Limits to growth

On 17 februari 2018, in internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in China Economic Review van 9 februari 2018:

Afbeeldingsresultaat voor beijing population growth 2017

Door Tom Wolters, woonachtig in Peking, kreeg ik een interessant artikel toegespeeld, geschreven door Dominic Morgan in de China Economic Review, over de discussie die op dit moment speelt in China rond de omvang van de megasteden. De lucht van Peking, Shanghai en Hong Kong is ernstig vervuild, het verkeer zit muurvast, en de grondprijzen stijgen tot ongekende hoogte, het is genoegzaam bekend. Vorig jaar kondigde de Chinese overheid daarom aan de omvang van de grootste Chinese steden te willen begrenzen. Peking mag niet groter worden dan 23 miljoen, Shanghai wordt begrensd op 22 miljoen inwoners. In plaats van nog verder te investeren in deze steden, begon de regering haar aandacht te verleggen naar de achterblijvende provincies in het oosten van het enorme land. Onmiddellijk begonnen de steden hun achterbuurten op te ruimen en de arme, vaak illegale mensen te verdrijven. Alleen al Peking wil twee miljoen arme stakkers uit de stad wegjagen. Hiermee proberen de steden vooral ruimte te scheppen voor parken en ontspanningsruimte. Shanghai bijvoorbeeld wil een twee kilometer strekkende groene corridor langs de oostoever van de Huangpu rivier aanleggen. Aan groen hebben de beide steden een groot gebrek. Voor het eerst sinds 1978 zijn Peking en Shanghai niet meer gegroeid. Verstandig? Succesvol? Dat valt te bezien.

Chinese wetenschappers, aldus China Economic Review, wijzen op het feit dat wereldwijd de economie steeds meer samentrekt in de allergrootste steden. Daar worden de nieuwe banen gecreëerd, aldus Lu Ming van Shanghai Jiao Tong University. Hij wijst op Tokio, dat nu al een derde van de Japanse bevolking omvat, het GDP van deze Japanse megastad is naar verhouding nog groter. “In fact, Lu believes that China’s problem is not that its megacities are too big; it’s that they’re not big enough.” Hij is niet de enige. De problemen waar de allergrootste steden in China en in de wereld op dit moment mee worstelen zouden volgens vele deskundigen juist voortvarend moeten worden aangepakt door goede stadsplanning en door grootschalige investeringen in scholen, ziekenhuizen, woningen, parken en infrastructuur, niet met bevolkingslimieten of door mínder woningen te bouwen. Opzettelijke schaarste aan bouwgrond doet de vastgoedprijzen juist de pan uitrijzen. “In China, we restrict land supply and accordingly we also restrict housing supply as a policy to restrict population growth. This is distortion.” Groeiende ongelijkheid wordt er evenmin mee opgelost. “Despite their problems, the big cities offer the best wages, the best schools and hospitals, and, therefore, are probably the most effective source of social mobility.” Doorgroeien dus. Maar dan wel verantwoord. Zal de Chinese overheid naar deze adviezen luisteren?

Tagged with:
 

De sterke groei van Istanbul verklaard

On 17 februari 2018, in politiek, by Zef Hemel

Gehoord op Roeterseiland Campus, UvA, op 12 februari 2018:

Gerelateerde afbeelding

De mode-industrie in Istanbul, aldus Jan Rath, is een miljarden-business. Maar de Turkse bouwindustrie is zo mogelijk nog groter. En wat te denken van toerisme en winkelen? Rath is hoogleraar Urban Sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn specialisatie is etnisch ondernemerschap. Al meer dan 40 jaar frequenteert hij Istanbul. Zijn gastcollege over de Turkse megalopolis was onderdeel van het programma Cities in Transition voor bachelor studenten Urban Studies aan de UvA. Wij in het Westen denken nog altijd dat Turkije pre-modern is, maar dat is niet correct. Turkije, aldus Rath, is een zeer ondernemend land. De snelle groei van de metropool in het uiterste westen van het land begon rond 1950 en versnelde  na 1980. Op dit moment leven er circa 15 miljoen mensen in Istanbul, maar de werkelijke omvang weten we niet. Waarschijnlijk is de stad veel groter. Rath probeerde de exponentiële groei van Istanbul te verklaren. De modernisatie van de landbouw die begon met Marshallgelden vanaf 1950, leidde tot de uitstoot van arbeidskrachten. Velen trokken naar de stad aan de Bosporus. Vanaf 1980 ontstond onder president Özal een nieuw soort economie. Die was open en export-gedreven. Globalisering van de Turkse economie trok opnieuw mensen uit het hele land, nee nu uit de hele wereld. De laatste jaren raakt de stad overspoeld met vluchtelingen als gevolg van etnische conflicten in het oosten. Alleen al uit Syrië kwamen er meer dan drie miljoen. Hoe gaat dit verder?

Het tweede uur van het college ging over politiek. Over het succes van de AKP na 2003, de opkomst van de Turkse bouwindustrie, TOKI en de bouw van vele nieuwe gated communities, de aanleg van het nieuwe vliegveld in het noorden, de derde brug over de Bosporus, het nieuwe kanaal in het westen, Rath vertelde aanstekelijk over hoe de AKP door de groeiende Turkse middenklasse èn onderklasse wordt geassocieerd met sterke economische groei. En het is waar, “Erdogan really delivered!” In 2010 was Istanbul zowaar Culturele Hoofdstad van Europa. Maar daarna gaat het mis. In 2013 waren er rellen op het Taksimplein, waarop de president extreem gewelddadig reageerde. In 2016 volgde de verijdelde coup van vermeende Gülen-aanhangers. In 2017 won de president, zij het nipt, een referendum dat hem grote macht gaf. In 2019 zijn er nieuwe lokale verkiezingen. In 2023 bestaat de Turkse republiek 100 jaar. Erdogan, aldus Rath, wil het liefst aan de macht blijven tot dat bijzondere jaar. Zijn droom, vermoedt Rath, is om onsterfelijk te worden, net als Atatürk, en na zijn dood bezongen worden vanwege al zijn grote stedenbouwkundige werken. Op dit moment is de inflatie opgelopen tot boven de 10 procent. Nog steeds is in Turkije de staat van beleg van kracht. Hoe lang zal Istanbul nog doorgroeien?

Tagged with:
 

Amsterdamse nacht als exportproduct

On 16 februari 2018, in cultuur, by Zef Hemel

Gehoord in CREA te Amsterdam op 5 februari 2018:

Gerelateerde afbeelding

De datum van de verkiezing van de nieuwe nachtburgemeester van Amsterdam,  eind februari, was met zorg gekozen. Vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart verwacht Mirik Milan van de politiek voor het nachtleven de meeste aandacht. Sinds 2012 is hij nachtburgemeester van de hoofdstad. Als hij iets goed kan dan is het praten en lobbyen. In de eerste Amsterdamlezing van 2018 wees de vertrekkende nachtburgemeeser op de concrete resultaten die hij met zijn acties had geboekt. Van de circa tachtig clubs die Amsterdam telt zijn er nu circa 25 lid van de Club van 100. De Club ondersteunt het instituut nachtburgemeester. Doel: de kwaliteit van het uitgaansleven verbeteren. Daarvoor, zei hij, moet de keten van clubs, festivals en mega-evenementen helemaal kloppen. Hij noemde dat de ‘creatieve footprint’. Amsterdam wordt te duur. De prijzen die men tegenwoordig rekent vormen een regelrechte bedreiging. Met de 24-uursvergunningen had hij misschien wel de belangrijkste winst geboekt. Deze vergunningen bieden de stad grote voordelen: mensen staan na sluitingstijd niet meer massaal op straat. Minder kans dus op geschreeuw, vernielingen en herrie. Wel vond hij het jammer dat de vergunningen uitsluitend zijn verstrekt voor locaties buiten het centrum. In het centrum van Amsterdam zou dit ook mogelijk moeten zijn. Overigens bieden de verschillende locaties meer dan muziek en dans alleen. Gedurende een etmaal vinden tal van activiteiten plaats. In New York komt nu ook een nachtburgemeester. Met Bill de Blasio had hij er gesprekken over gevoerd.

Iemand in de zaal merkte op dat steden als New York echt niet zitten te wachten op innovaties uit het ‘dorp Amsterdam’, maar Milan bestreed dat. In zijn termijn had hij een groot aantal metropolen op bezoek gehad en was hij ook op tal van steden in de wereld uitgenodigd geweest. Amsterdam loopt met het organiseren van het nachtleven gewoon voorop. Zo wees hij op het enorme succes van Amsterdam Dance Event en vertelde hij over de Night Mayors Summit die hij in 2016 organiseerde. Uitvoerig stond hij stil bij de gecoördineerde acties rondom het Rembrandtplein. Met betere verlichting, het weren van auto’s ‘s nachts, straatcoaches en een buurtapp is er 25 procent minder geweld en 30 procent minder meldingen van overlast. Alles bij elkaar had 4 ton gekost, waarvan een derde door de horeca-ondernemers was betaald. Verder had hij zich ingespannen om het nachtleven vrouwvriendelijker te maken. Dat vergt nachtportiers die meer op de veiligheid van vrouwelijke bezoekers letten en meer vrouwen in de leiding van de clubs. Wat hij na zijn nachtburgemeesterschap ging doen? Dan gaat hij andere steden adviseren over hoe ze hun ‘creatieve footprint’ kunnen verbeteren. De Amsterdamse nacht wordt een exportproduct.

Tagged with:
 

Stad van 100 kilometer

On 14 februari 2018, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Scale’ (2017) van Geoffrey West:

 Afbeeldingsresultaat voor reos ministerie van bzk

Bron: Ministerie van BZK

Hoe groot is de bereidheid tot reizen? En kunnen we de afstand niet verder oprekken? Dat zijn de onderliggende vragen van de makers van REOS, de nieuwe nota Ruimtelijk Economisch Ontwikkelstrategie van de rijksoverheid. Door snellere verbindingen tussen de toplocaties in de grote steden en met Eindhoven te maken hopen de ambtenaren de agglomeratiekracht van Nederlandse steden te versterken. Die is namelijk te gering. Dat komt doordat onze steden relatief klein zijn. Op dit moment wordt daarom een ‘internationaal concurrerend portfolio van toplocaties’ ontwikkeld die complementair zouden zijn en die gezamenlijk een bijzondere economische potentie zouden aanboren. Hier vindt straks, aldus de nota, “concentratie van agglomeratievoordelen” plaats. Let wel, de beoogde ‘concentratie’ vindt plaats in een wijdlopig netwerk van onderling verbonden punten. Tussen Amsterdam en Eindhoven (126 km) bedraagt de reistijd op dit moment 1,41 uur, tussen Eindhoven en Rotterdam (110 km) 1,15 uur, tussen Amsterdam en Rotterdam (74 km) 1,10 uur. Maar dan moeten er geen files zijn. Met de HSL-Zuid kan tussen Amsterdam en Rotterdam een forse tijdwinst worden geboekt. Zo’n kostbare oplossing zou ook tussen de andere steden gevonden moeten worden.

Infrastructuur is dominant in het REOS-denken en het aanbrengen van zoveel mogelijk toplocaties een sport voor de steden die de uitvoeringsagenda van het Rijk hebben ondertekend. Door middel van grootschalige infrastructuur wordt hier geprobeerd om van Centraal Nederland één grote stad te maken. Exit Randstad. Kan zo’n netwerk van toplocaties ooit als kennisstad functioneren? De Israëlische transportingenieur Zahavi ontdekte in de jaren zeventig dat mensen waar ook ter wereld zelden langer willen reizen dan gemiddeld een uur per dag. Deze maat bepaalt uiteindelijk de omvang van steden. Alleen als het transport sneller wordt, kan een stad in omvang groeien. In ‘Scale. The Universal Laws of Life and Death in Organisms, Cities and Companies’ trekt de Brits-Amerikaanse wetenschapper Geoffrey West daaruit de volgende conclusie: “The size of cities has to some degree been determined by the efficiency of their transportation systems for delivering people to their workplaces in not much more than half an hour’s time.” De maximale omvang van steden, berekende West, is op dit moment 40 kilometer van rand tot rand. Bij REOS gaat het om een stad van tenminste 100 kilometer. Opgave is dus om de reistijd tussen de grote steden meer dan te halveren. Blijft de vraag welk ruimtelijk effect digitale infrastructuur zal hebben. Zelfs in Silicon Valley trekt iedereen op dit moment naar San Francisco. En kunnen al die investeringen niet beter ín de steden plaatsvinden? Trouwens, hoeveel extra agglomeratiekracht gaat deze kostbare spreidingsoperatie opleveren?  Ik kon het niet ontdekken.

Nog langer reizen

On 12 februari 2018, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Agglomeratievoordelen en de REOS’ (2015) van R. Ponds en O. Raspe:

Afbeeldingsresultaat voor otto raspe reos

 

Op rijksniveau is hard gewerkt aan een ruimtelijk-economisch verhaal over de Randstad plus. De nota heet REOS. Op 23 november 2017 werd door de Minister van Binnenlandse Zaken het eerste uitvoeringsprogramma aangeboden aan de Tweede Kamer. Een position paper van de Utrechtse economisch geografen Roderik Ponds en Otto Raspe las ik in dat verband, uitgegeven door Atlas voor gemeenten in 2015. Kort gezegd zochten de auteurs een beleid gericht op agglomeratievoordelen voor het gebied dat niet alleen de vier grote steden in het Westen omvat, maar ook de regio Eindhoven. Uitgangspunt is dat het gespreide netwerk van kleine steden in Nederland te weinig agglomeratievoordelen biedt. Hoe zou je die kunnen vergroten? “Enerzijds zou dit kunnen door in te zetten op de groei van één stad zodat er tenminste één echt (middel)grote stad in Nederland kan ontstaan. Anderzijds zou dit kunnen door de huidige (‘polycentrische’) structuur als uitgangspunt te nemen en de economische kernregio’s van Nederland beter met elkaar te verbinden zodat de steden elkaar versterken.” De onderzoekers adviseerden het laatste. Wel stelden ze dat op dit moment agglomeratievoordelen nog vooral worden geboekt binnen de individuele stadsregio’s, en niet tussen de steden. Dus zeer grote infrastructurele investeringen zijn nodig om de steden op termijn van elkaars relatieve nabijheid te laten profiteren. Tot die tijd moet elk van de steden zijn ruimtevraag nog zoveel mogelijk zelf accommoderen. De logica van REOS is koersen op de aanleg van zeer kostbare en zware interregionale infrastructuur.

Los van het feit dat de auteurs een mooi overzicht geven van de wetenschappelijke literatuur over agglomeratiekracht, raakte ik vooral gefascineerd door het hoofdstuk over de reikwijdte van agglomeratievoordelen. Hoe kunnen Eindhoven, Amsterdam, Den Haag en Utrecht meer van elkaar profiteren? Daarvoor is in de eerste plaats ‘bereidheid tot reizen’ nodig. Hoe lang bent u als kenniswerker bereid om in de auto of de trein te zitten? En vooral: kunnen we die tijd verder oprekken? Ik citeer: “Vergeleken met de steden in het REOS-gebied zorgt de infrastructuur in Londen en Parijs ervoor dat de reistijden relatief beperkt zijn. Daar komt bij dat in monocentrische gebieden als Parijs en Londen een groot deel van de pendel plaatsvindt van de randen van de stad naar de meer centrale gebieden in de stad. Hierdoor is de feitelijke reisafstand voor inwoners van Londen en Parijs in de praktijk ‘de helft’ van de afstand tussen de steden in het REOS- gebied.” Pijnlijk is het om te lezen hoe metropoolvorming vervolgens achter de horizon verdwijnt. Met de mogelijkheid van die helft van de reisafstand wordt niets gedaan. Toch moet REOS slagen. In plaats van de reisafstand te verkleinen, gaat het Rijk deze tegen enorme kosten vergroten. Met andere woorden, in plaats van een metropool te bouwen moet iedereen straks nog verder reizen. En wat een agglomeratievoordelen dat straks biedt! Wordt vervolgd.

Niet willen groeien

On 11 februari 2018, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in The Huffington Post van 7 december 2017:

Afbeeldingsresultaat voor homeless san francisco map

Bron: Bill Levay, 2015

De poging van de Chinese autoriteiten om hoofdstad Peking niet meer te laten groeien omdat verdere groei tot grotere ongelijkheid zou leiden, pakt dus averechts uit. Ik schreef er gisteren een blog over. In San Francisco en de Bay Area zijn het de bewoners zelf die hun stad niet meer verder willen laten groeien. Hun NIMBY-gedrag (‘Not in my backyard’) leidt ertoe dat steeds meer mensen een dak boven hun hoofd verliezen en op straat gaan zwerven. Vastgoedprijzen rijzen de pan uit door groeiende woningschaarste. In San Francisco leven inmiddels meer dan 6.000 mensen op straat; in Oakland, aan de overzijde van de baai, zijn dat er ruim 4.000, in San José – het hart van Silicon Valley – heeft zich vlak bij het hoofdkantoor van Adobe zelfs een groot kampement gevormd dat bekend staat als ‘the Jungle’, 75 acres groot. In 2014 werd the Jungle op last van de autoriteiten afgebroken, maar even verderop vormden zich onmiddellijk nieuwe kampementen, zoals Jungle 280’ en ‘Macredes’. Tijdens de bosbranden van afgelopen zomer ging een aantal in rook op. Hetzelfde verschijnsel doet zich overigens voor rond de andere populaire Amerikaanse steden aan de Westkust, zoals Seattle, Portland en Los Angeles. Veel daklozen blijken afkomstig uit de suburbs.

In het steenrijke San Francisco leiden de kampementen tot grote overlast. Er zijn daar onvoldoende sanitaire voorzieningen. Waarop de rijken weer klagen. Hun klachten bereikten in juli 2017 voorlopig een piek. In The Huffington Post werd het verschijnsel in 2012 als volgt verklaard: “Experts see the trend as a product of the nation’s decades-old suburban migration, a steady exodus from major cities by professionals seeking more space, newer schools and distance from urban grit. More recently, jobs have spread to the fringes of large metropolitan areas, attracting workers. Double-digit unemployment amid the worst economic downturn since the Depression did the rest, sending previously middle-class and even affluent households into poverty.” Maar toen verkeerden de VS nog in een economische crisis. In 2014, dus na de crisis, berichtte The Atlantic: “The current tech boom has made Silicon Valley one of the wealthiest and fastest-growing regions of the country. That has created one of the country’s most expensive rental markets, pushing low-wage workers out of Santa Clara County or onto the streets.” Gloria Bruce, directeur van de East Bay Housing Organizations, gaf in de San Francisco Chronicle recentelijk een heldere verklaring: “It is the accumulation of years and years of affordable-housing shortages. There is just no place for people to go.” Mensen aan de onderkant van de woningmarkt worden de stad uitgedrukt door rijken die verdere groei verhinderen. Woningen worden duurder en duurder. Wat de rijken weer in de kaart speelt. Zo simpel is het.

Tagged with:
 

Segregation by design

On 10 februari 2018, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 2 december 2017:

Afbeeldingsresultaat voor folding beijing

Mijn pleidooi om Amsterdam in omvang te verdubbelen wordt door sommigen in verband gebracht met segregatie. Is zo’n verdubbeling, vragen zij zich af, wel eerlijk en inclusief? De rijksbouwmeester durfde zelfs te beweren dat een groter Amsterdam segregatie verergert. Laten we eens het tegenovergestelde denken en aannemen dat Amsterdam niet meer mag groeien. Wedden dat de rijke bovenklasse dan wint? Neem China. Een aantal jaren geleden besloot de Chinese regering dat de hoofdstad Peking niet meer inwoners mag tellen dan 23 miljoen. Dat was slechts 1 miljoen meer dan in 2017. Prompt begonnen de hoofdstedelijke autoriteiten arme, veelal kwetsbare mensen uit hun woningen te zetten. Die laatste werden onbewoonbaar verklaard, of als brandgevaarlijk beschouwd. Men had de grond nodig voor andere zaken. Grootschalige acties in de sloppenwijken om water, gas en elektriciteit af te sluiten vormden het begin van acties van regelrechte huisuitzettingen. Eind vorig jaar berichtte het Britse zakenblad The Economist over deze brute praktijken. In ‘Life imitates nightmares’ citeert het Chinese activisten die stellen dat de afgelopen vijf jaar al zeker drie miljoen mensen op deze wijze uit de grote steden zijn verdreven.

Tijdens het laatste grote partijcongres stelde de Chinese president Xi Jinping dat sociale ongelijkheid en de kloof tussen rijk en arm de grootste vraagstukken zijn waar China op dit moment mee worstelt. Vandaar het besluit om de groei van Peking en andere megasteden te stoppen. Volgens The Economist denkt het partijkader dat vooral jonge, mannelijke migranten in de grote steden een gevaar vormen voor de stabiliteit. Hun ouders trokken in de jaren tachtig naar Shanghai, Guangzhou, Shenzhen en Beijing, ze hebben nauwelijks onderwijs genoten, hun banden met hun geboortegrond verloren en een vrouw vinden lukt ze vaak niet. Ze moeten het liefst verdwijnen. The Economist vergelijkt de situatie met de bekroonde science-fiction roman ‘Folding Beijing’ van Hao Jingfang. “As in the fictional ‘Folding Beijing’, the real city government has a maximum target size for the capital’s population.” In het boek leeft de stedelijke onderklasse alleen ’s nachts, tussen tien uur ’s avonds en zes uur ‘s ochtends. De rest van de tijd wordt ze door de autoriteiten met drugs in slaap gehouden. Hoe inclusief is dat? Amsterdam wil groeien. Rijke Amsterdammers zorgen goed voor zichzelf. Niet groeien komt neer op verdrijving. Dat wordt gentrificatie genoemd. Een regering die zijn hoofdstad verbiedt te groeien of die weigert de groei ruimhartig te faciliteren verergert juist de segregatie.

Tagged with:
 

Silicon Valley verklaard

On 9 februari 2018, in cultuur, economie, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Volume #24 Counterculture’ (2010):

Afbeeldingsresultaat voor volume counterculture

Op verzoek van de studentenverenigingen van de faculteit Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de UvA gaf ik vrijdagavond een lezing over Silicon Valley. Centraal thema was het internet. Silicon Valley is een gebied zo groot als de corrido Amsterdam-Utrecht dat al decennia een grote bloeiperiode doormaakt, door de Britse geograaf Peter Hall in ‘Cities in Civilization’ (1998) nauwgezet beschreven. Tussen 1950 en 1960 groeide de bevolking ten zuiden van San Francisco met 121 procent; de daaropvolgende tien jaar met nog eens 66 procent, de werkgelegenheid verdubbelde elke tien jaar; en het houdt maar niet op. Al zestig jaar groeit Silicon Valley onstuimig. Zoals ik al eerder in ‘The toekomst van de stad’ (2017) schreef  had de geograaf Hall het begrip ‘agglomeratievoordelen’ helemaal niet nodig om het succes van de vallei te verklaren. Ook was er geen sprake van ‘goede bereikbaarheid door uitstekende onderlinge verbindingen’. Wat Hall deed was dichte netwerken van mensen beschrijven, telkens nieuwe sociale netwerken die groeiden vanuit slechts één punt: Palo Alto. Vanuit dat ene punt bewoog alles zuidwaarts, richting San Jose. Natuurlijk was er kapitaal afkomstig van het militair-industriële complex rond Washington DC, maar de vrijbuiters van de Westkust zetten al dat geld in op iets totaal anders dan de stijve militairen ooit hadden bedoeld.

Op een gegeven moment, schrijft Hall, raakten de netwerken van Palo Alto de netwerken van Berkeley en San Francisco. Hall: “In Palo Alto and in Berkeley, in very sharp contrast, the whole freewheeling tradition of entrepreneurship combined with the post-1968 California counter-culture to produce an extraordinary degree of networking, symbolized by the Homebrew Club.” In de Homebrew Club ontstond de Apple II. Jammer dat de oerdegelijke Hall hier eindigt en alles terugvoert op en samenvat als een ‘regionaal, op netwerken gebaseerd industrieel systeem’. Want wat in werkelijkheid gebeurde was dus iets heel anders, iets cultureels. Ik las er het nummer van het Amsterdamse tijdschrift Volume, gewijd aan de tegencultuur van de jaren ‘70, op na. Wat daar in Menlo Park gebeurde was de triomf van de tegencultuur van San Francisco, daar vlakbij, op Berkeley, voltrok zich een culturele revolutie. Zoals Fred Turner, auteur van ‘From Counterculture to Cyberculture’ (2006), aan Volume uitlegt: “But the New Communalists did another thing: they took ideas from the larger world of technology and repurposed them, and in so doing they claimed standing with regard to the dominant ideas of their time.” Daarmee bedoelt hij dat de jonge hippies uit de grote stad technologie gingen gebruiken voor de sociale organisatie en macht van onderop: het internet. “Computerpower to the people!” De tegencultuur, concludeert Turner, is de culturele uiting van de postindustriële economie. Die uiting ligt sinds kort onder vuur.

Gelezen in het Financieele Dagblad van 3 februari 2018:

Afbeeldingsresultaat voor golfbanen nederland kaart

Bron: Groene Ruimte

Drie opmerkelijke berichten in het FD van afgelopen zaterdag. Vastgoedbelegger Wereldhave gaat fors investeren in haar winkelcentra want het gaat daar niet goed. Bijna een vijfde van de huurders is de afgelopen vijf jaar failliet gegaan. Wereldhave bezit vooral middelgrote winkelcentra in de Nederlandse regio’s. Ze gaat investeren in gratis parkeren en gratis en schone toiletten. In dezelfde krant wordt melding gemaakt van de golfsector die de noodklok luidt. Het aantal geregistreerde golfers in Nederland daalde daar vorig jaar met 2.000 spelers tot 380.000. Nog eens 50.000 leden hebben aangegeven hun lidmaatschap de komende twee jaar te willen opzeggen. Het ledenbestand vergrijst snel. Nederland telt circa 250 golfbanen. Brabant heeft de hoogste dichtheid. Wat is het verband? Voor beide gelden heel verschillende motieven, maar wat de twee problemen met elkaar verbindt is de grootstedelijkheid die snel aan populariteit lijkt te winnen. Golfbanen en winkelcentra zijn typisch fenomenen van de suburb. Ze bestaan bij de gratie van automobiliteit. De nieuwe generatie Nederlanders lijkt niet meer buiten te willen wonen. Die zijn steeds stedelijker georiënteerd. Emeritus-hoogleraar De Zeeuw noemt ze ‘stadskabouters’. 

Het derde bericht ging over de zorgen van vakbond FNV over de werkgelegenheid bij banken en bedrijven in de verzekeringssector in de regionale vestigingen. Aanleiding is het besluit van ABN Amro om 300 banen uit haar filiaal in Zwolle over te hevelen, het betreft een callcenter in een glanzende hoge toren aan de snelweg bij de IJssel. FNV Finance ziet een trend van centralisatie. Alle werkgelegenheid gaat richting Amsterdam. Minder werk en winkels en golfsporters dus. Weet u wat de snelst groeiende sport is in Nederland? Yoga. In 2015 spendeerden de Amerikanen meer dan 10 miljard dollar aan yoga. Maar ook Japan wordt overspoeld door nieuwe yoga-studio’s. Nu is Nederland aan de beurt. Yoga is een typisch grootstedelijke sport. Meer dan 80 procent van de beoefenaren is hoogopgeleid en vrouw. Een jonge zakenvriendin uit New York vertelde me onlangs hoe ze haar netwerken bouwt tijdens yoga-oefeningen in een achterafstraatje van Brooklyn. De oudste yoga studio van Nederland zit in de Rivierenbuurt in Amsterdam. In zestig jaar zijn steeds meer studio’s geopend. Tussen 2010 en 2015 is het aantal yoga-beoefenaren in Nederland met liefst 16 procent gegroeid. Veel mensen buiten de Randstad vinden yoga ‘zweverig’. Een wake-up call voor de ‘tuinkabouters’!

Tagged with:
 

Een gruwelijke luxe

On 5 februari 2018, in Geen categorie, by Zef Hemel

Gehoord in Spaces op de Zuidas op 30 januari 2018:

Gerelateerde afbeelding

 

Wat is de toekomst van datacenters in Amsterdam? Blijft hun groei exponentieel? En hoe wordt die groei straks ruimtelijk geaccommodeerd? Meer gespreid of juist geclusterd? Dergelijke vragen lagen voor tijdens een bijzondere bijeenkomst op de Zuidas afgelopen week, op initiatief van de Amsterdam Economic Board. Ruim twintig partijen uit de wereld van het internet bouwden een dag lang onder leiding van Stratix aan vier scenario’s voor 2030. Om een indruk te geven: per jaar wordt er 100 miljoen euro aan datacenters in Amsterdam geïnvesteerd; de komende jaren zal daar nog eens 3 tot 5 miljard euro bij komen. De hoofdstad is een van de vier belangrijkste internetknopen van Europa waar datacenters hun snel groeiende datastroom opslaan op servers. De andere zijn Londen, Frankfurt en Parijs. Tussen die knopen bestaat hevige concurrentie. Toen Londen in 2012 een stop op datacenters zette vanwege de Olympische Spelen groeide het Amsterdamse marktaandeel razendsnel. En nu? De mainportfunctie van Amsterdam vergt een solide en voorspelbare stroomtoevoer, want datacenters verbruiken enorm veel stroom. Tegelijk schakelen steeds meer partijen over van gas en steenkool op elektriciteit. Stel je voor dat Amsterdam van het aardgas af gaat om all-electric te worden. Kan het elektriciteitsnetwerk dat wel aan, zeker als ook de Hemwegcentrale sluit? Ook vragen datacenter veel ruimte. Die van Nikhef meet 500 m2, die van SARA het dubbele, maar het datacenter in Slotervaart telt al op tot 20.000 m2. Voor 100 MW is 50.000 m2 nodig. En al die ruimtebehoefte is zeer gelocaliseerd.

Dat de datastroom flink blijft groeien in elk scenario leek de aanwezigen een uitgemaakte zaak. Extra data-opslag is dus noodzakelijk. Maar over de rest bestond onzekerheid. Kritisch achtte men de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk. Alliander mag niet op toekomstige groei anticiperen. Ook bestaat er voor elektriciteit geen leveringsplicht boven 2 MW. De bouw van een nieuw onderstation duurt gemiddeld zeven jaar, die van een datacenter twee jaar. Dat gaat niet samen. Want Alliander moet aan elke vragende partij leveren op het moment dat er capaciteit is; dus capaciteit reserveren voor datacenters is niet mogelijk. Op dit moment zijn er 52 onderstations in de regio Amsterdam. Daar zouden 5 bij moeten, maar de regulering groeit niet mee met deze explosieve markt. Hier zal ‘een klein wonder’ moeten geschieden. Maakt het verschil als er door de overheid gekozen zou worden voor één of twee regionale clusters? Hierop kwam geen duidelijk antwoord. Het omgekeerde – sterke spreiding door de opkomst van iets als Nerdalize – paste slechts in één scenario. Hyperscales kunnen heel goed buiten Amsterdam worden geplaatst. Iemand duidde ze aan als ‘de nieuwe kolenmijnen’. Die zouden zelfs op IJsland of Groenland kunnen staan. Alleen de interconnected datacenters van Science Park en Amsterdam Zuidoost vormen een eenheid, alles binnen een straal van 13 kilometer. Amsterdam is een van de twintig plekken op de wereld waar zo’n uniek digitaal ecosysteem bestaat. Slechts 20 milliseconde is de Nederlandse hoofdstad verwijderd van liefst 80 procent van de rijke, hoogopgeleide West-Europese bevolking. Iemand noemde in dat verband de internetknoop van Amsterdam ‘een gruwelijke luxe’. Daarvoor is een op de toekomst gerichte ‘ruimtelijk-energetische planning’ een conditio sine qua non. Maar de allergrootste onzekerheid, concludeerde men, stak in het vertrouwen van mensen in het internet. Een crash in het financiële dataverkeer is denkbaar en zou rampzalig zijn. Ook de opkomst van fintech en in dat verband het mogelijk vrijgeven van bankdata aan derden zou het vertrouwen van mensen in het digitale verkeer kunnen ondermijnen. Daarmee leek men de belangrijkste ingrediënten voor de vier scenario’s te hebben geïdentificeerd.