Conservatief

On 31 december 2019, in landschap, regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen in Het Amsterdamse Scheggen Manifest (2019): 

Afbeeldingsresultaat voor scheggen krant amsterdam

Onlangs verscheen er een Manifest van de Scheggen. Afzender: Parlement van de Scheggen. De scheggen, dat zijn de groengebieden rond Amsterdam. In totaal zijn het er acht, tenminste als je het IJmeer meerekent. Voor elk is een nieuw ontwerp gemaakt. Na maanden democratisch overleg kwam het zelfbenoemde tribunaal tot tien aanbevelingen voor het behoud van de Amsterdamse groengebieden. Tot mei 2020 is hierover een tentoonstelling te zien in ARCAM, het Amsterdamse architectuurcentrum. Voorzitter was Dirk Sijmons, emeritus-hoogleraar Landschapsarchitectuur in Delft, initiatiefnemer van het scheggenberaad was ARCAM en BOOM Landscape. Het parlement meent dat het ‘vijf voor twaalf’ is, want de groene scheggen worden volgens de landschapsarchitecten bedreigd. Het stelsel wordt toegeschreven aan het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam uit 1935. Dat plan zou cultuurgoed zijn, net als de grachtengordel en de Nachtwacht. Daarom moeten de scheggen ‘opnieuw een hoofdrol krijgen’. Er moet ‘een visionair plan’ voor de groengebieden komen, parallel aan de verdichtingsopgave. Men pleit voor ontwerpend onderzoek en investeringen. Hier wordt een agenda gemaakt. Een conservatieve.

Het manifest verscheen tegelijk met ‘Amsterdam Urban Design. Work in Progress 2020’ (2019). In dat dikke boekwerk van de gemeente wordt een indrukwekkend overzicht gegeven van alle verdichtingsplannen die sinds het verschijnen van de Structuurvisie Amsterdam 2040 het licht zagen. Het zijn er liefst 47. Plannen voor de scheggen ontbreken. Het is alsof het groen aan de aandacht van de stedenbouwkundigen is ontsnapt. Wat gaat hier mis? De verhouding tussen de scheggen en de lobben is al sinds 1935 een belangrijke discussie in het Amsterdamse. De Zuidoostlob en de Amstelveenlob werden eind jaren ‘50 aan het lobbenstelsel toegevoegd. Die nieuwe werden veel breder en forser gedimensioneerd dan de oude. Eind jaren ‘80 werd de eilandenreeks in het IJmeer als een nieuwe lob toegevoegd, daarmee de plannen voor het Uilenbos op Zeeburgereiland van de kaart vegend. Met andere woorden, het stelsel is al honderd jaar in beweging waarbij de scheggen smaller worden en de lobben dikker. Nu pleit het manifest eenzijdig voor behoud, terwijl de gemeente slechts focust op haar verdichtingsplannen, als een oefening binnen de lijntjes kleuren. Het snel groeiende Amsterdam heeft behoefte aan serieuze voorstellen voor een nieuwe verhouding tussen het groen en het toekomstige bebouwde oppervlak. Maar niemand lijkt te durven.

Tagged with:
 

Pessimisme, egocentrisme, de korte termijn

On 27 december 2019, in planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in FD van 21 december 2019:

Afbeeldingsresultaat voor long now foundation

Wie zijn wereld letterlijk klein houdt, is geneigd zich op de korte termijn te richten. Wie zich op de lange termijn richt, maakt zijn wereld groter. In ‘Een verre blik’ – zijn laatste column in FD van 2019 – refereerde Roland van der Vorst aan het werk van componist Brian Eno, die met zijn Long Now Foundation de samenleving probeert aan te zetten tot het omarmen van een langetermijnperspectief.  Veel mensen in New York, stelde Eno eind jaren 1980 vast, handelen uitsluitend in het hier en nu. Ze willen oplossingen voor de problemen van dit moment, ze denken niet verder dan hun eigen woning, straat of buurt, aan vergezichten hebben ze een broertje dood. Die laatste zijn in hun ogen ‘luchtfietserij’. Egocentrisme, in je eigen bubbel leven, het maakt dat mensen zich alleen maar op hun directe woonomgeving richten, zich bekommeren om zichzelf, het lot van de stad zijn ze vergeten. En digitalisering maakt het alleen maar erger. Met zijn in 1996 opgerichte Long Now Foundation wil Eno het langetermijndenken stimuleren. In de hoop dat mensen zich weer verantwoordelijk gaan gedragen.“The Long Now Foundation hopes to provide a counterpoint to today’s accelerating culture and help make long-term thinking more common. We hope to foster responsibility in the framework of the next 10,000 years.”

De komende 10.000 jaar? Is dat niet overdreven? Dan bestaat de mensheid toch niet meer. Misschien is het u ook opgevallen, maar de meeste langetermijnperspectieven zijn tegenwoordig inktzwart. In ‘What is the Future?’ (2015) laat de Britse socioloog John Urry zien hoe na 11 september 2001 alle optimisme uit ons toekomstdenken verdween. Na de aanslag op het World Trade Center werd globalisering – het stromen van mensen, goederen, kapitaal en informatie over de wereld – op slag door vrijwel iedereen verdacht gemaakt. Sociale wetenschappers gingen complexiteitstheorieën omarmen die systemische, perverse effecten van menselijke activiteiten vaststelden als gevolg van cascades door financiële, religieuze, klimatologische, voedsel-, water- en veiligheids- en energiesystemen. Urry sprak van ‘a new catastrophism in social thinking.’ Deze omslag zegt veel over ons collectieve gevoelsleven en hoe veranderlijk dat is. Pessimisme voert nu de boventoon. Wie gelooft nog in ‘Panorama Nederland’ van Rijksbouwmeester Floris Alkemade? Zijn grenzeloze optimisme als het om de toekomst van Nederland gaat noemde vaktijdschrift Cobouw onlangs ‘schaamteloos’. En wie denkt dat mijn toekomstvisie voor de Amsterdamse binnenstad in 2040 werkelijkheid zal worden?  Een ‘mooi droombeeld’. Daarmee lijkt het op voorhand gediskwalificeerd.

Tagged with:
 

Interventiekunde voor de Wallen

On 22 december 2019, in bestuur, planningtheorie, by Zef Hemel

Afbeeldingsresultaat voor feesten of beesten ombudsman

Bron: Ombudsman Metropool

Afgelopen week deelgenomen aan een reflectiediner van interventiekundigen bij de Ombudsman Metropoolregio Amsterdam. Onderwerp: de aanpak die de ombudsman heeft gevolgd bij de problematiek op de Amsterdamse Wallen. Arre Zuurmond was er letterlijk op af gegaan, had in 2018 vier maanden in de Sint Olofspoort geslapen, had video-opnamen gemaakt van nachtelijke ongeregeldheden, had gedetailleerd verslag gedaan van de overlast en had drie pamfletten geschreven, gericht aan het Amsterdamse gemeentebestuur. De interventiekundigen wilden weten wat ik ervan vond; na een eerste dag reflectie, waarschuwden ze me vooraf, waren ze somber gestemd. Ik vertelde dat de complexiteit van de Wallen slagvaardigheid in de weg staat. Niet de zaak oplossen, adviseerde ik, want dat gaat niet werken. Bovendien, er zijn ook bemoedigende ontwikkelingen. Een positieve LT-visie omarmen is effectiever. Waarop ze wilden weten hoe mijn interventies er dan uit zouden zien. Ik gaf twee voorbeelden: commissaris Eric Nordholt die al in 1977 in de gaten kreeg dat jonge jongens in buurten als De Pijp zich met de drugshandel inlieten en die wijkteams opzette. “Want crimineel gedrag begint niet op twintigjarige leeftijd”, zei Nordholt tegenover NRC Handelsblad. „Dat ontstaat jong, daar moet je bovenop zitten.” Hij stelde buurtregisseurs aan en bouwde wijkbureaus. Voelsprieten in de buurt, zodat je weet wat er speelt. Dat is snel en adequaat reageren op emergentie.

Het andere voorbeeld: het optreden van burgemeester Schelto Patijn (1994-2001). Die luisterde naar iedereen, ging de straat op, stelde vragen. Zijn conclusie: “Amsterdam is niet verloederd, maar vergt onderhoud.” Tegenover de krant zei hij later over zijn beleid:  “Geen law and order, zelfs niet een beetje. Ik beschouw mezelf als een huisbaas die een pand betreedt en achterstallig onderhoud constateert. Ik pak zaken aan omdat het nodig is.” Patijn introduceerde een regime van vergunningen. Die aanpak zit dicht bij de praktijk van het tuinieren die ik onder mijn toekomstvisie ‘Een nieuwe historische binnenstad’ heb gelegd. Goed naar iedereen luisteren, zorgvuldig handelen, achterstallig onderhoud plegen, kademuren herstellen, transport regelen over het water, rust brengen in de openbare ruimte, de gebouwen met liefde en aandacht programmeren en het massatoerisme naar Museumplein en Zuidas afleiden: de Amsterdamse binnenstad als een monumentale tuin. Waarop de organisatiekundigen tegensputterden. Volgens hen raakte dit niet de kern, de zaak is teveel geëscaleerd, dat kon ik toch niet ontkennen. Voor hen was er maar één mogelijkheid: keihard ingrijpen. Toen was de tijd voorbij. De interventiespecialisten vertrokken. Voor hun avondprogramma op de Wallen.

Tagged with:
 

Unpardonable perversity

On 13 december 2019, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Vital Little Plans’ (2016) van Samuel Zipp en Nathan Storring:

Afbeeldingsresultaat voor vital little plans

Samuel Zipp en Nathan Storring verzamelden een groot aantal lezingen en interviews van de Amerikaanse stedenonderzoeker Jane Jacobs na haar overlijden in 2006, en maakten er een bundel van: ‘Vital Little Plans. The Short Stories of Jane Jacobs’ (2016). Hun boek kocht ik twee jaar geleden. Een goudmijn waar een echte liefhebber kleine goudklompjes kan vinden. Helemaal op het eind van hun bloemlezing van verhalen voegden zij een fascinerende tekst toe die de opening blijkt te zijn tot een lesboek van Jacobs over economie, uit 2004. De titel luidt ‘Uncovering the Economy: A New Hypothesis’. Dat boek is overigens nooit verschenen. De tekst bevat alles wat Jacobs na jarenlange studie naar steden en hoe steden groeien op het spoor was gekomen, namelijk: steden maken de economie; steden kun je niet over één kam scheren; sommige steden groeien explosief, waarna ze weer jarenlang stagneren, andere steden groeien juist niet. Zelfs in Nederland, waar de groei van steden door Haagse ministeries wordt getemperd en gereguleerd en fysieke groei zoveel mogelijk rechtvaardig over het land wordt verdeeld, exploderen bepaalde stedelijke economieën. Nu gebeurt dat in Amsterdam. Lezen dus die tekst. Die maakt veel duidelijk.

Groei-explosies van steden worden zelden verwelkomd door mensen die leefbaarheid en gemeentefinanciën vooropstellen, aldus Jacobs. Hun onrust, verontwaardiging, nee woede, zijn eenvoudig te begrijpen. Economische expansie verloopt totaal ongepland, deze bedreigt regelrecht het omringende landschap, belast de aanwezige infrastructuur, drijft de vastgoedprijzen op, verjaagt mensen uit buurten, zet lokale overheden onder druk. “They insult trust in order and offend authority of all kinds; perhaps that is their most unpardonable perversity.” Maar even snel als de groei komt, kan ze weer wegebben. Jacobs verbaast zich erover dat planologen en stedenbouwkundigen dit maar niet willen begrijpen. Iedere expert die ze sprak wilde er gewoon niets van weten. Ze bleven maar uitleggen wat ze goed deden, ze rechtvaardigden hun rationele gedrag en ze produceerden overzichtswerken van hun mooie plannen en projecten, vissend naar complimentjes. Het is ook irrationeel. “People who kid themselves are not trustworthy guides through the complicated mazes of reality.” Nee, een stad is een uiterst gevaarlijk fenomeen. Stedelijke groei verloopt niet volgens plan. Ze verloopt explosief. Mensen reageren in paniek. De politiek grijpt in. De regering spreidt en verdeelt. Jammer voor planologen. Arme stad.

Tagged with:
 

Door het tunneltje naar de binnenstad

On 11 december 2019, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Het plan Amsterdam-Zuid van Berlage’ (1977) van Francis Fraenkel:

Afbeeldingsresultaat voor fraenkel zuid berlage

Afgelopen dinsdag een lezing gehouden tijdens de End of the Year-borrel van Hello Zuidas, de netwerkclub van Zuidas-partners, in The Circle aan het Gustav Mahlerplein. De lezing ging over toerisme en de Zuidas in relatie tot ‘De nieuwe historische binnenstad’. Het denken over toerisme, vertelde ik de leden, is in Amsterdam al zeker 150 jaar oud. Feitelijk nam het een aanvang met de oplevering van het Rijksmuseum in 1885. Drie jaar later kwam het Centraal Station gereed. Architect Cuypers ontwierp niet alleen de beide gebouwen, maar tekende ook een toeristische wandeling van station naar museum, dwars door de Amsterdamse binnenstad. Toeristen die per stoomtrein arriveerden, moesten via een geënsceneerde route langs hoogtepunten uit de nationale Gouden Eeuw naar Rembrandt’s Nachtwacht worden geleid. Twee wereldtentoonstellingen op het Museumplein – in 1883 en in 1895, dus vlak voor en vlak na de oplevering – werden uitdrukkelijk aan het fenomeen van het vreemdelingenverkeer gewijd. Tegenwoordig lopen miljoenen internationale vakantiegangers dezelfde, door Cuypers in 1885 geconcipieerde route. Daar doen ze in totaal drie dagen over. In die zin is toerisme uiterst conservatief. Maar met het gereedkomen van station Zuid in 2028 zal alles op slag veranderen. Vanaf dat moment zullen toeristen uit de hele wereld niet meer op CS, maar op de Zuidas arriveren. Hoe komen zij straks bij de Nachtwacht? Welke route gaat de nieuwe Pierre Cuypers hiervoor tekenen?

Had H.P. Berlage hierover niet al nagedacht toen hij zijn tweede plan Zuid in 1915 aanbood aan het Amsterdamse gemeentebestuur? Dat plan ging immers uit van een tweede centraal station in Zuid, net op het grondgebied van de zuidelijke buurgemeente. In het proefschrift van Francis Fraenkel uit 1976 las ik dat Berlage het nieuwe station als ‘scharnierpunt’ opvatte voor zijn nieuwe, monumentale stad. “Met dit station, het ‘portaal van de stad’, als centrum spiegelt zich het oude Amsterdam geheel in het nieuwe.” Want: “Zoals de oude stad zich halfcirkelvormig om het station uitstrekt, zo doet dat ook de nieuwe stad.” Het gaat verder, het historische Amsterdam beoordeelde Berlage als schilderachtig. Zijn nieuwe stad moest juist monumentaal worden. In zijn plan liggen beide daarom met de ruggen naar elkaar toe. In die zin fungeert het Rijksmuseum als scharnier, eerder dan het geprojecteerde station Zuid. De functie van tentoonstellingsterrein (Museumplein, het toenmalige IJsclubterrein) situeerde Berlage waar nu het Amstelpark is. De toerist kwam binnen op het statige station Zuid en liep of reed vervolgens via de vijftig meter brede monumentale Minerva-as in de richting van de te bouwen Academie voor Beeldende Kunsten (nu Hilton Hotel), stak daar ergens door naar het Museumplein. Door het tunneltje onder het Rijksmuseum betrad hij, vanuit de moderne stad komend, een pittoresk Hollands ensemble van grachten en grachtenpanden: de Amsterdamse historische binnenstad. In 2028 is het eindelijk zover. Hoe vooruitziend.

Tagged with:
 

Nederland is geen New York

On 9 december 2019, in infrastructuur, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Enorm veel keuze & ongelofelijk nabij’ (2019):

Afbeeldingsresultaat voor enorm veel keuze ongelooflijk nabij

Het College van Rijksadviseurs schreef een advies over het bereikbaarheidsprogramma van de metropoolregio Amsterdam. Het heet ‘Enorm veel keuze & ongelofelijk nabij’, een kennelijke verwijzing naar ‘Extreem Luid & Ongelooflijk Dichtbij’ (2005), een roman van Jonathan Safran Foer. Aan twee ministeries die moeten beslissen over zware investeringsprogramma’s in en rond Amsterdam: Infrastructuur & Waterstaat respectievelijk Binnenlandse Zaken, is het advies gericht. Ik las het met grote interesse. Twee kanttekeningen. Allereerst de stelling dat Nederland op te vatten zou zijn als één metropolitane regio, vergelijkbaar met New York. Die boude stelling doet denken aan Nederlandse planologen uit de jaren ‘60 die de zogenoemde ‘Randstad Holland’ op één lijn durfden stellen met Londen of Moskou. Of met pionier Theo van Lohuizen die in 1924 tijdens het Internationale Stedebouw Congres in Amsterdam het Westen des Lands opblies door hoefijzervormige invloedssferen rond de steden op kaart te zetten en die urbane velden te spiegelen aan echte metropolen. Heus, Nederland is géén metropolitane regio, het is geen aaneengesloten stedelijk gebied, het mist een Manhattan of een Brooklyn, en Brabant is geen Staten Island. Grootstedelijkheid kent ons land niet. Nederland is een diffuus stedelijk veld, bijeengehouden door rijkswegen. De economie van New York is zo groot als die van Australië, die van Nederland reikt niet verder dan halverwege.

Wel goed gezien is de noodzaak van een nieuwe airportmetrolijn die Schiphol rechtstreeks met het metronetwerk van de hoofdstad verbindt. “Dit station is geen onderdeel van het treinstation Schiphol en voorkomt daarmee een hoop verwarring, stress, ongemakken en vertragingen. Fijn voor de internationale reiziger en beter voor de Nederlandse forens.” Zo’n oplossing snijdt inderdaad meer hout dan een uitbreiding van de krakkemikkige Schipholtunnel. Daarnaast pleiten de adviseurs voor een stadsregionaal OV-systeem als ruggengraat van de regio, bestaande uit een S-bahn achtig netwerk van sprinters, metro en lightrail in hoge frequentie. En misschien wel het belangrijkste: ze adviseren het uitdijen van de metropoolregio niet langer te stimuleren. Ter onderbouwing citeren ze good old Lewis Mumford: “Building more roads to prevent congestion is like a fat man loosening his belt to prevent obesity.” Omdat de werkgelegenheid zich veel sterker in Amsterdam ontwikkelt dan in de regio ligt het voor de hand om ook de regionale woningbouwprogramma’s sterker op Amsterdam te richten. Het economische zwaartepunt verschuift naar de Zuidas. Verdere verdichting helpt om ruimtelijke obesitas tegen te gaan. Maar dat laatste adviseren de adviseurs niet. Ze geven aan werkgelegenheid regionaal te willen spreiden. Dat klinkt rechtvaardig, maar het verzet zich tegen grootstedelijkheid en bovendien gaat het ze niet lukken. Nederland is geen New York, maar Amsterdam mag wel wat grootstedelijker.

Parlement der onzichtbaren

On 29 november 2019, in bestuur, filosofie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 8 november 2019:

Afbeeldingsresultaat voor rosanvallon parlement des invisibles

 

In 2014 tuigde de Franse filosoof Pierre Rosanvallon een project op dat hij ‘Raconter la vie’ noemde. Burgers werd gevraagd over hun alledaagse leven te vertellen. Op die manier wilde de hoogleraar aan het Collège de France tot een ‘narratieve democratie’ proberen te komen. Over zijn methode schreef hij een manifest: ‘Le parlement des invisibles’. Toen ik het las moest ik aan mijn werk in de Amsterdamse Oude Kerk, afgelopen voorjaar, denken. Daar heb ik met tachtig burgers gesproken die ieder mij hun levensverhaal vertelden, en eerder al namen mijn studenten narratieve interviews af met vierenveertig willekeurige burgers in achttien verschillende buurten in de binnenstad. Conclusie van Rosanvallon na al die verhalen: ‘Een indruk verlaten te zijn brengt veel Fransen tot wanhoop.” In de Oude Kerk bekroop mij hetzelfde gevoel. Ik duidde het aan als vervreemding. “Onder vervreemding wordt een onprettig gevoel verstaan, een geestelijke afstand die mensen voelen tot hun omgeving.” Rosanvallon’s narratieve democratie is bedoeld om de bestaande representatieve democratie te vervangen. Die werkt niet meer. Met autoriteit spreken helpt in ieder geval niet. Rosanvallon hoopt op experimenten met burgerjury’s. Mijn voorstel om de binnenstad in achttien buurten te verdelen waarbij in elke buurt bewoners, ondernemers, pandeigenaren onder leiding van een gekozen supervisor over de vorderingen spreken vertoont daarmee overeenkomsten. Met een jaarlijkse oploop in de Oude Kerk om telkens de balans op te maken. Ook een parlement der onzichtbaren.

Rosanvallon voorspelde de gele hesjes. Onlangs werd hij door correspondent Peter Vermaas in NRC Handelsblad daarover geïnterviewd. In ‘Macron is totaal in de war’ schetst de filosoof de chaos waarin het Elysee sindsdien verkeert. Aanleiding is de verschijning van ‘De democratie denken’, de Nederlandse vertaling van zijn nieuwste boek. Kern: wereldwijd zijn steeds meer mensen teleurgesteld in de democratie. Burgers voelen zich niet gehoord. Ze hechten steeds minder aan verkiezingen en wantrouwen de politiek. Oorzaak: “De samenleving laat zich niet meer definiëren door sociale omstandigheden die bepalen wat voor beroep je hebt of hoeveel je verdient, maar eerder door structurerende sociale situaties met een meer individuele relatie tot het bestaan.” Denk daarbij aan eenzaamheid, een grote afstand moeten afleggen naar je werk, geen betaalbare woning kunnen vinden, een echtscheiding meemaken of lijden aan een verwoestende ziekte. Rosanvallon spreekt van fragmentatie en toenemende complexiteit. Op de achtergrond speelt de teloorgang van het technologisch optimisme en het verlies van de aantrekkelijkheid van de grote sociaaldemocratische planningsconcepten van na de Tweede Wereldoorlog. De politiek met zijn doelrationeel handelen werkt niet meer. Ik ben benieuwd naar hoe het afloopt met de Amsterdamse binnenstad.

Tagged with:
 

Van Hove’s visionaire site

On 27 november 2019, in kunst, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 29 augustus 2019:

Afbeeldingsresultaat voor acropolis agora plattegrond

Nadat ik hem had verteld over de essentie van ‘Een nieuwe historische binnenstad’, begon hij opgewonden te spreken over Ivo van Hove. Zijn ogen vlamden en hij veerde op. Hij is een liefhebber van toneel. De Vlaamse toneelregisseur, zei hij, had afgelopen zomer in Paradiso gesproken over de essentiële rol van de kunstenaar in de samenleving. Daarin had hij ook naar de Griekse agora verwezen. En die agora, dat is uitgerekend het hart van mijn toekomstvisie. Eenmaal thuisgekomen zocht ik de tekst van de op 25 augustus uitgesproken korte voordracht op. Die stond afgedrukt in de Volkskrant van 29 augustus. Van Hove, die een maand later de Johannes Vermeerprijs zou krijgen in de Haagse Ridderzaal, had zijn gehoor voorgehouden dat de kunstenaar universele verhalen vertelt die tot de verbeelding spreken. “Zij uiten wat veel mensen voelen maar zelf niet kunnen articuleren. Dat is waarom we niet zonder kunst kunnen.” Mensen hebben zulke verhalen nodig om hun bestaan betekenis te geven en ook om een gevoel van gezamenlijkheid te ontwikkelen. Maar de verteller van het nieuwe verhaal wordt dikwijls gehaat, net als Prometheus. Want wie nieuwe paden bewandelt maakt zich doorgaans allerminst geliefd.

En de agora? Een bezoek aan Athene, had Van Hove gezegd, is ondenkbaar zonder de Akropolis op te wandelen. “De tocht begint met het Dionysos-theater. Verderop het muziektheater Odeon en een plek waar wetenschappelijk onderzoek werd verricht. Hogerop het tempeltje van Nikè, gewijd aan oorlogsoverwinningen. Als je naar beneden kijkt, zie je de Agora, waar men discussieerde over de samenleving van toen. Vlak ernaast de Areopagus, voor rechtspraak. Bovenop staat het Parthenon. Athene is gebouwd rondom deze visionaire site.” Dat bedoelde hij dus. Zo’n visionaire site is ook de Amsterdamse binnenstad, maar die dreigt zijn verbindende rol te verliezen. Burgers keren hem de rug toe. Ze vinden het te druk, er zijn teveel toeristen, ze voelen zich eenzaam of ze verliezen eenvoudig de belangstelling. Het centrum van Amsterdam wordt daardoor een hoofdzakelijk economische ruimte. Van Hove haalde de agora aan omdat de politiek het bestaansrecht van kunst ter discussie stelt. De oorzaak daarvoor zoekt hij in de ‘calculerende welvaartspolitiek’. Ik denk dat hij gelijk heeft, maar het is niet alleen de politiek. Ik denk aan ver doorgevoerd individualisme dat het bestaan en de erkenning van het gedeelde centrum ondergraaft.  Hoe gaan we die te lijf? Daarover zou ik Van Hove wel eens willen spreken.

Tagged with:
 

Vitaal nachtleven redt Amsterdam

On 24 november 2019, in benchmarks, by Zef Hemel

Gelezen in de ‘GPCI 2019’ van de Mori Foundation:

Gerelateerde afbeelding

Daar is ie weer: de Global Power City Index van de Mori Foundation in Japan, de jaarlijkse index van bijna vijftig wereldsteden gemeten naar hun vitaliteit en kracht. Ik ben er dol op. Zelf noemen de Japanners datgene wat ze jaarlijks zo nauwkeurig proberen te meten ‘magnetisme’ van steden, oftewel het vermogen van steden om creatieve bedrijven en talent aan te trekken. Voor het achtste achtereenvolgende jaar staat Londen bovenaan, gevolgd door New York en Tokio. Echter, Londen heeft ingeboet aan kracht, terwijl Parijs iets omhoog neigt en de positie van Tokio lijkt te bedreigen. Waardoor het komt dat Londen slechter presteert kunnen de samenstellers niet precies zeggen. Het kan de Brexit zijn. Toch behoudt de Britse hoofdstad zijn toppositie, al was het maar omdat ze op het culturele front nog altijd uitmuntend presteert. Parijs echter toont in veel opzichten grotere dynamiek, wat volgens de makers verband houdt met de voorbereiding van de Olympische Spelen van 2024. Dat doet Parijs veel beter dan Tokio 2020. Maar megastad Tokio presteert op alle indicatoren onverminderd uitstekend, dus de Franse hoofdstad zal haar niet makkelijk kunnen passeren. Op plaats 6 staat opnieuw Amsterdam, dat is vlak achter Singapore. Nieuwkomers zijn Melbourne, Helsinki, Dublin en Tel Aviv. De eerste komt zelfs binnen op plaats 11.

Amsterdam scoort hoog op leefbaarheid, inclusiviteit en connectiviteit, maar ook op niveau van haar universiteiten. Qua topuniversiteiten maakt Amsterdam zelfs deel uit van een jaloersmakende beste vijf: 1. Londen, 2. Hongkong, 3. Boston, 4. Los Angeles, 5. Amsterdam. Bovendien behoort de Nederlandse hoofdstad tot de sterkste economische groeiers, binnen Europa staat ze zelfs op plaats vier, na Dublin, Londen en Stockholm. Veel slechter scoort Amsterdam op duurzaamheid; de inspanningen op het gebied van het klimaat beoordelen de Japanse onderzoekers als mager vergeleken bij veel andere steden, met name die in Scandinavië. Verrassend is de nieuwste indicator die in 2019 voor het eerst aan de index is toegevoegd: de kwaliteit van het nachtleven. Schrik niet: Amsterdam staat daar op plaats 3, na Londen en Bangkok. De stad heeft kennelijk een geweldige reputatie opgebouwd als ‘partystad’. Laatste constatering: alle steden halen dit jaar een lagere overall score. Dat geldt ook voor Parijs en Amsterdam. De wereldeconomie stokt. Steden zijn haar motoren. Iets gaat helemaal niet goed.

Tagged with:
 

Operatie Bypass

On 20 november 2019, in openbare ruimte, by Zef Hemel

Gelezen in ‘In Between’ (2019) van Hans Ibelings en Kirsten Hannema:

Afbeeldingsresultaat voor operatie bypass van milligen bielke

Bron: dvmb.nl

Afgelopen vrijdag ontving Donna van Milligen Bielke uit handen van burgemeester Aboutaleb de Maaskantprijs voor jonge architecten. Bij die gelegenheid verscheen ook ‘In Between’, een mooie, eenvoudige publicatie over het prille oeuvre van de Amsterdamse architecte. In het boekwerk stelt Van Milligen Bielke dat de functie van een gebouw minder belangrijk is dan de dialoog die het aangaat met de directe omgeving. Juist de afbakening van de openbare ruimte door middel van wanden geeft aan de stad structuur en karakter en biedt haar inwoners een publieke ruimte. Als voorbeeld van haar benadering kan ‘Boogie Woogie’ (2012) dienen. Hiermee studeerde ze af aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam. Op de plaats van de Stopera ontwierp ze een alternatief stadhuis-operacomplex. Dat bestaat uit een reusachtig carré met tamelijk hoge, uniforme gevels die het hele Vlooienburg omsluit. Daarbinnen paste ze het programma, in een veelheid van blokken, licht gedraaid, als een speelse Victory Boogie Woogie rond vierkante publieke en semipublieke ruimten. Het is alsof Herman Hertzberger of een andere structuralist aan het werk is geweest. Hier meldt zich de vertegenwoordiger van een nieuwe generatie architecten die binnenstedelijke opgaven en daarbinnen nieuw te vormen openbare ruimten eindelijk weer op de voorgrond plaatst.

Dezelfde strategie paste ze toe bij ‘Operation Bypass’ (2015). Voor de tentoonstelling ‘Volksvlijt 2056’ over de toekomstige economie van Groot-Amsterdam in de OBA (2016) ontwierp ze samen met Steven Broekhof een reeks van doorbraken in de zeventiende eeuwse grachtengordel die de snel groeiende toeristenstroom moet accommoderen. De nieuwe straatwanden en verbrede bruggen tekende ze goudkleurig; de volumes steken iets uit boven de historische bebouwing. De toevoeging, schrijft ze, kan zowel de bewoners als de toeristen ten goede komen. “Operation Bypass creates new streets which will provide a better flow.” Haar ingreep is verfrissend, dapper, maar het is ook een provocatie. Voor het maken van de toekomstvisie van de Amsterdamse binnenstad dit voorjaar heb ik opnieuw met interesse naar haar ingreep gekeken. Haar bypasses zijn ook bedoeld om het Wallengebied te omzeilen. Maar net als de Stopera gaat Amsterdam de Negen Straatjes niet afbreken. Wel zou het fantastisch zijn als Van Milligen Bielke haar bijzondere ontwerpbenadering eens toepaste op het plan Berlage in Zuid, om de toeristenstroom van het Museumplein via publieke ruimten en wanden richting het nieuw te bouwen station op de Zuidas te geleiden.

Tagged with: