Afgedwongen door de staat

On 9 februari 2019, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gehoord in het Universiteitstheater te Amsterdam op 18 januari 2019:

Gerelateerde afbeelding

Bron: Castellers de Barcelona

Groei is meer van hetzelfde, krimp is minder van hetzelfde. Die opening koos Giacomo Dalisa voor zijn lezing tijdens de masterstudio ‘The Post-Growth City’ aan de Universiteit van Amsterdam. Dalisa is duurzaamheidseconoom en postdoctoraal onderzoeker aan de University of Coimbra, Barcelona. Groei, zei hij, is de oorzaak van een groot aantal problemen, krimp juist de oplossing. Nu lijkt het alsof iedereen steeds meer moet hebben om op hetzelfde peil te blijven. Zo kunnen we niet doorgaan. Hij riep de hulp in van de staat om het dominante groeidenken te keren. In een groene groei geloofde hij niet. Er is nog niets circulair aan de huidige economie. Er staat een olifant in de kamer. Hoe kunnen we de olifant veranderen? Dalisa gaf een aantal richtingen: terug naar het land, schulden-audits houden, werk eerlijk verdelen, stadslandbouw bedrijven. Mensen moeten hun leefstijl ingrijpend veranderen, lokaal geld in omloop brengen, progressieve belastingen invoeren, de werktijd verminderen, een basisinkomen uitkeren, zware belasting op CO2 heffen. Hij pleitte voor een ‘integrale staat’ zoals de Marxistische Italiaan Antonio Gramsci die had bedoeld en die deze alternatieve leefwijze bij de burgers afdwingt. Door consensus, zei hij, gaat het niet lukken.

Na afloop vertelde hij dat hij die avond in Barcelona werd verwacht. Zijn dochtertje zou die zaterdag deelnemen aan de bouw van een enorme menselijke toren, een van de ‘castells’ die in Catalonië in grote sporthallen onder toeziend oog van een enorme mensenmassa gebouwd worden. ‘Castells’ vormen een groot spektakel, typisch voor de streek aan de oostkust van Spanje, waarvan de vorming met opwindende muziek gepaard gaat en waarbij verschillende buurten het tegen elkaar opnemen. Zijn dochtertje zou, in kleurrijke kleren gestoken, de hoogste top van de toren uitmaken die door middel van een uitgekiende choreografie door een vijftal buurtbewoners was bedacht. Dalisa sprak verrukt. Als Italiaan, zei hij, bestudeerde hij al enige tijd het fenomeen van de ‘castells’: mensen werken hier samen, iedereen vertrouwt elkaar, de opbouw kan soms uren duren, mensen oefenen hun uithoudingsvermogen, jong en oud, man en vrouw, iedereen doet mee. Was het vroeger een typisch volksvermaak, tegenwoordig is het een traditie die sterk leeft in de brede middenklasse. Dalisa zag er alles in wat met niet-groei te maken heeft: elkaar helpen, gemeenschapszin oefenen, schoonheid ervaren, verbonden raken met de eigen streek. Dit was niet afgedwongen door de staat. Integendeel.

Tagged with:
 

Family, friendship, and community

On 5 februari 2019, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Prosperity without Growth’ (2009) van Tim Jackson:

Afbeeldingsresultaat voor tim jackson prosperity without growth

 

In voorbereiding op de Masterstudio ‘The Post-Growth City’ aan de Universiteit van Amsterdam las ik onder andere Tim Jackson’s ‘Prosperity without Growth’. Jackson, die verbonden is aan de University of Surrey, was Economics Commissioner voor de Sustainable Development Commission (SDC) in het Verenigd Koninkrijk. De SDC adviseert de Britse regering over zaken rond duurzaamheid. Het boek schreef Jackson na de financiële crisis, toen duidelijk werd dat de Britse regering er alles aan zou doen de economie weer te laten groeien. Onze welvaart, schrijft hij, zijn wij steeds meer in termen van consumptie en economische groei gaan uitdrukken. We móeten en zúllen groeien. En dat is ons grote probleem. Want er zijn duidelijke limieten die we in acht moeten nemen, maar dat doen we niet. We zijn onverantwoordelijk bezig. We moeten veranderen, maar hoe? Technologie en innovatie zullen ons niet redden. Alle groeiprikkels moeten eruit. Jackson: “While social progress depends on the self-reinforcing cycle of novelty and anxiety, the problem can only get worse. Material throughput will inevitably grow. And the prospects for flourishing will evaporate.” Uiteindelijk zal ook onze welvaart eronder lijden. Betekent dit het einde van de kapitalisme? Zelf denkt hij van niet. Er zijn allerlei tussenvarianten denkbaar waarin waarden voorop staan van ‘family, friendship, and community’ en waarin markt en staat redelijk samenwerken. Minder groei? Jazeker, maar een groter welzijn van mensen en een herstel van het ecologisch evenwicht.

Dus wat te doen? Volgens Jackson is er een ‘stille revolutie’ gaande van mensen die afstappen van het denken in termen van meer consumptie en die niet langer status ontlenen aan het nieuwste. Zij bewegen naar alternatieve leefwijzen. Maar dat is, begrijpt hij ook, niet genoeg. Harde maatregelen zullen moeten worden getroffen. Dat kan alleen de overheid. Waarom wordt particulier vervoer bevoordeeld ten opzichte van openbaar vervoer? Waarom krijgen auto’s en brommers voorrang boven voetgangers? Waarom wordt energieopwekking gesubsidieerd en waarom is energie-afname zo slecht geregeld? Waarom is afval storten goedkoop en het recyclen van afval vaak armetierig? En waarom zijn lonen in het bedrijfsleven zoveel hoger dan de salarissen in de ambtenarij? Jackson pleit voor een economie waarin welvaart en welzijn niet langer volgens materialistische maatstaven worden gemeten en waarin veel meer aandacht is voor gelijkheid, gemeenschapszin en participatie. De enorme opgave waar we de komende decennia voor staan gaat niet lukken binnen de bestaande systemen. Vooral van dat laatste wil Jackson ons overtuigen. Geen spoor van utopisch denken in dit boek. Eerder stof voor een politiek programma.

Tagged with:
 

Who cares about growth?

On 31 januari 2019, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gehoord in het Universiteitstheater te Amsterdam op 16 januari 2019:

Afbeeldingsresultaat voor kuznets curve

In navolging van Kate Raworth (‘Donut Economy’) en Thomas Piketty (‘Capital in the 21st Century’) verklaarde nu ook Antonio Ferreira de Kuznetscurve voor dood. Dit deed hij aan het begin van de vierde dag van de Masterstudio ‘The Post-Growth City’ van de Universiteit van Amsterdam. Ferreira doet onderzoek naar grondgebruik, transport en milieu bij het CITTA aan de Universiteit van Porto. Portugal werd hard geraakt door de financiële crisis, het denken erover heeft er een bijzondere wending genomen. Over de Kuznetscurve merkte Ferreira op dat de bedenker ervan, Simon Kuznets, zijn curve kort na de Tweede Wereldoorlog had ontwikkeld toen alles beter ging. Kuznets veronderstelde dat naarmate een land verder industrialiseert de maatschappelijke ongelijkheid eerst toeneemt, maar voorbij een bepaald punt zou afnemen. Immers, eerst trekken arme landarbeiders naar de grote stad. Vervolgens doen democratie en emancipatie hun zegenende werk waardoor de ongelijkheid afneemt, tot deze uiteindelijk verdwijnt. Iedereen wordt in de opgaande lijn meegenomen. De curve werd later ook toegepast op het milieu: eerst zou vervuiling toenemen, maar voorbij een bepaalde ontwikkelingsgraad weer afnemen. Als een land maar voldoende industrialiseert, groeit en urbaniseert, komt het uiteindelijk wel goed. Het is een sprookje gebleken, aldus Ferreira. De kosten van ontwikkeling worden geëxporteerd naar arme ontwikkelingslanden. Kortom, urbanisatie en economische groei gaan de mensheid niet redden.

Hierop introduceerde de Portugese wetenschapper het rebound effect: als de efficiency van de productie van een goed of dienst toeneemt, blijkt dat er van dat goed of die dienst meer wordt geconsumeerd. De milieuwinst gaat teloor. Al in 1865 had de Britse econoom William Jevons vastgesteld dat technologische verbeteringen die de efficiëntie van het gebruik van steenkool deden toenemen, leidden tot een verhoogde consumptie. De Jevons paradox is een extreem voorbeeld van het rebound effect. Kortom, technologie gaat ons (ook al) niet redden. Nee, er zit niets anders op dan te stoppen met groeien. Er dient een wereldwijde culturele omwenteling plaats te vinden, een mentaliteitsverandering van de hele mensheid. In plaats van kapitalisme pleitte Ferreira voor localisme: een diep gevoelde verbondenheid met de eigen plek, de eigen gemeenschap, de eigen cultuur zonder in stagnatie te vervallen. Hij nodigde uit om naar inheemse kennisleren te zoeken die houvast bieden. Waarom zou je nog willen reizen, waarom groeien? “We áre indigenous people! Who cares about growth?” Daarna zouden de studenten nog twee dagen diep nadenken om oplossingen te vinden voor de netelige situatie waarin wij als mensheid verkeren.

Tagged with:
 

Zelfverkozen angst

On 24 januari 2019, in cultuur, economie, geschiedenis, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Overvloed en onbehagen’ (1987) van Simon Schama:

Afbeeldingsresultaat voor overvloed en onbehagen

Aan de vooravond van de Masterstudio ‘The Post-Growth City’ aan de Universiteit van Amsterdam las ik opnieuw het meesterwerk van de Britse historicus Simon Schama: ‘The Embarrassment of Riches’ (1987). Het boek, inmiddels veertig jaar oud, gaat over de Nederlanden in de Gouden Eeuw. Of eigenlijk gaat het boek over de spanning tussen moraal en rijkdom. Die plotselinge overvloed door kapitalistische expansie overviel de gemiddelde burger in de steden en drukte op het gemoed. In een interview in NRC Handelsblad (14 augustus 1987) vertelde de toen 42-jarige Schama dat de tegenstelling tussen arm en rijk helemaal niets verklaart over de Nederlanden in de zeventiende eeuw. “Natuurlijk was er een elite die het voor het zeggen had, en een onderklasse maar de verschillen waren minder groot dan elders in Europa en de maatschappij viel er niet door uiteen.” In en rond Amsterdam werd juist een natie gevormd met gemeenschappelijke symbolen, gebruiken en rituelen. Dat gebeurde sterk van onderop. Dat er geen krachtig bestuur werd gevormd vond Schama geen zwakte. “Ik geloof dat het laten voortbestaan van tegenstellingen die geen directe schade aanrichtten juist de slimheid en de kracht van de Nederlanders uit de gouden eeuw is geweest.” Sober en bescheiden was de rijke Amsterdammer in ieder geval niet.

Waarin uitte zich die plotselinge overvloed? Maatschappelijk in regelrecht onbehagen. En dat onbehagen uitte zich in verhalen over de vergankelijkheid van zeepbellen, de dwaasheid van de wereld, de tirannie van ‘Koningin Geld’. Bankiers werden door de synode zelfs buitengesloten van de avondmaalsviering. De aanvallen op de overvloed bleven niet beperkt tot kritiek op excessieve weelde of hebzuchtige woeker, maar uitten zich ook in angst voor de ondergang en het gevaar dat de dingen van de wereld de mensen de baas zouden worden. Burgers vreesden grote overstromingen, een enorme wrekende zondvloed. Angst en regelrecht pessimisme namen vrijwel iedereen in beslag. Amsterdammers creëerden visioenen van hun eigen ondergang. Schama: “Ze konden zichzelf ondermijnen door te overdrijven.” Boven het portaal van één van de kamers van het Amsterdamse stadhuis op de Dam beeldhouwde Artus Quellijn de Val van Icarus, symbool van wat ambitieuze hoogvliegers en dwazen te wachten staat. Wat wij anno 2019 beleven rond klimaatverandering en ideeën over de noodzaak van krimp en post-kapitalistisme doet sterk denken aan deze door angst en pessimisme ingegeven gemoedstoestand. Het kapitalisme is gevaarlijk en dwaas en het is overal. We zullen heel hard vallen. Onze tegenslag lijkt zelfverkozen. We hebben het eenvoudig te goed. Volgende week meer over Masterstudio ‘The Post-Growth City’.

Tagged with:
 

Vlucht uit het kapitalisme

On 22 januari 2019, in kunst, by Zef Hemel

Gezien in het Van Goghmuseum te Amsterdam op 4 januari 2019:

 Afbeeldingsresultaat voor kaart reis gauguin parijs panama martinique

Bij de ingang van de tentoonstelling in het Van Goghmuseum te Amsterdam, begin dit jaar, was een reusachtige kaart te zien van de bootreis die Paul Gauguin en Charles Laval in 1887 maakten van Parijs via Panama naar het eiland Martinique. Er verscheen zelfs een atlas bij de tentoonstelling. Tot dan had ik geen idee waar Martinique ligt. Het ligt in de Cariben. De beide Franse schilders ontvluchtten het decadente Parijs, namen een stoomboot, op zoek naar tropische natuur en naar een primitieve samenleving. Wat ze aantroffen was een Frans-koloniale samenleving van grote suikerplantages rond de hoofdstad Saint Pierre; Saint-Pierre werd ook wel ‘het Parijs van de Cariben’ genoemd – een stad waar Franse artiesten graag kwamen overnachten in luxueuze hotels. Hoezo primitief? Maar de berooide Gauguin en Laval streken zuidelijker neer, aan een strand, waar ze vier maanden lang in een verlaten slavenhut verbleven. In de armoede zochten en vonden ze het paradijs, net zoals de Amerikaanse schrijver Henri David Thoreau dertig jaar eerder in zijn hut aan Walden Pond het paradijs meende te vinden. Gauguin echter werd al snel ziek en moest naar Europa worden gerepatrieerd. Een vriend stuurde hem geld. Zo kon hij de terugreis betalen. Best een treurig verhaal eigenlijk. Daar terug in Parijs ontmoette hij trouwens Vincent van Gogh.

Stel je voor dat Gauguin niet voortijdig naar Parijs was teruggekeerd, dan had hij Van Gogh helemaal nooit ontmoet. Want Van Gogh – ook een armoedzaaier – bleef zeker niet lang in Parijs. Als snel vertrok de Nederlandse schilder naar Zuid-Frankrijk, op zoek naar het exotische Japanse landschap met zijn heldere licht en kleuren, waar hij als kwartiermaker dacht te fungeren voor een te stichten sekte onder leiding van de ‘boeddhistische monnik’ Gauguin. Wat bewoog deze getalenteerde mensen om Parijs de rug toe te keren? Was het decadentie? Nee, het was anders. Erg mooi vond ik het schilderij ‘Coming and Going’. Het toont een landschap met een grote boom waar herders en hun geiten beschutting tegen de zon zoeken en waar vrouwelijke sjouwers zich een weg banen over smalle paadjes. Het landschap oogt idyllisch, als een arboretum, de boom lijkt zelfs boeddhistisch. Je ziet Nirwana. Gauguin hield het schilderij zijn hele leven bij zich. Daarna kwam het in het bezit van een Britse adellijke familie die het uitsluitend voor zichzelf hield. Pas na 1979 is het voor het publiek te bewonderen. Ik denk dat Gauguin vluchtte voor de moderniteit en dat hij in het primitieve van Martinique de zuiverheid zocht die in het industriële kapitalisme verloren was gegaan. Van 1873 t0t 1896 verkeerde de westerse wereld in een economische crisis die volgde op een periode van extreme groei. Iedereen was pessimistisch. Dit kwam nooit meer goed. Maar de cruciale ontmoeting tussen Gauguin en Van Gogh vond plaats in de Franse metropool, in het hart van het industriële kapitalisme. Hoeveel zou ‘Coming and Going’ nu waard zijn?

Tagged with:
 

Polycentriciteit is niet beter

On 9 januari 2019, in economie, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in intreerede van Frank van Oort van 23 november 2018:

Afbeeldingsresultaat voor polycentriciteit frank van oort erasmus universiteit

 

Frank van Oort (1970) bekleedt sinds kort de leerstoel Stedelijke en regionale economie aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Eerder was hij onderzoeker bij de Rijksplanologische Dienst en het Ruimtelijk Planbureau, later werd hij hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. Van Frank hoorde ik voor het eerst over het werk van Edward Glaeser, dat was lang voordat diens ‘Triumph of the City’ verscheen. Op 23 november 2018 hield hij zijn oratie in Rotterdam, getiteld ‘Policy in Urban and Regional Economics’. Daarvan ontving ik onlangs een exemplaar. Ik heb het met belangstelling gelezen. Het is een warm pleidooi voor zowel regionale economie als economische geografie, maar beide studievelden, schrijft Van Oort, lijken uit elkaar te drijven. Als er één reden is om ze bij elkaar te houden, dan is dat vanwege het regionaal-economisch beleid dat solide moet worden onderbouwd. Van Oort, die soepel tussen beide onderzoeksvelden beweegt, is wars van storytelling-technieken die in recente planologische literatuur veel aandacht krijgen, daar koopt hij niets voor. Als wetenschapper pleit hij voor echte waarheidsvinding. Het beleid moet gewoon deugen, cijfers moeten spreken. Regionale economie en economische geografie kunnen die waarheidsvinding leveren.

Een van de voorbeelden die Van Oort geeft gaat over de vraag of polycentriciteit (meerkernigheid) tot dezelfde agglomeratievoordelen leidt als grootstedelijkheid. Anders gezegd, kun je met het onderling verbinden van kleinere steden en het nastreven van complementariteit dezelfde economische winst behalen als met het maken van een metropool? Veel beleidsmakers, ook in Nederland, menen van wel. Zij willen metropoolvorming hoe dan ook voorkomen. Maar is het echt zo dat vele kleine steden even productief kunnen zijn als één grote stad? Het meeste onderzoek op dit terrein komt uit Amerika. Van Oort e.a. deden er onderzoek naar in Europa. En wat blijkt? “The much heard thought that polycentricity can work for agglomeration economies as long as local governance is perpared to invest for mutual accessibility and sectoral complementarities, is not unambiguously proven in the European context.” Het is dus niet bewezen. Van Oort begrijpt dat er andere dan economische redenen kunnen zijn om geen grote stad te willen. Geen woord echter over de negatieve bijwerkingen van polycentriciteit (enorme infrastructuuruitgaven, files, uitstoot van CO2). Hoe dan ook, hoogste tijd om dat beleidsverhaal over de economische zegeningen van polycentriciteit bij het grofvuil te zetten. Er moet meer geld naar metropolitane verbindingen, minder naar infrastructuur tussen middelgrote steden.

Tagged with:
 

Silicon Island ligt in New York

On 20 december 2018, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in The New York Times van 18 december 2018:

Gerelateerde afbeelding

Bron: Business Insider

Daags nadat De Volkskrant schreef over het Amsterdamse Oosterdokseiland als ‘Silicon Island’ vanwege de aanwezigheid van vier van de bekendste internetbedrijven van Nederland – Booking, TomTom, Adyen en Takeaway – (12 december 2018), berichtte The New York Times over de komst van Google en Amazon naar de Big Apple. Geen twijfel mogelijk, New York wordt het tweede Silicon Valley. De Volkskrant rekende uit dat het voormalige spoor- en posteiland naast Amsterdam CS inmiddels een beurswaarde vertegenwoordigt van liefst 94 miljard euro. In 2007 vestigde zich hier TomTom, nadat grote delen van het postemplacement waren ontmanteld vanwege het vertrek van de PTT. Daarna kwam Takeaway.com die in 2015 zes etages op het eiland betrok. Adyen verlaat binnenkort de Keizersgracht en neemt zijn intrek in tien etages naast Adyen. En op dit moment bouwt Booking.com zijn internationale hoofdkantoor op de uiterste puntje van het eiland, tegen wetenschapsmuseum Nemo aan: groot 64.000 vierkante meter. Terwijl de advocatuur en de financiële dienstverlening samentrekt op de Amsterdamse Zuidas, balt aan de IJ-oevers het Nederlandse internetbedrijfsleven samen op nog geen vierkante kilometer.  De bankiers en advocaten kozen voor parkeerplaatsen, de techies voor ‘een spannende en inspirerende werkplek’, aldus De Volkskrant. Motief: getalenteerd, goedbetaald personeel werven uit de hele wereld en naar Amsterdam brengen. De arbeidsmarkt van Amsterdam is te krap en kookt al jaren over.

Het verhaal over New York is de overtreffende trap van deze bijzondere Nederlandse eigen kweek in Amsterdam. Nadat Amazon al had aangekondigd een tweede hoofdkantoor te openen in Queens, goed voor 25.000 hooggekwalificeerde medewerkers, maakte Google deze week bekend dat ze een campus ter waarde van 1 miljard dollar op de zuidelijke punt van Manhattan in Chelsea, vlak bij Hudson Square, gaat betrekken. Daar wordt ruimte gemaakt voor een verdubbeling van de 7.000 medewerkers die nu al in New York voor het bedrijf werkzaam zijn. Er zijn drie gebouwen langs de oevers van de Hudson aangekocht. Ook kocht Google Chelsea Market voor 2,4 miljard dollar. Het bedrijf spreekt van ‘Google Hudson Square’. Dit gebied wordt het hoofdkantoor van de ‘Global Business Organization’. Kijk ook op CBSN: https://newyork.cbslocal.com/video/3995617-expert-what-googles-hudson-square-campus-means-for-nyc/Let wel, aan de campus grenst de campus van New York University, aan Hudson Square bouwt bovendien Disney een campus ter waarde van 650 miljoen dollar, het hoofdkwartier van Google bevindt zich op loopafstand van Hudson Street, de straat waar Jane Jacobs ooit woonde. Arme Jane Jacobs. En pover Amsterdam. ‘Silicon Island’, dat is Manhattan, niet Oosterdok. Tegen de kritische massa en absorptievermogen van New York kan de Nederlandse hoofdstad echt niet op.

Tagged with:
 

Nadenken moeten we

On 15 december 2018, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gezien in het Veemhuis te Amsterdam op 15 december 2018:

Afbeeldingsresultaat voor donna haraway storytelling for earthly survival

Fabricio Terranova’s portret van Donna Haraway heeft als ondertitel ‘Story Telling for Earthly Survival’. De film, uit 2016, werd afgelopen zaterdag in het Veemhuis te Amsterdam vertoond. Haraway (1944) is emeritus hoogleraar Geschiedenis van het bewustzijn aan de University of California in Santa Cruz, zuidelijk van San Francisco en Silicon Valley. De film bestaat uit een aantal monologen van Haraway, uitgesproken vanuit verschillende posities bij haar thuis, van achter werktafels en eettafels. We zien de oude vrouw druk gesticulerend met haar grote handen en haar expressieve gezicht, sprekend tegen de cameraman die zelf onzichtbaar blijft, met op de achtergrond boeken, schilderijen, huisraad, computers, faxen, modems, haar oude hond. Haraway blijkt een voormalige hippie met een Iers-katholieke achtergrond, vol humor en zelfspot, die gedreven, aanstekelijk en openhartig praat over haar persoonlijke leven, haar jeugd, haar opgroeien, haar ideeën over kapitalisme, feminisme, inheemse culturen, ecologie, sciencefiction, het antropoceen, een geschonden aarde. Openhartig vertelt ze over haar vurige meisjeswens om een kruistocht te organiseren om het beloofde land te bevrijden (‘we hebben geen idee hoe islamofoob wij in het Westen zijn’). Bovenal gaat de film over de noodzaak om verhalen te vertellen, andere verhalen.

Ik las haar ‘Tentacular Thinking: Anthropocene, Capitalocene, Chthulucene’, geschreven na de bosbranden van 2015 in Noord-Californië. In dat artikel herinnert ze aan de Nederlandse Nobelprijswinnaar Paul Crutzen, die rond 2000 de term Antropoceen suggereerde. De invloed van de mens op de aarde is zo groot, vond Crutzen, dat dit een geologische naam rechtvaardigt. Haraway beaamt: “Fossil-burning human beings seem intent on making as many new fossils as fast as possible.” Maar ze wil de term ‘antropoceen’ liever niet gebruiken. Die houdt de verkeerde mythe in stand. We hebben verhalen nodig waarin we onszelf grenzen stellen, waarin we de aftocht blazen, ons terugtrekken, minder consumeren. Ze gelooft ook niet dat technologische innovaties de mensheid zullen redden. Wat nodig is, is een alternatief voor het dominante kapitalisme. Ze haalt Brad Werner aan, die meent dat ons economische paradigma de ecologische stabiliteit regelrecht ondermijnt. ‘Revolt!’ Nadenken moeten we. Het kapitalisme moet vervangen worden door echte geoverhalen, “to Gaia stories, to symchtonic stories, terrans do webbed, braided, and tentacular living and dying in sympoietic multispecies string figures; they do not do History.” Zulke verhalen ontslaan ons niet van de plicht om dingen beter te doen. Al onze verbeeldingskracht moeten we gebruiken, we moeten weerstand bieden, in opstand komen, herstellen en rouwen, goed leven en goed sterven. Afgelopen zomer waren de bosbranden in Californië erger dan ooit. Ik hoop dat het houten huis van Donna Haraway er nog staat.

Tagged with:
 

Het geheim van Singapore

On 27 november 2018, in economie, sociaal, wonen, by Zef Hemel

Gehoord in de Trêveszaal te Den Haag op 22 november 2018:

Afbeeldingsresultaat voor map singapore public housing hdb

Bron: SRX Property

Het regeringsdiner tijdens het bezoek van de president van Singapore aan Nederland vond plaats in de chique Trêveszaal op het Binnenhof in Den Haag. Minister-president Rutte zat voor. Als een van de genodigden luisterde ik toe. Eerst wees de premier op de langjarige betrokkenheid van de Nederlander Albert Winsemius bij de opbouw van de stadstaat Singapore. Daarna kon het gesprek beginnen. Onderwerpen waren onderwijs en innovatie, sociale inclusie en circulaire economie. Bij elk van de drie onderwerpen vertelde een Nederlandse bewindspersoon over het staande beleid, waarna zijn Singaporese collega het stokje overnam. Zo konden alle aanwezigen getuige zijn van een boeiende vergelijking tussen stadstaat Singapore en Nederland op elk van de drie onderwerpen. Vooral sociale inclusie vond ik interessant. Minister Koolmees vertelde het Nederlandse verhaal. Van Singaporese kant was het de president zelf, mevrouw Halimah Yacob, die intervenieerde. Zij wees op het recht van een dak boven het hoofd als uitgangspunt voor integratie. Elke inwoner van Singapore, zei zij, krijgt een betaalbare woning toegewezen van de regering. Dit verklaart het extreem hoge aandeel sociale woningbouw in Singapore: meer dan 80 procent van alle woningen wordt beheerd door de Housing and Development Board. Vanaf 1999 worden er door HDB ook op grote schaal woningen voor de middelklasse gebouwd. Het wonen in Singapore is extreem duur, maar door deze krachtige bemoeienis van de staat blijft wonen voor alle Singaporezen betaalbaar.

Van Nederlandse zijde werd hier niet op gereageerd. Misschien was het omdat de minister van wonen ontbrak. Dat het nota bene Albert Winsemius zelf was die Singapore destijds aanzette tot grootschalige sociale woningbouw, het werd aan tafel niet opgemerkt. Winsemius wist dat betaalbare huisvesting buitenlandse bedrijven naar Singapore zou lokken. Het heeft gewerkt en het werkt nog steeds. Dat wonen in de grote steden, Amsterdam voorop, op dit moment voor de meeste mensen onbetaalbaar wordt, is puur slecht voor de Nederlandse economie en ook slecht voor de ‘squeezed middle class’ die populistische begint te stemmen. Het vraagt om een sterk interveniërende overheid als het om wonen gaat. Maar dat gebeurt in Nederland gek genoeg niet. Er wordt nog steeds vertrouwd op de markt. VINEX was een marktgerichte benadering na de bruteringsoperatie van kabinet Lubbers II. Vanaf toen werden Nederlanders aangemoedigd om een eigen woning te kopen. Tijdens de financiële crisis van 2008 bleek hoe gevaarlijk dit was. In navolging van Singapore zouden wij hier óók een Housing and Development Board moeten instellen, die op grote schaal betaalbare woningen gaat bouwen in hoge dichtheid, te beginnen in en rond Amsterdam. Zou bovendien helpen bij het onderwerp in kwestie, te weten sociale inclusie. Hoogste tijd voor een Singaporese Winsemius die onze regering gaat adviseren.

Tagged with:
 

Brexit vanwege Londen

On 25 november 2018, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in LSE Brexit van 8 september 2017:

Gerelateerde afbeelding

Bron: Reuters/Independent

Vandaag, zondag, is het zover. Premier Theresa May bezegelt in Brussel het lot van de EU: uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie wordt een feit. Alleen het Britse parlement kan nog dwarsliggen. De voordelen werden door de premier nog eens opgesomd: einde aan het vrije verkeer van personen, een eigen visserijbeleid, het Europese Hof van Justitie heeft straks niets meer te zeggen. May sprak over Groot-Brittannië als een “onafhankelijke kuststaat.” Vis, migranten, rechtspraak, het zal de Britten mogelijk aanspreken. Veel belangrijker echter lijkt mij de positie van Londen. Ik lees er weinig over. Sterker, volgens mij ging die hele Brexit over het in positie brengen van mondiale troefkaart Londen, die ene stad waar het lot van Groot-Brittannië steeds meer van afhangt. Londen is een ongekende ‘Global City’, waar het financiële hart van de wereld klopt. Geen stad in Europa kan daaraan tippen. Vorig jaar verscheen daarover een interessante blog op de website van de London School of Economic, LSE. In ‘Brexit is a win-win opportunity for the City of London’ schreef Barnabas Reynolds, partner van Shearman & Sterling, over de nadelen van de EU en de grote voordelen van uittreding voor het financiële verkeer in ‘The Square Mile’ van hartje Londen. Voor de goede orde, Shearman & Sterling is een wereldwijd opererend advocatenkantoor met het hoofdkantoor gevestigd in New York.

Een soepel financieel verkeer tussen banken, accountancy, advocatenkantoren en andere hoogwaardige zakelijke financiële dienstverlening, aldus Reynolds, luistert nauw. Londen heeft een toppositie veroverd. Zo rond 2004 nam ze die positie over van New York. New York en Londen vormen samen de financiële as. Volgens Reynolds heeft de ingewikkelde regelgeving van de EU hierop een sterk remmende uitwerking. Om Londens financiële koppositie veilig te stellen is een eenvoudiger en vriendelijker marktmodel nodig, zoals pragmatisme in regelgeving, rechtszekerheid, voorspelbaarheid en een eerlijk systeem om met inbreuken om te gaan. De meeste lidstaten van de EU begrijpen dit niet omdat ze de positie van Londen niet begrijpen; zelf hebben ze vaak geen financiële markten. In het verleden heeft de EU Londen zeker voordelen geboden. Die voordelen lagen vooral op het juridische vlak. Maar in de loop van de tijd is haar regelgeving te restrictief geworden. Het aandeel van de EU in het totale financiële verkeer in de City is trouwens slechts 13 tot 20 procent. “It makes little sense for the remaining business in the City to be subject to EU-style regulation for the sake of this small portion.” Bovendien heeft de tijdzone van Europa een geloofwaardig financieel centrum nodig. Frankfurt is dat niet. Daarom schat Reynolds in dat bedrijven Londen niet zullen verlaten. Integendeel, na Brexit zal Londen zich openen naar de wereld en nog veel meer mondiaal kapitaal aantrekken. “Global businesses would continue using London for the certainty of its law, the availability of a range of complex, specialist services and the ready availability of capital.” Brexit is een bewijs dat steden belangrijker worden dan staten. Sommige steden althans.

Tagged with: