Steden herconfigureren

Gelezen in ‘Building and Dwelling’ (2018) van Richard Sennett:

 Afbeeldingsresultaat voor richard sennett building and dwelling

Wanneer de Brits-Amerikaanse socioloog Richard Sennett in zijn nieuwste boek schrijft over waarom wij geen goede steden bouwen en hoe dat komt, sluit hij af met een vierde deel, gewijd aan ethiek voor de stad. Het opent met ‘Time’s Shadows’. Daarmee doelt Sennett op de klimaatcrisis, die zijn schaduwen vooruitwerpt. Uiteraard noemt hij orkaan Sandy. Wat een verwoestende storm kan aanrichten in een metropool als New York en in al die metropolen die aan het water gelegen zijn is inmiddels bekend. Vrijwel alle steden op deze wereld, schrijft hij, zijn watersteden, dus dat wordt nog wat. We zijn gewoon te laat, verzucht hij. De natuur zal keihard terugslaan. Aanpassen moet, er zit niets anders op. De begrippen ‘adaptatie’ en ‘mitigatie’ vindt hij voor het ethische denken zeer geschikt. Zijn voorkeur gaat uit naar adaptatie want mitigatie acht hij te hoog gegrepen, te onbescheiden ook. Maar het veranderende klimaat mag ons niet beletten om verder aan onze steden te bouwen. We moeten door. Alleen, we moeten heel andere steden bouwen. Lucretius, de Stoïcijn, beveelt hij aan als onze raadgever. Die vond dat we niet tegen de turbulentie van de tijd moesten vechten, maar verandering moesten accepteren, ermee leren leven, en hard werken. Echter ons lot accepteren is er niet bij. Onze grootstedelijke opgave, meent Sennett, is herconfigureren.

Herconfigureren houdt in dat als iets kapot gaat, je uit de bestaande onderdelen een nieuw geheel smeedt. Bij herconfigureren veranderen zowel functie als vorm. De stedenbouwkundig is hier uitvinder, eerder dan dienaar of bedenker van de vorm. Het is zelfs alsof de oorspronkelijke vorm nooit een doel heeft gehad, of een bestemming. Bij herconfiguratie worden de bestaande vormen open, er kan worden gevarieerd, de stad wordt hierdoor complexer, minder vooraf bepaald. Vormen, met andere woorden, blijken incompleet. Buurten worden socialer dankzij de poreuze randen, dat wil zeggen vorm en functie zijn niet langer aan elkaar geketend in een enkelvoudig verband. Hierdoor wordt de stad vrijer om zich verder te ontwikkelen. “It opens up.” Sennett trekt parallellen met de ambachtsman uit het eerste deel van zijn trilogie rond ‘homo faber’. De ambachtsman repareert liever niet, restaureren doet hij al helemaal niet. Hij beweegt mee met het materiaal, past zich aan. Nee, Sennett is geen voorstander van restauratie van stadsbeelden en ensembles. Dat is te gesloten, doet afbreuk aan de stedelijke complexiteit. Anders dan monumentenzorg kiest hij voor het ongeluk, dat in zijn ogen schitterend kan zijn. Een stad is een onvolkomen, gelijmd geheel, uit duizenden stukjes opnieuw in elkaar gezet, een collage. Mooi.


Posted

in

,

by

Comments

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *