Amsterdam nadert wereldtop

On 3 november 2017, in benchmarks, by Zef Hemel

Gelezen in Global Power City Index 2017 van de Mori Foundation:

 

Op de wereldranglijst van steden met de meeste aantrekkingskracht op talent en ondernemingen is volgens het Institute for Urban Strategies van de Japanse Mori Foundation Amsterdam dit jaar één plaats gestegen, namelijk van 8 naar 7. De Nederlandse hoofdstad is daarmee Hong Kong gepasseerd. Ook vorig jaar was Amsterdam al een plaats opgeklommen. Ze staat nu vlak achter het Koreaanse Seoul. Koploper is onverminderd Londen, gevolgd door New York en Parijs. Let ook op de snelle stijger Sydney, die in één klap is gestegen van plaats 14 naar plaats 10. Het is de tiende keer dat de schatrijke stichting van vastgoedeigenaar en ontwikkelaar Mori uit Tokio de uitgebreide monitor van wereldsteden presenteert, dit keer in een speciale editie. De parameters van de Mori Foundation zijn zeer divers; in totaal 44 steden werden doorgelicht op criteria van economie, research & development, culturele interactie, leefbaarheid, omgevingskwaliteit en toegankelijkheid. Dit jaar zijn Dubai en Buenos Aires aan de lijst toegevoegd. Dubai maakte een spectaculaire entree: op plaats 11. De top-vijf is al negen jaar ongewijzigd, al groeit de afstand tussen Londen en New York. Het goede nieuws is dat Amsterdam die wereldtop snel nadert. Alleen Seoul en Singapore moet ze nog passeren.

De stijging dankt Amsterdam met name aan een nieuwe indicator die de stichting dit jaar heeft geïntroduceerd: ICT readiness. Maar het is vooral op het gebied van leefbaarheid dat Amsterdam nog altijd zeer hoog scoort, evenals op dat van bereikbaarheid (Schiphol). Ook cultuur en omgevingskwaliteit zijn uitstekend. Amsterdam zou vooral op de economische indicatoren en op research & development aanmerkelijk beter moeten scoren om de absolute wereldtop te bereiken. Maar daarvoor is de stad te klein en heeft ze te weinig universiteiten en onderzoeksinstellingen. Allemaal flauwekul, die benchmarks? Ik denk het niet. In Azië nemen ze deze heel serieus en voor investeerders en bedrijven geven de uitkomsten een houvast en soms een bevestiging van wat ze al vermoeden. Het telefoonboek met gegevens over alle indicatoren per stad dat wordt bijgeleverd is bovendien buitengewoon solide en indrukwekkend. Nee, daar in Tokio wordt uitstekend onderzoek naar wereldsteden gedaan. 

Tagged with:
 

Een wereld te winnen

On 20 juni 2017, in benchmarks, by Zef Hemel

Gehoord bij Mori Memorial Foundation in Tokio op 23 mei 2017:

Afbeeldingsresultaat voor global power city index mori

Professor Hiroo Ishikawa ontving ons op de veertigste verdieping van het imposante Roppongi Hills. Op de vloer was een reusachtige maquette van het centrum van Tokio nagebouwd. Het gebied reikte van de baai tot aan Shinjuku. Ernaast lag, op dezelfde schaal, het schiereiland Manhattan. In één oogopslag werd duidelijk dat het centrum van New York slechts een fractie vormt van het veelkernige centrum van de Japanse megastad. We spraken over de ‘Global Power City Index 2016’ van de Mori Memorial Foundation. Het Institute for Urban Strategies van deze stichting – spin-off van een van de rijkste ontwikkelaars van Japan – doet al jaren onderzoek naar Global Cities. Men bestudeert 42 steden en doet dat op grondige wijze. Elke stad scoort op 70 indicatoren.In de index van afgelopen jaar staat Johannesburg op de laatste plaats. New York staat op plaats 2, na Londen en vóór Tokio. Tokio is Parijs voorbijgestreefd, die nu op plek vier is beland. Amsterdam staat op plaats 8, net boven Berlijn, maar onder Hong Kong. Die relatief hoge plek op de lijst van wereldsteden heeft de Nederlandse hoofdstad vooral te danken aan de luchthaven. Zonder Schiphol was Amsterdam of Nederland überhaupt niet op de ranglijst geweest.

Naast internationale bereikbaarheid (netwerk, vluchten, landingsbanen, punctualiteit) scoort Amsterdam relatief hoog op culturele aantrekkelijkheid. De uitstekende culturele voorzieningen en de schitterende binnenstad dragen hier uiteraard aan bij. Ook qua stadions, hotels en in mindere mate winkels doet de stad het niet slecht. Maar op alle andere vlakken doet Amsterdam het eigenlijk beduidend minder dan veel andere wereldsteden: onderwijs en onderzoek, economie, leefbaarheid, en zelfs duurzaamheid. Een megastad als Tokio biedt op al deze terreinen beduidend meer, ja zelfs als het om leefbaarheid en duurzaamheid gaat. Stedelijke omvang zegt dus weinig. En juist de Japanse steden (Osaka, Fukuoka, Tokio) scoren hoog op leefbaarheid. De auto heeft er geen ruimte gekregen. In het oog springend vond ik ook het belang van de culinaire infrastructuur in de benchmark van de Mori Memorial Foundation. Lekker eten in uitstekende restaurants, het maakt veel uit en blijkt buitengewoon belangrijk voor de score van een wereldstad. Die culinaire reputatie heeft weer invloed op economie, onderwijs en onderzoek, cultuur en leefbaarheid. En op culinair gebied scoort Amsterdam matig (plaats 28). Een eetcultuur is hier nauwelijks ontwikkeld. In Tokio is dat heel anders. Uitgerekend daarop valt nog een wereld te winnen.

Tagged with:
 

Een beetje meer Tokio

On 18 augustus 2016, in benchmarks, by Zef Hemel

Gelezen in Monocle magazine nr. 24 2016:

 

Welke stad voert op dit moment de lijst aan van ‘s werelds meest leefbare steden? Het Londense Monocle Magazine kwam onlangs weer met haar jaarlijkse benchmark van aantrekkelijke steden. Altijd zeer de moeite waard om te lezen. In ‘The Top 25 Cities’ staat het Japanse Tokio glansrijk bovenaan, met stip op één dus. Ga dus niet zeggen dat megasteden niet leefbaar zijn, want met dertig miljoen inwoners (13,3 miljoen binnen de gemeente) is Tokio een van de allergrootste steden op aarde. Tokio heeft gewoon alles, en van alles het allerbeste. En wie ooit in Tokio is geweest, weet dat extreme drukte heel goed samen kan gaan met dorpsachtige bewoning, en dat deze metropool bovendien beschikt over het allerbeste openbaar vervoer, dat auto’s er niet op straat geparkeerd mogen worden en dat iedereen er te voet gaat, waardoor er een aangename stilte heerst, ondanks de extreme volte. En wat een fraaie parken overal!  En vrijwel geen misdaad. En ook nog eens de stad van de Olympische Spelen in 2020. Want extreem rijk. Zeer terecht en verdiend, die nominatie. Nee, terwijl het met de Japanse economie helemaal niet goed gaat, blijft Tokio onverminderd groeien en bloeien. Ondertussen probeert de Japanse regering bedrijven uit Tokio te verleiden om naar kleinere steden elders te verhuizen. Allemaal vergeefs en gewoon niet handig. De mensen vertikken het.

Maar nu het slechte nieuws. Rotterdam komt in de benchmark helemaal niet voor. En Amsterdam – de stad die volgens de Atlas voor Gemeenten binnen Nederland al jaren als de meest aantrekkelijke stad geldt -  is op de wereldranglijst gezakt van plaats 19 naar 21. Terwijl Amsterdam de afgelopen jaren juist klom. De reden voor de daling is volgens de redactie tweeledig. De hoofdstad van Nederland, hoe mooi en aantrekkelijk ook, schijnt te worstelen met de vele toeristen; er wordt veel geklaagd, bewoners en toeristen zitten elkaar hinderlijk in de weg. De andere, nog veel belangrijkere reden is de geringe bouwactiviteit: er zijn domweg veel te weinig woningen in Amsterdam voorhanden, de stad is populair, maar ze is echt veel en veel te klein. Iets meer Tokio zou in de lage landen geen kwaad kunnen. Aan de leefbaarheid zal het niets afdoen. Integendeel, als Amsterdam verdubbelt zal ze alleen maar leefbaarder worden. Tokio bewijst het. Maar wie durft het aan?

Tagged with:
 

More opportunities

On 15 december 2014, in benchmarks, economie, by Zef Hemel

Gehoord tijdens de Catch-Up van de Amecboard in Amsterdam op 12 december 2014:


Het Amerikaanse PriceWaterhousCoopers brengt jaarlijks de ‘Cities of Opportunities’ Index uit. Elk jaar worden door haar ruim dertig steden in de wereld doorgelicht op een aantal indicatoren die de aantrekkelijkheid van de stad meten voor investeringen door het internationale bedrijfsleven. Dan gaat het om onderwijs, technologie, vestigingskosten, klantvriendelijkheid, kwaliteit van leven. Amsterdam was daar steeds niet bij. Nu wel. En wat blijkt? Na Londen, New York en Singapore eindigde de Nederlandse hoofdstad op vier. Dat is een ongekend hoge score. Afgelopen vrijdag werden de cijfers officieel bekend gemaakt. Hazem Galal, global leader for Cities & Local Government van PWC, kwam de uitslag eind augustus al in Amsterdam bij de Economic Board vertellen. Toen moesten we nog onze mond houden. Nu niet meer.

Waarop scoort Amsterdam zo hoog? Amsterdam is de beste als het gaat om gezondheid, veiligheid, duurzaamheid en natuur. Ook is Amsterdam – heel verrassend – beste stad op technological readiness. Verder: de gateway functie (Schiphol) is op orde, maar niet de beste (want niet duurzaam). Beduidend minder hoog scoort de stad op demografie en transport. Voorts moet Amsterdam veel steden voor laten gaan op economic clout (zeg maar: agglomeratievoordelen) en ease of doing business. Hoezo matig op demografie? De Amsterdamse bevolking, rekent PWC voor, wordt snel ouder. De stad is weliswaar populair om in te wonen, maar er worden veel te weinig woningen gebouwd. Doordat niemand de stad meer uit wil, worden we met z’n allen snel ouder. Nog even en Amsterdam is vergrijsd. Anders gezegd: Amsterdam is te klein. Een andere achterstand doet zich voor in het openbaar vervoer. Daarop scoort Amsterdam ronduit beroerd. Er is jaren achterstand in investeringen in het openbaar vervoer, de ov-chipcard is niet gebruiksvriendelijk, er is teveel ingezet op de auto, het OV is te duur. Galal was heel duidelijk hierover: andere steden in de wereld hebben de afgelopen tien jaar juist zwaar in hoogwaardig openbaar vervoer geïnvesteerd. PwC stelde voor tenminste de NoordZuidlijn door te trekken naar Schiphol.

Tagged with:
 

Amsterdam op twee

On 29 november 2013, in benchmarks, by Zef Hemel

Gelezen in Smartplanet 2013 nr.2 (van Tyler Falk):

Kijk, kijk, kijk. Amsterdam is uitgeroepen tot de op een na leefbaarste stad te wereld. In de nieuwste ranking van het Britse The Economist Intelligence Unit staat Hong Kong bovenaan als het gaat om leefbaarheid. Daarna volgt Amsterdam. De ranking combineert de leefbaarheidsindex van The Economist met nieuwe maatstaven van ruimtelijke kwaliteit. Dat zijn er zeven: stedelijk oppervlak afgemeten aan de totale bevolking (‘sprawl’), groene ruimte, natuurlijke omgeving, erfgoed, bereikbaarheid, nabijheid van andere steden en luchtvervuiling. In de top tien staan verder: 3. Osaka, 4. Parijs, 5. Sydney, 6. Stockholm, 7. Berlijn, 8. Toronto, 9. München, 10. Tokio. Opvallend is verder dat Amerikaanse steden ontbreken in de top 10. De eerste Amerikaanse stad is te vinden op plaats 14: Washington DC. New York staat op 16, Chicago op 15. De opvallend goede score van Amsterdam houdt met maar één ding verband: die dankt ze aan decennialange uitstekende ruimtelijke ordeningspolitiek van Amsterdam en omstreken, een traditie van structuurplanning en regionale samenwerking. Datzelfde geldt voor stadstaat Hong Kong.

Tyler Falk uit Washington DC schreef over de ranking op zijn blog Smartplanet, issue 2. Via Facebook werd hij snel gedeeld. Ik werd erop gewezen via Hans Karssenberg; die plaatste hem met een link op mijn tijdlijn. Echter, de ranking dateert bij nader inzien al van juli 2012. Op ‘Vrijstaat Amsterdam’ schreef ik er al over in een blog, gedateerd 13 juli. Voor wie het nog eens wil nalezen, kijk op www.zefhemel.nl/?p=4071

Tagged with:
 

Te kleine grote steden

On 31 oktober 2013, in benchmarks, by Zef Hemel

Gelezen in ‘ESPON atlas’, Luxemburg (2013):

In de onlangs verschenen ‘Territorial Dimensions of the Europe 2020 Strategy’ (2013) van ESPON wordt de groeistrategie van de EU tot 2020 territoriaal vertaald naar regio’s en steden. De atlas toont de eerste resultaten sinds 2010. Ze verschijnt midden in de crisis die Europa uitzonderlijk hard treft. Drie prioriteiten staan tot 2020 in Europa centraal: smart growth, sustainable growth, inclusive growth. Doelen zijn bijvoorbeeld: 75% van de beroepsbevolking heeft werk, 3% van het bruto binnenlands product wordt besteed aan R&D, 20% reductie van CO2 uitstoot, schooluitval lager dan 10%, 20 miljoen mensen minder onder de armoedegrens. Worden ze gehaald? Die vraag wordt niet direct beantwoord. De atlas wil vooral een regionale benchmark zijn, waarschijnlijk bedoeld om regio’s en steden binnen Europa op te jutten. Wie wil niet de ‘slimste regio’ van Europa zijn? En welke stad wil niet de duurzaamste zijn? De atlas brengt de eerste resultaten in beeld.

Niet verbazingwekkend is het algemene beeld: er is sprake van een duidelijke scheiding tussen Centraal-Noord Europa en de rest. Terwijl de eerste de doelen nadert, raakt de tweede er steeds verder van verwijderd. Ronduit schrikbarend is het grote aantal drop-outs op scholen in de grote steden van Spanje; percentages tot 40 procent treft men daar aan. In Finland en Ierland daarentegen is schooluitval vrijwel nihil. Op het gebied van ‘smart growth’ presteren de Nederlandse regio’s helemaal niet goed. Uitgaven aan R&D zijn het hoogst in Zwitserland, Zuid-Duitsland, rond Praag en Wenen. Ook Stockholm, Malmö, Finland, Toulouse en Zuidoost Engeland (rond Londen) spenderen veel middelen aan onderzoek. Nederland niet. Alleen Brabant kan zich meten met de groten. Echter, ten opzichte van 2003 zijn in alle Nederlandse regio’s – ook Brabant – de uitgaven aan R&D sterk teruggelopen. Alleen op het terrein van arbeidsaanbod op het gebied van wetenschap en technologie doen Randstad, Utrecht en Gelderland nog volop mee met de top. De atlas constateert hier een duidelijke concentratie in de grote steden. Londen echter telt veruit de grootste concentratie hoogopgeleide jongeren van heel Europa, met een percentage van 66 procent in het centrum. Daarna volgt Parijs. Conclusie? Voor ‘smart growth’ moet je niet in Nederland zijn. Onze grote steden zijn gewoon te klein.

Tagged with:
 

World’s Greatest Internet Cities

On 28 augustus 2013, in benchmarks, infrastructuur, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in UBM’s future of Cities van 26 augustus 2013:

Verrassend nieuws. Amsterdam staat in de top 10 van zogenaamde beste ‘internetsteden’ ter wereld. Dat maakte begin deze week ‘het Amerikaanse ‘Future Cities’ bekend. De gegevens zijn afkomstig van Akamai’s ‘The State of the Internet’, 1e kwartaalcijfers. Gemeten werd de kwaliteit van de internetverbondenheid van steden in de wereld. Vijf maatstaven werden gehanteerd: snelheid van het internet, beschikbaarheid van (gratis) WiFi, bereidheid tot innoveren, open data en veiligheid resp. privacy van gegevens. Op al deze criteria scoorde de Nederlandse hoofdstad zeer hoog. Een rangorde tussen de steden werd niet aangebracht. Dit is de lijst van de tien beste internetsteden ter wereld: Seoul, Hong Kong, Tokio, Amsterdam, Montreal, Seattle, Geneve, Stockholm, Praag en Wenen.

Opvallend is de afwezigheid van Amerikaanse steden in het rijtje. Alleen Seattle – de thuisbasis van Microsoft – doet nog mee. Europese en Aziatische steden zijn veruit dominant. In de Verenigde Staten is hierover een levendige discussie losgebarsten. Sommige mensen vinden het logisch, gezien de belabberde publieke infrastructuur in de meeste Amerikaanse steden. “Vind je het gek dat er geen gratis WiFi is in Detroit als er zelfs geen geld is om ambulances te laten rijden?”, reageert iemand op het internet. Anderen menen dat groepen burgers dezelfde infrastructuur kunnen organiseren, mits ze het maar willen; weer anderen vinden dat de belastingbetaler nooit mag opdraaien voor dit soort zaken. En zo zakken de Amerikaanse steden op alle lijstjes en verliezen ze aan concurrentiekracht. Immers, “in this Digital Age, part of what makes a great city is its connectedness to the Internet.

Tagged with:
 

Metropool van miljonairs

On 16 mei 2013, in benchmarks, by Zef Hemel

Gelezen op Z24 op 14 mei 2013:

Amsterdam telt 58 duizend dollarmiljonairs. Dat berichtte Z24 afgelopen week op haar website. Het opzienbarende cijfer is afkomstig van het Londense Wealthinsight. Het gaat hier over de gehele Amsterdamse metropoolregio, bestaande uit 36 gemeenten. Daar wonen momenteel 2,3 miljoen mensen. Wat is een dollarmiljonair? Een dollarmiljonair had medio 2012 ongeveer 800 duizend euro aan vrij vermogen. Nederland telt 185 duizend dollarmiljonairs. Dat betekent dat de hoofdstad ongeveer 31 procent van alle Nederlandse miljonairs onder haar inwoners telt. Is dat veel? Ja, dat is naar verhouding erg veel. In en rond New York bijvoorbeeld woont slechts 7 procent van alle Amerikaanse dollarmiljonairs. De kans een miljonair in Amsterdam tegen komen is dus aanzienlijk groter dan in New York. Een op de veertig mensen – zo’n 2,5 procent – is hier miljonair. Toch is de concentratie miljonairs in en rond Amsterdam kleiner dan in het ruim elf miljoen inwoners tellende Moskou. In de Russische hoofdstad wonen ruim drie op de vijf Russische dollarmiljonairs.

Wereldwijd valt Amsterdam daarmee net buiten de top-30 van steden met de meeste miljonairs. Tokio staat op die mondiale ranglijst bovenaan, met 461 duizend dollarmiljonairs. De kans om in deze immense Japanse metropool een miljonair tegen het lijf te lopen is zelfs nog groter dan in Amsterdam: een kans van 1 op 28. Nee, de allergrootste kans om op straat een miljonair de hand te schudden is niet in Tokio of Moskou, maar in Frankfurt. Bijna een op de veertien inwoners is daar miljonair. Frankfurt is dan ook niet zo groot, wel extreem rijk. Leuke statistieken? Jazeker. Amsterdam vergaart rijkdom. Het is al lang geen arbeidersstad meer. Ook al is de stad internationaal gemeten erg klein, ze doet het in dit opzicht naar verhouding best goed.  De volgende keer de statistieken over stedelijke concentraties van miljardairs. Ik vrees dat Amsterdam dan niet meer meetelt in de wereld.

Tagged with:
 

Beste stad ter wereld

On 13 juli 2012, in benchmarks, by Zef Hemel

Gelezen in Time NewsFeed van 9 juli 2012:

Alweer een benchmark van steden. Dit keer die van ‘de beste steden ter wereld’. De ranking blijkt een combinatie van de jaarlijkse ‘Liveability Index’ van de Economist Intelligence Unit en cijfers van BuzzData, een in Hong Kong gevestigd databureau. De EIU volgt sinds kort een open data beleid en dit is het resultaat. De architect Filippo Lovato maakte een nieuwe ranking van de gecombineerde cijfers, waarbij hij vooral lette op zeven ruimtelijke kenmerken van steden: de hoeveelheid groene ruimte, suburbanisatie, toegang tot natuur, aanwezigheid van cultuurhistorie, verbondenheid met de rest van de wereld, nabijheid van andere steden, en vervuiling. Hij legde in totaal zeventig wereldsteden tegen zijn meetlat. Wat blijkt? Hong Kong staat op één, Amsterdam op twee, Osaka op drie. Hong Kong heeft de minste luchtvervuiling van de steden uit de top 10, dus ook minder dan Amsterdam. “Hong Kong, the winner, is a very compact city that managed to maintain its natural heritage, create a dense network of green spaces and enjoy extensive links to the rest of the world,” aldus Lovato. Compacte steden met goede luchthavens in megaregio’s lijken bij hem dus te winnen. Amsterdam de op een na beste stad ter wereld?

In de Liveability Index van de Economist Intelligence Unit stond Amsterdam nog op 8 en Hong Kong op plaats 10. Daar stond Toronto bovenaan, en Sydney op 2. Verdiend gestegen? In The Economist van 3 juli vindt men het aanvechtbaar. Het vele groen van Hong Kong is aan de fysieke omstandigheden te danken, niet aan de stad zelf, zo luidt het commentaar. En de natuur is er weliswaar dichtbij, maar een groot deel van het jaar niet te harden vanwege het tropische klimaat. Bovendien kampt Hong Kong tegenwoordig met ernstige luchtvervuiling die afkomstig is van het Chinese vasteland. En wat te denken van Osaka op plaats 3 en Tokio op plaats 10? Iedereen die ooit in Japan heeft gewoond zal Tokio prefereren boven Osaka. “Osaka is as insularly Japanese as always.” Ten slotte vielen heel wat steden buiten de boot omdat ze te klein bevonden waren door Lovato. De redactie vindt het experiment geslaagd, maar wat Lovato deed niet altijd objectief. Over Amsterdam geen discussie.

Tagged with:
 

Kennis in dozen langs de snelweg

On 9 maart 2012, in benchmarks, economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 6 maart 2012:

Kennis is de nieuwe brandstof van de economie. Dat wisten we al lang, maar het dringt maar langzaam tot de bedrijven en beleidsmakers door. Bedrijven worden geïnterviewd en negen van de tien keer hameren de ondernemers op de slechte bereikbaarheid. Ook mopperen ze graag op het slecht functionerende ondernemersloket bij de gemeenten. Maar bovenal waarderen ze lage grondprijzen. Dat doen ze nog steeds. Waar ze het niet over hebben is het allerbelangrijkste dat ze nodig hebben in hun harde concurrentiestrijd: de aanwezigheid van kennis. “Doe mij maar meer kennis”, hoor je ze zelden zeggen. Echter, uitgerekend de universiteitssteden groeien op dit moment het hardst. Hoe dichter een bedrijf tegen de factor kennis aanschurkt, hoe meer profijt. Sommigen denken nog dat kennis in dozen langs de snelweg zit, maar niets is minder waar. Kennis bevindt zich in historische universiteitssteden met een rijk verleden, jong talent en veel culturele voorzieningen, het gaat om steden die worden omgeven door een fraai landschap en die gekenmerkt worden door een internationaal klimaat. Kennis zit namelijk in de hoofden van geletterde mensen. Bedrijven moeten dus achter die mensen aan.

Deloitte bracht deze week de uitkomsten van een bedrijvenenquente naar buiten. Zevenduizend ondernemers gaven hun oordeel over het vestigingsklimaat in zeventien Nederlandse  regio’s. Beschikbaarheid van personeel – arbeid, niet kennis – woog daarin het zwaarst. Leiden scoorde het hoogst. “De universiteitsstad, met zijn Biosciencepark voor nauw aan de wetenschap verbonden biotechnologiebedrijven als Pharming en Octopus, kreeg in de enquete onder de ondernemers het hoogste rapportcijfer: een 7,3.” De vier grote steden scoorden relatief laag. Ook het veelgeprezen Eindhoven deed het niet beter dan Den Haag of Amsterdam. Wat blijkt? De ondernemers vinden de vierkantemeterprijzen in de grote steden te hoog. Almere deed het daarentegen wel goed. Almere beschikt niet over een universiteit, maar Almere heeft wel lage grondprijzen en veel ruimte en is daarmee een goed alternatief voor Amsterdam. De beide Amsterdamse universiteiten liggen op een steenworp afstand, evenals de grootste historische binnenstad van Europa. Weet u wat het is? Zo’n enquete biedt ondernemers een goede mogelijkheden om weer eens flink te klagen over de hoge grondprijzen. Opnieuw weten ze de nabijheid van kennis niet te waarderen. Dan maar liever in de polder en doen alsof kennis verstopt zit in dozen langs de snelweg.

Tagged with: