Aging Singapore

On 21 augustus 2019, in migratie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Immigration in Singapore’ (2014) van Norman Vasu e.a.:

Afbeeldingsresultaat voor immigration in singapore book aup

Op bezoek bij mijn jongste broer in Singapore. ‘Reconstructing Singapore as a cosmopolitan landscape’ betreft een bijdrage aan de bundel papers over ‘Immigration in Singapore’ (2014). Ik kreeg de bundel van mijn uitgever, Amsterdam University Press. Nu ik er ben, lees ik hem eindelijk. Elaine Lynn-EE-Ho schrijft over het dominante discours in de ontwikkeling van de Aziatische stadstaat als het gaat om immigratie en een rem daarop. Vanouds gaat het discours in Singapore over kosmopolitische planning die internationale elites voor korte of lange tijd aan de stad wil binden. Verschillen moeten worden overbrugd, multiculturaliteit begrepen, diversiteit gevierd, de landsgrenzen selectief geopend, alles voor het aantrekken van internationaal talent. Toch wordt dit uitgangspunt van het toelaten van vermogende ‘foreign workers’ door de bevolking steeds vaker ter discussie gesteld. Veel inwoners van Singapore keren zich tegen verdere groei, hebben moeite met verschillen in rijkdom, accepteren niet langer privileges van bepaalde groepen, willen immigratie liefst een halt toeroepen. Daarover gaan eigenlijk alle bijdragen aan ‘Immigration in Singapore’. Lynn-EE-Ho kiest daarbij voor de invalshoek van het kosmopolitische landschap dat hierdoor gevaar loopt. Vooral de recente ‘integrated resorts’ moeten het in de ogen van de bevolking ontgelden, zoals Esplanade, Gardens By The Bay, the Marina Barrage, en het nieuwe Marina Bay financial centre. 

Uitgerekend deze ‘integrated resorts’ waren door de regering bedoeld om met name rijke chinezen aan te trekken, hun ‘esthetische macht’ bewust ingezet om als stadstaat aantrekkelijk te blijven in een snel expanderend internationaal speelveld waar Chinese, Indonesische, Australische, Indiase, Koreaanse en Japanse steden zich beijveren om een vooruitgeschoven regionale positie te bemachtigen of te bestendigen. Vooral Chinese steden zijn in opmars. Singapore dreigt daardoor zijn vooraanstaande positie kwijt te raken. Welke stad is in de ogen van investeerders het aantrekkelijkst? De aanwezigheid van economische en cultureel kapitaal weegt daarin zwaar. De woede van de Singaporese bevolking richt zich vooral op de middengroepen, niet op de rijke expats. Die middengroepen binden zich voor een aantal jaren aan de stad zonder al teveel plichten te accepteren. In de ogen van de inwoners bezetten ze arbeidsplaatsen die ook door de eigen bevolking vervuld kunnen worden. Het vooruitzicht van een groei van de huidige 5,6 miljoen inwoners naar 6,9 miljoen inwoners, zoals in de Population White Paper van 2013 in het vooruitzicht werd gesteld, stuitte bij verschijnen op stevig politiek verzet. Onder druk van de bevolking is daarna het aantal permits teruggeschroefd. Deze ‘Singaporeans first’ strategie doet de groei afzwakken. Ondertussen vergrijst de bevolking. Zal een verouderend Singapore de internationale concurrentie het hoofd kunnen bieden? Aartsvader Lee Kwan Yew volhardde kort voor zijn overlijden in 2015 in zijn pleidooi voor het aantrekken van ‘foreign talent’ en waarschuwde voor Japanse toestanden. Gevoed door nationalisme wil de bevolking deze boodschap niet horen. Ik denk dat na ‘Gardens By The Bay’ hier niet snel nieuwe icoonprojecten zijn te verwachten.

Tagged with:
 

Schone lucht in centrum van Guangzhou

On 20 augustus 2019, in duurzaamheid, infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen op Quartz.com van 12 juni 2019:

Afbeeldingsresultaat voor electric car sales china 2018

Bron: Statista 2017

We logeerden in een hotel vlak achter het World Financial Centre in Guangzhou, een Zuid-Chinese metropool van 15 miljoen inwoners gelegen in de Pearl River delta. Bij aankomst viel ons direct de merkwaardige rust op, want het was bij het oversteken van een druk kruispunt met afmetingen die we in Nederland helemaal niet kennen nagenoeg stil. Op de vijfbaans-stadsautowegen in het nieuwe hart van de megastad zoefden de auto’s aan ons voorbij, maar we hoorden amper geluid. Alle autoverkeer blijkt hier elektrisch, dus schoon en stil. In Singapore hadden we die ervaring nog niet, ook al domineren ook daar de elektrische auto’s in het straatbeeld. Guangzhou staat bekend als een van de drukste steden van China. Vandaar dat de overheid, net als in de andere Chinese grote steden, de uitgifte van nummerplaten aan banden heeft gelegd. Dat begon rond 2011. Sindsdien worden per jaar slechts 120.000 nieuwe kentekens verstrekt. Sommige steden hanteren zelfs lagere quota voor benzine- en dieselauto’s.  Maar recente wetgeving heeft Chinese steden verboden om nog langer quota’s te stellen, dit om de Chinese auto-industrie op te krikken die door dalende verkopen moeilijke tijden doormaakt. Desalniettemin probeert Peking het aantal auto’s op straat onder de 6,3 miljoen te houden. Guangzhou heeft beloofd de uitgifte dit jaar met 40 procent op te voeren. Wordt Guanzhou daardoor straks toch weer drukker en voller?

In ‘China’s hit upon the best way to boost sales of electric cars – but it’ll hurt fossil-fuel ones’ beschrijft Echo Huan (Quartz.com) hoe overheden van Chinese steden jaarlijks in een loting kentekenplaten verstrekken. De consument weet nooit zeker of en wanneer hij een auto zal kunnen rijden. Voor elektrische auto’s geldt echter ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’. Dat is aantrekkelijker. Je kunt dan de aanschaf tenminste plannen. Wie bijvoorbeeld in Peking een elektrische auto wil rijden moet gemiddeld acht jaar wachten. In heel China werden in 2018 in totaal 28 miljoen auto’s verkocht, een groeiend deel daarvan is elektrisch. Van de 5,9 miljoen auto’s in Peking zijn nu 151.500 schoon en elektrisch. Trouwens, in Yangchuo – onze volgende bestemming, maar dan in de bergen, op het Chinese platteland – domineerden elektrische scooters. Vooral toeristen zoefden door de smalle straten, met op hun stille voertuigen kleurige parasols gemonteerd, bedoeld tegen de felle zon en de hitte. Het zag er vrolijk uit. Schone berglucht troffen we hier, net als behoorlijk schone stadslucht in Guangzhou. Geen wonder dat de Duitse auto-industrie in het slop is geraakt. Europees verkeer stinkt en is lawaaiig. Onze grote steden zouden iets moeten forceren.

Tagged with:
 

Dubbelstad Shenzhen-Hong Kong

On 19 augustus 2019, in internationaal, regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Shenzhen’ (2016) van INTI:

Afbeeldingsresultaat voor inti shenzhen

Na een verblijf van vier dagen in Hong Kong staken we de grens over bij Lo Wu, we waren op weg naar China. Hier eindigt de metro in het niemandsland van de New Territories. Lopend passeerden we de douane. Ineens stonden we in Shenzhen. Had me nooit gerealiseerd dat deze Chinese metropool als eerste Special Economic Zone door Deng Xiaoping bewust pal over de grens met Hong Kong was gepland. Amper ben je de grenslijn gepasseerd of je wandelt doodgemoedereerd de nieuwe stad in. Met honderden tegelijk liepen we van de ene metropool naar de andere. Wij kozen echter voor de trein. Ook het station ligt net over de grens. Ineens begreep ik het: Shenzhen, in veertig jaar uitgegroeid van een dorp tot een metropool van bijna 13 miljoen inwoners, profiteerde en profiteert mateloos van de nabijheid van Hong Kong. De grond is er goedkoper, arbeidskrachten zijn er in overvloed, alles wat in het uiterst krap bemeten en extreem dure Hong Kong niet terecht kon, verdween over de grens en vestigde zich in buurstad Shenzhen. Slim van de Chinese regering. China vaart er wel bij. Zeer de moeite waard om te lezen trouwens: ‘Shenzhen. From Factory of the World to World City’ (2016) van het International New Town Institute.

Nu ook de fabrieken vanwege stijgende grondkosten en hogere arbeidslonen Shenzhen en masse verlaten, ontstaat er een nieuwe situatie: de Chinese metropool ligt niet langer aan het infuus van Hong Kong, maar ontwikkelt zich tot een moderne dienstenstad die zich meten kan met haar oorspronkelijke donor. En die donor heeft het maar moeilijk – dat werd ons wel duidelijk tijdens ons korte bezoek. In plaats van verder te bouwen in de richting van Shenzhen, zoekt Hong Kong juist nieuwe bouwgrond op het eiland Lantau, zo ver mogelijk van de grens met het vasteland van China vandaan. Doet ze dat bewust? Voor de verdere ruimtelijke ontwikkeling is dat niet bijster handig, maar het alternatief weet de stad kennelijk niet te waarderen. En Shenzhen zelf? Die stad voegt zich in het grotere geheel van de Pearl River Delta. In 2020 zullen hier 66 miljoen mensen leven in elf grote steden, onderling verbonden door hogesnelheidstreinen en compleet nieuwe autosnelwegen dwars door het water richting Macau. De helft van het grondgebied is beschermde natuur, dus de dichtheid van Shenzhen nadert die van Hong Kong. Tel de 7 miljoen van Hong Kong gerust bij de 13 miljoen van Shenzhen. Samen maakt dat 20 miljoen inwoners op een grondgebied dat een fractie is van Nederland. Een levendig en dynamisch geheel, strategisch gelegen en omgeven door schitterende natuur. Jaloersmakend.

Tagged with:
 

Het nieuwe Shenzhen

On 18 juli 2019, in duurzaamheid, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De nieuwe keizer’ (2018) van Ties Dams:

Afbeeldingsresultaat voor Xiong'an masterplan

Bron: Asia Briefing

Op weg naar China. Of ik Xiong’an ook zal halen, weet ik niet. In 2017 is er een begin gemaakt met de bouw van de nieuwe megastad, ruim honderd kilometer ten zuiden van Peking. Xiong’an Da Ji is het paradepaardje van Xi Jinping, de machtigste man van China. Ties Dams vergelijkt de nieuwe stad met Shenzhen, bedacht door Deng Xiaoping in de jaren zeventig en tachtig. Shenzhen, destijds een vissersdorpje van 30.000 inwoners, groeide door toedoen van Deng uit tot een Speciale Economische Zone; de stad is inmiddels een metropool van twaalf miljoen inwoners. Xi bewondert Deng. Maar critici wijzen erop dat Xiong’an heel anders wordt want een landstad is, terwijl Shenzhen aan de monding van de Pearl River in open verbinding staat met de zee. Shenzhen concurreert succesvol met het nabije Hong Kong. De positie van Xiong’an is inderdaad een volstrekt andere. Landsteden zijn afhankelijk van infrastructuur. De stad zal dan ook met liefst zes hogesnelheidslijnen worden verbonden, uiteraard met Peking, maar ook met de nieuwe luchthaven Daxing Airport en met omringende steden. In die zin moet ze een voorbeeld worden voor andere landsteden en met name die, welke aan de door Xi Jinping gewenste Nieuwe Zijderoute komen te liggen. En dat mag wat kosten.

Wie het masterplan voor Xiong’an bestudeert, ziet iets wat sterk lijkt op een uit de kluiten gewassen Almere. Het gaat om een terrein met een oppervlak van zeker honderd vierkante kilometer (Almere telt 25.000 hectare). Hoogbouw is taboe. Er wordt gekozen voor de menselijke maat. Dat betekent overzichtelijke buurten, dorpsgewijze bebouwing, veel groen, een inheemse bouwstijl. En verder veel high tech, want Xiong’an wordt een ‘smart city’. Vervuilende industrie wordt geweerd, de elektriciteitsvoorziening moet duurzaam en schoon, ziekenhuizen en universiteiten zullen uit Peking worden overgeplaatst. Al die doelen zijn lastig te verwezenlijken, want het laaggelegen gebied kampt vanouds met waterproblemen. In 1963 was hier nog sprake van een grote overstroming, terwijl in andere jaren juist droogte heerste. De watervoorziening vergt daarom ingrijpende aanpassingen. Het naburige Baiyangdian meer, zo beloven de autoriteiten, wordt in ere hersteld. Rondom zal een Nationaal Park worden aangeplant, de eerste 1400 hectare zijn al in wording. Door zich persoonlijk met het lot van de stad te verbinden maakt Xi Jinping van Xiong’an een voorbeeldstad van jewelste. De provincie Hebei gaat de stad besturen. Men zegt dat de stad driemaal de omvang van New York zal krijgen. We gaan het meemaken. In ieder geval is het een mooi reisdoel.

Tagged with:
 

Ghost-town Sydney

On 16 juli 2019, in gezondheid, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Telekom Electronic Beats’ van 4 maart 2016:

Afbeeldingsresultaat voor sydney lockout laws map

Bron: InTheMix

Na de dood van de 18-jarige Daniel Christie – gevolg van overmatig alcoholgebruik -besloot de staat New South Wales om hoofdstad Sydney, Australië, zo goed als droog te leggen. Drankmisbruik was al jaren een probleem. In de binnenstad mochten daarom geen nieuwe verkooppunten voor alcohol meer worden geopend. Na 22.00 uur was verkoop van alcohol overal in de stad verboden. Ook mochten er geen cocktails meer worden geserveerd na middernacht en geen alcohol geschonken na 3.00 uur ‘s nachts. En wie na 1.30 uur de kroeg verliet kwam er niet meer in. Deze zogenoemde ‘lockout laws’ betekenden zo goed als het einde van het grootstedelijke nachtleven. Twee uitzonderingen werden gemaakt: Crown Casino van de zakenmiljardair James Packer en The Star mochten ‘s nachts onbeperkt alcohol blijven schenken. Hun omzet steeg dan ook na invoering van de wet en levert de schatkist een vorstelijk bedrag op aan belastingopbrengsten. In ‘Telekom Electronic Beats’ van 4 maart 2016 komen voor- en tegenstanders aan het woord. Dat was twee jaar na de invoering van de wet, nu ruim drie jaar geleden. Heeft het geholpen?

Nachtclubs verhuisden naar elders, wat deels lukte omdat juist na 2014 nieuwe lighrail-verbindingen gereed kwamen, zoals naar Barangaroo. Maar het effect op de overlast was onmiskenbaar: 49 procent minder politieoptredens vanwege drankmisbruik in uitgaansbuurt Kings Cross, 13 procent reductie in het gehele centrum. Wel was er sprake van toename van overlast door drankmisbruik in aanpalende buurten, soms wel met 17 procent. Recentelijk klinken er daarom stemmen om de maatregelen terug te schroeven. Het centrum van Sydney voelt ‘s nachts ‘doods’, de creatieve industrie lijdt onder de drooglegging, er wordt geen live muziek meer gemaakt. In ‘The Sydney Morning Herald’ werd al gesproken van een ‘ghost-town’. De maatregelen werden in 2016 al iets versoepeld: wie live muziek aanbood mocht na 2.00 uur nog nieuwe klanten ontvangen en drank mocht nu geschonken worden tot 3.30 uur. Ondertussen probeert het naburige Melbourne er garen bij te spinnen. Die Australische stad werkt aan een 24-uurs economie en liet zelfs een nachttrein rijden tussen de twee steden. Toch wordt de omzet van het nachtleven in Sydney nog steeds geschat op 4 miljard dollar en steeg de omzet van de horeca met 6,3 procent in 2017. Dat betekent herstel na verliezen die jaarlijks opliepen tot zeker 8 procent. Het aantal drinkgelegenheden bleef echter beperkt. In 2014 waren dat er 576. Vorig jaar bleef de teller steken op 574. Maar een ‘ghost-town’ kun je Sydney toch niet noemen.

Tagged with:
 

De komende 6.000 jaar

On 12 juli 2019, in boeken, duurzaamheid, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Cities. The First 6.000 Years’ (2019) van Monica Smith:

Afbeeldingsresultaat voor monica smith cities

De grote zwakte van mijn recent verschenen boek (‘De toekomst van de stad. Een pleidooi voor de metropool’, 2016) zou mijn al te nadrukkelijke lofzang op de grote stad zijn geweest. De negatieve kanten van het grootstedelijke leven had ik volgens sommige recensenten te weinig over het voetlicht gebracht. De Amerikaanse archeologe Monica Smith doet mij nu na, ze maakt weer dezelfde fout. In haar ‘Cities. The First 6.000 Years’ (2019) stelt ze zich de vraag waarom er steden zijn en waarom deze al zesduizend jaar groeien en bloeien. Vanuit UCLA, Los Angeles, presenteert ze een fantastisch overzicht van alle kennis die archeologen inmiddels wereldwijd hebben verzameld rond stadsstichtingen op alle continenten. Zoals Tell Brak, in Mesopotamië. Wat maakte dat pioniers hier bereid waren om in een barre woestijn dicht op elkaar te gaan leven zonder voedsel in de directe nabijheid? Antwoord: de mogelijkheid van nieuwe sociale en economische contacten en de veel grotere dynamiek die deze met zich brachten. Deze mogelijkheid moet mensen niet minder dan hebben opgewonden. Ze spreekt van een ‘permanente festival-atmosfeer’. Dit illustreert ze met opgravingen die Mallowan begon in 1937. In Tell Brak ontdekte Mallowan de zogenoemde ‘Ogen Tempel’: duizenden beeldjes van vrouwen die hem aanstaarden met iets te grote ogen. Later zou Mark Kenoyer over zulke ogen opmerken dat ze vooral als talismannen dienden. Vreemdelingen omringden je in steden, je vergaarde rijkdom, je kon bestolen worden. Al die ogen zouden je beschermen.

Voor Smith is de Ogen Tempel het bewijs dat stedelingen van begin af aan niet terugdeinsden voor grootstedelijk leven. “Instead of running away from cities’ new dangers and annoyances, people stuck tight to their newly emergent settlements while also developing entrepreneurial forms of coping.” Dit werkt ze verder uit in de rest van het boek. Alles komt bij elkaar in het laatste hoofdstuk. Dat heeft als titel: ‘The next 6.000 years’.  Daarin schrijft ze dat steden ook de komende duizenden jaren nog zullen blijven bestaan. Naties zullen verdwijnen en echt noodzakelijk zijn ze ook niet, maar steden verdwijnen niet. De meeste zijn al honderden jaren oud. Het worden er alleen maar meer en ze worden nog veel groter. Hun kenmerken veranderen ook niet wezenlijk. De allereerste steden vertonen treffende overeenkomsten met de huidige. Waarom gaan ze niet meer weg? In het antwoord op die vraag brengt ze alles samen, want het doel van Smith met haar boek was precies dit: een verklaring geven waarom er steden bestaan. Smith: “From a primordial cognitive capacity for integration, migration, interaction, and material display, our ancestors created the ultimate template for human physical space and the ultimate network for human existence.”  Om te onthouden en nooit meer te vergeten.

Tagged with:
 

Een tsunami van cultuurtoerisme

On 1 juli 2019, in cultuur, toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 29 juni 2019:

Afbeeldingsresultaat voor louvre delacroix

 

Maandag 27 mei 2019 gingen medewerkers van het Louvre in staking. Circa 150 stafmedewerkers legden het werk neer uit protest tegen ontslagen en kortingen, terwijl de werkdruk in het beroemde museum alleen maar toeneemt. Afgelopen zaterdag bereikte het nieuws ook Het Parool. In 2018 bezochten liefst 10,2 miljoen toeristen het Franse topmuseum. Dat was een groei van liefst 20 procent sinds 2009. Niet slechts laagwaardig toerisme, maar ook het elegante cultuurtoerisme van de hogere middenklasse blijkt niet alleen in Parijs, maar volgens de krant wereldwijd ‘geëxplodeerd’. Bezoekers aan musea als het British Museum in Londen en het Louvre in Parijs komen in meerderheid uit het buitenland, bepaalde kunstschatten in deze musea zijn uitgegroeid tot regelrechte symbolen van de steden die mensen willen bezoeken. Daar zit geen marketingcampagne achter, dat doen de mensen zelf, via selfies die ze de hele wereld over sturen. Vooral Azië loopt daarin voorop. In Het Parool stond dat vrijwel alle grote musea bezig zijn met onderkeldering of ophoging, of met de bouw van compleet nieuwe vleugels. Dat lijkt me overdreven. Het geldt trouwens niet voor de musea in Zwolle, Maastricht of Groningen. Tenzij daar blockbusters worden georganiseerd, blijft drukte daar achterwege. Wat weinig vermeld wordt, is dat de museale bouwwoede door toeristengekte plaatsvindt in een beperkt aantal musea. Overigens, het is in het Louvre op maandag altijd extreem druk omdat musea elders in de stad dan gesloten zijn.

De museumstaf in het Louvre slonk de afgelopen jaren met meer dan 7 procent, die van de bewaking zelfs met 18 procent. Waarom is dat zo? Erger nog is dat het personeel regelmatig door bezoekers schijnt te worden uitgescholden. Wat ik nergens las is dat in 2018 de uitzonderlijke tentoonstelling over het werk van de Franse schilder Eugène Delacroix alle records van het Louvre wist te breken en dat dit evenement voor een belangrijk deel schuldig is aan alle ophef. Recensenten raakten in extase. Als er één tentoonstelling was die men in zijn leven niet mocht missen, dan was het deze, schreef er een. Niemand wilde deze inderdaad missen. En dan nog iets: het Ministerie van Cultuur bevindt zich recht tegenover het Louvre, dus de stakers vonden de verantwoordelijke minister maar al te gemakkelijk. Daar stonden ze, op het plein van Palais Royal. Maar nu komt het: de groei van het bezoekersaantal in het Louvre verhoudt zich slecht met die van de andere topmusea in de wereld. Daar doet zich namelijk nauwelijks groei in bezoekersaantallen voor. Althans dat las ik op CNN. Elders ving ik geluiden op dat het gebruik van de museumjaarkaart in Nederland terugloopt. Dus Het Parool maakte afgelopen zaterdag een vlammend artikel van liefst vier pagina’s, maar het was ophef om niets. Maar wel heerlijk om weer eens te waarschuwen voor een tsunami van Indiase en Chinese toeristen. Naar Amsterdam.

Tagged with:
 

image

Bron: HOH Architecten

Burgemeester Halsema wil een toekomstvisie op de Amsterdamse binnenstad. Aanleiding zijn de verwikkelingen op de Wallen. Volgens de burgemeester kan met maatregelen voor de korte termijn slechts de ergste overlast worden bestreden. Middellange termijn maatregelen moeten passen in een breder perspectief. Daartoe heeft zij Zef Hemel, bezetter van de Wibautleerstoel aan de Universiteit van Amsterdam, gevraagd een wervend en tegelijk realistisch toekomstbeeld te ontwikkelen voor de hele historische binnenstad van Amsterdam.

Zef Hemel zal tot aan de zomer van 2019 met zoveel mogelijk mensen spreken. Als eerste oefening heeft hij zijn studenten gevraagd om ruim veertig portretten van willekeurige personen in de binnenstad te maken: mensen die de studenten toevallig aantroffen in achttien verschillende buurten in de acht vierkante kilometer begrensd door de Singelgracht werden door hen geïnterviewd. Begin maart vonden de gesprekken plaats. Samen geven de portretten een getrouw beeld van het alledaagse leven in de binnenstad anno 2019: ervaringen, angsten, klachten, belevenissen, noties, maar ook ideeën en verlangens van zeer uiteenlopende mensen.

Van 17 mei tot 17 juni 2019 zal Hemel in de Oude Kerk verblijven. Daar, op Oudekerksplein nummer 25, wil hij nog eens naar tachtig mensen luisteren: bewoners, ondernemers, functionarissen, bezoekers. Allen zijn door hem persoonlijk uitgenodigd. Ook mensen die de binnenstad mijden zal hij om hun visie vragen. Deze gesprekken zijn vertrouwelijk.

Vrij toegankelijk voor het publiek zijn in totaal twaalf publieksavonden die Hemel in de Sebastiaanskapel van de Oude Kerk tussen 17 mei en 17 juni organiseert. Voor elke avond heeft hij twee bijzondere sprekers uitgenodigd. Elke avond staat een ander thema centraal. Amsterdammers zijn van harte uitgenodigd om te komen luisteren. Aanmelden is niet nodig. Maar vol is vol.

Door al deze gesprekken en interviews hoopt Hemel zich een beeld te vormen van wat er aan de hand is in de binnenstad, wat zich daar ontwikkelt en wat zich misschien aan het oog onttrekt. Als een detective zal hij het recente verleden proberen te reconstrueren. Ook wil hij weten hoe uiteenlopende mensen vanuit heel verschillende perspectieven naar de binnenstad kijken. Het gaat hem om persoonlijke verhalen. Details zijn voor hem even belangrijk als grote lijnen. Hiermee probeert hij te ontdekken hoe de toekomst zich misschien óók kan ontvouwen. Die ligt immers niet vast.

Begin september zal Hemel de door hem (en velen) ontwikkelde toekomstvisie aan de burgemeester voorleggen en daarna, op ieders uitnodiging, aan de stad. Zo wil hij de weg vrijmaken voor een toekomst die door veel mensen wordt gewenst en tegelijk voor mogelijk wordt gehouden.

Tip: het kan fris zijn in de kerk, trek dus warme kleren aan.

 

Maandag 20 mei 20 – 21.30 uur

Over grootstedelijkheid en kleinschaligheid

Wat maakt de historische binnenstad van Amsterdam zo bijzonder? Wat betekent het een hart te zijn van een echte wereldstad? Is er wel sprake van grootstedelijkheid? Zo ja, waar hebben we het dan over? Waar moeten we vooral zuinig op zijn? En wat moet beslist anders? Over wonen, uitgaan, winkelen en werken in de mooiste binnenstad van de wereld.

Gasten: Ronald Ockhuysen en Sjoerd Soeters

Ronald Ockhuysen is sinds 2015 hoofdredacteur van Het Parool. Onder zijn leiding werd de Amsterdamse krant grootstedelijk, in 2017 èn in 2018 zelfs uitgeroepen tot ‘World’s best designed newspaper’. Ockhuysen studeerde Culturele studies aan de Universiteit van Amsterdam.

Sjoerd Soeters is architect en eigenaar van PPHP te Amsterdam. Soeters is niet alleen de ontwerper van o.a. Java-eiland, het nieuwe winkelcentrum van Zaanstad en Mariënburg, het nieuwe winkelhart van Nijmegen, maar ook opiniemaker als het gaat om stedelijke (ruimtelijke) kwaliteit.

 

Dinsdag 21 mei 20 – 21.30 uur

Over veiligheid, gedrag, gedragsverandering

Hoe werkt drugstoerisme? Hoe kunnen jongeren de verleiding weerstaan? Hoe wapenen bewoners van de binnenstad zich tegen overlast en geweld en hoe passen mensen zich aan? Heeft wonen überhaupt nog een toekomst in de binnenstad? Kunnen conflicten ook energie geven? En hoe kan de gemeente hiervan gebruik maken? Over kleine en grote strategieën die werken.

Gasten: Erik Heijdelberg en Nanke Verloo

Erik Heijdelberg is sinds 2013 voorzitter van de Raad van Bestuur van de William Schrikker Groep die jeugdzorg aanbiedt in heel Nederland (o.a. voor jeugdbescherming en jeugdreclassering). In 2009 werd hij verkozen tot ‘Overheidsmanager van het jaar’.

Nanke Verloo is universitair docent Urban Planning aan de Universiteit van Amsterdam en doet etnografisch onderzoek rond conflicten in steden. Voor haar proefschrift ontving ze in 2015 de Van Poeljeprijs van de Vereniging voor Bestuurskunde.

 

Donderdag 23 mei 20 – 21.30 uur

Over wandelen, verplaatsen op wielen, openbaar vervoer

Welke rol speelt mobiliteit in de centrumfunctie van de binnenstad? Welk effect heeft de Noord-Zuidlijn op de toekomstige ontwikkelingen? Is een autoluwe binnenstad mogelijk? Hoe ziet die er uit? En is het openbaar vervoer op zo’n toekomstbeeld berekend? Hoeveel fietsen kan de binnenstad aan? En taxi’s? En hoe staat het met de kades en bruggen? Over de mogelijkheden van rijden, glijden, verblijven en flaneren.

Gasten: Alexandra van Huffelen en Katelijne Boerma

Alexandra van Huffelen is algemeen directeur bij het GVB Amsterdam en oud-wethouder van Duurzaamheid, Binnenstad en Buitenruimte in Rotterdam. Ze wil de Amsterdamse trams, bussen en metro’s klaar maken voor de toekomst.

Katelijne Boerma is docent Sport, Management en Ondernemen aan de Hogeschool van Amsterdam. Sinds 2017 is ze fietsburgemeester van Amsterdam. Haar missie is dat elk Amsterdams kind zich kan ontwikkelen tot een competente fietser.

 

Maandag 27 mei 20 – 21.30 uur

Over digitalisering, algoritmes, camera’s

Welke invloed hebben digitale middelen – schermen, oordopjes, interfaces – op ons verplaatsingsgedrag? Gaan algoritmes ons dagelijks leven bepalen? Gaan ze niet alleen onze bankrekening, maar ook ons reis- en winkelgedrag sturen? En hoe worden we daarbij gevolgd: door camera’s en sensoren? Wordt het veiliger, beter, overzichtelijker? Of juist drukker, chaotischer, anoniemer?

Gasten: Martijn de Waal en Ger Baron

Martijn de Waal is lector Play & Civic Media aan de Hogeschool van Amsterdam. Daarnaast is hij oprichter van The Mobile City, een onafhankelijke groep die onderzoek doet naar mobiele media en stedelijk ontwerp. Zijn stelling is dat media architectuur de waarde van publieke ruimtes voor verblijf en ontmoeting kan verbeteren.

Ger Baron is sinds 2014 Chief Technology Officer van de gemeente Amsterdam. Met een klein team probeert hij antwoord te vinden op de vraag wat Amsterdam moet doen met de technologische innovaties die op haar afkomen.

 

Dinsdag 28 mei 20 – 21.30 uur

Over jongerencultuur, de binnenstad en de Bijlmer, het Hembrugterrein

Hoe programmeren de Melkweg, Paradiso en andere culturele instellingen voor jongeren? Komen jongeren uit de Bijlmer of uit Nieuw-West nog wel in de binnenstad? En als die binnenstad almaar duurder wordt, komt er dan überhaupt iemand nog voor cultuur? Zijn er niet veel alternatieven? Dus wat willen jongeren en wat is de toekomst van cultuur in de binnenstad?

Gasten: Angelo Bromet en Kim Tuin

Angelo Bromet is sinds 2018 programmeur Performing Arts & Talentontwikkeling bij De Melkweg. Hij was onder andere oprichter van Dutch Soil Bookings en werkte als jongerenbegeleider in Amsterdam Zuidoost, waar hij onder andere productieleider bij NoLIMIT was. Angelo is een expert op gebied van urban- en jongerencultuur.

Kim Tuin is sinds 2018 artistiek leider van Het Hem, het nieuwe culturele centrum in de oude kogelfabriek op het Hembrugterrein. In 2015 trad ze aan als directeur van stichting NDSM-werf. In het verleden was ze directeur van Club Trouw aan de Wibautstraat. Ze vindt dat musea hun nek moeten uitsteken.

 

Maandag 3 juni 20 – 21.30 uur

Over nachtleven, uitgaanscultuur, vrije experimenteerruimte

Het Amsterdamse nachtleven is wereldberoemd: veelzijdig, kosmopolitisch, slaapt nooit. Wat is er precies zo goed aan? Maar ook, wat schort eraan? Hoe is de situatie op het Rembrandtplein, het Leidseplein, de Wallen? Bestaat er zoiets als clubtoerisme? Welke invloed hebben de 24-uursvergunningen binnen en buiten het centrum? Is er nog wel voldoende vrije experimenteerruimte in de binnenstad? Hoe kunnen we dat regelen?

Gasten: Shamiro van der Geld en Isis van der Wel

Shamiro van der Geld is in 2018 gekozen tot nachtburgemeester van Amsterdam. Hij is geboren en getogen in de Kadijkenbuurt en heeft gewerkt als televisiepresentator, acteur, theatermaker en organiseert feesten zoals LAPA en Cantina. Als nachtburgemeester is hij een belangrijke gesprekspartner voor de gemeente als het gaat om kwesties rond het nachtleven.

Isis van der Wel, bekend onder de artiestennaam DJ Isis, is een Nederlandse dj en producer. Ze is een pionier in de dancescene en een pleitbezorger van vrije experimentele ruimte in de stad. Ze staat aan de wieg van het 24-uursvergunningenbeleid van de gemeente.

 

Dinsdag 4 juni 20 – 21.30 uur

Over onderwijs, kennis, verdieping, stilte

Onderwijs en wetenschap spelen vanouds een belangrijke rol in de binnenstad. De Universiteit van Amsterdam is een regelrechte smaakmaker, de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten met zijn Academie van Bouwkunst, Conservatorium, Academie voor Theater en Dans, Nederlandse Filmacademie voedt de grootstedelijke culturele infrastructuur. De universiteit bouwt op dit moment twee campussen. Die rond het Binnengasthuisterrein zal worden gedomineerd door de nieuwe Universiteitsbibliotheek. Wat gaat dit betekenen? Wat zijn de kansen? Hoe kunnen we deze belangrijke functie behouden en versterken?

Gasten: Maria Heijne en Madeleine Maaskant

Maria Heijne is sinds 2013 directeur van de Universiteits Bibiotheek van de Universiteit van Amsterdam en HvA. In het verleden was ze onder andere directeur van de bibliotheek van de Technische Universiteit Delft, en daarmee de eerste vrouwelijke UB-baas in Nederland. Aan het Singel bereidt ze de verhuizing voor van de UB naar het Binnengasthuisterrein. Ze denkt na over de verhouding tussen de fysieke bibliotheek en de digitale.

Madeleine Maaskant is sinds 2015 directeur van de Academie van Bouwkunst aan het Waterlooplein. Ze studeerde bouwkunde aan de TU Delft. Madeleine is tevens voorzitter van Stichting Archprix en Archiprix International, het samenwerkingsverband van onderwijsinstellingen op het gebied van architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur.

 

Woensdag 5 juni 20 – 21.30 uur

Over winkelen, ondernemen, eten, drinken

De binnenstad is ondenkbaar zonder winkels. Al vierhonderd jaar bepalen de winkels van de Kalverstraat en Nieuwendijk het beeld van kopende en verkopende Amsterdammers. Binnenstadbewoners koesteren hun winkels om de hoek. Maar wat doet toerisme met de winkelvoorzieningen? En hoe beïnvloedt internet ons winkelgedrag? Is er sprake van een opmars van de horeca? En waar komen al die ketens vandaan? Komen mensen straks nog wel naar het centrum om te winkelen?

Gasten: Tony Wijntuin en Cees Holtkamp

Tony Wijntuin is oprichter en eigenaar van WYNE Strategy & Innovation. Sinds 2009 adviseert hij gemeenten en ondernemers over de toekomst van winkelgebieden. Tony is onder andere juryvoorzitter van de NRW Marketing Awards 2019 van de Nederlandse Raad voor Winkelcentra.

Cees Holtkamp is banketbakker en voormalig eigenaar van Patisserie Holtkamp, de legendarische winkel aan de Vijzelgracht die hij in 1969 begon met zijn vrouw en die nu al 16 jaar gerund wordt door zijn dochter Angela en schoonzoon Nico. Holtkamp’s garnalenkroket werd in 1996 en 1998 uitgeroepen tot beste garnalenkroket van Nederland. De koninklijke familie is vaste klant.

 

Vrijdag 7 juni 20 – 21.30 uur

Over de ‘zwarte geschiedenis’ van de binnenstad

Nu de stad groeit en verandert, is het belangrijk dat wij elkaar nieuwe verhalen vertellen. Dat we herinneringen verzamelen en onze geschiedenis verrijken. Bij haar aantreden vroeg burgemeester Halsema zich af wat het wezen is van Amsterdam. Wat is de zwarte geschiedenis van Amsterdam? Volgens haar is dat de belofte van vrijheid. De belofte dat je hier in Amsterdam je geluk kan najagen, dat je je lot in eigen hand kan nemen. Een avond over nieuwe verhalen over de stad.

Gasten: Brian Elstak en Gijs Schunselaar

Brian Elstak is beeldend kunstenaar, illustrator en hiphop liefhebber. Hij tekent, filmt, schrijft en brengt kinderprentenboeken uit. Met TROBI won hij in 2018 een zilveren penseel. Hij is een verhalenverteller pur sang en illustreerde onder andere de campagne ‘Heden van het slavernijverleden’ in het Tropenmuseum te Amsterdam. Elstak woont in Zaanstad.

Gijs Schunselaar is directeur van Museum Van Loon aan de Keizersgracht in Amsterdam. Hij heeft een achtergrond in business en cultuur. In Museum Van Loon opent op 5 oktober een tentoonstelling over de Amsterdam-Surinaamse plantage-economie. Deze vertelt o.a. de familiegeschiedenissen van voormalige slaafgemaakten. De geschiedenis van ‘de ander’ beschouwt Schunselaar als ‘onze gezamenlijke geschiedenis’.

 

Dinsdag 11 juni 20 – 21.30 uur

Over vastgoed, dynamiek, veranderende functies

Door het enorme succes van Amsterdam en de binnenstad in het bijzonder stijgen de vastgoedprijzen. Beleggers kopen panden, misschien wel straten op. Steeds meer bekende winkels en geliefde voorzieningen lijken het loodje te leggen. Straten en buurten veranderen snel van karakter. Is hier iets aan te doen? Kunnen we het gebruik van panden nog wel bepalen? Brengen prijsstijgingen ons ook voordelen? Laten we kansen liggen?

Gasten: Lesley Bamberger en André van Stigt

Lesley Bamberger is eigenaar van Kroonenberg Groep, een vastgoedbedrijf in Amsterdam met een portefeuille van circa 2,4 miljard euro. Zijn Kroonenberg Groep is onder andere eigenaar van de Kalvertoren, het voormalige hoofdkantoor van de KAS Bank aan de Nieuwezijds Voorburgwal en het winkelcentrum Gelderlandplein. In 2013 was hij winnaar van de Vastgoedmarkt Award. Reden: zijn vaste koers.

André van Stigt is architect-directeur van Buro van Stigt. Als geen ander heeft zijn architectenbureau de afgelopen dertig jaar een stempel gedrukt op de transformatie van Amsterdam. Veel monumentale gebouwen kregen door zijn toedoen een nieuwe bestemming. In 2009 ontving Van Stigt de Gouden Piet Kranenberg Ring, in 2014 ontving hij de IJ-Prijs en in 2016 de Cultuur Business Award.

 

Donderdag 13 juni 20 – 21.30 uur

Over de binnenstad van buiten

Niet iedereen is nog langer op de Amsterdamse binnenstad gericht. De metropoolregio groeit snel en in alle richtingen. Steeds meer regionale centra in de regio doen van zich spreken. De bevolking in de buitenwijken en buurgemeenten verandert van samenstelling en karakter. Hoe kijken mensen van buiten naar de Amsterdamse binnenstad? Welke positie zien zij voor de historische binnenstad als mogelijkheid? Een blik op de binnenstad vanuit het provinciehuis in Haarlem en achter de Sloterplas.

Gasten: Yassine Boussaid en Joke Geldhof

Yassine Boussaid is vanaf februari dit jaar de nieuwe directeur van Theater de Meervaart in Osdorp. Boussaid groeide op in Osdorp, studeerde politicologie en geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en werkte bij de afdeling Kunst en cultuur van de gemeente. In 2014 maakte hij de overstap naar de Meervaart, waar hij onder meer het Ud Festival organiseerde. Programmering, bezoek en organisatie wil hij nóg diverser maken.

Joke Geldhof is sinds 2011 lid van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland voor D66, de laatste jaren verantwoordelijk voor financiën, ruimtelijke ordening en wonen. Als gedeputeerde is ze een pleitbezorger van binnenstedelijk bouwen. Geldhof studeerde af aan de HTS Confectie Industrie. Haar vader kwam van de Westelijke Eilanden, haar moeder van Kattenburg. Zelf woont ze in Amsterdam Nieuw-West.

 

Vrijdag 14 juni 20 – 21.30 uur

Over gastvrijheid, vreemdelingenverkeer, toerisme

Hoeveel toeristen kan de binnenstad verdragen? Gaan we Venetië en Barcelona achterna? Kunnen we het beeld van Amsterdam als de stad van ‘seks, drugs en rock & roll’ enerzijds en van vrijheid en tolerantie anderzijds nog wel overeind houden? Wat doen we met Airbnb? Hoe staat het met de spreekwoordelijke gastvrijheid van de gemiddelde Amsterdammer? Een gesprek over overtoerisme en het behoud van een prettig leefklimaat.

Gasten: Roberto Payer en Koen Vollaers

Roberto Payer is general manager van Hilton Amsterdam en sinds 2014 ook van Waldorf Astoria aan Herengracht 542-556. Payer, geboren in Italië, begon zijn loopbaan in 1969 bij Hilton. In 2015 kreeg hij de eervolle onderscheiding EMEA GM Of the Year van Hilton Worldwide. In 2016 werd hij genomineerd voor de Best of the Best Hotelier of the Year, in Las Vegas. Inmiddels woont hij al vijftig jaar in Amsterdam.

Koen Vollaers is horecaondernemer, eigenaar van café Bern op de Nieuwmarkt, oprichter van Pacific West op het Westergasterrein, tegenwoordig samen met Agniet Helmens eigenaar van Pension Homeland en brouwerij Homeland Brewery op het Marineterrein. Vollaers was ook een van de breinen achter restaurant As, restaurant 11 in Post CS en Club Trouw op de Wibautstraat. Van jongs af aan organiseert hij happenings en feesten, waaronder de jaarlijks Aprilfeesten op de Nieuwmarkt.

Tagged with:
 

Alles te danken aan Londen

On 7 mei 2019, in kunst, by Zef Hemel

Gezien in de Tate Britain te Londen op 25 april 2019:

Afbeeldingsresultaat voor vincent van gogh tate london

Bron: Tate Britain London

Vincent van Gogh woonde bijna drie jaar in Londen. Over die Londense jaren zag ik een interessante tentoonstelling in het Tate Britain. De jonge Van Gogh arriveerde in de Britse hoofdstad in mei 1873. Toen hij de stad de rug toekeerde was het 1876 en was hij drieëntwintig jaar. Zijn volgende bestemming was Parijs, waar hij opnieuw twee jaar zou blijven. Echt schilderen deed hij in Londen nog niet. Hij werkte voor een kunsthandel en woonde aanvankelijk in een voorstad, toen in Brixton, nog weer later in Kennington. Korte tijd was hij onderwijzer in Ramsgate, even nog speelde hij dominee. De kunsthandel plaatste hem over naar Parijs. Voor een Brabantse jongen uit Zundert lijkt me dat een hele ervaring, ook al had hij even daarvoor gewoond in Den Haag. De tentoonstelling in de Tate bleek een nauwgezette kunsthistorische analyse van de Londense jaren van de Hollandse schilder, die later pas in het zuiden van Frankrijk zijn bestemming zou vinden. Op 37-jarige leeftijd pleegde hij zelfmoord. Weinig is er bekend over de Londense jaren. Nu las ik ineens Engelse brieven en zag ik Engelse boeken geschilderd op doeken die hij later in Frankrijk zou maken: boeken van Charles Dickens, George Elliott en Harriet Beecher-Stowe: sociaal bewogen literatuur die Van Gogh kennelijk graag tot zich nam.

Voor de vorming van de schilder waren de vijf jaren in de grootstad klaarblijkelijk van groot belang. Hij ging er lezen, leerde goed kijken, begon kunst te genieten, oefende het schilderen, kocht prenten, probeerde die te verkopen, was gefascineerd door de metro, de publieke parken, de grootstedelijke dynamiek, werd zelfs op een meisje verliefd. Uitgerekend Londen was destijds de plek waar prenten op grote schaal werden gedrukt en verhandeld. Op de tentoonstelling te zien waren de vele schitterende prenten van Gustave Doré die Van Gogh kennelijk gretig had verzameld en waarvan hij sommige scherp natekende of naschilderde. Die ene van de achterbuurten van Londen met de stoomtrein die op de achtergrond over de huizen denderde herkende ik natuurlijk meteen. Ineens bekroop me het gevoel dat Van Gogh juist in Londen depressief moet zijn geworden door de mist en de rook, het grauwe weer in het industriële, steenkoolgassen uitblazende monster, en door de armoede tegenover de extreme rijkdom daar op het eind van de negentiende eeuw. Zelfs Parijs was hem later te somber. De man vluchtte naar het zonnige zuiden, waar hij als een bezetene begon te schilderen. Die laatste prachtige, kleurrijke doeken hebben we aan hem te danken. Zou hij Londen of Parijs hebben gemist? Ik heb zijn brieven nooit gelezen, maar ik waag het te betwijfelen. Toch had dit grote genie alles aan de twee dampende metropolen te danken. Dat besef je als je in de Tate Britain staat. Nog te zien tot 11 augustus 2019.

Tagged with:
 

De binnenstad moet ademen

On 5 mei 2019, in muziek, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 4 mei 2019:

Bron: Stichting De Oude Kerk Amsterdam

Twee componisten uit New York komen volgend weekeinde naar Amsterdam. Beide zullen uit eigen werk spelen op het pas gerestaureerde orgel in de Oude Kerk in de oude binnenstad. De ene heet Philip Glass (82), de ander Nicolas Jaar (29). Van de laatste las ik dit weekeinde een groot interview in Het Parool, opgetekend door Edo Dijksterhuis. Daarin vertelt de Chileens-Amerikaanse muzikant gedetailleerd over zijn werkwijze. Vorig jaar oktober verbleef hij als ‘artist in residence’ een week lang in de Oude Kerk. Werken bij hem bestond uit luisteren. Jaar luisterde naar de kerk, het orgel en het rumoer buiten, vooral ‘s nachts. Zijn verkenningen noemt hij ‘akoestische testen’. Met name het geluid uit de vierduizend pijpen van het achttiende eeuwse Vater Müllerorgel ving hij op met zijn microfoon “om het via een luidspreker op de grond weer de ruimte in te kaatsen en het later weer op te vangen zodat een feedbackloop ontstond.” Toen hij voldoende voeling had sloeg hij aan het improviseren. Na twee uur kwam iets bruikbaars terug. “Daar klonk een thema in C-mineur, iets levends. De rest van de tijd heb ik gebruikt om dat thema verder uit te werken.” Het bleek ‘Just my Imagination’ van The Temptations te zijn. Later zette hij het thema om in C-majeur. “Wat daarvoor dik en een beetje duister had geklonken, werd hoopvol en optimistisch. Het was alsof ik in gesprek was met de ruimte.”

Jaar reisde terug naar New York met meer dan honderd uur geluidsopnamen. Thuis dikte hij het materiaal in tot twintig minuten muziek. Verbluffend. Zijn werkwijze lijkt sprekend op de mijne. Ik ga vanaf 17 mei, daags na het concert van Jaar, een maand lang luisteren in diezelfde Oude Kerk. Dat doe ik om een toekomstvisie voor de Amsterdamse binnenstad te maken. Ruim honderd verschillende mensen heb ik uitgenodigd. Ik ga een maand lang luisteren. Hun stemmen zal ik opvangen om deze in ruim tien publieksbijeenkomsten via de wanden en de grond de kerkruimte in te kaatsen. Zo hoop ik op een feedbackloop. En wanneer ik eenmaal voldoende voeling heb met het onderwerp sla ik aan het improviseren. Door naar al het gezegde te luisteren, zoek ik naar een thema, in C-majeur, want het verhaal mag niet dik en duister klinken, maar hoopvol en optimistisch. Alle materiaal neem ik vervolgens mee naar huis, om in te dikken tot een toekomstverhaal van twintig minuten. Daarna kom ik terug om het verhaal te vertellen. Net als Jaar heb ik een tijd terug besloten om niet meer met managers en agenten te werken. Ik doe alles zelf. Jaar: “Ik prijs me gelukkig met de veel intiemere en directe manier waarop ik met mensen, locaties en instrumenten kan omgaan.” Laatste overeenkomst: vlak voor vertrek opende de Amerikaan alle schuiven zodat de lucht door de pijpen van het orgel liep. “De moeder moet ademen en wij moeten een stapje terug doen en luisteren.” Zo is het. De binnenstad moet ademen en wij doen een stapje terug.

Tagged with: