Hardnekkig misverstand

On 17 juni 2011, in economie, geschiedenis, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 29 maart 2011:

Genetici en antropologen van Stanford University en van San Francisco hebben onlangs uit DNA van 425 mensen, verspreid levend over Europa, achterhaald waar hun oermoeder moet hebben geleefd en hoe groot de populatie was waarin deze leefde. Opzienbarend onderzoek, maar niet opzienbarend in de uitkomsten. Ze publiceerden het afgelopen maart. In NRC stond een kort toelichtend artikel. Daarin lees ik dat het onderzoek eerdere hypothesen bevestigt die stellen dat er drie brongebieden waren vanwaaruit de landbouw zich over de wereld verspreidde: het Nabije Oosten, China en Midden-Amerika. “Tot zo’n 12.000 jaar geleden leefde iedereen van jagen en voedsel verzamelen. Na die tijd begint de mens op verschillende plaatsen tegelijkertijd met de teelt van gewassen en vee.” Dit ontketende de eerste grote bevolkingsexpansie. Boven het artikel staat de kop ‘Met de boer begon de expansie’. Op zichzelf is dat juist, al had de kop beter kunnen luiden: ‘Met de stad begon de expansie’. De boer is namelijk een uitvinding van de stad. Want waren het wel jagers en vissers die de grote innovatie van de sedentaire landbouw uitvonden? Het artikel doet voorkomen van wel: “Namen jagers-verzamelaars landbouwinnovaties, zoals veeteelt, het wonen in dorpen en het gebruik van aardewerk en geslepen bijlen over? Of werden zij overspoeld door succesvolle landbouwers?” Er zijn aanwijzingen dat het veeleer steden waren die zorgden voor verspreiding. De drie brongebieden zijn namelijk alle drie gebieden waar de sporen van de oudste steden ter wereld zijn aangetroffen.

Het is een hardnekkig misverstand. Iedereen denkt dat steden zich pas vormden na de uitvinding van de landbouw. Het is andersom. Ver voordat de landbouw werd uitgevonden, schreef Jane Jacobs reeds in 1969, leefden mensen al in dorpen bijeen. Ook werd er al handel gedreven tussen deze dorpen van jagers-verzamelaars, dikwijls ook over grote afstanden. Dus hoe kon landbouw ontstaan als al deze zaken allang aanwezig waren? Dat kon eigenlijk alleen maar doordat er zich steden vormden die landbouwtechnieken ontwikkelden. Met die nieuwe technieken konden ze hun ommeland bewerken, de voedselproductie opvoeren, meer handel drijven en zelf verder groeien. Jacobs in The Economy of Cities (1969): “The idea that agriculture itself may have originated in cities, the thought to which I have been leading, may seem radical and disturbing. And yet even in our own time, agricultural practices do emerge from cities.” Waarna Jacobs concludeert: “Rural production is literally the creation of city consumption. That is to say, city economies invent the things that are to become city imports from the rural world, and then they reinvent the rural world so it can supply those imports. This, as far as I can see, is the only way in which rural economies develop at all, the dogma of agricultural primacy notwithstanding.” Daarmee is ook de puzzel van de verspreiding van de vroegste landbouwinnovaties opgelost: niet succesvolle landbouwers of jagers-verzamelaars waren daarvoor verantwoordelijk, maar succesvolle steden.

Tagged with:
 

Verloren gewaande steden

On 31 mei 2011, in geschiedenis, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 25 mei 2011:

Rond vierduizend jaar voor Christus – nu zo’n zesduizend jaar geleden – werden de eerste steden ooit gebouwd. Duizend jaar later kwam deze vroegste stadsontwikkeling tot een voorlopig hoogtepunt in de Nijldelta. Voor de goede orde, de steden ontwikkelden zich zowel langs de Eufraat en Tigris in Mesopetamië als langs de Nijl in Egypte. Van de eerste zijn voldoende restanten teruggevonden, van de laatste vrijwel niets. Alleen een aantal piramiden, waarvan de grootste en hoogste die van Cheops (250 x 250 meter en 150 meter hoog), en een paar opgegraven graftombes duiden daar op de aanwezigheid van steden in een ver verleden. De steden zelf zouden ooit door het Nijlwater zijn weggespoeld. Over de stad Memphis schrijft Leonardo Benevolo in Die Geschichte der Stadt (1982) bijvoorbeeld: “Wie die ganze Stadt ausgesehen hat, wissen wir nicht, und es ist nicht einfach sich vorzustellen, wie sich diese kolossalen Monumenten der Toten und die Wohnhäuser der Lebenden im Gesamtbild zueinander verhielten; sicherlich ganz anders als die Tempel und Wohnhäuser in den Städten Mesopotamiens.” Het enige dat we erover weten is dat de doden in afgezonderde, uit steen gehouwen ‘dodensteden’ lagen begraven, klaarblijkelijk bestemd voor de eeuwigheid, terwijl de levenden in steden van klei – opgetrokken uit modderstenen – moeten hebben geleefd, overgeleverd aan de nukken van zon, wind en water. Zo herinner ik me een spectaculair bericht uit 2001 over archeologen die Herakleion hadden teruggevonden op de bodem van de Middellandse Zee. De havenstad van de Farao’s was bijzonder omdat hij grotendeels uit steen bleek opgetrokken – aanwijzing dat het hier om ‘a place of worship’ zou zijn gegaan. Een aardbeving duizend jaar geleden maakte een einde aan de stad.

Nu las ik in Het Parool de aankondiging van een televisiedocumentaire op BBC 1, getiteld Egypt’s lost cities, waarin verslag wordt gedaan van recent onderzoek naar de oudste Egyptische steden door de Amerikaanse archeologe Sarah Parcak en haar team, in samenwerking met ruimtevaartorganisatie Nasa. Infraroodbeelden van satellieten op een hoogte van 700 kilometer boven het aardoppervlak zouden de sporen hebben blootgelegd van de steden in de Nijldelta die zo lang verloren waren gewaand. “De beelden tonen meer dan duizend tombes en drieduizend oude nederzettingen onder de grond.” Gek is dat: science fiction en verre oudheid komen hier gelukkig samen. Het is slechts het begin van een groot onderzoek vanuit de ruimte naar de oudste stedelijke beschaving ooit. Wat het team heeft ontdekt zijn nog slechts de sporen van gebouwen en straten vlak onder het zand. “Er zijn nog duizenden andere locaties die de Nijl met slib heeft bedekt.” Parcak beweert dat 99 procent van de Egyptische steden nog onder het zand ligt begraven. De 90 minuten tellende uitzending was gisteravond, 30 mei 2011 om 21.30 uur. Toevallig gezien?

Tagged with:
 

Onderwaterarcheologie

On 26 augustus 2007, in wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 4 maart 2006:

Soms blijven kranten erg lang op een stapel liggen. Zoals deze wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad, met daarin een artikel over de stand van zaken in de Nederlandse onderwaterarcheologie. Die is niet best. Terwijl er in Groot Brittannië vier opleidingen voor onderwaterarcheologie bestaan, is er in Nederland niet één. "Dat kan evengoed in andere Europese landen," is de opvatting van de staatssecretaris van hoger onderwijs te Den Haag. Vreemd, want met name de vele VOC-schepen die ooit vergaan zijn, zijn een Nederlandse bron van kennis en kunde. Zo ligt de Amsterdam nog altijd te wachten op archeologisch verantwoorde berging voor de kust van Hastings. Er is sinds 1999 wel een instituut in Lelystad, het NISA (sic!), gevestigd en de nieuwe Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten zou er iets aan moeten doen, maar de eerste wordt voortdurend gereorganiseerd en bezuinigd – niet bepaald een gunstige conditie voor een centre of excellence – en de tweede geeft nog niet thuis. Mensen met kennis, zoals Fred Hocker, zijn naar Stockholm of elders uitgeweken. Van de vijftig VOC-schepen die ooit zijn geborgen, is slechts een handjevol door archeologen opgegraven – het merendeel is door bergers leeggehaald. Een aantal jaren geleden is de subisidekraan dichtgedraaid voor de berging van de Amsterdam omdat men bang was dat het een geldverslindend project zou worden.

Weer zo’n typisch voorbeeld van Nederlands beleid, in dit geval wetenschapsbeleid. Het Nederlandse belang is groot, maar het kost geld en de revenuen zijn niet evident. Er is op zichzelf wel geld en er zijn wel faciliteiten, maar die zijn naar een stadje als Lelystad gedirigeerd. En als het erop aankomt, wordt er naar andere landen doorverwezen, die beter in staat zouden zijn om de betreffende tak van sport te beoefenen. In plaats van een inbedding in een wetenschappelijke omgeving, rond universiteiten en een scheepvaartmuseum, in Amsterdam, wordt de boel gespreid, als een soort van regionaal ontwikkelingsbeleid dat vooral niet teveel mag kosten en eerder gezien moet worden als windowdressing dan als wetenschapsbeleid.

Tagged with: