Limits to growth

On 17 februari 2018, in internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in China Economic Review van 9 februari 2018:

Afbeeldingsresultaat voor beijing population growth 2017

Door Tom Wolters, woonachtig in Peking, kreeg ik een interessant artikel toegespeeld, geschreven door Dominic Morgan in de China Economic Review, over de discussie die op dit moment speelt in China rond de omvang van de megasteden. De lucht van Peking, Shanghai en Hong Kong is ernstig vervuild, het verkeer zit muurvast, en de grondprijzen stijgen tot ongekende hoogte, het is genoegzaam bekend. Vorig jaar kondigde de Chinese overheid daarom aan de omvang van de grootste Chinese steden te willen begrenzen. Peking mag niet groter worden dan 23 miljoen, Shanghai wordt begrensd op 22 miljoen inwoners. In plaats van nog verder te investeren in deze steden, begon de regering haar aandacht te verleggen naar de achterblijvende provincies in het oosten van het enorme land. Onmiddellijk begonnen de steden hun achterbuurten op te ruimen en de arme, vaak illegale mensen te verdrijven. Alleen al Peking wil twee miljoen arme stakkers uit de stad wegjagen. Hiermee proberen de steden vooral ruimte te scheppen voor parken en ontspanningsruimte. Shanghai bijvoorbeeld wil een twee kilometer strekkende groene corridor langs de oostoever van de Huangpu rivier aanleggen. Aan groen hebben de beide steden een groot gebrek. Voor het eerst sinds 1978 zijn Peking en Shanghai niet meer gegroeid. Verstandig? Succesvol? Dat valt te bezien.

Chinese wetenschappers, aldus China Economic Review, wijzen op het feit dat wereldwijd de economie steeds meer samentrekt in de allergrootste steden. Daar worden de nieuwe banen gecreëerd, aldus Lu Ming van Shanghai Jiao Tong University. Hij wijst op Tokio, dat nu al een derde van de Japanse bevolking omvat, het GDP van deze Japanse megastad is naar verhouding nog groter. “In fact, Lu believes that China’s problem is not that its megacities are too big; it’s that they’re not big enough.” Hij is niet de enige. De problemen waar de allergrootste steden in China en in de wereld op dit moment mee worstelen zouden volgens vele deskundigen juist voortvarend moeten worden aangepakt door goede stadsplanning en door grootschalige investeringen in scholen, ziekenhuizen, woningen, parken en infrastructuur, niet met bevolkingslimieten of door mínder woningen te bouwen. Opzettelijke schaarste aan bouwgrond doet de vastgoedprijzen juist de pan uitrijzen. “In China, we restrict land supply and accordingly we also restrict housing supply as a policy to restrict population growth. This is distortion.” Groeiende ongelijkheid wordt er evenmin mee opgelost. “Despite their problems, the big cities offer the best wages, the best schools and hospitals, and, therefore, are probably the most effective source of social mobility.” Doorgroeien dus. Maar dan wel verantwoord. Zal de Chinese overheid naar deze adviezen luisteren?

Tagged with:
 

Nog langer reizen

On 12 februari 2018, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Agglomeratievoordelen en de REOS’ (2015) van R. Ponds en O. Raspe:

Afbeeldingsresultaat voor otto raspe reos

 

Op rijksniveau is hard gewerkt aan een ruimtelijk-economisch verhaal over de Randstad plus. De nota heet REOS. Op 23 november 2017 werd door de Minister van Binnenlandse Zaken het eerste uitvoeringsprogramma aangeboden aan de Tweede Kamer. Een position paper van de Utrechtse economisch geografen Roderik Ponds en Otto Raspe las ik in dat verband, uitgegeven door Atlas voor gemeenten in 2015. Kort gezegd zochten de auteurs een beleid gericht op agglomeratievoordelen voor het gebied dat niet alleen de vier grote steden in het Westen omvat, maar ook de regio Eindhoven. Uitgangspunt is dat het gespreide netwerk van kleine steden in Nederland te weinig agglomeratievoordelen biedt. Hoe zou je die kunnen vergroten? “Enerzijds zou dit kunnen door in te zetten op de groei van één stad zodat er tenminste één echt (middel)grote stad in Nederland kan ontstaan. Anderzijds zou dit kunnen door de huidige (‘polycentrische’) structuur als uitgangspunt te nemen en de economische kernregio’s van Nederland beter met elkaar te verbinden zodat de steden elkaar versterken.” De onderzoekers adviseerden het laatste. Wel stelden ze dat op dit moment agglomeratievoordelen nog vooral worden geboekt binnen de individuele stadsregio’s, en niet tussen de steden. Dus zeer grote infrastructurele investeringen zijn nodig om de steden op termijn van elkaars relatieve nabijheid te laten profiteren. Tot die tijd moet elk van de steden zijn ruimtevraag nog zoveel mogelijk zelf accommoderen. De logica van REOS is koersen op de aanleg van zeer kostbare en zware interregionale infrastructuur.

Los van het feit dat de auteurs een mooi overzicht geven van de wetenschappelijke literatuur over agglomeratiekracht, raakte ik vooral gefascineerd door het hoofdstuk over de reikwijdte van agglomeratievoordelen. Hoe kunnen Eindhoven, Amsterdam, Den Haag en Utrecht meer van elkaar profiteren? Daarvoor is in de eerste plaats ‘bereidheid tot reizen’ nodig. Hoe lang bent u als kenniswerker bereid om in de auto of de trein te zitten? En vooral: kunnen we die tijd verder oprekken? Ik citeer: “Vergeleken met de steden in het REOS-gebied zorgt de infrastructuur in Londen en Parijs ervoor dat de reistijden relatief beperkt zijn. Daar komt bij dat in monocentrische gebieden als Parijs en Londen een groot deel van de pendel plaatsvindt van de randen van de stad naar de meer centrale gebieden in de stad. Hierdoor is de feitelijke reisafstand voor inwoners van Londen en Parijs in de praktijk ‘de helft’ van de afstand tussen de steden in het REOS- gebied.” Pijnlijk is het om te lezen hoe metropoolvorming vervolgens achter de horizon verdwijnt. Met de mogelijkheid van die helft van de reisafstand wordt niets gedaan. Toch moet REOS slagen. In plaats van de reisafstand te verkleinen, gaat het Rijk deze tegen enorme kosten vergroten. Met andere woorden, in plaats van een metropool te bouwen moet iedereen straks nog verder reizen. En wat een agglomeratievoordelen dat straks biedt! Wordt vervolgd.

Amazon is coming!

On 31 januari 2018, in economie, by Zef Hemel

Gelezen op Business Insider van 18 januari 2018:

Afbeeldingsresultaat voor amazon headquarter 2 list cities

Amsterdam kreeg EMA na een effectieve Nederlandse lobby. Milaan werd tweede. Hoeveel het Europese agentschap voor medicijnen, dat Londen de rug moet toekeren vanwege de Brexit, is beloofd kon ik niet nagaan. Onwillekeurig moest ik denken aan Amazon. Het machtige Amerikaanse bedrijf van Jeff Bezos is gevestigd in Seattle. In 1994 begon Bezos vanuit zijn garage boeken te verkopen. Inmiddels bezit het de grootste campus van alle Amerikaanse bedrijven. Vorig jaar gaf het aan dat het een tweede hoofdkantoor wil vestigen in een andere Amerikaanse stad, goed voor 50.000 arbeidsplaatsen. Daarop brak een ware wedloop uit tussen steden. Eind september 2017 sloot de inzending. In totaal boden steden 7 miljard dollar (!) in de vorm van belastingvoordelen. Newark, New Jersey, bood het meest. Raleigh, North-Carolina, bood 100% belastingverlaging op elke arbeidsplaats die Amazon zou creëren gedurende de komende 25 jaar plus 50 miljoen dollar infrastructuur en ook nog eens 5.000 dollar per arbeidsplaats uit de fonds voor de eerste vijf jaar. Stonecrest, Georgia, bleek zelfs bereid zijn naam te veranderen in Amazon, Georgia. Afgelopen week, op 18 januari 2018, maakte het bedrijf zijn top twintig van favoriete steden bekend (zie kaart).

Nooit eerder hebben steden zo tegen elkaar opgeboden. De hoofprijs is dan ook niet normaal. Tussen 2010 en 2016 heeft Seattle dankzij de aanwezigheid van Amazon liefst 38 miljard dollar verdiend. Dat las ik althans in Newsweek. Amazon is ook bereid om in de lokale gemeenschappen te investeren, om milieu-projecten te ondersteunen en onderwijsfaciliteiten te sponsoren. Eerder al schreef ik op deze blog over de enorme effecten van de aanwezigheid van Amazon in de stad van 3,7 miljoen inwoners en stelde ik de vraag of Seattle de onstuimige groei van het bedrijf wel kan bijbenen (http://zefhemel.nl/reshaping-the-city/). Congestie en krankzinnige huizenprijzen zijn slechts een deel van het probleem. Wat schreef de New York Time op 16 november 2017 over de lessen die de andere steden van Seattle konden leren? Kijk vooral goed uit. Je zult worden overvallen door onvoorziene gebeurtenissen, Amazon verandert zo snel dat je niet weet wat je straks krijgt,  je zult door je eigen bevolking gehaat worden. Austin, Texas, wordt door beleggers de meeste kansen toegedicht. Groot arbeidspotentieel in de tech-sector en een fijn klimaat, veel gunstiger dan het regenachtige Seattle. WholeFood Markets, onlangs gekocht door Amazon, heeft daar al zijn hoofdkantoor. Austin is echter half zo groot als Seattle. Ik bedoel maar. Binnenkort weten we meer.

Tagged with:
 

Encourage people to live in cities

On 27 januari 2018, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 16 december 2017:

Afbeeldingsresultaat voor capitalism without capital

Waardoor worden economieën ongelijker? Waarom gaat dat zo snel? En waarom stijgen de lonen niet? Jonathan Haskel en Stian Westlake schreven hierover een interessant boek. Intrigerende titel: ‘Capitalism without Capital’. Vlak voor de kerst werd het zowel in The Economist als The Guardian lovend besproken. De auteurs zijn afkomstig van Imperial College in Londen en Nesta, de Britse denktank op het gebied van de creatieve industrie. Anders dan wat veel economen beweren, lopen bedrijfsinvesteringen niet terug, zo stellen zij. Economen kijken nog teveel naar investeringen in machines, computers en vastgoed. Investeringen in software, ontwerp, kennis en branding groeien daarentegen explosief en die zijn veel belangrijker. De spillover-effecten van dergelijke abstracte (‘intangible’) investeringen zijn ook veel groter. Opschaling door dit soort investeringen gaat sneller dan bij traditionele investeringen. Traditionele bedrijven groeien amper of groeien steeds trager. Snelle groeiers zijn de bedrijven die investeren in mensen, ontwerpen, ideeën, kennis, digitale concepten. Wat dat betreft doet Groot-Brittannië, met Londen voorop, het veel beter dan vaak wordt voorgespiegeld.

Wie op deze nieuwe wijze naar de economie kijkt begint te begrijpen waarom het verschil in succes tussen bedrijven onderling zo snel groeit. Zij die traag groeien, koesteren nog steeds hun bedrijfsgeheimen, hechten waarde aan gebouwen, machines, bezittingen en vaste productiemiddelen. Zij die dat niet doen en die vertrouwen op kennis en kennisdelen, zijn lichter en kunnen daardoor veel harder groeien. Sterker, er komen winnaars aan die niet meer te passeren zullen zijn. Ook voor overheden, aldus de auteurs, is dit buitengewoon relevant. Want wat moeten ze doen, nu ze dit weten? The Economist: “They should ensure that digital infrastructure – broadband and the like – is top-notch. Governments need to encourage people to live in cities; sensible planning regulation is thus vital.” De ruimtelijke planning moet op steden worden gericht, minder op achterland of fysieke infrastructuur; goede digitale infrastructuur is zeer belangrijk. Het betekent wel dat de verschillen tussen stad en land snel groter zullen worden. Ik citeer: “The pioneers of an intangible economy benefit from geographic intimacy, even if their work then flies weightlessly around a global network. This pattern in turn accelerates social polarization.” Want hoe werkt die polarisatie ruimtelijk uit? “Those with the skills to navigate the new economy gather in high income hotspots where housing costs soar. These citadels then become unaffordable and culturally alien to those who lack the qualifications to join the higher caste.” Anders gezegd, hele grote en dure steden met veel getalenteerde kenniswerkers worden snel rijker en gaan uiteindelijk winnen. Mensen die dit idee nog steeds wegwuiven of negeren, zijn de verliezers van de toekomst. Denken de auteurs.

Tagged with:
 

Lobbyen om 950 miljoen

On 25 januari 2018, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in FD van 20 januari 2018:

Bron: ING Economisch Bureau

Interessant ritueel spelletje daar in Den Haag. Het nieuwe kabinet stelt een schamele 950 miljoen beschikbaar om knelpunten in regio’s aan te pakken. Het heeft de Minister van Landbouw aangewezen om het geld te verdelen. Let op, er komen weer Rijkscadeautjes aan. En moet je eens kijken wat iedereen uit de kast trekt! Niet te geloven. Een heuse beauty contest! De regio Eindhoven spant de kroon. De burgemeester van Eindhoven riep het kabinet onmiddellijk op om het geld niet te versnipperen. Eerder al had de regio een nieuw station in de wacht gesleept en de toezegging van het kabinet gekregen dat het een dure hogesnelheidstrein tussen Düsseldorf, Eindhoven en Den Haag zal aanleggen. Nu schoof de regio het trio ASML, Philips en VDL naar voren om een claim op nog eens 170 miljoen euro te leggen. De bedrijven beloven daar 200 miljoen euro tegenover te zetten. Een heel wensenlijstje lag voor. Men had het allemaal al uitgerekend. Zo werkt Nederland. Den Haag moet hebben gesmuld.

Mathijs Bouman, columnist in FD, mengde zich in het lobbyen. Hij kwam zowaar met cijfers. De economie van landelijk Nederland – ‘Nederlandelijk’ – zette hij tegenover die van de vier grote steden. “Ook zonder de G4 is ons land een middelgrote speler in Europa.” Ja, vind je het gek? Heel overig Nederland bij elkaar optellen en tegenover de Randstad afzetten. Dacht je dat al die landelijke regio’s op zichzelf stonden? Die profiteren van alle mainports en grote steden, want ze vormen daarvan feitelijk het achterland. Ze vormen trouwens geen eenheid; de verschillen tussen regio’s zijn groot en worden steeds groter. Daags erna kwam ING met het overzicht over 2017. De Nederlandse economie groeit voorspoedig met liefst 3 procent. Maar de verschillen tussen regio’s zijn groot, voegde de bank daaraan toe. Groningen krimpt, maar Noord-Holland, Utrecht en Flevoland groeien bovengemiddeld: 3,5 tot 4 procent. Over de laatste tien jaar gemeten is Groot-Amsterdam de sterkste groeier, gevolgd door Noord-Brabant. Let wel, het zijn percentages. Altijd maar percentages. Hoe groot zijn de absolute verschillen tussen de economieën van Groot-Amsterdam en de regio Eindhoven? In Nederland mag dat niet worden gezegd. Slecht voor het lobbyen.

Tagged with:
 

Nederland aan de Middellandse Zee

On 29 november 2017, in infrastructuur, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 27 september 2017:

Afbeeldingsresultaat voor gdp catalunya

Bron: Marisol Soana 2012

Barcelona wil een stadstaat worden. Ik sprak erover met verscheidene Barcelonezen. Jaren van opgekropte woede jegens Madrid blijken er achter hun Catalaanse referendum-initiatief schuil te gaan. De tweede stad van Spanje voelt zich achtergesteld door het regeringscentrum. Deels gaat de woede terug op de besluitvorming rond de aanleg van de eerste hogesnelheidstrein in Spanje. Die voerde van Madrid naar Sevilla, en niet naar de tweede stad van Spanje: Barcelona. De Spaanse regering koos voor het kleinere Sevilla vanwege de Wereldtentoonstelling van 1992, maar in datzelfde jaar organiseerde Barcelona nota bene de Olympische Spelen, dus met evenveel reden zo niet met meer reden had men voor haar kunnen kiezen. De verontwaardiging in Catalonië was groot.  Pas in 2008, dus 16 jaar later, kwam het traject Madrid-Barcelona gereed. Toen bleek dat op dit traject niet de maximale snelheid van 350 kilometer kon worden bereikt, doch ‘slechts’ 300. De snelle verbinding Valencia-Madrid bestaat sinds 2010, maar  Barcelona wil graag een snelle spoorverbinding met het zuidelijk gelegen Valencia. Echter, alle lijnen van het uitgebreide hogesnelheidsnet in Spanje voeren naar Madrid.

Het goederenspoor langs de oostkust van Spanje via Barcelona moet nodig opgeknapt worden. Ook de haven van Barcelona wacht met smart op overheidsinvesteringen. De luchthaven van Barcelona is sleets vergeleken met de Madrileense hub. Vergeleken met Madrid is eigenlijk alle infrastructuur rond Barcelona flink verouderd. De Spaanse president Rajoy beloofde Barcelona in maart dit jaar een extra bedrag van 4,2 miljard euro voor infrastructuurinvesteringen, waarvan 3,0 miljard voor de trein en 200 miljoen voor een verbinding met de El Prat-luchthaven. Het was te laat. In Barcelona geloofde men hem niet meer. Let wel, met een Bruto ‘Binnenlands’ Product van 215 miljard euro is de economie van de metropoolregio Barcelona even groot als die van een land als Finland of Ierland. Catalonië wil heel graag ‘een Nederland aan de Middellandse Zee’ worden. Waarom Nederland wel en Catalonië niet, is haar redenering? Catalonië is 32.113 km2 groot, Nederland meet 41.500 km2. Zo heel vreemd is die gedachte niet. Barcelona zou economisch veel beter kunnen presteren als ze de infrastructuur kreeg die ze verdiende.

Tagged with:
 

Amsterdam nadert wereldtop

On 3 november 2017, in benchmarks, by Zef Hemel

Gelezen in Global Power City Index 2017 van de Mori Foundation:

 

Op de wereldranglijst van steden met de meeste aantrekkingskracht op talent en ondernemingen is volgens het Institute for Urban Strategies van de Japanse Mori Foundation Amsterdam dit jaar één plaats gestegen, namelijk van 8 naar 7. De Nederlandse hoofdstad is daarmee Hong Kong gepasseerd. Ook vorig jaar was Amsterdam al een plaats opgeklommen. Ze staat nu vlak achter het Koreaanse Seoul. Koploper is onverminderd Londen, gevolgd door New York en Parijs. Let ook op de snelle stijger Sydney, die in één klap is gestegen van plaats 14 naar plaats 10. Het is de tiende keer dat de schatrijke stichting van vastgoedeigenaar en ontwikkelaar Mori uit Tokio de uitgebreide monitor van wereldsteden presenteert, dit keer in een speciale editie. De parameters van de Mori Foundation zijn zeer divers; in totaal 44 steden werden doorgelicht op criteria van economie, research & development, culturele interactie, leefbaarheid, omgevingskwaliteit en toegankelijkheid. Dit jaar zijn Dubai en Buenos Aires aan de lijst toegevoegd. Dubai maakte een spectaculaire entree: op plaats 11. De top-vijf is al negen jaar ongewijzigd, al groeit de afstand tussen Londen en New York. Het goede nieuws is dat Amsterdam die wereldtop snel nadert. Alleen Seoul en Singapore moet ze nog passeren.

De stijging dankt Amsterdam met name aan een nieuwe indicator die de stichting dit jaar heeft geïntroduceerd: ICT readiness. Maar het is vooral op het gebied van leefbaarheid dat Amsterdam nog altijd zeer hoog scoort, evenals op dat van bereikbaarheid (Schiphol). Ook cultuur en omgevingskwaliteit zijn uitstekend. Amsterdam zou vooral op de economische indicatoren en op research & development aanmerkelijk beter moeten scoren om de absolute wereldtop te bereiken. Maar daarvoor is de stad te klein en heeft ze te weinig universiteiten en onderzoeksinstellingen. Allemaal flauwekul, die benchmarks? Ik denk het niet. In Azië nemen ze deze heel serieus en voor investeerders en bedrijven geven de uitkomsten een houvast en soms een bevestiging van wat ze al vermoeden. Het telefoonboek met gegevens over alle indicatoren per stad dat wordt bijgeleverd is bovendien buitengewoon solide en indrukwekkend. Nee, daar in Tokio wordt uitstekend onderzoek naar wereldsteden gedaan. 

Tagged with:
 

Stedelijke crisis?

On 30 augustus 2017, in economie, by Zef Hemel

Gelezen op Citylab van 21 april 2017:

Afbeeldingsresultaat voor the new urban crisis richard

Weinigen zal het zijn ontgaan dat de Amerikaanse stedenonderzoeker Richard Florida met een nieuw boek op de markt is verschenen. In ‘The New Urban Crisis’ laat hij ons weten dat de huidige situatie in de Amerikaanse steden ernstig is en dat zijn hoopvol gestemde voorspellingen uit 2002, toen hij zijn ‘The Rise of the Creative Class’ publiceerde, niet zijn uitgekomen. Integendeel. Er is sprake van niet minder dan een crisis. De rijken hebben bezit genomen van de steden en wie in de buitenwijken woont blijkt flink verarmd. Veel sceptici wrijven zich nu in hun handen. Die hype van destijds hebben ze nooit vertrouwd. Florida was in hun ogen een verderfelijke neoliberaal die sprookjes vertelde over grote succesvolle ‘creatieve steden’. Dus las ik met meer dan gewone belangstelling een gesprek op Citylab, opgetekend door Richard Florida zelf, waarin deze van gedachten wisselt met de Amerikaanse econoom Edward Glaeser over de toestand in de Amerikaanse steden. Is er werkelijk sprake van een crisis? Hebben Florida en anderen zich vergist? In ‘Two Takes on the Fate of Future Cities’ staat de groeiende ongelijkheid tussen Amerikanen in en buiten de grote steden centraal. Eerst spreekt Florida, daarna Glaeser. De schaduw van de figuur van Donald Trump hangt dreigend boven hun gesprek.

Glaeser, auteur van ‘Triumph of the City’ (2011), weigert om met Florida boete te doen. Hij geeft toe dat er sprake is van een crisis, maar het betreft volgens hem geen stedelijke crisis, eerder een politieke en economische. Wel is hij geschrokken van de woede van de Amerikaanse middenklasse. De werkloosheid onder mannen tussen 25 en 54 jaar is dan ook groot. In Kentucky bijvoorbeeld zijn drie op de tien mannen werkloos. En het wordt niet beter. Toch denkt hij dat juist steden voor dit ernstige probleem een oplossing kunnen bieden. Meer investeren in het platteland of in kleinere steden helpt niet, dat is weggegooid geld. Vervolgens wijst hij op de grote verschillen tussen steden, tussen een Scranton en een New York. Willen we meer welvaart, dan zullen we New York als voorbeeld moeten nemen, niet Scranton. Wel baren de snel stijgende grond- en vastgoedprijzen in de eerste hem zorgen. Zijn conclusie blijft onverminderd dat de dichtheid er fors moet worden verhoogd. Van goedkope woningen bouwen met veel subsidie in hele dure steden is hij geen voorstander. Eerder denkt hij aan belastingvoordelen. Verder moet ongelijkheid bestreden met beter onderwijs, niet met beton en stenen. Terwijl Florida een slag van 180 graden maakt, blijft Glaeser gewoon vasthouden aan zijn uitgangspunten. Lees ‘Triumph of the City’. Daar word je nog steeds wijzer van.

Tagged with:
 

Try the Frogs

On 13 maart 2017, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in The Independent van 21 februari 2017:

Afbeeldingsresultaat voor try the frogs paris brexit

 

Geen metropool doet harder zijn best om te profiteren van Brexit dan Parijs. De Franse hoofdstad wil zoveel mogelijk hooggekwalificeerde banen uit Londen aantrekken en zo alsnog een mondiaal financieel centrum worden. Ze profiteert daarbij van haar grootstedelijke omvang (8 miljoen inwoners, Île-de-France zelfs 12 miljoen) en haar geringe afstand tot Londen, een nabijheid die nog kracht wordt bijgezet door de hogesnelheidsverbinding tussen de twee metropolen. Op 21 februari berichtte de Britse zakenkrant The Independent dat Parijs een nieuw wapen in de strijd gooit: vóór 2021 belooft de stad zeven wolkenkrabbers te zullen bouwen in La Défense, het zakencentrum van Parijs. Ze zullen hoger zijn dan alle torens die de afgelopen veertig jaar in Parijs zijn gebouwd. De aankondiging werd gedaan door presidentskandidaat Macron, de voormalige minister van Economische Zaken in de regering Hollande, tijdens zijn recente campagnebezoek aan Londen, waar zeker 200.000 Fransen wonen. Het blijkt te gaan om één Franse ontwikkelaar, Defacto, die 375.000 vierkante meter kantoorvloer wil realiseren in La Défense en die met Brexit de kans schoon ziet om een aantrekkelijke nieuwe klantenkring aan te boren. Opmerkelijk is het wel: juist Parijs is altijd wars geweest van hoogbouw en heeft na realisatie van de Tour Montparnasse in 1973 eigenlijk nooit meer echte hoge torens durven bouwen.

Het blijkt te gaan om Trinity, Alto, M2, Hekla, Sisters, Air 2 and Hermitage: zeven torens die La Défense een nieuwe impuls moeten geven en die hoger zijn dan de limiet van 180 meter. Niet de geringste architecten worden daarvoor ingezet, zoals Foster, Portzamparc en Jean Nouvel. Wat niet wil zeggen dat hier echt iets spectaculairs staat te gebeuren. Alle torens zien er even obligaat uit. Waren ze iets lager gedimensioneerd, dan hadden ze ook op de Zuidas kunnen staan. Het zijn er overigens niet zeven, maar negen. De slogan van La Défense is: ‘Tired of the Fog? Try the Frogs!’ Anders gezegd, de Fransen roepen de Britten op de mist van Londen te verlaten en een Franse kikker op het vasteland te proberen. Het punt is alleen dat kikkers alle kanten uitspringen. Omdat zeer hoogwaardige dienstverlening als mondiaal opererende banken en andere financiële instellingen extreem hoge eisen stellen aan hun omgeving, zullen ze dicht bij elkaar neerstrijken, in één fantastische metropool. Of dat Parijs wordt is nog maar de vraag. Het Franse belastingtarief is veel te hoog. Maar Amsterdam en Frankfurt zijn weer veel te klein. Amsterdam moet eerst internationale scholen bouwen, zelfs aan woningen is een schrikbarend gebrek. Europese steden zullen hooguit back-offices van de zakenbanken krijgen. New York, Shanghai of Singapore trekken aan het langste eind. En Amsterdam? Nieuwe torens op de Zuidas beloven speelt überhaupt geen rol in de Nederlandse verkiezingscampagne.

Tagged with:
 

Harde lessen

On 11 maart 2017, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in Economische Verkenningen MRA 2017:

Afbeeldingsresultaat voor economische verkenningen mra 2017

Geen goed nieuws. De economie van de metropoolregio Amsterdam heeft zich weliswaar hersteld na de financiële crisis van 2008 en de regio presteert ook beter dan de rest van Nederland, maar ze groeit op een lager niveau dan voor de crisis. Dit ‘nieuwe normaal’ was het grote nieuws tijdens de lancering van de nieuwe Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam op donderdag 2 maart 2017 in filmuseum Eye. Niet echt goed nieuws dus. “In vergelijking met de rest van Nederland en andere stedelijke regio’s in Europa, is de groei van de MRA evengoed relatief hoog. Dit komt mede door het beter benutten van agglomeratievoordelen, die ervoor zorgen dat bedrijven en werknemers productiever zijn dan elders.” Europa presteert al jaren slechter dan de rest van de wereld en ook is Nederland, ondanks licht herstel, economisch zwakker geworden. Juist die toevoeging – de grote betekenis van agglomeratievoordelen – is daarom zo interessant. Wat blijkt? De economische groei van de MRA concentreert zich steeds sterker rond Amsterdam en Amstelland-Meerlanden. “Deze analyse onderstreept het grote en toenemende belang van nabijheid in onze moderne economie.”

In het bijgeleverde cahier gaat Henri de Groot, hoogleraar economische dynamiek aan de Vrije Universiteit, in op dit belangrijke aspect van nabijheid. In zijn onderzoek op buurtniveau stelt hij vast dat al geruime tijd het belang van nabijheid toeneemt. Centrumlocaties zijn niet alleen in trek, maar presteren ook beter, woningmarktprijzen zijn er hoger, de werkgelegenheid groeit er sneller. Mensen zijn bereid om te betalen voor grootstedelijkheid. Vandaar de waarschuwing van de onderzoekers op het eind: burgemeesters in de randgemeenten kunnen gaan denken dat ze óók weer moeten bouwen, maar dat is niet zo. “Gecombineerd met de voor Nederland kenmerkende hang naar ruimtelijke herverdeling, ligt hier een risico op de loer van keuzen die zich meer laten leiden door het streven naar regionale gelijkheid dan naar efficiëntie op het niveau van de MRA als geheel.” Laat Amsterdam dus verdubbelen en incasseer de winsten van verdere verdichting en ga niet weer ruimtelijk spreiden. Maar dat is nog niets alles, want let op de nabrander. Tot nu toe was het beleid volgens De Groot ‘aan de conservatieve kant’. Er had al jaren veel ambitieuzer ingezet moeten worden op verdichting in de kernstad Amsterdam.

Tagged with: