Profijt van Londen

On 11 juli 2016, in bestuur, economie, by Zef Hemel

Gelezen op Centreforcities.org van 7 juli 2015:

Steden betalen de meeste belastingen, de grootste steden veruit het meest. En het platteland profiteert, ook al klaagt het keer op keer. ‘Ten years of tax’, een onderzoek van het Britse Centre for Cities naar de wijzigingen in het belastingpatroon van Groot-Brittannië over de afgelopen tien jaar – dus voor en na de crisis – laat zien dat met name Londen veruit de meeste belastingen aan de Britse schatkist betaalt en dat haar aandeel het laatste decennium ook sterk is gegroeid. In 2004/05 hoestte Londen evenveel belastinggeld op als 24 daarna grootste steden van het Verenigd Koninkrijk bij elkaar opgeteld; tien jaar later is dit opgelopen tot een aandeel dat gelijkstaat aan dat van liefst 37 steden. “Dit rapport is een nieuw bewijs dat Londen de grootste bron van belastinginkomsten is geworden voor het hele land en dat voor een evenwichtige ontwikkeling van het Verenigd Koninkrijk de groei van Londen essentieel is,” reageerde Sadiq Khan, de nieuwe burgemeester van Londen. Hij pleitte net als zijn voorganger Boris Johnson voor ‘devolution’, het verder doordelegeren van macht en budgetten vanuit Westminster naar de steden en regio’s in Groot-Brittannië.

Het Centre for Cities stelt dat er een duidelijke geografie ten grondslag ligt aan de prestaties van de Britse economie. Deze wordt direct doorvertaald naar de inkomsten van de Rijksfinanciën. Veel Britse steden zijn de afgelopen tien jaar minder belasting gaan betalen, maar het succesvolle Londen juist veel meer. Desondanks zijn steden nog altijd het meeste ‘belastingproductief’: per werknemer dragen ze meer belasting af dan op het platteland. Echter, veertig van de 62 Britse steden zijn minder belastingproductief geworden, Londen juist veel meer. Dat betekent dat de Britse overheid sterk afhankelijk is geworden van het succesvolle Londen. Zonder Londen zouden de Britten een arm land zijn. Londen wordt dus afgeroomd en financiert eigenlijk de rest van het koninkrijk. Zouden de Britten eigenlijk wel beseffen dat ze Londen alle ruimte moeten geven om te groeien? En hoe zit dat in Nederland?

Tagged with:
 

Winner takes all

On 17 juni 2015, in bestuur, economie, politiek, by Zef Hemel

Read in The Economist of 12 June 2016:

 

In the UK, just like in many other countries, regional inequality is growing fast. London is the big winner, cities in the North are the big losers. As Richard Florida already forecasted years ago, the world is getting pretty spiky. The principle is simple: ‘success breeds success’. The winner takes all. This feels uncomfortable, to say the least. But in ‘Time for a civic surge’ The Economist writes about “the best opportunities for Engeland’s regional cities for a renaissance in decades” – opportunities they must not waste.  The Economist: “Britain is absurdly top-heavy: whereas half a dozen German cities have economies three-quarters the size of Berlin’s, no English city’s economy is even a quarter the size of London’s.” But can you do anything about it? How to stop London being successful? This is what governments always do: embracing distributive justice by relegating public money from successful cities to struggling cities in the hope markets will follow. Also London-based The Economist thinks the other cities in the UK should grab their chance now. George Osborne, the chancellor in the Cameron administration, has offered to cede billions of pounds of public spending to clusters of cities that agree to join together and be run by an elected mayor. So do it! I’m afraid more countries will follow his model.

Will it work? Surely not. Jane Jacobs was clear about it. In ‘Cities and the Wealth of Nations’ (1985) she dismantled all existing economic theory and argued that a nation is an inadequate unit of analysis for understanding economic life. Differences between cities – some rich and some poor – in one country simply cannot be balanced by redistribution. The point is, countries and also economists, she stressed, do not understand how cities work. Only local production can create wealth, wealth cannot be bought or acquired by loans or grants. The Economist also hesitates, but the magazine only points at some practical objections. It thinks the conditions under which the British government will redistribute taxpayers money will be too troublesome for many cities. They will not collaborate. The editors also point out the danger of incompetence and corruption. They’re right. Nevertheless, “This deal offers a chance to claw back power, make savings and reshape English governance.” I don’t think so. It will only harm the British economy. Trouble is on the road again.

More of less autonomy?

On 20 oktober 2014, in bestuur, duurzaamheid, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 10 oktober 2014:

Niet alleen Hongkong, ook Londen wil meer zeggenschap over haar eigen toekomst. Ik las het in Het Parool van 10 oktober jongstleden. Daarin werd gemeld dat burgemeester Johnson grotere autonomie voor zijn stad had bepleit. Het gaat hem om grotere zeggenschap over de belastinginkomsten. Op dit moment kan Londen, met tien miljoen inwoners, slechts 7 procent van de totale belastinginkomsten zelf besteden (voor Amsterdam is dit vergelijkbaar). Over de rest beslist het Britse parlement. “De gemeente Londen is in de huidige vorm niets meer dan een tussenstation van de centrale overheid.” Lokale democratie vereist invloed op de publieke middelen. Dat is nu niet het geval. Ook in vergelijking met andere wereldsteden heeft Londen weinig greep op zijn middelen. De grootstedelijke problemen wil het graag zelf oplossen, maar voor alles moet het de hand ophouden bij de regering. Stephen Syrett, hoogleraar aan Middlesex University, is het met de burgemeester eens. Maar, voegt hij eraan toe, “dat geldt ook voor Manchester, Leeds en de andere grote steden. De Britse overheid is erg gecentraliseerd. Dat is niet goed.”

In The Guardian stond diezelfde avond een artikel van de Brits-Amerikaanse socioloog Richard Sennett. Boodschap: “Our urban leaders’ belief in autonomy as the ultimate goal must be unset.” Als we de mondiale problemen als klimaatverandering willen oplossen helpt het denken over autonomie niet erg, stelde Sennett in ‘Why climate change should signal the end of the city-state’ (9 oktober 2014). “I’m not a gloomy pessimist, but I think the seductive idea of a place controlling its own fortunes is out of date.” We moeten, schreef hij, veel meer denken in termen van open systemen. Genetwerkte metropolen zijn een beter, complexer platform voor ons noodzakelijke denken en handelen. De stadstaat komt echt niet meer terug. “The urban challenge we face is how to live more openly, in the sense of adknowledging and coping with disorder.” Sennett heeft gelijk, maar Johnson denkt ook heus niet dat hij de problemen allemaal zelf kan oplossen. Die zijn, zeker in het geval van Londen, gewoon te groot en te complex. Maar het begint wel met meer speelruimte van onderop, dicht bij de realiteit. Alle steden gezamenlijk kunnen de wereld redden. Mits ze er door hun regeringen toe in staat worden gesteld.

Tagged with:
 

Het geheim van New York

On 28 november 2012, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Triumph of the City’’ (2011) van Edward Glaeser:

Op 22 juni 2012 verscheen in NRC Handelsblad een recensie van ‘Modern New York’ van Greg Davis, geschreven door Lucas Ligtenberg. Ik moet bekennen dat ik het boek zelf nog altijd niet heb gelezen. Wat me niettemin van de recensie bijbleef was dat de auteur meldde dat New York de bankencrisis van 2008  met gemak heeft doorstaan. Wall Street was weliswaar het epicentrum van de crisis, maar de rest van de wereld lijdt er meer onder dan de stad zelf. Hoe kan dat? Ligtenberg: de economie van de stad wijkt af van de rest van de USA. Er is in New York bijna geen maakindustrie meer, dat scheelt. De veerkracht van New York schuilt in de sterke financiële sector en in de omvangrijke toeristenindustrie. Ook de vele migranten helpen mee. “Daarnaast is de stad rijk aan hogere opleidingen en aan zorginstellingen in alle soorten en maten, toevallig de twee sectoren die het minst last hebben van economische cycli.” Kortom, de economie van de metropool New York is groot, divers, postindustrieel en niet teveel op export gericht.

Niet voor niets opende Harvard-econoom Edward Glaeser zijn ‘Triumph of the City’ vorig jaar met de opzienbarende wederopstanding van New York. Andere grote steden zouden het voorbeeld van de Big Apple moeten volgen. Glaeser: “New York reinvented itself during the bleak years of the 1970s when a cluster of financial innovators learned from each other and produced a chain of interconnected ideas.” Jane Jacobs zou het geschreven kunnen hebben. “Between 2009 and 2010, as the American economy largely stagnated, wages in Manhattan increased by 11,9 percent, more than in any other country.” Een succesvolle stad moet tenminste 1 miljoen inwoners tellen, stelt Glaeser. “Americans who live in metropolitan areas with more than a million residents, are, on average, more than 50 percent more productive than Americans who live in smaller metropolitan areas.” In zijn boek voegt Davis daaraan veelbetekenend toe dat New York de enige stad in de Verenigde Staten is die loonbelasting heft, wat de gemeente flinke financiële armslag geeft. Per jaar levert het de stad vele miljarden dollars op, die het vervolgens weer in zichzelf investeert. Me dunkt, het succes van New York lijkt me daarmee voldoende verklaard. Toch maar lezen, die Davis.

Tagged with:
 

Foolish policies

On 19 mei 2011, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Triumph of the City’ (2011) van Ed Glaeser:

 

Welke politiek bevordert economische groei? De Amerikaanse econoom Ed Glaeser, verbonden aan Harvard University, is duidelijk: regering, voer een politiek die stedelijke groei mogelijk maakt. Glaeser pleit voor een level playing field voor steden. Arme steden helpen werkt niet, stelt hij. Rijke steden bevoordelen hoeft niet. Echter, de meeste landen hinderen vooral stedelijke groei. Daar moeten die landen mee stoppen. “Cities can compete on a level playing field, but over the past sixty years America’s policies have slanted the field steeply against them.” Woningbouw, onderwijs, sociaal beleid, verkeer en vervoer, milieu, inkomstenbelasting, in alle opzichten hindert het centrale overheidsbeleid de groei van steden. Het meeste overheidsbeleid bevordert daarentegen suburbanisatie en bevoordeelt perifere regio’s. “Yet precisely because cities play such a critical role in the economy and society, we must eliminate the artificial barriers that hold them back. The world would be more productive and more just if our policies were more spatially neutral.”

In Nederland is het niet anders. Nog altijd is er geen ministerie in Den Haag dat zich inspant voor de steden. Zelfs het nationale ruimtelijke beleid is niet in staat een level playing field voor steden te creëren. In Amerika had men zijn hoop gevestigd op de nieuwe president. Tevergeefs. “President Obama is the first urban president since Teddy Roosevelt, but the infrastructure component of the 2009 stimulus bill was as stacked against urban America as most of America’s previous infrastructure spending.” Glaeser berekent in ‘’Triumph of the City’ dat de tien minst dicht bevolkte staten van de Verenigde Staten, vergeleken met de tien dichtst bevolkte staten, dubbel zoveel krijgen uitgekeerd. “Over half of American income is earned in twenty-two metropolitan areas. If the federal government apportioned money based on tax revenues, big cities would be getting a lot more federal money.” Verderop is hij nog explicieter: “Taxing cities to build up rural America is a foolish policy that hurts our urban engines of prosperity.” Ondanks de fiscale bevoordeling loopt het Amerikaanse platteland leeg en groeien de steden. Logisch, want de economie moet groeien. Het is allemaal weggegooid geld.

Tagged with:
 

Fix it!

On 7 april 2011, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 2 april 2011:

Interessante reportage van Tom-Jan Meeus in de economie-bijlage van NRC Handelsblad over Harrisburg, Pennsylvania. Helaas trekt hij de verkeerde conclusie. Stephen Reed, schrijft hij, was tot voor kort burgemeester van Harrisburg. Die functie bekleedde hij sinds 1982. Reed omringde zich graag met ondernemers en stuwde het kleine Harrisburg (50.000 inwoners) gretig op in de vaart der volkeren. Hij was geen man van inspraak en procedures, aldus Meeus; hij geloofde in een ondernemende overheid. Hij opende nieuwe musea, hotels, café’s en poppodia, Harrisburg werd ‘hip’, een echte creatieve stad. Elk jaar wist hij naar eigen zeggen grote aantallen nieuwe bedrijven naar Harrisburg te lokken. Ook liet Reed de plaatselijke vuilverbranding ombouwen tot centrale voor stadsverwarming. Hij zag er een groeimarkt in. Heel Pennsylvania zou zijn vuilnis naar Harrisburg brengen. Het gebeurde niet, de centrale overtrad de milieuregels en de staat sloot de vuilverbranding, een schuld van 100 miljoen achterlatend. Reed ging echter onverdroten door en vroeg een lening aan van nog eens 288 miljoen dollar om de centrale alsnog werkend te krijgen. Uiteindelijk werd Reed, na 27 jaar, in 2009 weggestemd. Zijn opvolger ziet zich geconfronteerd met een nadere faillissement. De burgers weigeren meer belasting te betalen.

Harrisburg blijkt niet de enige stad in Amerika die afstevent op een faillissement. Naar schatting vijftit tot honderd gemeenten zullen dit voorjaar uitstel van betaling aanvragen. Meeus: “Het nakende faillissement van de stad zal in elk geval tot ver buiten Harrisburg gevoeld worden. Het zal ook het nabije Pittsburg en Philadelphia dwingen tot uitstel van betaling.”  Sterker, als Harrisburg valt, zijn alle gemeenten van Pennsylvania in gevaar. Is dit allemaal hoogmoed van een enkele burgemeester? Meeus doet voorkomen van wel. Jane Jacobs wist beter. In ‘Dark Age Ahead’ (2004) wijdt de Amerikaanse stedenkenner uit over het falende fiscale systeem van Noord-Amerika dat steden ernstig tekort doet in hun functioneren. Terwijl stedelijke overheden steeds meer taken moeten vervullen, worden ze kort gehouden door een belastingsysteem dat nog stamt uit de tijd dat het land overwegend agrarisch was. Burgers en federale overheid willen dit maar niet corrigeren. “After all, in even the most prosperous and fortunate countries, those of the OECD, nobody knows how to fix the lacks of subsidiarity and fiscal accountability, and if we in North America are unable to fix this problem for ourselves, of course we can’t fix it for others.” Geconfronteerd met de recente crisis, vallen de stedelijke begrotingen nu definitief door de mand. Niemand die hen wil helpen. Ook al zal Stephen Reed best fouten hebben gemaakt, toch is het een grof schandaal.

Tagged with:
 

Niet te benijden

On 28 februari 2011, in politiek, sociaal, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 24 februari 2011:

De Democraat Rahm Emanuel is afgelopen dinsdag gekozen tot nieuwe burgemeester van Chicago. Zijn voorganger, Richard Daley, vervulde de publieke functie gedurende liefst 42 jaar. Afgelopen september zag Daley af van een zevende termijn, waardoor de verkiezingen ineens ongemeen spannend werden. Emanuel, ooit topadviseur van president Obama, wordt gezien als een toekomstige presidentskandidaat. Het zijn twee redenen voor de wereldpers om stil te staan bij zijn uitverkiezing. Maar is Emanuel wel te benijden? In de Volkskrant refereert Diederik van Hoogstraten aan het gat in de begroting dat Daley achterlaat van niet minder dan 600 miljoen dollar. Hij noemt stijgende criminaliteit en dalende werkgelegenheid en gemankeerd onderwijs, maar vermeldt niet de achtergronden. Wat is er in Chicago aan de hand?

‘The Windy City’ is al jaren een krimpende stad, al gaat het de laatste jaren iets beter. Op dit moment telt de stad 2,69 miljoen inwoners. Nog altijd betreft het de op twee na grootste stad van de Verenigde Staten, maar tien jaar geleden was het centrum in het Midden-Westen beduidend groter. Een dalende bevolking betekent een verslechtering van de belastingvoet en afkalvende publieke dienstverlening. Vorig jaar nog (17 februari 2010) toonde VPRO’s Tegenlicht beelden van dichtgespijkerde woningen in de buitenwijken van Chicago, straat na straat bleek helemaal verlaten. De kredietcrisis had de stad ongemeen hard getroffen, veel bewoners waren weggevlucht. In ‘Dark Age Ahead’ beschrijft Jane Jacobs de hitteramp van 1995 waardoor honderden oudere inwoners van Chicago stierven in hun woningen. Een van de oorzaken van de opmerkelijk hoge sterftecijfers van destijds bleek het vervangen van sociaal en medisch geschoold gemeentepersoneel door politie en brandweer in een eerdere gemeentelijke bezuinigingsronde. Heroriëntatie in de lokale rampenbestrijding die had plaatsgevonden onder de vlag van ‘reinventing government’, bestond eruit ambtenaren bedrijfsmatiger te laten werken. Deze bedrijfsmatige aanpak, aldus Jacobs, werkte voor geen meter; de macho ethos sloot niet aan bij de behoeften van de bewoners. In een voetnoot citeert Jacobs de vader van burgemeester Daley. “I think there’s too much money going to the state capitals and Washington. It’s ridiculous for us to be sending them money and asking for it back. I don’t think the cities should have to go hat in hand when they need the money for improvements. We’re going to have to clarify the role of the locality in relation to state and national governments. The cities and metropolitan areas are the important areas of the country today, but they’re still on the low part of the totem pole.” Voldoende publiek geld is het probleem. Steden als Chicago lijden eronder. Desalniettemin verwacht Richard Florida dat Chicago beter uit de crisis zal komen dan dat ze erin ging. En ook Ed Glaeser dicht Chicago grote kansen toe. De eerste wijst op de gunstige inbedding van de maakindustrie in de stedelijke economie, de tweede op de vernieuwende en gedurfde hoogbouw. En in Newsweek lees ik deze week dat burgemeester Daley op grote schaal parken heeft aangelegd en het toerisme heeft bevorderd. Het komt dus wel goed. Emanuel moet alleen een enorm begrotingsgat dichten.

Tagged with:
 

Herkenbaar

On 15 februari 2011, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in Dark Age Ahead (2004) van Jane Jacobs:

Peter van Rooy, directeur van NederlandBovenWater, gebruikte laatst het woord ‘pervers’. Als ik het goed begrijp doelde hij daarmee op de in Den Haag inmiddels geaccepteerde opvatting dat tekorten op de gebiedsontwikkeling door de steden zelf moeten worden opgebracht, terwijl de belastingopbrengsten na realisatie vrijwel volledig toevallen aan de Nederlandse staat. Volgens Van Rooy verdient de staat meer dan negentig procent, de rest is voor de steden. Als dat waar is, dan is dat niet alleen buitengewoon onrechtvaardig, maar ook een belangrijke verklaring voor het vastlopen van de stadsontwikkeling in de grote steden van het koninkrijk, die met kantoorontwikkeling de tekorten moesten financieren en met het instorten van de kantorenmarkt deze geldbron zagen opdrogen. Het is inderdaad pervers. Het doet me denken aan de bijtende analyses van de oude dame Jane Jacobs zaliger.

In ‘Dark Age Ahead’ haalt de Canadese publiciste Jane Jacobs de burgemeester van Winnipeg aan – een van de armste van de zes grootste Canadese steden –, die had berekend dat zijn inwoners jaarlijks 7 miljard Canadese dollars aan belasting betalen. Slechts 6 procent daarvan vloeit in de gemeentekas. Toronto betaalde in 2001 zelfs 21 miljard aan de Canadese staat. Iedereen, aldus Jacobs, begrijpt dat uit een oogpunt van rechtvaardigheid de nationale overheid meer belastinggeld uit de grote steden mag halen dan uit de kleine steden en agrarische streken. “All that, however, doesn’t alter the fact that not enough resources return for municipal reinvestment.” De regering doet nog steeds voorkomen alsof Canada een agrarische natie is, die zijn geld verdient met landbouw, terwijl het land inmiddels over een vijftal grote steden beschikt die het grootste deel van de nationale economie voor hun rekening nemen. Door die in het belastingregime kort te houden belemmert ze de economische groei. Nee, het is erger. In de heersende neoconservatieve ideologie worden de steden met opzet afgeknepen, aldus Jacobs. “To be sure, neoconservative ideologues are selective in their social and economic choices for worthiness to survive and flourish. They subsidize professional sports stadiums, automotive assembly plants, roads, and other preferences, with tax breaks and other benefits.” Herkenbaar nietwaar, ook in Nederland anno 2011.

Tagged with: