Gelezen in JakartaGlobe van 29 april 2019:

Afbeeldingsresultaat voor jakarta metro map

De stap die Nederland in 1814 al nam en Duitsland in 1991, lijkt nu ook door Indonesië te worden genomen: de verplaatsing van het regeringscentrum naar buiten de hoofdstad, in dit geval Jakarta. Afgelopen week riep de herkozen president Joko Widodo zijn ministers op om met voorstellen te komen. Eén van de opties is een nieuw centrum te bouwen op vijftig kilometer afstand, maar Widodo zelf lijkt voorkeur te geven aan Kalimantan, het vroegere Celebes. Palangkarya op Kalimantan was al eens de favoriet van president Soekarno. Die slaperige provinciestad ligt in het meetkundige middelpunt van de Indonesische republiek. Een andere favoriet is Makassar in Zuid Sulawesi. Dat zou betekenen dat Widodo het machtscentrum Java de rug toekeert. Het zal hem niet in dank worden afgenomen. Verplaatsing van de hoofdstad past overigens in een omvattend infrastructuurprogramma dat Widodo in zijn eerste termijn al was gestart en dat tot doel heeft het immense land met zijn 268 miljoen inwoners te ontwikkelen. China is zijn grote voorbeeld. Het politiek-economische probleem van Indonesië is dat Java en met name megastad Jakarta onstuimig groeit, terwijl de rest van Indonesië achterblijft. Het verplaatsen van de hoofdstad moet de economie van Jakarta afkoelen en de rest van Indonesië een impuls geven. Geen van beide doelen zal Widodo halen.

Neem Jakarta. Deze megastad van 30 miljoen inwoners (10 miljoen binnen de gemeentegrenzen, 20 miljoen daarbuiten) kent in het centrum een bevolkingsdichtheid van meer dan 14.000 inwoners per vierkante kilometer, daarbuiten ruim 4.000 inwoners per km2 (Amsterdam: 5.000). Tussen 1970 en 2016 verdubbelde de stedelijke bevolking, die van de metropoolregio ging van 8,2 miljoen naar 30 miljoen – een verviervoudiging. Terwijl de Indonesische economie met gemiddeld 1 procent groeide, groeide de economie van Jakarta met 3,6 procent. Geen wonder dat iedereen naar de hoofdstad trekt. Planologen verwachten 35 miljoen inwoners rond 2030, die van de stad zelf gaat naar 16 miljoen. Toch verhuizen de laatste tijd meer mensen uit Jakarta dan dat er in komen. Wonen in de stad is namelijk buitengewoon moeilijk en duur. Dat leidt tot toename van het langeafstands woon-werkverkeer: nu al kent de stad 3,5 miljoen dagelijkse forensen. Wat dringend nodig is, is adequate infrastructuur, ook om de bodemdaling te stoppen. In zijn eerste termijn maakte president Widodo 350 miljard dollar vrij voor de aanleg van een metronet. Het is een begin. Verplaatsing van de hoofdstad lost in die zin niets op. Erger, er zullen belangrijke overheidsinvesteringen aan Jakarta worden onttrokken. Het beste lijkt mij als de regering de optie van de vijftig kilometer kiest. En wat de rest van het land betreft: maak op een paar plekken vrije economische zones.

Tagged with:
 

Metropolitaan onvermogen

On 7 september 2018, in bestuur, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Paris, métropole introuvable’ (2017) van Christian Lefèvre:

Afbeeldingsresultaat voor christian fefevre paris metropole introuvable

Deze week een inspiratiecollege gegeven aan studenten Urban Management van de Hogeschool van Amsterdam over de metropool Amsterdam bezien vanuit het mondiale. De andere bijdrage, van Martin van der Maas, ging over Amsterdam en haar bewoners. De laatste klonk vertrouwd in de oren, de eerste bleek vrijwel onbekend. Dat is ook niet zo vreemd. Amsterdam ziet zichzelf niet als onderdeel van de grote wereld, denkt hoofdzakelijk lokaal, positioneert zich regionaal of nationaal, en zelfs vaak dat niet. Dat probleem deelt ze met Parijs. Deze zomer las ik er een boekje over. In ‘Paris, métropole introuvable’ beschrijft Christian Lefèvre hoeveel moeite het de Franse hoofdstad kost om internationaal te denken en zichzelf als wereldstad te positioneren en te besturen. Parijs, met 12 miljoen inwoners, is een absolute ‘Global City’, maar het lokale bestuur is daartoe allerminst geëquipeerd. Anders dan Londen of New York opereert Parijs bijna provinciaals, is het bestuur sterk naar binnen gekeerd, ziet het zichzelf hoogstens als een van de ‘stedelijke regio’s’ in nationaal verband. De aansluiting bij de rest van de wereld weet de Franse metropool maar niet te leggen. Lefèvre, die hoogleraar is aan de Ecole de l’Urbanisme te Parijs, verbaast zich hierover en beschrijft hoe de afgelopen twintig jaar een notie van globalisering het Parijse stadhuis via de achterdeur binnendrong.

In het hoofdstuk ‘Une métropole peu préparée à la globalisation’ laat Lefèvre zien hoe bijna tegen beter weten in Parijs in de Tweede Wereldoorlog tot een machtige mondiale speler uitgroeide. Jarenlang probeerde de  Franse regering aan de hoofdstad overheidsmiddelen te onthouden, die ze elders in het land besteedde. Vanaf 1955 werden zelfs bedrijven aangemoedigd om zich niet in Parijs te vestigen. Parijs had tot 1977 ook geen burgemeester. Lefèvre spreekt van straffen: Parijs moest worden gestraft voor haar dominante positie en haar arrogante gedrag. Elders heeft hij het over het ‘in de steek laten’ van Parijs. De burgemeester van Parijs, illustreert hij met een fraai citaat, moest zich niets verbeelden; hij was net zo’n burgemeester als al die andere burgemeesters. Lefèvre laat zien hoe vanaf 2000 hierin verandering komt. De president van de republiek, Nicolas Sarkozy, begint Parijs te zien als een troef in het spel van mondialisering. Maar ook dan wordt ze door de staat gebruikt. Elke poging van de Parijse regio om een eigen bestuur op te tuigen wordt door de president en zijn opvolgers getorpedeerd. De macht van Parijs moest hoe dan ook worden gebroken. Het politieke steekspel rond Parijs, concludeert Lefèvre, heeft een interne cultuur opgeleverd die slecht bestand is tegen het proces van mondialisering. Zeker op het niveau van Ile de France is er geen collectieve autoriteit. Met alle gevolgen van dien. In Amsterdam is het niet anders.

Tagged with: