Omdat de bodem kletsnat is en we soms listen moeten verzinnen om het bijkans onbegaanbare Drenthepad te kunnen volgen, hebben we het geluk onderweg veel sporen te zien. Dicht bij Beilen gaat het om die van honden. Uiteraard, ook van de hondenbezitters die hier hun gebruikelijke ommetje maken. Mooi en opvallend vind ik echter de pootafdrukken van een das. Maar dan zijn we al het Terhorsterzand gepasseerd. Mijn app Obsidentify weet hem met 87 procent zekerheid te herleiden. Keurig stak hij hier even eerder de modderige weg over richting een vennetje. Maar verderop, vlak voordat we de drukbereden Spieringerweg oversteken, zien we sporen die te groot zijn voor die van een hond. Hondenbezitters maken niet zulke lange wandelingen. Zou het een wolf zijn? Nerveus zoekt mijn wandelgast op zijn telefoon naar aanwijzingen omtrent wat te doen in het geval dat we hem daadwerkelijk tegenkomen. ‘Blijf rustig en maak geen plotselinge bewegingen’ en: ‘houd afstand en geef de wolf de ruimte om weg te gaan.’ Het is de eerste keer in de ruim twee jaar wandelen door Noord-Nederland dat ik huiver.
Precies tien jaar geleden werd de eerste wolf in ‘oerprovincie Drenthe’ waargenomen. Op het Dwingelderveld leven nog geen wolvenroedels, maar verderop langs de grens met Friesland wel. Dat betreft daar een tienkoppige roedel (mei 2024). En in Midden-Drenthe wonen op dit moment vijf wolven. Omdat ze dagelijks een afstand van veertig tot vijftig kilometer afleggen, wordt er regelmatig een wolf ook op het Dwingelderveld gezien. Ik lees dat boswachters namens Natuurmonumenten wolvenexcursies organiseren en dat wolvensporen gekenmerkt worden door een rechte lijn. Achterpoot staat in het spoor van de voorpoot. Zo vallen ze niet op. Beleidsmatig zet de provincie voorlopig in op samenleven met de wolf. Voor de kudde schapen op het Dwingelderveld betekent dit de aanschaf van twee Karpatische herdershonden. Die komen uit Roemenie. Ze vervangen sinds kort de bordercollies. En verder zijn er folders met waarschuwingen, liefst 5.000, die de provincie uitdeelt aan bezoekers. We vangen echter bot, want als we langs het bezoekerscentrum komen is het gesloten. Op maandag kun je beter geen wolven tegenkomen. Gelukkig hebben we nog onze smartphones en is er bereik.
Geef een reactie