Techhoofdstad

On 11 juli 2017, in economie, energie, Geen categorie, by Zef Hemel

Gehoord in Novotel, Amsterdam, op 6 juli 2017:

Afbeeldingsresultaat voor datacenters amsterdam ams-ix

Vorige week opende het Amerikaanse Equinix zijn derde datacenter op Science Park in Amsterdam, goed voor liefst 120.000 servers. De dag erna organiseerde Vastgoedjournaal een seminar over de snel expanderende markt voor datacenters in Nederland in het Amsterdamse Novotel. Was het toeval? Buck Consultants presenteerde er zijn marktverkenning. Die loog er niet om. Amsterdam, aldus Maurice Kuipers, staat in de top vier van Europese steden met concentraties van datacenters. In energieverbruik gemeten staat Amsterdam, na Londen, zelfs op plaats twee. Met 17% groei per jaar groeit de Nederlandse hoofdstad ook nog eens sneller dan zijn concurrenten (Londen, Frankfurt en Parijs). De markt zelf groeit exponentieel. De komende vijf jaar wordt rekening gehouden met een verdriedubbeling van het wereldwijde dataverkeer. Liefst 98% van de groei in Nederland, voorspelt Buck Consultants, zal plaatsvinden in Amsterdam. Alleen zogenoemde hyperscales zullen zich buiten de hoofdstad vestigen. De komende vijf jaar is dat niet meer dan één. Het succes van Amsterdam hangt sterk samen met de aanwezigheid van AMS-IX bij NIKHEF: de grootste internetknoop ter wereld in de Watergraafsmeer. Verder is de redundantie van het Nederlandse elektriciteitsnet van superieure kwaliteit en is Schiphol, waar de logistieke sector snel digitaliseert, wel heel nabij. Datacenters zijn een vestigingsvoorwaarde voor de nieuwe digitale economie. Door deze nieuwe infrastructuur verandert Amsterdam in een mondiale Techhoofdstad, met Londen, Parijs en Frankfurt. Heeft iemand dit in de gaten?

Zeker, datacenters slurpen energie. Nu al zijn DC’s in Amsterdam goed voor 11 procent van alle energie die bedrijven in de regio verbruiken. De capaciteit van het regionale energienet echter zit helemaal aan zijn plafond. Daar komt bij dat klanten van datacenters in toenemende groene stroom eisen. Zelf werken ze hard aan betere prestaties van hun servers. Niettemin doemt hier een groot en urgent probleem op, dat dit keer niet met ruimtelijke spreiding zal zijn op te lossen. Datacenters laten zich namelijk niet verplaatsen. De snel groeiende energiebehoefte zal dit keer in de Amsterdamse regio moeten worden opgevangen, in de vier clusters van datacenters die zich er razendsnel vormen: Amsterdam Science Park, Amsterdam Zuidoost, Amsterdam Westpoort en de Haarlemmermeer. Precies hierop wees René Buck als dagvoorzitter bij zijn moderatie van de middag in het Novotel: Amsterdam is de nieuwe Nederlandse Mainport, hierin moet de komende jaren fors worden geïnvesteerd. Waarbij hij refereerde aan het recente advies van de Raad voor Infrastructuur en de Leefomgeving: ‘Mainports voorbij’ (2016). Werd dit in Den Haag vorig jaar nog weggehoond, in het Novotel in Amsterdam was de stemming heel anders. Dit jaar vestigden Netflix en Uber zich in Amsterdam; Oracle telt nu al 400 medewerkers; bij Booking.com gaat het om 2800 mensen. Jeroen Lokerse van Cushman & Wakefield zei het laatst in de krant: “Wij Nederlanders zien die kwaliteiten van de stad niet altijd zo, maar millennials, de bron van talent bij technologiebedrijven, zien Amsterdam als de beste stad om te wonen en te werken in de wereld.” (Het Parool 13 mei 2017) Brainport in Eindhoven is goed, maar de echte mainport van de toekomst ligt in en rond de Watergraafsmeer. 

Tagged with:
 

The City as Playground

On 28 juni 2017, in innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Retracking America’ (1973) van John Friedmann:

Eind mei op uitnodiging van Prof. Jan Zielonka een gastcollege gegeven op Oxford University over governance in het digitale en circulaire tijdperk. Hoe kan het dat een stad als Amsterdam zo voorop loopt binnen Europa als het gaat om circulariteit, innovatie en digitale connectiviteit? Mijn lezing had als titel ‘The City as Playground’. Mijn invalshoek was die van de tegencultuur. Amsterdam kent een hele krachtige tegencultuur die inmiddels in de lokale institutionele wereld op tal van sleutelposities is doorgedrongen. Het waardensysteem van de tegencultuur is die van duurzaamheid, delen, creëren, spelen, innoveren, alles sociaal en inclusief. Van technologie is ze niet vies, maar bij haar is het allemaal spel, ernstig spel, het gaat haar niet om het winnen. Waar de tegencultuur is doorgedrongen in de gemeente ziet men broedplaatsenbeleid, tijdelijk gebruik van gebouwen, vrije vormen van gebiedsontwikkeling, spannende pilots, gewaagde experimenten. Waar ze in de universiteiten de ruimte krijgt, zijn onderwijs en onderzoek speels geworden, open, vernieuwend, experimenteel, vrolijk. En waar ze het bedrijfsleven infecteert, ontwikkelen ondernemers spannende nieuwe producten en diensten die maatschappelijk veel kunnen betekenen. Het mainstream worden van de tegencultuur in organisaties als de Amsterdam Economic Board is bepalend voor het succes van Amsterdam aan het begin van de eenentwintigste eeuw.

De Amerikaanse planoloog John Friedmann (1926-2017) heeft in ‘Retracking America’ (1973) het waardenstelsel van de tegencultuur treffend getypeerd. De tegencultuur, schreef hij, was een reactie op het zakelijke modernisme van de naoorlogse jaren, dat dacht vanuit schaarste, met één dominante cultuur die opereerde binnen een mechanistische sociale orde waarin iedereen zijn of haar vaste plek had. De tegencultuur brak daarmee. Twee waarden stonden bij haar voorop: “1. find the way back to the discovery of the Self, 2. Build up new forms of the collective life.” Met dat eerste duidde ze aan dat je je hart niet moet afsluiten van je verstand, dat je geloofwaardig moet zijn en gecommitteerd aan de zaak, dat al je acties sporen met wat je zegt, dat je werkt aan de tekortkomingen van de samenleving, dat je je overtuigingen niet moet opleggen aan anderen, maar ook dat je niks doet wat indruist tegen je eigen inzichten, en vooral dat je leert van anderen. Met het tweede waarde doelde Friedmann op het creëren van op het individu gerichte instituties, het vermijden van grootschaligheid, het werken in kleine teams, het versterken van niet-hiërarchische relaties, het beperken van bureaucratie. Het actief deelnemen aan de besluitvorming die je leven vormgeeft en het bewust niet deelnemen aan praktijken die je niet begrijpt of waar je niet in gelooft, ze typeren het waardensysteem van de tegencultuur. Wees vrij en voel je verantwoordelijk. Zo’n waardenstelsel, meende Friedmann, past het beste bij een toekomstige samenleving die door overvloed wordt getypeerd.

Tagged with:
 

Overal groei

On 22 juni 2017, in migratie, by Zef Hemel

Gehoord in Museum Het Schip in Amsterdam op 18 juni 2017:

Twee bijzondere bijeenkomsten bijgewoond in Amsterdam. De ene ging over bevolkingskrimp op het Europese platteland, de tweede over recente migratie naar Europese steden. De eerste speelde zich af in het Paleis op de Dam en werd bijgewoond door de Koninklijke familie, de tweede – vier dagen later – vond plaats in museum Het Schip in de Spaarndammerbuurt en maakte deel uit van het International Social Housing Festival. Tijdens de eerste werd een terugkeer naar het platteland bepleit, ja er werd zelfs een rurale renaissance in het vooruitzicht gesteld, de tweede pleitte voor een gastvrije stad voor buitenlanders en internationale vluchtelingen omdat de stroom migranten naar steden ook de komende jaren zal aanhouden. Wel gek om die twee bewegingen naast elkaar te zien. Migratie, zo luidde het afgelopen zondagmiddag, hoort nu eenmaal bij stedelijke ontwikkeling en dus is het belangrijk hoe steden die aanhoudende groei opvangen. Terwijl we vier dagen eerder in het geval van de platteland van bevolkingskrimp niet mochten spreken: plattelandsgemeenten waren “in een transitiefase”. Daar in het Paleis werd weliswaar toegegeven dat jongeren het platteland verlaten, maar die zouden terugkeren als de plattelandsgemeenten zich hun lot meer zouden aantrekken. Over buitenlandse migranten hoorde ik niets. Kennelijk zijn we ver voorbij de crisis. Overal ziet men weer groei.

Tijdens het International Social Housing Festival introduceerde Michelle Provoost van het Rotterdamse onderzoeksbureau Crimson die zondag vier steden die bijzondere migratie-geschiedenissen kennen: Prato in Italië, Aarhus in Denemarken. Londen en Wenen. Het voorbeeld van Prato ging over Chinese migranten in de kledingindustrie, Aarhus over de opvang van Syriërs, Londen over migranten uit de hele wereld, Wenen over de invasie uit Oost-Europa en de Balkan. Opvallend was dat elk van de sprekers liet zien dat opvang en integratie vooral in het informele en ongeplande plaatsvinden, niet in de gereguleerde systeemwereld van instanties en overheden. In Londen ging het om oude, vieze hoofdstraten waar migranten de straathandel nieuw leven inblazen, in Prato de vergeten publieke ruimte waar kunstenaars en migranten nieuwe ontmoetingsplekken creëren, in Aarhus de leegstaande openbare gebouwen, in Wenen de private huursector. Vooral Prato was illustratief. De Italiaanse autoriteiten, aldus Massimo Bressan, dachten de Chinese migranten te kunnen exploiteren, maar die bedachten hun eigen strategie. Chinezen kopen daar nu massaal vastgoed op en omzeilen daarmee de programma’s van de autoriteiten. Onmacht en onvermogen om met migratie om te gaan lijken overal groot. Onmacht, aldus Provoost, tekent ook de kabinetsformatie in Nederland, die is vastgelopen op uitgerekend de migratie.

Tagged with:
 

Een wereld te winnen

On 20 juni 2017, in benchmarks, by Zef Hemel

Gehoord bij Mori Memorial Foundation in Tokio op 23 mei 2017:

Afbeeldingsresultaat voor global power city index mori

Professor Hiroo Ishikawa ontving ons op de veertigste verdieping van het imposante Roppongi Hills. Op de vloer was een reusachtige maquette van het centrum van Tokio nagebouwd. Het gebied reikte van de baai tot aan Shinjuku. Ernaast lag, op dezelfde schaal, het schiereiland Manhattan. In één oogopslag werd duidelijk dat het centrum van New York slechts een fractie vormt van het veelkernige centrum van de Japanse megastad. We spraken over de ‘Global Power City Index 2016’ van de Mori Memorial Foundation. Het Institute for Urban Strategies van deze stichting – spin-off van een van de rijkste ontwikkelaars van Japan – doet al jaren onderzoek naar Global Cities. Men bestudeert 42 steden en doet dat op grondige wijze. Elke stad scoort op 70 indicatoren.In de index van afgelopen jaar staat Johannesburg op de laatste plaats. New York staat op plaats 2, na Londen en vóór Tokio. Tokio is Parijs voorbijgestreefd, die nu op plek vier is beland. Amsterdam staat op plaats 8, net boven Berlijn, maar onder Hong Kong. Die relatief hoge plek op de lijst van wereldsteden heeft de Nederlandse hoofdstad vooral te danken aan de luchthaven. Zonder Schiphol was Amsterdam of Nederland überhaupt niet op de ranglijst geweest.

Naast internationale bereikbaarheid (netwerk, vluchten, landingsbanen, punctualiteit) scoort Amsterdam relatief hoog op culturele aantrekkelijkheid. De uitstekende culturele voorzieningen en de schitterende binnenstad dragen hier uiteraard aan bij. Ook qua stadions, hotels en in mindere mate winkels doet de stad het niet slecht. Maar op alle andere vlakken doet Amsterdam het eigenlijk beduidend minder dan veel andere wereldsteden: onderwijs en onderzoek, economie, leefbaarheid, en zelfs duurzaamheid. Een megastad als Tokio biedt op al deze terreinen beduidend meer, ja zelfs als het om leefbaarheid en duurzaamheid gaat. Stedelijke omvang zegt dus weinig. En juist de Japanse steden (Osaka, Fukuoka, Tokio) scoren hoog op leefbaarheid. De auto heeft er geen ruimte gekregen. In het oog springend vond ik ook het belang van de culinaire infrastructuur in de benchmark van de Mori Memorial Foundation. Lekker eten in uitstekende restaurants, het maakt veel uit en blijkt buitengewoon belangrijk voor de score van een wereldstad. Die culinaire reputatie heeft weer invloed op economie, onderwijs en onderzoek, cultuur en leefbaarheid. En op culinair gebied scoort Amsterdam matig (plaats 28). Een eetcultuur is hier nauwelijks ontwikkeld. In Tokio is dat heel anders. Uitgerekend daarop valt nog een wereld te winnen.

Tagged with:
 

Arrogant Amsterdam

On 23 maart 2017, in economie, politiek, by Zef Hemel

Gehoord in CREA, Amsterdam, op 21 maart 2017:

 

Slechts kort was Amsterdam de hoofdstad van Nederland. Het idee was Frans, niet Hollands. In het keizerrijk van Napoleon I bestonden feitelijk drie hoofdsteden: Rome, Parijs en Amsterdam. Amsterdam telde destijds liefst 200.000 inwoners en was veel groter dan Berlijn. Ook de latere koning Willem I kon in 1814 niet om Amsterdam heen. Aarzelend wees hij de stad aan het IJ aan als hoofdstad van zijn prille monarchie. Maar Brussel wilde dat niet accepteren. Nog steeds is Amsterdam niet een echte hoofdstad. In de grondwetswijziging van 1983 werd ze weliswaar aangewezen als de plek voor de inhuldiging van de nieuwe koning, maar dat is het dan ook. Dat stelde historicus Remieg Aerts in de vierde Amsterdamlezing van dit jaar. Ook de inwoners van Amsterdam zelf, voegde de nieuwe hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de UvA er fijntjes aan toe, voelen zich geen trotse Nederlanders. Amsterdam is altijd een echte havenstad geweest die meer gericht was op de wereld. Het IJ was haar werkelijke gezicht. Met haar directe omgeving of achterland wilde ze liever niets te maken hebben. Omgekeerd voelen de Nederlanders weinig warme gevoelens voor Amsterdam. Ze hebben die Amsterdammers altijd arrogant gevonden.

Aerts wees op de grote invloed van Schiphol en de internetknoop in de Watergraafsmeer op de Amsterdamse economie in de laatste decennia. De stad heeft zich na 1970 rigoureus omgedraaid naar het zuiden. De Zuidas is nu haar werkgebied. Opnieuw is ze veel sterker dan de rest van Nederland internationaal georiënteerd. Nieuwe clusters rond creatieve industrie en het moderne zakenleven weet ze aan zich te binden; omgekeerd heeft haar internationale aantrekkingskracht een zelfversterkend effect. Amsterdam heeft daardoor, opnieuw, een unieke positie binnen Nederland veroverd, en dat in vrijwel elk opzicht. Opnieuw negeert ze de rest van Nederland. Aerts duidde haar nieuwe economie aan als innovatief, experimenteel, hedonistisch, post-materialistisch, grootstedelijk, geglobaliseerd. Een werkstad is ze allang niet meer. Iedereen wil er naartoe, “gewoon om er te zijn”. Terwijl Rotterdam en Den Haag verarmen en de randen van Nederland vergrijzen en krimpen, kookt Amsterdam over. Ook politiek wijkt de stad met Denk, GroenLinks en Partij voor de Dieren steeds scherper af. Haar grootste bedreiging is een vastlopende woningmarkt met veel te hoge prijzen. Maar om Amsterdam nu snel in omvang te verdubbelen vond Aerts een brug te ver. Aerts, die zelf in Arnhem woont, meent dat de meeste Nederlanders toch liever buiten willen wonen. Trouwens, door te verdubbelen zou Amsterdam de rest van Nederland leegzuigen. Iemand in de zaal wierp tegen dat een ‘Global City’ als Amsterdam zich van zulke motieven toch niets aantrekt en dat hij wel begreep dat een hoogleraar Vaderlandse geschiedenis zoiets beweerde. Het was de meest arrogante opmerking van de avond.

Tagged with:
 

Bouwen, sociale ingenieurs, bouwen!

On 20 maart 2017, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gezien in De Bazel, Amsterdam, op 16 maart 2017:

 

Mooie tentoonstelling over de naoorlogse uitvoering van het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam, nu te zien in De Bazel aan de Vijzelstraat. Afgelopen week werd hij geopend door burgemeester Van der Laan. De tentoonstelling bestaat uit vier stijlkamers. Elke kamer heeft betrekking op een periode: 1935, 1958, 2006, 2017. Telkens waan je je in een ruimte waar ambtenaren, na te hebben vergaderd, net hun hielen hebben gelicht. Een stem praat je bij over de stand van het denken. Die uit 1958 vormt voor mij de kern: dan bevinden we ons midden in de naoorlogse uitvoering van het grote plan. De ruimte is gevuld met tekentafels en allerhande maquettes, op een groot prikbord aan de wand wordt de uitvoering van elke wijk en buurt nauwgezet bijgehouden. Met man en macht wordt geprobeerd om in tien jaar tijd liefst 50.000 arbeiderswoningen in Amsterdam bij te bouwen. Dat begint in 1946 en is in 1958 grotendeels gelukt. Ondertussen zien de in witte jassen geklede sociale ingenieurs zich geconfronteerd met reorganisaties en bezuinigingen. 1958 is ook het jaar waarin Cornelis van Eesteren als hoofd van de afdeling Stadsontwikkeling wordt opgevolgd door mejuffrouw Mulder. Eerder al, in 1953, had zijn kompaan Van Lohuizen er de brui aan gegeven.In de tentoonstelling wordt niet vermeld dat Van Eesteren juist dan van de Minister van Verkeer en Waterstaat de opdracht kreeg om Lelystad te ontwerpen, een nieuwe stad in de polder van 100.000 inwoners, bedoeld voor Amsterdammers die van hogerhand moesten ‘overlopen’. 

Ik zag opvallende parallellen met de Sovjet-Unie van Nikita Chroetsjov: ook daar was de naoorlogse opgave om tegen de laagst mogelijke kosten zoveel mogelijk arbeiderswoningen te bouwen. In Nederland en in Rusland werd dit alles destijds door politici bedisseld en door overheidsdiensten loyaal uitgevoerd. Woningbouw was de grootste zorg in het naoorlogse berooide Europa, zowel in Oost als in West. En het AUP zelf (1935) was een plan uit de crisisjaren dat tien jaar werkloos op de plank was blijven liggen. De joodse wethouder Van der Velde had het plan nog als raadslid vastgesteld en verordonneerde in 1946, amper teruggekeerd uit de kampen, versnelde uitvoering. De begroting van Publieke Werken ging van 15 miljoen in 1945 naar meer dan 120 miljoen gulden in 1957. En warempel, het lukte de ambtenaren om de onmogelijke klus te klaren. Maar zijn opvolger Van ‘t Hull wilde de opgebouwde macht van de ambtelijke diensten alweer breken. Zijn gedwongen vertrek wachtte Van Eesteren niet af. Tentoonstelling en teksten lezen als een Sovjet-epos met haar vijfjarenplannen, economische beloftes, nadruk op arbeiderswoningen, politieke heroïek, overheidsplanning, het breken van de ambtelijke macht, alles op een ongekend grote schaal. Lenin en Stalin als de helden van de sociale ingenieurs, ze hadden zowaar hun evenknieën in de Nederlandse polder. Nee heus, de opgave waar Amsterdam anno 2017 voor staat is een andere dan in 1945. Laat de overheid niet opnieuw 50.000 woningen in tien jaar tijd uit de grond willen stampen. Dit keer liever een metropolitane ambitie van de nieuwe middenklasse.

Tagged with:
 

Some Orange in a Dark Blue Sea

On 17 maart 2017, in politiek, by Zef Hemel

Read on Twitter, by @JossedeVoogd:

Last week, there were national elections for Dutch parliament. The social-democrats of Mr. Asscher got a fatal blow, the liberal-conservative party of Prime-Minister Rutte stayed the biggest, the Green party of the young Mr. Klaver was rather successful, but the leftist parties in general continued to shrink, while Dutch populism is on the rise. Mr. Wilders’s PVV became the second biggest party, so you might conclude that he is the real winner. And Mr. Rutte’s party, the VVD, which showed a nasty populist face in the campaign, became a lot weaker and lost more than twenty percent of its votes. After the murder on Rotterdam-based Mr. Pim Fortuyn in 2002, the Low Countries have changed in a most dramatic way. Even the PvdA of Mr. Asscher became ‘patriotic’. Some were hoping for a young Trudeau in the Netherlands. Their hope evaporated. This country got a near-Trump victory. Geographer Josse de Voogd produced a great map that shows the new Dutch political landscape in a most horrible way, as if most of the Netherlands got flooded.

In the political geography of the Netherlands, more and more Amsterdam is becoming an orange, leftist island in a deep blue sea of nationalism and ultra-right wing conservatism. The Green party of Mr. Klaver, which has its base in the capital city, was able to attract more than a million mainly young voters and was the only party that really could mobilize people by organizing mass-meetings in Amsterdam Southeast. The liberal party of Mr. Pechtold – D66 is also an Amsterdam invention – followed. But look at the other big cities, Rotterdam and The Hague, and see how its inhabitants voted: the populist party became almost the biggest; for Mr. Rutte, Rotterdam was a narrow escape. While Amsterdam voted left-liberal, Rotterdam and The Hague were dominated by the right wing-populist parties. The Rust Belt in the Netherlands seems to be growing fast, due to decades of planned suburbanization, because Zeeland, Limburg, Groningen and Drenthe all are following the Rotterdam voting now. Amsterdam and Utrecht are the exception. This fuels the aggression in the rest of the Netherlands. They think Amsterdam is arrogant, a ‘bubble’. It is not. Amsterdam is a Global City. It is the rest of the country that is having an ever bigger problem.

Tagged with:
 

Wen er maar aan

On 15 maart 2017, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in BloombergMarkets van 17 januari 2017:

Amsterdam wordt onbetaalbaar. Een woning kopen in de hoofdstad is nu al behoorlijk lastig. Straks is de stad niet meer toegankelijk, vrezen velen. En die vrees is terecht. Want goedkoop zal Amsterdam niet meer worden, eerder duurder, veel duurder zelfs. In Aziatische steden is dit al een heel normaal verschijnsel. Niemand in Tokio, Hongkong, Seoul of Singapore kan zich de aanschaf van een huis veroorloven. Vrijwel iedereen huurt daar een appartement en consumeert een beperkt aantal vierkante meters. Ook Londen, New York, San Francisco, Toronto en Wenen moeten er aan geloven. In mijn boek ‘De toekomst van de stad. Een pleidooi voor een metropool’ (2016) schreef ik dat het een gemiddeld gezin in Peking 22,3 jaar kost om een huis te kunnen kopen, in Shanghai is dat 15,9 jaar. Dat is twee keer zo lang als in Tokio, drie keer langer dan in Londen, en vier keer langer dan in New York. Begin dit jaar berichtte BloombergMarkets dat de woningprijs/inkomen ratio in Hongkong op dit moment het ongunstigst is, daarna volgt Mumbai, Londen staat genoteerd op vijf, Tokio op zes, Singapore op zeven. Amsterdam komt in de top tien nog niet voor. Daarvoor is een reden. Maar dat kan snel veranderen.

Op dit moment jaagt de Nederlandse regering de koopmarkt nog flink aan door het fiscaal aantrekkelijk maken van de aanschaf van huizen. Het lage rentetarief helpt haar daarbij. Woonruimte huren daarentegen is belachelijk duur gemaakt. Doel van dit alles is om voor de Tweedekamerverkiezingen van maart 2017 vooral in de krimpgebieden de in elkaar gezakte woningmarkt op te krikken, de fouten in het VINEX-beleid te verdoezelen en bovendien de in nood verkerende banken te redden. Het scheelt kiezers als mensen in de provincie niet langer hun woning ‘onder water’ hebben staan. Het bijeffect is dat in Amsterdam de koopprijs tot ongekende hoogte wordt opgestuwd. Dat laatste neemt men in Den Haag voor lief. Misschien hopen de Amsterdammers zelf dat de volgende regering bij zinnen zal komen en de koopwoningenmarkt zal doen afkoelen. Vooral starters op de woningmarkt zouden daarvan profiteren. Ik voorspel echter dat dat niet zal gebeuren. Of misschien gebeurt het wel, maar Amsterdam zal desondanks alleen maar duurder worden. Amsterdam is te mooi, te geliefd in de wereld, te internationaal en veel te klein en te dun bebouwd. Uiteindelijk zullen we allemaal woonruimte gaan huren. Alleen een verdubbeling van Amsterdam kan iets helpen. Maar daarvoor moest je bij deze regering niet wezen.

Tagged with:
 

Try the Frogs

On 13 maart 2017, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in The Independent van 21 februari 2017:

Afbeeldingsresultaat voor try the frogs paris brexit

 

Geen metropool doet harder zijn best om te profiteren van Brexit dan Parijs. De Franse hoofdstad wil zoveel mogelijk hooggekwalificeerde banen uit Londen aantrekken en zo alsnog een mondiaal financieel centrum worden. Ze profiteert daarbij van haar grootstedelijke omvang (8 miljoen inwoners, Île-de-France zelfs 12 miljoen) en haar geringe afstand tot Londen, een nabijheid die nog kracht wordt bijgezet door de hogesnelheidsverbinding tussen de twee metropolen. Op 21 februari berichtte de Britse zakenkrant The Independent dat Parijs een nieuw wapen in de strijd gooit: vóór 2021 belooft de stad zeven wolkenkrabbers te zullen bouwen in La Défense, het zakencentrum van Parijs. Ze zullen hoger zijn dan alle torens die de afgelopen veertig jaar in Parijs zijn gebouwd. De aankondiging werd gedaan door presidentskandidaat Macron, de voormalige minister van Economische Zaken in de regering Hollande, tijdens zijn recente campagnebezoek aan Londen, waar zeker 200.000 Fransen wonen. Het blijkt te gaan om één Franse ontwikkelaar, Defacto, die 375.000 vierkante meter kantoorvloer wil realiseren in La Défense en die met Brexit de kans schoon ziet om een aantrekkelijke nieuwe klantenkring aan te boren. Opmerkelijk is het wel: juist Parijs is altijd wars geweest van hoogbouw en heeft na realisatie van de Tour Montparnasse in 1973 eigenlijk nooit meer echte hoge torens durven bouwen.

Het blijkt te gaan om Trinity, Alto, M2, Hekla, Sisters, Air 2 and Hermitage: zeven torens die La Défense een nieuwe impuls moeten geven en die hoger zijn dan de limiet van 180 meter. Niet de geringste architecten worden daarvoor ingezet, zoals Foster, Portzamparc en Jean Nouvel. Wat niet wil zeggen dat hier echt iets spectaculairs staat te gebeuren. Alle torens zien er even obligaat uit. Waren ze iets lager gedimensioneerd, dan hadden ze ook op de Zuidas kunnen staan. Het zijn er overigens niet zeven, maar negen. De slogan van La Défense is: ‘Tired of the Fog? Try the Frogs!’ Anders gezegd, de Fransen roepen de Britten op de mist van Londen te verlaten en een Franse kikker op het vasteland te proberen. Het punt is alleen dat kikkers alle kanten uitspringen. Omdat zeer hoogwaardige dienstverlening als mondiaal opererende banken en andere financiële instellingen extreem hoge eisen stellen aan hun omgeving, zullen ze dicht bij elkaar neerstrijken, in één fantastische metropool. Of dat Parijs wordt is nog maar de vraag. Het Franse belastingtarief is veel te hoog. Maar Amsterdam en Frankfurt zijn weer veel te klein. Amsterdam moet eerst internationale scholen bouwen, zelfs aan woningen is een schrikbarend gebrek. Europese steden zullen hooguit back-offices van de zakenbanken krijgen. New York, Shanghai of Singapore trekken aan het langste eind. En Amsterdam? Nieuwe torens op de Zuidas beloven speelt überhaupt geen rol in de Nederlandse verkiezingscampagne.

Tagged with:
 

Harde lessen

On 11 maart 2017, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in Economische Verkenningen MRA 2017:

Afbeeldingsresultaat voor economische verkenningen mra 2017

Geen goed nieuws. De economie van de metropoolregio Amsterdam heeft zich weliswaar hersteld na de financiële crisis van 2008 en de regio presteert ook beter dan de rest van Nederland, maar ze groeit op een lager niveau dan voor de crisis. Dit ‘nieuwe normaal’ was het grote nieuws tijdens de lancering van de nieuwe Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam op donderdag 2 maart 2017 in filmuseum Eye. Niet echt goed nieuws dus. “In vergelijking met de rest van Nederland en andere stedelijke regio’s in Europa, is de groei van de MRA evengoed relatief hoog. Dit komt mede door het beter benutten van agglomeratievoordelen, die ervoor zorgen dat bedrijven en werknemers productiever zijn dan elders.” Europa presteert al jaren slechter dan de rest van de wereld en ook is Nederland, ondanks licht herstel, economisch zwakker geworden. Juist die toevoeging – de grote betekenis van agglomeratievoordelen – is daarom zo interessant. Wat blijkt? De economische groei van de MRA concentreert zich steeds sterker rond Amsterdam en Amstelland-Meerlanden. “Deze analyse onderstreept het grote en toenemende belang van nabijheid in onze moderne economie.”

In het bijgeleverde cahier gaat Henri de Groot, hoogleraar economische dynamiek aan de Vrije Universiteit, in op dit belangrijke aspect van nabijheid. In zijn onderzoek op buurtniveau stelt hij vast dat al geruime tijd het belang van nabijheid toeneemt. Centrumlocaties zijn niet alleen in trek, maar presteren ook beter, woningmarktprijzen zijn er hoger, de werkgelegenheid groeit er sneller. Mensen zijn bereid om te betalen voor grootstedelijkheid. Vandaar de waarschuwing van de onderzoekers op het eind: burgemeesters in de randgemeenten kunnen gaan denken dat ze óók weer moeten bouwen, maar dat is niet zo. “Gecombineerd met de voor Nederland kenmerkende hang naar ruimtelijke herverdeling, ligt hier een risico op de loer van keuzen die zich meer laten leiden door het streven naar regionale gelijkheid dan naar efficiëntie op het niveau van de MRA als geheel.” Laat Amsterdam dus verdubbelen en incasseer de winsten van verdere verdichting en ga niet weer ruimtelijk spreiden. Maar dat is nog niets alles, want let op de nabrander. Tot nu toe was het beleid volgens De Groot ‘aan de conservatieve kant’. Er had al jaren veel ambitieuzer ingezet moeten worden op verdichting in de kernstad Amsterdam.

Tagged with: