Gevraagd: parlement van burgemeesters

On 9 november 2018, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Greater Greater Washington.org’ van 22 januari 2018:

Afbeeldingsresultaat voor amazon hq2 bidbooks

Bron: Bidbook Detroit voor Amazon HQ2

 

Is het grote besluit dan eindelijk gevallen? Waar komt het tweede hoofdkantoor van Amazon, goed voor 50.000 nieuwe banen en een investering van zeker 5 miljard US dollar? Deze week maakte het Amerikaanse e-commerce bedrijf bekend dat het nieuwe hoofdkantoor zal worden gesplitst. Naast hoofdzetel Seattle komen er nu twee hoofdkantoren aan de Oostkust van elk 25.000 banen: een in New York en een in Washington DC, al blijft Atlanta nog in de race. Wie Richard Florida op Twitter volgt, moet wel concluderen dat Amazon het spel uiterst geraffineerd speelt. In januari stelde het bedrijf een top 20 samen uit een veelheid van aanbiedingen van steden. Daarna moesten de twintig aan de slag. Ze kregen een jaar de tijd om een bidbook te maken. Florida wist al vroeg te melden dat eigenaar Jeff Bezos in zowel New York als Washington een huis bezit, dus zette hij zijn kaarten op deze twee steden. Daarna beschreef hij de gevolgde strategie in zijn tweets, hij volgde het proces van dag tot dag. Het miljardenbedrijf, maakte hij duidelijk, jaagt op de laagste lokale belastingen en de grootst mogelijke fysieke voordelen. Het laat steden genadeloos tegen elkaar opbieden. Tot op het laatst laat het onduidelijk welke stad nu precies gaat winnen. Door uiteindelijk voor twee steden te kiezen en een derde stad in de race te houden worden de favoriete twee helemaal uitgemolken en wordt bovendien de dubbele winst gepakt. Trouwens, de twee staten betalen het meest. Verliezer Chicago is ongelooflijk boos. Ondertussen gaan de onderhandelingen verder.

Op dit moment vinden er gesprekken plaats tussen het bedrijf en de steden van keuze èn hun buurgemeenten. Favorieten zijn Long Island (New York) respectievelijk Crystal City (Washington DC). Dus stel u voor, Amsterdam wint uiteindelijk een moordende race om een hoofdkantoor ergens in Noord-West Europa. Echter, het krijgt maar de helft, want een deel gaat naar Londen, maar Amsterdam moet wel alles betalen en regelen. Verliezer Parijs is furieus. Vervolgens start het bedrijf onderhandelingen met Almere, Amstelveen, Zaanstad en Haarlem over de exacte locatie. Kantoorpanden worden in de aanbieding gedaan, via de buurgemeenten lopen aanbiedingen op stationslocaties met extra perrons en langere treinen, langs snelwegen worden extra afslagen gemaakt, grond wordt gratis aangeboden, alles wordt gedaan om het hoofdkantoor binnen de gemeentegrenzen te krijgen. Bij NBC zei Florida dat er niets mis is met de onderhandelingstactiek van Amazon. Wel vond hij dat de steden zich veel te gemakkelijk tegen elkaar lieten uitspelen. Ze hadden één front naar Amazon moeten maken. Nu ging elke stad tot op de bodem. Het deed me denken aan Benjamin Barber’s ‘If Mayors Ruled The World’ (2013). Alleen een volwaardig parlement van burgemeesters had tegen Amazon weerstand kunnen bieden. En iets als een MRA is bittere noodzaak. Toch niet zo’n slecht idee van Barber.

Tagged with:
 

REOS mag in de revisie

On 6 november 2018, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in CPB Discussion Papers 376 en 377 (2018):

Afbeeldingsresultaat voor cpb stedelijke productiviteit

Bron: CPB

Interessant nieuw begrip: productiviteitsvoordelen. Zulke voordelen kleven aan grote steden. Tien jaar werkervaring in Amsterdam leidt voor een jonge werknemer tot circa 11% meer loon dan tien jaar werkervaring in de minst verstedelijkte gebieden. Dat concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in een tweetal recente studies. Sinds een tiental jaren brengt het CPB studies naar buiten die gaan over steden en hun agglomeratievoordelen. De eerste was ‘Stad en land’ (2010). Coen Teulings, tegenwoordig universiteitshoogleraar in Utrecht, was destijds directeur van het Haagse planbureau. Henri de Groot en Gerard Marlet waren de onderzoekers. In al hun studies worden de economische voordelen van metropoolvorming erkend. De twee recente studies gaan over de geografische reikwijdte van agglomeratievoordelen en over lonen die sneller stijgen in grotere steden. Als een werkplek binnen een straal van 10 tot 20 kilometer van een grote stad ligt profiteren werknemers het meest. Op grotere afstand verdwijnt het effect. Op 40 tot 80 kilometer afstand is het effect statistisch niet meer significant. Investeringen in infrastructuur zijn het gunstigst voor productiviteitsvoordelen als deze plaatsvinden in en zeer dichtbij grote steden. Bij Amsterdam zijn de voordelen het grootst (zie kaartje). Dat betekent einde van het spreidingsbeleid en einde aan de lofzang op de Nederlandse provinciestad. Tijd om substantieel te investeren in en direct rond de grote steden, te beginnen in Amsterdam.

Overigens merken de onderzoekers op dat de loonvoordelen en elasticiteiten relatief klein zijn in de Nederlandse context vanwege het gespreide en polynucleaire karakter van de Nederlandse verstedelijking. Met andere woorden, als Nederland echt grote steden had gehad, dan waren de loonvoordelen nog veel groter geweest. Desalniettemin achten zij het bestaan van een ‘urban wage growth premium’ voldoende aangetoond. En wat die agglomeratievoordelen betreft, die bestaan vooral binnen de grote steden zelf. Direct in de nabijheid, op korte afstand, zijn nog wel agglomeratievoordelen te behalen, maar dan zijn ze al beperkt. De voordelen nemen snel af naarmate de afstand groeit. Om maximaal van agglomeratievoordelen te profiteren is het het beste om de grote steden groter te maken. Daarmee ondersteunen de studies mijn pleidooi voor compacte metropoolvorming. Een Randstad of zelfs een regionale spreiding binnen verschillende metropoolregio’s hebben minder voordelen. Ten slotte, het meeste profiteren hoogwaardige dienstverlenende bedrijven van grootstedelijke agglomeratie. Het minste profijt hebben industriële bedrijven. Die laatste kun je gerust uitplaatsen naar buiten. Ik zou zeggen: de REOS (Regionaal-Economische Ontwikkel Strategie) van het Rijk mag grondig in de revisie. Zonde van al die miljarden overheidsgeld. Gebruik dat geld liever om een paar industrieën uit te plaatsen.

Amsterdam, het Singapore van Europa

On 4 november 2018, in benchmarks, economie, by Zef Hemel

Gelezen in het Global Cities Report 2018 van A.T.Kearney:

Afbeeldingsresultaat voor global cities report 2018 a.t. kearney amsterdam

In de Global Power City Index 2018 van de Japanse Mori Foundation is Amsterdam gestegen naar plaats 6, vlak achter Singapore. Dat is goed nieuws, maar het is ook gevaarlijk, want het schept verplichtingen. Londen staat onverminderd bovenaan, gevolgd door New York, Tokio en Parijs. Als altijd hebben de Japanners loepzuivere cijfers geproduceerd. De nauwkeurigheid ervan duizelt je. Neem de positie van Londen. Die blijkt door de Brexit alleen maar versterkt. Wie had dat gedacht? De stijging van de huizenprijzen blijkt geringer, het prijsniveau in de stad is geluwd, de leefbaarheid is sterk toegenomen. Vooral de culturele interactie blijkt in Londen verbeterd. Londen heeft zijn toppositie geconsolideerd. Het verschil in cijfers met de index van A.T.Kearney is trouwens opvallend. Sinds tien jaar maakt het Amerikaanse consultancybureau zijn Global Cities Report. Het meet het zakelijke succes van wereldsteden, waaronder aanwezigheid van menselijk kapitaal, transparantie, kennisinstellingen, politiek bestuur en cultureel kapitaal. Dit jaar zijn het 135 steden, waaronder zeven Chinese nieuwkomers. Amsterdam staat op plaats 22, tussen Wenen en Barcelona. Los Angeles en Moskou zijn de grootste klimmers. Bij A.T.Kearney  is New York onverminderd nummer een en Londen nummer twee. Londen is daar als gevolg van de Brexit juist verzwakt, gemeten naar ‘political engagement’.

Naast de Index produceert A.T.Kearney ook jaarlijks een Global Cities Outlook. Deze meet de vooruitzichten van een stad op een toonaangevende positie. Gemeten wordt persoonlijk welbevinden, economische activiteit, innovatiekracht en governance. Melbourne blinkt uit in persoonlijk welbevinden, New York in economische activiteit, San Francisco in innovatiekracht en Geneve in governance. In de Outlook 2018 staat San Francisco op een, New York op twee, gevolgd door Londen, Parijs en Singapore. Amsterdam volgt Singapore op plaats zes. Liefst tien plaatsen is Amsterdam in één jaar gestegen. Zo’n gevaarlijk hoge positie is voor de Nederlandse hoofdstad ongekend. Vooral in persoonlijk welbevinden scoort de stad erg goed. Maar ook is de instroom van Foreign Direct Investment sterk toegenomen. Wie gruwt van benchmarks van steden moet nu stoppen met lezen. Maar wie wil weten hoe de rest van de wereld naar ons kijkt doet er goed aan zich rekenschap te geven van deze uitzonderlijke toppositie. Allerlei ingrijpende veranderingen in het Amsterdamse landschap zullen dan minder als een verrassing komen. Amsterdam is op dit moment het Singapore van Europa. Dat schept, als gezegd, verplichtingen.

Tagged with:
 

Hunting Amazon

On 31 oktober 2018, in economie, by Zef Hemel

Gelezen op Investorplace.com van 19 oktober 2018:

Afbeeldingsresultaat voor number of flights atlanta seattle

 

‘Amazon zij met ons’ van VPRO’s Tegenlicht gezien? In januari 2018 blogde ik over het tweede nieuwe hoofdkantoor van Amazon. In 1994 begon oprichter Jeff Bezos vanuit zijn garage in Seattle boeken te verkopen. Inmiddels bezit zijn imperium daar de grootste campus van alle Amerikaanse bedrijven. Vorig jaar gaf het e-commercebedrijf aan een tweede hoofdkantoor te willen vestigen in een andere Amerikaanse stad, goed voor 50.000 arbeidsplaatsen. Het gaat om een investering van 5 miljard US dollar. Daarop brak een ware wedloop uit tussen Amerikaanse en Canadese steden. Eind september 2017 sloot de inzending. In totaal boden steden 7 miljard dollar in de vorm van belastingvoordelen. Wat nou dividendbelasting. Nooit eerder hebben steden zo tegen elkaar opgeboden. De hoofprijs is dan ook niet normaal. Tussen 2010 en 2016 zou Seattle dankzij de aanwezigheid van Amazon liefst 38 miljard dollar hebben verdiend. Amazon zegt bereid te zijn om in de lokale gemeenschappen te investeren, om milieuprojecten te ondersteunen en onderwijsfaciliteiten te sponsoren. Op 18 januari 2018 maakte het bedrijf zijn top twintig van favoriete steden bekend. Om in aanmerking te komen, liet het toen weten, moet een stad tenminste een miljoen inwoners tellen. Niet zo vreemd. Kleinere steden zullen door de gigant onder de voet worden gelopen.

Op Investorplace.com las ik een inschatting van de steden die het vermoedelijk niet zullen halen. Het blad noemde er zeven: Toronto (te duur), Newark (minder aantrekkelijk dan New York), Denver (te dicht bij Seattle), Columbus (haalt het niet bij Chicago), Nashville (haalt het niet bij Atlanta), Austin (mist een groot vliegveld), Raleigh (mist de bevolking en de infrastructuur). Volgens het zakenblad maken de grote steden aan de oost- en zuidoostkust de meeste kans: Boston, New York, Chicago, Washington DC, Atlanta. Want welke stad kan in korte tijd zoveel nieuwe gezinnen huisvesten? En wie beschikt over een groot vliegveld met uitmuntende verbindingen? Forbes kwam afgelopen week met een top vijf van steden die volgens haar de grootste kans maken: Atlanta, Austin, Toronto, Pittsburgh, Boston. De winnaar is in ieder geval groot, zal economisch divers zijn, beschikt over een grote luchthaven en ligt geografisch gunstig vanuit Seattle gemeten. Trouwens, elke stad van de overgebleven dertien in het lijstje van Investorplace biedt veel geld en enorme belastingvoordelen aan Amazon. Voor het einde van het jaar laat Bezos weten in welke stad het zich zal vestigen. Mijn gok: Atlanta, Washington DC of New York. Boston is te klein. Hartsfield-Jacson airport in Atlanta is lekker groot. Washington DC is …..

Tagged with:
 

Is IBA Emscherpark een succes?

On 26 oktober 2018, in economie, by Zef Hemel

Gezien in het Ruhrgebied op 24 en 25 oktober 2018:

Afbeeldingsresultaat voor karte zollverein essen innenstadt

Uitgerekend op het moment dat de allerlaatste steenkolenmijn in het Duitse Ruhrgebied – de Prosper-Haniel in Bottrop – zijn schachten sluit, bezochten wij de stedelijke regio van ruim 5 miljoen inwoners vlak over de Nederlandse grens. Het tijdperk van kolenwinning en staalindustrie in het Ruhrgebied is definitief voorbij. Voor ons aanleiding om te zien wat er na twintig jaar terecht is gekomen van IBA Emscherpark. De Internationale Bau Ausstellung Emscherpark, die duurde van 1990 tot 2000 en die een overheidsinvestering vergde van liefst twee miljard US dollar, was bedoeld om het conglomeraat van industriesteden en 53 gemeenten rond Dortmund, Duisburg, Bochum en Essen weer aan de praat te krijgen nadat duidelijk was geworden dat het tijdperk van steenkoolwinning ten einde zou lopen. De economische terugloop en demografische krimp waren al ingezet eind jaren zestig, maar geen beleid was in staat geweest het tij te keren. De staat Nord Rhein-Westfalen zocht hulp van buitenaf, met een visionaire stap-voor-stap benadering van prijsvragen en de inzet van veel publieke middelen met als doel: cultuur. In 1988 werd  ‘A workshop for the Future of Industrial Regions’ geopend. In de tien jaar daarna zou een regionaal cultuurpark top-down worden aangelegd langs het riviertje de Emscher vanuit een klein stafbureau met slechts dertig medewerkers. Het bureau omzeilde alle lokale instituties, want die waren verdacht. Zeker 120 culturele projecten werden uitgevoerd. Met veel marketinggeweld werden deze vervolgens internationaal aan de man gebracht. Twee vlaggenschip-projecten bezochten we: Landschapspark Duisburg-Noord en Zeche Zollverein in Essen.

In Duisburg viel weinig te beleven, zelfs in de herfstvakantie was er weinig aanloop. Het uitzichtpunt bleek gesloten, er werden bomen gekapt, waardoor we nergens naar binnen konden. Het café in de voormalige staalfabriek was open, maar de koffie viel verkeerd. Daarom reisden we door naar Essen. Naar Zollverein is het zeker twintig minuten met de auto. Daar was het Ruhrmuseum geopend, maar ook hier was weinig klandizie en de tentoonstelling viel tegen. De reusachtige fabriekscomplexen, overigens schitterend gerestaureerd, liggen in een öde uitgestrektheid, ze zijn verstoken van alle voorzieningen. Het is ruim vijf kilometer naar het centrum van Essen, maar het voelt anders. Het concept van het park met industrieel erfgoed is mooi bedacht, maar het blijkt moeizaam te werken. Deze industriesteden lijken helemaal geen behoefte aan een regionaal park te hebben, ze missen juist stedelijkheid. Ze missen wat het naburige Düsseldorf wèl heeft: een grootstedelijk centrum, mooie winkels, musea, hotels, universiteiten, bijzondere architectuur, grootstedelijke voorzieningen. De miljarden hadden beter in de stadscentra van Duisburg, Essen en Dortmund kunnen worden gestoken. Erger, in 2010 heeft men de beroemde Folkwang School of Design uit het centrum van Essen naar Zollverein verhuisd. Tram 107 heet nu Kulturlinie en brengt de studenten naar de voormalige fabriek die nu ‘campus’ heet. EUREF AG van Reinhard Müller wil er een ‘Zukunft-Campus’ van maken. Hij investeert 50 miljoen euro in de oude gasometers. Daarmee is het kwetsbare ecosysteem nog verder uit elkaar getrokken. Geen goed nieuws uit Metropole Ruhr.

Tagged with:
 

Wim Kok, de man van staal en beton

On 22 oktober 2018, in economie, infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 20 oktober 2018:

Afbeeldingsresultaat voor wim kok paars aardgasbaten

Bron: Rijksoverheid 2004

Wim Kok (1938-2018) is overleden. Als PvdA-leider, minister van Financiën en later premier van twee kabinetten heeft hij veel voor ons land betekend. Hij heeft vooral ervoor gezorgd dat er in de economie werd geïnvesteerd. Veel van die investeringen betalen zich nu pas uit. Mijn eigen Haagse jaren speelden zich af juist in de periode dat Kok premier was: 1994-2002. Terwijl de Rijksplanologische Dienst druk bezig was met de uitvoering van de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening, richtte ik mij op de verre toekomst. De minister-president schoot ons te hulp. Hij had een briljant idee, dat hemzelf ook opwond. Hij, die even eerder nog de nurkse, strenge schatkistbewaarder had gespeeld, wilde samen met VVD en D66 in de toekomst van Nederland investeren. Als premier dacht hij lange termijn èn ruimtelijk. Een deel van de aardgasbaten, besloot het Paarse kabinet, zou worden gereserveerd voor toekomstgerichte fysieke investeringen. Vanaf 1995 zouden meevallers van de aardgasbaten in een apart fonds worden gestort, bestemd voor investeringen in nationale infrastructuurprojecten. Dat werd het Fonds Economische Structuurversterking (FES). Niemand kon toen bevroeden dat de olieprijs jarenlang zeer fors zou stijgen.Voor ons hielden al die extra middelen in dat een belangrijk deel van de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening versneld kon worden uitgevoerd: investeringen in de hogesnelheidslijn, de Betuwelijn, de vijfde baan van Schiphol, de Tweede Maasvlakte, diverse achterlandverbindingen. Oud-vakbondsman Kok was een man van staal en beton. Tot en met 2005 heeft het fonds circa 17 miljard euro in de ruimtelijke inrichting van Nederland gestoken. In 2011 is het fonds opgeheven. In totaal is er 33 miljard euro in het fonds gevloeid.

Over het keuze van de ruimtelijke investeringen had ik destijds al ernstige twijfels. Alleen de HSL-Zuid vond ik een goed project, zij het dat de tracékeuze in Den Haag ongelukkig verliep en het dossier in het algemeen slecht gerund werd. De snelle treinen rijden nog altijd niet. De vijfde baan van Schiphol ligt idioot ver van de luchthaven, de Tweede Maasvlakte is voer voor de Chinezen en de Betuwelijn met al die malle achterlandverbindingen slibben alweer dicht omdat ze ons land overvoeren met logistiek. Zelf was ik bezig met de grote steden, die potentieel veel grotere en duurzame economische winst beloofden mits er flink in de grootstedelijke infrastructuur werd geïnvesteerd: een verlengde Noord/Zuidlijn, een Zuidasdok, universiteiten, stedelijke verdichting. Dirk Frieling begon in die tijd het Metropolitane Debat met als doel aandacht te vragen voor grootstedelijke concentratie, in 1998 verscheen het monumentale ‘Cities in Civilisation’ van Sir Peter Hall, in 2002 organiseerde ik in Amsterdam het congres over ‘Creatieve Steden’. Wim Kok, de jongen uit Bergambacht, zag er echter niets in. Zijn FES ging met een grote boog om de grote steden heen. Die vond het kabinet nog overwegend problematisch. De Noord/Zuidlijn kreeg na lang touwtrekken een klein miljard. De premier luisterde vooral naar VNO-NCW. Reden voor mij om in 2002 naar Rotterdam, en twee jaar later naar Amsterdam te vertrekken.

Form follows vendor

On 17 oktober 2018, in economie, kunst, by Zef Hemel

Gezien in Big Art, in de Bijlmerbajes te Amsterdam op 12 oktober 2018:

Gerelateerde afbeelding

Bron: Su Tomesen

De première van ‘Street Vendors’, een installatie van de Amsterdamse kunstenaar Su Tomesen, vond onlangs plaats tijdens het Nederlands Film Festival in Utrecht. Afgelopen week waren de vier films te zien in Amsterdam, tijdens de derde editie van ‘Big Art’ in de Bijlmerbajes. Zes jaar werkte Tomesen aan haar installatie. Afgelopen vrijdag ging ik kijken. Simultaan werden in een tent in één van de voormalige gevangeniscellen gelijktijdig vier films van elk een half uur getoond van straatverkopers  in vier steden op vier continenten: Yogjakarta, Johannesburg, Medellìn, Tirana. Er is geen voice-over, er wordt niets toegelicht, je hoort alleen straatgeluiden. De films laten een dag in het leven van een aantal straatverkopers in elk van de steden zien als kleine verhalen, alleen de tijdzones verschillen, dus in de ene stad is het iets eerder donker dan in de andere. Met die vier schermen kwam ik ogen te kort. Het is beste is om je op één stad te concentreren en dan vaag het rumoer in de andere steden aan je voorbij te laten gaan. Maar je kunt je ook laten meevoeren van het ene scherm naar het andere, afhankelijk van wat je oog zoal opvangt. Erg mooi is het, nee het is een ontroerende installatie.

Ik sprak Su tijdens de vertoning. Er was, vertelde ze me, niets in scene gezet, er waren vriendschappen gesloten, waarna uiteindelijk toestemming was gegeven om het dagelijkse werk van nabij te filmen. Gevaarlijk was het soms wel, zeker in Johannesburg. Steeds had Su zich door een assistent laten vergezellen die over haar en haar spullen waakte.  Uiteindelijk had ze een grote hoeveelheid materiaal verzameld, wat een ingewikkelde montage vergde om alles tot een half uur terug te brengen. In die strenge montage had ze ook het geluid betrokken, want de straatgeluiden in de verschillende steden mochten niet met elkaar concurreren. In de leporello bij ‘Street vendors’ schrijft ontwerper Tejo Remy over de ‘bottom-up simplicity’ en de ‘high level of improvisation’. Inderdaad, het improviseren ontroert. En ook: “Street vendors put large amounts of recycling into their trolleys and stalls, using the design code: form follows vendor.” Vooral de kinderen in de tent, viel me op, vermaakten zich kostelijk. Er zaten er verscheidene hardop te genieten. Het optimisme en doorzettingsvermogen van de straathandelaren en het spelelement in hun kleinschalige ambulante handel prikkelde hun zinnen. Door de krankzinnige urbanisatie die op dit moment in de wereld plaatsvindt neemt de straathandel razendsnel toe, ondanks tegenwerking van autoriteiten. Het is een economie van onderop. Een geweldige ontwikkeling.

Tagged with:
 

Toerisme als een plaag

On 26 september 2018, in toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in: ‘Overbooked’ (2014) van Elizabeth Becker:

Afbeeldingsresultaat voor overbooked becker

Elizabeth Becker is oud-correspondent van The New York Times. In 2014 schreef ze een boek over ‘overtourism’, het verschijnsel dat domweg teveel toeristen op één plek samentrekken, en dat gebeurt op dit moment over de hele wereld. In ‘Overbooked. The Exploding Business of Travel and Tourism’ wijdt ze de lezer in in de nieuwe wereld van het reizen met in elk hoofdstuk aandacht voor één land. Ze schreef er vijf jaar aan. Het boek eindigt in China en de Verenigde Staten. De rol van overheden in de toerisme-industrie staat centraal. Overheden, schrijft ze, verkopen hun land, promoten stranden, musea, evenementen, verstrekken visa, bouwen vliegvelden, beslissen over wie komt en wie gaat, bepalen kortom hoe ze de business willen reguleren. Dat begon al in 1925, toen landen de International Congress of Official Tourist Traffic Associations oprichtten, met een vestiging in Den Haag. Later, in 1967, verhuisde dit naar Geneve, nog weer later naar Madrid. Alles stelde het in het werk om toerisme tot een volwaardige industrie te laten bestempelen. Toerisme kreeg pas werkelijk vleugels toen vliegtuigen ononderbroken grote afstanden konden afleggen, American Express bereid was overal cheques uit te schrijven en de muur in Berlijn viel waardoor de wereld ineens openlag voor backpackers, later de hele middenklasse. Toerisme werd dé manier om een arm land uit de malaise te trekken. Stelselmatig werden de keerzijden van het toerisme onderbelicht. Een kwalijke zaak.

En toen begon het tijdperk van het internet. Daarmee was het hek van de dam. Maar het zijn niet de ondernemers of toeristen zelf die bij Becker op hun lazer krijgen. De enorme problemen in de toeristische sector in de hele wereld worden in de eerste plaats veroorzaakt door regeringen. Het product van toerisme zijn landen, stelt ze, niet bedrijven. Overheden bepalen of bedrijven hotels mogen bouwen, of vliegtuigmaatschappijen landingsrechten krijgen, of een congrescentrum mag worden geopend, of een Olympische Spelen naar de hoofdstad wordt gehaald. Ministeries spenderen miljoenen om toerisme naar hun land te promoten via nationale Bureaus voor Toerisme. Fraai en duurzaam is het allemaal niet. “The reputation of tourism is often poor, and rightly so. It is an extremely sensitive sector.” Milieuverontreiniging en overbelasting zijn buitengewoon ernstig; de in totaal 1 miljard trips elk jaar van toeristen en de mogelijkerwijs driemaal zoveel trips binnenslands doen een regelrechte aanslag op het milieu in alle getroffen landen. Desondanks weigeren overheden toerisme als een volwaardige economische sector te beschouwen en verantwoordelijkheid te nemen voor de desastreuse effecten. Dat is vreemd. Het is Frankrijk, aldus Becker, dat als toeristische bestemming nummer één in de wereld nadenkt over de toekomst van het verschijnsel. En wat denkt Frankrijk? Lokale gemeenschappen moeten het heft in eigen hand nemen. Ergens is er een tipping point. Voorbij dat punt is toerisme een plaag, een ziekte, een boze droom, nee een regelrechte nachtmerrie.

Tagged with:
 

Overbodige steden

On 21 september 2018, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in The New York Times van 30 december 2017:

Gerelateerde afbeelding

In zijn column van 30 december 2017 in The New York Times keerde de econoom Paul Krugman, winnaar van de Nobelprijs economie in 2008, nog één keer terug naar zijn oude liefde: de economische geografie. Aanleiding was een artikel van Emily Badger over megasteden die eigenlijk geen kleine steden meer nodig zouden hebben. In ‘The Gambler’s Ruin of Small Cities (Wonkish)’ onderschrijft hij de analyse van Badger. Ooit fungeerden kleine steden als verzorgingskernen op een uitgestrekt platteland. Echter, sinds de landbouw als dominante economische sector is verdwenen zijn ze overbodig geworden en proberen ze te overleven. Sommige slagen erin industrie aan te trekken, andere lukt het een onderwijsinstelling of ziekenhuis naar zich toe te halen. Maar hun lokale economie blijft te specialistisch, wordt zelden divers genoeg om als zelfstandige kern op termijn te overleven. “Some localized industries created fertile ground for new industries to replace them; others presumably became dead ends. And while a big, diversified city can afford a lot of dead ends, a smaller city can’t. Some small cities got lucky repeatedly, and grew big. Others didn’t; and when a city starts out fairly small and specialized, over a long period there will be a substantial chance that it will lose enough coin flips that it effectively loses any reason to exist.” Na verloop van tijd leggen de meeste kleine steden dus het loodje. Welke dat zijn is toeval. Grote steden daarentegen zijn voldoende divers en groeien gewoon door.

Krugman begrijpt goed dat overheden bijspringen en proberen de kleine steden te redden met allerlei stimuleringsmaatregelen, subsidies en cadeautjes. Je laat ze niet imploderen. Maar dat bijspringen kost geld – geld dat wordt onttrokken aan de grote steden. “There are arguably social costs involved in letting small cities implode, so that there’s a case for regional development policies that try to preserve their viability. But it’s going to be an uphill struggle.” Uiteindelijk zullen de meeste kleintjes het toch niet redden. Hij wijst erop dat dit verdwijnen van kleine steden niets te maken heeft met globalisering. China is niet de schuldige en ook de megasteden treft geen blaam. “In the modern economy, which has cut loose from the land, any particular small city exists only because of historical contingency that sooner or later loses its relevance.” Dat verlies van relevantie geldt niet alleen voor steden in het Amerikaanse Midden-Westen, maar ook voor de vele ‘middelgrote’ Nederlandse steden. In Nederland springt de overheid overal bij. Ondertussen groeien de grote steden in het westen des lands gewoon door.

Tagged with:
 

Vastklampen aan een spreidingsdoctrine

On 11 juli 2018, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam 2018:

Afbeeldingsresultaat voor economische verkenningen metropoolregio amsterdam 2018

Op 20 juni 2018 werden de nieuwste Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam gepresenteerd in Theater Amsterdam tijdens de ‘Facts of the Region’. Ze kreeg nauwelijks publiciteit, heel vreemd. Kort samengevat luidde de boodschap van Henri de Groot, hoogleraar Economie aan de Vrije Universiteit: het gaat uitstekend met de economie van Groot-Amsterdam, er is sprake van een hoogconjunctuur, Amsterdam presteert gemiddeld beter dan de rest van Nederland en andere stedelijke regio’s in Europa. Vooral Amstelland-Meerlanden en Amsterdam zelf deden het opmerkelijk goed. In de eerste domineert de logistiek, in de tweede de specialistische dienstverlening: advocaten, consultants, informatiekenniswerkers, communicatiekenniswerkers. Vooral de dienstensector blijkt een sterke banenmotor. De druk op centrumstad Amsterdam is immens, de arbeidsmarkt is zeer krap. De pendelstromen uit de rest van Nederland richting Amsterdam groeien sterk. En vergeet het toerisme niet. Ondertussen groeit de bevolking van Groot-Amsterdam ongeveer tweemaal sneller dan het landelijk gemiddelde.

Ziedaar een metropool die bloeit en expandeert omdat hij economisch voortreffelijk presteert. Zo’n expansie en groeiende dichtheid van economische activiteit vergen forse publieke investeringen om de leefbaarheid te bewaren. Het deed me denken aan een artikel van hoogleraar Ewald Engelen in Follow the Money van 20 maart 2018. In ‘Waarom ik lijstduwer ben van de Partij voor de Dieren’ pleitte de hoogleraar Financiële geografie voor ruimtelijke spreiding in plaats van concentratie. De groei van Amsterdam vond hij allesbehalve duurzaam. Een verdubbeling van Amsterdam noemde hij ‘de megalomanie ten top’. In plaats daarvan moest Nederland behouden wat karakteristiek voor haar is: zijn ‘prachtige middelgrote provinciesteden’. Max Weber haalde hij aan om een dicht netwerk van niet al te grote steden aan te bevelen. Hij was zelfs een voorstander van Amsterdamse krimp. Ik vrees dat het standpunt van Engelen op best veel steun kan rekenen. Zijn pleidooi spoort met de Nederlandse planningsdoctrine en klinkt ook geruststellend en lekker anti-Amsterdam. Gaat de politiek hem volgen, dan moeten we ons echter voorbereiden op nog grotere pendelstromen en nòg hogere huizenprijzen in en rond Amsterdam. Waarop Engelen zich nog meer zal vastbijten in zijn spreidingsdenken en andersdenkenden neerzetten als onverbeterlijke ‘neoliberalen’. Barbara Tuchman noemde dat ‘The March of Folly’.

Tagged with: