Reis naar het Westen

On 1 juni 2011, in kunst, by Zef Hemel

Gezien in Groningen op 25 mei 2011:

Chi Peng (1981) is een jonge Chinese kunstenaar. Hij is alleenstaand, enig kind en ook nog eens homosexueel. Hij leeft in Beijing. Zijn fotowerk – Me, Myself and I – is te zien in het Groninger Museum. Ik was er afgelopen week. De reusachtige kleurrijke werken zijn onmiskenbaar Chinees: beelden van de metropool intelligent gefotoshopt, dilemma’s van eenzaam opgroeien in een snel urbaniserende wereld, intrigerend, vervreemdend, herkenbaar werk. Tegelijk refereert het moderne fotowerk aan een oud Chinees verhaal over een Aap-Koning en diens reis naar het Westen. De Amerikaanse kunstcritica Barbara Pollock schrijft in Saatchi Online dat Chi Peng werkt vanuit zijn woonkamer. “Of course, Chi Peng, like so many modern artists today, has no workroom. Just a computer stationed in a corner of his living room. It is on this illuminated screen that he is able to conjure up all sorts of landscapes.” Mooi voorbeeld van democratisering van de kunst: zelfs een atelier heeft de kunstenaar niet meer nodig. Alle techniek is binnen het bereik van het individu.

Nog intrigerender vond ik het museum zelf. Het nieuwe Groninger Museum van de Italiaanse kunstenaar Alessandro Mendini staat er nu vijftien jaar. Het trekt jaarlijks zo’n 150.000 tot 250.000 bezoekers. Onlangs heropende het na een grondige, acht maanden durende renovatie. Kosten: 6,5 miljoen euro. Het museum staat opgesteld in een zwaaikom van een kanaal tegenover het station. Het is zo opvallend en afwijkend van zijn verder eenvoudige omgeving dat het onmiskenbaar doet denken aan een interventie van een regionaal despoot: een plaatselijke schatrijke prins, graaf of hertog die uit Italië een bouwheer ontbood om voor hem een krankzinnig paleis te ontwerpen. Nog wonderlijker werd het toen ik, eenmaal binnen, het museummagazine kocht in de verwachting daarin iets over Chi Peng te zullen aantreffen. Niets was minder waar. In plaats van over Beijing werd er ‘’Het Onbekende Rusland’ uit de doeken gedaan: artikelen over Armenië, Moskou en Oezbekistan. Het bleek verschenen ter gelegenheid van de openingstentoonstelling, tevens vijfde tentoonstelling in Groningen over Rusland. Wat heeft Groningen met China en Rusland uit te staan? Vanwaar deze interesse voor grootstedelijke, internationale en ook wel exotische thema’s? En waarom moeten we naar het Noorden afreizen om deze Reis naar het Westen te kunnen zien? Ineens begreep ik het! Aardgas.

Tagged with:
 

In the street

On 16 november 2008, in openbare ruimte, by Zef Hemel

Gezien in het FOAM te Amsterdam op 16 november 2008:

FOAM, het fotomuseum aan de Keizersgracht te Amsterdam, toont met ‘In the street’ een indrukwekkend overzicht van Helen Levitt’s zwart-wit fotografie uit de jaren veertig en kleurenfoto’s uit de jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw – het merendeel hedendaagse afdrukken en enkele minuscule vintage prints uit de vroegere periode. Levitt wist het leven van vooral de lage sociale klasse knap te vangen. Zijzelf, geboren in 1913, leeft tot op de dag van vandaag een teruggetrokken bestaan ergens in New York. Haar werk ademt helemaal The Big Apple zoals de stad ooit was. Haar werk refereert aan dat van Jane Jacobs, die vorig jaar, ook op hoge leeftijd, overleed. Beiden waren gefascineerd door het alledaagse straatleven in de grote stad New York. Jacobs beklaagde zich over het feit dat het rijke straatleven in korte tijd was verdwenen. Dat was, schreef ze in 1961, allemaal de schuld van de stedenbouwkundigen. Zij hadden onvoldoende oog gehad voor het veelkleurige sociale verkeer op de trottoirs en teveel ruimte gemaakt voor de auto. Levitt illustreert het verlies treffend in haar fotografie. Je wordt er nostalgisch van. Vooral met de vijftien minuten durende film ‘In the street’ uit 1948 laat zij haarfijn zien hoe ouderen en vooral kinderen de stadsstraten bevolkten, hoe ze speelden en onbekommerd achter elkaar aanjoegen over stoepen en trottoirs. Dat leven is niet meer. Het is inderdaad allemaal de nek omgedraaid door de auto.

Dat straatleven kunnen we terugwinnen als we de Amsterdamse binnenstad weer autovrij maken. De lucht boven de stad zou weer opklaren. De stad zou fors bijdragen aan reductie van CO2. Maar het belangrijkste is: de stad zou weer een rijk sociaal leven krijgen. En je zou de kinderen weer kunnen horen spelen. Op straat.

Tagged with:
 

De lat hoger leggen

On 24 september 2007, in economie, kunst, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 15 september 2007:

De Amsterdamse fotograaf Kadir van Lohuizen won onlangs in Perpignan de prestigieuze Visa d’Or voor zijn reportage uit Tsjaad. Samen met de World Press Photo is de Visa d’Or de belangrijkste fotoprijs in de wereld. Zijn reportage verscheen indertijd in Le Monde. Een echte wereldspeler dus, die Van Lohuizen, een groot talent. Hoe verhoudt hij zich tot de Amsterdamse ‘creatieve industrie’, waarvan hij immers deel uitmaakt? En kunnen we vanuit zijn specifieke situatie geredeneerd uitspraken doen over het beleid of tenminste over de condities waaronder zijn talent kon opbloeien?

Van Lohuizen woont op een woontjalk op de Kromme Waal, nabij de Montelbaanstoren. Op een mooie plek dus en geen dure, ruime ontwikkelaarswoning dus, maar een boot. Zijn kantoortje was lange tijd boven de redactie van De Groene Amsterdammer, aan het Frederiksplein, gevestigd. Het was een eenvoudige zolderruimte, volgestouwd met spullen, tegen een lage huurprijs. De redactie beneden hem bood toegang tot de wereld van de bladen. Dat was handig, zeker in de begintijd. Maar bovenal was het een goedkope ruimte op een prestigieuze plek in een stad die een naam heeft in de wereld. Veel geld verdient hij immers niet. Trouwens, hij reist de hele wereld rond, van de ene reportage naar de andere, dus veel waarde hecht hij niet aan zijn bedrijfsruimte. Het enige dat hij echt nodig heeft, is een adres. Schiphol in de buurt is voor hem een groot voordeel. Hij heeft geen auto, doet alles op de fiets, maar vliegreizen is de basis van zijn bestaan. Toen hij zijn kantoortje uit moest, verhuisde hij naar Post CS, waar juist goedkope tijdelijke werkruimte voor creatieve bedrijfjes vrijkwam. Dat is voor Van Lohuizen niet alleen voordelig, hij kan sindsdien van zijn woontjalk gemakkelijk naar zijn werkruimte wandelen.

Maar nu gaat hij toch verhuizen. Naar New York. Post CS moet hij verlaten. En daarmee verlaat hij Amsterdam. Niet dat dat de werkelijke reden van zijn verhuizing is. In New York, zegt hij, kan hij de lat hoger leggen. "Mensen in Nederland zeggen misschien wel dat het (werk van Van Lohuizen, ZH) goed is, maar ze zeggen nooit dat het waardeloos is. En dat is ook goed om af en toe te horen." Bij een blad als Time Magazine is zijn directe concurrent de legendarische oorlogsfotograaf James Nachtwey, "toch een ander speelveld." Wat bedoelt hij daarmee? Hij zegt: "Het maakt me beter" En verder kiest hij voor New York omdat daar zoveel meer geld is. "Bij tijdschriften en krantenmagazines is het op het ogenblik moeilijk om betaalde opdrachten los te krijgen. We moeten dus op zoek naar ander geld. Alleen al in New York is zo veel geld verzameld, dat geloof je gewoon niet. En je weet dat er mensen zijn die dat geld aan jou willen geven. De truc is om ze te vinden op het juiste moment en met het juiste idee." Precies dat zijn dus de zaken die mankeren in Nederland en dus ook in Amsterdam: te weinig topniveau, te weinig opdrachtgevers met geld, te weinig debat. Opvoeren dus de kritische massa van Amsterdam, vooral kwalitatief!

Tagged with: