Mitigating these trends

On 3 augustus 2018, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Thank You For Being Late’ (2016) van Thomas Friedman:

Afbeeldingsresultaat voor map population growth africa

Bron: Lauren Manning

Opnieuw veel bootvluchtelingen. Deze zomer wordt met name de zuidpunt van Spanje belaagd. De recente omstreden uitlatingen van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken komen niet uit de lucht vallen. Niet Brexit maar migratie zou wel eens de grootste bedreiging van Europese eenheid kunnen worden. Op 3 mei 2018 schreef Callum Brodie op World Economic Forum over de toekomstige bevolkingsgroei op aarde. In ‘The world’s fastest-growing populations are in the Middle East and Africa. Here’s why’ liet hij zien hoe de bevolking van Afrika tussen nu en 2050 in omvang zal verdubbelen: van 1 naar 2 miljard mensen. De daarop volgende vijftig jaar zal opnieuw van een verdubbeling sprake zijn: van 2 naar 4 miljard. Tegen die tijd zullen 11 miljard mensen op aarde leven. Sinds de oprichting van de Verenigde Naties in 1945 is de wereldbevolking al verdrievoudigd. De aanslag op de draagkracht van de planeet is gigantisch. Brodie wijst op de vrouwenemancipatie in het Midden-Oosten, die reden geeft voor voorzichtig optimisme. Als vrouwen eenmaal kunnen kiezen voor een carrière in plaats van kinderen, dan zou het allemaal nog kunnen meevallen. Maar dat veronderstelt wel dat ze, net als in China, in metropolen gaan wonen, waar ze hoger onderwijs kunnen genieten, werk vinden en deelnemen aan de wereldgemeenschap. Opvangkampen zijn beslist onvoldoende. Een metropolitane toekomst voor Afrika en het Midden-Oosten is de centrale opgave.

Het artikel deed me denken aan het hoofdstuk in ‘Thank you for being late’ van de Amerikaanse columnist Thomas Friedman over Niger, Afrika. In ‘Mother Nature’ meldde hij dat een vrouw uit Niger gemiddeld zeven kinderen krijgt. Woonden er in 1950 nog 2,5 miljoen mensen in Niger, op dit moment zijn dat er al 19 miljoen. In 2050 zullen het er 72 miljoen zijn. Vergeleken met 1950 zal de bevolking van Niger dertigmaal groter zijn in 2050. Nooit eerder is een bevolking zo dramatisch gegroeid. Al die mensen raken op drift want woestijnvorming is onvermijdelijk. “With Africa’s population likely to increase by more than three billion over the next 85 years, the European Union could be facing a wave of migration that makes current debates about accepting hundreds of thousands of asylum seekers seem irrelevant.” Niemand die het zo realistisch en klemmend beschrijft als Friedman. We hebben geen tijd te verliezen. Onze energieconsumptie moet drastisch omlaag, er moet flinke belasting op fossiele brandstoffen worden geheven. Vrouwen moeten kunnen studeren. Mensen op de hele wereld moeten emanciperen, zichzelf ontwikkelen, greep krijgen op hun eigen toekomst, kortom er moet worden vormgegeven aan een grootstedelijke toekomst ook voor mensen in Afrika en het Midden-Oosten. “If we don’t act quickly together to mitigate these trends, we will be the first generation of humans for whom later will be too late.” Wanneer organiseert deze minister van Buitenlandse Zaken eens een groot congres over de toekomst van de Afrikaanse stad?

Tagged with:
 

Monet in Londen

On 1 augustus 2018, in kunst, by Zef Hemel

Gezien in de Tate Britain in Londen op 4 mei 2018:

Afbeeldingsresultaat voor impressionists in london

Deze zomer ga ik tekenen en schilderen. U verneemt dus even niets van mij. Ik ga naar het droge licht van Van Gogh, in de Provence, met zijn heldere kleuren, dat de schilder zo graag vergeleek met het Japanse licht. Ons eigen vochtige licht schilderde Monet. Ik ken niemand die dit mooier heeft vastgelegd op het linnen doek. Dit voorjaar zag ik het met eigen ogen in de Tate Britain in Londen. In de expositie ‘Impressionists in London’ was één zaal gewijd aan een stuk of negen doeken van Monet van de Thames bij Westminster. In totaal zou hij er meer dan honderd van hebben gemaakt (sic!). In 1904 werden er 37 doeken tentoon gesteld in Parijs, bij de galerie van Durand-Ruel. Het was een megasucces. De doeken had hij in drie winters geschilderd terwijl hij verbleef in het Savoy hotel aan de overkant van de Thames, dat was in 1899, 1900 en 1901. Hij was toen de zestig juist gepasseerd. Zijn bedoeling was om nog één keer alles wat hij in zijn schildersleven had doorleefd – ‘impressions and sensations’ – op het schilderdoek vast te leggen. In totaal verbleef hij zes maanden in het hotel. Daarna nam hij ze mee naar Parijs om er verder aan te werken. Ik zou ze graag allemaal eens tegelijk willen zien.

Overigens, kort daarna opende in de National Gallery een tentoonstelling over ‘Monet & Architecture’. Afgelopen weekeinde was de laatste mogelijkheid om deze tentoonstelling te bezoeken. Die heb ik gemist. Ik begreep dat daar opnieuw een groot aantal Thames-schilderijen van Monet te zien waren. In een recensie las ik dat hij de doeken van Waterloo en Charing Cross in 1899 had geschilderd vanuit de suites 610 en 611 en in 1900 en in 1901 de suites daar direct onder, vanuit 510 en 511, om precies te zijn vanaf het balkon. Tot op de dag van vandaag kun je deze ‘Monet suite’ boeken; een nacht in suite 610 en 611 kost u tenminste 720 Engelse pond, met maaltijden en een tour zelfs 2.600 pond. James Whistler zou Monet op de suites hebben gewezen. Waarom de Franse schilder in 1900 en 1901 moest uitwijken naar een verdieping lager weet ik nu ook: 610 en 611 waren op dat moment in gebruik door invalide Britse soldaten uit de tweede Boerenoorlog. De doeken van Westminster schilderde hij overigens na de thee, aan de overkant van de rivier, bij St Thomas Hospital. Monet had een ijzeren discipline. Die heb ik niet.

Tagged with:
 

Dromen als opdracht

On 30 juli 2018, in boeken, filosofie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Expect Great Things’ (2017) van Kevin Dann:

Afbeeldingsresultaat voor kevin dann expect great things

 

Op 6 mei 1862 om 9 uur ‘s ochtends stierf in Concord, Massachusetts, Henry David Thoreau. De schrijver, 43 jaar oud nog maar, was al een tijdje ziek en hij wist dat zijn einde naderde. Menig vriend kwam hem nog even opzoeken. Die ochtend zeilde hij weg. Kevin Dann schreef een prachtige biografie over de Amerikaanse schrijver en filosoof, auteur van onder andere ‘Walden. Life in the Woods’ (1854). In ‘Expect Great Things’ (2017), verschenen tweehonderd jaar na zijn geboorte, gaat het vooral over Thoreau als mysticus. De wereld, het hele leven, was in de ogen van de schrijver iets wonderbaarlijks, iets dat tot in elk detail was vervuld van raadsels en mysterie. De werkelijkheid, in de eerste plaats de natuur, was vervuld van geesten. Elk seizoen was in de ogen van Thoreau bijzonder, bomen, stenen, schelpen, sterren, ze waren alle goddelijk en ook elk mens was een goddelijk wezen. Poëzie drukte daarom de werkelijkheid beter uit dan proza, vond de schrijver. Woorden zijn als zeldzame planten. Sympathie was een woord dat hij dikwijls gebruikte. Het was de kunst om betekenis aan je eigen leven te geven. Als iemand zich kon verwonderen over gebeurtenissen en details, dan was het Thoreau. Achter alles lag de mogelijkheid van een nieuw, rijker leven. Thoreau was een optimist.

De wijze waarop de jonge transcedentalist, die goed bevriend was met Ralph Waldo Emerson, zijn korte leven leidde grensde aan pure extase. Het verhaal van Prometheus die het vuur stal van de goden om zo onafhankelijk te worden, boezemde hem al op jonge leeftijd grote belangstelling in. Volgens Dann was Thoreau vooral geïnteresseerd in het vuur opgevat als kennis en beschaving. Hij las veel. Niet minder dan zelf god worden was zijn doel. “The goal in all the mystery traditions was the freeing of the life body from the imprisonment of the physical body, to facilitate clairvoyance of the spiritual world.” Thoreau leefde spiritueel, alsof elke dag nieuw en vol betekenis was. Een ‘thrilled and expectant mood’ die hij cultiveerde bood hem de mogelijkheid om intens te leven. Sociaal leven was niet aan hem besteed. Hij koos bewust voor individualisme en ging uit wandelen, trok zich terug in de natuur. Het getuigde van moed, aldus Dann, om je twee jaar op te sluiten in een hut en uitsluitend de menselijke verbeelding zijn werk te laten doen. Dan ga je pas de werkelijkheid zien. “There is just as much beauty visible to us in the landscape as we are prepared to appreciate, not a grain more.” Dromen en verbeelding helpen mensen om te zien en te ontdekken. Dromen was daarom belangrijker dan observeren. “Our truest life is when we are in dreams awake.” Alles is er al, je moet het alleen leren zien en kennen. Droom daarom het allermooiste en je zult het vinden. “In the long run, we find what we expect. We shall be fortunate then if we expect great things.” Dromen als opdracht. Om na te leven.

Tagged with:
 

Qi Gong als ontwikkelstrategie

On 27 juli 2018, in wonen, by Zef Hemel

Gehoord in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam op 23 juni 2018:

image

Eén vraag riep de presentatie van Shu Yamamura zeker op. Yamamura is assistant professor Urban Planning aan Waseda University in Tokio, Japan.  Tijdens het symposium ‘New Tokyo Story’ in Amsterdam sprak hij over ‘Regeneration of Inner City Tokyo’. ‘New Tokyo Story’ ging over recente ruimtelijke trends in wonen, mobiliteit en leven in de grootste megastad ter wereld. Yamamura vertelde over de moeizame stadsvernieuwing in en rond het centrum. Op drie buurten zoomde hij met name in: Arakawa, Yokoyama-cho en Tennoz. Alle zijn zeer verschillend, maar de overeenkomst is dat de bebouwing relatief oud en brandgevaarlijk is, dat ze in aardbevingsgevoelige gebieden liggen en dat ze het allemaal op een of andere wijze weinig dynamiek kennen. Van gentrification is hoegenaamd geen sprake. En dat vond iedereen in de zaal heel gek. Immers, het betreft rustige en veilige woonbuurten dicht bij het stadscentrum. Yamamura legde uit dat ze een zwakke ‘outer energy’ en een zwakke ‘inner energy’ hadden. Bovendien kenden ze tal van drempels die de buurten beletten om vooruit te komen. De mobiliteit was er laag, de bevolking vergrijsd. En grondbezit is in Japan bijna heilig. Hoe hier meer dynamiek in te krijgen? Dat was de grote vraag.

In het geval van Arakawa ging het om een combinatie van sterke sociale verbanden, lage huren en nauwe straatjes. De planologen werkten er aan straatverbredingen en het opkopen van kleine plots om zo een domino-effect teweeg te brengen. Oudere mensen die bereid waren te verhuizen kregen huurwoningen elders aangeboden. Er werd nu tien jaar aan de buurt gewerkt; het bleek een traag proces van tal van kleine verbeteringen. In het geval van Yokoyama-cho ging het om huiseigenaren die slecht in beweging waren te brengen. Hier ontwikkelden de planologen een inspirerend toekomstbeeld voor de buurt. In het geval van Tennoz waren verouderde kantoren het grote probleem. Hierin dynamiek brengen kwam neer op een taai gevecht. Door veel kleine maar opvallende projecten te entameren die tenminste de schijn hadden van stedelijke cosmetica, lukte het om eigenaren van panden te motiveren iets te doen. Nee, het viel niet mee om in de zee van verouderde buurten verbetering te brengen. Yamamura noemde de benadering holistisch. Hij vergeleek het met Qi Gong: allemaal op zichzelf staande oefeningen waarbij men de onderdelen volgens een voorgeschreven patroon langzaam beweegt, en deze bewegingen vele malen herhaalt, alvorens naar een volgende beweging over te stappen. Ondertussen ontwikkelde de Japanse bouwindustrie op grote schaal reusachtige appartementencomplexen dicht bij de metrohaltes en treinstations. Die zijn veilig, duurzaam en ook aantrekkelijk. Ineens begrepen we de geringe dynamiek.

Tagged with:
 

Eén groot Zwitserland

On 25 juli 2018, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Out of the Wreckage’ (2017) van George Monbiot:

Afbeeldingsresultaat voor george monbiot out of the wreckage

De Britse journalist George Monbiot schreef een vlammend pamflet, een driftige oproep, een niet te dik boek dat lekker wegleest maar dat in werkelijkheid grote woede verraadt. In ‘Out of the Wreckage. A New Politics for an Age of Crisis’ wordt niet minder dan het kapitalisme afgeschreven, de aanval ingezet op het neoliberalisme, de mensheid moet stoppen met consumeren, de politiek is dood, we strompelen van de ene crisis naar de andere, individualisme en competitie hebben ons eenzaam gemaakt, we hebben behoefte aan een ander verhaal. Een aanzet daartoe schrijft Monbiot. Het is een verhaal over saamhorigheid. Ik vond het mooi en heb het met aandacht gelezen. Vooral het deel over politiek sprak me aan. Monbiot maakt zich vooral boos over het Britse referendum over Brexit. Als Brits staatsburger voelt hij zich niet minder dan bedrogen. Is dit nou democratie? Waarom stelde de Britse regering zo’n grote vraag aan een volk dat nauwelijks ervaring had met directe democratie? Waarom was er niet in rondes met jury’s gewerkt die op onderdelen het vraagstuk eerst hadden bestudeerd. Waarom onder enorme tijdsdruk de bevolking zo geprest om met ja of nee te antwoorden? Na decennia als idioten te zijn behandeld, moest ze pardoes kiezen tussen status quo en een formidabele breuk. Nee, dan het Zwitserse systeem. De Zwitsers worden door hun regering tenminste als volwassenen behandeld. Zij stemmen zeker tienmaal per jaar.

Volgens Monbiot is de natiestaat failliet. Transnationale organisaties nemen bezit van het speelveld, multinationals dwingen regeringen tot belachelijke belastingvoordelen, natiestaten concurreren elkaar kapot. Laten we ons eens voorstellen dat de staat niet meer bestaat, nodigt Monbiot de lezer uit, hoe erg zou dat zijn? Laten we ons eens een systeem voorstellen waarin de stad met zijn achterland de fundamentele politieke eenheid is. Zo’n stedelijke autoriteit zou veel bevoegdheden kunnen delegeren naar buurten en wijken en dorpen. Ze zou kunnen samenwerken met andere kantons om grote problemen op te lossen, federale forums creëren maar verder onafhankelijk blijven. Wellicht zouden die federale forums bepaalde vraagstukken doordelegeren naar continentale of mondiale platforms, wier opdracht zo precies mogelijk vooraf is bepaald. Dit is hoe werkelijke democratie eruit ziet. Monbiot pleit voor een stelsel van stadstaten, voor één groot Zwitserland. Een onmogelijke droom? De auteur meent stellig van niet. “Organizing self-motivated networks of volunteers, using the wisdom of crowds to refine and enhance new political techniques, we mobilise a force that the power of money can never match: mutual aid, operating on a grand scale.” Hoor ik hier een echo van Benjamin Barber? In de gaten houden die man.

Tagged with:
 

Regels voor het sublieme

On 23 juli 2018, in kunst, landschap, by Zef Hemel

Gelezen in ‘IJsselmeergebied’ (2018) van Frits Palmboom:

Afbeeldingsresultaat voor ijsselmeergebied een ruimtelijk perspectief

De afgelopen drie jaar (2013-2016) bezette landschapsarchitect Frits Palmboom (1951) de Van Eesteren-leerstoel aan de Technische Universiteit Delft. Over zijn onderzoekswerk publiceerde hij onlangs een boek. In ‘IJsselmeergebied. Een ruimtelijk perspectief’’ lezen we over tijdlijn, kustlijn, watervlak, achterland, schakelpunten en compositieprincipes. Zijn tekst is er een van instructies, aanwijzingen, regels en principes voor het ontwerpen van het landschap. Voor Palmboom is het IJsselmeergebied feitelijk één grote compositie. En dat is wel gek. Dat voorschrijven, als van een receptuur, verhoudt zich slecht met de heftige en onvoorspelbare dynamiek, het sublieme. “Het water van de delta, met zijn vaak heftige en onvoorspelbare dynamiek, vertegenwoordigt ‘het sublieme’ in het zo geordende alledaagse Hollandse landschap.” Zijn vele tekeningen zijn echter helder en ronduit schitterend en willen die compositieleer vooral illustreren. Ook de landschapsfotografie van Theo Baart is opzettelijk fraai, alsof de fotograaf het sublieme heeft proberen te vatten. Bij het doorlezen bekroop me zelfs het gevoel dat ik eerder met ‘land art’ te maken had, dan met complexe ruimtelijke inrichting. En misschien is dat ook wel zo. Palmboom is in de eerste plaats kunstenaar, een echte estheet.

Metropolitanisering is een van de twee grote tendensen die volgens Palmboom spelen in het gebied. De andere is ecologisering. Aan de basis van metropoolvorming liggen herwaardering  en intensivering van de grote steden, maar Palmboom ziet ook in de omgeving ‘sluipenderwijs’ verandering optreden, met krimp in de periferie. Er moet, vindt hij, worden geïnvesteerd in het leefklimaat op regionale schaal. “Kan de krimpende periferie op eigen kracht overleven of ook profiteren van de tendens tot metropolitanisering?” Hier en ook later verwijst hij naar San Francisco. Rond de baai is daar het Bay Trail Project waarin negen regiobesturen en 41 steden (!) samenwerken en dat de oevers ‘over de volle lengte’ toegankelijk maakt. Zo’n platform is ook rond het IJsselmeer nodig. Helemaal achterin het boek schrijft hij: “Er is een sterke neiging om binnen complexe planprocessen de ideevorming over ruimtelijke kwaliteit uit te stellen (of over te slaan) en voorrang te geven aan het debat over functies, doelstellingen en belangen.” Alsof men zijn compositieleer niet aanvaardt. In het voorwoord wordt zijn klacht ook niet geadresseerd. Palmboom wordt bedankt, zijn werk, schrijft de Regeringscommissaris voor het Deltaprogramma Wim Kuijken, is een ‘belangrijke bouwsteen voor Agenda IJsselmeergebied 2050.” Jammer dat Palmboom het planproces niet heeft kunnen beïnvloeden. Zijn boek lijkt een zoektocht naar een opdrachtgever.

De logica van de Noord/Zuidlijn

On 21 juli 2018, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Het stedelijk openbaar vervoer’ (1960) van de gemeente Amsterdam:

Uit: Het stedelijk openbaar vervoer, 1960

Eindelijk rijdt dan de Noord/Zuidlijn. De logica van deze korte metrolijn werd al in 1960 door planologen geleverd. De ambtelijke commissie Verkeer en Vervoer die in 1960 de grondslagen voor het verkeer- en vervoerplan van de toekomstige agglomeratie Amsterdam legde, had vooral het snel groeiende autoverkeer in het vizier. Wilde het centrum van Amsterdam de centrale functie in de toekomstige regionale stad kunnen blijven vervullen, dan was een ondergronds metrostelsel beslist noodzakelijk. De straten raakten overvol. Niet dat auto’s helemaal uit de binnenstad konden worden geweerd, maar ondergronds openbaar vervoer met een forse capaciteit was essentieel om de auto tenminste deels uit het centrum te doen verdwijnen. “Na alle mogelijkheden te hebben overwogen, komt de Commissie tot de conclusie, dat in beginsel, wat de dichtbebouwde stadsdelen betreft, in het bijzonder voor de binnenstad alleen een systeem van ondergronds railvervoer voor Amsterdam uitkomst zal bieden voor het openbare vervoer. Buiten de dichtbebouwde stadsdelen, op nader te bepalen trajecten, kunnen de railverbindingen op verhoogde banen worden geleid.” Een prachtige kaartreeks begeleidt deze planologische logica: de stadsvorm in 1930, in 1960 en in 2000. De laatste zou circa 1 miljoen inwoners omvatten. Ziedaar het heldere advies van de ambtelijke commissie in 1960.

De relatief korte stamlijnen uit het plan van 1960 waren de ruggengraat van het ontworpen regionale vervoersysteem. De intensiteit van het gebruik zou een veelvoud zijn van de bestaande tramlijnen. Er waren door de commissie vergelijkingen gemaakt met metronetten in andere steden, alle circa 1 miljoen inwoners tellend: Hamburg, Stockholm, München, Hannover, Zürich en Milaan. Zo onderscheidde ze het Parijse type, het Stockholmse type en het Duitse type. Het Parijse type was voor Amsterdam te compact, te dicht en te duur; het Stockholmse type, met haltes op grote onderlinge afstand, legde teveel het accent op snelheid; het Duitse type ging uit van trams die ondergronds gingen rijden in een doorgaans kleine binnenstad. De Amsterdamse binnenstad was veel groter. Amsterdam koos daarom voor ‘een onafhankelijk railsysteem’ dat mede op grond van kostenoverwegingen beperkt zou zijn, maar wel met grote capaciteit. Daarnaast diende er tenminste één bovengrondse ringlijn en een aanvullend regionaal bovengronds net van treinen en bussen te komen. “Op den duur dient ook naar Amsterdam-Noord een verbinding van het railsysteem te worden aangelegd.” In juli 2018, zestig jaar na het plan, is zelfs dat laatste een feit. We mogen de planologen dankbaar zijn. Het centrum van Amsterdam is drukker dan ooit. Maar goed dat ze zich niet door hun collega’s hebben laten afleiden die hardnekkig voor ‘polynucleariteit’ bleven pleiten. Die geloofden niet in een compacte metropool.

Kom maar op met die Noord/Zuidlijn!

On 20 juli 2018, in Geen categorie, by Zef Hemel

Gelezen in UN Environment van 12 juli 2018:

Afbeeldingsresultaat voor beijing most liveable city 2017 economist intelligence unit

Bron: Economist.com

Peking binnenkort behorend tot de wereldtop van meest leefbare steden? De Verenigde Naties sluiten het niet uit. In ‘Beijing joining the ranks of the world’s most liveable cities’ schrijft de organisatie over de nieuwe benchmark van wereldsteden van de Economist Intelligence Unit (EIU). De afgelopen tien jaar is de Chinese megastad vier punten opgeschoven naar boven. Daarmee komt ze in de buurt van de top van meest leefbare steden ter wereld. Het gaat dus goed met Peking. Nog niet op alle dertig criteria van de EIU scoort de megastad even goed, zeker niet. Maar dit zijn de grote prestaties van de afgelopen vijftien jaar: de drinkwaterkwaliteit is flink verbeterd, er is fors geïnvesteerd in het openbaar vervoer, de gezondheidszorg is sterk vooruitgegaan, de energievoorziening is inmiddels op orde, de hittebestrijding en de vochtregulering in de zomermaanden zijn daadkrachtig aangepakt. Uiteraard hangt de leefbaarheid vooral af van de luchtkwaliteit en de luchtvervuiling. Die zijn nog lang niet op orde. Maar ook daar zijn flinke stappen in gemaakt. Door het openbaar vervoer (metro!) aan te pakken is deze vooral de laatste vijf jaar sterk verbeterd. Nee, dit is geen propaganda van de Chinese regering. Het zijn de Verenigde Naties zelf die tot deze gunstige conclusie komen op basis van data die zijn verzameld door de Londense zakenkrant The Economist.

Volgens de VN is de basis voor het succes van Peking gelegd met de Olympische Spelen van 2008. Acht jaar daarvoor al was alles op alles gezet om de beroerde situatie in de Chinese megastad te verbeteren en het slechte imago op te poetsen. In 1998 scoorde Peking ronduit negatief op vrijwel alle criteria van leefbaarheid. Vooral de smog was verschrikkelijk. Het winnen van het bid leidde tot belangrijke overheidsinvesteringen die op het doel konden worden gericht: van Peking een leefbare metropool maken. Sindsdien zijn krachten in de megastad ontketend die niet meer te stoppen zijn. Zo werd vijf jaar geleden een actieplan vastgesteld om de luchtkwaliteit aan te pakken. De vorderingen zijn nu al zichtbaar en voor alle inwoners voelbaar. Vijfentwintig miljoen Chinezen die straks in een leefbare omgeving leven, rijkdom vergaren maar per inwoner het milieu veel minder belasten van de gemiddelde Nederlander, is dat voorstelbaar? Jazeker. De auto-afhankelijkheid van Nederland is extreem en wordt alleen maar groter. De sleutel: uitstekend openbaar vervoer, maar voor goed openbaar vervoer heb je dichtheid nodig. In China schrikken ze niet van een beetje metropool. Laat die Noord/Zuidlijn maar rijden!

 

Blijft alleen Tokio over?

On 18 juli 2018, in demografie, by Zef Hemel

Gehoord in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam op 23 juni 2018:

Afbeeldingsresultaat voor new tokyo story

Foto: Lex Banning

Aan de vooravond van ‘New Tokyo Story’, het wetenschappelijke congres in Amsterdam over ruimtelijke trends in de grootste megastad op aarde, raakten we met de Japanse gasten in een levendig gesprek verwikkeld. De sfeer was vrolijk, licht opgewonden zelfs. Let wel, dit speelde op de avond voor het weekeinde van het congres, tijdens een intiem diner bij iemand thuis. We keken uit over het IJmeer, de lucht was helder, de zon ging onder. Er werd veel gelachen, maar het gesprek had een serieuze ondertoon. Er was felle kritiek op de Japanse regering die de hoofdstad ongelimiteerd laat groeien. Hoe moest het dan verder met de rest van het land? Tegelijk was er leedvermaak over de ambities van Chiba aan de oostkant van de baai van Tokio. Daar wordt vooral feestgevierd op het strand en nauwelijks gewerkt. Wat verbeelden ze zich daar wel? Maar waarom alleen inzetten op de hoofdstad? Tokio is nu al onmetelijk groot. Daar woont inmiddels een derde van alle Japanners. Waarop iemand in het gezelschap vaststelde dat Tokio vorig jaar zijn maximale omvang had bereikt. Voor het eerst groeit de megastad niet meer.

Allengs werd duidelijk dat ook de Japanners zich afvragen waar het met het land naar toe moet. Ook zij beschouwen hun land als klein, maar dat is omdat het in het niet valt vergeleken met grote buren als China en Rusland. In werkelijkheid is Japan nog iets groter dan Duitsland, de bevolking met 127 miljoen anderhalf maal die van de oosterburen, de Japanse staatsschuld is gigantisch, de bevolking vergrijst snel, er is a jaren geen sprake meer van economische groei, de leefstijl is niet duurzaam. Een aantal aanwezigen dacht dat uiteindelijk alleen Tokio zal overblijven. De rest van Japan loopt langzaam leeg, lijkt reddeloos verloren. En Tokio zelf? Niemand heeft daar de regie, de megastad is veel te groot voor een burgemeester. Door de bouwindustrie te stimuleren worden in de baai bij het stadscentrum hoge torens gebouwd. Is dat de toekomst? Heus, zo’n vooruitzicht van groei en krimp drukte de stemming allerminst. Als gezegd, er werd die avond veel gelachen. Maar Tokio als ‘Global City’ hoog op de wereldranglijst willen positioneren, zoals de regering doet, dat vonden de aanwezigen ronduit ridicuul.

Tagged with:
 

Tokio wordt als Hongkong

On 16 juli 2018, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gehoord in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam op 23 juni 2018:

Gerelateerde afbeelding

Niemand weet wat de toekomst voor Shibuya, Tokio, in petto heeft. Maar hoog en dicht wordt het zeker. De jonge Japanse historicus Masakazu Ishigure, verbonden aan Tokyo University of Science, vertelde er boeiend over tijdens New Tokyo Story, het symposium van het Centre for Urban Studies van de Universiteit van Amasterdam over wonen, leven en bewegen in Tokio in Pakhuis de Zwijger op zaterdag 23 juni jongstleden. Shibuya behoort tot de top drie van treinstations van de wereld. In 2015 maakten er 3,24 miljoen passagiers dagelijks gebruik van het station (op Amsterdam CS zijn dat er 250.000). Shibuya is eigendom van de Tokyo Group en het geprivatiseerde JR. Het ligt aan de Yamanote Line die in de jaren ‘30 gereed kwam en die de belangrijkste stations van Tokio en alle aanvoerlijnen met elkaar verbindt. Later die dag hoorden we dat de Yamanote Line zo groot is als de binnenring van de Randstad. Bij het gereedkomen werd de ringvormige aarden wal ook wel aangeduid als ‘the Great Wall of China’, want ondoordringbaar was ze in die eerste jaren. Net als de andere grote stations groeide Shibuya dankzij zwarte markten in de directe omgeving, zo vertelde Ishigure het geïnteresseerde publiek. Hij had er onlangs een boek over geschreven.

De geschiedenis van Shibuya vangt aan in 1917 als langs de Oyama-Kaido road een spoorlijn wordt aangelegd. De Yamanote was al eerder gereedgekomen en dateert van 1885. Wanneer in 1927 de Tokyu Toyoko Line op hetzelfde punt aanlandt, is er geen houden meer aan: Shibuya groeit als kool. Er worden plannen gemaakt voor een stationsplein om de drukte in de omgeving in goede banen te leiden. Het Amerikaanse bombardement uit 1945 doet de rest. Na de oorlog dient zich een proces aan dat Ishigure aanduidt als “a process of formation and demolition of black markets’. Langs de aanvoerroutes worden houten stallen gebouwd waar kooplieden op illegale markten handelswaar aanbieden. De spoorwegmaatschappij voegt zich hierbij en bouwt zelf de Daichi Market. Dit heeft tot gevolg dat de illegale markten in de jaren ‘50 het veld moeten ruimen. In 1954 opent de spoorwegmaatschappij het eerste officiële warenhuis tegenover het station. De illegale markten worden nu verplaatst. Ishigure maakte de dynamiek in historische kaarten aanschouwelijk. Hij eindigde zijn presentatie met de actuele verbouwing van het station en de enorme hoogbouwplannen voor de directe stationsomgeving. We vroegen hem wat al die torens konden betekenen. De metrages waren gigantisch, niemand, zei hij, kon deze projectontwikkeling stoppen. Hij schatte dat het station deze gebiedsontwikkeling helemaal niet aankon. En bij de andere stations in het centrum van Tokio is het niet anders. Tokio, althans het centrum, gaat op Hongkong lijken.

Tagged with: