Pijnlijke keuzes in de zorg

On 16 februari 2019, in gezondheid, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 12 oktober 2018:

Gerelateerde afbeelding

Bron: Volksgezondheidenzorg.info

Een oud-directeur van een ziekenhuis vertelde me laatst over de moeizame ziekenhuisfusie in het noorden van het land. Zeker, het is ingewikkeld, want het gaat over religies, streeksentimenten, lokale politiek. Die van Meppel werkt nu samen met Zwolle; Hoogeveen, Emmen, Assen en Stadskanaal zijn al jaren verwikkeld in een fusieproces, terwijl Assen liever met Groningen in zee wil en Hoogeveen eigenlijk met Meppel. Hier in Amsterdam sloot Slotervaartziekenhuis onlangs zijn deuren. Dat was een harde klap. Datzelfde lot hing Lelystad boven het hoofd, maar die gaat nu verder met Harderwijk. AMC en VUmc zijn inmiddels succesvol gefuseerd en heten nu Amsterdam UMC. En met Amsterdam UMC sloot Almere zeer onlangs een deal, noodgedwongen. Wat is er toch aan de hand? Wouter Bos, voormalig directeur van VUmc schreef het eind vorige jaar in de Volkskrant: het behoud van kleinere ziekenhuizen roept steeds meer spanningen op, maar de neiging naar schaalvergroting is structureel. Meer patiënten behandelen betekent een kleinere kans op fouten, zeker bij complexe aandoeningen. Steeds complexere en duurdere apparatuur vraagt om bemensing die dag en nacht beschikbaar is. “Het klinkt koud en kil, maar de hoge kosten van een kwalitatief hoogstaande en permanent beschikbare zorginfrastructuur zijn alleen maar op te brengen bij voldoende patiënten.” Het zet kleine ziekenhuizen op achterstand.

In grote delen van Nederland zal het fusieproces van ziekenhuizen de komende jaren nog veel pijnlijker worden. Tientallen ziekenhuizen zullen sluiten, nieuwe zullen ergens centraal gebouwd worden, af te leggen afstanden voor patiënten, bezoek en personeel zullen flink toenemen. Sentimenten spelen op. Waren er in 1972 nog 261 ziekenhuizen in Nederland, in 2015 was hun aantal geslonken tot 102. Een getal van 87 ziekenhuizen wordt als eindbeeld genoemd, maar er circuleren ook rekensommen dat het met 40 moet kunnen. Het wrange is dat de kleinere ziekenhuizen in de dunbevolkte krimpgebieden hun deuren zullen moeten sluiten, juist daar waar de bevolking snel vergrijst. Daar zal thuisbehandeling en persoonsgerichte ICT een hoge vlucht moeten nemen. Ondertussen concentreert zich in de grote steden met hun academische ziekenhuizen de kennis, daar woont het personeel, verbetert de zorg, daar vestigen zich de privéklinieken. Maar ook in de grote steden wordt steeds meer in regionale netwerken gedacht. Het contrast tussen stad en land zal groter worden. En niemand die er wat aan kan doen. Een grondige ruimtelijke herschikking van het nationale territoir is noodzakelijk. ‘Stop met wegduiken voor pijnlijke keuzes in de zorg’ luidde de titel van het artikel van Wouter Bos in de krant. Zal er naar Bos geluisterd worden?

Tagged with:
 

Oudste megalopolis ter wereld

On 14 februari 2019, in geschiedenis, internationaal, migratie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘1493’ (2011) van Charles C. Mann:

Afbeeldingsresultaat voor charles mann 1493

De voorbereidingen voor de reis naar Mexico-Stad schieten tekort, ik weet het, er had meer gelezen moeten worden. Echter, over de megastad in Midden-Amerika ligt de vakliteratuur niet voor het oprapen, tenminste niet voor wie aangewezen is op Nederlandstalige of zelfs Engelstalige publicaties. In Charles C. Mann’s standaardwerk over de ontdekking van Amerika vond ik een eerste, rijke bron. Mann schreef over de verovering van het continent Amerika door de Europeanen. Hij beschrijft de verovering van de stad door de Spanjaard Cortés in mei 1521. De stad heet dan nog Tenochtitlan en is een soort van Venetië gebouwd op kunstmatige eilanden in een even kunstmatig zoetwatermeer, nu hoog in de bergen. De belegering, aldus Mann, “vernielde het complexe netwerk van dijken en dammen dat voorkwam dat de eilanden elk voorjaar overstroomd raakten: de stad werd nu maanden achtereen overspoeld.” Herstel vergde vier eeuwen “en helemaal goed kwam het nooit.” Dan volgt een schets van het opwindende en chaotische leven in het toenmalige Mexico-Stad: “Bedreigd door milieuproblemen, verscheurd door schermutselingen tussen de kleine kliek van rijke Spanjaarden in het centrum en een krioelende, door vele talen verdeelde periferie, geplaagd door een corrupt en incompetent burgerlijk en religieus establishment, bezwaard door een verleden dat het nauwelijks begreep – in moderne ogen heeft het zestiende- en zeventiende eeuwse Mexico-Stad iets verrassend vertrouwds.” Het is een beeld  dat sterk afwijkt van dat van menig auteur, die doen voorkomen alsof Mexico-Stad tot 1940 nog een Hof van Eden was.

Mann gebruikt zijn boek om de zogenoemde ‘Columbian Exchange’ te beschrijven die op gang komt direct na de reizen van Columbus. Deze uitwisseling van soorten beschouwt hij als de belangrijkste biologische gebeurtenis sinds het uitsterven van dinosaurussen. Mann, die correspondent is voor The Atlantic en Science, noemt Mexico-Stad de eerste van de moderne mondiale megalopolissen. Voor hem is het een dystopische plek, multi-etnisch want bestaande uit “een duizelingwekkende, kakofonische mensenmassa van Afrikaanse slaven, Aziatische winkeliers, indiaanse boeren en handarbeiders, Europese geestelijken, huursoldaten en tweederangs aristocraten”, een enorme en uitgestrekte stad bevolkt met ballingen en reizigers – “de eerste stedelijke agglomeratie waarin een meerderheid van de bevolking een hele oceaan verderop geboren was.” Van de ‘Columbian Exchange’ is Mexico-City daarmee de ultieme uitkomst, tevens is de stad de voorbode van wat komen gaat. Wat dat precies is laat hij in het midden. Inmiddels telt de hoofdstad van Mexico bijna 9 miljoen inwoners, de agglomeratie als geheel beloopt meer dan 22 miljoen. De stad is daarmee groter dan New York. Mijn bestemming van komende week, waar ik mijn oudste dochter na bijna een jaar weer ga zien, is “een van de plekken waar het modern-zijn voor het eerst oplichtte.” 

Tagged with:
 

The Old and the New Giant

On 12 februari 2019, in toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Overbooked’ (2013) van Elizabeth Becker:

Afbeeldingsresultaat voor overbooked elizabeth becker

Eerder al schreef ik over het boek van de Amerikaanse journalist Elizabeth Becker over het verschijnsel van ‘overtoerisme’. Deel vijf in ‘Overbooked. The Exploding Business of Travel and Tourism’ gaat over de twee wereldmachten: ‘The New Giant’ en ‘The Old Giant’. Met de eerste wordt China bedoeld, met de tweede de Verenigde Staten van Amerika. Wat China betreft schrijft Becker dat het immense land een toerismesector kent die door de communistische regering tot grote hoogte wordt opgestuwd. Peking voert niet alleen een actieve industrie-, innovatie- en technologiepolitiek, maar ook een krachtige toeristische politiek. De grote doorbraak kwam met de organisatie van de Olympische Spelen in de Chinese hoofdstad in 2008. “This was China’s coming-out party.” De vier miljard mensen die de spelen destijds zagen, werden moeiteloos rijp gemaakt voor een bezoek aan het onbekende wereldrijk. De kosten – 40 miljard dollar – die in de organisatie waren gestoken, waren het alleszins waard. Tiananmen Square was snel vergeten. Sindsdien spenderen buitenlandse gasten in China niet minder dan 45 miljard dollar per jaar. En dan was er de Wereldtentoonstelling in Shanghai in 2010. Kosten: 55 miljard dollar (aan het metronet van de Chinese havenstad werd 45 miljard dollar uitgegeven). Er kwam 73 miljoen mensen op af. Het jaar daarop startte de bouw van Disneyland Shanghai. Sindsdien is het Chinese toerisme aan een onstuitbare opmars bezig. Becker: “It is hard to fathom how much of the future of the world’s tourism industry is in the hands of the Chinese.”

Het contrast met ‘The Old Giant’ kan niet groter. Washington doet niets om de toerismesector in de Verenigde Staten te bevorderen. Integendeel. Niet alleen heeft de Amerikaanse regering altijd centrale planning afgewezen, vakantiedagen krijgt de Amerikaanse werknemer domweg niet. Wie zo hard moet werken, heeft geen tijd voor vakantie vieren. Voor buitenlanders werd na September 11, 2001 het vliegen op de VS bovendien bijzonder lastig gemaakt. Visa zijn nodig, wachttijden op de luchthaven zijn steevast lang. Eerder al, in 1996, trokken de VS zich terug uit de toeristische organisatie van de Verenigde Naties. En Las Vegas? De gokstad in Nevada werd de afgelopen jaren weggedrukt door Macao en Singapore, die zich zeer succesvol op het goktoerisme stortten. De stad moest zich aanpassen. Daar draait het nu om congressen en seminars. Liefst 19.000 congressen leveren de stad inmiddels 6,3 miljard dollar op, jaarlijks. Er zouden meer mensen naar Vegas gaan dan naar Mekka. En op Hawaii biedt de toerismesector tegen de defensie-industrie op; beide zijn goed voor 1 miljard dollar inkomsten elk jaar. Het probleem is daar minder gebrek aan steun vanuit Washington. Toerisme wordt er bedreigd door een hele snelle zeespiegelstijging. Gekke wereld. Alles verandert zo snel.

Tagged with:
 

Een ode aan Ed van Thijn

On 10 februari 2019, in bestuur, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Jongens, maak het maar mooi’ (2016) van Max van den Berg:

Afbeeldingsresultaat voor max van den berg jongens

De problemen in de Amsterdamse binnenstad zijn groot. Binnen de Singelgracht wordt bijna niet meer gewoond, sommige delen zijn tot regelrechte no-go areas verworden. Drugshandel, criminaliteit, verkrotting en ernstige vervuiling bedreigen de centrumfunctie van de historische kern van de hoofdstad van het land. Amsterdam schaamt zich. Vooruitlopend op de gemeenteraadsverkiezingen van 1982 richt burgemeester Ed van Thijn een Adviesgroep Binnenstad in met vertegenwoordigers uit bedrijfsleven, universiteit, kunst- en cultuursector, vakbonden en bewonersorganisaties. Zij schrijven een rapport. Na de verkiezingen wordt binnen het nieuwe college de burgemeester aangewezen als bestuurlijk coördinator van een ‘Aanpak voor de binnenstad’. Van Thijn vraagt Max van den Berg, eerder directielid van de Dienst Ruimtelijk Ordening maar inmiddels werkzaam op het stadhuis, om de rol op zich te nemen van ambtelijk coördinator. Onder zijn aanvoering wordt een klein team op het stadhuis geformeerd dat steeds met de burgemeester overlegt. Daarnaast komt er een Werkgroep Binnenstad, waarin 35 vertegenwoordigers van de meest betrokken diensten zitting nemen. Bovendien laat Van den Berg zich adviseren door een werkgroep Juridisch Beheer die helpt “af en toe totaal verknoopte formele situaties te ontwarren en in beweging te brengen.” Opvallend is de informele sfeer; met de burgemeester wordt veel gelachen. Coördinator Van den Berg weet zich omringd door een “enthousiaste groep, zonder macht, maar met de wil problemen op te lossen en tot daden te komen, wat bijna steeds lukt.” Is er een visie op de toekomst van de binnenstad? Nee, er zijn alleen actievoorstellen. De binnenstad moet worden gered.

Aan het woord is Van den Berg, die in 2015 terugblikte op zijn ambtelijke carrière in Amsterdam en daar een boek over publiceerde. Centraal in de strategie die de burgemeester en hij na 1982 ontwikkelen, staat ‘herstel van vertrouwen’. Daarvoor is ‘openheid’ een eerste vereiste, en ook ‘flexibiliteit’. “Ons doel is simpel: Verbeter het imago van Amsterdam en maak de binnenstad mooi en schoon.” Wat opvalt in de aanpak die uiteindelijk gekozen wordt is de nadruk op het wonen: het stegenplan, het wonen-boven-winkels-plan, het gatenplan, het herstelplan voor de Zeedijk, de voltooiing van de stadsvernieuwing op de Eilanden, in de Jordaan, de Nieuwmarktbuurt. In 1981 wonen er nog maar 53.000 mensen in de Amsterdamse binnenstad. Vier jaar later zijn dat er weer 57.000; ondertussen staan er plannen gereed die het totaal zullen brengen op 60.000. Maar dat niet alleen. Vanaf 1985 worden de inspanningen ook gericht op hoger onderwijs in de binnenstad met drie clusters van liefst 39 hbo-instellingen en een universiteit. En ook cultuur, kunst en toerisme krijgen een impuls, met initiatieven voor tal van nieuwe accommodaties. Het werd in die vroege jaren ‘80 allemaal bedacht en in werking gezet. Dertig jaar later wonen er meer dan 86.000 Amsterdammers in de binnenstad; hun aantal neemt verder toe, tot 91.500 in 2040. Bijna evenveel jongeren studeren er.  Het bedrijfsleven floreert. Het aantal toeristen groeit explosief. De binnenstad, inmiddels bijna te mooi, dreigt te bezwijken onder haar enorme succes. In 2018 werd ze door Elsevier Weekblad uitgeroepen tot beste binnenstad van Nederland. Tegelijk broeit het en gist het. Het wordt te druk. De prijzen gaan sky high. Amsterdammers keren zich af. Anno 2019 moet de binnenstad opnieuw worden gered.

Tagged with:
 

Afgedwongen door de staat

On 9 februari 2019, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gehoord in het Universiteitstheater te Amsterdam op 18 januari 2019:

Gerelateerde afbeelding

Bron: Castellers de Barcelona

Groei is meer van hetzelfde, krimp is minder van hetzelfde. Die opening koos Giacomo Dalisa voor zijn lezing tijdens de masterstudio ‘The Post-Growth City’ aan de Universiteit van Amsterdam. Dalisa is duurzaamheidseconoom en postdoctoraal onderzoeker aan de University of Coimbra, Barcelona. Groei, zei hij, is de oorzaak van een groot aantal problemen, krimp juist de oplossing. Nu lijkt het alsof iedereen steeds meer moet hebben om op hetzelfde peil te blijven. Zo kunnen we niet doorgaan. Hij riep de hulp in van de staat om het dominante groeidenken te keren. In een groene groei geloofde hij niet. Er is nog niets circulair aan de huidige economie. Er staat een olifant in de kamer. Hoe kunnen we de olifant veranderen? Dalisa gaf een aantal richtingen: terug naar het land, schulden-audits houden, werk eerlijk verdelen, stadslandbouw bedrijven. Mensen moeten hun leefstijl ingrijpend veranderen, lokaal geld in omloop brengen, progressieve belastingen invoeren, de werktijd verminderen, een basisinkomen uitkeren, zware belasting op CO2 heffen. Hij pleitte voor een ‘integrale staat’ zoals de Marxistische Italiaan Antonio Gramsci die had bedoeld en die deze alternatieve leefwijze bij de burgers afdwingt. Door consensus, zei hij, gaat het niet lukken.

Na afloop vertelde hij dat hij die avond in Barcelona werd verwacht. Zijn dochtertje zou die zaterdag deelnemen aan de bouw van een enorme menselijke toren, een van de ‘castells’ die in Catalonië in grote sporthallen onder toeziend oog van een enorme mensenmassa gebouwd worden. ‘Castells’ vormen een groot spektakel, typisch voor de streek aan de oostkust van Spanje, waarvan de vorming met opwindende muziek gepaard gaat en waarbij verschillende buurten het tegen elkaar opnemen. Zijn dochtertje zou, in kleurrijke kleren gestoken, de hoogste top van de toren uitmaken die door middel van een uitgekiende choreografie door een vijftal buurtbewoners was bedacht. Dalisa sprak verrukt. Als Italiaan, zei hij, bestudeerde hij al enige tijd het fenomeen van de ‘castells’: mensen werken hier samen, iedereen vertrouwt elkaar, de opbouw kan soms uren duren, mensen oefenen hun uithoudingsvermogen, jong en oud, man en vrouw, iedereen doet mee. Was het vroeger een typisch volksvermaak, tegenwoordig is het een traditie die sterk leeft in de brede middenklasse. Dalisa zag er alles in wat met niet-groei te maken heeft: elkaar helpen, gemeenschapszin oefenen, schoonheid ervaren, verbonden raken met de eigen streek. Dit was niet afgedwongen door de staat. Integendeel.

Tagged with:
 

Faustiaans plannetje

On 6 februari 2019, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 6 februari 2019:

OV in 2040

Bron: Rijksoverheid

Om de CO2-uitstoot in het verkeer te verminderen komt de staatssecretaris van Infrastructuur met een Toekomstbeeld Openbaar Vervoer 2040, waarin tussen negen Nederlandse steden om de tien minuten een trein gaat rijden. Het gaat om de Randstad, Breda, Eindhoven, Arnhem-Nijmegen, Zwolle. Met haar toekomstbeeld wil de staatssecretaris Spoor dat het openbaar vervoer een alternatief wordt voor de auto over twintig jaar. Dus het programma ‘hoogfrequent spoor’ oftewel ‘spoorboekloos rijden’ wordt gewoon verder over de natie uitgerold. Het grote nieuws vertelde ze de Volkskrant, die het zelfs vandaag op de voorpagina afdrukte. Het klinkt stoer, zo’n metroachtig beeld voor heel Nederland, maar er is alle reden voor scepsis. Het geld is er namelijk helemaal niet. En ook zal het de problemen op de weg en op het spoor allerminst oplossen. De oorzaak wordt namelijk niet weggenomen, en dat is die waanzinnige groei van het verkeer over lange afstanden als gevolg van de gespreide verstedelijking. Integendeel, het toekomstbeeld zal nieuwe verkeersstromen genereren over zeer grote afstanden! En ja, wat was destijds ook alweer de aanleiding voor de introductie van het programma ‘hoogfrequent spoor’? Toen de plannen voor de Zuiderzeelijn werden afgeblazen zocht de spoorsector naar een even kostbaar alternatief.

Dat het lobbywerk van de Nederlandse Spoorwegen opnieuw successen boekt in Den Haag mag misschien bewondering wekken, als planoloog zie ik het als systeemfalen. De Randstad wordt steeds verder opgeblazen, het grote rijksgeld voor infrastructuur gaat niet naar de grootstedelijke gebieden, waar de sterkste groei zich voordoet, maar verdwijnt, opnieuw, naar de provincies. Nee, er worden hier grote schaalfouten gemaakt. Maar het ergste is dat niemand zich afvraagt welke ruimtelijke gevolgen deze mega-investering op termijn zal hebben. Ze wordt gezien als de oplossing voor een vervoerkundig probleem anno 2019 en een vervoerskundige prognose tot 2040, maar dat ze zèlf nieuwe ruimtelijke problemen zal veroorzaken wordt niet opgemerkt. Dat laatste doet de verkeerslobby namelijk nooit. In Nederland bouwen wij hierdoor al decennia aan een Ruhrgebied, maar dan eentje in de overtreffende trap. De files worden alleen maar langer. Dit neoliberale toekomstbeeld à la Peter Savelberg oogt niet minder dan duivels, Faustiaans. Symbolisch gaf de staatssecretaris haar interview in een café naast station Zwolle. Sympathiek. Goed bedacht. Dit toekomstbeeld is gewoon politiek. De provinciale statenverkiezingen naderen.

Family, friendship, and community

On 5 februari 2019, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Prosperity without Growth’ (2009) van Tim Jackson:

Afbeeldingsresultaat voor tim jackson prosperity without growth

 

In voorbereiding op de Masterstudio ‘The Post-Growth City’ aan de Universiteit van Amsterdam las ik onder andere Tim Jackson’s ‘Prosperity without Growth’. Jackson, die verbonden is aan de University of Surrey, was Economics Commissioner voor de Sustainable Development Commission (SDC) in het Verenigd Koninkrijk. De SDC adviseert de Britse regering over zaken rond duurzaamheid. Het boek schreef Jackson na de financiële crisis, toen duidelijk werd dat de Britse regering er alles aan zou doen de economie weer te laten groeien. Onze welvaart, schrijft hij, zijn wij steeds meer in termen van consumptie en economische groei gaan uitdrukken. We móeten en zúllen groeien. En dat is ons grote probleem. Want er zijn duidelijke limieten die we in acht moeten nemen, maar dat doen we niet. We zijn onverantwoordelijk bezig. We moeten veranderen, maar hoe? Technologie en innovatie zullen ons niet redden. Alle groeiprikkels moeten eruit. Jackson: “While social progress depends on the self-reinforcing cycle of novelty and anxiety, the problem can only get worse. Material throughput will inevitably grow. And the prospects for flourishing will evaporate.” Uiteindelijk zal ook onze welvaart eronder lijden. Betekent dit het einde van de kapitalisme? Zelf denkt hij van niet. Er zijn allerlei tussenvarianten denkbaar waarin waarden voorop staan van ‘family, friendship, and community’ en waarin markt en staat redelijk samenwerken. Minder groei? Jazeker, maar een groter welzijn van mensen en een herstel van het ecologisch evenwicht.

Dus wat te doen? Volgens Jackson is er een ‘stille revolutie’ gaande van mensen die afstappen van het denken in termen van meer consumptie en die niet langer status ontlenen aan het nieuwste. Zij bewegen naar alternatieve leefwijzen. Maar dat is, begrijpt hij ook, niet genoeg. Harde maatregelen zullen moeten worden getroffen. Dat kan alleen de overheid. Waarom wordt particulier vervoer bevoordeeld ten opzichte van openbaar vervoer? Waarom krijgen auto’s en brommers voorrang boven voetgangers? Waarom wordt energieopwekking gesubsidieerd en waarom is energie-afname zo slecht geregeld? Waarom is afval storten goedkoop en het recyclen van afval vaak armetierig? En waarom zijn lonen in het bedrijfsleven zoveel hoger dan de salarissen in de ambtenarij? Jackson pleit voor een economie waarin welvaart en welzijn niet langer volgens materialistische maatstaven worden gemeten en waarin veel meer aandacht is voor gelijkheid, gemeenschapszin en participatie. De enorme opgave waar we de komende decennia voor staan gaat niet lukken binnen de bestaande systemen. Vooral van dat laatste wil Jackson ons overtuigen. Geen spoor van utopisch denken in dit boek. Eerder stof voor een politiek programma.

Tagged with:
 

Mars door de stad

On 3 februari 2019, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Mijn Rotterdam’ (2016) van Riek Bakker:

Afbeeldingsresultaat voor kop van zuid 1986

Bron: Teun Koolhaas

Iemand vergeleek m’n methode van planning met de zeer succesvolle aanpak die Riek Bakker eerder had gevolgd ten aanzien van de Kop van Zuid in Rotterdam. Het was bedoeld als een compliment. Maar klopt het wel? Over haar werkwijze sprak de stedenbouwkundige Riek Bakker (1944) in 2016 de D.G. van Beuningen-lezing. Daarin blikte ze terug op haar Rotterdamse periode en vertelde ze dat niemand destijds in de plannen voor de Kop van Zuid geloofde, ook niet in Rotterdam. Daarom moesten de plannen ‘snel’ en ‘overtuigend’ worden gepresenteerd. We spreken over 1986. “Onze presentatie moest spectaculair zijn: wervend, voelbaar, zichtbaar en, niet in de laatste plaats, verplaatsbaar. Ik moest er ‘een mars door de stad’ mee kunnen ondernemen.” Het ging ‘op de bluf’. Ook al zaten er nog veel haken en ogen aan het plan, het risico durfde ze te nemen. Bakker ging naar de VS om mensen te vinden die een ‘spetterende’ presentatie konden maken: een grote maquette, een diapresentatie met meerdere projectoren en ‘spectaculaire’ muziek. Die marketingstrategie besteedde ze uit, want haar eigen ambtenaren wilden of konden zo ‘naar buiten gericht’ niet werken. Ze begon een waar ‘offensief’. Drie jaar later was het definitieve programma van eisen voor de Erasmusburg gereed. Start bouw: 1994. Zoiets was inderdaad ongekend snel.

In haar lezing is Bakker de visionair die door middel van de aanval het ongeloof en de weerstand wist te breken. “Dit offensief was voor mij de crux. We moesten de plannen op een aansprekende wijze over het voetlicht krijgen. Mensen moesten geïnspireerd raken en het gevoel krijgen aan iets groots en meeslepends bij te kunnen dragen.” Ze begon ‘voorzichtig’, in haar eigen huis. Daar nodigde ze groepjes mensen uit, liet hen de plannen zien “en stelde dan altijd de vraag: Kunnen jullie me helpen om dit voor elkaar te krijgen?” Later werd haar presentatie groter en professioneler. Haar les was: er hoeft niet altijd een perfect onderbouwd plan te liggen voordat je ‘naar buiten’ gaat. Naar buiten? De volgende ‘horde’ die ze moest nemen was ‘burgerparticipatie’. Met haar maquette trok ze de wijken in. Ook daar, op Zuid, wist ze het verzet te breken. Ze won vertrouwen door de bewoners wensenlijstjes te laten maken en deze vervolgens in te willigen. Gesteund door de bevolking plaatste ze, brutaal, de maquette in de hal van het stadhuis aan de Coolsingel. Zo zette ze de politiek onder druk. Het werkte. Er vonden geen politieke debatten plaats, maar dialogen. Kijk, in dat klimaat van openheid en collectieve intelligentie ben ik geïnteresseerd, vooral in de mogelijkheden voor anderen om bij te dragen. En ook voor hoe Riek het verhaal vertelde neem ik m’n petje af. Maar planning is geen hordenloop en in marketing geloof ik niet. Je kon er maar eens naast zitten.

Tagged with:
 

Who cares about growth?

On 31 januari 2019, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gehoord in het Universiteitstheater te Amsterdam op 16 januari 2019:

Afbeeldingsresultaat voor kuznets curve

In navolging van Kate Raworth (‘Donut Economy’) en Thomas Piketty (‘Capital in the 21st Century’) verklaarde nu ook Antonio Ferreira de Kuznetscurve voor dood. Dit deed hij aan het begin van de vierde dag van de Masterstudio ‘The Post-Growth City’ van de Universiteit van Amsterdam. Ferreira doet onderzoek naar grondgebruik, transport en milieu bij het CITTA aan de Universiteit van Porto. Portugal werd hard geraakt door de financiële crisis, het denken erover heeft er een bijzondere wending genomen. Over de Kuznetscurve merkte Ferreira op dat de bedenker ervan, Simon Kuznets, zijn curve kort na de Tweede Wereldoorlog had ontwikkeld toen alles beter ging. Kuznets veronderstelde dat naarmate een land verder industrialiseert de maatschappelijke ongelijkheid eerst toeneemt, maar voorbij een bepaald punt zou afnemen. Immers, eerst trekken arme landarbeiders naar de grote stad. Vervolgens doen democratie en emancipatie hun zegenende werk waardoor de ongelijkheid afneemt, tot deze uiteindelijk verdwijnt. Iedereen wordt in de opgaande lijn meegenomen. De curve werd later ook toegepast op het milieu: eerst zou vervuiling toenemen, maar voorbij een bepaalde ontwikkelingsgraad weer afnemen. Als een land maar voldoende industrialiseert, groeit en urbaniseert, komt het uiteindelijk wel goed. Het is een sprookje gebleken, aldus Ferreira. De kosten van ontwikkeling worden geëxporteerd naar arme ontwikkelingslanden. Kortom, urbanisatie en economische groei gaan de mensheid niet redden.

Hierop introduceerde de Portugese wetenschapper het rebound effect: als de efficiency van de productie van een goed of dienst toeneemt, blijkt dat er van dat goed of die dienst meer wordt geconsumeerd. De milieuwinst gaat teloor. Al in 1865 had de Britse econoom William Jevons vastgesteld dat technologische verbeteringen die de efficiëntie van het gebruik van steenkool deden toenemen, leidden tot een verhoogde consumptie. De Jevons paradox is een extreem voorbeeld van het rebound effect. Kortom, technologie gaat ons (ook al) niet redden. Nee, er zit niets anders op dan te stoppen met groeien. Er dient een wereldwijde culturele omwenteling plaats te vinden, een mentaliteitsverandering van de hele mensheid. In plaats van kapitalisme pleitte Ferreira voor localisme: een diep gevoelde verbondenheid met de eigen plek, de eigen gemeenschap, de eigen cultuur zonder in stagnatie te vervallen. Hij nodigde uit om naar inheemse kennisleren te zoeken die houvast bieden. Waarom zou je nog willen reizen, waarom groeien? “We áre indigenous people! Who cares about growth?” Daarna zouden de studenten nog twee dagen diep nadenken om oplossingen te vinden voor de netelige situatie waarin wij als mensheid verkeren.

Tagged with:
 

Clay City

On 29 januari 2019, in cultuur, onderwijs, stedenbouw, by Zef Hemel

Gezien in de Academie voor Bouwkunst te Amsterdam op 25 januari 2019:

Bron: Academie van Bouwkunst Amsterdam

De jaarlijkse Winterschool van de Amsterdamse Academie voor Bouwkunst mondde deze keer uit in één reusachtige maquette van een imaginaire metropool. De maquette, liefst 80 vierkante meter groot, stond afgelopen vrijdagmiddag opgesteld op de binnenplaats aan het Waterlooplein, in de open lucht onder de grote boom. Het idee voor de gezamenlijke maquette was afkomstig van de Russische artist-in-residence Alexander Brodsky (1955). Zijn opdracht aan de 140 internationale studenten was een stad van klei te bouwen door eerst in groepjes losse bouwwerken op schaal te fabriceren, om die op het laatst bij elkaar te voegen tot één grote compositie; het moest gaan om architecturen die elk van de studenten kent en bewondert, steeds uit één soort klei geboetseerd, helemaal vanuit het geheugen, waarbij een stempel van de raamopeningen een min of meer uniforme schaal of beeld garandeerde. De combinatie van klei, stempel en geheugen leidde uiteindelijk tot het Gesamtkunstwerk op de binnenplaats dat iedereen die vrijdagmiddag diep ontroerde. Brodsky had brede rivieren door zijn stad getrokken, met eilanden en brede vaarten, waardoor deze nog het meeste deed denken aan Sint Petersburg, Moskou, Amsterdam of Shanghai. Tegelijk benadrukte de klei de grote kwetsbaarheid. Brodsky: “Together you will build something that occupies a place in the cultural-historical history of Amsterdam and Moscow; a project that has a broad impact, based on memories from the countries of origin of our international student population.”

Wat me die vrijdagmiddag vooral opviel was dat iedereen vertelde dat tijdens deze winterschool concurrentie tussen de studenten had ontbroken en dat dit tòch tot zo’n fraai eindresultaat had geleid. Er was geen jury geweest en er waren geen prijswinnaars. Voor architecten is dit inderdaad uitzonderlijk. Die verzetten doorgaans slavenwerk, in de hoop ergens een prijsje te winnen. In de brochure las ik: “The focus in this Winter School will lie on individual expression, collaborating and how one’s own creative expression converges with that of another.” Elk gebouw werd afzonderlijk gefotografeerd, maar al die afzonderlijke gebouwen verdwenen op het laatst in het grote geheel, zoals een stad zijn gebouwen opeet. Sommige studenten kostte het zelfs moeite om hun eigen bouwwerken terug te vinden. De uiteindelijke compositie was het werk van Brodsky en zijn vrouw, die ‘s avonds na de sneeuwval aan het werk sloegen. De harmonieuze samenwerking mondde uit in een verbroederend groepsportret van alle studenten met hun Russische leermeester rond de voltooide maquette op de donderdagavond. Die werkwijze interesseert me. Misschien is hij het begin van een nieuw, hoopvol curriculum. Door de regen en wind zal de klei worden aangetast; na een maand zal niets meer aan de trotse stad herinneren. Zelfs de mooiste gebouwen zullen in het niets verdwijnen.

Tagged with: