Redding van de binnenstad

Afgelopen week vergaderde de Amsterdamse gemeenteraad over de toekomst van de binnenstad. Opnieuw ging het over toeristen, drugs en prostitutie. Geen woord over de UvA. Het is een achterhoedegevecht. Ab Flipse van de VU stuurde me een exemplaar van ‘De universitaire campus’, een bundel artikelen van historici over de ruimtelijke transformaties van de Nederlandse universiteiten na 1945. Dat van Peter Jan Knegtmans gaat over de Universiteit van Amsterdam. Die wijkt af van alle andere. Terwijl na 1950 alle universiteiten in Nederland grootschalige nieuwbouwplannen ontwikkelden voor campussen buiten de stad, bleef de UvA als enige de binnenstad trouw. Ze nam genoegen met oude gebouwen waaraan al decennia niets was gebeurd, en dat terwijl de universiteit onstuimig groeide. Niet dat ze zich er volledig bij neerlegde. De financiering van de panden was nu eenmaal in handen van het rijk en die trof pas in 1958 met Amsterdam een regeling, waarbij de gemeente overigens nog financieel moest bijspringen ook. De jaloerse burgemeester Van Hall gaf daarop stadsbouwmeester Nielsen de opdracht een ambitieus plan voor de universiteit ín de binnenstad te ontwikkelen, passend in de nieuwe grootstedelijke structuurvisie met de nieuwe lobbenstructuur en met het verbindende metrostelsel. Dat Amsterdam halsstarrig vasthield aan de oude, vervallen binnenstad, kan de rijksoverheid nooit leuk hebben gevonden.

Nielsen maakte een gedurfd ontwerp voor een compleet nieuwe universiteitscampus in het historische wallengebied bij de Oudemanhuispoort (1965). Vrijwel alle gebouwen tussen Rokin en Kloveniersburgwal zouden worden gesloopt, inclusief Hotel de L’ Europe en het Doelencomplex. Aan de Grimburgwal verrees zelfs een toren van 55 meter hoogte. Omdat er op dat moment een prijsvraag liep voor de bouw van een nieuw stadhuis, kreeg de UvA het oude complex aan de Oudezijds Voorburgwal van de gemeente cadeau; ook het hoofdgebouw van vertrekkende DNB aan de Oude Turfmarkt maakte deel uit van de bruidsschat. Daarna begon een bestuurlijke impasse die precies dertig jaar zou voortduren en die pas eindigde in 1995, toen het rijk het gebouweneigendom overdroeg aan de universiteiten. Al die tijd bleef de UvA de Amsterdamse binnenstad trouw. Overal had ze panden gehuurd of tijdelijk gekocht. Binnenkort komt aan die noodsituatie een einde wanneer de geesteswetenschappen terugkeren op het Binnengasthuisterrein. Dus na zestig jaar stug volhouden, als Amsterdam 750 jaar bestaat, beschikt de Amsterdamse binnenstad eindelijk over een schitterende binnenstedelijke campus met een nieuwe UB. Knegtmans: “De Universiteit van Amsterdam, die graag een stadsuniversiteit wil zijn, heeft hiermee gekozen voor een universiteit die midden in het stedelijke leven staat.” Natuurlijk moet dat worden gevierd. Dus, in plaats van zich blind te staren op die paar ramen en coffeeshops, zou de gemeenteraad zich beter kunnen richten op de grootste werkgever in haar historische centrum, wiens aanwezigheid door eerdere generaties zwaar is bevochten en die de binnenstadsfunctie nieuwe betekenis geeft.


by

Tags:

Comments

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *