Egalitair Tokio

On 26 juni 2017, in hoogbouw, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in The Tokyo Files 2016 van Clark Parker:

 

Afgelopen woensdag presenteerde de Urban Planning Group van de Universiteit van Amsterdam zijn lopende onderzoeken aan de gemeente. Ook mijn eigen vergelijkende onderzoek naar ‘Smart Communities in Amsterdam+Tokyo’ werd met PhD’s en studenten uit de Research Master besproken. Daar kwam de vraag op of niet ook Tokio veel gated communities kent. Op mijn ontkennende antwoord werd met ongeloof gereageerd. Hoe kan een Aziatische megastad met meer dan 35 miljoen inwoners geen gated communities tellen? In The Tokyo Files geeft Clark Parker een verklaring. Tokio kent overal een relatief hoge dichtheid, alle woningbouw is sterk op metro en trein gericht, de criminaliteit in Tokio is laag, ook de inkomensongelijkheid is er gering. Niet vergeten moet worden dat Tokio uit een zeer omvangrijke middenklasse bestaat die in de naoorlogse periode vanuit het egalitaire Japanse ideaal van de ‘100 miljoen middenklasse’ werd opgekweekt. Dat ideaal kwam neer op een hecht gezinsleven, hard werken, sobere huisvesting, speeltuinen voor kinderen en voor iedereen een fiets.

De belangrijkste reden voor het ontbreken van afgeschermde woongebieden voor de rijken in Tokio schuilt in de Japanse regelgeving. In ‘Vertical Gated Communities in Tokyo’ (2007) schrijft Junko Abe-Kudo, verbonden aan Sugiyama Jogakuen University, dat het Japanse Bouwbesluit geen wegen toestaat die uitsluitend eigendom zijn van en onderhouden worden door bewoners zelf of door gemeenschappen van bewoners. Alle wegen moeten vrij toegankelijk zijn. “Therefore, at present in Japan, we do not have any American style gated communities which are physically isolated from the neighbouring area with gates, fences around estates, and roads possessed communally and privately among the residents.” Gewoon een kwestie van wetgeving dus.  Kan elke stad doen. Het resultaat is een reusachtige, zeer leefbare megastad waar mensen van allerlei slag elkaar dagelijks op straat tegenkomen. Maar waterdicht is het niet. Want wat gebeurt er op dit moment in Tokio? De wens om je als rijke af te zonderen is kennelijk zo sterk dat men de laatste tijd zijn toevlucht zoekt in hoogbouw. Het verklaart deels waarom hoogbouw aan een stevige opmars bezig is in Tokio. Hoogbouw, wel te verstaan, voor de rijken.

Tagged with:
 

Ark van Noach

On 30 januari 2017, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Tokyo. The Shogun’s City at the Twenty-First Century’ (1998) door Roman Cybriwsky:

 

Ook Tokio gaat de hoogte in. De grootste stad op aarde (35 miljoen inwoners) ligt in een delta en is in de twintigste eeuw langs spoorlijnen extreem naar buiten uitgedijd, met overwegend lage bebouwing die inmiddels reikt tot aan de voet van de bergen. Op dit moment kruipt echter alles en iedereen weer naar binnen, naar het centrum toe. Inwoners accepteren de lange reistijden niet langer, ze willen dichter bij hun werk wonen. Dan maar minder vierkante meters en flink gestapeld. In Tokio bezochten we Roppongi Hills, een nieuwe typologie van hoogbouw, ontwikkeld door de Mori Building Company in de buurt van de uitgaanswijk Roppongi. Voor Tokio is hoogbouw een relatief nieuw fenomeen. Minoru Mori, de oprichter van Mori, was een van de eersten die torens in de Japanse hoofdstad bouwde: Mori Biru 1  stamt al uit 1955. De zoon van een rijsthandelaar die op hogere leeftijd een zeer succesvol ontwikkelaar werd, heeft inmiddels 80 Mori Biru’s op zijn naam staan, alle in de buurt van Toranomon, de CBD van Tokio. Zijn nieuwste creatie is Roppongi Hills, een enorme toren met een gemengd programma van wonen en werken dat gereedkwam in 2003 in een armere buurt van houten huizen rond een aantal Amerikaanse kazernes. Het masterplan is van de hand van het Amerikaanse Kohn Pedersen Fox Associates.

We gingen kijken en schoten met een lift naar de veertigste verdieping na eerst het dure winkelcentrum aan de voet van de kolos te hebben doorkruist. Kosten noch moeite zijn hier gespaard. Het Mori museum met de privé kunstcollectie van Minuro Mori sloegen we over. Ik moest denken aan het artikel in The Guardian van 18 mei 2015 waarin de 17 jaar worden beschreven die Mori nodig had om de grond onder de toren te verwerven. Vierhonderd grondeigenaren kregen een appartement in de toren aangeboden, slechts 161 accepteerden het aanbod; de rest moest tegen exorbitante prijzen door de ontwikkelaar worden uitgekocht. Een kwart van het complex bestaat nu uit parkachtige semi-openbare ruimte; op alle daken zijn groentetuinen aangelegd – op één dak ligt zelfs een rijstveld (foto); afval wordt hergebruikt, regenwater wordt opgevangen en gezuiverd, een eigen, op gas gestookte energiecentrale reduceert de uitstoot van emissies met 27 procent, zonnepanelen genereren elektriciteit voor de verlichting. Het gebouw zou gegarandeerd aardbevingsbestendig zijn. Is dit de toekomst van Tokio? Wonen, werken en recreëren in hoogbouw, alles zeer dicht opeengepakt, in grote hoogbouwcomplexen die bijna zelfvoorzienend zijn, die bestand zijn tegen tsunami’s, branden en aardbevingen – onheil dat in de toekomst zeker komen gaat. Roppongi Hills is ontworpen als een Ark van Noach. Helaas alleen voor de happy few. Al onze Hollandse vooroordelen moeten overboord.

Tagged with:
 

Nog even wennen

On 2 december 2016, in hoogbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Rise and Sprawl’ (2016) van Hans Ibelings:

 

Is hoogbouw aan een stevige opmars begonnen in Amsterdam? De commotie over het gedurfde ontwerp voor Sluisbuurt op het Zeeburgereiland doet vermoeden van wel. Ook dat het verschijnsel niet onopgemerkt zal blijven lijkt me evident. De wereld verandert. In Toronto, Canada, bijvoorbeeld zijn ze er de afgelopen tien jaar snel vertrouwd mee geraakt. Architectuurcriticus Hans Ibelings, tegenwoordig woonachtig in Montréal, Canada, schreef er een aardig boekje over. In ‘Rise and Sprawl’ hekelt hij de kritiekloze acceptatie van de ‘condo towers’ in de grootste Canadese stad. Volgens hem is het allemaal begonnen in Vancouver, toen de Chinezen uit Hong Kong na de aansluiting van hun kolonie bij China overhaast aanspoelden op de Canadese Westkust. Ze namen hun hoogbouw mee. Nu is het verschijnsel overgeslagen naar het veel oostelijker gelegen Toronto. Net als in veel Chinese steden wordt hier de ene na de andere toren opgetrokken, geen enkele is architectonisch bijster interessant, alles gebeurt vlug en oogt gemakzuchtig, zonder dat rekening wordt gehouden met de stedenbouwkundige context.  Er moet vooral geld worden verdiend. Ibelings kan het niet zo waarderen. Ten slotte ben je daar criticus voor.

Sinds 2000 zijn er in Toronto al 80.000 condo’s gebouwd, de meeste op voormalige parkeerterreinen; eenzelfde aantal zit op dit moment in de pijplijn. Vrijwel alle torens bevinden zich in het stadscentrum. De bevolking van het centrum is daardoor met liefst 18 procent gegroeid. Door de schaarste aan grond poppen de torens de laatste tijd ook elders op. Tussen de 23 en 40 procent is koop, maar wordt doorverhuurd. Doordat Canada als een veilig en stabiel land te boek staat, trekt ze beleggers en investeerders aan, die maar wat graag in de toekomst van Toronto willen investeren. Veel torens zijn pure vastgoedinvesteringen. Sinds 2014 betreft het vooral Chinees geld. Prijzen rijzen de pan uit. Zelfs in Toronto wordt wonen in hoog tempo onbetaalbaar. Maar, concludeert Ibelings, de stad is wel levendiger en gezelliger geworden. Wat we hier van kunnen leren? Niet alleen Afrikaanse steden, maar ook Canadese en Amerikaanse steden gaan steeds meer op Chinese steden lijken. Straks volgen de Europese, dus ook Amsterdam. Het is nog even wennen, maar de wereld verandert ingrijpend en snel.

Tagged with:
 

Ridicuul

On 14 mei 2014, in hoogbouw, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 1 februari 2014:

Terwijl Amsterdam nota bene geen enkele hoogbouw meer mag bouwen vanwege de herziening van het zogenaamde Luchthavenindelingbesluit door het Rijk, wordt Londen overspoeld door hoogbouw. “Londen dreigt een soort Abu Dhabi te worden, of Hongkong,” citeerde Het Parool een woordvoerder van een Britse erfgoedorganisatie. Op dit moment staan in de Britse hoofdstad liefst tweehonderd hoogbouwprojecten in de steigers. Nog nooit eerder was de druk om te bouwen in Londen zo groot als op dit moment. Wat nou crisis? Een vertegenwoordiger van New London Architecture wijt het aan kapitaalvlucht naar vastgoed in Londen. De stad wordt als veiliger beschouwd dan de banken van Zwitserland of Cyprus. Maar ook staat Londen met zijn 8,2 miljoen inwoners te boek als metropolitaan en zeer kosmopolitisch. Hoogbouw schiet daarom als paddenstoelen uit de grond. “De beweging van kapitaal heeft een groot effect op de manier waarop we de stad plannen.”

Ten westen van Westminster Bridge, zo lees ik, wordt gewerkt aan een project dat Negen Iepen heet en dat zestienduizend woningen zal tellen. Het kost bij elkaar vijftien miljard pond. Even verderop doemt de Shard  op – een 87 verdiepingen tellend kantoorgebouw. Aan de zuidoever van de Theems wordt bovendien gebouwd aan tientallen flats van meer dan twintig verdiepingen. De prijzen zijn extreem: een appartement met vier slaapkamers bij St. George Wharf kost 19,5 miljoen pond. De verschillen tussen rijk en arm binnen Groot-Brittannië worden tot grote hoogte gevoerd; maar ook tussen Londen en Amsterdam wordt een wig gedreven: waar de een terugzakt naar niveau 2001, schiet de ander omhoog naar 2050. Sinds Saskia Sassen Londen in 1991 als ‘Global City’ typeerde is het alleen maar harder gegaan en Richard Florida deed daarna de rest; zijn Europese berglandschap van creatieve metropolen bevatte op het Britse eilandenrijk een absolute piek. Florida sprak van ‘The Great Reset’, want in de crisis zou blijken welke steden juist hadden gereageerd. In Nederland werd hij destijds geridiculiseerd en weggezet als een nepwetenschapper. Op dit moment echter moet worden erkend dat Amsterdam en zeker de rest van Nederland door Londen totaal wordt voorbijgelopen. En ja, Heathrow ligt op een veilige afstand van Londen. Daar hebben ze geen last van een LIB.

Tagged with:
 

Batman in Moskou

On 11 december 2012, in hoogbouw, by Zef Hemel

Gelezen in The New Yorker van 4 december 2012:

Heerlijk artikel van Sally McGrane in ‘The New Yorker’ van afgelopen week. Moskou telt zeker 120.000 liften. Dat is meer dan het dubbele aantal van New York. Tot diep in de jaren vijftig bouwde Moskou tot vijf verdiepingen hoog, maar met het aantreden van Leonid Brezhnev in de jaren zestig werd overgegaan tot echte hoogbouw om de woningtekorten te lijf te gaan. De meeste liften dateren uit die tijd. Ze zijn gefabriceerd door de communistische firma Moslift. Inmiddels is zeker een vijfde van alle liften in Moskou zwaar gedateerd. Vandaar dat de meeste Moskovieten regelmatig vast komen te zitten in liftschachten: jaarlijks gaat het om 200.000 slachtoffers. Die mensen moeten worden bevrijd. De firma Otis, die Moslift na 1992 heeft overgenomen, verdient er goed aan. Geen wonder dat de nieuwe burgemeester van Moskou, Sobyanin, een programma is gestart om de zwaar verouderde liften in de vele hoogbouw van Moskou te vervangen.

We are like Batman,” vertelt Evgeniy Titarenko, die directeur is van Moslift en daarmee nog altijd eigenaar van de helft van alle liften in Moskou. Typisch Russisch is de volgende uitspraak van een slachtoffer, ooit gevangen in een van de liften van de Russische hoofdstad: “When you are stuck in an elevator, you get a wonderful chance to talk and listen to yourself. And maybe this chance is the only one, for many people.” Het zal ermee te maken hebben dat er desondanks weinig echte ongelukken met liften in Moskou zijn gebeurd. En als het gebeurt, dan zijn er volgens The New Yorker zoveel mecaniciens voorhanden, dat een vlucht of redding nooit ver weg is. Nee, een heerlijk artikel, dat u beslist moet lezen.

Tagged with:
 

Leefbaar of overleven?

On 8 november 2011, in hoogbouw, by Zef Hemel

Gehoord op 25 oktober 2011 in Wuhan, China:

Alle Chinese steden zullen gaan lijken op Hong Kong. Hoogbouw in extreem dichte pakking naar het voorbeeld van de zuidelijke stadstaat is het door de Communistische partij gekozen model voor de verstedelijking in heel China. Reden: er zijn eenvoudig teveel Chinezen. Het land, even groot als de USA, kent een bevolking die ruim viermaal omvangrijker is dan die van de VS; daarvan is weer de helft geconcentreerd in de oostelijke kuststreek. Daar, in de zone tussen Peking in het noorden, Shanghai in het oosten en Guangzhou/Hong Kong in het zuiden, ontstaat één megalopolis van niet minder dan een half miljard inwoners. Alleen al de negen steden die samenklonteren in de Pearl River Delta vormen samen een oppervlak dat zesentwintig keer groter is dan Groot-Londen. Stapeling van inwoners in hoogbouw, naast een spreidingspolitiek richting het westen (‘Go West!’), moet de urbanisatie leefbaar houden. Maar zal dit lukken? En zal dit alles straks nog wel leefbaar zijn?

Tijdens het wereldcongres van planners (ISOCARP) in Wuhan, China, dat gewijd was aan het onderwerp ‘leefbare steden’, sprak de Chinese hoogleraar Edward Ng, verbonden aan de Universiteit van Hong Kong, over de consequenties van opwarming van de aarde voor met name de hoogbouw in het tropische Hong Kong. Een opwarming van twee à drie graden mondiaal zal in de dichtstbebouwde stad ter wereld verdubbelen doordat het vele beton de warmte langer zal vasthouden. De hoogbouwwijken zullen er zich ontwikkelen tot hitte-eilanden waar normale zomerse temperaturen van 40 graden Celsius worden omgezet naar 50 graden Celsius of hoger. Het gemiddeld aantal tropische dagen per jaar zal bovendien verviervoudigen. Hong Kong wordt daardoor op termijn onleefbaar. Alleen meer groen en meer open ruimten in de stad kunnen het tij keren. In Wuhan troffen de berekeningen van professor Ng doel, want de centraal gelegen metropool is ‘s zomers nog veel warmer dan de havenstad Hong Kong. Wuhan geldt als een van de drie Chinese ‘ovens’: het wordt er ‘s zomers snikheet en het waait er bijna niet; bovendien zorgen rivieren als de Yangze en de uitgestrekte plassen in de omgeving voor een vochtigheidsgraad die voor mensen bijna niet te verdragen is. Verdere verhitting zou rampzalig zijn. Wuhan zou er daarom beter aan doen de hoogbouw in dichte pakking te relativeren. De vraag is echter of dat zal gebeuren. De stad groeit razendsnel en er zijn nu al duizend Bijlmers in aanbouw of in de planning. Er geldt echter geen excuus. Het gaat niet meer om leefbaarheid, maar om overleven.

Tagged with:
 

Parijs implodeert

On 23 mei 2011, in hoogbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Triumph of the City’ (2011) van Ed Glaeser:

Parijs telt op dit moment bijna 12 miljoen inwoners en ze groeit nog steeds. De metropool ligt in de regio Ile-de-France. Ile-de-France is groot en bestaat voor 80 procent uit landbouwgrond, voor 20 procent uit stedelijk gebied. De gemeentegrens van Parijs is al tweehonderd jaar ongewijzigd, namelijk die van de negentiende eeuwse vesting waarop na de Tweede Wereldoorlog het asfalt van de Boulevard Périphérique – de ringweg – is gestort. Binnen die ringweg leven ruim 2 miljoen mensen. Tien miljoen Parijzenaars wonen echter buiten de gemeentegrenzen, verspreid over 1280 gemeenten. Dat spreiden van wonen en werken over Ile-de-France was jarenlang bewuste politiek. Voldoende landbouwgrond aanwezig, niet? Het gekke is dat de stad op dit moment juist naar binnen groeit. Ze implodeert als het ware. Iedereen wil namelijk het liefste binnen de Périphérique wonen èn werken. Maar dat lukt natuurlijk niet. De grond- en vastgoedprijzen in de gemeente Parijs stijgen daardoor skyhigh, ook omdat er in de hele gemeente sinds 1974 niet hoger gebouwd mag worden dan 35 meter. Toen schrok Parijs van de impact van de nieuwe Tour Montparnasse. Dus vanwege de vele monumenten is verdichting binnen de ring vrijwel niet meer mogelijk. Net buiten de ring wordt daarom verwoed gepland, ontworpen en gebouwd om aan de enorme vraag aan woningen en kantoren te kunnen voldoen. Binnen de ring zijn voornamelijk spoorwegempacementen van de SNCF die nog kunnen worden bebouwd of overkluisd. Ga maar kijken op Rive Gauche en je ziet de eerste resultaten. Men heelt hier het negentiende eeuwse weefsel. De Franse spoorwegen moeten als het ware de stad Parijs redden, niet door nieuwe lijnen aan te leggen, maar door ruimtelijk in te schikken.

Ed Glaeser noemt in ‘Triumph of the City’ Parijs als een voorbeeld van een metropool die worstelt met zijn succes en die voortdurend dreigt het omringende landschap op te eten omdat ze hoogbouw in het centrum blijft afwijzen. Ondertussen stijgen de grondprijzen in het centrum tot astronomische hoogte, waardoor alleen de zeer rijken zich een appartementje in Parijs kunnen veroorloven. Glaeser rekent voor: een miljoen dollar kost een klein appartement, een overnachting in een hotel kost al snel 500 dollar. “People are willing to pay those prices because the city’s rulers have decided to limit the amount of housing that can be built in the area. Average people are barred from living in central Paris just as surely as if the city had put up a gate and said no middle-income people can enter.”  Dat het beeldschone Parijs van Haussmann niet aangetast mag worden door hoogbouw begrijpt de Amerikaanse econoom ook wel, maar waarom niet wat meer woontorens bij stations als die van Montparnasse? Nou ja, goed, dan niet. “Paris is an extreme case.” Anders gezegd, Parijs betaalt een zeer hoge prijs voor zijn succes. De negentiende eeuwse vestingwerken, eigenlijk zijn ze er nog steeds.

Tagged with:
 

2.939 wolkenkrabbers

On 13 mei 2011, in hoogbouw, by Zef Hemel

Gelezen in The New Yorker van 18 april 2011:

Gek. “Hoog wonen heeft de toekomst,” schreef NRC Handelsblad in bijlage Lux van vorige week. Journalist Arjen Ribbens wist te vertellen dat volgens de Nota Ruimte in 2040 zo’n tien procent van de 200.000 te bouwen woningen in de Randstad uit hoogbouw zal moeten bestaan. Die rijksinstructie was mij nog niet bekend. Toch herinner ik me de vorige minister, Jacqueline Cramer, iets debiteren over de noodzaak van hoogbouw in de Randstad om het Groene Hart open te houden.  Enfin, “Rotterdam is nu nog de enige Nederlandse stad met een ‘hoogbouwklimaat’. Maar Den Haag, Leeuwarden, Arnhem en Tilburg werken aan hun skyline.” Aldus Ribbens. Een panorama vanuit de Red Apple in de Rotterdamse Wijnhaven staat boven het artikel afgedrukt. Tot de top tien van steden in de EU met hoogbouw prijkt Parijs bovenaan. De Franse hoofdstad telt op dit moment 112 torens van 90 meter en hoger. Londen volgt met 49 torens. Rotterdam staat op plaats vijf, met 29 torens, na Benidorm met 35 torens. De Nederlandse hoofdstad noemt Ribbens niet, maar blijkens een figuur telt Amsterdam liefst 27 torens, vijf meer dan Den Haag, en slechts twee minder dan Rotterdam. Over het hoogbouwklimaat van Amsterdam zullen we, net als Ribbens, maar zwijgen. Terecht, want vrijwel al die torens blijken daar, net als in Den Haag overigens, kantoortorens te zijn. En die staan leeg. Jan van V. kan u er meer over vertellen.

Het artikel herinnerde me aan een verslag in The New Yorker van twee weken geleden waarin Evan Osnos op hilarische wijze verslag doet van een reis van Chinese toeristen naar Europa. De reis, met als thema ‘’Classic Europe’, voert van de luchthaven Frankfurt via het Duitse Trier (geboortehuis van Karl Marx) en een overnachting in Luxemburg, naar Parijs. “I dozed off, and awoke on the outskirts of Paris. We followed the Seine west and passed the Musée d’Orsay just as the sun bore through the clouds. Li shouted: “Feel the openness of the city!” Cameras whirred, and he pointed out that central Paris had no skyscrapers. “In Shanghai, unless you’re standing right next to the Huangpu River, you can’t get any sense of the city, because there are too many tall buildings.” Europeans, he added, “preserve anything old and valuable.” Volgens de statistieken in NRC Handelsblad telt Shanghai op dit moment 549 wolkenkrabbers. Dat is vijfmaal Parijs, maar een fractie van topper Hongkong, met 2.939 wolkenkrabbers. Hongkong heeft – hoe zal ik het zeggen? – een echt ‘hoogbouwklimaat’.

Tagged with:
 

Placemaking

On 3 januari 2011, in hoogbouw, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in Politics, Planning and Homes in a World City (2010) van Duncan Bowie:

Een paar weken voor kerst 2010 arriveerde een noodoproep uit Londen. Men verzocht ons vanuit Amsterdam een protestbrief te sturen naar Boris Johnson, de nieuwe conservatieve burgemeester van Londen. Hij dreigde in de drastische bezuinigingswoede die ook Londen teistert, ‘Design for London’ op te heffen. ‘Design for London’ is het stedenbouwkundige ontwerpbureau van de burgemeester. Die brief hebben we natuurlijk geschreven. Het antwoord van de burgemeester liet niet lang op zich wachten. Hij schreef in keurige bewoordingen dat hij zich nog beraadde. Het was dus nog niet te laat.

In Duncan Bowie’s nieuwste boek, getiteld ‘Politics, Planning and Homes in a World City’ valt te lezen hoe ‘Design for London’ werd opgericht door Johnson’s voorganger, Ken Livingstone, vrijwel direct na diens aantreden. ‘Red Ken’ omringde zich met een aantal vooraanstaande adviseurs, waaronder de Britse architect Richard Rogers. Van Rogers leerde Livingstone niet alleen de waarde van de ‘compacte stad’ en diens voorliefde voor hoogbouw kennen, maar ook de grote betekenis van architectonische en stedenbouwkundige vormgeving. Vormgeving paste ook wonderwel bij de door Livingstone zo fel begeerde status voor de Britse hoofdstad van ‘World City’. Zelfs in Londen, in de neo-liberale hoogconjuctuur aan het begin van de eenentwintigste eeuw, rees dus de ster van de stedenbouwkundige ontwerper, net als in Dubai, Abu Dhabi, New York, Moskou en waar al niet. ‘Design for London’ werd niet minder dan het vormgevingsbureau van de rode burgemeester. Duncan Bowie, die in zijn boek terugblikt op acht jaar Livingstone, is al met al sceptisch over het resultaat. De enorme hausse aan hoogbouw in het suburbane stadslandschap van Londen die op gang kwam na 2000 had zijns inziens ook grote nadelen. Maar die zag ‘Design for London’ niet. “All these matters were seen as resolvable by improved urban design, and designers and architects were seen as the new urban magnicians and saviours.” Volgens Bowie onttrokken de ontwerpers zich aan het vastgestelde beleid en stelden ze zich slaafs in dienst van het groot-kapitaal, dat teveel kleine, onverkoopbare appartementen in hoogbouw op de markt bracht omdat het op de korte termijn nu eenmaal de meeste winst opleverde. “By pushing higher density above and beyond his own published policy, the Mayor’s planning practice has actually given greater support to the market to go in what in the short term was the most profitable direction.” Veel van die architectonische glamourprojecten blijken nu onverkoopbaar. Boris Johnson wil niet alleen ‘Design for London’ opheffen, hij wil ook een nieuwe, meer menselijke benadering van de stadsontwikkeling: in plaats van vormgeving placemaking.

Tagged with:
 

Suspension trauma

On 18 juli 2010, in internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in Dubai. The Story of the World’s Fastest City’ (2009) van Jim Krane:

Is er ooit een dode gevallen tijdens de bouw van de Noord-Zuidlijn? Of bij de bouw van de Zuidas? Niet dat ik weet. Jim Krane meldt in zijn boek over Dubai dat tijdens de bouw van de woenstijnmetropool aan de Perzische Golf alleen al in 2004 liefst 880 mensen om het leven zijn gekomen. De meesten vielen uit de in aanbouw zijnde torens naar beneden. Weliswaar hing zestig procent van hen in veiligheidskleding aan touwen, maar door de val en het lange hangen ondersteboven vanwege de late redding overleefden ze het niet. Suspension trauma heet dat. Zuurstofgebrek in het hoofd. Binnen een uur zijn ze dood. De meeste bouwvakkers in Dubai komen uit India, uit plattelandsdorpen waar ze geiten hoedden en rijst verbouwden, en betreden voor het eerst van hun leven bouwsteigers, in in aanbouw zijnde wolkenkrabbers. Een ander probleem waar de Indiase bouwvakkers in Dubai aan lijden zijn leveraandoeningen. In de hoogbouw zijn geen toiletten geplaatst. Voor een plas moeten de mannen helemaal naar beneden. Dat duurt te lang, dus drinken ze niet. In de hitte van Dubai is dat buitengewoon onverstandig.

Na tweehonderd bladzijden vrijwel uitsluitend loftuitingen aan het adres van de bedenkers van Dubai komt journalist Jim Krane eindelijk te spreken over de duistere kanten van de bouw van de krankzinnige stad in de Arabische woestijn. In ‘’Blowback: the downside’ beschrijft hij nauwgezet het treurige leven van de gastarbeiders in de kampen en hun gezinnen op grote afstand. Slavenarbeid is het, een ander woord bestaat er niet. Weet u waar het me aan doet denken? Aan de bouw van de piramides in Egypte zoals beschreven door de Albanese schrijver Ismail Kadaré. Laat ze zich maar opwinden over de Noord-Zuidlijn, die verwaten Amsterdammers. Zolang er geen dode valt en de buitenlandse bouwvakkers goed betaald worden is die bouwput helemaal brandschoon. Een toonbeeld van ordentelijke stedenbouw, verre te prefereren boven het bouwgeweld in de Arabische Emiraten.

Tagged with: