Een schepje er bovenop

On 20 december 2017, in vastgoed, by Zef Hemel

Gehoord in Delft (of eigenlijk thuis op de bank) op 15 december 2017:

Afbeeldingsresultaat voor kaart friso de zeeuw voodoo

 

Afgelopen vrijdag nam Friso de Zeeuw afscheid als praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft. Helaas was ik verhinderd te komen, ik moest bij de buren spreken over wat er nog over is van het Groene Hart. Daags erna hoorde ik zijn uittreerede alsnog op internet, ondersteund door dia’s en geluidseffecten. Grote hilariteit in de zaal. De Zeeuw, die de hoogleraarspositie twaalf jaar combineerde met een directiepositie bij Bouwfonds, heeft nooit verbloemd dat hij conservatief is; aan innovaties of nieuwe trends heeft hij een broertje dood. Zijn benadering van gebiedsontwikkeling vond ik daardoor altijd weinig verrassend. In ‘Gebiedsontwikkeling zonder voodoo’ was zijn hoofdboodschap weer dezelfde: de wijze waarop de vastgoedsector Nederland na de financiële crisis ontwikkelt wijkt niet af van die in het tijdperk daarvóór, en ‘wonen is een stabiele enclave in een snel veranderende wereld’. Alle pogingen om de sector van buiten te veranderen zijn volgens hem gestrand en waren, achteraf gezien, eerder ‘babbelboxen’ of ‘nepnieuws’ dan reële nieuwe trends. Mensen willen gewoon een huis met een tuin. Wel zijn de ‘cowboys’ van het toneel verdwenen. De aanwezigen werd te verstaan gegeven dat de nette jongens van het vastgoed gewoon doorgaan waar ze gebleven zijn: met nog meer VINEX-wijken Nederland volbouwen.

Weinig verrassend dus. Toch zat er in zijn college een nieuw inzicht verborgen. Het gebeurde op het moment dat De Zeeuw er ‘een schepje bovenop’ deed en Zwarte Piet in Dokkum liet arriveren. Volgens hem was hier niet sprake van verweer van de provincie tegen de Randstad. Amsterdam behoort ook niet tot de Randstad. De hoofdstad noemde hij ‘losgezongen van de rest van het land’. “Amsterdam maakt deel uit van een internationaal stedelijk netwerk.” Vervolgens tekende hij niet de hele metropoolregio, maar alleen de stad Amsterdam. Waarna hij zijn veel grotere ‘rompertje’ inkleurde als alternatief voor de Randstad en de aandacht vestigde op de randen: de Brabantse stedenrij, de as Zwolle-Apeldoorn-Nijmegen en de zone Alkmaar-Hoorn-Enkhuizen. Deze randen noemde hij kansrijk maar ze werden, met uitzondering van Eindhoven, niet als zodanig erkend. Dit vond hij schandelijk. Over bevolkingskrimp geen woord. Ook over klimaatverandering deed hij het zwijgen. Wel klimaatadaptatie, dus zorgen voor droge voeten. En we regelen een energietransitie. Aan het openbaar vervoer moeten we meer aandacht besteden. Maar de busdienst tussen Monnickendam en Amsterdam is goed genoeg. Zo kwam er een einde aan het bij vlagen geestig afscheidscollege, het nationale gezelschapsspel werd nog één keer gespeeld, alles was zuinig, afgemeten, met koffie en cake geserveerd en een borrel na afloop. Nee, in Delft weten ze het nu ook: Amsterdam wijkt af, is een aparte agenda, en de Randstad bestaat niet meer.

Tagged with:
 

1 Response » to “Een schepje er bovenop”

  1. Friso was in mijn Amsterdamse Structuur en Regio tijd, een gedreven gedeputeerde die samen met Groot-Amsterdam optrok en niet zoals eerder controlerend en neerdrukkend.
    Friso was in mijn IFHP tijd een aanjager van de discussie op mondiaal vlak. Hij deed dat vooral vanuit zijn Bouwfonds functie die vanwege de vervlechting met de financiële wereld – tenslotte is de Rabo-bank eigenaar geworden – een behoorlijke deuk in een pakje boter kon slaan, ook buiten Europa.
    Friso leerde ik ook kennen met zijn DDR-museum, toen mijn vrouw het weergaloze boek Rummelplatz vertaalde en we daar op research gingen. (Nederlandse titel identiek – uitg. Lebowski).
    Kortom in ons vak een onontbeerlijk persoon met de voeten in de klei.
    Paul Rijnaarts

Leave a Reply