Encourage people to live in cities

On 27 januari 2018, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 16 december 2017:

Afbeeldingsresultaat voor capitalism without capital

Waardoor worden economieën ongelijker? Waarom gaat dat zo snel? En waarom stijgen de lonen niet? Jonathan Haskel en Stian Westlake schreven hierover een interessant boek. Intrigerende titel: ‘Capitalism without Capital’. Vlak voor de kerst werd het zowel in The Economist als The Guardian lovend besproken. De auteurs zijn afkomstig van Imperial College in Londen en Nesta, de Britse denktank op het gebied van de creatieve industrie. Anders dan wat veel economen beweren, lopen bedrijfsinvesteringen niet terug, zo stellen zij. Economen kijken nog teveel naar investeringen in machines, computers en vastgoed. Investeringen in software, ontwerp, kennis en branding groeien daarentegen explosief en die zijn veel belangrijker. De spillover-effecten van dergelijke abstracte (‘intangible’) investeringen zijn ook veel groter. Opschaling door dit soort investeringen gaat sneller dan bij traditionele investeringen. Traditionele bedrijven groeien amper of groeien steeds trager. Snelle groeiers zijn de bedrijven die investeren in mensen, ontwerpen, ideeën, kennis, digitale concepten. Wat dat betreft doet Groot-Brittannië, met Londen voorop, het veel beter dan vaak wordt voorgespiegeld.

Wie op deze nieuwe wijze naar de economie kijkt begint te begrijpen waarom het verschil in succes tussen bedrijven onderling zo snel groeit. Zij die traag groeien, koesteren nog steeds hun bedrijfsgeheimen, hechten waarde aan gebouwen, machines, bezittingen en vaste productiemiddelen. Zij die dat niet doen en die vertrouwen op kennis en kennisdelen, zijn lichter en kunnen daardoor veel harder groeien. Sterker, er komen winnaars aan die niet meer te passeren zullen zijn. Ook voor overheden, aldus de auteurs, is dit buitengewoon relevant. Want wat moeten ze doen, nu ze dit weten? The Economist: “They should ensure that digital infrastructure – broadband and the like – is top-notch. Governments need to encourage people to live in cities; sensible planning regulation is thus vital.” De ruimtelijke planning moet op steden worden gericht, minder op achterland of fysieke infrastructuur; goede digitale infrastructuur is zeer belangrijk. Het betekent wel dat de verschillen tussen stad en land snel groter zullen worden. Ik citeer: “The pioneers of an intangible economy benefit from geographic intimacy, even if their work then flies weightlessly around a global network. This pattern in turn accelerates social polarization.” Want hoe werkt die polarisatie ruimtelijk uit? “Those with the skills to navigate the new economy gather in high income hotspots where housing costs soar. These citadels then become unaffordable and culturally alien to those who lack the qualifications to join the higher caste.” Anders gezegd, hele grote en dure steden met veel getalenteerde kenniswerkers worden snel rijker en gaan uiteindelijk winnen. Mensen die dit idee nog steeds wegwuiven of negeren, zijn de verliezers van de toekomst. Denken de auteurs.

Tagged with:
 

Lobbyen om 950 miljoen

On 25 januari 2018, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in FD van 20 januari 2018:

Bron: ING Economisch Bureau

Interessant ritueel spelletje daar in Den Haag. Het nieuwe kabinet stelt een schamele 950 miljoen beschikbaar om knelpunten in regio’s aan te pakken. Het heeft de Minister van Landbouw aangewezen om het geld te verdelen. Let op, er komen weer Rijkscadeautjes aan. En moet je eens kijken wat iedereen uit de kast trekt! Niet te geloven. Een heuse beauty contest! De regio Eindhoven spant de kroon. De burgemeester van Eindhoven riep het kabinet onmiddellijk op om het geld niet te versnipperen. Eerder al had de regio een nieuw station in de wacht gesleept en de toezegging van het kabinet gekregen dat het een dure hogesnelheidstrein tussen Düsseldorf, Eindhoven en Den Haag zal aanleggen. Nu schoof de regio het trio ASML, Philips en VDL naar voren om een claim op nog eens 170 miljoen euro te leggen. De bedrijven beloven daar 200 miljoen euro tegenover te zetten. Een heel wensenlijstje lag voor. Men had het allemaal al uitgerekend. Zo werkt Nederland. Den Haag moet hebben gesmuld.

Mathijs Bouman, columnist in FD, mengde zich in het lobbyen. Hij kwam zowaar met cijfers. De economie van landelijk Nederland – ‘Nederlandelijk’ – zette hij tegenover die van de vier grote steden. “Ook zonder de G4 is ons land een middelgrote speler in Europa.” Ja, vind je het gek? Heel overig Nederland bij elkaar optellen en tegenover de Randstad afzetten. Dacht je dat al die landelijke regio’s op zichzelf stonden? Die profiteren van alle mainports en grote steden, want ze vormen daarvan feitelijk het achterland. Ze vormen trouwens geen eenheid; de verschillen tussen regio’s zijn groot en worden steeds groter. Daags erna kwam ING met het overzicht over 2017. De Nederlandse economie groeit voorspoedig met liefst 3 procent. Maar de verschillen tussen regio’s zijn groot, voegde de bank daaraan toe. Groningen krimpt, maar Noord-Holland, Utrecht en Flevoland groeien bovengemiddeld: 3,5 tot 4 procent. Over de laatste tien jaar gemeten is Groot-Amsterdam de sterkste groeier, gevolgd door Noord-Brabant. Let wel, het zijn percentages. Altijd maar percentages. Hoe groot zijn de absolute verschillen tussen de economieën van Groot-Amsterdam en de regio Eindhoven? In Nederland mag dat niet worden gezegd. Slecht voor het lobbyen.

Tagged with:
 

Nederland aan de Middellandse Zee

On 29 november 2017, in infrastructuur, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 27 september 2017:

Afbeeldingsresultaat voor gdp catalunya

Bron: Marisol Soana 2012

Barcelona wil een stadstaat worden. Ik sprak erover met verscheidene Barcelonezen. Jaren van opgekropte woede jegens Madrid blijken er achter hun Catalaanse referendum-initiatief schuil te gaan. De tweede stad van Spanje voelt zich achtergesteld door het regeringscentrum. Deels gaat de woede terug op de besluitvorming rond de aanleg van de eerste hogesnelheidstrein in Spanje. Die voerde van Madrid naar Sevilla, en niet naar de tweede stad van Spanje: Barcelona. De Spaanse regering koos voor het kleinere Sevilla vanwege de Wereldtentoonstelling van 1992, maar in datzelfde jaar organiseerde Barcelona nota bene de Olympische Spelen, dus met evenveel reden zo niet met meer reden had men voor haar kunnen kiezen. De verontwaardiging in Catalonië was groot.  Pas in 2008, dus 16 jaar later, kwam het traject Madrid-Barcelona gereed. Toen bleek dat op dit traject niet de maximale snelheid van 350 kilometer kon worden bereikt, doch ‘slechts’ 300. De snelle verbinding Valencia-Madrid bestaat sinds 2010, maar  Barcelona wil graag een snelle spoorverbinding met het zuidelijk gelegen Valencia. Echter, alle lijnen van het uitgebreide hogesnelheidsnet in Spanje voeren naar Madrid.

Het goederenspoor langs de oostkust van Spanje via Barcelona moet nodig opgeknapt worden. Ook de haven van Barcelona wacht met smart op overheidsinvesteringen. De luchthaven van Barcelona is sleets vergeleken met de Madrileense hub. Vergeleken met Madrid is eigenlijk alle infrastructuur rond Barcelona flink verouderd. De Spaanse president Rajoy beloofde Barcelona in maart dit jaar een extra bedrag van 4,2 miljard euro voor infrastructuurinvesteringen, waarvan 3,0 miljard voor de trein en 200 miljoen voor een verbinding met de El Prat-luchthaven. Het was te laat. In Barcelona geloofde men hem niet meer. Let wel, met een Bruto ‘Binnenlands’ Product van 215 miljard euro is de economie van de metropoolregio Barcelona even groot als die van een land als Finland of Ierland. Catalonië wil heel graag ‘een Nederland aan de Middellandse Zee’ worden. Waarom Nederland wel en Catalonië niet, is haar redenering? Catalonië is 32.113 km2 groot, Nederland meet 41.500 km2. Zo heel vreemd is die gedachte niet. Barcelona zou economisch veel beter kunnen presteren als ze de infrastructuur kreeg die ze verdiende.

Tagged with:
 

Amsterdam nadert wereldtop

On 3 november 2017, in benchmarks, by Zef Hemel

Gelezen in Global Power City Index 2017 van de Mori Foundation:

 

Op de wereldranglijst van steden met de meeste aantrekkingskracht op talent en ondernemingen is volgens het Institute for Urban Strategies van de Japanse Mori Foundation Amsterdam dit jaar één plaats gestegen, namelijk van 8 naar 7. De Nederlandse hoofdstad is daarmee Hong Kong gepasseerd. Ook vorig jaar was Amsterdam al een plaats opgeklommen. Ze staat nu vlak achter het Koreaanse Seoul. Koploper is onverminderd Londen, gevolgd door New York en Parijs. Let ook op de snelle stijger Sydney, die in één klap is gestegen van plaats 14 naar plaats 10. Het is de tiende keer dat de schatrijke stichting van vastgoedeigenaar en ontwikkelaar Mori uit Tokio de uitgebreide monitor van wereldsteden presenteert, dit keer in een speciale editie. De parameters van de Mori Foundation zijn zeer divers; in totaal 44 steden werden doorgelicht op criteria van economie, research & development, culturele interactie, leefbaarheid, omgevingskwaliteit en toegankelijkheid. Dit jaar zijn Dubai en Buenos Aires aan de lijst toegevoegd. Dubai maakte een spectaculaire entree: op plaats 11. De top-vijf is al negen jaar ongewijzigd, al groeit de afstand tussen Londen en New York. Het goede nieuws is dat Amsterdam die wereldtop snel nadert. Alleen Seoul en Singapore moet ze nog passeren.

De stijging dankt Amsterdam met name aan een nieuwe indicator die de stichting dit jaar heeft geïntroduceerd: ICT readiness. Maar het is vooral op het gebied van leefbaarheid dat Amsterdam nog altijd zeer hoog scoort, evenals op dat van bereikbaarheid (Schiphol). Ook cultuur en omgevingskwaliteit zijn uitstekend. Amsterdam zou vooral op de economische indicatoren en op research & development aanmerkelijk beter moeten scoren om de absolute wereldtop te bereiken. Maar daarvoor is de stad te klein en heeft ze te weinig universiteiten en onderzoeksinstellingen. Allemaal flauwekul, die benchmarks? Ik denk het niet. In Azië nemen ze deze heel serieus en voor investeerders en bedrijven geven de uitkomsten een houvast en soms een bevestiging van wat ze al vermoeden. Het telefoonboek met gegevens over alle indicatoren per stad dat wordt bijgeleverd is bovendien buitengewoon solide en indrukwekkend. Nee, daar in Tokio wordt uitstekend onderzoek naar wereldsteden gedaan. 

Tagged with:
 

Stedelijke crisis?

On 30 augustus 2017, in economie, by Zef Hemel

Gelezen op Citylab van 21 april 2017:

Afbeeldingsresultaat voor the new urban crisis richard

Weinigen zal het zijn ontgaan dat de Amerikaanse stedenonderzoeker Richard Florida met een nieuw boek op de markt is verschenen. In ‘The New Urban Crisis’ laat hij ons weten dat de huidige situatie in de Amerikaanse steden ernstig is en dat zijn hoopvol gestemde voorspellingen uit 2002, toen hij zijn ‘The Rise of the Creative Class’ publiceerde, niet zijn uitgekomen. Integendeel. Er is sprake van niet minder dan een crisis. De rijken hebben bezit genomen van de steden en wie in de buitenwijken woont blijkt flink verarmd. Veel sceptici wrijven zich nu in hun handen. Die hype van destijds hebben ze nooit vertrouwd. Florida was in hun ogen een verderfelijke neoliberaal die sprookjes vertelde over grote succesvolle ‘creatieve steden’. Dus las ik met meer dan gewone belangstelling een gesprek op Citylab, opgetekend door Richard Florida zelf, waarin deze van gedachten wisselt met de Amerikaanse econoom Edward Glaeser over de toestand in de Amerikaanse steden. Is er werkelijk sprake van een crisis? Hebben Florida en anderen zich vergist? In ‘Two Takes on the Fate of Future Cities’ staat de groeiende ongelijkheid tussen Amerikanen in en buiten de grote steden centraal. Eerst spreekt Florida, daarna Glaeser. De schaduw van de figuur van Donald Trump hangt dreigend boven hun gesprek.

Glaeser, auteur van ‘Triumph of the City’ (2011), weigert om met Florida boete te doen. Hij geeft toe dat er sprake is van een crisis, maar het betreft volgens hem geen stedelijke crisis, eerder een politieke en economische. Wel is hij geschrokken van de woede van de Amerikaanse middenklasse. De werkloosheid onder mannen tussen 25 en 54 jaar is dan ook groot. In Kentucky bijvoorbeeld zijn drie op de tien mannen werkloos. En het wordt niet beter. Toch denkt hij dat juist steden voor dit ernstige probleem een oplossing kunnen bieden. Meer investeren in het platteland of in kleinere steden helpt niet, dat is weggegooid geld. Vervolgens wijst hij op de grote verschillen tussen steden, tussen een Scranton en een New York. Willen we meer welvaart, dan zullen we New York als voorbeeld moeten nemen, niet Scranton. Wel baren de snel stijgende grond- en vastgoedprijzen in de eerste hem zorgen. Zijn conclusie blijft onverminderd dat de dichtheid er fors moet worden verhoogd. Van goedkope woningen bouwen met veel subsidie in hele dure steden is hij geen voorstander. Eerder denkt hij aan belastingvoordelen. Verder moet ongelijkheid bestreden met beter onderwijs, niet met beton en stenen. Terwijl Florida een slag van 180 graden maakt, blijft Glaeser gewoon vasthouden aan zijn uitgangspunten. Lees ‘Triumph of the City’. Daar word je nog steeds wijzer van.

Tagged with:
 

Try the Frogs

On 13 maart 2017, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in The Independent van 21 februari 2017:

Afbeeldingsresultaat voor try the frogs paris brexit

 

Geen metropool doet harder zijn best om te profiteren van Brexit dan Parijs. De Franse hoofdstad wil zoveel mogelijk hooggekwalificeerde banen uit Londen aantrekken en zo alsnog een mondiaal financieel centrum worden. Ze profiteert daarbij van haar grootstedelijke omvang (8 miljoen inwoners, Île-de-France zelfs 12 miljoen) en haar geringe afstand tot Londen, een nabijheid die nog kracht wordt bijgezet door de hogesnelheidsverbinding tussen de twee metropolen. Op 21 februari berichtte de Britse zakenkrant The Independent dat Parijs een nieuw wapen in de strijd gooit: vóór 2021 belooft de stad zeven wolkenkrabbers te zullen bouwen in La Défense, het zakencentrum van Parijs. Ze zullen hoger zijn dan alle torens die de afgelopen veertig jaar in Parijs zijn gebouwd. De aankondiging werd gedaan door presidentskandidaat Macron, de voormalige minister van Economische Zaken in de regering Hollande, tijdens zijn recente campagnebezoek aan Londen, waar zeker 200.000 Fransen wonen. Het blijkt te gaan om één Franse ontwikkelaar, Defacto, die 375.000 vierkante meter kantoorvloer wil realiseren in La Défense en die met Brexit de kans schoon ziet om een aantrekkelijke nieuwe klantenkring aan te boren. Opmerkelijk is het wel: juist Parijs is altijd wars geweest van hoogbouw en heeft na realisatie van de Tour Montparnasse in 1973 eigenlijk nooit meer echte hoge torens durven bouwen.

Het blijkt te gaan om Trinity, Alto, M2, Hekla, Sisters, Air 2 and Hermitage: zeven torens die La Défense een nieuwe impuls moeten geven en die hoger zijn dan de limiet van 180 meter. Niet de geringste architecten worden daarvoor ingezet, zoals Foster, Portzamparc en Jean Nouvel. Wat niet wil zeggen dat hier echt iets spectaculairs staat te gebeuren. Alle torens zien er even obligaat uit. Waren ze iets lager gedimensioneerd, dan hadden ze ook op de Zuidas kunnen staan. Het zijn er overigens niet zeven, maar negen. De slogan van La Défense is: ‘Tired of the Fog? Try the Frogs!’ Anders gezegd, de Fransen roepen de Britten op de mist van Londen te verlaten en een Franse kikker op het vasteland te proberen. Het punt is alleen dat kikkers alle kanten uitspringen. Omdat zeer hoogwaardige dienstverlening als mondiaal opererende banken en andere financiële instellingen extreem hoge eisen stellen aan hun omgeving, zullen ze dicht bij elkaar neerstrijken, in één fantastische metropool. Of dat Parijs wordt is nog maar de vraag. Het Franse belastingtarief is veel te hoog. Maar Amsterdam en Frankfurt zijn weer veel te klein. Amsterdam moet eerst internationale scholen bouwen, zelfs aan woningen is een schrikbarend gebrek. Europese steden zullen hooguit back-offices van de zakenbanken krijgen. New York, Shanghai of Singapore trekken aan het langste eind. En Amsterdam? Nieuwe torens op de Zuidas beloven speelt überhaupt geen rol in de Nederlandse verkiezingscampagne.

Tagged with:
 

Harde lessen

On 11 maart 2017, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in Economische Verkenningen MRA 2017:

Afbeeldingsresultaat voor economische verkenningen mra 2017

Geen goed nieuws. De economie van de metropoolregio Amsterdam heeft zich weliswaar hersteld na de financiële crisis van 2008 en de regio presteert ook beter dan de rest van Nederland, maar ze groeit op een lager niveau dan voor de crisis. Dit ‘nieuwe normaal’ was het grote nieuws tijdens de lancering van de nieuwe Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam op donderdag 2 maart 2017 in filmuseum Eye. Niet echt goed nieuws dus. “In vergelijking met de rest van Nederland en andere stedelijke regio’s in Europa, is de groei van de MRA evengoed relatief hoog. Dit komt mede door het beter benutten van agglomeratievoordelen, die ervoor zorgen dat bedrijven en werknemers productiever zijn dan elders.” Europa presteert al jaren slechter dan de rest van de wereld en ook is Nederland, ondanks licht herstel, economisch zwakker geworden. Juist die toevoeging – de grote betekenis van agglomeratievoordelen – is daarom zo interessant. Wat blijkt? De economische groei van de MRA concentreert zich steeds sterker rond Amsterdam en Amstelland-Meerlanden. “Deze analyse onderstreept het grote en toenemende belang van nabijheid in onze moderne economie.”

In het bijgeleverde cahier gaat Henri de Groot, hoogleraar economische dynamiek aan de Vrije Universiteit, in op dit belangrijke aspect van nabijheid. In zijn onderzoek op buurtniveau stelt hij vast dat al geruime tijd het belang van nabijheid toeneemt. Centrumlocaties zijn niet alleen in trek, maar presteren ook beter, woningmarktprijzen zijn er hoger, de werkgelegenheid groeit er sneller. Mensen zijn bereid om te betalen voor grootstedelijkheid. Vandaar de waarschuwing van de onderzoekers op het eind: burgemeesters in de randgemeenten kunnen gaan denken dat ze óók weer moeten bouwen, maar dat is niet zo. “Gecombineerd met de voor Nederland kenmerkende hang naar ruimtelijke herverdeling, ligt hier een risico op de loer van keuzen die zich meer laten leiden door het streven naar regionale gelijkheid dan naar efficiëntie op het niveau van de MRA als geheel.” Laat Amsterdam dus verdubbelen en incasseer de winsten van verdere verdichting en ga niet weer ruimtelijk spreiden. Maar dat is nog niets alles, want let op de nabrander. Tot nu toe was het beleid volgens De Groot ‘aan de conservatieve kant’. Er had al jaren veel ambitieuzer ingezet moeten worden op verdichting in de kernstad Amsterdam.

Tagged with:
 

Size Does Matter

On 6 maart 2017, in economie, innovatie, onderwijs, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The New Geography of Jobs’ (2013) van Enrico Moretti:

Afbeeldingsresultaat voor enrico moretti the great divide

Source: Oregon Office of Economic Analysis

De econoom Moretti, hoogleraar aan University of California, Berkeley, bestudeert al jaren het succes en falen van steden en regio’s. Zijn benadering in ‘The New Geography of Jobs’ – ik heb er op deze blog al vaker over geschreven – gaat vooral over banen en onderwijs – human capital -, niet over marketing, technologie of architectonische iconen. Zijn giftige pijlen richt hij op Richard Florida die in zijn ogen hipheid en trendy cafés teveel benadrukt. Zijn held is good old Jane Jacobs. Moretti maakt zich druk over de groeiende ongelijkheid in de samenleving. Maar veel beleidsinterventies blijken zinloos. Wat wel helpt is het creëren van een ‘dichte arbeidsmarkt’. Als econoom verklaart hij zich tot voorstander van metropoolvorming en sterke verdichting. Weet u wat het is? Zodra mensen in een grote stad hoger opgeleid zijn, spint iedereen garen bij hun fysieke nabijheid. Hoog- en laagopgeleid werken samen, leren van elkaar, en juist die kennisvergroting zorgt voor extra productiviteitsgroei, vooral onder lager opgeleiden. Moretti noemt dat human capital externalities. Het is net als in de schoolklas, waarbij slimmeriken de achterblijvers vooruit helpen. In grote steden is ongelijkheid minder een probleem, eerder een kans om samen vooruit te komen. Typische win-win. Daarbuiten is dit anders.

Het probleem van de groeiende ongelijkheid is dus niet technologische ontwikkeling en globalisering per se, maar schuilt in de plek waar men woont en hoe die door de beide ontwikkelingen geraakt wordt. Moretti: “Technological change and globalization result in more employment opportunities for a low-skilled worker in a high-tech hub but fewer opportunites for a similar worker in a hollowed-out manufacturing town.” De afgelopen dertig jaar is schaalgrootte van steden steeds belangrijker geworden: ‘Size Does Matter’. Hoe dikker de arbeidsmarkt, hoe groter de kansen. Arbeidsmarkten, schreef Moretti, zijn net als dating sites. Hele grote matchen beter. Juist dit thick-market effect zorgt ervoor dat innovatie zich steeds meer ruimtelijk concentreert in slechts enkele grote steden en dat het voor andere, kleinere steden steeds moeilijker wordt zo’n innovatief milieu te ontwikkelen. Zeker nu beide partners werken, is een dik vervlochten en diverse arbeidsmarkt voor werknemers een belangrijk onderscheidend criterium. Ziedaar ons nationale probleem. In Nederland, met zijn vele kleine steden, zijn beide partners tegenwoordig veroordeeld tot verre reizen. We forenzen wat af! Onze arbeidsmarkt is gewoon niet ‘dik’ genoeg. We missen grote steden.

Tagged with:
 

The Madness of Crowds

On 3 maart 2017, in economie, by Zef Hemel

Gehoord in CREA, Amsterdam, op 28 februari 2017:

 Afbeeldingsresultaat voor newton south sea bubble

De eerste financiële zeepbel in de geschiedenis voor zover bekend was de tulpenmanie. Een levendige optiehandel in tulpenbollen beleefde in Holland een ware hausse tussen 1634 en 1637. Begin 1637 stond de prijs van één tulpenbol gelijk aan een heel grachtenpand. De pret duurde echter niet lang. Korte tijd later stortte de markt in. Ook Newton tuinde erin toen hij aandelen kocht in de South Sea Company juist voordat de prijs in 1720 in elkaar klapte. Vandaar de uitspraak van Newton: “I can predict the motion of heavenly bodies, but not the madness of crowds.” Afgelopen dinsdag sprak Cars Hommes, hoogleraar economische dynamica aan de Universiteit van Amsterdam over zeepbellen en financiële crises. Zijn Amsterdamlezing ging over de vraag of je economische crises kunt voorspellen en zo ja, of je ze ook kunt voorkomen. Als wetenschapper wil hij vooral kuddegedrag modelleren, want daar komt het op neer. Vooral trendvolgers op markten zijn gevaarlijk. Zij kunnen gaan domineren bij aanhoudende positieve feedback. Bij negatieve feedback tendeert het systeem juist naar de fundamentele waarde. Maar bij positieve feedback stuwen de optimisten de prijs veel te hoog op. Tot deze klapt. Zoiets valt gewoon niet te beheersen. In Amsterdam simuleert Hommes dergelijke zeepbellen in zijn laboratorium. Daarvan liep hij een paar treffende voorbeelden zien.

Indrukwekkend was de dotcom-crisis van 2000. Maar de crisis van september 2008 was veel erger. Waarom? Volgens Hommes trof de eerste alleen de investeerders in aandelen, maar bij de tweede ging de huizenmarkt eraan. En als de huizenmarkt instort, krijgt het hele financiële systeem een optater. Kampt Amsterdam op dit moment met een huizen-bubble? Hommes kon het niet met zekerheid zeggen. Daarvoor zou hij de fundamentele waarde moeten kennen, maar die benader je pas achteraf. Wel beval hij zijn gedragsmodellen aan; die waren verre te prefereren boven de rationale modellen van de meeste macro-economen. In die modellen, vertelde hij, zaten tot de crisis van 2008 niet eens de banken verdisconteerd. Maar los daarvan hebben modellen die zich baseren op een gemiddelde rationele mens niet veel zin. Mensen zijn niet rationeel. Het betreft hier complexe systemen met vele, heel verschillende ‘agenten’. En algoritmes?, wilde iemand weten. Volgens Hommes corrigeerden die niet, eerder gebeurde het omgekeerde. Wordt het erger?, vroeg daarop iemand in de zaal. Hommes meende van wel. Er is, vertelde hij, nog nooit zoveel kapitaal op de markt geweest. Correctiemechanismen als een hoge rente helpen onvoldoende. Maar steden als Vancouver, gaf hij toe, laten zien dat een lokale huizenmarkt door gerichte feedback van een overheid gecorrigeerd kan worden.  Gedragseconomie zoals Hommes en mijn medewerkers bedrijven is een zwaartepunt van de universiteit. Zijn simulaties hebben we nodig om te begrijpen hoe complexe systemen als markten werken. Maar ons behoeden voor onheil kunnen ze niet.

Tagged with:
 

Best denkbare overheidsbesteding

On 1 maart 2017, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The New Geography of Jobs’ (2013) van Enrico Moretti:

 

In hoofdstuk 6 van ‘The New Geography of Jobs’ schetst econoom Moretti een beeld van groeiende ongelijkheid en verdeeldheid in de Verenigde Staten. Oorzaak: de economie heeft sterk de neiging om ruimtelijk te clusteren. Zo ontstaat een landelijk beeld van groei en krimp. En krimp, dat is al snel een armoedeval voor velen. Het enige wat erop zit is om weerbare zelfvoorzienende lokale ecosystemen te bouwen, en wel zoveel mogelijk van onderop. Zeker, tien jaar geleden had Richard Florida een punt, toen hij stelde dat de lokale kwaliteit van leven belangrijk is en dat een rijk uitgaansleven mensen vasthoudt, dus dat een stad vooral ‘cool’ en ‘sexy’ moet zijn, maar het is niet genoeg. Berlijn bewijst het. Berlijn is sexy, maar arm. Ook het aantrekken van een dure universiteit helpt slechts een beetje, het is zeker niet de oplossing. Wat werkt dan wel? Het enige wat werkelijk helpt is een stevige ingreep in het lokale ecosysteem en de enige die dit kan doen is de lokale overheid. Aan welke stevige ingreep denkt Moretti?

Moretti wijst er terecht op dat geen van de succesvolle steden in Amerika zijn succes heeft te danken aan een ‘big push’. Daarvoor moet men naar Azië, waar bijvoorbeeld Taiwan geweldige overheidsprogramma’s heeft gelanceerd die tot grote successen hebben geleid. Het gevaar is ook groot dat lokale overheden elkaar gaan overbieden. Dan werkt het niet. Wat werkt dan wel? Hierop introduceert Moretti het Empowerment Zone Program van 1993. Dat overheidsprogramma van de regering Clinton richtte zich op achterstandswijken. Het ging in de eerste plaats om sociale investeringen, in trainingsprogramma’s voor werklozen. In 2010 werd dit federale programma  geëvalueerd. Wat bleek? Een groei van 15 procent van de lokale werkgelegenheid binnen vijf jaar. Het leidde bovendien tot revitalisering van vele achterstandsbuurten. Overal was sprake van gentrificatie, zonder dat de zittende bevolking werd verdreven (met uitzondering van Harlem). Het totaal aan loonstijgingen bedroeg 900 miljoen dollar. Volgens Moretti was het de best denkbare besteding van overheidsmiddelen.  

Tagged with: