Afgelopen week wandelde ik in het Friese laagveen, vrijdag ga ik op het Drentse hoogveen lopen. Tussendoor lees ik Fen, Bog and Swamp van Annie Proulx. Haar boek verscheen in 2022 en beschrijft de uitzonderlijke waarde en betekenis van veengebieden, wereldwijd. Veen houdt niet alleen water vast, maar bindt ook koolstof waardoor het klimaat op aarde relatief stabiel blijft. Wie de veengebieden ontwatert en ontgint, werkt mee aan klimaatverandering en maakt bovendien drinkwaterwinning op den duur onmogelijk. Bij opwarming van de aarde en toenemende bevolkingsdruk gaat ons dat straks opbreken. Bij veenmoeras is overigens sprake van het zeer gevaarlijke methaan. Koolstof is daarbij vergeleken kinderspel. Het waren de Hollanders die als eersten het veen te gelde maakten door sloten te graven, kanalen aan te leggen, het water versneld af te voeren om de grond voor landbouw geschikt te maken. Hun voorbeeld werd in de hele wereld gevolgd. Boeiend is hoe Proulx schrijft over de eigenschappen van veenmos. Dat bijzondere plantje wil liefst de hele wereld veroveren, maar vindt de mens tegenover zich. Die mens is erg goed in het vernietigen van de wereld met al zijn planten en dieren, erg slecht echter in repareren wat hij ooit kapotgemaakt heeft.
Proulx kijkt met argusogen naar de steppen van Siberie met hun permafrost. Als die opdrogen of opbranden, dan is het met ons klimaat snel gedaan. Ik kijk vooral naar Nederland. Duizend jaar geleden bestond bijna de helft van ons land nog uit veenmoeras. Sommige pakketten waren wel tien meter dik. Daarvan is nog maar een fractie over. In Nederland ligt inmiddels ongeveer 220.000 hectare drooggelegd veen. Toen die gebieden nog intact waren, staken ze tussen de 4 en 5 meter boven zeeniveau uit. Inmiddels liggen ze tussen de 1,5 en 2,5 meter onder zeeniveau. Watervoorraden werden in de afgelopen eeuwen versneld afgevoerd en de koolstof kwam vrij. Bij VPRO Tegenlicht (25 juni 2021) lees ik dat er zo een kubieke kilometer aan veen in de atmosfeer is verdwenen. In 2016 publiceerde het Planbureau voor de Leefomgeving Dalende bodems, stijgende kosten. In Friesland komt diepe drooglegging het meeste voor. De berekende gemiddelde bodemdaling onder het nul-alternatief is daar 44 centimeter. Als peilfixatie wordt doorgevoerd neemt de gemiddelde bodemdaling met 11 centimeter af. Blijft over: 34 centimeter, de diepe veengronden 36 centimeter. Peilfixatie vraagt om aanpassingen van het agrarische bedrijfsmodel. Gebeurt dat niet, dan zijn de kosten voor de samenleving. Het PBL spreekt van miljarden, voor het waterbeheer jaarlijks zeker 200 miljoen over een periode van 40 jaar. Over zeespiegelrijzing echter woord. Proulx wel: “In the end all humans will be haunted by water.”
Geef een reactie