De noodzaak van andere steden

On 15 december 2017, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De sociale staat van Nederland 2017’ van het SCP:

Afbeeldingsresultaat voor scp de sociale staat van nederland 2017

Over hoe het met de Nederlandse bevolking gaat. Ik las het nieuwste SCP-rapport met meer dan gewone belangstelling. Eigenlijk, maak ik op uit de tekst, gaat het met ons best goed. De kwaliteit van de woonomgeving, van natuur en milieu, is bij ons behoorlijk op orde, ook anderszins zijn we erop vooruit gegaan. We leven langer, verdienen meer, zijn hoger opgeleid, blijven langer gezond, hebben minder last van criminaliteit. Maar de houdbaarheid van onze manier van leven is allerminst vanzelfsprekend. Dit, en zorgen over de solidariteit zijn volgens de opstellers van het rapport de vraagstukken van de toekomst. Althans dat las ik in de inleiding. In de kranten las ik over die vraagstukken van de toekomst echter vrijwel niets. ‘Nederlander is gelukkig’, kopte Het Parool zelfgenoegzaam. En NRC Handelsblad vond vooral ‘Nederland milder over migranten’. Wel zag de krant het verschil tussen hoogopgeleiden en kansarmen groter worden. Zo’n vijf procent van de bevolking is echt ongelukkig. Geluk, geluk, geluk. De obsessie met geluk is, ook nu weer, opvallend. In Europa doen we goed, maar de Denen zijn gelukkiger.

Wat mij opviel en ook verontrustte in het rapport was paragraaf 12.8. Onder de kop ‘Maar erg duurzaam is het nog niet’ gebruikten de onderzoekers de ecologische voetafdruk als maatstaf voor de houdbaarheid van onze manier van leven. Deze voetafdruk geeft een beeld van de hoeveelheid ruimte die nodig is als iedereen op aarde zou leven zoals wij. Wat blijkt? De ecologische voetafdruk van Nederland komt neer op drieënhalf wereldbollen. Vijfentwintig jaar geleden waren dat er nog drie. Hoezo, ‘maar erg duurzaam is het nog niet’? De makers van het rapport wijzen graag op de licht gunstige wending in de afgelopen jaren, maar ik vrees dat dit vooral de invloed van de financiële crisis is. Over de afgelopen jaren, dus na de recessie, helaas nog geen gegevens. Ik schreef het al in mijn boek ‘De toekomst van de stad. Een pleidooi voor de metropool’: “Volgens het World Happiness Report (2015) van John Helliwell en Jeffrey Sachs van the Earth Institute van Columbia University behoren de Nederlanders inderdaad tot de gelukkigste mensen op deze wereld. (…) De prijs is in elk geval hoog.” Mijn conclusie was en is nog steeds dat we in dit land heel andere steden moeten bouwen.

De sloppenwijken van Moskou

On 13 december 2017, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in NRC handelsblad van 12 mei 2017:

Afbeeldingsresultaat voor plan moscow renovation

 

Correspondent Steven Derix in Moskou schetste in NRC Handelsblad  in mei dit jaar een dramatisch beeld van een Russische overheid die met een sloopwet in de hand een miljoen inwoners van Moskou hardhandig zou willen verjagen. “Nog voor het einde van het jaar moet een miljoen Moskovieten gedwongen verhuizen.” Een ware exodus dreigde. Het jaar is inmiddels bijna verstreken. Hoeveel Moskovieten zijn er door de burgemeester verdreven? Niet veel. De zogenoemde ‘renovatie’ van 7900 appartementenblokken van 5 verdiepingen in wijken die door voormalig partijleider Chroesjtov in de jaren ‘50 en ‘60 van de twintigste eeuw rond het centrum van Moskou waren gebouwd stuit op felle weerstand van de bewoners. In mei gingen ze al de straat op. Het gaat om industrieel gefabriceerde complexen van goedkope woningen in een zeer lage dichtheid met heel veel groen maar zonder straten, doorgaans gesitueerd dicht bij de metrohaltes, een soort van Amsterdam Nieuw-West, maar dan goedkoper en van slechtere kwaliteit. Moskovieten noemen het sloppenwijken: de trushchoby. Na vijfentwintig jaar waren de woningen afgeschreven, maar mensen wonen er nog steeds. Niet gek om deze wijken aan te pakken. Echter na het einde van het Sovjetbewind hebben veel bewoners de huizen kunnen verwerven, dus weg gaan ze niet.  Ook niet vreemd dus dat dit voornemen van de overheid op verzet stuit van de prille huizenbezitters.

Voormalig burgemeester Loetsjkov was al in 1999 begonnen met de vervanging van de in slechte staat verkerende laagbouw door hoge woontorens van zeker vijfentwintig verdiepingen. Of beter gezegd, hij had dit aan de marktpartijen overgelaten. In de economische crisis van 2008 stokten echter deze commerciële praktijken. In 2013 had de nieuwe burgemeester Sobjanin er een definitief einde aan gemaakt, destijds tot grote opluchting van de bewoners. Het bewind van Lutschkov bleek corrupt. Ze had de projectontwikkelaars in de chroesjtsjovski teveel speelruimte gegeven. De enorme winsten die deze met de verwerving van de grond hadden gemaakt waren geheel in hun zakken verdwenen; de huiseigenaren hadden het nakijken. Amper vier jaar later besloot de burgemeester ineens het programma opnieuw te starten. Niemand die erop had gerekend. Ongetwijfeld heeft de economische recessie in Rusland met dat besluit te maken, evenals de verkiezingen van maart 2018. Maar ook past de renovatie in de transitie van Moskou naar moderne metropool. Sobjanin werd er geliefd mee. De burgemeester zegt van zijn kant 300 miljard roebels in de renovatie te willen steken; in totaal zou het gaan om een investering van 3 triljoen roebels (53 miljard dollar). Ook startte hij eind april een stedenbouwkundige competitie. De angst bij de bewoners voor corruptie en verdrijving is echter begrijpelijk. Alles hangt af van de wijze waarop de burgemeester omgaat met de belangen van de zittende bewoners. Tachtig procent denkt dat ze gecompenseerd zal worden, twintig procent vreest van niet. Een miljoen stemmers in maart verliezen zal de renovatie de burgemeester niet waard zijn. Maar dat de grondwaarde stijgt en de metropool Moskou verder zal verdichten is iedereen wel duidelijk.

Tagged with:
 

Hyper-density als conditie

On 11 december 2017, in innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 23 september 2017:

Gerelateerde afbeelding

China innoveert. En hoe. Op gebied van fintech is China nu al marktleider, want innovaties zijn daar qua investeringen groter dan in de VS. Ook op gebied van Virtual Reality nadert China in rap tempo het niveau van Noord-Amerika. Wat betreft zelfsturende auto’s is China op dit moment nummer twee in de wereld. Wie had gedacht dat men daar in China achterliep heeft het echt mis. In ‘The next wave’ schilderde het Londense zakenblad The Economist onlangs China af als het ultieme innovatieland van de toekomst. Goed opletten dus. De volgende generatie technologische innovaties komt niet meer uit de Verenigde Staten of Europa, maar is Chinees. The Economist gaf voor die onverwachte wending ook een verklaring. Ten eerste de enorme schaalvoordelen van de Chinese thuismarkt – een reusachtig land met een zeer moderne infrastructuur -, die ondernemers daar op een voorsprong zetten. In de tweede plaats de Chinese consumenten die zeer koopbelust zijn, zij zijn het die het liefst het allernieuwste aanschaffen en ook niet terugdeinzen voor de nieuwste technologie. Ten derde de inefficiëntie van de grote Chinese staatsbedrijven, waardoor kleine nieuwkomers al snel een enorme voorsprong krijgen mits ze de consument goed bedienen.

Westerse markten stagneren al jaren. Voor nieuw ondernemerschap is dat allerminst gunstig. Opmerkelijk vond ik bovendien dat Chinese ondernemers nu al op een wereldschaal denken en niet meer alleen op de schaal van hun enorme thuismarkt. Of, zoals een Chinese innovatie-expert in het artikel opmerkt: “They know much more about what is going on in Silicon Valley or Israel than do Europeans.” En ze zijn gewoon sneller, de Chinese ondernemers. Maar want me in het artikel nog het meeste bijbleef was de beschrijving die ene Mr. Lee gaf van de kenmerken van het Chinese innovatieklimaat. Gevraagd naar de moordende snelheid van tal van innovaties sprak hij over China niet alleen in termen van een omvangrijke thuismarkt en een leger jonge en gretige ondernemers, maar vooral van ‘its urban hyper-density’. Doordat de Chinese steden zoveel groter, hoger en compacter zijn dan de Europese en zelfs de Amerikaanse gaat innovatie daar veel sneller. De veel hogere ‘pace of life’ als gevolg van hyperurbanisatie vind je echter terug zelden in de Europese literatuur over innovatie-ecosystemen. Het belang van grootstedelijkheid bagatelliseren is een ernstige vergissing die Europa flink zal bezuren.

Tagged with:
 

Meer asfalt, meer files

On 8 december 2017, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 8 december 2017:

Afbeeldingsresultaat voor filerecord belgie

Niemand heeft meer asfalt gestort dan VVD-minister Schultz van Haegen. Er waren ook nog nooit zoveel files. Twee berichten hierover. De eerste van Bleijenberg, Van Essen en Van Wee, de tweede van Jonathan Holslag. Eerst Holslag. In het Belgische blad Knack verscheen van deze Brusselse hoogleraar Internationale politiek een artikel over het verkeersinfarct in België. Ook bij onze zuiderburen wordt al jaren fors geïnvesteerd in de aanleg van nieuwe en bredere autosnelwegen, maar helpen doet het niet. Integendeel. Alles staat muurvast. Afgelopen week werd bij onze zuiderburen het record gebroken van 1600 kilometer file. Holslag: “We investeren steeds meer in vervoer en krijgen er steeds minder mobiliteit voor terug, om nog maar te zwijgen over levenskwaliteit.” Alleen als de Belgische subsidie op bedrijfswagens wordt afgeschaft kan er volgens Holslag verbetering komen. Maar dan is er, geeft hij toe, altijd nog de lintbebouwing en het feit dat in de middelgrote steden de werkgelegenheid erodeert, waardoor steeds meer mensen voor hun werk naar Brussel en Antwerpen moeten rijden. Hij concludeert terecht dat dit de formulering van een omvangrijke ruimtelijke verdichtingsopgave vergt. Stop met programma’s om snelwegen nog verder te verbreden en vergroot de grote steden. Wonen en werken moeten dichter bij elkaar, zeker in België.

Dan Bleijenberg, van Essen en Van Wee. Hun verhaal verscheen in De Volkskrant op 8 december 2017. De kop boven hun artikel luidde ‘Nederlander reist niet meer maar minder met de auto’. Aanleiding: een filerecord van 894 kilometer. Wat blijkt? Het aantal autokilometer dat de Nederlander gemiddeld in de auto aflegt, daalt al meer dan tien jaar. Ook in 2016 heeft de Nederlandse automobilist gemiddeld iets minder kilometers afgelegd dan het jaar daarvoor. Toch groeit nog steeds het autoverkeer, sinds 2005 met 7 procent. Maar die groei is veel geringer dan in de zestig jaar daarvoor en heeft te maken met het feit dat de bevolking nog groeit en dat het aantal inzittenden blijft afnemen. Nee, we reizen minder omdat we meer vliegen en omdat steeds meer mensen naar de grote steden trekken. Inwoners van verstedelijkte gemeenten leggen gemiddeld 40 procent minder kilometers in een auto af dan andere Nederlanders. Die trend zet door. De prognose van de rijksoverheid, concluderen zij, is te hoog en het programma van snelwegverbredingen veel te omvangrijk. In Den Haag begrijpen ze het niet. Kabinet, zet al uw kaarten op de grote steden. Transport en Logistiek Nederland zal u eeuwig dankbaar zijn.

Tagged with:
 

Fourier in de woestijn

On 8 december 2017, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gehoord in de Grand Hyatt te Dubai op 7 november 2017:

Afbeeldingsresultaat voor the sustainable city dubai

De laatste spreker op de eerste dag van het Future Mobility-congres in Dubai was zowaar vrouw. Ze heette Tara Tariq en bleek de Monitoring and Reporting Manager van SEE Nexus, Verenigde Arabische Emiraten. Ze vertelde ferm en met passie over The Sustainable City, een project van een geavanceerde nieuwe enclave voor expats in Dubai die honderd procent duurzaam zou zijn. De ontwikkelaar, Diamond Developers, stelt dat hier, in de woestijn aan de Perzische Golf, een netto uitstoot kan worden bereikt van nul procent CO2 door een kleine stad van 500 villa’s te bouwen op 46 hectare die volledig draait op zonnepanelen. Een ziekenhuis, een internationale school en een hotel voor gasten moeten het leven veraangenamen. Het gaat om een enclave van in totaal 2700 inwoners in Dubai die samen 10 MWP opwekken met behulp van 40.000 zonnepanelen. Midden in de enclave bevinden zich elf bio-domes voor stadslandbouw waar op 3.000 vierkante meter groente wordt verbouwd, het verkeer gaat met elektrische auto’s, 350 m3 meter grijs water wordt er per dag gerecycled, het programma is ronduit indrukkend. Inmiddels is de stad gerealiseerd.

Het project deed me denken aan de vroeg-negentiende eeuwse Phalansteres van Charles Fourier. Buiten het hectische Parijs wilde deze Franse utopist een groot aantal zelfvoorzienende enclaves bouwen die de toekomstige bewoners gelukkig zouden maken en die de vieze en overvolle Franse metropool zouden doen vergeten. Er zou eten in overvloed zijn, alle voorzieningen zouden de 1400 inwoners voorzien van alle gemak, er kwamen paardenstallen, werkplaatsen, gaarkeukens; deze utopische droom zou beslist werkelijkheid worden voor iedereen. Of eigenlijk deed het project me denken aan de vroegste vakantieparken van Centerparcs, maar dan helemaal duurzaam gemaakt. Het mooiste nog vond ik de tekst over de bufferzone langs de grens van de enclave. In de bijgeleverde brochure lees ik het volgende: “The borders of The Sustainable City act as the first line of defence against pollutants. With a remarkable 10-meter-high buffer zone running along the periphery of the development consisting of 2.500 trees scattered in multiple layers, purifying the air coming into the city will be a breeze.” Hier, in deze schaduwrijke bufferzone, kun je ook paardrijden.

Tagged with:
 

Opstand van de provincie

On 6 december 2017, in cultuur, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘’Toekomst cultuurbeleid’ (2017) van de Raad voor Cultuur:

Afbeeldingsresultaat voor raad voor cultuur toekomst cultuurbeleid regio

Er waart een spook door Nederland. Het is het spook van de regionalisering. De Raad voor Cultuur te Den Haag bracht onlangs een visie naar buiten over de toekomst van het Nederlandse cultuurbeleid. Het stelt daarin dat aan de bestaande basisinfrastructuur en de rijksfondsen een derde categorie moet worden toegevoegd, namelijk die van de stedelijke cultuurregio’s. Dat zijn regio’s waar cultuur als een ‘ecosysteem’ werkt, waar ‘netwerken’ in het cultuur- en kunstenveld onderling sterk zijn verbonden. De Raad onderscheidt twaalf tot zestien regio’s. Alle kenmerken zich door een ‘sterke centrumgemeente’ waar een ‘hoog voorzieningenniveau’ aanwezig is, met omliggende gemeenten die dit aanbod aanvullen. De parallellen met bewegingen in het ruimtelijke-economische domein en het domein van het bestuurlijke stelsel zoals het rapport ‘Maak verschil’ van het Ministerie van BZK zijn opvallend. De Raad gebruikt zelfs termen als ‘agglomeratiekracht’ als het gaat om de werking van de culturele infrastructuur in de regio. “Gebruik stedelijke cultuurregio’s als partners voor het realiseren van de doelstellingen van cultuurbeleid. Zulke regio’s hebben voldoende agglomeratiekracht om een compleet cultureel ecosysteem in stand te houden. Ze kunnen inspelen op de samenstelling en behoefte van de bevolking, en rekening houden met het lokale makersklimaat.” Allemaal ruimtelijk-economisch jargon dat de cultuursector is binnengeslopen.

Rijksgeld voor cultuur wordt hier ruimtelijk herverdeeld, laat dat duidelijk zijn. De provincie Noord-Brabant lobbyt  al jaren voor meer cultuurgeld voor Eindhoven en omgeving, andere provincies dongen mee naar het predicaat ‘Culturele hoofdstad van Europa’, met Friesland als winnaar. De Raad: “Het cultuurbeleid is sterk nationaal georiënteerd en is vooral gericht op individuele instellingen en niet op de samenhang van culturele voorzieningen. Beleid en geldstromen versterken elkaar in de praktijk nog onvoldoende. De huidige convenanten hebben dit probleem niet kunnen oplossen. Maar als regionale keuzes belangrijke overwegingen worden in het landelijke beleid, dan kan er lokaal een discussie op gang komen over de betekenis en invulling van het culturele aanbod die er echt toe doet.” Help, we koersen af op een cultureel MIRT, een Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte, Cultuur en Transport. “Nodig stedelijke cultuurregio’s uit om met een overtuigend en inspirerend plan te komen voor hun lokale culturele ecosysteem. Een plan waarmee een regio op zijn eigen manier invulling geeft aan de doelstellingen van het cultuurbeleid met een beleidshorizon van zes jaar. Stel op korte termijn stimuleringsgelden beschikbaar om de samenwerking binnen stedelijke cultuurregio’s te bevorderen.” Zie je wel? En dat terwijl het vrijwel alle Nederlandse regio’s juist aan agglomeratiekracht ontbreekt. Kijk nog eens goed naar het kaartje. Alle steden ongeveer even groot getekend. Het is een opstand van de provincie tegen de metropool.

Tagged with:
 

De kunst van het verdwijnen

On 3 december 2017, in kunst, by Zef Hemel

Gezien in het Rijksmuseum op 30 november 2017:

Afbeeldingsresultaat voor matthijs maris londen

Matthijs Maris, Vanished illusions.

Eind negentiende eeuw werd Matthijs Maris (1839-1917) beschouwd als een van de beroemdste schilders van Nederland. Hij woonde er echter niet. Het Rijksmuseum wijdt aan zijn merkwaardige oeuvre een tentoonstelling, die nog is te zien tot en met 7 januari 2018. Afgelopen donderdag bezocht ik de zalen. Maris verhuisde in 1869 op dertig jarige leeftijd naar Parijs en trok in 1877 door naar Londen, waar hij in 1917 eenzaam stierf. Slechts een enkele keer bezocht hij zijn familie in Nederland. Vrijwel zijn gehele oeuvre kwam tot stand in de twee buitenlandse grote steden. Liefst veertig jaar leefde en werkte hij in Londen, in Parijs woonde hij acht jaar. Zijn bijzondere leven deed me denken aan Karl Marx (1818-1883). Hoewel iets ouder, verhuisde ook tijdgenoot Marx al vroeg naar Parijs, om later door te verhuizen naar Londen, alwaar hij in 1883 in eenzaamheid stierf. Zonder Londen was Das Kapital niet denkbaar geweest. Datzelfde geldt voor het schilderij ‘Vanished Illusions’. Maris was, net als Marx, een revolutionair. In 1870 vocht hij zelfs mee tijdens de Parijs Commune aan de kant van de opstandelingen. Kort daarvoor had Marx zijn Das Kapital gepubliceerd.

Maris verhuisde naar het buitenland en dan met name naar de grote stad vanwege de lokale kunstmarkt, die hij overigens haatte. In geld was hij niet geïnteresseerd. Ook niet in vooruitgang trouwens. Maar een kunsthandelaar uit Londen wist hem te overtuigen. Hij moest toch leven. Die afkeer van geld en dat armoedige bestaan in de beide metropolen, eigenlijk had hij dat ook met Marx gemeen. Maris vond zelfs dat mensen teveel voor zijn schilderijen betaalden. Hij ontbeerde echter een Friedrich Engels die hem in zijn levensonderhoud onderhield. Veel geld had hij niet nodig. Hij bleef ongetrouwd, tenminste ik las niets over een vrouw of kinderen. En zijn werk? Geen beelden van een modern Parijs, en ook niet van het industriële Londen. Wel boeiend en steeds raadselachtiger. Zijn laatste periode in Londen intrigeert het meest. De feeërieke middeleeuwse taferelen en dromerige meisjes maken plaats voor abstracte denkbeelden, dromen en herinneringen. Alles wordt vaag en onscherp. Verdwenen is de realiteit. De realiteit van de industriële stad. Carel Peters noemde hem in Vrij Nederland een modernist met een oude ziel en Bram de Klerck zag in hem een revolutionair en een compromisloze dromer (NRC Handelsblad 12 oktober 2017). Ik begreep het pas toen ik ‘Vanished Illusions’ zag waaraan hij jaren had gewerkt en dat op zijn schildersezel stond toen hij in 1917 overleed. De wereld stond in brand. Vijandige zeppelins vlogen over Londen. Hij werkte aan een vrouw, voorover liggend op de trappen van een altaar, bijna vallend. Maris haatte de moderniteit. Hij bleek een vernieuwer.

Tagged with:
 

Amsterdam as an object of desire

On 1 december 2017, in vastgoed, by Zef Hemel

Gehoord in De Balie te Amsterdam op 29 november 2017:

Afbeeldingsresultaat voor foreign investment london saskia sassen

Bron: Saskia Sassen

De Amerikaanse sociologe Saskia Sassen was te gast in Amsterdam. Woensdagavond sprak ze in De Balie over ‘de logica van onttrekkingen’. Lees: het onttrekken van vastgoed aan de markt door huisuitzettingen, opzettelijke leegstand, het opkopen en doorverkopen van gebouwen en de opmars van zogenoemde ‘vulture funds’. De bedragen die ze noemde waren ronduit duizelingwekkend. Elke nul in deze astronomische bedragen, zei ze, was reëel. Het is iets nieuws en ongekends. Op 24 november 2015 had ze er al over geschreven in de Britse krant The Guardian. In ‘Who owns our cities and why this urban takeover should concern us all’ sloeg ze alarm over het feit dat steden als New York en Londen op dit moment door financiële instellingen worden opgekocht en leeggezogen. Nu kregen we alle cijfers. Wat wordt aangeduid als ‘foreign investments’ blijken helemaal geen productieve investeringen te zijn. En de schuldenlast groeit snel. Machtige partijen onttrekken productiemiddelen aan de maatschappij, maken megawinsten en roven haar feitelijk leeg. Regeringen maken dit mogelijk. Ze voorziet de-urbanisatie als dit proces niet snel tot staan wordt gebracht. Ook aan Amsterdam gaat dit proces niet voorbij. De hoofdstad noemde ze ‘an object of desire’.

Voor ons stedelingen, zei Sassen, zit er niets anders op dan een proces van ‘re-localization’ te beginnen. We moeten de economie van onze buurten en wijken weer helemaal opnieuw opbouwen met lokaal ondernemerschap, met onze eigen productiemiddelen, met specifieke lokale kennis die we actief in onze wijken laten circuleren. Geld moeten we zo weinig mogelijk lenen en platforms alleen gebruiken als we er zeggenschap over hebben. Alleen zo kunnen we weer ècht productief worden en kunnen steden een nieuwe middenklasse creëren. Juist de middengroepen vallen op dit moment weg. Dit is vooral zichtbaar in Amerikaanse steden. Daar is dertig procent van de stedelingen rijk tot zeer rijk, maar zeventig procent is afgedaald tot de onderklasse. Tijdens het diner voorafgaand aan de lezing vertelde ze me hoe ze deze ‘nieuwe economie’ op het spoor was gekomen. Door met schoonmakers en portiers ’s nachts de leegstaande kantoren op Manhattan te beklimmen, had ze allerlei nieuwe bedrijfjes ontdekt die ‘diensten’ ontwikkelden die niets meer met de echte economie te maken hebben. Sommige van die intermediaire bedrijfjes zijn inmiddels groot en oppermachtig. Toen was Manhattan nog spotgoedkoop. Inmiddels is New York onbetaalbaar en staan de meeste nieuwe woontorens leeg. Leeg omdat ze dan meer waard blijken te zijn dan bewoond.

Tagged with:
 

Nederland aan de Middellandse Zee

On 29 november 2017, in infrastructuur, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 27 september 2017:

Afbeeldingsresultaat voor gdp catalunya

Bron: Marisol Soana 2012

Barcelona wil een stadstaat worden. Ik sprak erover met verscheidene Barcelonezen. Jaren van opgekropte woede jegens Madrid blijken er achter hun Catalaanse referendum-initiatief schuil te gaan. De tweede stad van Spanje voelt zich achtergesteld door het regeringscentrum. Deels gaat de woede terug op de besluitvorming rond de aanleg van de eerste hogesnelheidstrein in Spanje. Die voerde van Madrid naar Sevilla, en niet naar de tweede stad van Spanje: Barcelona. De Spaanse regering koos voor het kleinere Sevilla vanwege de Wereldtentoonstelling van 1992, maar in datzelfde jaar organiseerde Barcelona nota bene de Olympische Spelen, dus met evenveel reden zo niet met meer reden had men voor haar kunnen kiezen. De verontwaardiging in Catalonië was groot.  Pas in 2008, dus 16 jaar later, kwam het traject Madrid-Barcelona gereed. Toen bleek dat op dit traject niet de maximale snelheid van 350 kilometer kon worden bereikt, doch ‘slechts’ 300. De snelle verbinding Valencia-Madrid bestaat sinds 2010, maar  Barcelona wil graag een snelle spoorverbinding met het zuidelijk gelegen Valencia. Echter, alle lijnen van het uitgebreide hogesnelheidsnet in Spanje voeren naar Madrid.

Het goederenspoor langs de oostkust van Spanje via Barcelona moet nodig opgeknapt worden. Ook de haven van Barcelona wacht met smart op overheidsinvesteringen. De luchthaven van Barcelona is sleets vergeleken met de Madrileense hub. Vergeleken met Madrid is eigenlijk alle infrastructuur rond Barcelona flink verouderd. De Spaanse president Rajoy beloofde Barcelona in maart dit jaar een extra bedrag van 4,2 miljard euro voor infrastructuurinvesteringen, waarvan 3,0 miljard voor de trein en 200 miljoen voor een verbinding met de El Prat-luchthaven. Het was te laat. In Barcelona geloofde men hem niet meer. Let wel, met een Bruto ‘Binnenlands’ Product van 215 miljard euro is de economie van de metropoolregio Barcelona even groot als die van een land als Finland of Ierland. Catalonië wil heel graag ‘een Nederland aan de Middellandse Zee’ worden. Waarom Nederland wel en Catalonië niet, is haar redenering? Catalonië is 32.113 km2 groot, Nederland meet 41.500 km2. Zo heel vreemd is die gedachte niet. Barcelona zou economisch veel beter kunnen presteren als ze de infrastructuur kreeg die ze verdiende.

Tagged with:
 

Dubai. To do business

On 27 november 2017, in boeken, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Hello Dubai’ (2010) van Joe Bennett:

Afbeeldingsresultaat voor hello dubai

 

Gekocht in Dubai in een shopping mall. Interessant en humoristisch boek van de Brit Joe Bennett over zijn leven als expat in Dubai. Zeker geen wetenschappelijk boek, maar in ‘Hello Dubai’ valt veel te leren en te lachen om de jonge metropool in de Arabische woestijn, met uitstapjes tot in de verre omgeving. Over het vliegen met Emirates. Over hoe gevaarlijk het autorijden in Dubai is. Over hoe lelijk het hotel is waarin uitgerekend ik de laatste dagen verbleef (“The Hyatt is a brown and ugly monolith.”) Over de koninklijke familie. Zonder vooroordelen schrijft Bennett over de voors en tegens van dit enorme gewaagde experiment in de Arabische woestijn. Experiment van wat? Van globalisering. Zoals globalisering belichaamd in de persoon van Varood, zoon van een Afrikaanse vader en een Indiase moeder. Begin jaren 70 verlieten zijn ouders Oeganda, op de vlucht voor Idi Amin. Eerst richting Engeland, toen naar de VS. Sinds enkele jaren woont en werkt Varood in Dubai. Hij werkt in de private equity handel. Volgens Varood is Dubai net als Singapore, maar dan beter. “People come here to make things happen. Everyone just gets on with things so there’s no real class system. You’re judged only on your success.”

Mooie beschrijving geeft Bennett trouwens van globalisering. “Globalization is the new form of empire. Despite its name it is largely unconcerned with territory. Its unit of organization is not the nationstate, but the corporation. It has been enabled by the jet plane and more recently by the internet. It originated in the States but has become a game played by all wealthy nations with the Americans still in the lead, but with countless others at their heels. It’s a game of money.” Steden als Dubai vormen van deze globalisering de fysieke belichaming. Binnenkort start weer mijn collegereeks op de Universiteit van Amsterdam over ‘Cities in Transition’. Ik spreek dan met de studenten over de transitie van wereldsteden als gevolg van de globalisering; Moskou, Seoul, Istanbul, Toronto, en ook Dubai passeert straks de revue. “Here was an untaxed and largely unregulated place from where to do business,” aldus Bennett. Je kunt Dubai gemakkelijk veroordelen, maar dat is onterecht. “Dubai is indeed new, rich and cocky. (…) The nub of Dubai has always been, and continues to be, trade. Exactly the same is true of New York, or of Shanghai, or of Simon Jenkin’s London. Cities exist to do business. It’s how they become cities.” Zo is het. Op zichzelf niets nieuws. Steden vergaren rijkdom. Dubai doet dat in extreme mate. Dubai is een verdienmodel.

Tagged with: