Mogelijke maatschappelijke ontwrichting

On 24 april 2018, in Geen categorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’ (2013) van Thomas Piketty:

Afbeeldingsresultaat voor ricardo 1817 principles of political economy

Nog steeds met rode oortjes lezend in ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’ van Thomas Piketty. In het hoofdstuk over de verhouding kapitaal/inkomen op de lange termijn stipt de Franse econoom het onderwerp van de grondwaarde aan. Daarin schrijft hij dat de waarde van de grond als zodanig aan het eind van de negentiende eeuw onmogelijk is te vergelijken met die aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Tegenwoordig draait het om grond in stedelijk gebied, maar eind negentiende eeuw was vrijwel alle grond nog in handen van agrariërs. Landbouwgrond is in West-Europa nog maar 10 procent van het nationaal inkomen waard of zelfs minder. Op bepaalde plekken, dat wil zeggen in stedelijk gebied, worden zeer grote winsten gemaakt. Volgens hem heeft dit te maken met extreem hoge bevolkingsdichtheden op specifieke locaties, zoals de grote hoofdsteden. Piketty: “Uit mijn schattingen blijkt dat de zeer sterke waardevermeerdering van vastgoed op bepaalde locaties voor een groot gedeelte wordt opgeheven door de waardevermindering op andere minder aantrekkelijke plaatsen, bijvoorbeeld de middelgrote steden of sommige in verval geraakte wijken.” De snel stijgende grond- en onroerendgoedprijzen in steden als Amsterdam gaan dus gepaard met grondwaardedalingen elders in Nederland. Het is maar dat u het weet.

Aandelen- en onroerendgoedprijzen, schrijft Piketty, waren kort na de Tweede Wereldoorlog historisch laag. Dit kwam doordat twee wereldoorlogen hun vernietigende werk hadden gedaan, en overheden de huren hadden bevroren en financiële regelingen hadden getroffen ten aanzien van de woningvoorraad. Vanaf de jaren 1950 trad herstel in, dat vanaf de jaren 1980 versnelde. Piketty denkt dat de daling die optrad tussen 1910 en 1950 in de periode tussen 1950 en 2010 volledig is ingelopen. We zijn weer op het niveau van 1910. Maar hoe nu verder? Eerder had hij David Ricardo aangeroepen, voor wie de langetermijnontwikkeling van de grondprijzen en de hoogte van de grondrente een grote zorg was. Door het schaarsteprincipe, vreesde Ricardo, zouden grondprijzen blijven stijgen. Alleen een steeds hogere belasting op de grondrente kon voorkomen dat deze voortgaande prijsstijging de maatschappij ontwrichtte. Het is anders gelopen. Maar door de prijs van landbouwgrond in het model van Ricardo te vervangen door die van onroerend goed in de grote steden en de ontwikkeling hiervan door te trekken naar de toekomst, ziet ook Piketty de mogelijkheid van maatschappelijke ontwrichting. Als nieuwe huizen niet snel genoeg worden bijgebouwd, ontstaat er schaarste en stijgen de prijzen verder, waardoor machtige huizenbezitters alles kunnen opkopen. “Je weet natuurlijk nooit of het allerergste ook zal gebeuren.” Niets verplicht ons om het lot te laten beslissen, laat hij er op volgen. Bijbouwen dus! Maar dan wel op de plekken waar de grondwaarde stijgt en niet waar hij daalt. En onroerend goed-opbrengsten stevig belasten.

 

Praagse lente

On 23 april 2018, in toerisme, by Zef Hemel

Gezien in Praag op 16 en 17 april 2018:

Afbeeldingsresultaat voor European Cities Marketing tourism prague

Bron: European Cities Marketing

Het toerisme in Praag voelde als een plaag. Pas half april was het, maar de zon stak al fel in mijn gezicht. ’s Middags om drie uur op een doordeweekse dag was er op de Karelsbrug geen doorkomen meer aan. Ik was in de Tsjechische hoofdstad op uitnodiging van de Nederlandse ambassade om te spreken over nieuwe vormen van stedelijke planning. Praag legt de laatste hand aan een nieuw masterplan, vandaar. Aan het plan is liefst tien jaar gewerkt. Nu is het woord aan de bevolking. Voorafgaand aan de lezing in het nieuwe architectuurcentrum CAMP stak ik de rivier over. De lange middeleeuwse brug leek op een gruwelijke kermis. Praag wordt keihard getroffen door het wereldtoerisme. In 2016 kwamen er ruim 7 miljoen toeristen naar de Tsjechische hoofdstad, waarvan 6 miljoen buitenlanders, de meesten uit Duitsland. Een groei van 7 procent. Nieuw is toerisme uit China, Japan en Zuid-Korea. Afgelopen jaar groeide het aantal toeristen verder, tot liefst 15,8 miljoen, maar dat aantal gold heel Tsjechië. Daarvan kwamen 10 miljoen uit het buitenland. Voor Praag zelf betekende het een groei van 11 procent. De regering probeert de toeristen te verleiden om ook andere steden in Tsjechië te bezoeken, maar dat is allerminst eenvoudig. Volgens de minister is het probleem van het massatoerisme in Praag nog lang niet zo erg als in Barcelona of Venetië. Echter met zijn 16,7 miljoen overnachtingen in 2016 overtrof ze steden als Wenen en Amsterdam. Praag staat in de top vijf van toeristensteden in Europa.

Sinds drie jaar zijn er rechtstreekse vluchten tussen China en de Tsjechische hoofdstad. Dat verklaart de onstuimige groei van toeristen uit China, in 2017 met liefst 25 procent. Op een lokale tram zag ik Quatar Airways groot adverteren. Ook het Midden-Oosten wordt een serieuze speler. Los van zulke nieuwe herkomstgebieden wordt de groei veroorzaakt doordat mensen steeds langer vakantie nemen. Bestonden stedentrips tot voor kort uit gemiddeld twee overnachtingen, tegenwoordig zijn dat er vier. Maar de belangrijkste boosdoener is het internet. Ook Praag worstelt met Airbnb en Booking.com. Sinds 2007 zijn reisbureaus vervangen door do-it-yourself arrangementen, al zag ik nog steeds opvallend veel grote groepen door de straten sjokken. Praag probeert de toeristenstroom te spreiden, maar dat lukt niet erg. De voormalige communistische stad is een sterspeler geworden, de revenuen stromen de arme gemeente binnen, de lokale bevolking – decennialang geïsoleerd achter het IJzeren Gordijn – maakt kennis met de rest van de wereld. Toerisme heeft ook voordelen. Iemand stelde niettemin voor om de grens voor buitenlanders snel opnieuw weer te sluiten. Ikzelf zou entree heffen op de Karelsbrug en de directe omgeving van de beide bruggenhoofden onderwerpen aan een streng regime. Disneyficatie met methoden van Disney bestrijden. Als je de inwoners van Praag raadpleegt zou je op deze en op meer maatregelen kunnen komen. Een stad, vertelde ik die avond in CAMP, zit vol met goede ideeën. Een kwestie van heel veel mensen laten spreken (‘cheap talks’), en al het besprokene aggregeren en de meest genoemde voorstellen serieus beproeven. In ieder geval niet wachten op dat trage masterplan.

Tagged with:
 

Op de helft

On 20 april 2018, in boeken, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’ (2013) van Thomas Piketty:

Afbeeldingsresultaat voor piketty capital

Nu pas gelezen en nog maar halverwege: Thomas Piketty’s ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’. Eerst wilde ik ‘Dat Kapital’ van Karl Marx zelf lezen. Dat heb ik inmiddels gedaan. Nu dus Piketty. De lange historische lijnen die de Fransman, verbonden aan de École d’economie de Paris, trekt gaan terug op Marx, nee verder, ze voeren de lezer naar het begin van de Industriële revolutie. Mooi is het om te lezen hoe hij vanuit de negentiende eeuw op onze tijd terugblikt en vaststelt dat kapitaal terug is van weggeweest. De twintigste eeuw met zijn twee wereldoorlogen en moeizame wederopbouw zijn vooral een breuk geweest in een lange geschiedenis van het globale kapitalisme. Even leek arbeid beslissend te worden, maar uiteindelijk is vermogen toch weer in hoge mate bepalend voor iemands maatschappelijke positie. Dat is balen. Bijzonder in het boek is het hoe Piketty dit illustreert aan de hand van negentiende eeuwse romans als die van Austen en De Balzac. Zo ongeveer moeten we ons de toekomst dus voorstellen. Zelfs al is de recente verandering in de technologie gunstig voor de factor arbeid, toch zal het aandeel van kapitaal niet afnemen, denkt hij. Sterker, de moderne technologie maakt het mogelijk om kolossale hoeveelheden kapitaal te accumuleren zonder dat het rendement volledig verloren gaat. “Wordt de eenentwintigste eeuw nog minder egalitair dan de negentiende, voor zover hij dat niet al is?” De vraag stellen is hem beantwoorden.

Net als Marx heeft Piketty weinig op met steden. Zijn analyses gaan over landen, Engeland en Frankrijk in de eerste plaats. Dat vader Goriot, een schepping van Honoré de Balzac, in Parijs leefde, neemt hij voetstoots aan. Zijn dochters uithuwelijken in de beste Parijse kringen is ook al zo’n ding. En dan verschijnt daar Rastignac als berooide edelman uit de Franse provincie, die zijn geluk komt beproeven in de Franse hoofdstad. Ook die laat zich uiteindelijk meeslepen door de aanblik van alle rijkdommen, om uiteindelijk even meedogenloos te worden als de door geld gecorrumpeerde Parijse elite. Rastignac aast op de erfenis van Victorine in plaats van door studie, talent en hard werken rijkdom te vergaren. Kortom, het negentiende eeuwse Parijs groeide en bloeide in de ogen van De Balzac door de ongebreidelde accumulatie van kapitaal, door corruptie onder elites rond erfenissen en huwelijken, soms gepaard gaande met moorden, een zeer ongelijke samenleving waarin kapitaal belangrijker was dan arbeid. Volgens Piketty gaan we terug naar die verdorven tijd, een tijd van grote ongelijkheid, met grootstedelijke elites die zich via erfenissen verrijken en een verarmend platteland. Was het negentiende eeuwse Parijs werkelijk zo’n corrupte bende? Was die snel groeiende metropool van destijds niet óók een grandioos economisch, sociaal-cultureel laboratorium, een eclatant succes? Piketty, zelf woonachtig in Parijs, vertelt liever het oude verhaal van Karl Marx. Nogmaals, ik ben pas op de helft van zijn magistrale boek. Misschien ontdekt de auteur alsnog de zegeningen van de in de twintigste eeuw door Europeanen weggebombardeerde maar dus nooit verslagen metropolen.

Tagged with:
 

Frankenstein’s landschappen

On 18 april 2018, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘’Frankenstein’ (1818) van Mary Shelley:

Gerelateerde afbeelding

Eindelijk kwam ik eraan toe om ‘Frankenstein’ van Mary Shelley te lezen. De boekhandelaar die het afgelopen winter verkocht wees me op het feit dat het boek in 2018 tweehonderd jaar geleden verschenen is. Merkte daar niets van. Vond het heerlijk om te lezen. De vrouw van dichter Shelley heeft het verhaal op zeer jonge leeftijd geschreven. Zeer verdienstelijk, moet ik zeggen. Ze won er een wedstrijd mee die door Lord Byron in kleine kring was uitgeschreven. Het ging erom wie in staat was het griezeligste verhaal te componeren. ‘Frankenstein’ is de moeder van alle horror, een genre waar ik overigens weinig mee heb. Maar ik vond het mooi. Wat me het meeste trof was het landschap. Bij elke scene waande ik me in een schilderij van Caspar Friedrich. De lange reis die Frankenstein in het boek maakt is werkelijk imposant en duidt op grote onrust. Elke locatie is weloverwogen gekozen. Alles is woest en schilderachtig. Het begint bij Geneve, en voert al snel naar Ingolstadt. Daar, in het zuiden van Duitsland, creëert de jonge Frankenstein het monster. Vervolgens vlucht hij terug naar Zwitserland en wordt hij achterna gezeten door zijn eigen creatie, tot in de Alpen. Na een ongemakkelijke ontmoeting gaat hij in een boot over de Rijn en de Noordzee via Londen naar Schotland. Later volgt hij zijn monster nog via de kusten van Ierland naar Londen, dan door naar Parijs en verder, naar het oosten, tot in het winterse Siberië toe. Dit romantische landschap blijft me als lezer het meeste bij, meer nog dan de schurk die zoveel doden op zijn geweten heeft.

De eerste ontmoeting tussen de schepper en zijn monster vindt plaats hoog in de bergen, dicht bij de bron van de Arveiron, daar waar de machtige gletsjer heroïsch naar beneden kruipt. “These sublime and magnificent scenes afforded me the greatest consolation that I was capable of receiving. (…) They congregated around me; the unstained snowy mountain-top, the glittering pinnacle, the pine woods, and ragged bare ravine, the eagle, soaring amidst the clouds – they all gathered round me and bade me be at peace.” Hier klimt Frankenstein naar boven, helemaal naar de top, gaat zitten op een rots, de zee van ijs overziend. Even voelt hij zich weer op zijn gemak. Totdat hij het monster in de verte ontwaart – “the wretch whom I had created.” Verder geen stedenbeschrijvingen in dit boek, ook van Londen niet. Die stad is enkel vertrekpunt voor een reis door de bossen bij Windsor naar Oxford: “The colleges are ancient and picturesque; the streets are almost magnificent; and the lovely Isis, which flows beside it through meadows of exquisite verdure, is spread forth into a placid expanse of waters, which reflects its majestic assemblage of towers, and spires, and domes, embosomed among aged trees.” Noordelijker, helemaal op de afgelegen Orkney eilanden, bereikt hij ten slotte zijn eenzame bestemming. Daar, waar hij zich voornam een tweede monster te scheppen om de ander gezelschap te houden, keert hij weerom. Zelfs van Parijs op de terugweg ontbreekt een beschrijving. Parijs was toentertijd bepaald niet fraai. De openbare werken van Baron Haussmann lieten nog ruim dertig jaar op zich wachten. Landschap dus, geen stad, en verder veel gemoedstoestanden. Uiteindelijk sterft Frankenstein, diep bedroefd, tussen de Siberische ijsschotsen.

Tagged with:
 

Sterke clustereffecten van datacenters

On 16 april 2018, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gehoord op het Marineterrein te Amsterdam op 12 april 2018:

Gerelateerde afbeelding

Bron: Equinix

Wereldwijd zijn er niet meer dan twaalf plekken waar datacenters ruimtelijk zo sterk clusteren als in Amsterdam. In Europa zijn het er vier, in alle gevallen betreft het grote steden. In en rond Londen, Parijs, Frankfurt en Amsterdam willen de meeste datacenters zich vestigen, ook al is de grond er duur. Daar zitten hun klanten. Het Hilversumse bureau Stratix vertelde er over tijdens een speciale bijeenkomst voor beleidsmakers van gemeenten, provincie en rijk op het Amsterdamse marineterrein. Organisatie was in handen van de Amsterdam Economic Board. Een groot deel van het gesprek ging over de uitzonderlijke clustereffecten van dataopslag in Nederland en dan met name in en rond Amsterdam. Stratix wees op de grote effecten die gunstige beleidsbeslissingen in het verleden op deze groei hebben gehad. Wat gaat de regio de komende jaren ondernemen? Co-locatiecenters zijn in de metropoolregio het meeste in trek. Het merendeel staat in de Watergraafsmeer. Daar vinden ze optimale interconnectiviteit vanwege de meer dan 730 verschillende verbindingen die AMS-ix levert. Het cluster op Schiphol-Rijk heeft zich gespecialiseerd in cloud-opslag. Het derde cluster bevindt zich in Amsterdam-Zuidoost. Een afstand van een tot drie kilometer tussen de verschillende datacenters is optimaal, een afstand van tien kilometer lijkt het maximaal haalbare. Wie zich op grotere afstand vestigt betaalt fors extra kosten. Zelfs Hilversum en Haarlem zijn al te ver weg. Elektriciteitsvoorziening is essentieel, want datacenters verbruiken veel stroom. Lokaal moeten onderstations voldoende capaciteit kunnen leveren.

Hoe snel de technologische ontwikkelingen kunnen gaan, werd al aan het begin van de avond duidelijk. Robotica en kunstmatige intelligentie zullen de volgende golf dataverkeer verder opstuwen. Fotonica kan de servers ingrijpend doen veranderen. Het noodzaakte de aanwezigen om in toekomstscenario’s te denken. Van belang lijkt vooral of de regio voldoende elektriciteit zal blijven leveren. Iemand rekende voor wat het zou betekenen als de hele Amsterdamse regio ineens op elektrisch autorijden zou overschakelen of wanneer de woningen van het aardgas af zouden gaan. Het elektriciteitsnet zou zoveel stroom nooit kunnen leveren. Ook gebrek aan vertrouwen in dataopslag kon wel eens tot overcapaciteit leiden en alle voorsprong in één klap kunnen laten verdampen. Vanwege de Olympische Spelen gaf Londen bijvoorbeeld een tweetal jaren niet thuis. Weg was haar voorsprong in de datacenterontwikkeling, ook omdat de stop samenviel met de opmars van cloud-computing. Of neem Parijs, dat al lang worstelt met haar data-exchange. Kortom, de Amsterdamse regio mag niet achterover leunen. Economisch zijn datacenters van groot belang. In combinatie met de luchthaven en de grootstedelijke diensteneconomie vormen ze een unieke combinatie. Elke grootstedelijke regio zou zich in de handen wrijven als ze de schaal en potentie van de clustervorming als die in het Amsterdamse regio ook maar enigszins zou benaderen.

Tagged with:
 

Nieuwe werkelijkheden creëren

On 14 april 2018, in wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Metaphors we live by’ (1980) van G. Lakoff en M. Johnson:

Gerelateerde afbeelding

Objectiviteit is een mythe, net zoals subjectiviteit een mythe is. Met mythes is niets verkeerd, ze geven betekenis aan ons leven. Alle culturen gaan uit van mythes, mensen kunnen niet zonder. Aldus Lakoff en Johnson in ‘Metaphors we live by’ (1980). “And just as we often take the metaphors of our own culture as truths, so we often take the myths of our own culture as truths.”  Objectivisme heeft als bondgenoten wetenschappelijke waarheid, rationaliteit, nauwkeurigheid, eerlijkheid, en onpartijdigheid. Allemaal zeer belangrijk. Subjectivisme heeft als bondgenoten emoties, intuïtie, verbeelding, menselijkheid, kunst en een ‘hogere waarheid’. Ook die zijn nodig, objectivisme en subjectivisme elk in hun eigen domein. Dus waarom die angst voor metaforen? Het is, denken Lakoff en Johnson, de angst voor emotie en verbeelding. In de Industriële revolutie ging het Westen steeds sterker leunen op de ratio. De Romantici wezen rationaliteit juist af en hielpen de tegenstelling groot en onoverbrugbaar worden. Daarom komen de twee auteurs met een derde richting: de experiëntialistische synthese. “What the myths of objectivism and subjectivism both miss is the way we understand the world through our interactions with it.” Hoe begrijpen wij ons gedrag door de wijze waarop wij met de wereld interacteren?

Experiëntialistische synthese houdt in dat we ons bewust worden van de metaforen waarmee we leven en wat deze betekenen in ons alledaagse leven; voorts dat we de mogelijkheid hebben om nieuwe metaforen te ontwikkelen; dat we in het schakelen tussen metaforen flexibel worden (‘experiential flexibility’); dat we, ten slotte, betrokken kunnen raken in een oneindig proces van ons leven zien door telkens nieuwe alternatieve metaforen: “engaging in an unending process of viewing your life through new alternative metaphors”. Gedeeltelijk zijn de metaforen waarmee wij leven vastgelegd in rituelen. Door nieuwe metaforen te ontwikkelen zijn we in staat om nieuwe rituelen te introduceren en nieuwe werkelijkheden te creëren: “New metaphors are capable of creating new understandings and, therefore, new realities.” Dit bevrijdende gedachtegoed is nog lang geen gemeengoed, ook niet in de academische gemeenschap. Wat dat betreft is er nog een lange weg te gaan. Maar de mogelijkheden zijn volgens de auteurs schier eindeloos. Wat zijn de nieuwe mythes en metaforen van de ruimtelijke planning?

Tagged with:
 

‘Go with the flow’

On 13 april 2018, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Thank You for Being Late’ (2016) van Thomas Friedman:

Afbeeldingsresultaat voor thank you for being late friedman

Een veel te dik maar wel razend interessant boek schreef de Amerikaanse journalist Thomas Friedman. In ‘Thank You for Being Late’ neemt hij de tijd en de aandacht om te onderzoeken wat er met de wereld op dit moment aan de hand is. Drie krachten veranderen onze wereld ingrijpend: technologische innovaties, economische globalisering en klimaatverandering. In alle drie zit een venijnige versnelling: de Wet van Moore. Drie pijlers onder de huidige welvaartstaat: dat ieder mens in principe tot de middenklasse kan toetreden; dat migranten overal welkom zijn; dat de kansen op het platteland niet minder zijn dan in de stad – worden hierdoor ruw weggeslagen. “So, unless you have a really dynamic local leadership, or a close to a university, increasingly the only way to hold on to the American Dream is by living in a globally connected, multicultural, lifelong-learning-rich, urban context.” Er is geen ontkomen aan, iedereen zal zich de komende decennia moeten aanpassen. Tegenstand bieden, boos zijn of je verzetten helpt niet. ‘Go with the flow’ is de kunst die wij allen moeten leren. Alleen samenlevingen die voldoende open zijn en die permanent willen leren, zullen de ingrijpende versnellingen kunnen bijbenen. Ook Friedman komt uit bij Moeder Natuur die ons leert hoe we ons het beste kunnen aanpassen. Vijf ‘killer apps’ noemt hij die de natuur ons biedt en die we in onze alledaagse, veel te starre politiek moeten incorporeren.

De eerste ‘killer app’ is die van het tijdig onderkennen dat vreemde machten economisch en militair superieur kunnen zijn en dat je je daaraan tijdig dient aan te passen; 2. het vermogen om diversiteit en complexiteit te aanvaarden; 3. het vermogen om het eigenaarschap over de toekomst te accepteren en niet de rol van slachtoffer te spelen; 4. het vermogen om de juiste balans te vinden tussen top-down en bottom-up, 5. het vermogen om politiek te benaderen met een mind-set die tegelijk ondernemend, hybride, heterodox en niet-dogmatisch is. Cultuur, aldus Friedman, speelt in het nabootsen van deze vijf biologische killer-apps een belangrijke rol. Want uiteindelijk is het niet de politiek, maar de cultuur die mensen drijft. Leiding geven door te verrassen met uitspraken die openheid en complexiteit propageren biedt het meeste zicht op succes. Denk aan Nelson Mandela. Hij maakte Zuid-Afrika sterker door mensen op te roepen tot verdraagzaamheid, niet door het nemen van stoere besluiten. Alles draait om vertrouwen. Lokale gemeenschappen die zelf verantwoordelijkheid nemen zullen het de komende jaren moeten doen.

Tagged with:
 

Londense toestanden

On 11 april 2018, in ethiek, vastgoed, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Building and Dwelling’ (2018) van Richard Sennett:

Afbeeldingsresultaat voor saffron hill london

Nee, geen kwaad woord over een oververhitte woningmarkt in Londen. De woedende toon in het recente werk van schrijvers als Anna Minton (‘Big Capital’) en Ben Judah (‘This is London’) over steden als Londen ontbreekt in het nieuwste boek van Richard Sennett. En dat is opmerkelijk. Zelf woont Sennett al jaren in Saffron Hill. Hij geeft toe dat zijn buurt in de Londense binnenstad de laatste jaren is gegentrificeert (lees: duur en voor de rijken geworden). Maar daarover doet hij niet moeilijk. Even verderop is de situatie namelijk heel anders. Ook de recente brand in de Grenfell Tower in het chique Kensington in West Londen doet hem niet zwichten om uit te halen naar toeristen of poenerige kapitalisten. De autoriteiten hebben onhandig gereageerd en de planners hebben te goedkope materialen gebruikt, dat wel. Steden als Londen en New York, schrijft hij elders in zijn boek, zijn juist aan het afkoelen. Die groeien de komende jaren niet meer dan hooguit 18 procent. Maar een megastad als New Delhi staat een enorme bevolkingsexplosie te wachten. Als hij verderop over ‘global cities’ komt te spreken wijst hij op de financiële sector die steden als Londen loskoppelt van hun achterland. Zulke steden hebben weinig meer te maken met de natiestaat waartoe ze formeel nog behoren. Vervolgens begint hij een droge uiteenzetting over ‘opportunity investing’.

Onder ‘opportunity investing’ verstaat Sennett het investeren in een bepaalde plek waar de investeerder zelf niet woont. Hooggespecialiseerde teams helpen bij het zoeken naar die plekken. Zulke gelegenheidsinvesteerders, schrijft hij, hopen veel geld te verdienen aan openeindesystemen waarin een kleine verandering enorme effecten kan genereren. Het gaat hen niet om profijt, maar om de reacties van derden. Het spel is spannend en gevaarlijk. Nu iedereen begint door te krijgen dat urbanisatie onvermijdelijk is en dat bepaalde steden uiterst succesvol zijn, begint pas echt het grote gokken. Sennett noemt dat ‘core investing’. Een plek in een stad staat nu gelijk aan kapitaal. ‘Flipping’ is nog erger: dat is de gebouwde investering – doorgaans een project – zo snel mogelijk doorverkopen en de winst opstrijken. Planners, schrijft Sennett, zijn tegenwoordig dienaren van de projectontwikkeling, ze gaan helemaal niet meer over stedelijke plannen, ook al denken ze nog van wel. Gemeentelijke grondbedrijven dwingen ze tot meespelen. Op stadhuizen wordt zelfs niet meer bemiddeld tussen projecten en plannen. Dat station is allang gepasseerd. Het gaat alleen nog maar om winstmakende projecten. Nogmaals, in Londen speelt dit minder dan in Delhi.

Herijking van het luchthavendossier

On 9 april 2018, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 18 januari 2018:

Afbeeldingsresultaat voor grand paris airports metro map

Nu de strijd oplaait rond de toekomst van het nieuwe vliegveld Lelystad in relatie tot Schiphol, Eindhoven en Rotterdam-Den Haag, is het goed om de blik te richten op het buitenland. Neem Groot-Brittannië. Daar heeft de regering uiteindelijk besloten om geen nieuw vliegveld in de monding van de Thames aan te leggen en in plaats daarvan in te zetten op uitbreiding van Heathrow met een derde baan. Manchester Airports Group kondigde onmiddellijk aan met Stansted terug te zullen vechten. Alle vliegvelden in de UK zijn geprivatiseerd. Ook voor Gatwick liggen vergevorderde plannen voor een extra baan. De Britse regering probeert die tegen te houden. Of neem Frankrijk. Daar heeft de regering Macron onlangs een streep gezet door de plannen voor een nieuw vliegveld bij Nantes nota bene nadat de boeren al waren uitgekocht en de contracten met de bouwer al waren gesloten. Notre-Dame des Landes, waarvoor de plannen al vijftig jaar in de pijplijn zaten, zal worden vervangen door snelle treinen naar de grote vliegvelden rond Parijs. Daar worden op dit moment HSL, Parijse metro en luchthaveninfrastructuur regionaal met elkaar verknoopt. Duurzaamheid speelde in de recente besluitvorming een grote rol. Vanuit Nantes is het twee uur reizen per HSL naar Parijs. Zeker nu ook snelle treinen gaan rijden tussen Londen en Amsterdam is de toekomst van het luchthavendossier in Nederland óók toe aan herijking. En net als in Frankrijk zal dit veel stof doen opwaaien.

Het besluit van de Franse regering had niemand verwacht, want het bestaande vliegveld bij Nantes groeide juist als kool. In 2017 vervoerde het 5,5 miljoen passagiers van en naar honderd bestemmingen voor liefst 26 luchtvaartmaatschappijen. Over de laatste vijf jaar was de groei zelfs 47 procent. Het bestaande vliegveld ligt dicht bij de stad. De regering Macron heeft weliswaar beloofd het bestaande vliegveld te verbeteren en het 100 kilometer verderop gelegen vliegveld van Rennes beter te benutten, maar voor de voorstanders van het nieuwe vliegveld is dit allemaal volstrekt onvoldoende. Ze rekenden echter buiten het klimaatverdrag van Parijs. Reuters: “The environment issue weighed heavily, with President Emmanuel Macron having championed the fight against climate change since his election, with promises to “make our planet great again”. Nu premier Rutte in Berlijn veel meer ambitie van de EU op het vlak van CO2-reductie heeft bepleit, kan hij niet anders dan in de voetsporen van Macron treden. Naar het dossier van de luchthavenuitbreiding zal ook in Nederland vanuit klimaatdoelstellingen moeten worden gekeken. Nu nog is dit op groei en ruimtelijke spreiding gericht, in de nabije toekomst zal het gaan om duurzaamheid. Wedden dat ook wij dan niet ontkomen aan ruimtelijke concentratie?

De neoliberale Jane Jacobs

On 7 april 2018, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in Rooilijn jaargang 51 nr.1 van 2018:

Een heel nummer van het Amsterdamse planologenvakblad Rooilijn is zowaar gewijd aan Jane Jacobs. Hulde! Tegelijk met het verschijnen werd in Delft een congres gehouden over haar relevantie in de eenentwintigste eeuw. De figuur van Jacobs, honderd jaar geleden geboren, verdient al die aandacht zeker. Haar boeken over steden zijn nog steeds relevant. Het congres heb ik helaas gemist, maar het nummer las ik met meer dan gewone belangstelling. Meest opvallende vond ik dat alle bijdragen opnieuw over slechts één boek van Jacobs gaan, te weten ‘The Death and Life of Great American Cities’ uit 1961. Bij de Nederlandse vertaling verscheen in 2009 ook al een bundel essays. Nu krijgen we nóg meer oud nieuws over haar eerstgeborene te verstouwen. En de toon is nog steeds die van verafgoding, met uitzondering natuurlijk van de immer betweterige columnist Naphta. Martin van der Maas noemt gelukkig nog ‘Dark Age Ahead’ uit 2004, en Marleen Buizer refereert kort aan een artikel uit 2000; Manuel Aalbers en Jannes van Loon hebben ten slotte de moeite genomen om ook ‘The Economy of Cities’ (1969) te raadplegen. Maar verder niets over ‘Cities and the Wealth of Nations’ of over ‘The Nature of Economies’, laat staan haar misschien wel meest relevante boek: ‘Systems of Survival’ uit 1992. Nee, het werd opnieuw ‘Death and Life’.

Hoe een mythe rond een persoon wordt opgetrokken valt mooi terug te lezen in het gesprek tussen Thomas Vanoutrive, Glenn Lyppens en Lara Schrijver, alle drie afkomstig uit Antwerpen. Jacobs zou de bulldozers in de Village op Lower Manhattan bijna persoonlijk hebben gestopt. Daarmee was ze volgens een van hen zelfs succesvoller dan de aanstichters van de Parijse Commune. Toe maar. In burgerprotest in de eerste plaats zou haar relevantie anno 2018 klaarblijkelijk schuilen. Maar dat protest wordt dit keer in de sfeer getrokken van de strijd tegen gentrificatie (sic!), niet tegen sloop en verkeersdoorbraken. Hoe vreemd kan het lopen. Pas op het eind van het ‘tweegesprek’ wordt haar economische werk door de gespreksleider onder de aandacht gebracht. Jacobs stelde dat steden aan de basis liggen van economische ontwikkeling. Voor een juist begrip: het ging bij haar om economische diversiteit, niet om agglomeratievoordelen door functionele specialisatie. Leidt dat niet tot grotere ruimtelijke ongelijkheid, vragen de Antwerpenaren zich af? De periferie wordt immers ‘verwaarloosd’. Ook zou Jacobs wel erg vaak de natuurmetafoor hebben gehanteerd. Even valt de term ‘neoliberalisme’. Natuurmetafoor? Neoliberaal? Ik denk dat Jacobs teleurgesteld zou zijn als ze dit las. Planologen begrijpen het nog steeds niet. Bekijk het interview dat ze gaf op het eind van haar leven: https://www.youtube.com/watch?v=UPNPpdBCqzU

Tagged with: