Tuinieren

On 21 oktober 2019, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 23 juni 2018:

Afbeeldingsresultaat voor Manifesta 12 palermo book

Iemand twitterde dat ze maar niet begreep wat ik in ‘Een nieuwe historische binnenstad’ met de binnenstad als tuin bedoelde. Waar komt die metafoor van de tuin toch vandaan? Zeker nooit Voltaire’s ‘Candide’ gelezen. Vorig jaar sprak de burgemeester van Palermo, Leoluca Orlando, in een afgeladen Pakhuis de Zwijger over de twaalfde editie van de nomadische kunstmanifestatie Manifesta die dat jaar was gehouden in zijn stad. Deze uiterst succesvolle editie heette ‘Planetary Garden. Cultivating Coexistence’. Wij, de mensheid, zijn de tuiniers van planeet Aarde, maar we onderhouden onze tuin slecht. Daar kwam het op neer. In Palermo werd gerefereerd aan klimaatverandering, droogte en massale migratiestromen. De stad op Sicilië neemt al die stromen uit Afrika en het Midden-Oosten gastvrij in zich op. ‘Becoming Garden’ was een van de kunstprojecten in de stad, dat ging over het samen zorgdragen voor een gemeenschappelijke plek. Het Franse team van Coloco en Gilles Clément had op een ongebruikt stuk land – een illegale dumpplaats  – in een noordelijk gelegen stadsbuurt letterlijk een tuin aangelegd en de bewoners uitgenodigd deel te nemen. Doel: door samenwerking de vruchtbaarheid van de aarde herstellen. “Clément’s metaphor of the planet as a manageable garden is still attractive, not as a place for humans to take control, but rather as a site where agents of diverse species recognise their interdependency and share responsibility.”  Even verderop speelde de Botanische tuin – de Orto Botanico – met zijn 12.000 plantensoorten een hoofdrol in het politieke kunstenprogramma.

Het stadsbestuur van Palermo begreep dat globalisering niet zal overwaaien en dat de migratiestromen van Afrika naar Europa structureel zijn en een logisch gevolg van enorme krachten. Ze wees de bezoekers op het feit dat uitgerekend migranten het stadscentrum van Palermo overeind houden. Want veel kerken en paleizen staan leeg, bepaalde delen ogen zelfs als een oorlogsgebied. Terwijl elders yuppen en toerisme-industrie zich meester maken van de centra, strijken in Palermo de meeste migranten neer in het lege hart. Ze verkopen er hun producten, die ze vaak zelf gemaakt hebben. Arthur Weststeijn van de Universiteit Utrecht schreef destijds in Het Parool: “In plaats van krampachtige kortetermijnoplossingen om toeristenstromen te verleggen van de ene straat naar de andere, biedt Palermo een radicaal alternatief: zorg dat het historisch centrum van de bewoners blijft door er armlastige migranten te huisvesten. Ze zullen er kleine winkeltjes openen, oude markten weer nieuw leven inblazen, zorgen voor reuring als natuurlijk tegenwicht tegen klagende yuppen en slempende toeristen. (…) Want als migranten wegkwijnen in provinciale asielzoekerscentra en geen leven bieden aan het hart van de stad, dan hebben yuppen en toeristen vrij spel.” Zoiets zou je tuinieren kunnen noemen. Te vergelijken met het tuinieren in de Amsterdamse binnenstad: Amsterdammers terugbrengen naar het stadscentrum. Met Artis in de hoofdrol.

Tagged with:
 

Triomftocht door de binnenstad

On 14 oktober 2019, in boeken, stedenbouw, toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in ‘P.J.H.Cuypers en het gotisch rationalisme’ (2009) van Aart Oxenaar:

Afbeeldingsresultaat voor cuypers oxenaar gotisch

Afgelopen zondagmiddag burgemeester Chen Jining van Peking begeleid op zijn tocht door de Amsterdamse binnenstad. Een bleek zonnetje brak door na de zoveelste regenbui. Met een bootje voeren we over de Amstel, dwars door de historische binnenstad, stapten even uit bij de Oude Kerk, toen door over het IJ langs het Centraal Station, en terug via Prinsengracht naar eindpunt Rijksmuseum. Daar bezochten we de Nachtwacht. Overal was het druk, levendig, veel toeristen. Aan het begin van zijn rondleiding vertelde een gids in het Rijksmuseum over architect Pierre Cuypers, die niet alleen de schepper van het Rijksmuseum was, maar ook van Amsterdam Centraal station: twee laat-negentiende eeuwse ‘poorten’ die toegang verschaften tot de binnenstad van de hoofdstad van het koninkrijk. Zijn betoog sloot naadloos aan op onze bijzondere tocht en mijn uitleg bij de toekomstvisie (‘Een nieuwe historische binnenstad’), maar deed vooral denken aan het proefschrift van kunsthistoricus Oxenaar over P.J.H. Cuypers uit 2009. Cuypers, schreef Oxenaar, tekende twee poortgebouwen voor een herrijzend Amsterdam dat na een lange periode van stagnatie eind negentiende eeuw weer opkrabbelde. Cuypers refereerde daarbij aan het gegeven dat de hoofdstad vanouds een rituele orde kende, die tot uitdrukking kwam in de openbare gebouwen. Ze moesten de maatschappelijke en religieuze orde van de ‘civitas’ tot uitdrukking brengen in het stadsbeeld. Zijn toevoegingen, waaronder ook een aantal kerken, zouden die orde bevestigen.

In de wachtkamer derde klasse van het Centraal Station liet Cuypers een enorme stadsplattegrond aanbrengen met daarop de belangrijkste openbare gebouwen in een contrasterende kleur afgebeeld. De nieuwbouw van Centraal Station en Rijksmuseum krijgen daar hun rituele betekenis. Boven een van de uitgangen van het station ontwierp hij een tweede kaart, waarop hij de belangrijkste routes door de stad aangaf. Station, museum en voormalig raadhuis op de Dam markeren nu een symbolische route. Oxenaar: “De gang van de aankomende reiziger door de stad krijgt zo de lading van een allegorische optocht. Zijn wandeling van gebouw naar gebouw wordt voorgesteld als een tocht tot lering en vermaak, vergelijkbaar met de triomftocht van de vooraanstaande zeventiende eeuwse burgers van Amsterdam langs het stadhuis en de Westerkerk.” Tegenwoordig valt deze route samen met de processiegang die miljoenen toeristen dagelijks afleggen op hun zoektocht naar de door ons afgeschreven Gouden Eeuw. Maar in 2030 klapt deze optocht om als de entree naar de stad naar het zuiden wordt verlegd. Dan opent station Amsterdam Zuid zijn deuren. Dat is het moment waarop Amsterdam zijn nieuwe rituele orde kan tonen en daarover gaat dus mijn visie. Tijd voor een bijzonder station en een ambitieus toeristisch programma op de Zuidas.

Tagged with:
 

Amsterdam ontmoet Peking

On 12 oktober 2019, in planningtheorie, toerisme, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De kunst van het oorlogvoeren’ van Sun Tzu:

De kunst van het oorlogvoeren

Afgelopen donderdag overhandigde ik de toekomstvisie voor de Amsterdamse binnenstad aan burgemeester Halsema in de Beurs van Berlage. Dat gebeurde in aanwezigheid van bijna vierhonderd burgers. ‘Een nieuwe historische binnenstad’ staat op de website van de gemeente. Dit weekeinde leidde ik burgemeester Chen Jining van Peking rond over de Amsterdamse Wallen. Peking worstelt als geen andere stad met overtoerisme. Lees de ‘City Tourism Performance Research Survey’ van de World Tourism Cities Federation over Peking er maar op na. In 2015 ontving de Chinese hoofdstad liefst 273 miljoen toeristen (in Amsterdam 18 miljoen). Tussen 2010 en 2015 groeide het toerisme naar Peking met 48 procent, dat is gemiddeld 8 procent per jaar. Dat zijn zelfs voor Amsterdamse begrippen astronomische cijfers. Maar overtoerisme is slechts een deel van het probleem, zowel in Peking als Amsterdam. Daarom zal mijn rondleiding dit weekeinde ook over prostitutie, drugs, ondermijning en criminaliteit gaan. Het was een van de opmerkingen die afgelopen donderdag in de Beurs van Berlage werden gemaakt: waarom schrijft u zo weinig over ondermijning in uw visiedocument ‘Een nieuwe historische binnenstad’? Mijn antwoord stelde de aanwezigen duidelijk teleur. Er werd gejoeld, iemand nam de benen. Ik denk dat de burgemeester van Peking mij straks wel begrijpt.

Een van de grootste denkers op het gebied van oorlogvoeren was namelijk Sun Tzu. Iedere Chinees kent hem. Zijn ‘kunst van het oorlogvoeren’ vormt een van de oudste verhandelingen over strategie en tactiek en niemand heeft het ooit in wijsheid overtroffen. Al zo’n 500 jaar voor Christus schreef Sun Tzu dat de hoogste kunst van oorlogvoering is de vijand onderwerpen zonder te vechten. “Een leger is te vergelijken met water: water laat de hoogten droog en zoekt de laagten op; een leger keert zich van kracht en valt leegte aan. De stroming van het water wordt bepaald door de vorm van de grond; de zege wordt behaald door te handelen overeenkomstig de staat van de vijand.” Een veldheer neemt nauwkeurig waar en beschikt over grote verbeeldingskracht. De morele, intellectuele en omgevingselementen vindt hij belangrijker dan de fysieke, die van militaire kracht. Bij Sun Tzu ligt de nadruk op het doen van het onverwachte en het volgen van de indirecte aanpak. Ik heb zijn wijsheid en kunde aan de basis gelegd van mijn toekomstvisie voor de Amsterdamse binnenstad. Wie de Amsterdamse Wallen wil veranderen, slaat er niet met een hakmes op in. Een aanval levert hem geen voordeel op. Hij gaat tuinieren.

Tagged with:
 

An archive of facts

On 9 oktober 2019, in literatuur, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in ‘True Tales of American Life’ (2001) van Paul Auster:

Afbeeldingsresultaat voor true tales of american life auster

Gisteren college gegeven op de Amsterdam School of Real Estate. Mijn verhaal ging over mijn methodiek om complexe, venijnige vraagstukken te ontrafelen: hoe greep te krijgen op de realiteit. Mijn college werd met cynisme en ongeloof onthaald. Morgen volgt de visie die uit die zoektocht is voortgevloeid. Dan wordt de toekomstvisie voor de Amsterdamse binnenstad in de Beurs van Berlage officieel gepresenteerd. Die visie is beslist geen luchtfietserij. Bij thuiskomst greep ik onwillekeurig in mijn boekenkast. Daar stond ‘True Tales of American Life’ van Paul Auster langzaam te vergelen. Ik was opnieuw getroffen. Diens werkwijze van ruim tien jaar geleden lijkt sterk op de mijne. Want wat had Auster gedaan? Op de nationale radio had hij een oproep gedaan aan luisteraars om korte persoonlijke verhalen in te sturen die sterk leken op fictie maar die echt waren gebeurd. Hij ontving er meer dan vierduizend. Hij las ze allemaal. Auster: “I was hoping to put together an archive of facts, a museum of American reality.” Uiteindelijk selecteerde hij er 180. Die ordende hij in tien categorieën. Dat werd een dik boek. Wie het leest raakt diep ontroerd, die gelooft niet dat dit mogelijk is. De werkelijkheid is vaak fantastischer dan fictie.

Auster: “If I had to define what these stories were, I would call them dispatches, reports from the front lines of personal experience.” De ingezonden verhalen gingen over alles. Verderop noemt hij ze ‘images’ die tegelijk helder zijn, compact en gewichtloos – klein genoeg om in je broekzak te passen. “Like the snapshots we carry around of our own families.”  Zo’n museum van de realiteit probeerde ik ook ten aanzien van de binnenstad maken. Daartoe interviewde ik meer dan tachtig mensen die door anderen voor mij waren geselecteerd. Ik kende ze vaak niet, of alleen van naam. Iedere persoon sprak anderhalf uur over zijn of haar leven. Die persoonlijke verhalen konden over alles gaan. Ze raakten allemaal aan de realiteit, aan concrete ervaringen. Al die gesprekken heb ik daarna letterlijk uitgeschreven. Dat is een compleet boek geworden. Dat boek gaat over de realiteit. En ja, die realiteit is vaak nog fantastischer dan ik had kunnen dromen. Mijn ervaring na afloop was dezelfde als die van Auster: “Even after you have read through all fifteen dozen of them, they continue to stay with you, and you find yourself remembering them in the same way that you remember a trenchant parable or a good joke.” Een scherpe parabel of een goeie grap die je niet meer vergeet. Inderdaad, dat is het.

Tagged with:
 

Agora

On 13 september 2019, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Flesh and Stone’ (1994) van Richard Sennett:

Afbeeldingsresultaat voor flesh and stone sennett

Wordt Richard Sennett (1943) oud? Afgelopen week las ik in ‘Building and Dwelling’ (2018) een mooie passage over de antieke agora in Athene. Op deze plaats schreef ik erover. Nu las ik vrijwel dezelfde tekst van diezelfde auteur in het veel oudere ‘Flesh and Stone’ (1994), maar dan uitgebreider en beter. In ‘Nakedness’, het eerste hoofdstuk in het deel over ‘’Powers of the Voice and Eye’, schetst Sennett de evolutie van de Griekse agora in relatie tot het menselijk lichaam. Zeldzaam erudiet weidt hij uit over de stem van de burger in het Athene van zo’n vierhonderd jaar voor Christus. Alsof hij erbij was. De stad is dan uitgegroeid tot een metropool van circa 250.000 inwoners. De meeste burgers leefden overigens op grote afstand van de agora; zo’n veertig procent zelfs verder dan vijftien mijl. Het kostte hen zeker vier uur om in het centrum te komen. Hier echter, in het hart, namen ze politiek beslissingen. Dat deden ze door met elkaar te praten, in groepen te verzamelen en rechtop te lopen.  De resultante is democratie. Want wat gebeurt er als zesduizend lichamen dicht opeengepakt in een ruimte van amper vijf hectare samendrommen? De Duitse historicus Winckelmann noteerde dat al die lichamen in die ene ruimte een tableau moeten hebben gevormd van zeldzame ordening in een wereld van verschil. Het leidde, aldus Sennett, noodgedwongen tot het uiteenleggen van de verschillende functies van de democratie in diverse gebouwtypen.

Nee, er lag geen masterplan ten grondslag aan de Griekse agora en ook geen eenvormig idee van architectuur. Voor Sennett gaat het vooral om de woorden die werden gesproken en de hitte van het gesprek. In het theater, waar iedereen zat, sprak slechts één iemand, de anderen luisterden, daar werd het narratief dominant, maar elders, waar gestaan werd, werd heftig gedebatteerd en speelden emoties op. Wie zat, onderwierp zich, wie rechtop stond claimde macht. In het theater werd iedereen in de gaten gehouden, op het plein was dit niet goed mogelijk. Elke architectuur lokte een andere woordenwisseling uit. Rondom de agora begonnen markten te gedijen, daar stierf het stemgeluid van de agora in het opbieden en aanprijzen van goederen door kooplieden. Aristoteles merkte hierover op: ‘een stad bestaat uit verschillende soorten mensen; één type mens kan een stad niet dragen.’’ Rechtspraak, markt en politiek werden ten tijde van Pericles van elkaar gescheiden. Stemmen dus. Het woord kwam vooral tot zijn recht in afgescheiden ruimten. Daaraan danken wij stadhuizen, rechtbanken, theaters. Ze horen bij elke binnenstad. Stedelijke centra zitten nog steeds zo in elkaar. Tenminste als het goed is, dus als ze niet door de economische functie worden overvleugeld en de burgers het centrum mijden, waarmee deze hun democratische functie verliezen.

Tagged with:
 

Manchester paradox

On 4 april 2019, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Manchester paradox’ in Prospect van 4 maart 2019:

Afbeeldingsresultaat voor highrise manchester map inner city

Bron: BBC

Driftig wordt er gebouwd in de noordelijke industriestad Manchester, de skyline wordt hier gedomineerd door tientallen kranen. Tegelijk vindt de bezoeker van de ruim 500.000 inwoners tellende Britse stad steeds meer dak- en thuislozen op straat. In 2017 stierven 21 mensen zonder een dak boven hun hoofd. Ze noemen het de ‘Manchester paradox’. Alles deed het gemeentebestuur om de bouwwoede aan te wakkeren. Ze reisde zelfs naar China om investeerders in vastgoed aan te trekken.Vooral in het centrum van Manchester worden de laatste jaren extreem veel woningen gebouwd: 2.000 appartementen in 2017, de komende drie jaar nog eens 9.000 extra. Woonden er in 1985 nog 400 mensen in het stadscentrum, vorig jaar waren dat er al 40.000. In de jaren ‘80 en ‘90 probeerden opeenvolgende gemeentebesturen private investeerders te verleiden om in en rond de binnenstad te bouwen, de laatste jaren trokken ze zelfs investeerders uit het verre Midden-Oosten aan. Imposant is de nieuwe skyline van Manchester, deze doet eerder denken aan Dubai dan aan een Europese stad. Manchester is als Rotterdam: dure hoogbouw en tegelijk armoede in de buitenwijken. Al dat verwoede bouwen blijkt nauwelijks te baten. En publieke investeringen in infrastructuur lopen hopeloos achter.

Wat is er aan de hand? Jonge, hoogopgeleide starters vestigen zich massaal in de binnenstad van Manchester, dit doen ze vooral sinds de BBC in Salford zijn hoofdkwartier opende. De universiteiten in de stad groeien als kool, de restaurants en horeca doen het uitstekend. Huren en vastgoedprijzen stijgen snel. Het lijkt wel alsof iedereen in ‘downtown’ wil wonen. Vooral de afgelopen vijf jaar zijn buurten in en rond de binnenstad in een oogwenk hip en trendy geworden. Tegelijk hebben de bezuinigingen van Westminster op het gemeentefonds hun tol geëist; gemeentelijke instanties zijn nauwelijks in staat om de onderkant van de samenleving bij te staan of met middelen te ondersteunen. Het aantal daklozen is sinds 2010 scherp gestegen. Woningbouwcorporaties zijn door de Britse staat gekortwiekt, huurders van sociale woningen worden geconfronteerd met enorme prijsstijgingen. Zelfs het openbaar vervoer is duur geworden, terwijl de arme bevolking van Manchester in de verre buitenwijken woont, waar ze is aangewezen op busvervoer naar werk en voorzieningen. Er dreigt een verkeersinfarct. De stad telt meer dan 5.000 urgente woningzoekenden, maar de voorraad sociale woningen is verre van toereikend. Het succes van Manchester is goed nieuws. Echter, de Britse regering laat verstek gaan, is afwezig, althans dat stellen betrokkenen. Het verklaart waarom veel Britten op de linkse Jeremy Corbin stemmen. En het verklaart waarom veel inwoners van steden als Manchester hoogbouw haten of negeren. Voor hen betekenen die torens grove nalatigheid.

Tagged with:
 

Een ode aan Ed van Thijn

On 10 februari 2019, in bestuur, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Jongens, maak het maar mooi’ (2016) van Max van den Berg:

Afbeeldingsresultaat voor max van den berg jongens

De problemen in de Amsterdamse binnenstad zijn groot. Binnen de Singelgracht wordt bijna niet meer gewoond, sommige delen zijn tot regelrechte no-go areas verworden. Drugshandel, criminaliteit, verkrotting en ernstige vervuiling bedreigen de centrumfunctie van de historische kern van de hoofdstad van het land. Amsterdam schaamt zich. Vooruitlopend op de gemeenteraadsverkiezingen van 1982 richt burgemeester Ed van Thijn een Adviesgroep Binnenstad in met vertegenwoordigers uit bedrijfsleven, universiteit, kunst- en cultuursector, vakbonden en bewonersorganisaties. Zij schrijven een rapport. Na de verkiezingen wordt binnen het nieuwe college de burgemeester aangewezen als bestuurlijk coördinator van een ‘Aanpak voor de binnenstad’. Van Thijn vraagt Max van den Berg, eerder directielid van de Dienst Ruimtelijk Ordening maar inmiddels werkzaam op het stadhuis, om de rol op zich te nemen van ambtelijk coördinator. Onder zijn aanvoering wordt een klein team op het stadhuis geformeerd dat steeds met de burgemeester overlegt. Daarnaast komt er een Werkgroep Binnenstad, waarin 35 vertegenwoordigers van de meest betrokken diensten zitting nemen. Bovendien laat Van den Berg zich adviseren door een werkgroep Juridisch Beheer die helpt “af en toe totaal verknoopte formele situaties te ontwarren en in beweging te brengen.” Opvallend is de informele sfeer; met de burgemeester wordt veel gelachen. Coördinator Van den Berg weet zich omringd door een “enthousiaste groep, zonder macht, maar met de wil problemen op te lossen en tot daden te komen, wat bijna steeds lukt.” Is er een visie op de toekomst van de binnenstad? Nee, er zijn alleen actievoorstellen. De binnenstad moet worden gered.

Aan het woord is Van den Berg, die in 2015 terugblikte op zijn ambtelijke carrière in Amsterdam en daar een boek over publiceerde. Centraal in de strategie die de burgemeester en hij na 1982 ontwikkelen, staat ‘herstel van vertrouwen’. Daarvoor is ‘openheid’ een eerste vereiste, en ook ‘flexibiliteit’. “Ons doel is simpel: Verbeter het imago van Amsterdam en maak de binnenstad mooi en schoon.” Wat opvalt in de aanpak die uiteindelijk gekozen wordt is de nadruk op het wonen: het stegenplan, het wonen-boven-winkels-plan, het gatenplan, het herstelplan voor de Zeedijk, de voltooiing van de stadsvernieuwing op de Eilanden, in de Jordaan, de Nieuwmarktbuurt. In 1981 wonen er nog maar 53.000 mensen in de Amsterdamse binnenstad. Vier jaar later zijn dat er weer 57.000; ondertussen staan er plannen gereed die het totaal zullen brengen op 60.000. Maar dat niet alleen. Vanaf 1985 worden de inspanningen ook gericht op hoger onderwijs in de binnenstad met drie clusters van liefst 39 hbo-instellingen en een universiteit. En ook cultuur, kunst en toerisme krijgen een impuls, met initiatieven voor tal van nieuwe accommodaties. Het werd in die vroege jaren ‘80 allemaal bedacht en in werking gezet. Dertig jaar later wonen er meer dan 86.000 Amsterdammers in de binnenstad; hun aantal neemt verder toe, tot 91.500 in 2040. Bijna evenveel jongeren studeren er.  Het bedrijfsleven floreert. Het aantal toeristen groeit explosief. De binnenstad, inmiddels bijna te mooi, dreigt te bezwijken onder haar enorme succes. In 2018 werd ze door Elsevier Weekblad uitgeroepen tot beste binnenstad van Nederland. Tegelijk broeit het en gist het. Het wordt te druk. De prijzen gaan sky high. Amsterdammers keren zich af. Anno 2019 moet de binnenstad opnieuw worden gered.

Tagged with: