiphollijn op dood spoor?’ (1977) van de initiatiefgroep:

Afbeeldingsresultaat voor schiphollijn museumplein

Een bewoner had mijn toekomstvisie voor de Amsterdamse binnenstad gelezen. Wij maakten een afspraak. In de kroeg drukte hij me een oranje rapportje in handen. Ik moest het beslist lezen. Mijn toekomstvisie had hem doen denken aan die gestencilde brochure van veertig jaar geleden. Een actiegroep van bewoners had zich tegen het voornemen van de rijksoverheid gekeerd om de aan te leggen Schiphollijn te laten eindigen op het Museumplein. (Ook toen weer lag het Rijk dwars). In 1977 schreef de initiatiefgroep een rapport waarin de nadelen van de Museumpleinoptie breed werden uitgemeten: cityvorming rond het Museumplein verdringt de woonbestemming en leidt tot het zogenoemde ‘Manhattan-effect’. Nee het was erger, het zou de trek uit de stad van wonen en werken continueren, want Amsterdam verloor al jaren inwoners. “Amsterdam blijft uit elkaar vallen. De Museumpleinlijn werkt als een injektienaald die het leven uit Amsterdam wegzuigt.” Daartegenover stelden de bewoners de aanleg van een spoorwegruit om Amsterdam met een station op het ringdijktracé aan de zuidzijde van de stad, zeg maar de huidige locatie van station Zuid. Zij zagen alleen maar voordelen. Bewoners waren niet alleen maar tegen, hier waren ze pleitbezorgers.

Het grootste voordeel van een station Zuid aan een Schiphollijn die onderdeel uitmaakte van een ringlijn over een spoordijk rond de stad was niet alleen dat daar tussen Buitenveldert en Zuid nog veel grond braak lag en dat cityvorming op deze manier de bestaande stad niet zou schaden, ontwikkeling van centrumfuncties bij een eventueel station Zuid zou een ruimtelijke structuur opleveren die leidde tot een tweede centrumgebied, want het centrum van Amsterdam zou hierdoor gesplitst worden. “In de oude binnenstad blijft plaats voor winkels en kleinschalige bedrijvigheid, langs de spoorwegruit kunnen grootschalige kantoor- en bedrijfsfuncties worden geconcentreerd.” Ze meende zelfs dat de grondopbrengsten rond station Zuid konden worden aangewend voor het behoud van sociaal-culturele functies in de historische binnenstad ten behoeve van de bewoners. (Aanleiding was de affaire Bouwes op het Leidseplein, waarbij de gemeente vanwege de hoge grondkosten niet bereid was om aan het alternatieve programma van de bewonersgroepen mee te betalen.) Kijk nou, twee centrumgebieden die elkaar aanvullen. Grootschalige centrumfuncties in Zuid. Een historische binnenstad voor kleinschalige bedrijvigheid. Bewoners die het al in 1977 hadden bedacht. Dat is pas visionair.

Tagged with:
 

Tuinieren

On 21 oktober 2019, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 23 juni 2018:

Afbeeldingsresultaat voor Manifesta 12 palermo book

Iemand twitterde dat ze maar niet begreep wat ik in ‘Een nieuwe historische binnenstad’ met de binnenstad als tuin bedoelde. Waar komt die metafoor van de tuin toch vandaan? Zeker nooit Voltaire’s ‘Candide’ gelezen. Vorig jaar sprak de burgemeester van Palermo, Leoluca Orlando, in een afgeladen Pakhuis de Zwijger over de twaalfde editie van de nomadische kunstmanifestatie Manifesta die dat jaar was gehouden in zijn stad. Deze uiterst succesvolle editie heette ‘Planetary Garden. Cultivating Coexistence’. Wij, de mensheid, zijn de tuiniers van planeet Aarde, maar we onderhouden onze tuin slecht. Daar kwam het op neer. In Palermo werd gerefereerd aan klimaatverandering, droogte en massale migratiestromen. De stad op Sicilië neemt al die stromen uit Afrika en het Midden-Oosten gastvrij in zich op. ‘Becoming Garden’ was een van de kunstprojecten in de stad, dat ging over het samen zorgdragen voor een gemeenschappelijke plek. Het Franse team van Coloco en Gilles Clément had op een ongebruikt stuk land – een illegale dumpplaats  – in een noordelijk gelegen stadsbuurt letterlijk een tuin aangelegd en de bewoners uitgenodigd deel te nemen. Doel: door samenwerking de vruchtbaarheid van de aarde herstellen. “Clément’s metaphor of the planet as a manageable garden is still attractive, not as a place for humans to take control, but rather as a site where agents of diverse species recognise their interdependency and share responsibility.”  Even verderop speelde de Botanische tuin – de Orto Botanico – met zijn 12.000 plantensoorten een hoofdrol in het politieke kunstenprogramma.

Het stadsbestuur van Palermo begreep dat globalisering niet zal overwaaien en dat de migratiestromen van Afrika naar Europa structureel zijn en een logisch gevolg van enorme krachten. Ze wees de bezoekers op het feit dat uitgerekend migranten het stadscentrum van Palermo overeind houden. Want veel kerken en paleizen staan leeg, bepaalde delen ogen zelfs als een oorlogsgebied. Terwijl elders yuppen en toerisme-industrie zich meester maken van de centra, strijken in Palermo de meeste migranten neer in het lege hart. Ze verkopen er hun producten, die ze vaak zelf gemaakt hebben. Arthur Weststeijn van de Universiteit Utrecht schreef destijds in Het Parool: “In plaats van krampachtige kortetermijnoplossingen om toeristenstromen te verleggen van de ene straat naar de andere, biedt Palermo een radicaal alternatief: zorg dat het historisch centrum van de bewoners blijft door er armlastige migranten te huisvesten. Ze zullen er kleine winkeltjes openen, oude markten weer nieuw leven inblazen, zorgen voor reuring als natuurlijk tegenwicht tegen klagende yuppen en slempende toeristen. (…) Want als migranten wegkwijnen in provinciale asielzoekerscentra en geen leven bieden aan het hart van de stad, dan hebben yuppen en toeristen vrij spel.” Zoiets zou je tuinieren kunnen noemen. Te vergelijken met het tuinieren in de Amsterdamse binnenstad: Amsterdammers terugbrengen naar het stadscentrum. Met Artis in de hoofdrol.

Tagged with:
 

Amateurs worden experts

On 15 oktober 2019, in kunst, planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 21 augustus 2019:

 Afbeeldingsresultaat voor rineke dijkstra night watching

Bron: Rijksmuseum

Eerder vergeleek ik mijn werkwijze bij de voorbereiding van de toekomstvisie van de Amsterdamse binnenstad in de Oude Kerk met ´True Tales of American Life´ van de Amerikaanse schrijver Paul Auster: via een oproep op de radio verzamelde Auster concrete verhalen van gewone mensen en rangschikte deze alledaagse werkelijkheid opnieuw in tien categorieën waardoor ze zin en betekenis krijgen. Bij het zien van het video drieluik ´Night Watching´ van fotografe Rineke Dijkstra in het Rijksmuseum zag ik opnieuw parallellen. Ik was er afgelopen zondag. Gisteren was ik er weer. In de video vertellen veertien groepen wat hen zoal opvalt bij het kijken naar Rembrandt´s Nachtwacht. Ieder vertelt vanuit zijn eigen perspectief wat hij of zij waarneemt. Het is een oefening in zien. Om haar installatie te bouwen had Dijkstra groepen in het Rijksmuseum eerst aandachtig geobserveerd. Dat casten van groepen had ze, zei ze, erg belangrijk gevonden. Na haar selectie had ze in de Eregalerij zes avonden lang een mobiele studio gebouwd: vier groepen op een avond, iedere sessie duurde veertig minuten. Stipt op 23.00 uur moest iedereen weer het museum verlaten. Sommige mensen had ze gevraagd iets voor te bereiden. Maar dat betrof alleen iets inlezen. Niets aan haar video installatie is vooraf gescript. Iedereen kon vrijelijk praten. Dijkstra: “Het is allemaal spontaan ontstaan.”

Het resultaat is gevarieerd, mooi, humoristisch, verrassend. Tegen NRC Handelsblad vertelde Dijkstra wat haar in haar werkwijze was opgevallen: “Dat iedereen toch vanuit zijn eigen perspectief kijkt. De Nachtwacht is het bekendste schilderij van Nederland en is eindeloos vaak gereproduceerd. Je denkt dat je dat wel kent. En toch krijg je ontzettend veel verschillende ideeën en invalshoeken te horen.” Sommige observaties noemde ze rolbevestigend, andere, viel haar op, betroffen minuscule details. “Uiteindelijk gaat Night Watching over herinnering en collectief geheugen. Over hoe verschillend mensen zijn, en hoe anders mensen kijken.” Mooi woord: collectief geheugen. Zelf zie ik al die verschillende ideeën en invalshoeken eerder als een vorm van collectieve intelligentie. Ga de installatie maar eens bekijken. Amateurs worden experts. Wat een rijkdom! Jane Jacobs noemde dat ‘redundancy’; de stad zit er vol meer. Zelf heb ik tachtig mensen, ieder anderhalf uur lang, laten spreken over de Amsterdamse binnenstad. Uit al hun verhalen destilleerde ik later een narratief: ‘Een nieuwe historische binnenstad’. Dat verhaal gaat over een mogelijk gedeelde toekomst. En ja, de werkelijkheid kennen en delen we helemaal niet. Iedereen ziet en hoort vanuit zijn eigen herinnering. Wie een gedeelde toekomst wil bepalen moet met al die verschillende werelden rekening houden.

Triomftocht door de binnenstad

On 14 oktober 2019, in boeken, stedenbouw, toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in ‘P.J.H.Cuypers en het gotisch rationalisme’ (2009) van Aart Oxenaar:

Afbeeldingsresultaat voor cuypers oxenaar gotisch

Afgelopen zondagmiddag burgemeester Chen Jining van Peking begeleid op zijn tocht door de Amsterdamse binnenstad. Een bleek zonnetje brak door na de zoveelste regenbui. Met een bootje voeren we over de Amstel, dwars door de historische binnenstad, stapten even uit bij de Oude Kerk, toen door over het IJ langs het Centraal Station, en terug via Prinsengracht naar eindpunt Rijksmuseum. Daar bezochten we de Nachtwacht. Overal was het druk, levendig, veel toeristen. Aan het begin van zijn rondleiding vertelde een gids in het Rijksmuseum over architect Pierre Cuypers, die niet alleen de schepper van het Rijksmuseum was, maar ook van Amsterdam Centraal station: twee laat-negentiende eeuwse ‘poorten’ die toegang verschaften tot de binnenstad van de hoofdstad van het koninkrijk. Zijn betoog sloot naadloos aan op onze bijzondere tocht en mijn uitleg bij de toekomstvisie (‘Een nieuwe historische binnenstad’), maar deed vooral denken aan het proefschrift van kunsthistoricus Oxenaar over P.J.H. Cuypers uit 2009. Cuypers, schreef Oxenaar, tekende twee poortgebouwen voor een herrijzend Amsterdam dat na een lange periode van stagnatie eind negentiende eeuw weer opkrabbelde. Cuypers refereerde daarbij aan het gegeven dat de hoofdstad vanouds een rituele orde kende, die tot uitdrukking kwam in de openbare gebouwen. Ze moesten de maatschappelijke en religieuze orde van de ‘civitas’ tot uitdrukking brengen in het stadsbeeld. Zijn toevoegingen, waaronder ook een aantal kerken, zouden die orde bevestigen.

In de wachtkamer derde klasse van het Centraal Station liet Cuypers een enorme stadsplattegrond aanbrengen met daarop de belangrijkste openbare gebouwen in een contrasterende kleur afgebeeld. De nieuwbouw van Centraal Station en Rijksmuseum krijgen daar hun rituele betekenis. Boven een van de uitgangen van het station ontwierp hij een tweede kaart, waarop hij de belangrijkste routes door de stad aangaf. Station, museum en voormalig raadhuis op de Dam markeren nu een symbolische route. Oxenaar: “De gang van de aankomende reiziger door de stad krijgt zo de lading van een allegorische optocht. Zijn wandeling van gebouw naar gebouw wordt voorgesteld als een tocht tot lering en vermaak, vergelijkbaar met de triomftocht van de vooraanstaande zeventiende eeuwse burgers van Amsterdam langs het stadhuis en de Westerkerk.” Tegenwoordig valt deze route samen met de processiegang die miljoenen toeristen dagelijks afleggen op hun zoektocht naar de door ons afgeschreven Gouden Eeuw. Maar in 2030 klapt deze optocht om als de entree naar de stad naar het zuiden wordt verlegd. Dan opent station Amsterdam Zuid zijn deuren. Dat is het moment waarop Amsterdam zijn nieuwe rituele orde kan tonen en daarover gaat dus mijn visie. Tijd voor een bijzonder station en een ambitieus toeristisch programma op de Zuidas.

Tagged with: