Impossible story

On 2 september 2015, in geschiedenis, by Zef Hemel

Read in Het Parool of 15 August 2015:

 

The name: Mes Aynak. The old city is situated in Afghanistan. The remains of an old buddhist cloister were found here when the mining started in one of the biggest copper mines of the world. A Chinese firm – the China Mettallurgical Group Corporation – had bought the site in 2007 and promised to invest 909 million dollars in mining and infrastructure: a railway, an electricity plant, a factory. But then the archeologists discovered a whole city of almost 400.000 square meters of temples and cloisters. Buddhist sculpures portray Buddha in a Greek toga, but also a Chinese one, thus referring explicitly to Greek influences (Alexander the Great) and to Chinese, when the local Gandhara civilization attracted pilgrims from all over India and China. Experts think the whole site is comparable to Machu Picchu or Pompeï. But they have only three years to finish the excavations. Then the mining will get started. Only ten per cent of the city has been researched until now. In the layers far beneath the temples they think they will find another 5000 years old artefacts dating from the Bronze time. At the same time islamic fighters of the Taliban try to bomb the site. Can you imagine?

Why they published an article on Mes Aynak in the Amsterdam based newspaper Het Parool I don’t know. It must be the IDFA, the yearly international documentary festival in Amsterdam. The journalist, Mary Munnik, quotes an American filmmaker, Brent Huffman, who made a documentary on the excavations in 2011. At the launching of his film in Amsterdam Huffman had described the destroying of an antique city by Chinese miners ‘an impossible story’. You can view a trailer on Youtube. Have a view: https://www.youtube.com/watch?v=V8_EGRxK3UM. Impressive it looks. So what can we do? Saving Mes Aynak for the next generations? Or exploiting and selling the copper, building an electricity plant, adding a new railway? The Worldbank seems to be in favour of the last. It’s the economy, stupid?

Tagged with:
 

Collectief brein

On 23 april 2014, in geschiedenis, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 20 april 2014:

Ook de archeologen komen er nu achter. In het lezenswaardige ‘De macht van het getal’ beschrijft wetenschapsjournalist Lucas Brouwer in NRC Handelsblad hoe archeologen en antropologen in twee scholen redetwisten over de vraag waarom Neanderthaler het hebben afgelegd tegen de mens. Het oude antwoord: de hersenen van de mens bleken superieur. Een nieuw antwoord, onlangs verwoord in ‘Current Anthropology’ (december 2013): het komt door bevolkingsgroei en cultuur. "Homo sapiens bouwde geen creatieve cultuur op omdat hij slimmer was maar omdat hij talrijker was." Zo begonnen vroege mensen zo’n 40.000 jaar geleden met het maken van kunst en complex gereedschap, maar dat konden ze alleen doen omdat ze met zovelen waren. Anders gezegd: "Hoe meer mensen met elkaar verbonden zijn, hoe complexer onze technologie en cultuur kunnen worden." En ja, daar heb je hem: "Een gemeenschap van mensen is als een collectief brein."

Het idee dat technologie en cultuur bloeien als de bevolking maar groot genoeg is, geldt nog steeds. In mijn intreerede, getiteld ‘De stad als brein’ (september 2012) heb ik beschreven hoe dat werkt: grote metropolen, beweerde ik, zijn slimmer en innovatiever dan kleine. Bouw dus grote steden als je mee wilt doen in de snel veranderende wereld van technologie en hoogstaande cultuur. En denk dus niet dat als je een campus bouwt de innovatie vanzelf volgt, ambieer ook geen ‘Harvard aan de Amstel’, maar zet al je geld in op het bouwen van een diverse metropool. Als beloning krijg je meer duurzaamheid, meer sociale interactie, meer cohesie, meer innovatie, meer vrijheid, meer economische groei. Jammer dat de antropologen zijn blijven steken in demografie, al is het wel begrijpelijk. Ze richten zich op jager-verzamelaars, niet op vroege stedelingen. Ze zouden oude steden en hun groeiende bevolkingen moeten doorgronden. Iets anders is de innovatieagenda van Nederland anno 2014. Daarvoor geldt: concentreer de 17 miljoen inwoners zoveel mogelijk in een of twee metropolen en laat dit zo organisch mogelijk gebeuren. Groei en krimp, ze leiden vanzelf naar een meer duurzame en innovatieve ruimtelijke orde. Maar je kan het een duwtje in de goede richting geven.

Tagged with:
 

De les van Petra

On 9 januari 2014, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 5 oktober 2013:

Over de opkomst en ondergang van de stad Petra, in Jordanie, weten we inmiddels veel. Archeologen dachten aanvankelijk dat het een soort dodenstad betrof, maar dat blijkt Petra zeker niet te zijn geweest. Zijn opmerkelijke bloeiperiode beleefde de woestijnstad in de eerste eeuw voor Christus. De stad telde toen niet minder dan twintigduizend inwoners. Zij leefden er een luxueus en comfortabel leven, zo midden in de woestijn. “Met tuinen, fonteinen en een koninklijk paleis waar vloerverwarming noch doortrekkende toiletten ontbraken.” Met een ingenieus irrigatiesysteem met kilometers lange keramieken pijpleidingen en aquaducten vingen de inwoners het schaarse bergwater op, dat ze in bekkens dicht bij de stad bewaarden. Tempels en tuinen omkleedden het geheel. Waarmee verdienden ze hun geld? Hoe kon de stad zo sterk groeien daar in de woestijn, met zomerse temperaturen van liefst 50 graden Celsius? Het antwoord weten we nu. Petra was een handelsstad.

Strategisch gelegen op de karavaanroutes tussen India en Rome konden het woestijnvolk van de Nabateërs een positie opeisen als beschermers van de konvooien. Per dromedaris werden producten als wierook, mirre, specerijen, goud, oliën, zeeklei, teer en textiel dwars door de woestijn, tussen Dode Zee en Rode Zee, naar de havens van Gaza en Alexandrië vervoerd. De Nabateërs, aldus Ianthe Sahadat in NRC Handelsblad, “wisten zich via een handelsmonopolie een ontzaglijke rijkdom eigen te maken die in de razendsnelle stichting van de glorieuze rotsstad Petra resulteerde.” Maar de hoogtijdagen van Petra duurden niet lang. Want een stad die alleen op handel vertrouwt gaat vroeg of laat ten onder. Een lokale maak- en diensteneconomie werd niet ontwikkeld; Petra vertrouwde op het doorvoeren van goederen. Toen de handelsroute zich verlegde, verloor de stad zijn economie. Vanaf de eerste eeuw na Christus verbeterde de navigatie over de Rode Zee en de Nijl, waardoor schepen werden verruild voor dromedarissen en Petra in de woestijn verdween, om pas eeuwen later te worden opgegraven. De les van Petra: vertrouw niet teveel op handel en bouw een lokale economie.

Tagged with:
 

Eerst stad, toen landbouw

On 17 september 2013, in geschiedenis, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 7 juli 2013:

De hypothese van Jane Jacobs dat de zogenaamde ‘landbouwrevolutie’ het gevolg moet zijn geweest van hele vroege verstedelijking doordat alleen de samenballing van veel mensen tot al deze uitvindingen kan hebben geleid, en niet andersom, dus dat de eerste steden pas later, dankzij de landbouwrevolutie, zich konden vormen, lijkt opnieuw bevestigd te worden door recent archeologisch onderzoek in het oostelijk deel van de Vruchtbare Maansikkel – het landbouwgebied dat loopt van Israël via Irak naar het zuiden van Iran. In Chogha Golan, West-Iran, zijn onlangs grote hoeveelheden plantenresten ontdekt die erop wijzen dat hier al vanaf ruim 11.000 jaar geleden wilde gerst werd verbouwd. Hendrik Spiering in de wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad: “Dit is een belangrijke nieuwe aanwijzing dat de landbouw rond 11.000 à 10.000 jaar geleden op verschillende plaatsen in het Midden-Oosten vrijwel tegelijk is ontstaan.” Spiering wijst erop dat de landbouwrevolutie in werkelijkheid een heel geleidelijk proces is geweest van allemaal kleine innovaties: van gereedschappen, bemesting en zaadveredeling. “De veranderingen gingen langzaam genoeg om de kennis over een groot gebied uit te wisselen.”

Wat werd er gevonden in Chogha Golan? Niet alleen plantenresten. “Chogha Golan werd eind jaren negentig ontdekt, waarbij eerst de relatief grote stenen muren en gepleisterde vloeren opvielen. Ook werd een groot aantal vijzels en maalstenen gevonden: een duidelijke aanwijzing van het eten van zaden.” De vondst staat niet op zichzelf. In Zuid-Turkije, tegen de Syrische grens, werd in de jaren negentig Göbekli Tepe opgegraven: een heiligdom van zo’n 11.000 jaar geleden, bestaande uit grote stenen die door een groot aantal mensen de berg op moeten zijn gesleept. “Mogelijk was het een multiregionaal heiligdom waar mensen uit heinde en verre naar toe kwamen voor feesten. Ideaal voor de uitwisseling van zaden.” Grote stenen. Een groot aantal mensen. Multiregionaal. Ideaal voor uitwisseling. Dat is toch iets anders dan hunnebedden. Was dit geen hele vroege stad?

Tagged with:
 

Erwten als bewijs

On 16 april 2013, in innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 11 januari 2013:

Onder de kop ‘Het begin van landbouw was bewuste keuze’ verscheen in de wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad laatst een artikel over het ontstaan van de landbouw. Volgens de gangbare theorie ontstond deze geleidelijk, doordat mensen en gewassen langzaam naar elkaar toegroeiden. ‘Cultivatie vóór domesticatie’ heet deze theorie. Die theorie blijkt niet langer houdbaar. Waarom? Omdat wilde erwten nooit een belangrijke voedingsbron kunnen zijn geweest voor jager-verzamelaars. De opbrengst was daarvoor te laag. Erwten, linzen (foto) en kikkererwten moeten onaantrekkelijk zijn geweest om te verbouwen. Toch waren deze peulvruchten een ‘rotsvast onderdeel’ van het allereerste akkerbouwpakket, samen met granen als eenkoorn, emmer en gerst. Wetenschapsjournalist Hendrik Spiering: “Op de oudste plekken waar verbouwd graan wordt gevonden, ca. 11.000 jaar oud, worden óók altijd resten van erwten, linzen en kikkerwerwten gevonden.” Conclusie van de wetenschappers? “Het is een snel proces geweest, geleid door bewuste en kundige mensen die hun vindingrijkheid gebruikten.” Geen jager-verzamelaars dus. Maar wat voor mensen dan wel?

De wetenschappers houden het op ‘vroege boeren’, maar alles wijst erop dat het gaat om stedelingen. Circa 11.000 jaar vormden zich namelijk de eerste steden in de wereld. Overal waar de vroegste steden werden aangetroffen treft men korte tijd later ook sporen van vroege landbouw aan. Voor Jane Jacobs was het aanleiding om in ‘The Economy of Cities’ (1968) de theorie te ontvouwen dat de vroege landbouw een stedelijke innovatie is geweest en dat er dus eerst steden waren, en daarna pas landbouw. Nog steeds ontkennen veel archeologen deze bijzondere hypothese die steden aan de basis van de menselijke evolutie plaatst.  Waarom? Omdat ze nog altijd veronderstellen dat boeren hun omgeving als de beste begrepen en stedelingen, die dat veel minder deden, pas veel later op het wereldtoneel zouden zijn verschenen. Stedelingen zouden natuur en landbouw nooit hebben begrepen. Preciezer, stedelingen zijn boeren die van hun omgeving vervreemd zijn geraakt. Zoiets. Een hele merkwaardige redenering. Het is omgekeerd: de vroege boer was een stedelijke innovatie, die later van de stad vervreemd is geraakt.

Tagged with:
 

De eerste stad ever

On 5 februari 2013, in geschiedenis, by Zef Hemel

Gelezen in NRC handelsblad van 2 februari 2013:

De oorsprong van de mens moet in Oost-Afrika worden gezocht. Pas helemaal op het eind van Bill Bryson’s vuistdikke ‘Een kleine geschiedenis van bijna alles’ (2004) verschijnt de eerste versie van de mens als een staande aap, levend in de Afrikaanse vlakte. De plek is in het blauwe Ngonggebergte in Kenia, 65 kilometer ten zuiden van Nairobi. Daar bevindt zich de alleroudste nederzetting van Homo Erectus, Olorgesailie genaamd. In 1919 ontdekte iemand dat daar, in een vlakte in de Great Rift Valley, de blakerende bodem waar ooit een meer moet hebben gelegen, bezaaid was met abnormaal donkere stenen die duidelijk door mensen waren bewerkt. De stenen van kwarts en zwarte lava moeten over een afstand van zeker 10 kilometer uit de bergen zijn gesleept naar deze plek, waar ze tot bijlen waren geslepen. De opgravingen toonden aan “dat er een plek was waar de bijlen werden gemaakt en een andere waar onbewerkte stenen werden gebracht om te worden aangescherpt.” Bryson concludeert dat Olorgesailie een soort ‘fabriek’ was, een die zo’n miljoen jaar in bedrijf bleef. “We moeten nu dus constateren dat oermensen miljoenen jaren lang – veel, veel langer dan onze eigen soort ooit bestond, laat staan zich aan een blijvende coöperatieve inspanning waagden – in groten getale naar deze specifieke plek kwamen om grote aantallen werktuigen te maken die naar het schijnt nogal zinloos waren.”

Ik moest aan de passage denken toen ik afgelopen weekeinde de krant opensloeg en over de vondst van een serie vuistbijlen in Konso, Ethiopië, las, geschat op 1,75 miljoen jaren oud. Het zou gaan om werktuigen van een proto-Erectus: het Acheulien-type. “Bijzonder van de vondst in Konso is dat er uit een lange tijdreeks werktuigen zijn gevonden, tot jonger dan 1 miljoen jaar oud.” De picks in de vuistbijlen bleken in die lange tijd nauwelijks veranderd, maar de bijlen zelf werden wel dunner, symmetrischer en er trad een zekere standaardisering op. Over een eventuele nederzetting lezen we niets. De technologie lijkt echter opnieuw verbonden met een plek, met iets als een ‘fabriek’, een nederzetting, een prototype van een stad.

Tagged with:
 

Het lot van steden

On 10 december 2012, in geschiedenis, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Lof der stenen’ (2012) van Nicolaas Matsier:

Afgelopen week opende in het Allard Pierson Museum in Amsterdam de tentoonstelling ‘Troje. Stad, Homerus en Turkije’. Troje is vooral bekend van de door Homerus beschreven strijd tussen Grieken en Trojanen. Weer las ik in de krant over Heinrich Schliemann, de ontdekker van de Anatolische stad die ooit gelegen moet hebben aan de kust van de Dardanellen. Nicolaas Matsier heeft over deze Duitse archeoloog meeslepend geschreven in ‘Lof der stenen’, om precies te zijn in het eerder verschenen ‘De archeoloog als avonturier’. Nu, bij de opening van de tentoonstelling, werd Schliemann in NRC Handelsblad aangeduid als een ‘boef’ die de schatten van Troje in 1881 via Athene naar Berlijn zou hebben verscheept, waar ze tijdens de Tweede Oorlog ook nog eens waren gebombardeerd en waarvan de restanten vervolgens door de Russen als oorlogsbuit waren weggehaald en afgevoerd. Matsier: “Wat de schat van Priamus betreft, die werd na 1945 als verloren beschouwd. Pas in 1993 werd bekend dat de Russen hem als oorlogsbuit hadden meegenomen.” In het Poesjkin museum kan men haar sinds 1996 bewonderen, in replica weliswaar. Turkije wil ze nu uit Berlijn en Moskou terughalen. Kortom, u moet de tentoonstelling in Amsterdam gaan zien.

Wat voor een stad was Troje? Joseph Rykwert in ‘The Idea of a Town’ (1976) schrijft er het volgende over: “Troy, Ilion, figured in the imagination of the ancients as an ambiguously foreign town in which the succession of cataclysmic events which fate may reserve to any town were acted or suffered. Its mythical foundations by a divine hero and its refounding by another hero; its growth, its pride, its wars, its destruction and disappearance. Troy incarnated the paradigm of urban fate.”  Rykwert wist toen nog niet dat de resten van Troje in Moskou verborgen lagen; dat kwam pas later aan het licht. De rampzalige wederwaardigheden van de schatten van Troje in de negentiende en twintigste eeuw passen echter helemaal in zijn schitterende en meeslepende beschrijving van verwoesting en ondergang. En wat schrijft Matsier? “Je zou haast gaan vrezen dat archeologische buit, behaald met oorlogswinsten, noodzakelijkerwijs ook weer ten onder moet gaan aan oorlog.”

Tagged with:
 

Beschaving

On 27 september 2012, in cultuur, geschiedenis, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 15 juni 2012:

In het noordwesten van Spanje zijn prehistorische rotstekeningen opnieuw gedateerd, volgens een nieuwe methode. Ze blijken 5 tot 10.000 jaar ouder dan gedacht. Karel Berkhout schreef erover in NRC Handelsblad. Men schat ze nu op 40.800 jaar oud. Daarmee zijn de tekeningen vooralsnog de oudste van Europa. Maar door de nieuwe datering vallen ze ook samen met de geschatte eerste migratie van de oudste mensen – de Homo Sapiens – van Afrika naar Europa. De eerste groepjes mensachtigen arriveerden namelijk juist rond die tijd op ons continent. Het kan dus ook zijn dat de tekeningen niet door mensen gemaakt zijn, maar door Neanderthalers. Die waren, blijkt uit recente vondsten, tot veel meer in staat dan wetenschappers eerst dachten. Als ze de tekeningen hebben gemaakt, zouden ze ook een taal moeten hebben ontwikkeld. Kan dat, zo op het eind, dus vlak voor hun uitsterven?

Archeoloog Joao Zilhao van de Universiteit van Barcelona denkt dat dit goed mogelijk is. Neanderthalers leefden grofweg van 250.000 jaar tot 30.000 jaar geleden in Europa. “Neanderthalers leefden lang verspreid over Europa in kleine groepen. Pas later gingen ze dichter bij elkaar leven en dat zette technologische en culturele vernieuwingen in gang.” Al was van stedenvorming nog lang geen sprake (die begon pas 6.000 jaar geleden, dus 35.000 jaar na de rotstekeningen in noordwest Spanje), het principe van innovatie door samenballing werd toen al geboren en dit is wel precies wat steden veel later zouden doen: technologische en culturele vernieuwing in gang zetten. Van rotstekeningen tot iPads, alle cultuur en innovatie is te danken aan concentratie in steden. Hoe groter de steden, hoe meer innovatie.

Tagged with:
 

Hardnekkig misverstand

On 17 juni 2011, in economie, geschiedenis, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 29 maart 2011:

Genetici en antropologen van Stanford University en van San Francisco hebben onlangs uit DNA van 425 mensen, verspreid levend over Europa, achterhaald waar hun oermoeder moet hebben geleefd en hoe groot de populatie was waarin deze leefde. Opzienbarend onderzoek, maar niet opzienbarend in de uitkomsten. Ze publiceerden het afgelopen maart. In NRC stond een kort toelichtend artikel. Daarin lees ik dat het onderzoek eerdere hypothesen bevestigt die stellen dat er drie brongebieden waren vanwaaruit de landbouw zich over de wereld verspreidde: het Nabije Oosten, China en Midden-Amerika. “Tot zo’n 12.000 jaar geleden leefde iedereen van jagen en voedsel verzamelen. Na die tijd begint de mens op verschillende plaatsen tegelijkertijd met de teelt van gewassen en vee.” Dit ontketende de eerste grote bevolkingsexpansie. Boven het artikel staat de kop ‘Met de boer begon de expansie’. Op zichzelf is dat juist, al had de kop beter kunnen luiden: ‘Met de stad begon de expansie’. De boer is namelijk een uitvinding van de stad. Want waren het wel jagers en vissers die de grote innovatie van de sedentaire landbouw uitvonden? Het artikel doet voorkomen van wel: “Namen jagers-verzamelaars landbouwinnovaties, zoals veeteelt, het wonen in dorpen en het gebruik van aardewerk en geslepen bijlen over? Of werden zij overspoeld door succesvolle landbouwers?” Er zijn aanwijzingen dat het veeleer steden waren die zorgden voor verspreiding. De drie brongebieden zijn namelijk alle drie gebieden waar de sporen van de oudste steden ter wereld zijn aangetroffen.

Het is een hardnekkig misverstand. Iedereen denkt dat steden zich pas vormden na de uitvinding van de landbouw. Het is andersom. Ver voordat de landbouw werd uitgevonden, schreef Jane Jacobs reeds in 1969, leefden mensen al in dorpen bijeen. Ook werd er al handel gedreven tussen deze dorpen van jagers-verzamelaars, dikwijls ook over grote afstanden. Dus hoe kon landbouw ontstaan als al deze zaken allang aanwezig waren? Dat kon eigenlijk alleen maar doordat er zich steden vormden die landbouwtechnieken ontwikkelden. Met die nieuwe technieken konden ze hun ommeland bewerken, de voedselproductie opvoeren, meer handel drijven en zelf verder groeien. Jacobs in The Economy of Cities (1969): “The idea that agriculture itself may have originated in cities, the thought to which I have been leading, may seem radical and disturbing. And yet even in our own time, agricultural practices do emerge from cities.” Waarna Jacobs concludeert: “Rural production is literally the creation of city consumption. That is to say, city economies invent the things that are to become city imports from the rural world, and then they reinvent the rural world so it can supply those imports. This, as far as I can see, is the only way in which rural economies develop at all, the dogma of agricultural primacy notwithstanding.” Daarmee is ook de puzzel van de verspreiding van de vroegste landbouwinnovaties opgelost: niet succesvolle landbouwers of jagers-verzamelaars waren daarvoor verantwoordelijk, maar succesvolle steden.

Tagged with:
 

Verloren gewaande steden

On 31 mei 2011, in geschiedenis, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 25 mei 2011:

Rond vierduizend jaar voor Christus – nu zo’n zesduizend jaar geleden – werden de eerste steden ooit gebouwd. Duizend jaar later kwam deze vroegste stadsontwikkeling tot een voorlopig hoogtepunt in de Nijldelta. Voor de goede orde, de steden ontwikkelden zich zowel langs de Eufraat en Tigris in Mesopetamië als langs de Nijl in Egypte. Van de eerste zijn voldoende restanten teruggevonden, van de laatste vrijwel niets. Alleen een aantal piramiden, waarvan de grootste en hoogste die van Cheops (250 x 250 meter en 150 meter hoog), en een paar opgegraven graftombes duiden daar op de aanwezigheid van steden in een ver verleden. De steden zelf zouden ooit door het Nijlwater zijn weggespoeld. Over de stad Memphis schrijft Leonardo Benevolo in Die Geschichte der Stadt (1982) bijvoorbeeld: “Wie die ganze Stadt ausgesehen hat, wissen wir nicht, und es ist nicht einfach sich vorzustellen, wie sich diese kolossalen Monumenten der Toten und die Wohnhäuser der Lebenden im Gesamtbild zueinander verhielten; sicherlich ganz anders als die Tempel und Wohnhäuser in den Städten Mesopotamiens.” Het enige dat we erover weten is dat de doden in afgezonderde, uit steen gehouwen ‘dodensteden’ lagen begraven, klaarblijkelijk bestemd voor de eeuwigheid, terwijl de levenden in steden van klei – opgetrokken uit modderstenen – moeten hebben geleefd, overgeleverd aan de nukken van zon, wind en water. Zo herinner ik me een spectaculair bericht uit 2001 over archeologen die Herakleion hadden teruggevonden op de bodem van de Middellandse Zee. De havenstad van de Farao’s was bijzonder omdat hij grotendeels uit steen bleek opgetrokken – aanwijzing dat het hier om ‘a place of worship’ zou zijn gegaan. Een aardbeving duizend jaar geleden maakte een einde aan de stad.

Nu las ik in Het Parool de aankondiging van een televisiedocumentaire op BBC 1, getiteld Egypt’s lost cities, waarin verslag wordt gedaan van recent onderzoek naar de oudste Egyptische steden door de Amerikaanse archeologe Sarah Parcak en haar team, in samenwerking met ruimtevaartorganisatie Nasa. Infraroodbeelden van satellieten op een hoogte van 700 kilometer boven het aardoppervlak zouden de sporen hebben blootgelegd van de steden in de Nijldelta die zo lang verloren waren gewaand. “De beelden tonen meer dan duizend tombes en drieduizend oude nederzettingen onder de grond.” Gek is dat: science fiction en verre oudheid komen hier gelukkig samen. Het is slechts het begin van een groot onderzoek vanuit de ruimte naar de oudste stedelijke beschaving ooit. Wat het team heeft ontdekt zijn nog slechts de sporen van gebouwen en straten vlak onder het zand. “Er zijn nog duizenden andere locaties die de Nijl met slib heeft bedekt.” Parcak beweert dat 99 procent van de Egyptische steden nog onder het zand ligt begraven. De 90 minuten tellende uitzending was gisteravond, 30 mei 2011 om 21.30 uur. Toevallig gezien?

Tagged with: