Onbespreekbaar

On 4 mei 2015, in economie, politiek, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in ‘REOS Internationale vergelijking’ (2014) van Deltametropool:

REOS Vergelijking: Thema Economic Future Europe

Najaar 2014 publiceerde de Vereniging Deltametropool op verzoek van de rijksoverheid een cahier over economische concurrentiekracht van stedelijke gebieden in Nederland. Het gaat hier om de regio’s Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Eindhoven: het zogenaamde REOS-gebied. Die concurrentiekracht valt danig tegen. De Organisatie voor Ontwikkeling en Economische Samenwerking, de OESO, schreef dit euvel toe aan gebrek aan agglomeratiekracht. Anders gezegd, de Nederlandse grote steden zijn te klein. Centrale vraag was dus: hoe kan de concurrentiekracht van dit dun verstedelijkte landsdeel worden vergroot? Het Rijk is op zoek naar een gezamenlijke strategie. Om de vraag te beantwoorden deed de vereniging een internationale vergelijkende studie van een aantal Europese stedelijke gebieden die met de genoemde Nederlandse steden zouden concurreren. Echter, alles deed ze eraan om te voorkomen dat het ontwikkelen van één grote stad zou worden geagendeerd. Want wat rolde uit de studie?

Zoals zo vaak: wat je erin stopt rolt er ook weer uit. De vereniging koos vier thema’s: polycentrische variëteit, smart delta, economic future Europe en ‘place to be’. Zeg maar: woon- en leefkwaliteit, technologie en innovatie, mainports en connectiviteit, internationale uitstraling. Bij elk thema figureerden telkens vier vergelijkbare Europese steden. In totaal werden 20 steden geanalyseerd. Scores in deze quick scan zijn zowel kwantitatief als kwalitatief. Wat blijkt? Zes steden (Londen, Parijs, Kopenhagen, Stockholm, Berlijn, Wenen) scoren goed op alle vier de thema’s, het REOS-gebied echter niet. Wat kenmerkt die zes? Ze hebben één grootstedelijke kern. Omdat die configuratie in Nederland ontbreekt, aldus de vereniging, lijkt het haar raadzaam te kiezen voor regionale specialisatie en REOS eerder te meten met steden als Grenoble, Frankfurt en Zürich: "De onderzochte regio’s maken duidelijk dat niet alleen de grote steden steeds de winnaars, maar ook kleinere steden dingen mee op specifieke onderdelen." Laat me raden: Eindhoven krijgt smart delta, Rotterdam economische toekomst Europa, Den Haag polycentrische variëteit en Amsterdam ‘place to be’. Weer het oude Randstadliedje. Overigens, een stad als Detroit laat duidelijk zien dat regionale specialisatie op termijn ook weer tot verval leidt. Nooit doen dus! Het mogelijk maken van een echte grote complexe stad blijft in dit land ook in de 21ste eeuw kennelijk onbespreekbaar.

Agglomeratievoordelen

On 21 november 2014, in infrastructuur, politiek, regionale planning, by Zef Hemel

Gehoord in Eye, Amsterdam, op 17 november 2014:

 

In filmmuseum Eye sprak maandagavond Pieter Hooimeijer, hoogleraar sociale geografie aan de Universiteit Utrecht, de zogenaamde ‘Utrechtlezing’ voor de alumni van deze universiteit. Hooimeijer had het over het recente advies van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) over de toekomst van de stad. Mij hadden de organisatoren om een reactie na afloop gevraagd. Het werd een memorabele avond. Aan het begin van zijn uiteenzetting vertoonde Hooimeijer de beroemde TED-talk van Geoffrey West, bioloog verbonden aan het Santa Fe Institute in Los Alamos. Boodschap: hoe groter een stad, hoe efficiënter. Maar ook: hoe groter de stad, hoe meer welvaart. Die efficiency van grote steden, aldus West, vertaalt zich ook in infrastructuur. Bij een verdubbeling van de omvang van de steden heb je maar 85 procent extra infrastructuur nodig. Tel uit je winst. Hooimeijer liet het filmpje zien om het begrip ‘agglomeratievoordelen’ duidelijk te maken. 

Daarna vertelde de hoogleraar dat Nederland veel agglomeratievoordelen mist omdat onze steden te klein zijn. ‘Amsterdam is een dorp!,’ riep hij uit. Dat wilden de Utrechtenaren graag geloven. De hoofdstad zou eigenlijk in omvang moeten verdubbelen. Maar dat vond Hooimeijer juist niet. Schiphol zou dat volgens hem verhinderen. Daarom had de Raad een list bedacht. De steden zouden bij hun buren moeten lenen. Dat vereist samenwerking, nee complementariteit, en vooral snelle verbindingen. Zelf vond ik dat een te snelle conclusie. Ik begreep ook niet waarom we de TED Talk van West hadden moeten aanhoren. Met extra infrastructuur zondigen we toch tegen de wet van West? Die stelt juist dat grote steden efficiënter met hun infrastructuur omspringen. En trouwens, door Utrecht, Eindhoven en Amsterdam met een hogesnelheidstrein te verbinden verdubbel je niet de kritische massa van Amsterdam. Wat, vroeg ik bijna wanhopig, heeft de Fyra (kosten ruim 7 miljard euro) ons aan agglomeratievoordelen opgeleverd? Mijn pleidooi: meer fietspaden! Het werd een vrolijke avond.