Op de helft

On 20 april 2018, in boeken, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’ (2013) van Thomas Piketty:

Afbeeldingsresultaat voor piketty capital

Nu pas gelezen en nog maar halverwege: Thomas Piketty’s ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’. Eerst wilde ik ‘Dat Kapital’ van Karl Marx zelf lezen. Dat heb ik inmiddels gedaan. Nu dus Piketty. De lange historische lijnen die de Fransman, verbonden aan de École d’economie de Paris, trekt gaan terug op Marx, nee verder, ze voeren de lezer naar het begin van de Industriële revolutie. Mooi is het om te lezen hoe hij vanuit de negentiende eeuw op onze tijd terugblikt en vaststelt dat kapitaal terug is van weggeweest. De twintigste eeuw met zijn twee wereldoorlogen en moeizame wederopbouw zijn vooral een breuk geweest in een lange geschiedenis van het globale kapitalisme. Even leek arbeid beslissend te worden, maar uiteindelijk is vermogen toch weer in hoge mate bepalend voor iemands maatschappelijke positie. Dat is balen. Bijzonder in het boek is het hoe Piketty dit illustreert aan de hand van negentiende eeuwse romans als die van Austen en De Balzac. Zo ongeveer moeten we ons de toekomst dus voorstellen. Zelfs al is de recente verandering in de technologie gunstig voor de factor arbeid, toch zal het aandeel van kapitaal niet afnemen, denkt hij. Sterker, de moderne technologie maakt het mogelijk om kolossale hoeveelheden kapitaal te accumuleren zonder dat het rendement volledig verloren gaat. “Wordt de eenentwintigste eeuw nog minder egalitair dan de negentiende, voor zover hij dat niet al is?” De vraag stellen is hem beantwoorden.

Net als Marx heeft Piketty weinig op met steden. Zijn analyses gaan over landen, Engeland en Frankrijk in de eerste plaats. Dat vader Goriot, een schepping van Honoré de Balzac, in Parijs leefde, neemt hij voetstoots aan. Zijn dochters uithuwelijken in de beste Parijse kringen is ook al zo’n ding. En dan verschijnt daar Rastignac als berooide edelman uit de Franse provincie, die zijn geluk komt beproeven in de Franse hoofdstad. Ook die laat zich uiteindelijk meeslepen door de aanblik van alle rijkdommen, om uiteindelijk even meedogenloos te worden als de door geld gecorrumpeerde Parijse elite. Rastignac aast op de erfenis van Victorine in plaats van door studie, talent en hard werken rijkdom te vergaren. Kortom, het negentiende eeuwse Parijs groeide en bloeide in de ogen van De Balzac door de ongebreidelde accumulatie van kapitaal, door corruptie onder elites rond erfenissen en huwelijken, soms gepaard gaande met moorden, een zeer ongelijke samenleving waarin kapitaal belangrijker was dan arbeid. Volgens Piketty gaan we terug naar die verdorven tijd, een tijd van grote ongelijkheid, met grootstedelijke elites die zich via erfenissen verrijken en een verarmend platteland. Was het negentiende eeuwse Parijs werkelijk zo’n corrupte bende? Was die snel groeiende metropool van destijds niet óók een grandioos economisch, sociaal-cultureel laboratorium, een eclatant succes? Piketty, zelf woonachtig in Parijs, vertelt liever het oude verhaal van Karl Marx. Nogmaals, ik ben pas op de helft van zijn magistrale boek. Misschien ontdekt de auteur alsnog de zegeningen van de in de twintigste eeuw door Europeanen weggebombardeerde maar dus nooit verslagen metropolen.

Tagged with:
 

‘Go with the flow’

On 13 april 2018, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Thank You for Being Late’ (2016) van Thomas Friedman:

Afbeeldingsresultaat voor thank you for being late friedman

Een veel te dik maar wel razend interessant boek schreef de Amerikaanse journalist Thomas Friedman. In ‘Thank You for Being Late’ neemt hij de tijd en de aandacht om te onderzoeken wat er met de wereld op dit moment aan de hand is. Drie krachten veranderen onze wereld ingrijpend: technologische innovaties, economische globalisering en klimaatverandering. In alle drie zit een venijnige versnelling: de Wet van Moore. Drie pijlers onder de huidige welvaartstaat: dat ieder mens in principe tot de middenklasse kan toetreden; dat migranten overal welkom zijn; dat de kansen op het platteland niet minder zijn dan in de stad – worden hierdoor ruw weggeslagen. “So, unless you have a really dynamic local leadership, or a close to a university, increasingly the only way to hold on to the American Dream is by living in a globally connected, multicultural, lifelong-learning-rich, urban context.” Er is geen ontkomen aan, iedereen zal zich de komende decennia moeten aanpassen. Tegenstand bieden, boos zijn of je verzetten helpt niet. ‘Go with the flow’ is de kunst die wij allen moeten leren. Alleen samenlevingen die voldoende open zijn en die permanent willen leren, zullen de ingrijpende versnellingen kunnen bijbenen. Ook Friedman komt uit bij Moeder Natuur die ons leert hoe we ons het beste kunnen aanpassen. Vijf ‘killer apps’ noemt hij die de natuur ons biedt en die we in onze alledaagse, veel te starre politiek moeten incorporeren.

De eerste ‘killer app’ is die van het tijdig onderkennen dat vreemde machten economisch en militair superieur kunnen zijn en dat je je daaraan tijdig dient aan te passen; 2. het vermogen om diversiteit en complexiteit te aanvaarden; 3. het vermogen om het eigenaarschap over de toekomst te accepteren en niet de rol van slachtoffer te spelen; 4. het vermogen om de juiste balans te vinden tussen top-down en bottom-up, 5. het vermogen om politiek te benaderen met een mind-set die tegelijk ondernemend, hybride, heterodox en niet-dogmatisch is. Cultuur, aldus Friedman, speelt in het nabootsen van deze vijf biologische killer-apps een belangrijke rol. Want uiteindelijk is het niet de politiek, maar de cultuur die mensen drijft. Leiding geven door te verrassen met uitspraken die openheid en complexiteit propageren biedt het meeste zicht op succes. Denk aan Nelson Mandela. Hij maakte Zuid-Afrika sterker door mensen op te roepen tot verdraagzaamheid, niet door het nemen van stoere besluiten. Alles draait om vertrouwen. Lokale gemeenschappen die zelf verantwoordelijkheid nemen zullen het de komende jaren moeten doen.

Tagged with:
 

‘Amsterdam vreest zijn eigen succes’

On 27 maart 2018, in economie, by Zef Hemel

Gehoord in CREA te Amsterdam op 26 maart 2018:

Afbeeldingsresultaat voor metrosysteem amsterdam 1960

Plan voor stadsspoorwegen Amsterdam 1968

Amsterdam vreest zijn eigen succes’. Met dat motto begon hoogleraar Coen Teulings zijn Amsterdamlezing op maandagavond 26 maart 2018. Teulings, tegenwoordig universiteitshoogleraar aan de Universiteit Utrecht, bestudeert de economie van steden. Economisch onderzoek verweeft hij met elementen van geschiedenis, biologie, recht, politicologie en geografie. Amsterdam noemde hij een ‘parel’. De stad is naar internationale maatstaven gemeten buitengewoon aantrekkelijk en ook succesvol. De verdere groei van de hoofdstad vond hij logisch en onvermijdelijk en zou voor de Nederlandse regering topprioriteit moeten zijn. Amsterdam is in vergelijking met andere wereldsteden helemaal niet zo duur, er dreigen hier ook geen ‘Londense toestanden’. Nederland is juist een egalitair land en no-go areas kent de hoofdstad niet. Dat Amsterdam duurder wordt noemde hij onvermijdelijk; goedkoper zal de stad niet meer worden. De dynamiek is groot, maar dat geldt voor meer steden. Buiten Amsterdam denken ze dat Airbnb de prijzen opjaagt, maar dat is niet zo. In zeker vier varianten legde hij het principe van agglomeratievoordelen uit. Mensen zijn bereid een fortuin te betalen om heel dicht bij elkaar te zitten. Hoe drukker een plek, hoe hoger de grondprijzen. En het internet jaagt deze locatievoordelen aan. Vooral hoger opgeleiden kopen zich een weg naar het centrum. De verdere uitleg van Amsterdam vond hij een gewichtige zaak. Daarmee kunnen meer mensen toegang krijgen tot al die felbegeerde voorzieningen.

Vanuit de zaal kwamen tegenwerpingen. Worden hiermee de armen niet de stad uit gedreven? Teulings aarzelde even. Dat verdringing optreedt kon hij niet ontkennen. Sommige categorieën mensen zullen de stad zeker verlaten. Maar Turken en Marokkanen en Surinamers, die blijven wel, dus mensen zijn niet tot vertrek veroordeeld. Maar krijg je dan niet ernstige vormen van segregatie?, kwam er opnieuw uit de zaal. Teulings gaf de zaal tot op zekere hoogte gelijk, maar zei dat hij niet elke vorm van segregatie op voorhand afwees. Liever sprak hij van ruimtelijke ‘specialisatie’. Het is begrijpelijk en natuurlijk om als migrant je medemigranten op te zoeken. Ook dat is een vorm van agglomereren. Waarna hij een warm pleidooi hield voor grootstedelijk openbaar vervoer. Uitgerekend openbaar vervoer kan onvermijdelijke uitsorteringsprocessen helpen verzachten. Juist daar is in Amsterdam grote behoefte aan. Opnieuw zullen rond de stations de grondprijzen stijgen. Maar zo is de stad. Behalve, gek genoeg, op sommige plaatsen in Amsterdam. Want hoe kan het nou dat rond het Amstelstation zo weinig hoogbouw wordt gerealiseerd? En waarom is de Noordzuidlijn zo’n onbeduidend kort stukje? Zijn lezing eindigde Teulings met het schema van het Amsterdamse metrostelsel zoals dat in de jaren zestig van de twintigste eeuw door planologen was geprojecteerd. Waarom is slechts een fractie van dit grootstedelijke project uitgevoerd? Antwoord: Amsterdam vreest zijn eigen succes.

Gelezen in ‘Groei en krimp’ (2016) van De Groot, Marlet, Teulings en Vermeulen:

Afbeeldingsresultaat voor groei en krimp parool teulings

Bron: Groei en krimp/Het Parool

Coen Teulings is mijn een na laatste gast in de nieuwe reeks Amsterdamlezingen die alle gaan over de toekomst. Teulings is econoom en universiteitshoogleraar aan de Universiteit Utrecht. In het verleden was hij directeur van het Centraal Planbureau, het CPB. In die laatste hoedanigheid schreef hij, samen met Henri de Groot, Gerard Marlet en Wouter Vermeulen, de publicatie ‘Stad en land’ (2010). Daarin vroegen de auteurs zich af hoe het toch komt dat mensen sinds eind jaren tachtig weer massaal naar steden trekken. En waarom is de ene stad populairder dan de andere? Steden worden steeds meer consumptiesteden in plaats van productiesteden. De rol van voorzieningen, ontdekten zij, is cruciaal en drukt zich uit in hogere grondprijzen, maar ook in hogere lonen. De grondprijzen van sommige steden stijgen sterk, vooral die van Amsterdam. Prijsverschillen zijn de afgelopen twintig jaar meer dan verdubbeld. Amsterdam is zowel productie- als consumptiestad. De prijs van de grond in het centrum van Amsterdam is inmiddels tweehonderd maal hoger dan in Oost-Groningen. Anders gezegd, door het maatschappelijk gewenste pakket publieke voorzieningen aan te bieden kan een stad mensen aan zich binden en de grondwaarde doen stijgen. Dat is wat Amsterdam zo goed doet en waarom ze door andere steden wordt benijd.

Twee jaar geleden publiceerden dezelfde auteurs een tweede studie, met als titel ‘Groei en krimp’ (2016). Daarin vroegen zij zich af waar we in Nederland zouden moeten bouwen en waar vooral niet. Die publicatie kreeg, ten onrechte, veel minder aandacht in de pers dan de eerste. Toch liggen beide in elkaars verlengde. Ik citeer: “Het proces van groei en krimp is een nieuwe fase ingegaan: een fase die gepaard zal gaan met scherpere tegenstellingen in regionale ontwikkeling.” Volgens de auteurs is er maar één optie voor de overheid: ‘go with the flow.’ “Bouw daar waar er vraag naar is.” Daartoe berekenden ze de marktwaarde van alle opstallen in heel Nederland. Is die marktwaarde hoger dan de bouwkosten, dan is het verstandig om te bouwen, anders niet. Met behulp van meer dan één miljoen huizentransacties over de afgelopen twintig jaar berekenden ze de meerwaarde tot op postcodeniveau. En wat bleek? Ongeveer de helft van alle woningen in Nederland is op de juiste plek gebouwd. De andere helft niet. Daarmee zijn veel kosten gemaakt, die nooit meer zullen worden terugverdiend. En veel woningen blijken in een veel lagere dichtheid te zijn gebouwd dan economisch gerechtvaardigd. De belangen van projectontwikkelaars, concluderen zij, lopen niet parallel met de economische belangen. Waar zou je in en rond Amsterdam moeten bouwen en in welke dichtheid? Teulings in Het Parool van 5 maart 2017: overal rond Amsterdam, maar niet in Almere. Op maandag 26 maart 2018 spreekt Teulings zijn Amsterdamlezing.

Tagged with:
 

Meer dan genoeg woningen

On 5 maart 2018, in internationaal, wonen, by Zef Hemel

Gehoord op Roeterseiland Campus, Amsterdam, op 26 februari 2018:

Afbeeldingsresultaat voor richard ronald housing seoul

Bron: Richard Ronald, UvA

Zuid-Korea is ongeveer even groot als Engeland. Beide landen tellen circa 50 miljoen inwoners. In Korea woont de helft daarvan in slechts twee provincies. Samen vormen die Groot-Seoul. Aan het woord is Richard Ronald, hoogleraar Housing, Society and Space aan de Universiteit van Amsterdam. Afgelopen week verzorgde Ronald een gastcollege over Seoul in het bachelorprogramma Cities in Transation. Het eerste deel van zijn college ging over de wonderbaarlijke naoorlogse groei van Seoul, het tweede over woningbouw- en huisvestingstrends in recente jaren. De economische groei van Korea na het bestand van 1953, zei hij, was nog indrukwekkender dan die van Japan. Een ‘IJzeren Driehoek’ van bedrijven, politici en bureaucraten had de leiding genomen over een groei die het Westen naar de kroon moest steken. Ronald noemde het ‘developmentalism’, naar een begrip geïntroduceerd door Chalmers Johnson (1982). Koreanen waren in de jaren bereid geweest om grote offers te brengen. Het letterlijk bouwen van steden werd de economische groeimachine van het arme land. In plaats van een welvaartsstaat te ontwikkelen en mensen een vangnet te bieden, werd een dak boven je hoofd het middel om hardwerkende gezinnen materieel te ondersteunen. Bijgevolg werd de ‘Land and Housing Corporation’ een van de grootste bedrijven van het land. Seoul groeide razendsnel en stelde alle andere Koreaanse steden in de schaduw.

Door de economische crisis stokte echter eind jaren ‘90 de groeimachine die veertig jaar daarvoor onafgebroken had gestampt. Van een indrukwekkende 10 procent jaarlijkse groei ging het ineens naar 4 à 5 procent. Niet alleen groeide de Koreaanse economie langzamer, ook was welvaartsgroei voor iedere Koreaan niet langer vanzelfsprekend. Bijgevolg ontstond er een verschil tussen rijk en arm. Maar na en door de crisis werd Zuid-Korea wel democratischer. Veel inwoners willen niet langer puur economische groei tegen elke prijs en kiezen een regering die hen alternatieven biedt. Onderwijs vinden zij belangrijker. Wonen in Seoul is erg duur, dus nieuwe vormen van sociale woningbouw doen hun intrede. Het National Rental Housing Program werd in 1998 door president Kim geïntroduceerd. Ronald wees op de immense woningproductie in het land. Elk jaar worden 80.000 nieuwe woningen opgeleverd in Seoul, in Zuid-Korea als geheel gaat het om een productie van 500.000 woningen jaarlijks. Inmiddels is 12 procent van alle woningen min of meer sociaal. Dat is veel voor een land dat dertig jaar geleden nog vrijwel geen sociale woningbouw kende. Koreanen blijken overigens te sparen in plaats van te huren. Dat systeem heet Chonsei. Voor jongeren wordt Chonsei echter onbereikbaar. Zij kiezen voor Chon-wolse, dat is een nieuwe hybride vorm van huren. Zonder immigratie, besloot Ronald zijn overzicht, zal Korea snel krimpen. Woningen, zou je zeggen, zijn er over een tijdje meer dan genoeg. Of dat ook voor Seoul zal gelden is nog maar de vraag. Ronald houdt zijn intreerede op 6 april 2018.

Tagged with:
 

Turning into its own monster

On 26 februari 2018, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 1 februari 2018:

Gerelateerde afbeelding

Courtesy: tahoereno.com

Sandra Smallenburg interviewde architect Rem Koolhaas (73), die vindt dat we te lang al onze aandacht hebben gericht op de grote steden. Koolhaas bereidt een grote tentoonstelling in New York voor over het landelijk gebied. De krant denkt daarom dat we ons in 2018 massaal op het platteland zullen storten. Op de website had men bij het bericht een luchtfoto geplaatst van de nieuwe Teslafabriek in Nevada. Het blijkt te gaan om het grootste industrieterrein ter wereld. Zonder stedenbouwkundige planning verrijzen hier in de woestijn gigantische gebouwen waar geen mens meer aan te pas komt. Koolhaas: “Ze worden vooral ingenomen door machines en robots. Bepaalde elementen zijn helemaal verdwenen uit deze architectuur, zoals felle kleuren. Men leeft er in een beige wereld. En de enige menselijke achterblijvers zijn de beveiligers.” Welkom in Tahoe-Reno Industrial Center: een bedrijventerrein ten oosten van Reno, een stad van 250.000 inwoners. Ik las dat Reno ook wel ‘the biggest little city in the world’ wordt genoemd. Vooral hotels en casino’s vindt men er. Hier dus, op het platteland van Nevada, is kennelijk sprake van grote dynamiek, op een enorme schaal. Door het dunbevolkte gebied, regelmatig geteisterd door droogte en branden, draven vooral paarden. Sinds kort vind je er robots.

Tahou Reno Industrial Center (TRIC) is een privaat bedrijventerrein van 107.000 acres, dat is 432 km2, dus groter dan de stad Moskou. TRIC is gelegen aan de Interstate 80 tussen San Francisco aan de Amerikaanse westkust en New Jersey aan de oostkust. In 1995 begon eigenaar Roger Norman het pas verworven bezit uit te geven. Met privaat kapitaal ontsloot hij de omgeving, die bekend staat om zijn spaarzame bebouwing en afwezigheid van bewoners. Geen buren en dus geen NIMBY. Binnen zeven dagen krijgt de aanvrager een bouwvergunning, zo belooft de website; de belastingen in Nevada zijn beduidend lager dan in buurstaat Californië en er is elektriciteit in overvloed aanwezig. De eerste klant was PetSmart, een distributiecentrum voor honden- en kattenvoer. Toen kwam een aluminiumsmelterij. In 2017 opende Switch er het grootste datacenter ter wereld, ook vestigden zich er hotels als Courtyard van Mariott. Maar de belangrijkste bedrijven zijn distributiecentra zoals Wal-Mart, Amazon, Zulily, Thrive Market, James Hardie en Tesla. Die laatste bouwt hier zijn Gigafactory 1, die in 2020 gereed moet zijn. Afgelopen jaar kocht Google er 1200 acres om er een datacenter te bouwen. Andere datacenters zijn van Rackspace en Apple. In 2015 werkten er 5.000 mensen in meer dan honderd fabrieken. Het zullen er uiteindelijk 15.000 worden. Tot 1995 was toerisme het enige dat de economie van Nevada de wereld bood. Toen kwam Roger Norman. “When he bought, he said, ‘I never really thought about how big it would be. It just turned into its own monster.” Binnenkort is TRIC dankzij Koolhaas een legende.

Tagged with:
 

Limits to growth

On 17 februari 2018, in internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in China Economic Review van 9 februari 2018:

Afbeeldingsresultaat voor beijing population growth 2017

Door Tom Wolters, woonachtig in Peking, kreeg ik een interessant artikel toegespeeld, geschreven door Dominic Morgan in de China Economic Review, over de discussie die op dit moment speelt in China rond de omvang van de megasteden. De lucht van Peking, Shanghai en Hong Kong is ernstig vervuild, het verkeer zit muurvast, en de grondprijzen stijgen tot ongekende hoogte, het is genoegzaam bekend. Vorig jaar kondigde de Chinese overheid daarom aan de omvang van de grootste Chinese steden te willen begrenzen. Peking mag niet groter worden dan 23 miljoen, Shanghai wordt begrensd op 22 miljoen inwoners. In plaats van nog verder te investeren in deze steden, begon de regering haar aandacht te verleggen naar de achterblijvende provincies in het oosten van het enorme land. Onmiddellijk begonnen de steden hun achterbuurten op te ruimen en de arme, vaak illegale mensen te verdrijven. Alleen al Peking wil twee miljoen arme stakkers uit de stad wegjagen. Hiermee proberen de steden vooral ruimte te scheppen voor parken en ontspanningsruimte. Shanghai bijvoorbeeld wil een twee kilometer strekkende groene corridor langs de oostoever van de Huangpu rivier aanleggen. Aan groen hebben de beide steden een groot gebrek. Voor het eerst sinds 1978 zijn Peking en Shanghai niet meer gegroeid. Verstandig? Succesvol? Dat valt te bezien.

Chinese wetenschappers, aldus China Economic Review, wijzen op het feit dat wereldwijd de economie steeds meer samentrekt in de allergrootste steden. Daar worden de nieuwe banen gecreëerd, aldus Lu Ming van Shanghai Jiao Tong University. Hij wijst op Tokio, dat nu al een derde van de Japanse bevolking omvat, het GDP van deze Japanse megastad is naar verhouding nog groter. “In fact, Lu believes that China’s problem is not that its megacities are too big; it’s that they’re not big enough.” Hij is niet de enige. De problemen waar de allergrootste steden in China en in de wereld op dit moment mee worstelen zouden volgens vele deskundigen juist voortvarend moeten worden aangepakt door goede stadsplanning en door grootschalige investeringen in scholen, ziekenhuizen, woningen, parken en infrastructuur, niet met bevolkingslimieten of door mínder woningen te bouwen. Opzettelijke schaarste aan bouwgrond doet de vastgoedprijzen juist de pan uitrijzen. “In China, we restrict land supply and accordingly we also restrict housing supply as a policy to restrict population growth. This is distortion.” Groeiende ongelijkheid wordt er evenmin mee opgelost. “Despite their problems, the big cities offer the best wages, the best schools and hospitals, and, therefore, are probably the most effective source of social mobility.” Doorgroeien dus. Maar dan wel verantwoord. Zal de Chinese overheid naar deze adviezen luisteren?

Tagged with:
 

Nog langer reizen

On 12 februari 2018, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Agglomeratievoordelen en de REOS’ (2015) van R. Ponds en O. Raspe:

Afbeeldingsresultaat voor otto raspe reos

 

Op rijksniveau is hard gewerkt aan een ruimtelijk-economisch verhaal over de Randstad plus. De nota heet REOS. Op 23 november 2017 werd door de Minister van Binnenlandse Zaken het eerste uitvoeringsprogramma aangeboden aan de Tweede Kamer. Een position paper van de Utrechtse economisch geografen Roderik Ponds en Otto Raspe las ik in dat verband, uitgegeven door Atlas voor gemeenten in 2015. Kort gezegd zochten de auteurs een beleid gericht op agglomeratievoordelen voor het gebied dat niet alleen de vier grote steden in het Westen omvat, maar ook de regio Eindhoven. Uitgangspunt is dat het gespreide netwerk van kleine steden in Nederland te weinig agglomeratievoordelen biedt. Hoe zou je die kunnen vergroten? “Enerzijds zou dit kunnen door in te zetten op de groei van één stad zodat er tenminste één echt (middel)grote stad in Nederland kan ontstaan. Anderzijds zou dit kunnen door de huidige (‘polycentrische’) structuur als uitgangspunt te nemen en de economische kernregio’s van Nederland beter met elkaar te verbinden zodat de steden elkaar versterken.” De onderzoekers adviseerden het laatste. Wel stelden ze dat op dit moment agglomeratievoordelen nog vooral worden geboekt binnen de individuele stadsregio’s, en niet tussen de steden. Dus zeer grote infrastructurele investeringen zijn nodig om de steden op termijn van elkaars relatieve nabijheid te laten profiteren. Tot die tijd moet elk van de steden zijn ruimtevraag nog zoveel mogelijk zelf accommoderen. De logica van REOS is koersen op de aanleg van zeer kostbare en zware interregionale infrastructuur.

Los van het feit dat de auteurs een mooi overzicht geven van de wetenschappelijke literatuur over agglomeratiekracht, raakte ik vooral gefascineerd door het hoofdstuk over de reikwijdte van agglomeratievoordelen. Hoe kunnen Eindhoven, Amsterdam, Den Haag en Utrecht meer van elkaar profiteren? Daarvoor is in de eerste plaats ‘bereidheid tot reizen’ nodig. Hoe lang bent u als kenniswerker bereid om in de auto of de trein te zitten? En vooral: kunnen we die tijd verder oprekken? Ik citeer: “Vergeleken met de steden in het REOS-gebied zorgt de infrastructuur in Londen en Parijs ervoor dat de reistijden relatief beperkt zijn. Daar komt bij dat in monocentrische gebieden als Parijs en Londen een groot deel van de pendel plaatsvindt van de randen van de stad naar de meer centrale gebieden in de stad. Hierdoor is de feitelijke reisafstand voor inwoners van Londen en Parijs in de praktijk ‘de helft’ van de afstand tussen de steden in het REOS- gebied.” Pijnlijk is het om te lezen hoe metropoolvorming vervolgens achter de horizon verdwijnt. Met de mogelijkheid van die helft van de reisafstand wordt niets gedaan. Toch moet REOS slagen. In plaats van de reisafstand te verkleinen, gaat het Rijk deze tegen enorme kosten vergroten. Met andere woorden, in plaats van een metropool te bouwen moet iedereen straks nog verder reizen. En wat een agglomeratievoordelen dat straks biedt! Wordt vervolgd.

Amazon is coming!

On 31 januari 2018, in economie, by Zef Hemel

Gelezen op Business Insider van 18 januari 2018:

Afbeeldingsresultaat voor amazon headquarter 2 list cities

Amsterdam kreeg EMA na een effectieve Nederlandse lobby. Milaan werd tweede. Hoeveel het Europese agentschap voor medicijnen, dat Londen de rug moet toekeren vanwege de Brexit, is beloofd kon ik niet nagaan. Onwillekeurig moest ik denken aan Amazon. Het machtige Amerikaanse bedrijf van Jeff Bezos is gevestigd in Seattle. In 1994 begon Bezos vanuit zijn garage boeken te verkopen. Inmiddels bezit het de grootste campus van alle Amerikaanse bedrijven. Vorig jaar gaf het aan dat het een tweede hoofdkantoor wil vestigen in een andere Amerikaanse stad, goed voor 50.000 arbeidsplaatsen. Daarop brak een ware wedloop uit tussen steden. Eind september 2017 sloot de inzending. In totaal boden steden 7 miljard dollar (!) in de vorm van belastingvoordelen. Newark, New Jersey, bood het meest. Raleigh, North-Carolina, bood 100% belastingverlaging op elke arbeidsplaats die Amazon zou creëren gedurende de komende 25 jaar plus 50 miljoen dollar infrastructuur en ook nog eens 5.000 dollar per arbeidsplaats uit de fonds voor de eerste vijf jaar. Stonecrest, Georgia, bleek zelfs bereid zijn naam te veranderen in Amazon, Georgia. Afgelopen week, op 18 januari 2018, maakte het bedrijf zijn top twintig van favoriete steden bekend (zie kaart).

Nooit eerder hebben steden zo tegen elkaar opgeboden. De hoofprijs is dan ook niet normaal. Tussen 2010 en 2016 heeft Seattle dankzij de aanwezigheid van Amazon liefst 38 miljard dollar verdiend. Dat las ik althans in Newsweek. Amazon is ook bereid om in de lokale gemeenschappen te investeren, om milieu-projecten te ondersteunen en onderwijsfaciliteiten te sponsoren. Eerder al schreef ik op deze blog over de enorme effecten van de aanwezigheid van Amazon in de stad van 3,7 miljoen inwoners en stelde ik de vraag of Seattle de onstuimige groei van het bedrijf wel kan bijbenen (http://zefhemel.nl/reshaping-the-city/). Congestie en krankzinnige huizenprijzen zijn slechts een deel van het probleem. Wat schreef de New York Time op 16 november 2017 over de lessen die de andere steden van Seattle konden leren? Kijk vooral goed uit. Je zult worden overvallen door onvoorziene gebeurtenissen, Amazon verandert zo snel dat je niet weet wat je straks krijgt,  je zult door je eigen bevolking gehaat worden. Austin, Texas, wordt door beleggers de meeste kansen toegedicht. Groot arbeidspotentieel in de tech-sector en een fijn klimaat, veel gunstiger dan het regenachtige Seattle. WholeFood Markets, onlangs gekocht door Amazon, heeft daar al zijn hoofdkantoor. Austin is echter half zo groot als Seattle. Ik bedoel maar. Binnenkort weten we meer.

Tagged with:
 

Encourage people to live in cities

On 27 januari 2018, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 16 december 2017:

Afbeeldingsresultaat voor capitalism without capital

Waardoor worden economieën ongelijker? Waarom gaat dat zo snel? En waarom stijgen de lonen niet? Jonathan Haskel en Stian Westlake schreven hierover een interessant boek. Intrigerende titel: ‘Capitalism without Capital’. Vlak voor de kerst werd het zowel in The Economist als The Guardian lovend besproken. De auteurs zijn afkomstig van Imperial College in Londen en Nesta, de Britse denktank op het gebied van de creatieve industrie. Anders dan wat veel economen beweren, lopen bedrijfsinvesteringen niet terug, zo stellen zij. Economen kijken nog teveel naar investeringen in machines, computers en vastgoed. Investeringen in software, ontwerp, kennis en branding groeien daarentegen explosief en die zijn veel belangrijker. De spillover-effecten van dergelijke abstracte (‘intangible’) investeringen zijn ook veel groter. Opschaling door dit soort investeringen gaat sneller dan bij traditionele investeringen. Traditionele bedrijven groeien amper of groeien steeds trager. Snelle groeiers zijn de bedrijven die investeren in mensen, ontwerpen, ideeën, kennis, digitale concepten. Wat dat betreft doet Groot-Brittannië, met Londen voorop, het veel beter dan vaak wordt voorgespiegeld.

Wie op deze nieuwe wijze naar de economie kijkt begint te begrijpen waarom het verschil in succes tussen bedrijven onderling zo snel groeit. Zij die traag groeien, koesteren nog steeds hun bedrijfsgeheimen, hechten waarde aan gebouwen, machines, bezittingen en vaste productiemiddelen. Zij die dat niet doen en die vertrouwen op kennis en kennisdelen, zijn lichter en kunnen daardoor veel harder groeien. Sterker, er komen winnaars aan die niet meer te passeren zullen zijn. Ook voor overheden, aldus de auteurs, is dit buitengewoon relevant. Want wat moeten ze doen, nu ze dit weten? The Economist: “They should ensure that digital infrastructure – broadband and the like – is top-notch. Governments need to encourage people to live in cities; sensible planning regulation is thus vital.” De ruimtelijke planning moet op steden worden gericht, minder op achterland of fysieke infrastructuur; goede digitale infrastructuur is zeer belangrijk. Het betekent wel dat de verschillen tussen stad en land snel groter zullen worden. Ik citeer: “The pioneers of an intangible economy benefit from geographic intimacy, even if their work then flies weightlessly around a global network. This pattern in turn accelerates social polarization.” Want hoe werkt die polarisatie ruimtelijk uit? “Those with the skills to navigate the new economy gather in high income hotspots where housing costs soar. These citadels then become unaffordable and culturally alien to those who lack the qualifications to join the higher caste.” Anders gezegd, hele grote en dure steden met veel getalenteerde kenniswerkers worden snel rijker en gaan uiteindelijk winnen. Mensen die dit idee nog steeds wegwuiven of negeren, zijn de verliezers van de toekomst. Denken de auteurs.

Tagged with: