Nadenken moeten we

On 15 december 2018, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gezien in het Veemhuis te Amsterdam op 15 december 2018:

Afbeeldingsresultaat voor donna haraway storytelling for earthly survival

Fabricio Terranova’s portret van Donna Haraway heeft als ondertitel ‘Story Telling for Earthly Survival’. De film, uit 2016, werd afgelopen zaterdag in het Veemhuis te Amsterdam vertoond. Haraway (1944) is emeritus hoogleraar Geschiedenis van het bewustzijn aan de University of California in Santa Cruz, zuidelijk van San Francisco en Silicon Valley. De film bestaat uit een aantal monologen van Haraway, uitgesproken vanuit verschillende posities bij haar thuis, van achter werktafels en eettafels. We zien de oude vrouw druk gesticulerend met haar grote handen en haar expressieve gezicht, sprekend tegen de cameraman die zelf onzichtbaar blijft, met op de achtergrond boeken, schilderijen, huisraad, computers, faxen, modems, haar oude hond. Haraway blijkt een voormalige hippie met een Iers-katholieke achtergrond, vol humor en zelfspot, die gedreven, aanstekelijk en openhartig praat over haar persoonlijke leven, haar jeugd, haar opgroeien, haar ideeën over kapitalisme, feminisme, inheemse culturen, ecologie, sciencefiction, het antropoceen, een geschonden aarde. Openhartig vertelt ze over haar vurige meisjeswens om een kruistocht te organiseren om het beloofde land te bevrijden (‘we hebben geen idee hoe islamofoob wij in het Westen zijn’). Bovenal gaat de film over de noodzaak om verhalen te vertellen, andere verhalen.

Ik las haar ‘Tentacular Thinking: Anthropocene, Capitalocene, Chthulucene’, geschreven na de bosbranden van 2015 in Noord-Californië. In dat artikel herinnert ze aan de Nederlandse Nobelprijswinnaar Paul Crutzen, die rond 2000 de term Antropoceen suggereerde. De invloed van de mens op de aarde is zo groot, vond Crutzen, dat dit een geologische naam rechtvaardigt. Haraway beaamt: “Fossil-burning human beings seem intent on making as many new fossils as fast as possible.” Maar ze wil de term ‘antropoceen’ liever niet gebruiken. Die houdt de verkeerde mythe in stand. We hebben verhalen nodig waarin we onszelf grenzen stellen, waarin we de aftocht blazen, ons terugtrekken, minder consumeren. Ze gelooft ook niet dat technologische innovaties de mensheid zullen redden. Wat nodig is, is een alternatief voor het dominante kapitalisme. Ze haalt Brad Werner aan, die meent dat ons economische paradigma de ecologische stabiliteit regelrecht ondermijnt. ‘Revolt!’ Nadenken moeten we. Het kapitalisme moet vervangen worden door echte geoverhalen, “to Gaia stories, to symchtonic stories, terrans do webbed, braided, and tentacular living and dying in sympoietic multispecies string figures; they do not do History.” Zulke verhalen ontslaan ons niet van de plicht om dingen beter te doen. Al onze verbeeldingskracht moeten we gebruiken, we moeten weerstand bieden, in opstand komen, herstellen en rouwen, goed leven en goed sterven. Afgelopen zomer waren de bosbranden in Californië erger dan ooit. Ik hoop dat het houten huis van Donna Haraway er nog staat.

Tagged with:
 

Aanhoudende trek naar steden

On 12 december 2018, in economie, by Zef Hemel

Gelezen op LinkedIn op 6 december 2018:

Afbeeldingsresultaat voor pgim wealth of cities urban expansion

De komende dertig jaar zullen wereldwijd jaarlijks nog circa 60 tot 70 miljoen mensen naar de grootste steden op aarde trekken. Deze schatting deed David Hunt onlangs in een recent artikel op LinkedIn. Hunt is voorzitter van Prudential, een wereldwijd opererende asset management organisatie te New York. De aanleiding voor zijn voorspelling is de opening van twee nieuwe hoofdkantoren van Amazon in Washington DC en New York. Seattle bleek voor Amazon te klein. Het e-commerce bedrijf zocht naar nieuw tech talent en voelde zich genoodzaakt zich op te splitsen in nog eens twee metropolen aan de Oostkust van de VS. Volgens Hunt is deze verhuizing het bewijs dat de arbeidsmarkt in onze economie leidend is. Bij de trek naar steden draait alles om jong talent. Er is zelfs sprake van een opslingerend effect: grote steden vormen diepe arbeidsmarkten die grote tech-bedrijven aantrekken, waardoor deze steden tech-talent naar zich toehalen, waar vervolgens nieuwe tech-bedrijven weer op afkomen. Lees ook ‘The Wealth of Cities. The Investment Implications of Urban Expansion’ van PGIM, waaruit Hunt putte. Het deed me denken aan een recente uitspraak van Corinne Vigreux, directielid van TomTom en voorzitter van Codam in Amsterdam. Codam is de nieuwe programmeeropleiding op het Marineterrein in Amsterdam die data scientists opleidt voor de Amsterdamse arbeidsmarkt. Jaarlijks studeren er in Amsterdam 4.000 data scientists af, zo vertelde Vigreux, terwijl de metropool op dit moment zeker het tienvoudige nodig heeft.

Volgens Hunt gaat het bij grootstedelijke groei niet alleen om voldoende woningen en hoogwaardig onderwijs, maar ook om een rijk cultureel leven en een uitstekende infrastructuur van parken, fietspaden en metroverbindingen, glasvezelkabels en datacenters. De noodzakelijke grootstedelijke investeringen schat hij op liefst 50 biljoen dollar wereldwijd. Buiten megasteden als New York , Singapore, Tokio en Los Angeles denkt Hunt dat steden van rond de miljoen inwoners een goede kans maken om mee te doen mits ze krachtig in al deze domeinen investeren. De opgave wordt om de nieuwe metropolen duurzaam te maken en het platteland zoveel mogelijk te ontzien. Groot Amsterdam moet veel meer woningen bouwen en ook meer hoogwaardig tech-onderwijs bieden, in nieuwe parken investeren, het metrostelsel verder uitbouwen. Niet wijdlopig, maar binnen de contouren van een compacte metropool. Iets als Singapore: ruim 5 miljoen inwoners op 700 km2 (de huidige MRA is te groot, want beslaat 2.580 km2). De rest van Nederland, met uitzondering van enkele grote steden, wordt ontspannen, landschappelijker, en krijgt nieuwe natuur. We willen er nog niet aan. Maar de economische krachten zijn sterk en ook de noodzaak van een duurzame, houdbare toekomst zal ons er uiteindelijk toe dwingen.

Tagged with:
 

Niet kapot te krijgen

On 10 december 2018, in boeken, geschiedenis, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De ziel van Duitse steden’ (2018) van Noud de Vreeze:

Afbeeldingsresultaat voor de ziel van duitse steden de vreeze

Burgemeester Konrad Adenauer van Keulen, de latere bondskanselier van West-Duitsland, gaf politieke steun aan een wederopbouwplan voor het zwaar gebombardeerde centrum van zijn eeuwenoude stad, dat neerkwam op het handhaven van het ruïnelandschap met de uitgebrande dom in het midden, waaromheen een nieuwe stedelijke structuur was geprojecteerd van autowegen, nieuwbouwwijken en winkelcentra. Een volgende generatie zou wel zien wat er met dat historische centrum moest gebeuren. (zie ook: https://www.youtube.com/watch?v=8cctK8Q6Wb4) Toen de Amerikanen een paar maanden later plaats maakten voor de Britten als bezettende macht, verdween Adenauers radicale wederopbouwplan van tafel. Het puin in het centrum van Keulen werd alsnog geruimd en een ingewikkeld herstelplan zag het licht. “Puinruimen en primaire voorzieningen treffen werd in alle Duitse steden gezien als eerste en belangrijkste taak van overheden, publieke en maatschappelijke organisaties en individuele burgers.” Zo werd de ziel van Keulen gered. Dat schrijft Noud de Vreeze in ‘De ziel van Duitse steden’, een recent verschenen boek over de vernietiging en wederopbouw van de Duitse steden tijdens en na de Tweede Wereldoorlog.

Aanvankelijk wilde De Vreeze een boek schrijven over de succesvolle wederopbouw van een tiental van de honderdvijftig verwoeste Duitse steden na het einde van de oorlog, maar hij begreep al snel dat hij dan ook de vooroorlogse situatie moest beschrijven, evenals de vernietigende bombardementen door de geallieerden. Er was geen ontkomen aan: er is een geschiedenis vóór de bombardementen en een daarná. Zo raakte De Vreeze in de ban van de megalomane projecten van de fascisten voor de steden in hun toekomstige Derde Rijk. Het leidde tot een vuistdik boek vol illustraties over een nauwelijks bekende geschiedenis van plannen voor een uitgestrekt stedenlandschap bij ons vlak over de grens. Let wel, de plannengeschiedenis die De Vreeze vertelt heeft overwegend betrekking op de West-Duitse steden, niet de Oost-Duitse achter het IJzeren Gordijn. Als zijn boek één ding duidelijk maakt, dan is het dit: “Steden, en de opvattingen over hun gewenste vorm, blijken duurzaam te zijn. Niet kapot te krijgen, zou je kunnen zeggen.” Ondanks de bombardementen is dit een geschiedenis van continuïteit. Die continuïteit blijkt overigens in niet geringe mate het gevolg van een grondpolitiek die de geallieerde bezetter introduceerde. Kleinschalig particulier eigendom van grond en gebouwen werd in naoorlogse wetgeving beschermd om zo een meer democratische gezindheid bij de Duitse bevolking op te wekken. Onteigening werd gewoon heel moeilijk gemaakt. Nooit meer grote projecten. Dit stimuleerde, aldus De Vreeze, een ‘bottom-up’ stedenbouw. Frustrerend voor de stedenbouwkundigen, die de bombardementen juist als een kans zagen. Ik ga de Duitse steden nog meer waarderen.

Tagged with:
 

Wonen aan de metro

On 8 december 2018, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in The Localfrance van 18 mei 2016:

 

Twee jaar geleden publiceerde StreetPress en verhuurder Rentswatch in Parijs een kaart waarop de gemiddelde vierkantemeter-prijzen van woningen per metrohalte in de Franse hoofdstad stonden aangegeven. Rentswatch analyseerde duizenden woningen met huur- en verkoopprijzen over een periode van zes maanden, afgeleid van het Franse Funda, makelaarskantoren en informanten. De prijsindicatie op de kaart geeft telkens het bedrag weer dat men maandelijks moet betalen voor een flat van 35 vierkante meter binnen een straal van 500 meter rond het metrostation, sociale woningbouw niet inbegrepen. Zeer handige en ook verhelderende kaart moet ik zeggen. De allerduurste plek om te wonen in Parijs is de buurt rond halte Bir-Hakeim, vlak bij de Eiffeltoren. Een klein flatje kost daar per maand al snel 2.150 Britse pond. En het goedkoopst? Dat is La Courneuve-8 mei 1945, daar betaal je ‘slechts’ 480 Britse pond per maand voor 35 m2. Hoe verder naar buiten, hoe goedkoper het wonen in Parijs wordt. Allicht.

Uit de kaart blijkt dat je soms een paar haltes verder buiten het centrum gemiddeld al honderden ponden per maand minder aan woonlasten betaalt. Bijvoorbeeld Concorde. Daar betaal je op dit moment al snel 1.610 Britse pond per maand. Maar ga je slechts één halte verder in welke richting dan ook, dan daalt de gemiddelde koopprijs ineens met 500 pond maandelijks. Afgelopen zomer logeerden wij aan het Bassin de la Villette in het 19e arrondissement. Dat is vlak bij Jaurès. Een appartementje van 35 m2 kost daar volgens de kaart 940 Britse pond per maand. Eén halte verder naar het oosten (Laumière, Bolivar) scheelt mooi 100 pond in de portemonnee. Eén halte naar het westen of zuiden blijkt echter 50 tot 70 pond duurder. Soortgelijke kaarten als die voor Parijs, zijn ook gemaakt voor Berlijn en München. Ook Amsterdam wordt steeds duurder. Koopprijzen verschillen per buurt. Die verschillen kunnen flink oplopen. Nu er eindelijk een Noord/Zuidlijn rijdt is de vraag: wanneer komt Amsterdam met zo’n kaart?

Tagged with:
 

Wij zijn onze stad

On 6 december 2018, in planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Wij zijn ons brein’ (2010) van Dick Swaab:

Gerelateerde afbeelding

Afgelopen week gesproken op het symposium ‘50 jaar opleiding neurologie’ in het OLVG te Amsterdam. Voor een gezelschap van overwegend medici sprak ik over ‘de stad als brein’, een verwijzing naar mijn intreerede uit september 2012. Zoiets vergt wel enige voorbereiding, dus las ik opnieuw ‘Wij zijn ons brein’ van Dick Swaab. Was mijn metafoor nu wel of niet goed gekozen? Natuurlijk gaat elke vergelijking ergens mank, maar een goed gekozen metafoor kan ons helpen met elkaar te communiceren en bepaalt bij gebruik ons denken en handelen. De bouwstenen van onze hersenen, aldus Swaab, zijn zenuwcellen, ook wel neuronen genoemd, het zijn er liefst 100 miljard. Alles draait om interactie tussen deze neuronen. Ergens schrijft hij dat er 1000 x 1000 miljard plaatsen zijn waar zenuwcellen contact met elkaar maken. Dat contact verloopt via 100.000 kilometer zenuwvezels. De interactie tussen al die zenuwcellen bepaalt onze geest. Deze menselijke geest heeft – lach niet – een energieverbruik van een 15W-lampje. Iemand heeft ooit eens berekend dat het totale energieverbruik van de geest van één mens in een leven van tachtig jaar niet meer dan 1200 euro kost. Iets complexers en efficiënters dan hersenen, concludeert Swaab, bestaat niet.

Laten we uitgaan van 7,7 miljard mensen op aarde. Al die mensen interacteren via straten, spoorlijnen, vaarwegen, luchtroutes, radio-, televisie-, internetverbindingen. In dat drukke verkeer vormen steden de knooppunten waar alles interacteert. De stad is een technisch construct dat op een minimaal oppervlak een maximum aan ideeën genereert. Samen beslaan de steden slechts drie procent van het aardoppervlak, maar het netwerk waarin ze geweven zijn is zeer uitgestrekt. Elke stad bestaat uit een miljoen of meer mensen (inwoners èn bezoekers) die interacteren. Interactie binnen en tussen al die steden bepaalt onze wereldgeest. Het energiegebruik van deze wereldgeest lijkt gigantisch, maar is in werkelijkheid zeer efficiënt. Ik bedoel maar. Planologie zou je met neurologie kunnen vergelijken. Planologen zorgen voor een goede postnatale ontwikkeling van de wereldgeest. Taalomgeving speelt daarin een sleutelrol. Dat werd mijn verhaal die vrijdagmiddag in het OLVG.

Tagged with:
 

Last Man

On 4 december 2018, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gelezen in The Guardian van 2 december 2018:

Gerelateerde afbeelding

Die film wilde ik zien: ‘First Man’ van Damien Chazelle over de Amerikaanse landing van de Apollo 11 op de maan in 1969, met in de hoofdrol Ryan Gosling als astronaut Neil Armstrong. Het verhaal was bloedstollend, opnieuw. Opnieuw omdat ik me de echte maanlanding nog heel goed herinner. In 1969 was ik twaalf jaar oud. ‘s Avonds 20 juli om 21.17 uur gebeurde het, na een spannende ruimtereis van een week. Ik zal die televisiebeelden nooit meer vergeten. De filmversie is zo mogelijk nog indringender. Het meest bijzondere vond ik het verlaten van de dampkring in het begin van de film, gevolgd door de opmerking van Armstrong dat die atmosferische laag wel heel dun en kwetsbaar is: naar ik begrepen heb een afstand van Amsterdam naar Utrecht. Ons leven op aarde is inderdaad een wonder en onze verantwoordelijkheid is groot. Indrukwekkend in de film waren de zwart-wit panorama’s van de maan, toen Armstrong daar even buiten de Sea of Tranquility rondliep, maar vooral toen hij terugkeek naar de aarde: daar was hij dan, onze planeet: als een gemarmerde knikker, helder afstekend tegen een zwart heelal. Op die ‘blue marble’ leven 7,7 miljard mensen samen met miljarden dieren en planten. Drie jaar later verscheen het rapport van de Club van Rome.

En toen waren er afgelopen zondag honderden wetenschappers en regeringsvertegenwoordigers die deelnamen aan de jaarlijkse klimaatconferentie van de Verenigde Naties in het Poolse Katowice. Het VN-rapport loog er niet om. Richting 2100 zal de temperatuur op aarde gemiddeld 3 tot 5 graden Celsius stijgen. Dat is beduidend meer dan de 1,5 C. Een Brits rapport stelt zelfs dat 5,4 C temperatuurverhoging denkbaar is in 2070. De zeespiegelstijging zal uitkomen op 0,74 tot 1,8 meter, voldoende om steden als Mumbai, Guangzhou, Miami, Jakarta en New York in zee te laten verdwijnen. De kosten van deze klimaatramp worden geschat op zeker 11 biljoen Britse pond. Ook daarna zal de zeespiegel blijven stijgen. En dan de droogte. Landen als Kenia en Soedan zullen compleet verdrogen, de bosbranden in Californië en Australië zijn nog maar een begin. Voeg daarbij dat de wereldbevolking zal toenemen van 7,7 miljard naar 11 of misschien wel 15 miljard in 2100. De Wereldbank verwacht circa 140 miljoen klimaatvluchtelingen in 2050. Vijftig jaar lang is er niets gedaan. Een derde van alle CO2-uitstoot komt uit de Verenigde Staten. Een Nederlander stoot driemaal meer uit de gemiddelde wereldburger, namelijk 11,9 ton CO2 per jaar. Ondertussen daalde de CO2-uitstoot van een inwoner van Tokio van 7,5 ton naar 6.8 ton. (Wonen in een megastad heeft zo zijn voordelen). Dit is wat ik dit weekeinde in The Guardian las: “Climate catastrophe is now looking inevitable.”

Tagged with:
 

Singapore en de klimaatverandering

On 29 november 2018, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gelezen in de Straitstimes van 28 mei 2017:

Afbeeldingsresultaat voor climate change coastline singapore

Bron: Wild shores of Singapore

Tijdens het regeringsbanket op 22 november 2018 in Den Haag ter ere van het staatsbezoek van de president van Singapore aan Nederland kwam ook het onderwerp ‘circulaire economie’ aan de orde. Van Nederlandse zijde sprak staatssecretaris Stientje van Veldhoven over de ambities om in 2050 de hele nationale economie circulair te maken. Dit is nodig om te overleven. Aansluitend volgde een uiteenzetting van Singaporese zijde. Iemand aan tafel stelde de beide bewindslieden de vraag hoe men dacht over de zandwinning. Zand wordt stilaan een zeer schaarse grondstof en is de komende decennia juist hard nodig voor de bouw en voor de bescherming van zowel de Nederlandse als de Singaporese kust vanwege de zeespiegelstijging. Zandsuppleties van 7 tot 12 miljoen m3 jaarlijks moeten de Nederlandse kust op orde houden. Het meeste zand – fijn, hoekig – wordt uit de rivieren gewonnen, maar de winning is zo omvangrijk dat rivieren niet tijdig meer nieuw zand kunnen aanmaken waardoor minder zand de zee bereikt. Dit vormt een regelrechte bedreiging van de kust. Hoe zit dat eigenlijk in Singapore? Na afloop van het gesprek zocht ik het uit.

Miljoenenstad Singapore ligt op een lage zuidpunt van het eiland Maleisië. Zeventig procent van haar kustlijn wordt beschermd door kunstmatige dammen en rotsachtige hellingen. Het grootste deel van de stad ligt 15 meter boven zeeniveau, maar circa 30 procent komt niet hoger dan vijf meter. In 2010 werd de zandige kust van East Coast Park opgehoogd met grote, met zand gevulde zakken om erosie tegen te gaan. Voor verdere landaanwinning werden de eisen aangescherpt: niet drie, maar tenminste vier meter boven de zeespiegel. Ook de kustroute in Changi werd opgehoogd met een kleine meter. Op dit moment worden discussies gevoerd over nieuwe landaanwinningen en of niet amfibisch bouwen verstandiger en goedkoper is. Sterker, een natuurlijker kustverdediging zou zijn grootschalige aanplant van mangrovebossen zijn. “Utilising mangroves is not only less costly, if the process is done carefully, they are still able to be effective in protecting shorelines to keep up with rising sea levels, which hard methods such as sea walls are not able to adapt to.” De gemiddelde temperatuur loopt op, regenval neemt jaarlijks toe – van 2192 mm in 1980 tot 2727 mm in 2014 -, en cyclonen doen zich vaker voor als gevolg van de klimaatverandering. In 2015 leidde de opwarming al tot massale vissterfte voor de kust van de stadstaat. Ik weet voldoende. Nederland en Singapore hebben een grote zorg gemeen.

Het geheim van Singapore

On 27 november 2018, in economie, sociaal, wonen, by Zef Hemel

Gehoord in de Trêveszaal te Den Haag op 22 november 2018:

Afbeeldingsresultaat voor map singapore public housing hdb

Bron: SRX Property

Het regeringsdiner tijdens het bezoek van de president van Singapore aan Nederland vond plaats in de chique Trêveszaal op het Binnenhof in Den Haag. Minister-president Rutte zat voor. Als een van de genodigden luisterde ik toe. Eerst wees de premier op de langjarige betrokkenheid van de Nederlander Albert Winsemius bij de opbouw van de stadstaat Singapore. Daarna kon het gesprek beginnen. Onderwerpen waren onderwijs en innovatie, sociale inclusie en circulaire economie. Bij elk van de drie onderwerpen vertelde een Nederlandse bewindspersoon over het staande beleid, waarna zijn Singaporese collega het stokje overnam. Zo konden alle aanwezigen getuige zijn van een boeiende vergelijking tussen stadstaat Singapore en Nederland op elk van de drie onderwerpen. Vooral sociale inclusie vond ik interessant. Minister Koolmees vertelde het Nederlandse verhaal. Van Singaporese kant was het de president zelf, mevrouw Halimah Yacob, die intervenieerde. Zij wees op het recht van een dak boven het hoofd als uitgangspunt voor integratie. Elke inwoner van Singapore, zei zij, krijgt een betaalbare woning toegewezen van de regering. Dit verklaart het extreem hoge aandeel sociale woningbouw in Singapore: meer dan 80 procent van alle woningen wordt beheerd door de Housing and Development Board. Vanaf 1999 worden er door HDB ook op grote schaal woningen voor de middelklasse gebouwd. Het wonen in Singapore is extreem duur, maar door deze krachtige bemoeienis van de staat blijft wonen voor alle Singaporezen betaalbaar.

Van Nederlandse zijde werd hier niet op gereageerd. Misschien was het omdat de minister van wonen ontbrak. Dat het nota bene Albert Winsemius zelf was die Singapore destijds aanzette tot grootschalige sociale woningbouw, het werd aan tafel niet opgemerkt. Winsemius wist dat betaalbare huisvesting buitenlandse bedrijven naar Singapore zou lokken. Het heeft gewerkt en het werkt nog steeds. Dat wonen in de grote steden, Amsterdam voorop, op dit moment voor de meeste mensen onbetaalbaar wordt, is puur slecht voor de Nederlandse economie en ook slecht voor de ‘squeezed middle class’ die populistische begint te stemmen. Het vraagt om een sterk interveniërende overheid als het om wonen gaat. Maar dat gebeurt in Nederland gek genoeg niet. Er wordt nog steeds vertrouwd op de markt. VINEX was een marktgerichte benadering na de bruteringsoperatie van kabinet Lubbers II. Vanaf toen werden Nederlanders aangemoedigd om een eigen woning te kopen. Tijdens de financiële crisis van 2008 bleek hoe gevaarlijk dit was. In navolging van Singapore zouden wij hier óók een Housing and Development Board moeten instellen, die op grote schaal betaalbare woningen gaat bouwen in hoge dichtheid, te beginnen in en rond Amsterdam. Zou bovendien helpen bij het onderwerp in kwestie, te weten sociale inclusie. Hoogste tijd voor een Singaporese Winsemius die onze regering gaat adviseren.

Tagged with:
 

Brexit vanwege Londen

On 25 november 2018, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in LSE Brexit van 8 september 2017:

Gerelateerde afbeelding

Bron: Reuters/Independent

Vandaag, zondag, is het zover. Premier Theresa May bezegelt in Brussel het lot van de EU: uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie wordt een feit. Alleen het Britse parlement kan nog dwarsliggen. De voordelen werden door de premier nog eens opgesomd: einde aan het vrije verkeer van personen, een eigen visserijbeleid, het Europese Hof van Justitie heeft straks niets meer te zeggen. May sprak over Groot-Brittannië als een “onafhankelijke kuststaat.” Vis, migranten, rechtspraak, het zal de Britten mogelijk aanspreken. Veel belangrijker echter lijkt mij de positie van Londen. Ik lees er weinig over. Sterker, volgens mij ging die hele Brexit over het in positie brengen van mondiale troefkaart Londen, die ene stad waar het lot van Groot-Brittannië steeds meer van afhangt. Londen is een ongekende ‘Global City’, waar het financiële hart van de wereld klopt. Geen stad in Europa kan daaraan tippen. Vorig jaar verscheen daarover een interessante blog op de website van de London School of Economic, LSE. In ‘Brexit is a win-win opportunity for the City of London’ schreef Barnabas Reynolds, partner van Shearman & Sterling, over de nadelen van de EU en de grote voordelen van uittreding voor het financiële verkeer in ‘The Square Mile’ van hartje Londen. Voor de goede orde, Shearman & Sterling is een wereldwijd opererend advocatenkantoor met het hoofdkantoor gevestigd in New York.

Een soepel financieel verkeer tussen banken, accountancy, advocatenkantoren en andere hoogwaardige zakelijke financiële dienstverlening, aldus Reynolds, luistert nauw. Londen heeft een toppositie veroverd. Zo rond 2004 nam ze die positie over van New York. New York en Londen vormen samen de financiële as. Volgens Reynolds heeft de ingewikkelde regelgeving van de EU hierop een sterk remmende uitwerking. Om Londens financiële koppositie veilig te stellen is een eenvoudiger en vriendelijker marktmodel nodig, zoals pragmatisme in regelgeving, rechtszekerheid, voorspelbaarheid en een eerlijk systeem om met inbreuken om te gaan. De meeste lidstaten van de EU begrijpen dit niet omdat ze de positie van Londen niet begrijpen; zelf hebben ze vaak geen financiële markten. In het verleden heeft de EU Londen zeker voordelen geboden. Die voordelen lagen vooral op het juridische vlak. Maar in de loop van de tijd is haar regelgeving te restrictief geworden. Het aandeel van de EU in het totale financiële verkeer in de City is trouwens slechts 13 tot 20 procent. “It makes little sense for the remaining business in the City to be subject to EU-style regulation for the sake of this small portion.” Bovendien heeft de tijdzone van Europa een geloofwaardig financieel centrum nodig. Frankfurt is dat niet. Daarom schat Reynolds in dat bedrijven Londen niet zullen verlaten. Integendeel, na Brexit zal Londen zich openen naar de wereld en nog veel meer mondiaal kapitaal aantrekken. “Global businesses would continue using London for the certainty of its law, the availability of a range of complex, specialist services and the ready availability of capital.” Brexit is een bewijs dat steden belangrijker worden dan staten. Sommige steden althans.

Tagged with:
 

Het jaar 2023

On 23 november 2018, in internationaal, politiek, by Zef Hemel

Gezien op het Taksim Plein in Istanbul op 15 november 2018:

Gerelateerde afbeelding

Bron: Galataport

In 2023 viert Turkije het honderdjarig bestaan van de republiek. Grote projecten staan in de planning, ze moeten allemaal voor de feestelijkheden zijn afgerond. Nog vijf jaar te gaan dus. Tot 2023 wordt er voor een bedrag van 277 miljard euro door de Turkse staat in projecten geïnvesteerd. In Istanbul ging ik afgelopen week op verschillende bouwplaatsen kijken. Op het Taksimplein verrijst niet alleen een grote moskee, maar ook een operahuis op de plaats van het oude cultureel centrum Atatürk, het AKM. Het beroemde plein bereikte ik via Istiklal, de straat waar de protesten in april 2013 begonnen. Eerst was er de sloop van het Emek theater in deze belangrijke culturele straat in Beyoglu dat veel mensen op de been bracht. Hier staat inmiddels een warenhuis. Twee maanden later begon de massale bezetting van het Gezi Park toen duidelijk werd dat daar de voormalige barakken zouden worden herbouwd, nu als shopping mall, als een van de grote projecten van president Erdogan. Dranghekken van de politie benamen het zicht. Beneden langs de oevers van de Gouden Hoorn nam ik de bouwwerkzaamheden van Galataport in ogenschouw. Het was indrukwekkend. Hier wordt voor een bedrag van liefst 1,1 miljard euro een reusachtige cruisterminal gebouwd. Ook daarvoor zijn twee historische gebouwen gesloopt, wat destijds de woede opwekte van de bevolking.

Toch is de AKP van president Erdogan niet de partij van de megaprojecten alleen. De kracht van de AK partij ligt op het lokale niveau. Veel overheidsgeld gaat naar onderwijs, gezondheidszorg en lokaal ondernemerschap, iedereen in Turkije is zich daar van bewust. Zo is het budget van de Turkse gemeenten de afgelopen zestien jaar van 900 miljoen euro gestegen naar een slordige 13 miljard euro. Wel worden de gemeenten en regio’s die in handen zijn van de AKP flink bevoordeeld, want net als in Nederland is Turkije een sterk gecentraliseerd land. Dit verklaart de steun van veel Turken voor de zittende president en zijn partij. Blindstaren op de grote projecten leidt af van de werkelijke politiek. Het is als wanneer een buitenlander de politieke situatie in Nederland zou afmeten aan de megalomane stations van Arnhem, Breda, Rotterdam, Utrecht, Den Haag CS en Amsterdam, de Tweede Maasvlakte, de Leidsche Rijntunnel bij Utrecht, de plannen voor Feijenoord City. Als het om met publiek geld gefinancierde megaprojecten gaat, kan Nederland een aardig deuntje meeblazen. Het grote verschil met Turkije is dat in Nederland al jaren op de gemeenten wordt bezuinigd.

Tagged with: